De moord op André Cools
18 Juli 1991
André Cools, 64 jaar, wordt op donderdag 18 juli 1991 om 7u25 's morgens, op de parking voor de Luikse residentie La Colline aan de avenue de l'Observatoire 215 te Cointe met twee revolverschoten, een dwars door de hals en het strottenhoofd en een door het linkeroog en het hoofd, afgemaakt. Net op het ogenblik dat hij plaats wou nemen achter het stuur van een Audi 90. Zijn vriendin Marie-Hélène Joiret krijgt nauwelijks de tijd om te reageren. Voor ze beseft wat er gebeurt, doorboort een derde kogel haar beide longen. Zij heeft hooguit een glimp van de dader kunnen opvangen, andere bronnen beweren dat ze de dader in het geheel niet heeft gezien. In kritieke toestand wordt ze afgevoerd naar de kliniek Espérance van Montegnée, waar ze weken voor haar leven vecht. Uiteindelijk overleeft ze de aanslag. In het totaal treft het parket vijf kogelhulzen kaliber 7.65 aan. Een vierde kogel kwam in een verlichtingspaal terecht, een vijfde in het struikgewas. Aanvankelijk wordt er beweerd dat de kogels afkomstig zijn uit een FN 7.65. Ballistisch onderzoek, ondermeer uitgevoerd door de wereldvermaarde proefbank van Luik, wijst later echter uit dat het wapen waarmee Cools werd omgebracht ofwel een Italiaanse Armi-lager moest zijn geweest, ofwel een Scorpion-zelflaadpistool. In beide gevallen betreft het een niet algemeen gangbaar wapen.
Getuigen van de aanslag zijn er haast niet, amper vijf bewoners van La Colline. Veel meer dan dat de dader een donkerharige slankere man van rond de veertig à vijfenveertig is, gekleed in een jeanspak met cowboy-laarzen, weten ze niet. Het parket vindt behalve de kogels en de hulzen alleen nog een aansteker terug die de dader daar misschien heeft achtergelaten. Wel heeft een buurman onmiddellijk na de aanslag een man met een rode helm en een rode motorfiets zien wegvluchten. Het parket achterhaalt dat het hier een BMW K 75S betreft. Uiterst moeizaam wordt een robotfoto van de dader opgsteld. Hierbij zijn volgens sommige bronnen de aanwijzingen van Cools' vriendin, de historica Marie-Hélène Joiret, erg waardevol. Andere bronnen spreken dat weer tegen. De robotfoto wordt in elk geval nooit vrijgegeven en blijft erg rudimentair. Waarom die robotfoto niet openbaar wordt gemaakt, blijft een raadsel.
| Forum » Bespreek de moord op André Cools |
De uitgebrande kabinetswagen
18 Juli 1991
Vijf uur voor de aanslag op Cools, om twee uur tijdens de nacht van woensdag op donderdag, brandt in de Rue de l'Etat in Houtain-Saint-Simeon de dure Citroen BX van een coolsien, Lambert Verjus, uit. Die was enkele maanden kabinetschef van André Cools, toen die nog minister van Openbare Werken, Ondergeschikte Besturen en Watervoorziening was. Nadat Alain Van der Biest de peetvader van Flémalle op 1 mei 1990 als gewestminister opvolgt, komt Verjus aldaar op het kabinet. Hij zal er een tijd als kabinetschef in dienst blijven, maar verhuist dan - enkele maanden voor de aanslag op Cools - naar Brussel voor een nieuwe job. Van der Biest blijft gewestminister tot 8 januari 1992, de dag dat Guy Mathot in de nieuwe gewestregering zijn portefeuille overneemt. Verjus is al die tijd ook voorzitter van de Luikse PS.
De uitgebrande wagen is in feite de dienstwagen van het kabinet Van der Biest. Een eerste expertise, nog uitgevoerd de dag van de aanslag, wijst een kortsluiting in de batterij als oorzaak van de brand aan. Het parket stelt in een persmededeling dat er geen enkel verband bestaat tussen de uitgebrande auto van Verjus en de aanslag op Cools. Men preciseert nog dezelfde avond zelfs "met 99% zekerheid" te kunnen stellen dat het voorval puur accidenteel was. Misschien een kwestie van de publieke opinie snel genoeg te sussen en de geruchten in de kiem te smoren dat de moord op Cools een politiek-economische afrekening was? De pers gelooft de uitleg van de kortsluiting niet. Ze vermoedt integendeel dat de brand noodzakelijk was om het telefoongeheugen in de wagen definitief uit te wissen.
