Biografie

Het meest beruchte personage

Wanneer Paul Vanden Boeynants in 1972 samen met de societyfiguren Paul Vankerkhoven, baron Benoît de Bonvoisin, Edmond Nerincx, ridder Jean Breydel en André Saint-Rémy aan de wieg staat van het Centre Politique des Indépendants et Cadres Chrétiens, CEPIC, gaat hij niet met zomaar om het even wie scheep. Baron Benoît de Bonvoisin, alias de Zwarte Baron, is in dit gezelschap allicht het meest beruchte personage. Hij is de kleinzoon van Alexandre Gallopin, directeur en gouverneur van de Société Générale. Zijn vader, baron Pierre de Bonvoisin, was van 1951 tot 1962 directeur van de Société Générale en gedurende vele jaren lid van de Bilderberggroep. De bijnaam van Benoît de Bonvoisin, 'de Zwarte Baron', heeft te maken met het feit dat hij aan Franstalige kant een van de belangrijkste financiers is van extreem-rechtse organisaties.

In de jaren zeventig is de Bonvoisin 'politiek adviseur' van Paul Vanden Boeynants. Ook dan al is hij echter in het geheim een van de belangrijkste betaalmeesters van het Front de la Jeunesse en de man die de touwtjes van Nouvel Europe Magazine in handen houdt. Midden de jaren zeventig ligt de Zwarte Baron ook aan de basis van de oprichting van de 'Mouvement des Forces Nouvelles', de politieke emanatie van het Front de la Jeunesse. Albert Lambert, een zakenvriend van de baron, wordt de eerst voorzitter van Forces Nouvelles. In het najaar van 1975 organiseert de baron, samen met Emile Lecerf, Francis Dossogne en Albert Lambert, een bijeenkomst van Eurorechts in zijn kasteel in Maizeret. Op de lijst van de genodigden staan kopstukken van de Italiaanse MSI en Ordine Nuovo, de Franse Parti des Forces Nouvelles, het Britse National Front en het Spaanse Fuerza Nueva.

Op de agenda staat de uitbouw van Eurodroite en de bestrijding van de communistische subversie. Het hoofddoel van het CEPIC was de infiltratie van hoog tot laag in de PSC om zo op alle niveaus de invloed van de arbeidersvleugel te neutraliseren. Het CEPIC nam daarbij vooral de verdediging op van de vrije onderneming en het unitaire België. Het CEPIC beschouwde zichzelf ook als 'het laatste bolwerk tegen de materialistische, collectivistische en subversieve golf die België en de christelijke westerse beschaving bedreigt'. Nadat de organisatie op 14 juni 1972 door het directiecomité van het PSC als een volwaardig onderdeel van de partij erkend werd, nam de infiltratie van het CEPIC in de PSC spoedig het karakter aan van een werkelijke strijd om de macht die samenviel met een toenemende verrechtsing. De CEPIC-infiltratie was hoedanook een succes.

Baron de Bonvoisin
- Baron Benoît de Bonvoisin
De schoonbroer van de Bonvoisin

De schoonbroer van Benoît de Bonvoisin, graaf Hervé d'Ursel, zorgde ervoor dat de NEM financiële middelen toegestoken kreeg. Hervé d'Ursel was in 1969 een van de stichters van de Cercle de Nations, waarvan hij voor vele jaren schatbewaarder was. Samen met de toenmalige voorzitter van de Cercle, baron Adelin van Ypersele de Strihou, stichtte hij ook verschillende venootschappen. De belangrijkste daarvan, de firma Sodefina in Brussel, waarvan beiden rond 1972 beheerder waren financierde spoedig Nouvel Europe Magazine door middel van steeds weerkerende advertenties. Het filiaal Fiducre van de firma Sodefina bleef tot 1979 een van de ijverigste adverteerders in het blad van Emile Lecerf.

Vanaf 1974 waren beide schoonbroers dus schatbewaarder, graaf Hervé d'Ursel bij de Cercle des Nations en baron Benoît de Bonvoisin bij de CEPIC. Beiden droegen er het hunne toe bij, dat er geldmiddelen terecht kwamen in de kas van het extreem-rechtse blad Nouvel Europe Magazine. Baron de Bonvoisin bleef nochtans, ondanks zijn nieuwe sleutelfunctie in de CEPIC en in de Brusselse PSC, in nauw contact met Emile Lecerf na 1974. Het weekblad Spécial dat doorgaans zeer goed geïnformeerd was over de Brusselse politieke kringen, schreef, lang voor de Staatsveiligheid het aan de grote klok hing en zonder tegengesproken te worden, op 2 juni 1976: "VDB wil Benoît de Bonvoisin niet op zijn kabinet, omdat de baron heen en weer loopt tussen de kantoren van het extreem-rechtse blad Nouvelle Europe Magazine en Vanden Boeynants onder het voorwendsel van de uitbouw van het CEPIC."

Meer » Strategie van de Spanning | Front de la Jeunesse

De lijst Galopin

De moord op Alexandre Galopin

Tijdens de Tweede Wereldoorlog vlucht de Belgische regering naar Londen. Om het economisch leven in België te (her)organiseren heeft koning Leopold III beroep gedaan op Alexandre Galopin, de gouverneur van de Generale Maatschappij van België. Enkele maanden voor de landing in Normandië, zo wil de overlevering, komt Galopin in het bezit van een lijst van Belgische industriëlen die actief hebben gecollaboreerd. Op 28 februari wordt Galopin vermoord. De daders zijn nooit gevonden, maar een mythe is geboren. Baron Benoît de Bonvoisin is de kleinzoon van Galopin en wanneer hij in de jaren '80 moeilijkheden krijgt met het gerecht, geeft dat vrij snel - en vooral in het Franstalige landsdeel - aanleiding tot verhitte debatten.

