Onderzoekspistes
De gifvaten van Val-Saint-Lambert
Tijdens het onderzoek naar de moord op André Cools duikt in Luik een verhaal op dat gifvaten illegaal begraven liggen op een terrein in Seraing. Het gaat om een stuk land vlakbij het vervallen kasteel van Val-Saint-Lambert en vlakbij de bekende kristalfabriek. De grond is eigendom van de gemeente Seraing. Volgens omwonende waren er in 1990 tijdens de afbraakwerken gifvaten in de grond gestopt. Het gerecht had daar ook hoge concentraties lood en kwik aangetroffen. Volgens het nieuwe spoor was André Cools op de hoogte van de illegale storting. Kort voor zijn dood had hij ook laten horen dat hij grote onthullingen zou doen. Daarom veronderstelde het gerecht heel even dat de moord wat te maken had met de gifvaten.
Zo kwam Guy Mathot, voormalig burgemeester van Seraing, in opspraak. De veronderstelling was dat Mathot geld zou gekregen hebben om het sluikstorten oogluikend toe te staan. En dat hij daarom alle belang bij had dat Cools tijdig uit de weg werd geruimd. De piste kreeg bovendien nog lugubere trekjes toen allerhande geheimzinnige verhalen opdoken. Maar liefst vijf arbeiders die op het terrein hadden gewerkt, waren kort daarop overleden. Zo was een meestergast met kogels doorzeefd aangetroffen in de koffer van een auto. De doodsoorzaken van de anderen waren elektrocutie, een auto-ongeval, zelfmoord en een hartstilstand. Toch liep het spoor op een sisser uit. Heel het dossier had niets te maken met de moord op Cools. Bovendien is het gerecht er nooit in geslaagd de vaten effectief te vinden.
Het spoor van André Rogge
'Privé-detective over aanslag op André Cools: Kabinet Van der Biest betaalde moordenaars.' Met deze ophefmakende titel opent De Morgen zijn editie van zaterdag van 13 juni '92. Privé-detective André Rogge zegt te spreken in naam van een zekere 'Z', een figuur uit de Luikse onderwereld die later de in België verblijvende Italiaan Carlo Todarello blijkt te zijn. Rogge beweert dat Todarello aan hem heeft bekend een rol te hebben gespeeld bij de voorbereiding van de moord op André Cools. De PS-leider is volgens Todarello's spectaculaire getuigenis het slachtoffer geworden van een sinister complot. Todarello vertelde aan Rogge dat twee kabinetsmedewerkers van de toenmalige socialistische Waals gewestminister Alain Van der Biest hem in maart 1991 hadden gevraagd een huurmoordenaar te zoeken om Cools uit de weg te ruimen.
Het tweetal bood hem hiervoor 750.000 frank aan. Todarello had op zijn beurt aan Cosimo 'Simon' Sollazo, eigenaar van een klein schoonmaakbedrijf in Luik, gevraagd iemand in Italië te zoeken om het vuile karwei te klaren. Die kabinetsmedewerkers van Van der Biest waren Giuseppe 'Pino' Di Mauro, een gewezen bewaker in de gevangenis van Lantin die het tot een van de chauffeurs van het kabinet had geschopt, en Richard Taxquet, een voormalig rijkswachter en gewezen gemeentelijk politieagent uit Grâce-Hollogne, die door Van der Biest tot zijn privé-secretaris was benoemd. Van der Biest was op dat moment ook burgemeester van Grâce-Hollogne.
Het motief van Di Mauro en Taxquet was vrij eenvoudig, zo meende Carlo Todarello. Cools moest van kant worden gemaakt omdat hij had ontdekt dat zijn vroegere poulain Alain Van der Biest betrokken was geweest bij een zwendel in gestolen waardepapieren, die onderzocht werd door het gerecht in Neufchâteau. In deze zwendel waren zowel Todarello als Taxuet, Di Mauro en Sollazo medeplichtig. Cools zou ermee gedreigd hebben deze louche affaire openbaar te maken. Deze heren hadden bijgevolg geen andere keus, Cools moest fysiek worden uitgeschakeld. Op vraag van De Morgen wie volgens Todarello de opdrachtgever is geweest, antwoordt Rogge: 'Volgens hem was dat minister Van der Biest. 'Z' heeft minister Alain Van der Biest enkele weken voor de moord ook persoonlijk ontmoet in een café in het Luikse, op initiatief en in aanwezigheid van Taxquet en Di Mauro.'