Want Verjus was de man die de laatste maanden dicht bij Cools stond, zeker nadat de meester zich door zijn twee vroegere dauphins, Mathot en Van der Biest, verraden voelde. Hij was ook de man die al het telefoonwerk ter stijving van de kas van de Luikse PS regelde. Enkele dagen later volgt evenwel een tweede expertise. Die weerlegt de resultaten van de eerst, die van 99% zekerheid. Op 30 juli 1991 is er plots sprake van sporen van explosieven in de wagen van Verjus. Onderzoeksrechter Veronique Ancia, die het onderzoek naar de moord op Cools leidt, vraagt de ontmijningsdienst van het leger om een bijkomend verslag. Als de pers vragen stelt welk verband er is tussen de beide aanslagen kondigt de Luikse justitie een informatiestop af. Een aantal politici laat daarop kritische geluiden horen. Men vreest dat het met het onderzoek naar de moord op Cools dezelfde richting zal uitgaan als met dat naar de Bende van Nijvel.
De moord op Giuseppe Ierone
1 Oktober 1991
Die middag stappen twee mannen de kapperszaak van Giuseppe Ierone binnen in Masafra, een stadje in de Zuid-Italiaanse provincie Tarante. De ene man is gewapend met een pistool, de andere met een machinegeweer. Een kogelregen barst los en tussen de scherven rapen de hulpdiensten een dode en vijf zachtjes kreunende mannenlichamen op. Slechts twee van de kappersgasten die even daarvoor nog in de spiegel hadden zitten kijken overleven hun verwondingen. De vier mensen die bezwijken zijn de kapper zelf, Giuseppe Ierone en zijn klanten Domenico Ferrare, Cataldo Padula en Francesco Abbalsamo. Die laatste drie zijn onfortuinlijke passanten.
Pas jaren later blijkt dat Giuseppe Ierone een familielid is van Silvio De Benedictis en Richard Taxquet, van wie we vandaag weten dat ze vier maanden daarvoor de moord op PS-minister van Staat André Cools hebben beraamd en mee georganiseerd. Giuseppe Ierone had hen geholpen. Het was hij, bleek achteraf, die de laatste keten had gevormd in het contact met de uitvoerders: het duo Abdeljellil Ben Brahim en Abdelmajid El Almi. De twee Tunesische huurmoordenaars wisten op 18 juli 1991 zelf niet dat de het hen aangewezen target een minister van Staat was. Giuseppe Ierone vernam dat ook pas achteraf. Mogelijk is hij daarom vermoord, omdat hij retroactief 'opslag' had gevraagd. Het is evengoed mogelijk dat hij naar inzicht van sommigen te veel praatte. In oktober 1991 tastte justitie in België nog volop in het duister aangaande de moord op André Cools. Waarom niet alleen de kapper, maar ook zijn clientèle uit de weg is geruimd, is onduidelijk. Mogelijk om het op iets anders te doen lijken dan wat het was. Vrij vlug na zijn arrestatie in de zaak van de gestolen waardepapieren geeft Taxquet toe dat hij met een wagen van het kabinet van Van der Biest naar het Italiaanse Massafra is gereisd.
De bedoeling was om er een verbroedering voor te bereiden tussen Massafra en de gemeente Grâce-Hollogne. Volgens Connerotte is dit een drogreden. Eigenlijk is Taxquet in september 1991 naar Italië gereisd om er de sporen naar de moord op Cools uit te wissen. De huurmoordenaars zouden namelijk geronseld zijn in het naburige Tarente, gelegen in de hiel van het schiereiland. Die schietpartij in de kapperszaak heeft echter niets met de moord op Cools te maken, aldus de lokale onderzoeksrechter die de zaak heeft onderzocht. Het ging gewoon om een afrekening in het lokale milieu. Als enkele journalisten van de krant La Meuse haar de foto tonen van de moordenaar van de kapper in Tarente, meent Joiret hierin eveneens de moordenaar van Cools te herkennen. Sommige gaan zelfs nog verder. De robotfoto van de moordenaar van Cools vertoont zowel gelijkenissen met de Italiaanse kapper als met zijn moordenaar. Alsof het tweelingbroers waren!
