Jean-Paul Dumont

Inleiding

De Bende van Nijvel en de Borains, ex-rijkswachter Madani Bouhouche, de extreem-rechtse militie Front de la Jeunesse, Paul Latinus en Eric Lammers van de extreem-rechtse Westland New Post, de zaak-Patrick Haemers, Michel Nihoul, de veroordeelde pedofiel Jean-Paul Raemaekers, Roger Boas - wapenfabrikant en boezemvriend van Paul Vanden Boeynants - die samen met VDB in opspraak kwam in een groot corruptieschandaal over legeraankopen, de brandstichting in 1982 bij het linkse weekblad Pour. Al deze ophefmakende, politiek zwaar geladen processen hadden op zijn minst een ding gemeen. Telkens was de Brusselse politicus Jean-Paul Dumont advocaat voor de verdediging. Op zichzelf hoeft dat niet te betekenen. Meester Dumont was zonder twijfel een briljant strafpleiter die iedereen graag als advocaat wilde. De strafpleiter was de voor de buitenwereld zichtbare Dumont. Er bestaat echter nog een andere, onzichtbare Dumont.

Jean-Paul Dumont was ooit de rijzende ster van de Brusselse PSC, en het enfant terrible van de Brusselse balie: geslepen, ambitieus, taalvaardig en met connecties in de juiste politieke kringen. Jean-Paul Dumont is rechts, zéér rechts, en hij steekt dat niet onder stoelen of banken. Hij begon als voorzitter van de Jong-PSC en werd dan lid van het directiecomité van het CEPIC, de elitaire rechterkant van de Franstalige PSC, waarvan heel wat leden in zeer dubieuze affaires waren betrokken. Hij was erbij toen Paul Vanden Boeynants en zijn Brusselse entourage van adellijke oplichters, affairisten en rechtse intriganten in de jaren '70 en '80 hun corrupt politiek regime uitbouwden.

Advocaat Didier De Quéy, de vroegere partner en PSC-collega van Dumont, herinnert zich hoe zijn vriend hem in het begin van de jaren tachtig vroeg ook lid van het CEPIC te worden. Dumont nodigde hem uit op een soirée van het CEPIC, waar patron Paul Vanden Boeynants en zware CEPIC-jongens als Jean-Pierre Grafé en José Demarets aanwezig waren. De Quévy zegt dat hij uiteindelijk geen lid is geworden omdat het CEPIC even later werd opgedoekt, en er naar zijn smaak te veel verloederde adel in rondliep. Het CEPIC werd opgedoekt nadat was uitgelekt dat baron Benoît de Bonvoisin, de schatbewaarder van het CEPIC, en andere zeer achtbare leden van het CEPIC meer dan amicale contacten onderhielden met het Brusselse Front de la Jeunesse, een rechtse gewelddadige rechtse militie.

Jean-Paul Dumont
- Jean-Paul Dumont, rechts, verdedigde onder andere Madani Bouhouche.
Zie ook » Bouhouche & Beijer | Filière Boraine | Paul Vanden Boeynants | Front de la Jeunesse | Michel Nihoul

Watergate in Brussel

5 Juni 1982

Op 5 juni 1982 wordt er bij de Brusselse onderzoeksrechter Lambeau thuis ingebroken. De dieven hadden blijkbaar enkel aandacht voor het dossier van het Front de la Jeunesse, dat hij mee naar huis had genomen om te bestuderen. In de daarop volgende dagen en weken zijn er inbraken bij enkele Brusselse advocaten waaronder Jean-Paul Dumont, Etienne Delhuvenne en Philippe Forét en politici waaronder Paul Vanden Boeynants, Henri Simonet en Hugo Coveliers. Ook hier schijnt de aandacht te zijn gegaan naar dossiers die verband houden met extreem-rechts. De Franstalige pers schrijft over Watergate in Brussel.

Zie ook » Paul Vanden Boeynants | Front de la Jeunesse

Advocaat van de Bende Haemers

Operatie red Patrick Haemers

Ook in het gerechtelijk dossier over de bende Haemers zit een aantal opmerkelijke feiten en verklaringen over de geheime rol van meester Dumont. Tijdens de Haemers-processen heeft men daar zelfs niet over gesproken. Dumomt en zijn vrienden-advocaten doken op in de affaire-Haemers na de ontvoering van Paul Vanden Boeynants. Dat gebeurde eind 1989 toen Patrick Haemers, zijn vrouw Denise Tyack en Axel Zeyen in een Braziliaanse cel in Recife zaten. Het Belgische gerecht wilde hen koste wat het kost uitgeleverd krijgen. Maar Patrick Haemers en co hadden geen zin om terug te komen.

Op 26 juli 1989 verklaarde Eric Haemers, de broer van Patrick, aan de politie dat Dumont hem een paar weken eerder had opgebeld en hem het adres van Patricks advocaat in Rio had gevraagd. Dumont had hem daarbij de 'vriendelijke groeten' overgemaakt van Michel Vander Elst, een Brussels advocaat en vriend van Patrick Haemers. Hij zou later worden veroordeeld voor de ontvoering van Paul Vanden Boeynants. Even later ging ook Dumont-kompaan De Quévy zich met Patrick Haemers in Brazilië bemoeien. Advocaat De Quévy kende het Haemers-milieu al heel lang.

Eind jaren zeventig, begin jaren tachtig hing advocaat de Quévy rond in de kroegen Les Cerisiers en de Gypy's in Sint-Lambrechts-Woluwe, waar ook de jongens van Patrick Haemers verzamelden. De Quévy kende Eric Haemers, de broer van Patrick en de eigenaar van de Gypy's. En hij kende Jürgen Zeyen, de broer van Axel, omdat die geregeld in de Gypy's achter de tap stond. Maar dat 'kennen' beperkte zich volgens De Quévy tot 'goeiedag' zeggen. En met Patrick Haemers had hij helemaal niets te maken. Meester De Quévy: 'De groep van Patrick Haemers was mijn stijl niet, ik praatte zelfs niet met hetn. Nee, Jean-Paul Dumont kwam daar niet. Die heb ik pas later leren kennen, aan de balie. God, wij wisten ook niet wat diemensen later allemaal zouden uitspoken. Ik snap het nu nog altijd niet. Wij gingen toen onze sportspullen in de winkel van Achille Haemers kopen, dat is alles.'

