De moord op Alfred Vlassenroot
Partners tot de dood
Tot de vriendenkring van Cams behoort ondermeer de industrieel Alfred Vlassenroot, eveneens een selfmademan waarmee Cams trouwens zaken doet. De heren zien elkaar regelmatig en zitten wel eens samen aan dezelfde tafel in het restaurant Le Vieux Berchem. De moord op Cams en het vertrek van Antonella maakt een bruusk einde aan deze zaken- en vriendschapsrelatie. Iets meer dan twee jaar later, op 17 januari 1986, wordt ook Vlassenroot in Ukkel vermoord aangetroffen in zijn Mercedes. De gerechtelijke politieagenten die met het onderzoek worden belast, denken eerst in de richting van een afrekening, uitgevoerd met een riot gun. Enkele gevonden glasscherven op de plaats van de misdaad leiden de speurders naar een garage in Schaarbeek, waar de daders een auto hebben gehuurd. Het blijken twee medewerkers te zijn van het detectivebureau Kabinet De Vos, dat geleid wordt door Herman Van Herzele. Het drietal wordt gearresteerd.
Tijdens het verhoor komt aan het licht dat de opdracht tot de moord gegeven werd door de vrouw van Vlassenroot zelf. Zo luidt althans de officiële versie. Als de naam van Van Herzele door het parket wordt vrijgegeven, gaat bij sommigen een licht op. Documentatiemappen worden geopend en zo kan een verband worden gelegd tussen de aangehouden privé-detective en een nabije medewerkster van de Arabische 'journalist' Al Ajjah Faez , een hoogst merkwaardig personage. Het is met zijn peperdure Mazda dat op 25 oktober 1981 een aanslag werd gepleegd op rijkswacht kolonel Vernaillen, die in die periode het onderzoek uitvoerde naar de zaak François. De auto was op dat moment als gestolen aangegeven. Medio 1985 werd diezelfde Faez in eerste aanleg veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf met uitstel. Aanleiding daartoe was een poging tot het oplichten van de verzekeringsmaatschappij door valse verklaringen over autodiefstallen.
Een andere beschuldigde, de Brusselse garagist Dehaut die voordien al eens veroordeeld was wegens drughandel met Zaïrezen, stond dan weer in contact met een Amerikaan die verdacht werd van betrokkenheid bij een mislukte aanslag op een medewerker van kolonel Vernaillen in het onderzoek, de BOB'er Goffinon. Faez had voordien eveneens contacten met leden van het extreem-rechtse Westland New Post. Militanten van deze groepering worden verdacht van een dubbele moord en diefstal van geheime NAVO-telexen uit het communicatiecentrum van de generale staf van het Belgisch leger. De leider van het WNP, Paul Latinus, is in hoogst merkwaardige omstandigheden om het leven gekomen. Al deze gebeurtenissen rond het WNP groeiden uit tot een schandaal, waardoor met name de Belgische Staatsveiligheid - waar ook Cams geen onbekende was - in verlegenheid werd gebracht.
Het bleek immers dat een aantal agenten van deze inlichtingendienst nauw betrokken waren bij de activiteiten van het WNP. Hun precieze rol is vandaag de dag nog altijd niet erg duidelijk. De extreem-rechtse omgeving van detective Van Herzele stelt de onderzoekers naar de moord op Vlassenroot voor talloze raadsels. Op de koop toe worden in de marge van de gerechtelijke enquête ook aan baron de Bonvoisin, vier jaar voordien door de Staatsveiligheid aangeduid als financier van rechts-radicale groeperingen en personen, enkele vragen gesteld. Zijn naam en die van Van Herzele die enige tijd na de moord opnieuw wordt vrijgelaten, prijken in de agenda van de vermoorde Alfred Vlassenroot.
| Zie ook » Bouhouche & Beijer | Westland New Post | Staatsveiligheid | Benoît de Bonvoisin | De zaak Vlassenroot |
Casino-piste
Geld, macht en drugs
1979 wordt een rampjaar voor Cams. De consumentenvereniging Verbruikersunie verricht een onderzoek naar de praktijken van medische labo's. De resultaten van die enquête worden gepubliceerd in het juni-nummer van het ledenblad Testaankoop. Het Medisch Laboratorium van Ganshoren is één van de onderzochte instellingen en maakt, zoals het merendeel van de labo's, geen goede beurt. Over de aangerekende prijs per analyse stellen de samenstellers van het blad: 'De RIZIV-uitgaven voor labo-onderzoeken bedragen zowat 10 miljard frank, als alle laboratoria tewerk gaan zoals die welke wij beproefden en gemiddeld 15 procent teveel aanrekenen, beloopt het onrechtmatig betaalde supplement 1,5 miljard frank'.