Volgens de een is Galopin vermoord door het verzet, volgens de ander door Duitsgezinden. Volgens de een bestaat de lijst van Galopin nog steeds en maakt de Bonvoisin er al jaren misbruik van om er het Belgische etablissement mee te chanteren. Volgens de ander is de campagne tegen de Bonvoisin een gevolg van mislukte pogingen om mensen te chanteren. In januari 1998 meldt zich de gewezen Brusselse BOB'er Alain Pirard bij onderzoeksrechter Pignolet. Hij is een gewezen ondergeschikte van Patrick De Baets bij de 3KOS en wil een verhaal kwijt over een huiszoeking, in mei 1990, in het kasteel Maizeret van baron Benoît de Bonvoisin te Andenne.

Het was de bedoeling dat daar zou worden gezocht naar administratieve documenten met betrekking tot de fraudezaak Cidep, maar volgens Pirard, die er zelf bij was, ging De Baets zijn boekje heel ver te buiten. Tijdens de briefing vroeg hij zijn manschappen om 'alles op alles te zetten' om te zoeken naar het dossier Galopin. 'Wat zegt u daar nu allemaal?' reageert De Baets wanneer onderzoeksrechter Pignolet hem begin 1998 confronteert met de aantijgingen van Pirard. Voor zover De Baets zich kan herinneren, was hij niet aanwezig tijdens de huiszoeking bij de Bonvoisin. Het was zijn collega Michel De Visscher die de huiszoeking bij de Bonvoisin leidde en de briefing gaf. Klopt, zegt De Visscher, wanneer hij aan de beurt is voor een verhoor door Pignolet. De lijst van Galopin? Wel al van gehoord, maar nooit naar gezocht.

Meer » X-Dossiers

De baron en extreem-rechts

De bundeling van de krachten

Op 19 juli 1975 werden de betrekkingen tussen het in het voorjaar van 1975 opgerichte Forces Nouvelles en het Front de la Jeunesse als volgt vastgelegd: "De verantwoordelijken van het Front de la Jeunesse worden lid van Forces Nouvelles. Integratie op kantonnaal en provinciaal vlak. De andere leden van FJ zijn niet noodzakelijk lid van FN, maar kunnen het zijn. Het Front de la Jeunesse behoudt haar autonomie op haar terrein, de actie. De verschillen moeten behouden blijven."

Deze samenvoeging kwam er onder de impuls van Emile Lecerf en Albert Lambert, een zakenrelatie van Benoît de Bonvoisin en Bernard de Marcken de Mercken van de CEPIC, die een vergadering van de NEM-Clubs bijwoonde in het Euro-Motel van Wépion. Hij was een beetje teleurgesteld door de onsamenhangende ideeën die er werden ontwikkeld en nam Emile Lecerf in vertrouwen. Die ontpopte zich als een manipuleerbare stroman, die hij zonder gevaar de leiding kon geven van de politieke beweging die hij wou oprichten. Albert Lamber was enthousiast.

Een politieke beweging

In het voorjaar van 1975, toen de Brusselse CEPIC in volle oprichting was, bleek Benoît de Bonvoisin, samen met Emile Lecerf en Francis Dossogne, de leider van het Front de la Jeunesse, rechtstreeks bij een plan betrokken te zijn voor de lancering van een extreem-rechtse politieke beweging die de naam Forces Nouvelles zou krijgen. Aan de basis van dit plan lag eens te meer Emile Lecerf. Sedert die in 1971 Nouvel Europe Magazine in handen heeft, tracht hij rond dit blad steeds opnieuw extreem-rechtse politieke groepen te vormen. In 1972 waren er al lezerskringen van het blad , de zogenaamde NEM-Clubs, opgericht. Die waren in 1973 bij het complot van legerofficieren betrokken.

Op het moment dat ook de CEPIC in 1975 ontstond dacht Lecerf er samen met de Bonvoisin aan vanuit de NEM-Clubs ook een nieuwe politieke beweging in het leven te roepen. Forces Nouvelles-Nieuwe Krachten, waarin ontevreden middenstanders en middelgrote ondernemers zouden georganiseerd worden. De voorwaarde was natuurlijk, dat de in dezelfde periode in het leven geroepen CEPIC in Forces Nouvelles een bondgenoot zou hebben, die geen gevaarlijke concurrent zou worden. Om die reden zijn Lecerf en de Bonvoisin erop bedacht van Forces Nouvelles vooral geen nieuwe partij te maken, maar slechts een beweging die in zekere zin electoraal de weg moest effenen voor de CEPIC in wording.

De vergaderingen van Forces Nouvelles hadden plaats in de Belliardstraat 39, de zetel van de CEPIC, om het politieke programma van Forces Nouvelles op te stellen. Zo vertelt ons ook Albert Lambert, een conservatieve zakenman uit Huy: 'Benoît de Bonvoisin heeft de oprichting van Forces Nouvelles daar sterk aangemoedigd, maar Emile Lecerf was de drijfkracht voor honderd procent.' Het eerste congres van Forces Nouvelles had plaats op 23 november 1975 in de zetel van de CEPIC aan de Belliardstraat 39 in Brussel. Rond dezelfde tijd bracht Lecerf samen met Francis Dossogne in het familiekasteel van de Bonvoisin in Maizeret een reeks fascistische politieke leiders bijeen. Op die bijeenkomst van de zogenaamde Eurodroite waren Italianen van de MSI, Fransen van de Parti des Forces Nouvelles, Britten van het National Front en Spanjaarden aanwezig om hun onderlinge samenwerking te bespreken. Volgens Albert Lambert was ook Benoît de Bonvoisin die dag aanwezig in het kasteel, als discrete gastheer.