Wij citeren een rapport

In 1989 had meester De Quévy officieel nog altijd niets te maken met Patrick Haerners, die in Brazilië in een cel zat, hij was toen de advocaat van Axel Zeyen. Maar toch drong hij zich op aan vader Haemers. Op verzoek van Michèle Dewit, het ex-lief van Patrick Haemers en de toenmalige vriendin van Axel Zeyen, ging Achille Haemers met De Quévy praten. Michèle Dewit had vader Haemers wijsgemaakt dat ze een advocaat kende die ervoor kon zorgen dat zijn zoon niet aan België zou worden uitgeleverd. Onder het mom van een bezoek aan zijn cliënt Axel Zeyen, die in dezelfde gevangenis zat als Patrick Haemers, zou De Quévy naar Brazilië reizen en daar alles regelen om Patrick uit de handen van de Belgische justitie te houden.

De Quévy was zo zeker van zijn stuk dat hij een collega meenam, de Brusselse advocaat Beaudouin Dunesme. Dunesme sprak Portugees, beweerde De Quévy, dat zou van pas komen. Maar het moest allemaal in het diepste geheim gebeuren. Uiteraard, want wat De Quévy en Dunesme van plan waren was illegaal, en bovendien was geen van beiden officieel aangesteld als advocaat van Patrick Haemers. De officiële Belgische advocaat van de familie Haemers was meester Fernande Motte-De Raedt. Maar Achille Haemers, die ten einde raad was, stemde in met het bedenkelijke plan van advocaat De Quévy, en betaalde. In het dossier-Haemers zitten verklaringen van anonieme informanten die de politie op de hoogte hielden van de reddingswerken van Achille Haemers en het advocatenduo De Quévy-Dunesme.

- 4 oktober 1989
'De rijkswacht heeft contact met informant Tango 1. Hij zegt dat Eric Haemers nog geld van Patrick heeft dat per se naar Brazilië moet. Dat geld moet worden gebracht door advocaat De Quevy.'

- 19 oktober 1989
'Een brief van Sabrina - Denise Tyack - voor Achille Haemers arriveert. Denise Tyack, Patrick Haemers en Axel Zeyen willen 5000 dollar: 2000 voor lsrael de Mello, de Braziliaanse advocaat van Haemers, 2000 voor Newton Lobo, een andere Braziliaanse advocaat, en 1000 dollar voor henzelf. Tyack laat weten dat Patrick de aangekondigde komst van De Quévy weggegooid geld vindt.'

Nog in oktober 1989 krijgt de politie twee brieven in handen die de Braziliaanse advocaat lsrael de Mello had geschreven. 'Hij meldt in die brieven dat hij alles wil weten over Michel Vander Elst, VDB, de politiek in België en onderzoeksrechter Jean-Pierre Collin, die het gerechtelijk onderzoek naar de Bende-Haemers leidde. Advocaat De Mello wil dat De Quévy dat materiaal verzamelt. De Quévy wil wel voor Patrick Haemers werken, maar niet officieel.'

- 19 oktober 1989
'Achille Haemers gaat met Michèle Dewit naar De Quévy. Samen vertrekken ze naar Dunesme. Ze proberen vergeefs contact te leggen met het trio in de gevangenis van Recife. Achille koopt toch vliegtuigtickets voor De Quévy en Dunesme bij het agentschap Helios in Elsene. De twee advocaten vertrekken op 28 oktober '89 vanuit het Franse Roissy en komen terug op 3 november '89 met de Braziliaanse luchtvaartmaatschappij VARIG. Achille heeft De Quévy 5000 dollar meegegeven'.

- 8 november 1989
'Informant X 18 zegt dat Dunesme en De Quévy terug zijn. Ze hebben problemen want het Braziliaanse hooggerechtshof dat over de uitlevering moet beslissen, blijkt onomkoopbaar te zijn. Er kan alleen iets gebeuren als er 400.000 dollar wordt gestort op de rekening van advocaat Roberto Rosenbium van de Belgische ambassade. Ze hebben Achille Haemers op de hoogte gebracht, maar die wil niet over de brug komen.' Toch blijft De Quévy optimistisch.

- 1 december 1989
'Informant X 18 zegt dat De Quévy in de gevangenis met Patrick Haemers heeft gesproken en dat Patrick ervan overtuigd is dat hij niet zal worden uitgeleverd. X 18 weet ook dat Achille in dat verband door een belangrijk man uit het milieu van de PSC en de CEPIC zal worden gecontacteerd. Die man zou zijn vakantie in Brazilië doorbrengen en daar de nodige stappen ondernemen om ervoor te zorgen dat Patrick Haemers niet wordt uitgeleverd.'

En dat gebeurde. In december 1989 duikt ex-CEPIC'er Jean-Paul Dumont op. De anonieme informanten X 18 en X 58 vertellen:

- 12 december 1989
'X 18 zegt dat Achille werd gecontacteerd door Jean-Paul Dumont en zijn maat Martial lancaster in verband met zijn zoon. Het contact werd gelegd in het restaurant Le Vieux Bruxelles van Michel Lavalle. Dumont zei daarbij tegen vader Haemers dat het nooit tot een confrontatie mag komen tussen Patrick Haemers en Paul Vanden Boeynants! Men zal er bijgevolg alles aan doen om de niet-uitlevering te regelen. In ruil moet Achille geen frank betalen.'