Het labo van Cams is terzake geen koploper, maar zit met z'n 25 procent toch een goed stuk boven het gemiddelde. Na de zomervakantie, op 11 september 1979, worden de twee dokters-beheerders van het labo van Cams geschorst door de Orde van Geneesheren. Zij hebben de deontologische regels geschonden, hebben via de uitbetaling van hoge commissies aan dokters het onnodig laten uitvoeren van analyses gestimuleerd. Cams voelt zich zwaar beledigd door die beslissing van de Orde. Hij daagt de doktersorganisatie zelfs voor hel Europees Gerechtshof in Straatsburg. Maar die rechtbank wijst op 10 juli 1981 zijn klacht tegen de Orde van de hand.
Om zijn blazoen wat op te poetsen had Cams in 1979 inmiddels ook al een tweede labo, Medicoinfor,opgericht. Wat de enquête in Testaankoop liet vermoeden,komt onomstotelijk vast te staan na de gruwelijke moord op de labo-eigenaar. De hele administratie wordt gewoontegetrouw in beslag genomen en duchtig gecontroleerd. Zo komt aan het licht dat er op gigantische wijze met de boekhouding is geknoeid ten nadele van de ziekteverzekering en de fiscus. Twee dokters die met Cams samenwerkten, worden een tijd in hechtenis genomen om uitleg te kunnen verschaffen over de fiscaal onfatsoenlijke manier waarop de laboratoria werden geleid.
Paul Cams heeft zich echter niet enkel op commerciële manier met gezondheidszorg beziggehouden. Zo wordt onder zijn impuls op 9 december 1977 een naar hem genoemde stichting opgericht die het wetenschappelijk onderzoek inzake kankerziekte en sclerosis multiplex wil aanmoedigen. Naast Cams behoren tot de oprichters ook zijn levensgezellin Odile Pannecoecke, zijn boekhouder Théo De Bouvere, een geneesheer-professor aan de VUB (tevens lid van de nationale raad van de Orde van Geneesheren), een wetsdokter en enkele anderen.
De pauselijke zegen
Maar voor Cams dient die stichting eigenlijk in de allereerste plaats om zijn prestige op te poetsen. Het is overigens dezelfde reden die Cams drijft in de richting van allerhande organisaties, waar kwistig wordt omgesprongen met ronkende titels. Zo wordt hij in 1979 Grootofficier in de Patriarchale Orde van het Heilig Kruis van Jeruzalem, een ridderorde die niet wordt erkend door het Vaticaan. Datzelfde jaar raakt hij eveneens in het bezit van een document waaruit moet blijken dat hij op 20 april de pauselijke zegen heeft gekregen van Johannes Paulus II. Daarop draagt hij de naam van 'Signor Barone Paoul José Cams de Vanderberg'.
Op 14 juli 1981 wordt Cams officieel gehuldigd als nieuwe ereconsul in Brussel voor het Afrikaanse land Senegal , weer een titel die indruk maakt. Over de manier waarop hij het zover kon brengen, bestaat weinig duidelijkheid. Volgens De Morgen van 27 februari 1986 zou dit wel eens verband kunnen hebben met de schenking van een ziekenwagen en automatische rolstoelen aan dit land, een gift waarbij Cams' vriend Hilaire Beelen eveneens betrokken is geweest. Met diezelfde Beelen maakt Cams deel uit van de zeer conservatieve vrijmetselaarsvereniging, de Grootloge. waar veel uiterlijk vertoon tot de geplogenheden behoort.
Voor Paul Cams is nu eenmaal elk middel goed om te kunnen doordringen tot de Brusselse High Life, of wat daar moet voor doorgaan. Geregeld ontmoet hij personen uit dat milieu in goktenten, die officieel nochtans als eerbiedwaardige drank- en eetgelegenheden geregistreerd staan. Er wordt daar illegaal voor grof geld gespeeld, maar de politiediensten doen vaak alsof er niets aan de hand is. De belangrijkste speelzalen zijn gelegen in de chique buurt rond de Brusselse Louisalaan. Daar is ook sinds jaar en dag het hotel-restaurant Carlton gevestigd dat eigendom is van de nabestaanden van verzekeringsmakelaar Josi.