Het eerste congres

Twee weken later, op 13 december 1975, hield ook de CEPIC zelf zijn eerste nationale congres, maar dan in Luik. Beide congressen wilden op hun manier de politieke uitdrukking zijn van de zwijgende meerderheid, die zich eindelijk organiseert. De Bonoivsin was betrokken bij beiden.

Meer » CEPIC | Front de la Jeunesse

De CEPIC-nota

19 Mei 1981

Baron Benoît de Bonvoisin, die als fundraiser van Vanden Boeynants bij voorkeur achter de coulissen actief was, raakte bij het grote publiek pas bekend in het voorjaar van 1981. Toen werd in de pers de inhoud onthuld van een vertrouwelijke nota van de Staatsveiligheid, gericht aan de senatoren van de commissie Wijninck, een parlementaire onderzoekscommissie naar extreem-rechts en ordehandhaving. Op 19 mei publiceert De Morgen de inhoud van de vertrouwelijke CEPIC-nota. In de nota werd de Bonvoisin omschreven als 'een financier van extreem-rechts in België'.

Eigenlijk ging het niet om een nota van de Staatsveiligheid. Het spraakmakende document was gemaakt op het kabinet van de toenmalige minister van Justitie, Philippe Moureaux. Een medewerker van Moureaux deed dit aan de hand van rapporten van de veiligheidsdienst, die een deel van de informatie van de Brusselse gemeentepolitie had. Voor Moureaux kwam het uitlekken van de nota helemaal niet ongelegen. De inhoud was immers allesbehalve vleiend voor de entourage van Vanden Boeynants. En die zou in november 1981 in Brussel Moureaux' rechtstreekse tegenstander zijn tijdens de parlementsverkiezingen. Baron de Bonvoisin, telg uit een invloedrijke familie, was in alle staten, want zijn occulte rol in de politiek was geopenbaard. Voor de rechtbank begon hij een jarenlange strijd tegen Albert Raes, de grote baas van de Staatsveiligheid, en een van diens medewerkers. Zij waren volgens de Zwarte Baron de aanstokers van de hetze tegen hem.

Maar tijdens het gerechtelijk onderzoek kwam aan het licht dat de oorspronkelijke informatie van de Staatsveiligheid, die in essentie juist was, op het kabinet van Moureaux fors was aangedikt. Bovendien bleek dat een aantal agenten van de Staatsveiligheid in opdracht van de nummer twee van de dienst, de gewezen luchtmachtkolonel Jacques De Vlieghere, zich maanden voordien extra hadden uitgesloofd om bezwarende informatie over de baron te verzamelen. Jacques De Vlieghere was destijds door André Cools als adjunct van Raes bij de inlichtingendienst gekatapulteerd.

Meer » Staatsveiligheid | Commissie Wijninckx | Paul Vanden Boeynants

De processen van de Bonvoisin

18 Mei 1983

Baron Benoît de Bonvoisin legt een klacht neer tegen Albert Raes, de administrateur-generaal van de Staatsveiligheid en tegen commissaris Christian Smets.

10 December 1987

Op 10 december verplicht de Kamer van Inbeschuldigingstelling in het proces tegen Benoît de Bonvoisin een huiszoeking bij de Staatsveiligheid. Dit om via de boekhouding te achterhalen of journalisten werden betaald om de publieke opinie op te jutten tegen Benoît de Bonvoisin, welke journalisten bij de operatie betrokken waren en of Walter De Bock een van hen was. Degene die met de huiszoeking belast waren, hebben echter de meest elementaire regels aan hun laars gelapt en de administrateur-generaal van de Staatsveiligheid, Albert Raes, vooraf telefonisch gewaarschuwd. Ter plaatse heeft slechts een van hen met de heer Raes gesproken, met het gevolg dat er geen huiszoeking plaats vond.

26 April 1990 : De arrestatie van de baron

's Avonds heeft de beruchte baron de Bonvoisin, financier van extreem-rechts, een afspraak in het Brusselse Hilton-hotel, waar hij een vaste stek heeft. Zijn gast daagde echter niet op. De baron stapte in zijn Renault, ingeschreven op naam van de firma CIDEP, de uitgever van het blad Nouvel Europe Magazine. De edelman reed naar Parijs. Een paar kilometer voor de grens werd de Bonvoisin ingehaald door een rijkswachtauto van het Speciaal Interventie Esquadron. De baron werd naar Brussel gebracht en verhoord door leden van de financiële sectie van de BOB.

De volgende dag tekende onderzoeksrechter Jean-Claude Van Espen het arrestatiebevel. De baron werd verdacht van financieel en fiscaal geknoei met de firma CIDEP. Deze affaire dijde uit tot het geruchtmakende corruptieschandaal van de Luikse parkeermeters. Op dezelfde dag dat de baron werd gearresteerd, vond er een huiszoeking plaats in de woning van de vader van Francis Dossogne, die nog bestuurder is geweest van de firma CIDEP. Tijdens de huiszoeking werden verschillende documenten gevonden in verband met 'Groep G'. Daarop stond onder andere de naam van Bouhouche. Ook vonden de speurders een brief van Mièvis aan Dossogne, daarin is sprake van 'G6'. Mièvis schreef dat de kandidatuur van 'G6' om twee redenen belangrijk was. 'G6' had toegang tot de politieke informatie, waarover de rijkswacht beschikte en hij had een neef die bij de Staatsveiligheid werkte. 'G6' was de codenaam van Martial Lekeu.