Het superkanon voor Saddam
Op 22 maart 1990 wordt Gerard Bull doodgeschoten voor zijn huis in de Brusselse gemeente Ukkel. Bull is een wapendeskundige. In zijn bedrijf Space Research Center zou hij werken aan een superkanon. Er is geschreven dat het superkanon van Bull voor Irak was bestemd en ook dat de Belgische munitiefabriek PRB de munitie mocht leveren voor dit kanon.
Dat moest dan onofficieel gebeuren - illegaal dus - omdat er op dat ogenblik een wapenembargo van kracht was tegen Irak. En nog een hypothese wil dat de Israëlische geheime dienst Bull zou hebben vermoord wegens de bedreiging die het superkanon zou vormen voor Israël. De moord op Bull is nooit opgehelderd geraakt. Een goed jaar na de moord, op 19 juli 1991, geeft Irak toe dat het een superkanon bezit en dat het ook reeds is getest.
| Meer » Libanese Connectie |
Het onderzoek in Bastogne
De falende samenwerking
De leden van de cel-Cools en de BOB'ers van Bastogne maken tijdens het onderzoek naar de moord op André Cools onderling ruzie. Ze gunnen elkaar het licht in de ogen niet en ze doen er alles aan om zelf de zaak op te lossen en zo met de eer te kunnen gaan lopen. De onderzoeksrechters Ancia, van Luik, en Connerotte, van Neufchâteau, gaan met elkaar verbaal in de clinch, met als inzet het beheer van het dossier Cools. De familie Cools stelt zich in Neufchâteau burgerlijke partij zodat Connerotte eveneens het dossier kan behandelen. Maar op 1 juni 1994 beslist het Hof van Cassatie Ancia de beide dossiers toe te vertrouwen.
"Met deze beslissing wordt mijn vader voor de tweede keer vermoord", tiert zoon Marcel Cools. Als reactie eist de familie dat Ancie als onderzoeksrechter zou worden gewraakt. Dat verzoek wordt op 23 november door het Hof van Cassatie verworpen. De advocaat van de familie is in alle staten: "De Luikse onderzoeksrechter wil in geen geval samenwerken met haar collega in Neufchâteau. Ze wil hoegenaamd geen rekening houden met zijn hypotheses. Ze dwarsboomt zijn onderzoek. Het Hof van Cassatie heeft zich laten beïnvloeden door de juridische interventies van minister van Justitie Melchior Wathelet." Wathelet ontkent uiteraard.
| Meer » De zaak Dutroux |
De nevendossiers
Inleiding
Bij het uitmesten van de mesthoop rond het kabinet van Van der Biest kwamen heel wat onfrisse praktijken naar boven. Verschillende van de nevendossiers zetten de speurders op allerlei interessante denkpisten maar ook op dwaalsporen. Van alle mogelijke complottheorieën rond de moord op Cools blijft volgens het Luikse gerecht enkel de samenzwering van de Italiaanse entourage rond Taxquet overeind, met medeweten en goedkeuring van Van der Biest.
De OMOB-fraudezaak
Onderzoeksrechter Véronique Ancia ontdekt een fraudezaak bij de socialistische verzekeringsmaatschappij OMOB. De voormalige directeur-generaal Leon Lewalle wordt beschuldigd van valsheid in geschrifte en verduistering van gelden van de verzekeringsmaatschappij. Ook zijn voorganger Joseph Haverland, de Zwitserse bankier Leon Genoud en zijn handlanger Claude Laurent staan voor dezelfde feiten terecht. Volgens het parket hebben de vier via herverzekeringscontracten 58 miljoen euro verdonkeremaand, dat inmiddels wel al werd teruggestort. De vier hadden een geheime 'matras' voor de verzekeringsmaatschappij aangelegd, waarbij een procentje van de bijhorende commissielonen op hun persoonlijke rekening verdween.