De Carlton is een ontmoetingsplaats voor Brusselse prominenten als de politicus Paul Vanden Boeynants, de parking- en wolkenkrabbenbouwer Charly De Pauw, die inmiddels is overleden , en nog tal van anderen die men wel eens als 'les amis de VDB' omschrijft. Cams wil daar ook bij horen. Vermits hij geld zat heeft, koopt hij zich gewoon in dat milieu in. Op 19 juli 1978 wordt onder zijn impuls de naamloze vennootschap New Carlton opgericht met de bedoeling om de uitbating van het hotel-restaurant in handen te nemen. De groep Josi zit aanvankelijk ook nog in de boot. Als afgevaardigde-beheerder wordt Rik Van Aerschot aangeduid, die een topkaderlid is van de verzekeringsmaatschappij Josi. Van Aerschot, evenals Cams en Beelen lid van de Grootloge, is in het verleden nog de nationale schatbewaarder van de PVV geweest.
Grootheidswaanzin
Maar al heel vlug ontstaan er wrijvingen. Op 16 oktober 1978 neemt Van Aerschot ontslag als afgevaardigd-beheerder. Hij wordt vervangen door Cams' vriendin Anionella Pannecoecke, die enige tijd nadien die functie afstaat aan Théo De Bouvere, de trouwe boekhouder van Cams. Maar de zaken lopen niet zo gesmeerd als Cams had verwacht. Midden 1980 kampt de vennootschap al met een verlies van om en bij de 10 miljoen. Cams probeert het tij alsnog te keren . Hij trekt een nieuwe beheerder, de restauranthouder Renato Iaione, aan. Het baat niet, want op 21 januari 1981 gaat de vennootschap in faling.
Théo De Bouvere pleegt diezelfde dag zelfmoord in zijn appartement aan de kust. Voor hem is het allemaal teveel geworden. Renato Iaione probeert de scherven te lijmen en richt op 3 februari een personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid op. Maar ook deze nieuwe vennootschap brengt geen baat . Op 12 april 1982 rijdt Iaione zich met zijn wagen te pleiter in de Brusselse Van Praetlaan. Voor de politie is dit ongeval een raadsel want de genoemde laan is immers erg breed. Nochtans wordt geen enkel spoor gevonden van een mogelijke sabotage van de auto.
De oorzaak van de debácle van de New Carlton ligt ongetwijfeld bij de grootheidswaanzin van Cams. Het hotel-restaurant was economisch niet zo rendabel, maar de eergierige Cams wilde het tegendeel bewijzen. Maar in de eerste plaats was het zijn bedoeling om via de uitbating ervan door te stoten naar de top. Om die reden stelt hij de ruimte ook enkele malen ter beschikking van het financieel comité van Willy De Clercq, waarvan Cams deel uitmaakt. Een voormalig werknemer van Cams in de Carlton herinnert zich er ooit ook Wilfried Martens, Hugo Schiltz, de vrouw van de gewezen Duitse president Walter Scheel en veel belangrijke buitenlandse diplomaten te hebben gezien.
Paul Cams heeft nog andere bedoelingen als hij zich inkoopt in de Carlton. Hij weet dat nogal wat Brusselaars maar al te graag een casino in de hoofdstad willen oprichten. De Carlton zou daartoe een geschikte plaats kunnen zijn. Maar volgens een wet uit 1905 is het in België verboden om een casino uit te baten. Ten uitzonderlijke titel zijn er wel acht vergunningen afgeleverd en die acht casino's vertegenwoordigen gemiddeld 300 miljoen frank per jaar inkomsten voor de schatkist. Brussel valt terzake echter uit de boot. Velen zijn nochtans van mening dat de hoofdstad als vestigingsplaats van de Europese Gemeenschappen en de NAVO recht heeft op zo'n casino.