Eind oktober 1996 wordt Baron de Bonvoisin tot vijf jaar effectieve gevangenisstraf veroordeeld wegens financieel geknoei. Hij is trouwens in de rechtszaal aangehouden, wat wijst op de ernst van deze veroordeling. Het is tijdens het gerechtelijk onderzoek naar deze affaire dat de eerste aanwijzingen van het schandaal met de Luikse parkeermeters aan het licht kwamen. Baron De Bonvoisin is 'de duivel' waarmee Cools een pact heeft gesloten. Alles mag volgens Cools, zelfs een pact met de duivel, om Luik uit zijn economische crisis te halen.

7 Juni 1995

Baron de Bonvoisin wordt door de correctionele rechtbank van Brussel in de zaak Cidep, uitgever van NEM, en van het reclamebedrijf PDG veroordeeld tot drie jaar effectief.

1 November 1996

Baron Benoît de Bonvoisin wordt door het Hof van Beroep in Brussel in de zaak Cidep/PDG veroordeeld tot 5 jaar effectief en wordt onmiddellijk aangehouden. Hij blijft opnieuw zes weken in de cel. De baron gaat in verzet tegen het arrest. Het proces zal worden overgedaan.

18 April 1997

Baron de Bonvoisin wordt door het Hof van Beroep in Brussel veroordeeld tot 3 jaar effectieve celstraf en 500.000 frank boete. De baron gaat in cassatie.

Het einde | 12 Mei 2000

Op 12 mei 2000 wordt Benoît de Bonvoisin vrijgesproken door de vierde kamer van het Hof van Beroep van Bergen. Het Hof onderzocht alle hem ten laste gelegde feiten en kwam tot de bevinding dat er geen enkel feit bewezen was van alle aanklachten in het dossier van de uitgeverij Cidep en oordeelt dat de feiten in het dossier van de publiciteitsfirma PDG verjaard zijn.

Meer » Staatsveiligheid | Martial Lekeu | Front de la Jeunesse

Interview Benoît de Bonvoisin

Inleiding

De Belgische Staatsveiligheid blijft in de kijker lopen. Na het gedwongen ontslag van topman Koen Dassen, is nu het Comité I aan het snuffelen in de archieven van de inlichtingendienst. Hoog op de lijst staan de dossiers over Benoît baron de Bonvoisin, bijgenaamd de Zwarte Baron, en in die rol door sommigen zelfs gezien als het brein achter de Bende van Nijvel. "De Staatsveiligheid heeft 25 jaar van mijn leven vernield", zegt de baron in een gesprek.

Baron de Bonvoisin wordt volgende maand 67 jaar. Een leeftijd waarop een mens rustig door het leven zou moeten gaan. Maar niet voor hem. Hij blijft een woelwater. Goed een derde van zijn leeftijd werd beheerst door een bitsige strijd met de Belgische Staatsveiligheid en met het Brusselse gerecht. Hij vloog twee keer - kortstondig - in de gevangenis, werd verdacht van illegale partijfinanciering, werd afgeschilderd als de spin in het extreem rechtse web van België en in die rol werd hij ook meermaals vernoemd in verband met de moorddadige Bende van Nijvel. Toch werd de man die sinds de jaren '80 moest leven met de bijnaam van de Zwarte Baron nooit vervolgd over zijn vermeende banden met het rechtse gespuis.

Nog minder werd hij officieel verdacht in het Bendedossier. De rechtszaak die tegen hem liep, eindigde zes jaar geleden op een vrijspraak. Sindsdien wordt zijn leven bepaald door een niet aflatende strijd om eerherstel. Toegegeven, als nog maar de helft van zijn verhaal klopt, is het op z'n minst kafkaësk te noemen. De baron kreeg moeilijk gehoor met zijn versie van het verhaal. Tot enkele dagen geleden het nieuws viel dat het Comité I, dat in opdracht van het parlement toeziet op de werking van de Belgische Staatsveiligheid, onderzoek doet naar de manier waarop bij de dienst in het verleden informatie doorstroomde. In het bijzonder houdt het Comité I het dossier van baron de Bonvoisin tegen het licht. Volgens de baron geen dag te vroeg.

Enkele dagen voor René De Witte van het weekblad P-magazine in het statige herenhuis aan de Sint-Michielslaan in Brussel arriveert, is de Brusselse krant La Libre Belgique veroordeeld wegens het publiceren van 'onheuse dingen' over de baron. "En dat voor de vierde keer. Dan mag de uitgever zich gelukkig prijzen dat hij niet in Californië woont. Drie keer veroordeeld worden voor dezelfde feiten en u vliegt daar levenslang in de bak." La Libre is niet het enige medium dat door hem is gedagvaard. Hadden eveneens prijs: France-Soir, Le Parisien, Le Quotidien de Paris, L'Evénement du Jeudi, RTL, Le Canard Enchaîné, Le Monde Diplomatique. Wee het gebeente van de journalist die nog met de losse pols over hem durft te schrijven. Dat geldt evenzeer voor Vlaanderen. En voor P-magazine. Zo heeft de Bonvoisin de reeks over de Bende van Nijvel ook gelezen. Alles wat over hem verschijnt wordt gesignaleerd en zonodig vertaald, zodat hij elke nuance, elke komma kan evalueren.

Een gesprek met Benoît de Bonvoisin : "De Staatsveiligheid is medeplichtig aan de Bende van Nijvel, niet ik."

"Ik vind dat u nog voorzichtig geweest bent wanneer u het had over de getuigenis van de procureur-generaal Jean-François Godbille voor de parlementaire Bende-commissie. U schrijft dat zijn geliefd jachtterrein extreem rechts was, en dan nog meer bepaald de Bonvoisin. Maar wat heeft de huidige advocaat-generaal van Brussel daar onder ede in feite verklaard? Dat hij via het onderzoek naar Cidep en PDG - twee vennootschappen die ervan beschuldigd werden valse facturen te hebben gemaakt en waarvan het gerecht dacht dat de Bonvoisin daar achter de schermen de touwtjes in handen had - uitgekomen is op een financiële maffia en dat daar de opdrachtgevers van de Bende moeten gezocht worden."