In 1994, toen de fraude werd ontdekt, hield onderzoeksrechter Ancia even rekening met de mogelijkheid dat ze het motief voor de moord op Cools had gevonden: Cools stond op het punt de fraude te ontdekken, Lewalle wou hem daarom uitschakelen? Op de dag van de moord had Cools een afspraak met Willy Claes in de Hasseltse Omob-zetel. Maar die hypothese liet Ancia later varen, toen ze in '96 via een tipgever richting kabinet-Van der Biest gestuwd werd. Begin 2003 komt het eindelijk tot een proces rond de fraudezaak. Lewalle, die altijd zijn onschuld staande houdt, wordt veroordeeld tot vier jaar cel met uitstel voor wat betreft de voorhechtenis. Joseph Haverland en Léon Genoud krijgen dertig maanden celstraf met uitstel.
Agusta/Dassault-omkoopzaak
Ophefmakender is de Agusta-affaire, die naar boven komt in het onderzoek omtrent de moord. De hele zaak draait rond smeergeld dat de Italiaanse helikopterbouwer Agusta en de Franse luchtvaartconstructeur Dassault betaald hebben voor het binnenhalen van legerorders aan de socialistische partijen. Al kort na de moord vertelde Jean Dubois, gewezen kolonel en rechterhand van Cools, aan het gerecht dat Cools weet had van een Agusta-deal. In januari '93 zette Ancia een officieel onderzoek op poten naar corruptie bij de aankoop van de Agusta-helikopters.
Aanvankelijk wordt vooral de PS geviseerd, maar uiteindelijk vallen vooral bij de SP de klappen. Het Cassatie-onderzoek leidt uiteindelijk tot veroordelingen van de voormalige NAVO-secretaris-generaal Willy Claes, ex-PS-voorzitter Guy Spitaels en zijn partijgenoot en voormalig minister van Landsverdediging Guy Coeme. Samen met Guy Mathot namen de 'drie Guys' in januari '94 ontslag uit hun ministeriële functies als het Luikse gerecht de opheffing van hun onschendbaarheid vraagt. Uiteindelijk ontspringt Mathot de dans, hoewel hij bij de Waalse socialisten de verbindingsfiguur was met Georges Cywie, de Belgische vertegenwoordiger van Agusta.
Illegale partijfinanciering
Parrallel met dit onderzoek kwam aan het licht hoe dit smeergeld in de boekhouding van de PS en SP werd opgenomen. In februari '95 bleek hoe gewezen SP-penningmeester Etienne Mangé een deel van de Agusta-miljoenen voor uitgaven van de partij gebruikt werden. In opspraak komt SP-voorzitter Frank Vandenbroucke, die het geld wou verbranden toen hij er weet van kreeg. Vandenbroucke wordt niet vervolgd, maar neemt wel ontslag. Wel veroordeeld wegens schriftvervalsing, vervalsing van de boekhouding en witwaspraktijken worden Mangé en de SP-kaderleden secretaris Carla Galle, Guido van Biesen en Guido Triest. In het dossier over de financiering van de PS worden Patrick Moriau en bedrijfsrevisor Fernand Detaille beschuldigd.
De Van der Biest-dossiers
In de zaak-Van der Biest verschijnen vijftien beschuldigden in vijf dossiers voor de rechter :
Dossier BX : In september 1991 verdwijnt een geldkoerier spoorloos die met voor 20 miljoen frank aan Zwitserse waardepapieren op weg was van de luchthaven van Zaventem naar een vestiging van de Morgan Bank. Ook bij privé-personen worden in 1990 kasbons gestolen die naderhand opduiken bij wisselagenten in Luik. Silvio de Benedictis zou hierin de hand hebben gehad. Na onderzoek blijkt dat Pino Di Mauro de Citroën BX van het kabinet gebruikte om in '91 de gestolen waardepapieren naar Vaduz in Liechtenstein te brengen. De benzine wordt betaald met kredietkaarten van het kabinet.
Het knoeiende kabinet : Het Hoog comité van Toezicht boog zich over het bestuur van het kabinet en vond onkostennota's voor reizen die nooit plaatsvonden, restaurantrekeningen die in de boekhouding van het kabinet niet thuishoorden, een verjaardagsbanket van 324.108 fr., een dubbele facturering voor de bedrijfswagen van Lambert Verjus, brandstof voor de privé-wagen van Corinne Rulmont, terugbetaling van het treinabonnement van Richard Taxquet voor 111.800 fr., terugbetaling van privé-telefoonrekeningen, facturen in het kader van de kiescampagne, facturen voor de inrichting van een verkiezingssteunpunt en de aankoop van reclame-artikelen. Van der Biest zou met het geld van het kabinet 959 exemplaren van zijn boek "La saison des pluies" hebben gekocht, juwelen, vulpennen, poëzieboeken, postzegels en sigaretten. Verder zijn in de boekhouding van het kabinet van Van der Biest o.a. scheerschuim, tandpasta, kattenvoer, een pyjama en het bubbelbad van André Cools terug te vinden.