Wraak
In 1977 kaart de Brusselse industrieel Jean De Broux het probleem aan bij de nationale overheid. De Broux, beheerder van talloze vennootschappen waaronder de verzekeringsmaatschappij AG en de bewakingsfirma Sccuritas, is al jarenlang begaan met het toeristisch aantrekkelijk maken van Brussel. Hij is ook lid van de elitaire en oerconservatieve Cercle des Nations. Hij polst eveneens de uitbaters van de acht casino's van het land, maar zijn vraag naar een vorm van samenwerking wordt afgewezen. Ondanks het verbod op bepaalde kansspelen wordt er in de hoofdstad natuurlijk duchtig gegokt, ook door Cams. Op 15 maart 1977 valt de rijkswacht binnen in de Piccadilly te Sterrebeek. Alle speeltoestellen en de boekhouding worden in beslag genomen. Uitbaters van deze goktent zijn Albert Vandenborre en de Nederlander Baptist Andries. Deze inval veroorzaakt heel wat heisa, die uiteindelijk zal leiden tot de ontbinding van de sectie kansspelen van de Brusselse BOB.
Tijdens het daarop volgend proces voor de correctionele rechtbank gebeuren er enkele vreemde dingen. Substituut Claude Leroy stelt dat de inval in de Piccadilly ingegeven is door weerwraak van de BOB'er, die het jaar voordien ook al eens in de clinch is gegaan met Vandenborre. Aanleiding daartoe was een inval in een andere club van Vandenborre, waarvoor op een bepaald ogenblik niemand minder dan oud-voetbalspeler Jef Jurion gaat pleiten bij de BOB. Op het Piccadilly-proces wijst substituut Leroy eveneens naar de dubbelzinnige wetgeving: enerzijds verbod op kansspelen, anderzijds acht uitzonderingen en belastingen heffen op de speelwinsten. Twee jaar later, in 1979, vestigt de Fransman Gilbert Zemour zich in Brussel . Hij is een van les frères Z, een beruchte clan uit de Franse onderwereld. Gilbert Zemour, ooit nog vertegenwoordiger voor een financiële instelling, bouwt in de hoofdstad een net van speelzaken uit.
In één van deze zalen is Paul Cams een trouwe klant. Cams raakt bovendien bevriend met Gilbert Zemour, die heel wat vooraanstaanden onder zijn cliënteel rekent. In datzelfde jaar wordt het van overheidswege toegelaten casino van Namen overgenomen door Jouph Khafda, een bekend financier van de Franse onderwereld. Volgens de gewezen Franse politiecommissaris Le Taillanter is Zemour daar ook bij betrokken. Geregeld brengt de al genoemde substituut Leroy, vaak samen met de oude dame Yvonne De Schuyteneer, een bezoek aan het casino van Namen, zonder zich echter zelf aan het spel te wagen. Begin november 1979 wordt het casino in geheimzinnige omstandigheden door brand vernield. Vanuit Brussel worden aan Khaïda voorstellen gedaan om zich in Brussel te komen vestigen, maar zover komt het niet. Gilbert Zemour blijft inmiddels goede zaken doen met zijn goktenten, ook al heeft hij er officieel niets mee te maken. Hij maakt nog geregeld een reisje naar Frankrijk, waar hij ook nog belangen heeft. Na de linkse verkiezingsoverwinning en de benoeming van François Mitterrand tot president in 1981, begint het te rommelen in het Franse gokwereldje.
De noodzaak van een casino
De welbekende Cercle Hausman in Parijs, eigendom van de inmiddels vermoorde Marcel Francisci, een vriend van Gilbert Zemour, wordt door de overheid gesloten. Francisei die nauw aanleunt bij de Gaullistische partij van Jacques Chirac, tekent natuurlijk bezwaar aan tegen deze maatregel. Hij kan daarbij rekenen op de steun van zijn politieke vrienden, waaronder Charles Pasqua, voormalige chef van de beruchte gaullistische privé-militie Service d'Action Civique en oud minister van Binnenlandse Zaken. Ook rond het bekende maar gesloten casino Ruhl in Nice ontstaat weer beroering. Talloze kandidaat-overnemers dienen zich aan. Eén van hen is Gilbert Zemour. Maar enkele weken later, op 28 juli 1983, wordt Zemour, tijdens een kortstondig verblijf in Parijs doodgeschoten. Op 8 april van dat jaar was ook al zijn broer Edgard, die in het Amerikaanse Miami verbleef, door onbekenden vermoord. De daders zijn tot op heden nog niet gevonden. De omstandigheden waarin zowel de broeders Zemour als Paul Cams vermoord werden lijken sterk op elkaar. De moordenaar moet in beide gevallen bijzonder goed op de hoogte geweest zijn van de levensgewoonten van zijn slachtoffer.