De dood van René D'Heur
20 November 1991
Een van de hoofdverdachte op het assisenproces naar de moord op André Cools is Cosimo Solazzo, de Italiaanse zaakvoerder van het onderhoudsbedrijf Sodenet, dat eind jaren tachtig een hoop contracten toegeschoven kreeg van minister Van der Biest. Het was Solazzo die de twee Tunesische huurmoordenaars onderdak verschafte in Luik en hen ook begeleidde tijdens een verkenningsronde in Cointe, waar ze André Cools zouden neerschieten. Tijdens hun proces, in 1998 in Tunis, wezen de twee moordenaars Solazzo aan als de man die hen instructies gaf. Solazzo zat ook een poosje in de gevangenis voor de zwendel met gestolen waardepapieren die in Neufchâteau onderzoeksrechter Jean-Marc Connerotte op het spoor zette van de moordenaars van Cools.
Hij werd later ook tot drie jaar cel veroordeeld voor zijn bijdrage aan het gesjoemel op het kabinet van Van der Biest. Van een eventuele praatgrage privé-secretaris heeft Solazzo niets te vrezen. Op 20 november, vijf maanden na de moord op Cools en met een nog steeds in het duister tastende justitie, werd het lijk van René D'Heur aangetroffen in een hotelkamer in Luik. De man was de secretaris van Solazzo en had plannen om België te verlaten. Over de omstandigheden van zijn dood is weinig bekend.
De dood van Jules Verbinnen
De kabinetschef en het Luikse Parkeermeterschandaal
Toen André Cools vermoord werd had Luik nog maar net het parkeermeter-schandaal achter de rug. Een typevoorbeeld van gesjoemel bij overheidscontracten. De voormalige Luikse burgemeester Close en de Luikse PS-afdeling hadden daarbij voor zo'n tien miljoen frank geld en voordelen in natura gekregen. En bij dat gesjoemel was de Compagnie Générale d'Eaux betrokken, uitgerekend de mastodont-privé-firma die Cools naar Luik had gehaald om er de economie aan te zwengelen. Via een fraude-onderzoek rond baron de Bonvoisin kwam het gerecht terecht bij Jean Dubois, gepensioneerd luchtmachtkolonel en rechterhand van Cools. Bij Dubois, die ook CGEur-beheerder was, vonden speurders een bezwarend notitieboekje. Daarin stond de weergave van een telefoongesprek uit juni '88 dat de betaling van smeergeld suggereerde.
Het ging om een onderhoud tussen de afgevaardige-beheerder van CGEur Georges Coldine en de kabinetschef van de Luikse burgemeester Close, Verbinnen. Het verslag van Dubois luidde als volgt: 'Telefoontje in mijn bijzijn van Coldine naar Verbinnen. Indien het contract in verband met de parkeermeters niet doorgaat, dan wordt het beloofde miljoen niet uitbetaald en komt ook de storting voor de federatie (dus van de Luikse PS) in gevaar.' De CGEur wou dus koste wat het kost het contract binnenhalen voor een 200-tal parkeerautomaten. Het miljoen frank smeergeld moest dienen voor de kiescampagne van Close voor de gemeenteraadsverkiezingen van 1988. De storting was bestemd voor verkiezingsdrukwerk, waarvoor de PS een kredietlijn van 2 miljoen frank bij een drukkerij had. Intussen raakte bekend dat burgemeester Close ook was omgekocht voor de aankoop van stadsmeubilair zoals bushokjes, reclamepanelen en stadsplannen. Hij kreeg daarvoor van de firma's Decaux en City Advertising in totaal 4.5 miljoen frank ten behoeve van zijn kiescampagne.
Bovendien werden de burgemeester en zijn kabinetschef Verbinnen verwend met snoepreisjes naar warme oorden, voor in totaal een kleine 3 miljoen frank. Het omkoopschandaal deed burgemeester Close vrij vlug de das om. In november '90 stapte hij op. Ook zijn kabinetschef Verbinnen kwam in moeilijke papieren. Op 8 januari 1992 om 23u30 komt Jules Verbinnen om bij een verkeersongeval in het dorpje Thimister. Hij had net Close bezocht om zijn proces voor te bereiden. Volgens zijn bijzit en zijn dochter heeft Verbinnen hen die avond gebeld met de melding dat hij weldra thuis zal zijn. Later ontstaat discussie. Verbinnen zou hebben gevraagd om zijn bagage klaar te zetten met het oog op zijn onmiddellijk vertrek naar de VS. Achteraf werden heel wat vragen gesteld bij het ongeval. Zo waren er geruchten dat uit de wagen een pak dossiers verdwenen was. Ongetwijfeld was Verbinnen een man die veel wist ...