Nee, Godbille zei dat de financiële wereld in ons land is geënterd door de maffia en hij vroeg om in het kader van het Bende-onderzoek daarover verder onderzoek te mogen voeren.
"Hij heeft duidelijk laten uitschijnen dat ik achter de Bende zat. Ik zat toen op de tribune in het parlement de commissie te volgen en kan u vertellen dat zijn getuigenis een mokerslag was. Ik was even het noorden kwijt. Wat moest ik op dat moment doen? Zoals verwacht, werd ik opgewacht door de cameraploegen om commentaar te geven. Ik heb het in het belachelijke getrokken, gezegd dat men de commissie nu kon opdoeken, dat het Bende-enigma was ontrafeld, dat zij me nu zouden aanhouden. Zaak opgelost. Enfin, mon cher, dringt het bij u niet door hoe ernstig deze aantijging wel was? Godbille stond te liegen, onder ede. Daar staan zware straffen op. Kort nadien ben ik naar onderzoeksrechter Jean-Claude Lacroix - die het Bendeonderzoek leidt - geweest. 'Ik weet waarvoor u bent gekomen', zei die. 'Had ik nog maar aan één enkel woord van Godbille geloof gehecht, dan had ik u onmiddellijk aangehouden.' 'Is dit alles wat u te zeggen hebt?' vroeg ik. 'Ja', zei hij. Ik ben kwaad geworden. Een magistraat zit de commissie voor te liegen, zit de publieke opinie op te hitsen, zit de mensen eigenlijk op te roepen om mij neer te schieten. Dat is toch wat men zegt als men iemand ervan beticht het brein te zijn van de Bende."

"Korte tijd later zat ik met mijn advocaat in een restaurant toen een aantal klanten mij herkende. Ze zijn opgestaan, al roepend. 'Wij eten niet in de aanwezigheid van een moordenaar'. Begrijpt u wat de getuigenis van Godbille had aangericht? Ik heb Tony Van Parys, de voorzitter van de commissie, gevraagd om mij te ontvangen. Hij heeft geweigerd. Ik heb klacht ingediend bij het Arbitragehof. Dat heeft ons de raad gegeven een klacht in te dienen bij de procureur-generaal Van Oudenhove. Wat ook is gebeurd. Van Oudenhove heeft de zaak zonder gevolg geklas- seerd. Godbille werd gedekt door de onderzoeksrechter, de commissievoorzitter, het gerecht, de minister van Justitie. Dan zeg ik u dat de Bende wordt gedekt, op het allerhoogste niveau."

Gaat u niet wat kort door de bocht?
"Een analyse van de politiepraktijken in ons land en het recht op een eerbare behandeling van verdachten, geschreven door Marcel Trousse, voorzitter emeritus van de rechtbank van eerste aanleg in Luik. Dat is niet zomaar de eerste de beste. Deze passage gaat over mijn dossier, over de politiepraktijken. 'De gebruikte middelen zijn dubbelwaardig. Ze kunnen ook gebruikt worden om samenzweringen op te zetten, ze kunnen een merkwaardig werkinstrument van manipulatie zijn. De methode is alom bekend. Uitgaande van een welbepaald feit - zo mogelijk een echt gebeurd feit, zonodig een totaal verdraaid feit - ontwikkelt men bepaalde beschouwingen. Die beschouwingen worden vervolgens wijd en zijd verspreid om ze nadien te kunnen gebruiken als de waarheid. Dat is de praktijk van het amalgaam. Soms wil men op die wijze de aandacht van het publiek trekken om op die manier andere zaken te verbergen die vele keren erger zijn.' Dat zeg ik niet, hè, maar Trousse! Dat is met mij dus gebeurd. Wat ik nu zal zeggen, is schokkend. Het volstaat om te onderzoeken waarom Godbille over mij heeft gelogen om de waarheid over de Bende te achterhalen. Zijn getuigenis gebeurde in opdracht, dat is duidelijk. Maar van wie? Ik herhaal dat de Bende van Nijvel een staatszaak is, die toegedekt wordt door de hoogste juridische en parlementaire instanties. Even belangrijk als te zoeken naar de daders, is te onderzoeken waarom men geprobeerd heeft de speurders op een vals spoor te zetten."

Hebt u persoonlijk een idee wat de motieven van de Bende konden zijn?
"Alle specialisten weten dat het te maken had met destabilisatie en dit met de medeplichtigheid van de Staatsveiligheid."

Een van de sporen in het Bende-onderzoek was extreem rechts. En dus kwam u in beeld.
"Extreem rechts is een fabrication van de Staatsveiligheid. In Vlaanderen bestond de Vlaamse Militanten Orde. Maar in Brussel en Wallonië bestond extreem rechts in die jaren gewoon niet. De beweging van Daniel Ferret - van het Front National - bestond nog niet."

U kunt het bestaan van de extreem rechtse terreurgroep Front De La Jeunesse toch niet negeren.
"Ik zou het Front De La Jeunesse gefinancierd hebben. Onzin. Mag ik opmerken dat ik door de onderzoeksrechter in het onderzoek naar het FdlJ zelfs nooit ben ondervraagd? In het begin was het FdlJ niets meer dan een anticommunistische jongerenbeweging. Kijk, dit artikel uit La Libre Belgique is een echte lofzang voor het FdlJ. Het FdlJ is nadien geïnfiltreerd door de Staatsveiligheid en de zaak is totaal uit de hand beginnen te lopen. Wie heeft het Westland New Post opgericht? De Staatsveiligheid. Vindt u het normaal dat een agent van de Staatsveiligheid, Christian Smets, in bivakmuts opleiding gaf aan leden van het WNP?"