Het 'gelobby' voor een casino in Brussel werd intussen onverminderd voortgezet. Het CEPIC, de georganiseerde rechterzijde van de Franstalige christen-democraten, is in 1981 van oordeel dat een casino voor Brussel een noodzaak is. In datzelfde jaar, op 15 november wordt de vereniging zonder winstoogmerk Les Amis du Casino de Bruxelles opgericht. De spilfiguur is Yvonne De Schuyteneer alias Bobonne Champagne, die wil ijveren voor de oprichting van een casino in de gebouwen van het Carlton-hotel. Enkele weken na de oprichting van deze vzw wordt een regering van liberalen en christen-democraten benoemd. Jean Gol wordt minister van Justitie. Hij trekt als kabinetsmedewerker de Brusselse substituut Claude Leroy aan. Twee jaar later stelt de Justitieminister een aantal wijzigingen op de wetgeving inzake kansspelen en casino's voor. Bedoeling zou zijn elke aanvraag tot oprichting van een casino nader te onderzoeken.
Dit wetsontwerp lokt fel protest uit bij de bestaande casino-uitbaters, die bevreesd zijn voor kapers op de kust. Vreemd genoeg trekt de minister van Justitie zijn voorstellen weer in. Inmiddels is Claude Leroy als kabinetsmedewerker van Gol aan de deur gezet. Hij zet zijn carrière binnen het Brusselse parket voort. Maar op 25 maart 1985 wordt Leroy gearresteerd. Hij wordt er onder andere van beticht dat hij via Baptist Andries van de Piccadilly gegevens uit gerechtelijke dossiers heeft doorgespeeld naar de onderwereld. Leroy moet zich datzelfde jaar nog voor de rechtbank verantwoorden. Tijdens dat proces wordt ook Yvonne De Schuyteneer ten tonele gevoerd. Zij blijkt een zeer goede vriendin van de beschuldigde substituut te zijn. Maar ook zij is gewikkeld in allerhande duistere zaakjes, waar veel geld mee gemoeid is. Leroy zelf wordt op 4 december 1985 tot 18 maanden cel veroordeeld, maar hij komt al vlug daarna weer vrij.
| Zie ook » CEPIC | Paul Vanden Boeynants |
Bende van Nijvel
Toevallige verbanden
Hoewel we niet met zekerheid weten of Cams contacten had met personen die in verband met de bende van Nijvel werden genoemd - verder onderzoek moet dat uitwijzen - menen we dat het nodig is, op een voorzichtige wijze, deze relaties aan te halen. Gezien zijn belangstelling voor speelzalen is het niet uitgesloten dat Paul Cams de in opspraak gebrachte substituut Claude Leroy heeft gekend, maar hierover bestaan geen concrete gegevens. Evenmin is het bekend hoe precies de relatie tussen Cams, Juan Mendez Blaya en Jean Bultot juist liep. Laatstgenoemde, adjunct-directeur van de gevangenis van Sint-Gillis, is begin 1986 uit België gevlucht om zich naar verluid met de hulp van zijn vriend Claude Leroy definitief te vestigen in het Zuid-Amerikaanse Paraguay. Bultot is in het voorjaar van 1985 aangehouden op verdenking van medeplichtigheid aan een poging om gestolen waardepapieren te verzilveren. Hij werd daarbij geholpen door Leopold Van Esbroeck, een lid van de zogeheten Bende De Staerke die al herhaaldelijk in verband is gebracht met de Bende van Nijvel.
Enige tijd na zijn vrijlating werd Bultot opnieuw gearresteerd. Hij stond toen net op het punt om naar Paraguay af te reizen om daar een cursus terreurbestrijding te volgen. Eén van de disciplines is het zogenaamde praktijkschieten, het schieten op bewegende voorwerpen, een discipline die Bultot met veel enthousiasme beoefende. Zijn vlucht naar Paraguay, georganiseerd met medewerking van extreem-rechtse militanten die Bultot trouwens goed kenden, had enkele dagen na de dood op Juan Mendez plaats. Mendez werd op 7 januari 1986 vermoord aangetroffen in zijn auto. Alles wijst erop dat het, net zoals bij Cams, om een executie ging. Op dat moment was Mendez werkzaam bij de wapenfabriek FN, waar hij verantwoordelijk was voor de Latijns-Amerikaanse markt.