Advocaten die gratis hun diensten aanbieden, willen beletten dat het gerecht Vanden Boeynants met Patrick Haemers confronteert: u mag het gerust ophefmakend noemen! Achille Haemers bevestigt het verhaal. Achille Haemers: "Ik heb Dumont inderdaad in Le Vieux Bruxelles gezien. Mijn vriend Michel Lavalle zei tegen mij: 'Ik heb de perfecte advocaat voor je zoon.' Nog geen halve minuut later zaten Martial Lancaster en Jean-Paul Dumont voor mijn neus. Lancaster kende ik. Dumont niet. Lancaster zei: 'Het is een beetje vervelend. Ik ben ook de advocaat van Paul Vanden Boeynants en van Roger Boas. Maar ik kan ervoor zorgen dat je zoon in Brazilië blijft.' Ze zouden dat uit pure goedheid doen. Betalen was niet nodig."

Mission Impossible

Over 13 december 1989 verklaren de informanten: 'Achille Haemers belt naar het bureau van Dumont. Hij krijgt er Martial lancaster aan de lijn. Achille vertelt Lancaster dat de beslissing over de uitlevering is uitgesteld tot februari 1990.' Heel goed,' zegt lancaster, 'dat geeft me de kans de nodige schikkingen te treffen.' Hij zal Achille de volgende week documenten meegeven die ervoor moeten zorgen dat Patrick niet wordt uitgeleverd. Achille moet die documenten naar een bekende advocaat in Parijs brengen. Die man zal ze ondertekenen en daarna moet Achille ze met DHL naar Brazilië sturen.'

- 18 december 1989
'Een nieuw contact tussen Achille, Eric Haemers en Dumont in hetzeflde restaurant.'

- 19 december 1989
"Dumont en lancaster gaan niet in op de invitatie van Achille om te gaan eten. Lancaster is vermoedelijk met vakantie. De contacten tussen Achille Haemers en Dumont liggen stil."

- 28 december 1989
"Er is een toevallige ontmoeting tussen Achille Haemers en Dumont. Aanwezig zijn: Giannini, de man aan wie Achille Haemers zijn nachtclub The Happy Few had verkocht, en de directeur van het BBL-bankfiliaal in Woluwe op de Georges-Henrilaan. De ontmoeting vindt plaats in het restaurant Aux Armes de Bruxelles in de Beenhouwersstraat. Volgens X 18 is Dumont strontzat. De advocaat omhelst Achille en zegt: 'Als je eens wist hoeveel problemen Michel en ik hebben gehad sinds onze eerste ontmoeting.' Michel Lavalle is zelf niet aanwezig. Hij is op reis naar de Canarische eilanden. Dumont praat een halfuur met Achille Haemers, hij beweert dat hij problemen heeft met de stafhouder."

- 4 januari 1990
"Dumont eist dat Achille Haemers mee naar de stafhouder gaat. Hij wil dat Achille tegen de stafhouder zegt dat hun eerste afspraak louter toevallig is geweest, anders krijgt hij een maand schorsing. Dumont beweert dat alles naar wens verloopt in verband met de niet-uitlevering van Patrick, en dat hij en Achille Haemers naar Brazilië zullen vertrekken om de zaak te regelen. Elk op eigen kosten. Hij zegt ook dat hij, Dumont, ervoor zal zorgen dat onderzoeksrechter Collin uit het onderzoek verdwijnt." Collin werd inderdaad gepromoveerd en verdween uit het onderzoek.

- 23 januari 1990
X 18 zegt dat vader Haemers op 22 januari contact had met Dumont, die in Le Vieux Bruxelles zat. Dumont zei aan de telefoon dat de papieren deze week klaar zouden zijn. Volgens X 18 bevond Dumont zich in het gezelschap van GP-commissaris Georges Marnette. Ook de huidige nationale magistraat André Vandoren zou een goeie klant van Lavalle zijn. Mogelijk heeft hij Dumont en Lavalle op de hoogte gebracht van de situatie aangaande Achille Haemers.

"De politiemannen in het onderzoek-Haemers vermoeden dat Achille Haemers weer contact heeft met Dumont, en dat hij de documenten van Dumont die nodig zijn om de niet-uitlevering van zijn zoon af te dwingen, naar Parijs heeft gebracht en vandaar naar Rio de Janeiro heeft gestuurd. Die documenten zouden de officiële stukken zijn die advocaat Dumont had opgesteld voor zijn vroegere cliënt Carmelo Bongiorno. Met die documenten probeerde Dumont te voorkomen dat Carmelo Bongiorno door Italië zou worden uitgeleverd in verband met de moord op journalist Stéphane Steinier. Opvallend is dat Patrick Haemers een tijdje eerder vanuit Brazilië had gevraagd alle mogelijke inlichtingen over de zaak-Steinier naar hem op te sturen."

- 23 januari 1990
"Achille boekt een reis naar Recife." En dan loopt het schijnbaar fout.

- 30 januari 1990
"Achille zou in het weekend met Dumont hebben gebeld. Dumont en Lancaster schijnen van niets meer te weten en houden Achille Haemers op een afstand."

2 februari 1990
"Achille Haemers vertrekt naar Recife met Air France. Niet met Dumont, maar met Kevin, de zoon van Patrick Haemers." Uiteindelijk zal Patrick Haemers toch aan België worden uitgeleverd, ondanks de inspanningen van De Quévy, Dunesme, Lancaster en Dumont.

Waarom?

De hamvraag is: waarom? Waarom duikt de vroegere CEPIC'er Jean-Paul Dumont op bij Michel Nihoul en Patrick Haemers? Waarom biedt een CEPIC-advocaat gratis zijn diensten aan om Patrick Haemers uit de handen van het Belgische gerecht te houden? En waarom bemoeide De Quévy zich met die zaak? Werd hij gestuurd door Dumont, die zich op de achtergrond wilde houden? En kwam Dumont pas zelf in actie toen hij zag dat De Quévy en Dunesme hun opdracht hadden verknoeid? En waarom wilde Dumont eigenlijk niet dat Patrick Haemers terug naar België kwam?