U was penningmeester van de CEPIC in de jaren '70 een de studiediensten van de PSC. U was een poulain van Paul Vanden Boeynants. Men kan VDB moeilijk verdenken van linkse sympathieën.
"Ik vergeet mijn eerste gesprek met VDB nooit meer. 'Hebt u politieke ambities?' vroeg hij. Ik zei van niet. 'Dan zult u het in de politiek nog heel ver schoppen', zei hij. Wat mij interesseerde, was de middenklasse, de zelfstandigen, de kaders. Ook voor VDB moest de CEPIC de centrumvleugel van de partij worden tussen enerzijds de vakbonden en anderzijds het grootkapitaal van de distributie. Cepic had succes. Op het eerstvolgende partijcongres werden onze programmapunten bijna unaniem goedgekeurd door alle strekkingen binnen de partij."

Leon Finné was lid van de CEPIC. Finné liep steeds gewapend rond, was als bankdirecteur bij de witwasbank Copine buiten gevlogen en stond bekend als koerier die zwart geld vanuit Zaïre naar Luxemburg bracht. Hij werd tijdens een Bendeoverval vermoord. Mooi volk bij de CEPIC, zou ik zeggen.
"Finné is nooit lid geweest van CEPIC. Omdat ik hem niet vertrouwde. Hij is naar mij gestuurd door senator Saint-Remy. Dat deed die altijd als hij aan iemand twijfelde. Finné kwam zichzelf voorstellen, hij wilde binnen CEPIC een belangrijke rol komen spelen. Maar ik vertrouwde hem niet. Ik wist dat hij optrad als indicateur van de Staatsveiligheid. Dat de Staatsveiligheid ons wilde infiltreren, wist ik van Bernard Mercier, een directielid van de CEPIC. Hij had mij vanaf de eerste dag verteld dat hij was benaderd. Ik had hem gezegd: vooral doen, dan weten we waarnaar de Staatsveiligheid op zoek is. Om duidelijk te zijn: ik heb Finné dus geweigerd."

VDB gaf u nog een andere opdracht: actie voeren tegen de sovjetinvloed bij ons.
"Het was de periode dat er sprake was van het plaatsen van kruisraketten. Pas op, van defensieve raketten, gericht op de offensieve raketten van de Sovjet-Unie. Kolonel Bougerol gaf daar opmerkelijke conferenties over. Dat gebeurde in privékringen."

En u organiseerde die?
"Ja. Die conferenties gingen over de infiltratietechnieken van de Sovjet-Unie, over de intoxicatie van linkse middens in ons land, over de beïnvloeding van journalisten en politici. En wij hadden ontdekt dat de Staatsveiligheid daar een dubbelzinnige rol in speelde."

Hoe kan u dat weten?
"Omdat agenten van de Amerikaanse en Franse veiligheidsdiensten mij dat hadden verteld. Ook generaal Bastogne, de grote baas van onze militaire veiligheidsdienst SDRA, had mij gesproken over de problemen die ze hadden met Albert Raes, de toenmalige baas van de Staatsveiligheid. De boodschap van de Amerikanen was overduidelijk: Raes was een probleem voor ons land en voor de NAVO. Wat die mensen mij hebben toevertrouwd, kan ik niet zeggen. Zoals het veiligheidsagenten past, hebben ze dat mondeling meegedeeld. Hadden ze het neergeschreven, dan kon ik u meer vertellen. We wisten dat de Staatsveiligheid in ons land enkele journalisten betaalde in ruil voor informatie. Tegelijk konden ze op de goodwill van dezelfde journalisten rekenen. Ik wilde weten welke journalisten in mijn dossier waren betaald. Er is dus een klacht geweest en een gerechtelijk onderzoek. Maar dat schoot niet op. In 1987 hebben we voor het hof van beroep in Brussel gedaan gekregen dat er bijkomende onderzoeksdaden zouden uitgevoerd worden. Onder meer kreeg de onderzoeksrechter Colin de opdracht om de boekhouding van de Staatsveiligheid in beslag te nemen. Colin heeft zijn komst aangekondigd, wat ongehoord is. Ik heb horen zeggen dat meteen daarna een hele nacht lang bij de Staatsveiligheid stapels documenten zijn vernietigd. Mijnheer Dorpe van het Hoog Comité van Toezicht is naar Raes geweest om de boekhouding in beslag te nemen. Hij is, na een stevig preek van Raes, met lege handen teruggekeerd. Wat voor een land is dat waar men het bevel van rechter zomaar naast zich kan neerleggen? Een van de opvolgers van Raes heeft mij later toevertrouwd dat hij verbouwereerd was toen hij bij de Staatsveiligheid het bestaan van zwarte kassen had ontdekt."

De rode draad in uw verdediging is dat u een slachtoffer bent van de Staatsveiligheid.
"Dat is een zekerheid. Ik moest onder meer als voorbeeld dienen om anderen te doen zwijgen. Maar ik ben niet de enige die vermorzeld is door het systeem. Er zijn er vele anderen."