Het Centre d'Excellence : Drie studies naar het Waalse waterbeheer - goed voor 7,7 miljoen frank, maar eigenlijk slechts 400.000 frank waard - worden toegekend aan het echtpaar Uhoda. En dan zijn er nog dossiers i.v.m. de fiscaliteit van het Centre d'Excellence en de schending van het beroepsgeheim door Dieudonné Evrard, ambtenaar bij de Bijzondere Belastingsinspectie.
| Meer » Agusta-affaire |
De Agusta-affaire
"Mijnheer Mathot is een van de hefbomen."
"Il Sig. Mathot ne é uno del 'manovratori' ed é ovviamento la persona con la quella trattare." "Mijnheer Mathot is een van de hefbomen en zonder twijfel een van de personen met wie moet worden onderhandeld." Zo staat het in het bericht dat Ricardo Baldini, de directeur van Agusta-België, op 23 juli '88 verstuurt naar het hoofdkwartier van de Italiaanse helikopterbouwer. Ongeveer vijf jaar later wordt deze missive tijdens een huiszoeking bij Agusta-België teruggevonden. In deze brief is er eveneens sprake van de 'firma Cardon'. Volgens Baldini is dit "een nepbedrijf dat is opgericht om discreet de belangen van de PS te beheren". Is dit nu een concrete aanwijzing voor de tussenkomst van Mathot in het Agusta-dossier? Uit verschillende getuigenissen blijkt dat het met Baldini altijd oppassen geblazen is.
"Baldini weet niet eens wat een helikopter is", zegt de ene getuige. En een andere: "Baldini is iemand aan wie ik zelfs geen 20 frank wil lenen. Hij is geregeld bij Cywie geld gaan vragen om zijn riante levensstijl in stand te kunnen houden." Bovendien, zo stelt onderzoeksrechter Ancia vast, bestaat de 'firma Cradon' niet. Cardon is wel de naam van een jonge, socialistische militant, die lid is van het uitvoerend comité van de Luikse PS-federatie. Jacques Cardon en Cywie hebben elkaar voor het eerst in 1987 ontmoet. Cywie gebruikt Cardon in 1988 om in contact te komen met PS-kopstukken. Cywie is in 1988 als lobbyist voor Agusta gaan werken. Zo komt Cywie in contact met André Cools, die hem doorstuurt naar kolonel Dubois. Dubois, de trouwe rechterhand van Cools voor dit soort zaken, ontmoet Cywie voor het eerst op 21 juni 1988. Nadien ontmoet de lobbyist, nog steeds via Cardon, de PS'er Mathot.
Het ziet er even heel slecht uit
Vanaf halfweg 1987 had de 'rode' luchtmachtkolonel Guy Binet de touwtjes in handen bij de aankoopdienst voor het vliegwezen. En traditioneel volgt de algemene aankoopdienst het advies van haar onderafdeling. En dat advies was, natuurlijk, Agusta-helikopters. Toch zag het er in september '88 heel even slecht uit voor Agusta. Kolonel Binet werd gearresteerd wegens jarenlange spionage voor de Russen. Kolonel Binet werd gearresteerd op beschuldiging van de verkoop van militaire geheimen aan een agent van de Sovjetrussische militaire inlichtingendienst GRU.
De praktijken van Binet worden in 1987 ontdekt door de Amerikaanse CIA, die in de zomer van dat jaar de Belgische overheid inlicht. Er wordt een discreet onderzoek gestart. Als in mei 1988 Coëme zijn kabinet samenstelt, wordt Binet getipt als mogelijke kabinetschef, een functie die hij niet aanvaardt. Pas na de aanhouding van de kolonel wordt Coëme op de hoogte gebracht van de spionage-activiteiten van Binet, die nadien zwaar veroordeeld wordt. Maar kort daarop werd een andere 'socquette rouge', kolonel Armand Fournier, hoofd van de aankoopdienst voor het vliegwezen. Op die manier werd er alsnog voor gezorgd dat Agusta, ondanks alle tekortkomingen, toch de betere papieren bleef hebben.