Twee uitspraken zijn in het licht van deze gegevens veelbetekenend. Eén: Dumont en Lancaster die tegen vader Haemers zeggen: "Het mag nooit tot een confrontatie komen tussen Patrick en Vanden Boeynants." Twee: Patrick Haemers zelf die zegt dat hij zal praten als hij voor zijn rechters staat. Maar Patrick Haemers heeft nooit kunnen praten: hij stierf in een Belgische cel. Zit er achter de ontvoering van Paul Vanden Boeynants, de vroegere grote baas van het CEPIC, een verhaal dat het daglicht niet verdraagt? Had Dumont de opdracht gekregen te voorkomen dat de waarheid bekend zou worden?

Het kluwen

Vanden Boeynants en de bende Haemers hebben altijd volgehouden dat ze elkaar niet kenden voor VDB in 1989 door Haemers werd ontvoerd. In de zomer van 1996 heeft Humo daar grote vraagtekens bij gezet. In het artikel 'De Bende van Woluwe' toonde Humo aan dat er al in het begin van de jaren '80 een link was tussen VDB en de bende Haemers. Patrick Haemers en zijn gangster-vrienden Philippe Lacroix en Thierry Smars werkten toen als zwartgeld-smokkelaars voor de Brusselse bank Caisse Privé Banque. De Caisse Privé was de bank waarmee Vanden Boeynants zijn duistere zaakjes regelde. Guy Cruysmans, de toenmalige baas van de Caisse Privé, en opnieuw een man uit CEPIC-kringen, stond dicht bij VDB. Hij organiseerde mee de financiële sjoemelconstructies waarmee VDB zijn zwart geld uit de handen van de fiscus hield.

Volgens een aantal verklaringen in het dossier-Haemers was Cruysmans ook heel geïnteresseerd in het jonge volk dat de café's van de groep-Haemers in Sint-Lambrechts-Woluwe frequenteerde. Hij ronselde ze om in zijn bank te werken en allerlei louche zaken voor hem te regelen, en legde een bijzondere aandacht aan de dag voor hun seksuele voorkeuren. Cruysmans gaf die jongeren zelfs politieke vorming. Eén van de sprekers op die politieke vormingsavonden was, volgens getuigen, niemand minder dan Jean-Paul Dumont. Philippe lacroix en Thierry Smars van de bende-Haemers kwamen luisteren. Het Brusselse gerecht heeft altijd volgehouden dat Patrick Haemers en co vulgaire gangsters waren die geldtransporten overvielen, maar dat verhaal begint steeds meer te wankelen. Patrick Haemers zat heel dicht bij het chique politieke en financiële milieu in Brussel. Het wordt tijd dat het gerecht die banden ernstig gaat onderzoeken.

Zie ook » Bende Haemers | Paul Vanden Boeynants | Michel Nihoul

De zaak-Borains

De mysterieuze rol van Josiane Debruyn

Eén van de interessantste dossiers voor de mensen die het gerecht en de politiek proberen te controleren is ongetwijfeld dat van de Bende van Nijvel. Toen de Borains, een half dozijn marginale pseudo-criminelen uit de Borinage, in 1988 voor een aantal Bende-overvallen voor het Hof van Assisen van Bergen moesten verschijnen, had Jean-Paul Dumont geen enkele Borain als cliënt. Een probleem, want dat betekende dat hij geen toegang had tot het gerechtelijke dossier over de Bende van Nijvel. Josiane Debruyn, één van de beschuldigden, werd toen verdedigd door meester Françoise Delplancq.

De dag dat het proces begon, kwam Debruyn om totaal onduidelijke redenen niet opdagen. De rechter besliste haar een apart proces te geven. Bij dat 'eigen proces' was ze wel op tijd. En haar advocaat was niet meer meester Delplancq, maar Jean-Paul Dumont. En Debruyn was zichzelf niet meer: ze was helemaal 'gerestyled', verkoopbaar gemaakt door haar nieuwe advocaat, Hij had haar zelfs een aantal weken in een motel in de buurt van Brussel ondergebracht, waar hij haar psychologisch op het proces had voorbereid. Dumont had de kosten voor dat motel zelf betaald. Waarom stak Dumont geld in een vrouw die zelf geen rooie duit had, en die zelfs geen honderdste van het doorsnee-ereloon van een advocaat als Dumont - dat meestal in de vele miljoenen loopt - kon ophoesten? Geef toe, een advocaat die geld geeft, het is weer eens wat anders.

Misschien ligt de reden in de rol die Josiane Debruyn in de Borains-saga speelde. De onvoorspelbare Debruyn was een sleutelfiguur. Zij had het wapen van Michel Cocu, de zogezegde baas van de Borains, naar de rijkswacht gebracht. Op basis van dat wapen concludeerde het parket van Nijvel dat de Borains een onderdeel van de Bende van Nijvel waren, want het wapen zou zijn gebruikt bij een aantal Bende-overvallen. Dat wapen was het enige tastbare bewijs dat het Belgische gerecht tegen de Borains had. En toen een aantal ballistische onderzoeken duidelijk maakte dat het wapen van de Borains zo goed als zeker niet bij die overvallen was gebruikt, wankelde de stelling van het parket van Nijvel.

Eerst probeerde men nog het ballistische onderzoek van het gerenommeerde Duitse Bundeskriminalamt weg te moffelen, maar uiteindelijk lekte het toch uit. Het schandaal was groot, en de Borains werden vrijgesproken. Vermoedelijk was het wapen een onderdeel van een gruwelijke machinatie die was opgezet om de Borains als de Bende van Nijvel te laten veroordelen. Maar dat betekent dat Josiane Debruyn - al dan niet bewust - een rol heeft gespeeld in die machinatie, want zij had het wapen dat de Borains de das omdeed, naar de rijkswacht van Bergen gebracht, waar heel toevallig Christian Amory werkte, een lid van de criminele groep rond ex-rijkswachter Madani Bouhouche. Hebben ook deze keer geheime opdrachtgevers advocaat Dumont vergoed voor het vele werk en geld dat hij in Josiane Debruyn heeft gestoken? Wilde men dat Debruyn tijdens het proces in het gareel zou lopen? Vragen die onbeantwoord blijven.