Het onderzoek bracht aan het licht dat Mendez in het bezit was van een uiterst gesofisticeerd wapen, dat tijdens de jaarwisseling 1981-1982 werd gestolen bij de anti-terreurgroep van de rijkswacht, het Speciaal Interventie Eskadron, dat gehuisvest is in de best bewaakte rijkswachtkazerne van het land. Mendez was een wapenverzamelaar en evenals Bultot een beoefenaar van het praktijkschieten. Aan het profiel van de eigenaardige leefwereld van Paul Cams voegt het weekblad Pourquoi Pas! van 26 november 1986 nog een nieuw element toe. Volgens dat blad kwam na de slachtpartij in café Le Marseille in november 1978 aan het licht dat Cams in verbinding zou staan met leden van de hoger genoemde SAC, die zich bezighielden met drugs- en wapenhandel, valsmunterij en andere misdrijven.
| Zie ook » Bouhouche & Beijer | Bende De Staerke | Jean Bultot |
Jeff Vermeiren
Een Brusselse privé-detective
Begin 1986 wordt de Brusselse privé-detective Jeff Vermeiren op bevel van onderzoeksrechter Bellemans opgepakt omdat hij gebruik heeft gemaakt van een geheim telexnummer van het parket. Volgens Vermeiren zelf ligt de ware reden in het feit dat hij werkte voor rekening van de vrouw van notaris X, de zoon van een welbekend Paribas-directeur, die in opspraak is gekomen wegens vermeende seksuele mishandeling van zijn kinderen. Enkele weken voor zijn arrestatie haalde Vermeiren de kolommen van het Franse weekblad Paris Match. Daarin werd het verhaal gedaan over zijn tussenkomst bij de vrijlating van de dochter van een Brits industrieel die er was ontvoerd door de maffia. Na raadpleging van de Italiaanse pers bleek dat dit verhaal met enige korrels zout moet worden genomen. Hoe dan ook, Vermeiren is een geval. Hij beweert zijn opleiding te hebben gekregen bij de Amerikaanse FBI, laat zich rijkelijk betalen voor zijn diensten en organiseert op een bepaald ogenblik een bij de wet verboden privé-militie om - het optreden van de Bende van Nijvel indachtig - grootwarenhuizen te bewaken.
Ook wegens dit laatste feit leeft hij in onmin met het gerecht. Dat het gerecht pas in 1986 daarvoor tegen hem is opgetreden is nogal verwonderlijk vermits hij in de Gouden Gids 1985-86 openlijk reclame maakt voor privé-militievorming. Ons interesseert de detective Vermeiren om wel heel andere redenen. Op zijn beroepskaart staat het embleem van de Code Diplomatique et Consulaire afgedrukt. Deze organisatie, waarmee Urbain Dirix ook te maken heeft, publiceert onder andere een boek met de adressen van alle diplomatieke en consulaire missies in de wereld, opgevrolijkt met reclameboodschappen.
Deze CD blijkt eveneens over een eigen inlichtingendienst te beschikken met hoofdzetel in de Verenigde Staten. De afdeling public relations wordt geleid door de Luxemburgse zakenman Pierre Stein, de voorzitter van de Diplomatieke Academie voor de Vrede in Luxemburg. Jeff Vermeiren werd op 24 juni 1985 benoemd tot directeur van het detectivekantoor Security Bureau NV. Deze vennootschap was amper tien dagen voordien opgericht door een Luxemburgse maatschappij en drie Belgen. Het drietal werd in september 1986 samen met Jean-Pierre Hesbeen opgepakt wegens medeplichtigheid aan valsmunterij van staatsobligaties en cheques.