De moeilijkheden van Agusta
"Enige tijd geleden heb ik over de moeilijkheden bij Agusta gesproken met de Belgische minister van Landsverdediging", vertelt Teti in het Italiaanse weekblad Panorama van 27 november. Dus voor de beslissing van de regering om bij Agusta legerhelikopters te bestellen. Minister Wathelet zal instemmen met het plaatsen van de bestelling bij Agusta. Maar hij weet dat het niet goed gaat bij Agusta, hij is trouwens niet de enige minister aan wie verteld is dat er iets niet pluis is. Is dat de ernst waarmee politieke beslissingen worden genomen?
Die vraag is des te intrigerender omdat in de weken die voorafgaan aan de beslissing, in de pers allerlei berichten staan over de slechte gang van zaken bij Agusta in Italië. In september verklaard de topman van Agusta, Teti, een onderboeking heeft van 3000 miljard lire en de exportaandeel in het orderboek is teruggevallen van 85 naar 45 procent. De Financieel Economische Tijd besluit: 'Agusta zelf staat voor problemen van capaciteitsbezetting, weet niet goed waar het in de volgende jaren aan toe is, en wil zich maar niet te ver engageren wat compensatie-opdrachten betreft.' Zijn de ministers op de hoogte van de moeilijkheden bij Agusta? En het is juist door de compensatie-opdrachten die Agusta beloofd, dat de regering besluit om voor Agusta te kiezen.
De beslissing valt
Op voorstel van Guy Coëme besluit de regering op 8 december voor de aankoop van helikopters bij Agusta. Op 19 december tekent Guy Coëme namens België het contract. En twee weken later betaalt België een voorschot van 1.8 miljoen frank aan Agusta. De zaak was beklonken. Niemand zou er zich zorgen om maken. En Cools was tevreden.
Als economische compensatie zou Agusta op de terreinen van het vliegveld van Bierset een verdeelcentrum voor wisselstukken bouwen, wat goed was voor de internationale uitstraling van de luchthaven. Cools hoopte erop dat andere firma's dit voorbeeld zouden volgen. Bovendien had het Luikse bedrijf Trident de grootste hap aan het Agusta-contract.
| Meer » Agusta-affaire |
De zwendel met waardepapieren
De zoveelste zwendel
Onderzoeksrechter Connerotte buigt zich samen met enkele speurders over het dossier van de zwendel in gestolen waardepapieren. De zaak is eind november '91 aan het licht gekomen als ondernemer Paul Beaujean bij de BOB van Bastogne gaat melden dat hij zich bedreigd voelt. Hij doet het hele verhaal van de mislukte transactie in Vaduz. Het gaat om in hoofdzaak buitenlandse waardepapieren, die op 13 september 1991 gestolen zouden zijn op Brucargo, de vrachtluchthaven van Zaventem. Niemand heeft na de diefstal een klacht ingediend.
De rijkswachter uit Bastogne
Jean-Marie Van Mullen is een voormalig rijkswachter, die in de midden jaren tachtig beroepshalve betrokken raakte in een gerechtelijke affaire rond de oplichter Pierre Bauloye. Hoewel het gerecht hem van alle blaam had gezuiverd, werd hij later door de leiding van de rijkswacht aan de deur gezet. Van Mullen speelt eveneens een rol in de zwendel met gestolen waardepapieren. Hieronder volgt een relaas van deze zwendel op basis van de dagboeknotities van Van Mullen. 31 oktober 1991. Van Mullen zit met zijn vrouw in een café van een vriend. Zij vertelt hem in de loop van de dag een telefoontje te hebben gekregen van Paul Beaujean, de directeur van een bedrijfje in Bastogne en de bestuurder van de lokale zetel van de Cera-bank. Van Mullen, die nog rijkswachter is geweest in Bastogne, kent Beaujean al verscheidene jaren. Hij beschouwt hem zelfs als een vriend. Rond 19.30 uur stapt ook Beaujean het café binnen. Van Mullen en Beaujean praten eerst over koejes en kalfjes.