Zie ook » Bouhouche & Beijer | Filière Boraine | Onderzoek Nijvel

Marc Dutroux en Michel Nihoul

Een louche carrousel

Veel onderzoekers gaan ervan uit dat Dutroux en vooral Nihoul deel uitmaken van een georganiseerd misdaadnet dat zich met ongeveer alles bezighoudt: pedofilie, ontvoering van kinderen, het organiseren van sexfuiven, oplichting, fraude, auto- en drugssmokkel, ... Nihoul legde in Brussel en Luik een klantenbestand in politieke en zakelijke kringen aan, en leverde wat die klanten hem vroegen. Het valt op dat de advocaten van Dutroux en Nihoul - Didier De Quévy, Philippe Deleuze en Julien Pierre - uit een klein kringetje van PSC'ers rond meester Dumont komen. Net als Dumont hebben die heren al heel wat opvallende cliënten in hun kabinet ontvangen. De Quévy bijvoorbeeld was, samen met Dumont, advocaat in het proces dat in het begin van de jaren tachtig tegen het extreem-rechtse Front de la Jeunesse werd gevoerd. Julien Pierre is nog de advocaat van Zwarte Baron Benöît de Bonvoisin geweest.

Didier De Quévy, die jarenlang zijn advocatenpraktijk uitoefende samen met en in hetzelfde huis als Dumont, was in 1989 de verdediger van Marc Dutroux, toen die tot dertien jaar gevangenis werd veroordeeld wegens het ontvoeren, folteren en verkrachten van een aantal vrouwen en meisjes. In 1996 haalde De Quévy het nieuws toen hij in de kranten vertelde dat hij weigerde Dutroux opnieuw te verdedigen omdat zijn vrouw en kinderen dat niet zouden aanvaarden. Hij vond Dutroux geen echtscheiding waard, zei hij. Dus vroeg Dutroux aan Jean-Paul Dumont en aan Martial Lancaster, de Brusselse advocaat die al jaren een team vormt met Dumont, of zij bereid waren om het te verdedigen. Zij weigerden. gelukkig geraakte Dutroux onder dak bij Julien Pierre, ook een vaste ploegmaat van Dumont, met wie Dumont al meer sexuele delinquenten heeft verdedigd. Op hun beurt waren Dumont en Lancaster de advocaten van Michel Nihoul in de rechtszaak over de vzw SOS Sahel, de vereniging waarmee Nihoul het liefdadige deel van de bevolking misbruikte. Nadien werd Nihoul verdedigd door Frédéric Clément de Cléty, een jongen uit een Weense adellijke familie, en een intimus van De Quévy en Dumont.

Dumont is de advocaat van Jean-Paul Raemaekers geweest, de Brusselse pedofiel die in 1995 levenslang kreeg voor de verkrachting van drie minderjarige meisjes. Na zijn arrestatie maakte Raemaekers uit met de bewering dat hij heel wat hoge Brusselse heren in de problemen kon brengen met zijn kennis van de pedofiele circuits in de hoofdstad. Het is niet duidelijk of het gerecht toen geïnteresseerd was in Raemaekers' verklaringen, in de nadagen van de zaak-Dutroux was procureur Michet Bourlet van Neufchâteau dat in elk geval wel. Diezelfde Jean-Paul Raemaekers werd behalve door Dumont ook verdedigd door advocaat Philippe Deleuze, een CEPIC-collega van Dumont die ooit gemeenteraadslid in Brussel is geweest. Deleuze was een studievriend van Annie Bouty, de vrouw van Michel Nihoul. Ze hadden samen een advocatenkabinet aan de Gulden Vlieslaan in Brussel, waarvoor Nihoul het secretariaatswerk deed. Philippe Deleuze stond dicht bij Paul Vanden Boeynants, VDB vertrouwde hem onder meer de controle van de boekhouding van zijn Internationale Jaarbeurs op de Heizel toe.

Uiteindelijk liep Deleuze tegen de lamp omdat hij geld had verduisterd van het Brusselse pandjeshuis de Berg van Barmhartigheid en de vzw La Vie Laekenoise. Hij stond ook nog terecht voor het verkopen van niet bestaande villa's in Spanje. Allemaal toeval? Mogelijk. Maar in ieder geval kenden de politici Dumont, De Quévy en Deleuze Michel Nihoul heel goed. De Quévy ontmoette Nihoul voor het eerst in het begin van de jaren '80 via Dumont en Deleuze. Deleuze had De Quévy gevraagd om in de voetbalploeg van Michel Nihoul te spelen: JMB-Fortis. Die ploeg werd gesponsord door de vrije radio van Nihoul. Nihoul was toen al hard in de weer als financier, organisator en duivel-doet-al voor de politici Dumont en Deleuze. Hij organiseerde 'evenementen' om geld te ronselen: thema-avonden en 'bals populaires' waar conferencier Nihoul persoonlijk zang, dans en verbruik aan elkaar praatte. Voor Philippe Deleuze organiseerde Nihoul bijvoorbeeld een politieke meeting annex gezellig avondje in de Maria-Christinastraat, de winkelstraat van laken, voor Jean-Paul Dumont deed hij in 1982 hetzelfde in het restaurant Les Marronniers in Ukkel, waar José Desmarets in hoogsteigen persoon de festiviteiten bijwoonde.

Laken en Ukkel waren PSC-gemeentes, dus kostte het Nihoul geen enkele moeite om de nodige vergunningen te krijgen. Toen leerde De Quévy ook Annie Bouty kennen, evenals Nihouls vriendin Marleen De Cokere, die later in de zaak-Dutroux zou worden gearresteerd. Maar Michel Nihoul deed niet alleen politiek wervingswerk voor Dumunt en Deleuze. Alles wijst erop dat hij zich ook uitsloofde voor de PSC-Brussel en voor patron VDB en zijn politieke vriendin Viviane Baro. Veelzijdig als hij is, bediende Nihoul eveneens een aantal PS-politici. Dumont lijkt een uitstekende relatie te hebben met het zwarte beest van de PSC, baron de Bonvoisin. In zijn jarenlange strijd tegen de communistische subversie bij de staatsveiligheid en tegen het gerecht dat hem heeft veroordeeld wegens fraude en oplichting, heeft Zwarte Baron de Bonvoisin al minstens tien 'officiële' advocaten versleten. Maar een aantal magistraten en politiemannen blijft volhouden dat die mensen niet meer dan decorstukken zijn, en dat achter de schermen Dumont de echte juridische adviseur van de Bonvoisin is. De stem van Benoît de Bonvoisin slaat over aan de telefoon: 'Waarom willen jullie dat weten? Ik vertel het jullie niet! Leugenaars! Jullie leuren in elk artikel met die rommel van de staatsveiligheid. Jullie distribueren stront.'

