André Cools
De peetvader
André Cools is, kort voor zijn 64ste verjaardag, nog maar één jaar teruggetreden uit de actieve politiek als hij op de ochtend van 18 juli 1991 bij het verlaten van het appartement van zijn maîtresse in Cointe, te Luik, wordt vermoord. Cools mocht dan niet langer voorzitter zijn van de grootste Waalse partij, de socialistische partij, de PS, en geen politiek mandaat meer bekleden - behalve burgemeester van Flémalle - hij hield achter de schermen nog steeds de touwtjes in handen. PS-toplui als Guy 'Dieu' Spitaels, Philippe Moureaux, JM Happart en tutti quanti aten uit zijn hand.
André Cools is geboren en getogen in een arbeidersmilieu. Zelfs letterlijk: zijn ouders waren de geranten van het Maison du Peuple in Flémalle. Hij groeit op, doordrongen van de socialistische idealen van solidariteit en kameraadschap: als zijn vader verdwijnt in het concentratiekamp Mauthausen nemen diens vrienden de jonge André in bescherming, zodat hij zijn humaniora kan afmaken. Al gauw wordt Cools een militant van de Parti Socialiste Belge: in '45 neemt hij deel aan het naoorlogse nationale Waalse Congres en is hij bijzonder actief in de socialistische campagne tegen de terugkeer van koning Leopold III. In '47 wordt hij als secretaris-stadsontvanger ook een actief mandataris voor de partij. In 1964 wordt hij burgemeester van zijn geboorteplaats Flémalle.
Hij is erg nationalistisch gezind, hij is een actief lid van de Mouvement Populaire Wallon vanaf 1961 en van Wallonie Libre. Binnen de PSB is hij een groot pleitbezorger van het federalisme. En wel in de meer radicale vorm van het confederalisme. Als PSB-voorman J.J. Merlot overlijdt in '69 komt Cools naar voor binnen de partij als sterke man: eerst als vice-voorzitter, later als voorzitter van de Waalse socialistische partij, de PS. Behalve de stuwende kracht achter het OCMW, is hij mede-verantwoordelijk voor de staatshervormingen onder Tindemans en later onder Martens die leiden tot het ontstaan van de verschillende Gewesten en Gemeenschappen in ons land. Hij is voorzitter van het eerste Waalse parlement. In mei '90 trekt hij zich terug uit het politieke leven, al blijft hij tal van intercommunales voorzitten.
De huurmoordenaars
De Tunesische connectie
Kroongetuige van de moord op Cools is zijn vriendin en secretaresse Marie-Helene Joiret. Zij wordt tijdens de moordaanslag ook geraakt door de kogels en ziet, zwaargewond, de moordenaar. Die zij later ook formeel zal herkennen. De tweede dader heeft zij niet gezien; die zat verscholen in het struikgewas om eventuele getuigen te verjagen of neer te schieten. De daders ontkomen op een motorfiets. Later blijkt dat ze de dag tevoren al in een hinderlaag lagen, maar dat ze vergeefs op Cools gewacht hebben. Het onderzoek naar de moordenaars leidt onderzoeksrechter Connerotte al gauw naar het maffia-milieu van Sicilië en naar twee Tunesische huurmoordenaars. De twee, die in Sicilië gerekruteerd worden door een plaatselijke maffioso, Colagero Todaro, worden in het najaar van '96, op basis van een internationaal aanhoudingsbevel van onderzoeksrechter Ancia - die inmiddels de zaak heeft overgenomen van Connerotte - gearresteerd in Tunis.
Abdel Majid Almi en Abdel Jelil Ben Brahim bekennen de moord, die ze uitgevoerd hebben in opdracht van "een man van Europese nationaliteit". Volgens hen had die hen gezegd dat Cools een berucht drugshandelaar was. Kort voordat de twee in Tunis berecht worden, worden zij via in '98 een videoconferencing op afstand geconfronteerd met de verdachten die zich in Luik bevinden. Die moeten in line-up poseren voor de camera, in een rij met politiemensen naast zich. De Tunesiërs duiden zonder moeite Pino Di Mauro en Cosimo Solazzo tussen de anderen aan als de personen met wie zij contact gehad hebben. Zij herinnerden zich zelfs de namen 'Pino' en 'Simon'. Vander Biest herkenden zij niet, maar dat pleit de politicus niet vrij.