Wie?
"U weet toch ook dat de Bende van Nijvel meer dan 28 slachtoffers heeft gemaakt? Hoeveel mensen meer zijn er, net als in het dossier-Dutroux, vermoord omdat ze te veel wisten? Kijk wat De Morgen schreef naar aanleiding van het ontslag van Koen Dassen. Dat zeg ik niet, hè. 'De brandstichting bij het linkse weekblad Pour, de uitgelekte nota over de financiering van het CEPIC door baron Benoît de Bonvoisin, de ontdekking van de neonazimilitie Westland New Post en de zelfmoord van WNP-leider Paul Latinus, de aanslagen van de 'communistische' terreurgroep CCC, de onthullingen over de anticommunistische stay behind-organisatie Gladio, het dossier-Pinon en de ongrijpbare verhalen over de Roze Balletten en vooral de moordende aanslagen van de Bende van Nijvel: in al die dossiers heeft de Staatsveiligheid een nooit helemaal opgehelderde rol gespeeld.' Prachtig van De Morgen."

"En toch wordt het allemaal niet onderzocht. Ik pleit al jaren voor een parlementaire onderzoekscommissie over de Staatsveiligheid. Tijdens de commissie-Dutroux heb ik een paar keer met voorzitter Verwilghen gesproken. Die heeft mij de oprichting van een commissie beloofd. 'Een van mijn Vlaamse collega's heeft me verteld dat alles wat in ons land op gerechtelijk vlak fout loopt, te maken heeft met de Staatsveiligheid. Als ik minister van Justitie word, zal ik zo'n commissie oprichten. Dat vertel ik u in vertrouwen. Dat zal ik niet publiekelijk verklaren, want dan weet ik dat er druk zal zijn en dan kan ik het ministerschap van Justitie wel vergeten.' Die commissie is er niet gekomen en weet u waarom? Omdat Albert Raes achter de schermen nog een van de machtigste mensen van het land is gebleven."

Raes is voor u de baarlijke duivel.
"Hij heeft van mij Le Baron Noir gemaakt. Weet u wat noir betekent? Hier betekent dat nazi. Denkt u dat er nog een bedrijf was die mij met zo'n bijnaam in dienst wilde nemen? De clash met de Staatsveiligheid is begonnen toen wij vernamen dat huurlingen vanuit Luik naar Zaïre waren vertrokken, om het Belgische leger - op officiële missie - tegen te werken. Raes wist dat, maar had de regering van VDB daarvan niet op de hoogte gebracht."

Foei. Huurmoordenaars laten vertrekken naar het land van uw goede vriend Mobutu.
"Ik was ook goed bevriend met Savimbi, een pro-westerse rebellenleider. We streden samen tegen de sovjetinvloed in Angola. Ik wist erg veel over de Belgische clan die achter de rug van Mobutu van alles zat te chipoteren. In Zaïre was de Belgolaise, de Belgische koloniale maatschappij, almachtig. Ik waarschuwde Mobutu van wat ik daarover wist. Het is zonneklaar dat een Belgisch-Zaïrese clan wilde verhinderen dat ik te vaak naar Zaïre ging. Het geval met de huurlingen vond ik bijzonder ernstig. Aan de ene kant probeerde België de destabilisatie van Zaïre te voorkomen en aan de andere kant liet de Staatsveiligheid huurlingen vertrekken. Het was een reden temeer om de democratische controle van de Staatsveiligheid te eisen. Raes heeft tegen de kabinetschef van VDB, Everaert, gezworen dat hij het vel van de minister zou hebben. De problemen zijn ook voor mij toen begonnen."

De ellende begon pas echt in 1981, met een artikel in De Morgen, dat u net zo heeft bejubeld. U was de financier van extreem rechts, u had de Duitse nazi Ekerhard Weil uit de handen van het gerecht gehouden.
"Naar aanleiding van de commissie-Wijninckx, die de privémilities wilde onderzoeken, is door de Staatsveiligheid een nota over extreem-rechts gemaakt. Een persoon die aan de nota had meegewerkt, heeft later in een proces-verbaal verklaard dat hij op bevel van kolonel Devlieghere van de Staatsveiligheid de voorwaardelijke wijs in het document moest vervangen door de stellende wijs. De pv's die over mij zijn opgesteld, waren dus vervalst. U spreekt over Weil. Die kende ik van haar noch pluim. De waarheid is dat hij in Brussel was aangehouden. De nacht voor hij voor de onderzoeksrechter moest verschijnen, heeft de Staatsveiligheid hem uit de gevangenis gehaald en aan de Franse grens afgezet. Hij mocht zeker niet praten."

Op een punt heeft u gelijk: de Staatsveiligheid is een krabbenmand. Nu moet de baas, Koen Dassen, de eer aan zichzelf houden.
"Zijn ontslag heeft mij niet verbaasd. Ik heb hem ontmoet om te praten over een arrest van het hof van beroep uit 1987. In dat arrest wordt Raes berispt om het feit dat hij nooit een rechtzetting heeft uitgestuurd op de leugenachtige rapporten van 1981. Omdat die rechtzetting nooit was gebeurd, ben ik met Dassen gaan praten om het alsnog toch te doen. Dassen zei dat hij dat niet kon doen aangezien ik momenteel procedures heb lopen tegen de Staat."

Wat bedoelt u?
"Men heeft mij 25 jaar lang uitgemaakt voor nazi. De Staatsveiligheid heeft geweigerd een rechtzetting uit te sturen. Men heeft mij jarenlang gebroodroofd. Artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek is duidelijk: wie schade aanricht, moet die vergoeden."

Keert u zich tegen de Belgische Staat? Hoeveel vraagt u?
"Helaas, de Belgische Staat. Dat zijn de belastingbetalers. Een schande want eigenlijk zouden diegenen die de oorzaak zijn, moeten betalen. Het bedrag staat niet vast. De advocaten zijn daarmee bezig."