| Meer » Benoît de Bonvoisin |
De moord op Callogero Todaro
15 April 1994
De dodelijke kogel treft hem voor zijn woning in Canicatti, op Sicilië. Als Callogero Todaro wat beter had nagedacht, dan had hij moeten weten dat hij er vroeg of laat wel een kon verwachten. Hij was een van de mannen die de twee Tunesiërs de weg wees naar het huis van Marie-Hélène Joiret. Hij had gebrieft en had ook chauffeur gespeeld voor hen in Luik. In de maanden na de moord krijgt Todaro de instructie België te verlaten.
De reden, hij is een vrolijke Frans die haast elke nacht uit een of andere Luikse bar moet worden weggesleept en de vervelende gewoonte heeft om tegen al wie het wil horen op te scheppen over zijn aandeel in de moord op André Cools. Ook op Sicilië kon Todaro niet van de fles afblijven. Zijn moordenaar werd nooit gevonden.
De zelfmoord van Alain Van der Biest
18 Maart 2002
Opschudding op 8 maart 1993. Alain Van der Biest, tot dan toe de enige, publiek in beschuldiging gestelde politicus voor de moord op André Cools, lijdt na een 'ongeval aan geheugenverlies'. Dat is opmerkelijk, omdat Van der Biest de weken en maanden voordien, onder meer in een interview met het weekblad Humo, bijzonder krijgshaftige taal heeft gesproken. Hij heeft 'bewijzen' en die zijn 'op een geheime plaats verborgen' en als iemand hem probeert te treffen, of hem niet op zijn woord gelooft, dan zou die wel zien.
Dan ... Dan zou weinig. In maart 1993 waggelt Van der Biest buiten het café waar hij zo graag komt en dat gelegen is op een paar meter van zijn woning te Grâce-Hollogne. Dat is het laatste wat we van de 'heldere' Van der Biest vernemen. Hij wordt teruggevonden met een jaap van een hoofdwonde, bewusteloos natuurlijk. Uitleg van de onfortuinlijke politicus: 'Met mijn hoofd tegen de klink gevallen.' Hij herinnert zich niets, maar dan ook niets meer. En vervolgens dreigt hij niemand, maar dan ook niemand meer af.
Op 18 maart 2002 schrikt België op. Alain Van der Biest, kort daarvoor tot zijn immense onbegrip doorverwezen naar het assisenhof, heeft zelfmoord gepleegd. Een klassieke techniek, de strop, het einde van een wurgend leven. Hij kon 'het' niet meer aan. Maar wat? Zijn nagelaten dagboeken lieten intussen het beeld zien van een angstige en door alcohol benevelde politicus die vol wrok zat jegens André Cools, omdat die had laten verstaan dat hij nooit meer minister zou worden. Misschien was het slechts zo eenvoudig, misschien ligt het motief voor de moord ergens in het midden, tussen de verbittering van Van der Biest en de criminele agenda van de figuren waarmee hij zich op zijn kabinet omringde. Aan de man zelf kan helaas niks meer worden gevraagd.
De dood van Corinne Rulmont
21 September 2003
Dat een status als potentiële getuige op het proces-Cools niet echt een garantie is op een lang leven, lijkt inmiddels zo vanzelfsprekend dat de media er nauwelijks nog aandacht aan schenken als er weer eens een sneuvelt. Slechts enkele kranten gunden het bericht op 22 september 2003 een paar lijntjes: 'Zondagochtend omstreeks 6.30 uur is Corinne Rulmont (44) uit de Voerense deelgemeente Remersdaal om het leven gekomen bij een verkeersongeval in Sint-Pieters-Voeren. Zij is de echtgenote van gemeenteraadslid Gregory Happart, zoon van senator Jean-Marie Happart.'
In diens gloriedagen als minister was Corinne Rulmont woordvoerster van Van der Biest. Ze zou later mee worden veroordeeld tijdens een proces over het wilde wanbeheer op zijn kabinet. Los daarvan liep ze eind 1996 ook een voorwaardelijke celstraf op omdat ze van op het kabinet een 'studie' naar het nut van hostessen bestelde bij een bedrijf waarachter een Luiks netwerk van callgirls bleek schuil te gaan. Het gebeurde ook soms dat op het kabinet afspraakjes werden geregeld met callgirls. Doodgewone dingen allemaal, in het Luik van tien jaar geleden.