Begin juni '98 worden de twee in Tunis veroordeeld. Zij krijgen elk 20 jaar gevangenisstraf voor de moord op Cools en vijf jaar extra voor de moordpoging op Joiret. Maar omdat slechts de zwaarste straf telt bij misdaden die met elkaar in verband staan, komt de straf neer op 20 jaar. Na tweederde van hun straf kunnen ze vrijkomen. Bij gratie van de president zelfs nog vroeger. De familie Cools, die één symbolische dinar schadevergoeding krijgt, toont zich tevreden met het vonnis. Doodstraf zou voor de onder druk gezette huurmoordenaars te zwaar zijn geweest. Maar de huurmoordenaars kunnen geen uitsluitsel geven over de opdrachtgevers van de moord. Het onderzoek naar de opdrachtgevers is er dan ook eentje van vallen en opstaan.
De opdrachtgevers
Slechte vrienden
Aanvankelijk waren er negen beschuldigden voor potentiële verwijzing naar assisen aangeduid, maar op 17 maart 2002 pleegt ex-minister Alain Van der Biest, die overigens altijd elke betrokkenheid heeft ontkend, zelfmoord, zodat in dit geval de strafvordering is 'uitgedoofd'. De rol van Van der Biest, voormalig minister van pensioenen in de federale regering en minister van binnenlandse zaken in de Waalse regering, zal allicht onduidelijk blijven. De politicus/schrijver/alcoholicus wordt door de enen - en zichzelf - beschouwd als machteloze naïeveling, onwetend van de malversaties van zijn entourage. Anderen zien de altijd veelbelovende intellectueel als een ambitieuze opportunist die zich wou bevrijden van de bemoeienissen van zijn politieke vader die hem, zelfs na vertrek uit de actieve politiek, via zijn medewerkers op de vingers bleef kijken en zijn louche zaakjes bekritiseerde. Het Luikse gerecht is hiervan overtuigd. Onder meer door onderzoek van notities van Van der Biest in zijn agenda's. Zo schrijft hij in januari 1989: "Ik bid dat Cools verplicht wordt mij als minister te erkennen. Ik bid dat Cools zo vlug mogelijk met pensioen gaat." Maar ook door getuigenissen van Carlo Todarello.
Feit is dat Van der Biest zijn opgang te danken had aan Cools. In 1973 draagt Cools de jonge Van der Biest, die dan assistent letterkunde aan de Luikse universiteit is, voor als nationaal secretaris van de dan nog Belgische Socialistische Partij. Drie jaar later wordt hij burgemeester van Grâce-Berleur. Nog eens een jaar later, in '77, wordt hij verkozen voor de Kamer, waar hij in '84 fractieleider wordt voor de PS. Na de verkiezingen van '87, waar de PS liefst 43% van de stemmen voor de Kamer haalt, biedt PS-voorzitter Guy Spitaels hem een ministerportefeuille aan. Daar stelt hij echter teleur. Hij is inmiddels aan de drank en slecht omringd, door o.a. voormalig rijkswachter Richard Taxquet uit Grâce-Hollogne, die in hem een ideale stroman ziet voor zijn louche zaken i.s.m. Luiks-Italiaanse onderwereldfiguren, o.a. een handeltje in gestolen waardepapieren. Einde 1990, begin 1991 escaleert de spanning tussen Van der Biest en Cools. Zo leert zijn agenda op 30/12/90: "Ik moet enkele zaken vinden om Cools en Demolin te kraken. Vreemd dat ik altijd maffiafiguren op mijn weg vind, terwijl ik toch op het punt stond de leiding van de PS-federatie op mij te nemen. Ik moet Verjus klem zetten, hem verplichten het kabinet te verlaten. Het is duidelijk dat het gangsters zijn. Ik moet me terugplooien en hen bestrijden met hun methoden, het terrorisme."