Sleutelfiguren
Deze Hesbeen is één van de sleutelfiguren in de poging tot oplichterij, bedoeld om de raffinaderij van Feluy op te kopen, een zaak die de gewezen socialistische minister Mathot in opspraak bracht. Het Security Bureau werd in oktober 1985 ontbonden. Enkele weken later, op 19 november, werd een nieuwe vennootschap, New Security Bureau NV, opgericht. Het hogergenoemde drietal is daar niet bij betrokken, maar de Luxemburgse holding wel. Die holding wordt trouwens vertegenwoordigd door Jeff Vermeiren zelf, die persoonlijk ook kapitaal inbrengt. Die Luxemburgse holding heet Orient Group S.A. Holding. Deze vennootschap is op 14 mei 1985 opgericht door Arden Equities en Sanlux Investments , twee firma's uit Londen. Tussen beide vennootschappen bestaan kruisparticipaties zodat ze eigenlijk tot eenzelfde groep behoren. De opdracht van de Arden-groep bestaat uit het oprichten en beheren van vennootschappen van derden zodat de eigenlijke bezitters onbekend blijven.
Zo werd Sanlux op 10 oktober 1983 opgericht door de Arden-groep. Drieëntwintig dagen later treden een Panamees bankier en een dito advocaat toe tot de raad van bestuur. We stelden daarover vragen aan Jeff Vermeiren en hij vertelde ons dat de Orient Holding in feite zijn eigendom is. Daar is in de ter beschikking staande documenten geen spoor van terug te vinden. Gezien de hele constructie is dat trouwens uitgesloten. Maar privé-detective Jeff Vermeiren vertelde ons nog andere dingen, terwijl op zijn bureau een rode anti-tabak kaars brandde, "Ik heb in het verleden zaken gedaan met het wisselagentschap Kirschen. En ik heb na zijn vlucht naar het buitenland Hilailre Beelen geholpen om hem op een bepaald ogenblik stiekem België te laten bezoeken. U begrijpt best dat ik daarover geen details kan geven".
| Zie ook » Front de la Jeunesse | VMO |
De zaak Kirschen & Co
Een Antwerps wisselkantoor
Dit Antwerpse wisselkantoor is vooral bedrijvig in de diamanthandel. In het kader van een gerechtelijk onderzoek naar fiscale fraude is er op 22 januari 1986 een inval bij Kirschen & Co. De speurders, in samenwerking met de BBI, vinden bewijzen van miljardentransacties in zwart geld, onder andere lijsten met wel achthonderd gecodeerde cliëntennamen die vele miljarden naar het buitenland overbrachten. De fiscus is voor honderden miljoenen frank bedrogen en eist in totaal ruim twee en een half miljard frank. Ook blijkt dat Kirschen in feite de activiteiten had overgenomen van het wisselkantoor Drongé dat enige jaren daarvoor betrapt was op frauduleuze handel in goud.
De twee bedrijfsleiders, Hilaire Beelen en François Leiser, worden aangehouden. Ze worden beschuldigd van fiscale fraude, valsheid in geschrifte en misbruik van vertrouwen. Later worden ze op borgtocht vrijgelaten - ze betalen daarvoor elk zeven en een half miljoen frank - waarna ze uitwijken naar het buitenland. Hilaire Beelen heeft via nogal wat buitenlandse vastgoedfirma's heel wat eigendommen waaronder een nieuw gebouwd 'kasteel' in Herbeumont dat meer dan een half miljard frank waard is. De zaak Kirschen heeft een uitloper naar de liberale partijen PVV en PRL. Kirschen & Co gebruikten immers ook het liberale dienstencentrum Steunt Elkander voor hun transacties. Jean Gol, dan vice-premier en minister van Justitie, is ondervoorzitter van Steunt Elkander.
Hilaire Beelen maakt daarenboven deel uit van het financieel comité van de PVV. In oktober wordt Beelen aangehouden in Zwitserland maar er volgt geen uitlevering, na betaling van een borgsom komt hij vrij op kerstavond.De correctionele rechtbank van Brussel stelt op 21 april 1993 de twee vennoten Hilaire Beelen en François Leiser buiten vervolging omdat er onregelmatigheden waren in het gerechtelijk onderzoek, er zijn zogenaamde procedurefouten gemaakt. De pers is niet echt te spreken over deze beslissing. Beelen en Leiser komen op 7 februari 1994 voor het hof van beroep dat hun nu wel veroordeelt. Ze krijgen respectievelijk vier en drie jaar celstraf opgelegd.
|
Bron » Het land van duizend schandalen | Dirk Barrez
|