Hoe ver staat het met dat proces?
"We hebben net de besluiten gekregen van de Belgische Staat. Ik heb nooit zoiets stoms gelezen. 'In de ver- onderstelling dat de eiser schade zou hebben geleden, dan moet worden vastgesteld dat eiser al ruimschoots vergoed is geweest in de vele rechtszaken tegen journalisten waarbij hij onder meer 20.000 Franse frank heeft ontvangen van TF1'. Ongelooflijk. Ik heb van TF1 nooit een frank gekregen. Waar haalt hij het? Ik heb mevrouw Onkelinx een brief geschreven met de suggestie een ietwat verstandiger raadsman aan te stellen."

Volgens u bent u ook een stoorzender omdat u in het bezit bent van een rapport over de economische collaboratie tijdens de Tweede Wereldoorlog.
"Mijn grootvader, Alexandre Galopin, was gouverneur van de Generale Maatschappij van België. Hij was door koning Leopold belast met de organisatie van de economische weerstand. Het opzet was om zo veel mogelijk mensen hier aan de slag te houden, te vermijden dat ze als dwangarbeiders zouden worden afgevoerd. Mijn grootvader is hier, in de hal van dit huis, in 1944 doodgeschoten. Dat gebeurde niet toevallig enkele weken nadat hem een lijst was overgemaakt met de namen van de Belgische nijveraars die op twee paarden hadden gewed. Dat heeft de secretaris van het comité-Galopin mij kort voor zijn dood verteld. Ik heb daar later mijn persoonlijk onderzoek naar gevoerd."

En u hebt die lijst.
"Toch niet, maar ik weet waar hij moet te vinden zijn. Tijdens de oorlog heeft mijn grootvader een memorie opgesteld die vijftig jaar na de oorlog publiek zou moeten gemaakt worden. De dag na zijn moord is in zijn huis in Maizeret ingebroken. Men zocht die memorie. In mei 1990, wanneer de memorie publiek zou worden gemaakt, ben ik aangehouden. Meteen daarna zijn medewerkers van de omstreden rijkswachter Patrick De Baets en van Godbille naar Maizeret gegaan, op zoek naar de memorie. Het huispersoneel is toen zwaar onder druk gezet om te onthullen waar de documenten zich bevonden. Ze hadden overigens geen toelating van de onderzoeksrechter om die huiszoeking te verrichten. Ook deze zaak is bij het parket zonder gevolg gebleven."

U hebt die memorie nog ergens, maar waar is de lijst?
"Wat ik over de lijst weet, is dat de Duitse generaal Von Falkenhausen een kopie had. Jaren later, bij het opruimen van zijn woning in Brussel, is de lijst opgedoken en overgemaakt aan de stafhouder van de Brusselse balie die de lijst op zijn beurt heeft overgemaakt aan het gerecht. Daar is uiteraard niets mee gebeurd. Maar laten we over iets anders praten. Ik wil mijn persoonlijke problemen niet verweven met het probleem van de archieven en de moord van mijn grootvader."

Toch nog één vraag. De archieven zijn meer dan vijftig jaar oud. Wanneer maakt u ze publiek?
"Goeie vraag."

Maar geen antwoord? Laten we het hebben over PDG en Cidep, twee bedrijven die beschuldigd werden van valse facturatie, en waarvoor u jarenlang bent vervolgd.
"En uiteindelijk vrijgesproken."

Niet helemaal, een van de dossiers was ondertussen verjaard. Dat is wat anders dan vrijgesproken worden.
"Heel juist, u heeft zich goed voorbereid. Tijdens zijn strafvordering zei de procureur dat de feiten bij Cidep vele keren ernstiger waren dan bij PDG. Wel, voor Cidep ben ik vrijgesproken, de feiten bij PDG waren verjaard. Waarom ben ik vrijgesproken? Omdat de rechter alle getuigenissen tegen mij heeft afgewezen omdat ze volgens hem vals en afgedwongen waren. Ik ben in die dossiers betrokken geraakt omdat ik kantoren verhuurde aan deze bedrijven. Het gebouw waar Cidep gehuisvest was, hebben ze in 1990 zonder enige reden verzegeld en hoewel ik al zes jaar geleden in dit dossier ben vrijgesproken, zijn de zegels nog steeds niet gelicht. Dat betekent een inkomstenderving van 2.500 euro per maand, zestien jaar lang. Ik mocht niet verhuren, niet verkopen. Vindt u zoiets normaal? De nieuwe procureur-generaal van Brussel heeft mij net geschreven dat de zegels zullen worden opgeheven. Eens te meer zullen niet de verantwoordelijken moeten opdraaien voor een schadeloosstelling, maar de belastingbetaler."

Eigenlijk begon dit onderzoek met een corruptiezaak met parkeermeters in Luik.
"Twaalf mensen zijn voor de strafrechter moeten verschijnen. Er is een enkele vrijgesproken: ik! In het kader van dat onderzoek had men in mijn pied à terre in Parijs een huiszoeking verricht. Men vond er welgeteld één factuur, een factuur voor verkiezingsdrukwerk voor Johan Van Hecke. Die factuur had men verstuurd naar de Compagnie Générale des Eaux, de Franse groep die ik in België had geïntroduceerd om een tegengewicht te vormen voor het monopolie van Electrabel. Ik had de CGE verboden om die factuur te betalen en die is dus ook niet betaald. Het gerecht dacht dat ik betrokken was in een grootscheepse facturenzwendel en is overal bij drukkerijen in Brussel en omstreken huiszoekingen gaan verrichten. Er zijn massa's valse facturen gevonden, van tal van politici, maar ook van een grote Waalse industrieel. Met geen enkele van die facturen had ik wat te maken. Wat dacht u wat er met die informatie nadien is gebeurd? Niets. Nog maar eens het bewijs dat wij een gerecht hebben met twee snelheden."

Bron » P-magazine | René De Witte
Forum » Bespreek Benoît de Bonvoisin