Lambert Verjus is een oud-kabinetschef van Willy Claes en André Cools; Maurice Demolin is secretaris van de Luikse PS-federatie en dan eenmalig schepen van Grâce-Hollogne, een Cools-aanhanger. Cools heeft kritiek op hoe Van der Biest zijn kabinet bestuurt en wil dat hij "mandolinespeler" Taxquet buitenzet. Hij verhindert dat Taxquet, op vraag van Van der Biest, een lijst te pakken krijgt van door de PS gefinancierde bedrijven. Mogelijk wou Van der Biest hier Cools mee chanteren. Taxquet is er niet goed van. En ook Van der Biest wordt 'gestraft': Cools wil hem slechts de 13de plaats geven op de Kamerlijst, zogezegd om hem in de toekomst in het Europees parlement uit te spelen. Maar Van der Biest voelt duidelijk aan dat hij op een zijspoor gezet wordt. In mei '91 leidt dit tot een flinke ruzie. Als Taxquet en Di Mauro, die het boze oog van Cools meer dan beu zijn, inmiddels al snode plannen aan het smeden zijn, geeft Van der Biest - allicht in een dronken bui - zijn fiat voor de moord. Overigens laat Van der Biest regelmatig, onder invloed en al dan niet in anonieme telefoontjes aan PS-medewerkers, blijken dat Cools nog wel iets ergs zal overkomen.
De moord op Cools brengt Van der Biest onmiddellijk in de spotlights. Het onderzoek brengt een heleboel onfrisse praktijken op zijn voormalige kabinet aan het licht. Van der Biest wordt in september '96 - in volle Dutroux-periode - samen met zijn gewezen kabinetsmedewerkers Taxquet en Di Mauro gearresteerd. Bewijzen van schriftvervalsing en geldverduistering op het kabinet tussen mei '90 en januari '92 leiden in juni '96 tot een veroordeling van 30 maanden, waarvan de helft met uitstel. In beroep wordt de straf verminderd tot 1 jaar met uitstel. Een cassatieverzoek wordt verworpen. Wanneer Van der Biest in december 2001, na enkele dagen opsluiting, voor de tweede keer Lantin verlaat, is er iets bij hem gebroken. Hij houdt nog altijd zijn onschuld staande, maar is de beschuldigingen beu. Op 17 maart 2002 pleegt Van der Biest op 58-jarige leeftijd met een overdosis medicijnen zelfmoord in het huis van zijn onlangs overleden moeder. "Betty, mijn liefste, ik wil dat mijn lijdensweg stopt! Vergeef me. Ik ben onschuldig. Ik hou van je. Ik hou van je. Alain." Zo luidt de korte afscheidsbrief die hij nalaat aan zijn vrouw Betty.
De acht beschuldigden
Een corrupt kabinet
De enige andere niet-Italiaan is Richard Taxquet : gewezen rijkswachter, later privé-secretaris op het kabinet van Van der Biest. Ook hij blijft ontkennen iets met de zaak te maken te hebben, ook al wordt hij door de Tunesische huurmoordenaars aangeduid als de opdrachtgever. Wanneer zowel Taxquet als Van der Biest gearresteerd worden, beschuldigen zij elkaar. volgens de ex-minister heeft Taxquet na tegenwerking door Cools een zodanige haat tegen hem opgevat dat hij de zaak "als een familiezaak zou regelen". Volgens Taxquet heeft Van Der Biest hem gevraagd de contacten te leggen voor de eliminatie van Cools. Van Der Biest zou hem hebben gezegd "dat hij de baas was, dat hij grote schoonmaak zou houden" en dat "de speeltijd voorbij was".