En dan stelt Beaujean aan Van Mullen de vraag of hij nog contacten heeft met Menon, een in Nederland verblijvende Indische financier. Beaujean vraagt ook of Menon eventueel geïnteresseerd zou zijn in een aankoop van een grote hoeveelheid van waardepapieren. Het gaat om obligaties van Sears Canada Inc. en Xerox Canada Finance Inc. met een totale waarde van 780.000 Canadese dollars. Volgens Beaujean zijn ze afkomstig van klanten, die hem hadden gevraag ze ten gelde te maken. Van Mullen beloofd de vraag voor te leggen aan Menon. De financier heeft er wel belangstelling voor, op voorwaarde dat de waardepapieren niet op een illegale manier zijn verworven door de verkopers. Menon stelt voor de zaak in Vaduz, de hoofdstad van het belastingparadijs Lichtenstein, te regelen.
Op 4 november '91 rijden Van Mullen en Beaujean naar Luik. Op het parkeerterrein van de winkelhallen in Coronmeuse zullen de verkopers de waardepapieren aan Beaujean overhandigen. Vanuit zijn voertuig heeft Beaujean met een zekere Simon gebeld om de plaats van afspraak te melden. Een grijze BMW komt het parkeerterrein opgereden. De bestuurder stopt zo'n tien meter achter de wagen van Beaujean, die ernaartoe stapt. Hij krijgt een bruine zak in de handen gestopt en komt terug naar Van Mullen. Die heeft inmiddels wel de nummerplaat van de BMW genoteerd, DJX313. De nummerplaat, zo blijkt uit een controle achteraf, behoort toe aan Maria Romeo uit Grâce-Hollogne, de moeder van Carlo Todarello.
Met z'n allen naar Lichtenstein
Daarna rijden Van Mullen en Beaujean naar Nederland om er met Menon een aantal concrete afspraken te maken. In de namiddag van 11 november '91 nemen Van Mullen, Menon en Beaujean hun intrek in het hotel Real in Vaduz. Beaujean vertelt dat hij nog niet alle waardepapieren in zijn bezit heeft. Maar geen nood, zijn klanten hebben hem beloofd die elk ogenblik te zullen brengen. Menon gaat alvast met de waardepapieren waarover hij nu al beschikt naar de bank om ze er te laten controleren. Er is niets aan de hand, zo verzekert de bank.
De waardepapieren zullen minstens vier keer gecontroleerd worden. Pas vier dagen later arriveert Carlo Todarello, een van Beaujeans cliënten, in het hotel in Vaduz. Van Mullen schrijft in zijn logboek: 'Rond 10 uur was Menon naar de Landesbank gegaan terwijl ikzelf een wandeling in de stad maakte. Toen ik terug in het hotel kwam, zat een kleine man met snor, die zich Carlo noemde, aan de receptie op mij te wachten.
VM : "U bent toch niet van de familie?" (lees: de maffia)
Carlo : "Ja!"
VM : "Is alles dan wel in orde met die waardepapieren?"
Carlo : "Heeft Beaujean het u dan niet verteld? U bent toch zijn vriend?"
VM : "Maar nee! Waar komen die papieren dan vandaan?"
Carlo : "Uit mijn linkerhand!" (lees: gestolen)
Het werd me plotseling allemaal te veel en ik begon te wenen. Todarello probeerde me te kalmeren en bood me een whisky aan.
VM : "Het is niet waar! Ik heb al zoveel problemen en nu ook dat nog!"
Menon is inmiddels van de bank teruggekeerd. Todarello vraagt hem de cheque. Maar Menon wil die alleen maar aan Beaujean zelf geven. Vervolgens verdwijnt Todarello met een onbekende in een kleine wagen met een nummerplaat uit Milaan. De hele transactie is in het honderd gelopen.
Een zoveelste controle heeft aan het licht gebracht dat er met de waardepapieren iets niet klopt. Bijgevolg dient Menon tegen Beaujean een klacht in bij een onderzoeksrechter. In de daaropvolgende dagen hebben Van Mullen en Beaujean geregeld contact met elkaar. Beaujean vertelt dat hij zich bedreigt voelt. Van Mullen geeft hem de raad de BOB van Bastogne in te lichten. Ook Van Mullen biedt er zich 's anderdaags aan, als getuige weliswaar. Op 28 november '91 worden zowel Beaujean als Van Mullen aangehouden door onderzoeksrechter Connerotte van Neufchâteau. De magistraat heeft een gerechtelijk dossier geopend met de referenties 51/91, zwendel met gestolen waardepapieren. Het is in dit dossier dat later ook Taxquet en Di Mauro worden opgepakt.