Zie ook » Benoît de Bonvoisin | De zaak Dutroux | Michel Nihoul | X-Dossiers

Commissaris George Marnette

Bel de commissaris

Het is duidelijk dat Michel Nihoul uitstekende contacten had met sommige PSC-kringen, en het lag dus voor de hand dat het gerechtelijk onderzoek zich met die kringen ging bezighouden. De onderzoekers concentreren zich vooral op de PSC'er Jean-Paul Dumont. Is Dumont een advocaat die doet wat hij moet doen: cliënten verdedigen? Of heeft hij nog andere relaties met een aantal cliënten uit rechts-criminele kringen? Speelt advocaat Jean-Paul Dumont misschien een sleutelrol in de Brusselse achterkamers waar politiek en misdaad elkaar ontmoeten? En wat is de rol van Dumonts vriend Georges Marnette, eerstaanwezend commissaris van de Brusselse gerechtelijke politie?

Eind oktober 1996 deed zich een vreemd incident voor. Op een moment dat Dumont in Canada zat, meldde zijn kabinet aan commissaris Georges Marnette dat er was ingebroken. Dumont beweerde later dat er vijftigduizend frank was verdwenen en een cassette met een telefoongesprek met één van zijn cliënten: de veroordeelde pedofiel Jean-Paul Raemaekers, die beweerde veel te kunnen vertellen over hoge heren in het Brusselse pedofielenmilieu! Merkwaardig! Waarom steelt een inbreker in volle Dutroux-commotie zo'n tape? En waarom belde het kabinet van Dumont uitgerekend Marnette om de inbraak te melden? Bij een inbraak rechtstreeks naar een eerstaanwezend commissaris bellen is namelijk geen standaard-procedure. Georges Marnette was in 1996 opspraak gekomen in de pedofilie-onderzoeken naar Nihoul en naar de socialistische vice-premier Elio Di Rupo. Marnette werd ervan beschuldigd die dossiers te blokkeren of in het honderd te laten lopen.

"Jean-Paul Dumont is een dikke vriend van Marnette," zeggen Brusselse magistraten. "Erger nog, hij is een tipgever van Marnette. Hij sprak geregeld met Marnette af in het Ukkelse restaurant Mok Ma Zwet. In een appartement op de bovenverdieping zat daar een tijdlang een gangster uit het milieu van Patrick Haemers ondergedoken. De twee dineerden ook samen in het restaurant Le Vieux Bruxelles van Michel Lavalle in de Brusselse Beenhouwersstraat." In het dossier over de bende-Haemers zitten de volgende gegevens over Mictiel Lavalle: "Lavalle is de eigenaar van de restaurants Giardino d'ltalia en Le Vieux Bruxelles in de Beenhouwersstraat in Brussel. Lavalle is van Siciliaanse afkomst, en een heel goeie vriend van de familie Haemers. Lavalle werkte vroeger in het restaurant Robin Hood in de Jourdanstraat."

Nadat hij uit Thailand terug was gekomen, heeft Patrick Haemers daar ook gewerkt. "Ik heb Lavalle geld gegeven om zelf een restaurant te beginnen," zegt Achille Haemers, de vader van Patrick. "Bij Lavalle komt de créme de la créme van de Brusselse balie. Lavalle kent Dumont heel goed. Hij kent ook de politieke netwerken achter de Bende van Nijvel en de bende-Haemers." Heeft Marnette de zaak-Di Rupo uitgelokt, opgeblazen en gelekt om Dumont en mogelijk andere informanten van hem uit de Brusselse PSC-kringen, die in liet dossier-Nihoul in opspraak dreigden te komen, uit de wind te zetten? In september 1996 werd Marnette uit het onderzoek-Ninoul verwijderd. Maar een paar maanden nadien werd hij opnieuw van sabotage beschuldigd, deze keer door Eddy Suys van de Gerechtelijke Politie, die zei dat Marnette nog altijd stokken in de wielen van het onderzoek-Nihoul steekt.

Zwijgen en eten

Georges Marnette vliegt woedend uit zijn stoel. "Ik ontken categoriek dat meester Dumont mijn tipgever is of geweest is," dreunt hij, "en ik voer ook niet het onderzoek naar de diefstal in het kabinet van meester Dumont, zoals sommigen beweren. Ik werd van die inbraak op de hoogte gebracht, dat is alles, en ik heb die feiten onmiddellijk doorgegeven aan mijn overste. Voor de rest weet ik niets. En om nog meer leugens uit de wereld te helpen: ik heb in Canada ook geen bedrijf opgericht samen met meester Dumont. Ik zeg u: ik ben het slachtoffer van geruchten en roddel!" De eerstaanwezend commissaris is zenuwachtig en nijdig. Hij roept en staat geregeld met zijn vuist op zijn bureau. Hij weet dat hij last kan krijgen vanwege zijn merkwaardig gedrag in de pedofilie-dossiers. In de zaak-Di Rupo loopt er al een onderzoek tegen hem door onderzoeksrechter Guy Laffineur wegens het schenden van het beroepsgeheim.