Op andere momenten ontkent Taxquet de betrokkenheid van Van der Biest. In maart 2003 zegt hij: "Men heeft mijn verklaringen gebruikt om mij als belangrijkste aanklager van Alain Van der Biest aan te duiden. Ik heb die verklaringen afgelegd op basis van wat ik had ervaren. Maar ik zou niet weten waarom ik hem op het assisenproces zou hebben beschuldigd." Dat is toch wat hij doet: op de derde dag van het proces-Cools eind oktober 2003 beschuldigt Taxquet de afwezige Van der Biest als de opdrachtgever van de moord. Hij schetst ook nog eens een minder fraai beeld van de alcoholicus. Het lijkt erop dat Taxquet van de dode Van der Biest profiteert om zichzelf vrij te pleiten.
Nog een Van der Biest-man is betrokken bij de voorbereidingen: privé-chauffeur van Alain Van der Biest en gewezen gevangeniscipier Pino Di Mauro. Hij gebruikte de ministeriële Citroën voor meer dan alleen officiële ritjes. Zo werden - allicht zonder medeweten van Van der Biest - gestolen waardepapieren vervoerd. Di Mauro zat in zwendelzaken verwikkeld met Taxquet. Hij ontkent, al is hij door de Tunesische huurdoders formeel herkend. Hij zou hen in ons land begeleid hebben en o.a. hen de plaats van de misdaad aangewezen hebben.
Taxquet contacteert in maart of april '91 samen met Di Mauro in Tongeren zijn aangetrouwde oom Carlo Todarello, een zware jongen die al een paar keer in de gevangenis zat en bieden hem 5 à 7.000 euro voor een klus. Todarello is, behalve kleine luis Castellino, de enige die gedeeltelijke bekentenissen aflegt. Aanvankelijk waren Joegoslaven gecontacteerd voor de klus, maar die waren te duur voor Taxquet en Di Mauro. En een Duitse huurmoordenaar gaat er vandoor met een voorschot van 7.500 euro zonder nog iets van zich te laten horen. Via Castellino komen de samenzweerders uiteindelijk in Sicilië terecht, waar diens compaan Luigi Contrino van afkomstig is en Calogero Todaro kent, een plaatselijke gangster die de Siciliaanse maffia beconcureert.
Een andere oom van Taxquet, Silvio de Benedictis zou, als juwelier en goudhandelaar, zijn neef het geld hebben voorgeschoten om via Todarello de Tunesische huurmoordenaars te betalen. Wat hij ten stelligste ontkent. En ook dat hij voor een vluchtauto zou gezorgd hebben, die echter nooit gebruikt werd omdat hij te opvallend was. Hij zorgde ook voor een tweede wapen, dat ook niet gebruikt werd.
Ook bezig geweest bij de voorbereidingen is Silvio De Santis, een arbeider die de het moordwapen geleverd zou hebben aan Di Mauro en die andere mogelijke huurdoders gecontacteerd heeft. Al ontkent hij er iets mee te maken te hebben gehad. Dit moordwapen wordt ook niet gebruikt.
Bouwvakker Luigi Iachino 'Jacky' Contrino gaf de Tunesische huurmoordenaars een onderduikadres in Luik. Na bewezen diensten zou hij hen in Sicilië zijn gaan uitbetalen: 8 miljoen lire of 4.000 frank. Ook hij ontkent.
Cosimo 'Simon' Solazzo was de bedrijfsleider van het schoonmaakbedrijf Sodonet - dat overigens zo goed als alleen op overheidsopdrachten draaide - die de Tunesiërs instructies gaf en die hen huisvestte tijdens hun verblijf in Luik in zijn eigen appartement. Hij werd gecontacteerd door Todarello en vraagt voor de klus 20.000 euro. Hij ontkent.
En tenslotte is er nog klusjesman Domenico 'Mimo' Castellino, die op vraag van Solazzo de moordenaars van Sicilië naar Luik bracht en hen ook weer naar Italië reed na de klus. Op zijn aanwijzingen vonden de speurders het moordwapen in de Ourthe, waar hij het zelf had weggegooid. Hij zit nu gevangen in Sicilië voor drugstrafiek.