Kent u Jean-Paul Dumont?
"Ik heb advocaat Dumont leren kennen op 28 maart 1984, de dag dat één van zijn cliënten in de gevangenis van Leuven door het Speciale Interventie Esquadron van de rijkswacht werd neergeschoten. Ik heb Dumont toen naar Leuven gebracht. Hij was zeer onder de indruk van het gebeuren. Hij zat te huilen. Ik heb hem getroost en dat heeft hij geapprecieerd. We zijn zoetjesaan vrienden geworden. Nu en dan gingen we samen eten. Niet vaak, alles samen hooguit tien keer. We hadden een duidelijke afspraak: tijdens het eten werd nooit over gerechtelijke affaires gepraat waarin één van ons betrokken was. Niks tipgever dus! Ik ben nog nooit in de Mok Ma Zwet geweest. Dat is een restaurant dat wordt uitgebaat door dubieuze figuren. Ik weet dat advocaten als De Quévy uit de groep van Dumont daar komen. Maar Dumont en ik gingen liever Chinees eten."

Kwam u wel in de Le Vieux Bruxelles met Dumont?
"Dat is mogelijk. Ik ken de baas, Michel Lavalle. Vroeger had hij een restaurant in de buurt van de Louisalaan, dus dicht bij de kantoren van de Gerechtelijke Politie. Veel mensen van de GP kwamen bij hem over de vloer: Christian De Vroom, de huidige grote baas van de GP, en Frans Reyniers, de vroegere hoofdcommissaris van Brussel. We organiseerden er zelfs lunches voor de GP. Dumont was er een vaste klant. Ik ben na een tijd gestopt met die bezoekjes aan de Le Vieux Bruxelles, omdat ik Reyniers niet meer tegen het lijf wilde lopen. Maar nogmaals: samen gaan eten betekent niet dat ik voor Dumont tussenkwam in gerechtelijke dossiers. Ik ben altijd opzij gaan staan als zijn naam viel."

Kende u Michel Nihoul van vroeger?
"Nee. In de jaren zeventig, toen ik nog inspecteur was, kende ik alle tenten van Brussel. Dat was toen mijn job. Maar ik ben nooit in Le Dolo van Nihoul geweest en ook niet in dat andere partnerruilhok van hem in de Rue des Atrébates. Misschien ben ik er toch één keer geweest, hooguit twee keer."

Hoe kon u daar binnen? Het was een privé-club. Was u lid?
"Nee. Ik geraakte overal binnen. Het gebeurde maar heel zelden dat ze ons voor de deur lieten staan."

Was Nihoul een tipgever van u?
"Absoluut niet. Misschien was hij tipgever van andere GP'ers. Dat weet ik niet. Ik weet dat sommigen van mijn collega's hem kenden. Zij wisten wat hij deed."

Bedoelt u dat ze wisten wat bij met kinderen deed?
"Dat denk ik niet. Dat kan ik moeilijk geloven."

Men zegt dat u het onderzoek naar Nihoul probeert te saboteren. Om Dumont te beschermen?
"Dat is absurd! Ik, saboteren? Ik heb van 20 augustus tot 28 september 1996 in dat onderzoek gezeten. Onder mijn leiding zijn er meer dan 500 proces-verbalen opgesteld. 500! Wie heeft de vrouw van Nihoul gearresteerd? Ik! En wie heeft Annie Bouty aan de praat gekregen over het Luikse ziekenhuis Centre Médical de L'Est, waar Nihoul volop sjoemelde? Ik! Ik vermoed wel dat Nihoul bescherming kreeg, maar niet van politiemensen. De man had politieke dekking!"

Hebt u namen?
"Nee, al heb ik daar tijdens mijn onderzoek hard naar gezocht."

Enkele suggesties: Philippe Deleuze? Jean-Paul Dumont?
"Deleuze heb ik verschillende keren ondervraagd. Hij heeft duidelijk veel met Michel Nihoul te maken: zij deden samen zaken."

En hebt u Jean-Paul Dumont ondervraagd?
"Ik heb afstand genomen van meester Dumont op het moment dat ik aan het dossier-Nihoul begon. Ik wilde geen verdenkingen wekken. De laatste keer dat ik Dumont heb gezien was in november 1995 in Québec. We waren er elk apart op reis. Hij heeft me er geïntroduceerd bij een belangrijk advocatenkantoor. Dumont zat niet in mijn PV's over Nihoul."

Uw verklaring dat u vanwege de zaak-Nihoul afstand nam van Dumont impliceert dat u Dumont en Nihoul met elkaar in verband brengt. Waarom hebt u hem dan niet ondervraagd? U wist toch dat Dumont en Nihoul elkaar kenden?
"Nee, dat wist ik niet. Ik wist alleen dat Dumont de advocaat van Nihoul is geweest. Luister, als Dumont en ik gingen eten hadden we het niet over politiek. Politiek interesseert mij niet."

U hebt anders zelf een PSC-etiket. Uw vriend Dumont heeft ooit gezegd dat u lid was van de extreem-rechtse Westland New Post van Paul Latinus.
"Belachelijk! Waanzin! Ik ben al van alles beschuldigd. Ik ben al PSC'er geweest, liberaal en zelfs socialist. Maar de waarheid is dat ik totaal a-politiek ben."

Zie ook » Bende Haemers | Westland New Post | Front de la Jeunesse | Michel Nihoul

De zaak Abbas

Foead Abbas

Fouad Abbas, geboren in 1939, is een Pakistaanse crimineel die in België en Nederland bekend is geworden door drugshandel en door zijn rol als kroongetuige in het proces tegen Johan Verhoek. Abbas is de zoon van de "parelkoning" van Bombay. Zelf verdiende hij kapitalen met goudhandel en vastgoed in Dubai. Hij verloor echter al zijn rijkdom toen hij anderhalf miljard dollar leende voor de bouw van een vijfsterren-hotel in Dubai. Niet veel later brak de oorlog tussen Iran en Irak uit en stortte de economie van de Verenigde Arabische Emiraten in. Alle bezittingen van Abbas in Dubai werden in beslag genomen en hij week uit naar België.