Alain Van der Biest
De persoon Van der Biest
Deze romanist, geboren in Grâce-Berleur in 1943, belandt snel in de politiek voor de PS. In 1977 wordt hij burgemeester van Grâce-Hollogne en hij blijft dat tot zijn politieke val in het begin van de jaren negentig. Ook in 1977 belandt hij in de Kamer waar hij fractieleider is van 1983 tot 1988. Van 1988 tot 1990 is hij minister van Pensioenen in de federale regering en van 1990 tot 1992 Waals gewestminister van Binnenlandse Aangelegenheden belast met Gesubsidieerde Werken, Plaatselijke Besturen en Watervoorziening. Al die tijd is Van der Biest ook schrijver, van artikels over het socialisme onder, en in de jaren tachtig van vier romans.
In 1992 is Alain Van der Biest niet langer minister en hij raakt verwikkeld in een bijna onwaarschijnlijke reeks voorvallen en gebeurtenissen. Zo heft de Kamer op 2 juli 1992 een eerste maal zijn parlementaire onschendbaarheid op in verband met de moord op André Cools, een tweede maal gebeurt dat op 15 oktober 1992, nu in verband met een zaak van gestolen waardepapieren. Hij doet bij de onderzoeksrechter een boekje open over de merkwaardige praktijken van partijfinanciering door de PS en André Cools. In de nacht van 8 op 9 maart 1993 raakt hij zwaargewond, ongeval of aanslag, daar komt geen klaarheid over.
Op 8 september 1996 belandt hij in de gevangenis, aangehouden op verdenking van medeplichtigheid aan de moord op André Cools, een anonieme getuige beschuldigt hem. Beter nieuws is er voor hem als hij op 22 november 1996 niet langer vervolgd wordt voor de gestolen waardepapieren. Hij komt vrij op 2 januari 1997 maar blijft beschuldigd in de zaak Cools. In de zaak Agusta valt zijn naam eveneens te horen en eind juni 1997 wordt hij veroordeeld voor fraude en misbruiken op zijn kabinet.
- Alain Van der Biest
Het kabinet-Van der Biest
Van april 1990 tot januari 1992 zou er op het kabinet van Alain Van der Biest enkele miljoenen frank zijn verduisterd. Van der Biest was dan Waals gewestminister van Binnenlandse Aangelegenheden. Met overheidsgeld worden bijvoorbeeld toegangskaarten voor de vierentwintig uur van Francorchamps betaald, worden rekening betaald van niet-kabinetsmedewerkers en wordt de verkiezingscampagne georganiseerd. Half april 1997 eist het parket vier jaar gevangenisstraf, waarvan twee jaar effectief, voor de oud-minister. Hij wordt schuldig geacht aan misbruik van zijn ambt, valsheid in geschrifte en geldverduistering. Daarenboven wordt hij beschuldigd van persoonlijke verrijking met een miljoen frank. Ook voor vijftien anderen acht het parket de beschuldigingen, vooral valsheid in geschrifte en geldverduistering, bewezen.
Er worden straffen geëist van twee maanden tot drie jaar cel, voor de privé-secretaris Richard Taxquet wordt één jaar gevraagd, voor Pino Di Mauro één jaar voor de diefstal van een Cirtroën BX dienstwagen, voor Cosimo Solazzo acht maanden, ook voor die autodiefstal. Op 27 juni 1997 valt de uitspraak. Van der Biest krijgt twee jaar gevangenisstraf - acht maanden effectief - als verantwoordelijke voor de fraude en misbruiken op zijn kabinet. Hij draagt die verantwoordelijkheid grotendeels alleen want zijn twee kabinetschefs, Lambert Verjus en Jacques Vandenbosch, gaan vrijuit. Kabinetssecretaris Alain Jehay krijgt wel tien maanden gevangenisstraf met uitstel en de secretaris van de minister, Richard Taxquet, zes maanden waarvan de helft met uitstel. De Luikse ondernemer Gabriel Uhoda ziet zich veroordeeld tot achttien maanden waarvan een jaar met uitstel, zijn echtgenote tot acht maanden met uitstel. Pino Di Mauro krijgt vier maanden cel aangesmeerd voor de autodiefstal, zijn kopmanen Cosimo Solazzo en Patrick Rinder elk drie maanden.
| Meer » Agusta-affaire |