In Antwerpen werd hij directeur van TTS Diamonds, een bedrijf zich bezig hield met het de handel in diamanten. Naast diamanten werd de firma ook gebruikt voor het smokkelen van softdrugs uit Pakistan naar vooral de Verenigde Staten en Canada. Via zijn rechterhand Rashid Ahmad kwam Abbas in contact met de Nederlandse drugshandelaren Johan Verhoek, alias "de Hakkelaar", en Henk Rommy, alias "de Zwarte Cobra". Abbas voorzag beide drugshandelaren exclusief van hasj en verdiende eind jaren '80, begin jaren '90 naar schatting zeker honderd miljoen dollar.

Op het hoogtepunt van zijn criminele loopbaan bezat Abbas diamantzaken in Antwerpen, Bombay, Genève, Londen en Tel Aviv. Ook bezat hij een diamantmijn in Guinee, en vastgoed in landen als de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Singapore. Ondanks zijn grote rijkdom slaagde Fouad Abbas erin volkomen onzichtbaar te blijven voor justitie en zijn schuldeisers. In deze tijd werd op sommige dagen meer dan 20 miljoen Belgische franken witgewassen. In 1994 kreeg de Nederlandse justitie Abbas in het oog en aan het einde van dat jaar werd een internationaal opsporingsbevel tegen hem uitgevaardigd. Hij vluchtte daarop naar Jordanië, waar Verhoek een villa voor hem had geregeld. Abbas kreeg echter al snel heimwee en keerde in 1995 terug naar Londen. Inmiddels werd hij ook belaagd door Pakistaanse drugshandelaren en zijn oude schuldeisers uit Dubai.

Bovendien kwam Willy van Mechelen, een chef van de drugsopsporing in Antwerpen die Abbas jarenlang had beschermd, zelf in de problemen. Abbas besloot daarom contact te zoeken met de Nederlandse justitie. Hij slaagde erin een deal te sluiten met de Nederlandse officieren van justitie M.R. Witteveen en Fred Teeven. In ruil voor vrijwaring van de beschuldigingen voor drugshandel betaalde Abbas een boete van 32 miljoen Belgische franken en werd hij kroongetuige in het proces tegen zijn oude kompaan Verhoek. Ook andere landen sloten zich aan bij deze deal, waardoor Abbas wereldwijd niet meer vervolgd kon worden voor zijn drugshandel. Verhoek werd mede op basis van de tien uur durende getuigenis van Abbas veroordeeld tot zes jaar cel.

In België werd vervolgens een internationaal aanhoudingsbevel tegen Abbas uitgevaardigd wegens witwasserij. Twee maanden na het proces tegen Verhoek werd Abbas in Londen gearresteerd door Scotland Yard. Hij zat enkele maanden in voorarrest, maar kwam in december 1996 op borgtocht vrij. Het zou nog drie jaar van onderhandelen duren voordat het Verenigd Koninkrijk Abbas uitleverde aan België. Daar werd hij direct gearresteerd. In 2001 werd hij veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf.

De Octopus-bende

De octopus-bende is een grote Nederlandse criminele organisatie die zich toelegde op de invoer van hasj. De bekendste leden van de bende zouden zijn: Johan Verhoek bijgenaamd De Hakkelaar, de Pakistaan Foead Abbas, Koos Reuvers en Bertus Kwarten. Een van hun transporteurs zou Martin Swennen zijn geweest. Verhoek, Reuvers en Kwarten zitten sinds begin 1996 in de gevangenis. Ze zijn ervan beschuldigd meer dan tweehonderdvijftig ton Pakistaanse hasj te hebben verhandeld tussen 1987 en 1995. Op 7 februari 1997 werd Johan Verhoek veroordeeld tot zes jaar celstraf, Koos Reuvens kreeg vijf en Bertus Kwarten drie jaar. Ze gingen in beroep. Piet Doedens, de advocaat van Bertus Kwarten, beweert dat ook de Belgische rijkswachters Willy Van Mechelen en zijn broer Hugo betrokken waren bij de drugstransporten van de octopus-bende.

Van Foead Abbas beweert een ex-medewerker dat hij een top-crimineel is die optrad als tussenpersoon tussen de Pakistaande hasjproducenten en de Nederlandse afnemers, dat hijzelf drugshandels gefinancierd en honderden miljoenen drugsgeld witgewassen zou hebben. Diezelfde Abbas ontpopt zich in 1995 tot spijtoptant. Hij is nu bereid te getuigen tegen Verhoek en zijn kompanen en koopt daarmee zijn eigen vrijheid. Hij moet zich niet langer verantwoorden voor al wat hem eventueel kan worden aangewreven. Niet iedereen is enthousiast over die beslissing van justitie. De rechtbank die Verhoek en kompanen veroordeelt, vindt dat Abbas en een andere spijtoptant niet voldoen aan de definitie van kroongetuige "omdat de twee niet helemaal gevrijwaard zijn van strafvervolging".

Foead Abbas zou zijn drugshandel al die jaren hebben geleid vanuit zijn diamanthandel in Antwerpen, TTS Diamonds. Een medewerker van hem was de Pakistaan Rashid Ahmad. Ahmad werd gezocht door de Amerikaanse DEA, hij werd gearresteerd in 1990 en legde belastende verklaringen af voor Abbas. Maar het Antwerpse gerecht liet Abbas met rust. In 1991 werd Ahmad uitgeleverd en zat bijna zes jaar in een Amerikaanse gevangenis, tot eind 1996. Hij verblijft dan een tijdje in België waarna hij in maart 1997 uitwijkt naar Pakistan. Half april 1997 raakt bekend dat Faoed Abbas op 7 april is aangehouden in Londen. België vraagt zijn uitlevering, hij is hier verdacht van drugshandel, diamantsmokkel en witwaspraktijken. Hij zou zo'n zes miljard frank drugsgeld hebben witgewassen. En hij zou ook een rol hebben gespeeld in het faillissement van de Max Fischer-bank. Via die bank zou een miljard zijn witgewassen.

Dumont en een internationale drugszaak

Dumont werkt graag achter de schermen met louche lieden. En die laten hem graag opdraven in allerlei onderhandse deals, waarbij ze liever niet laten merken dat Dumont voor hen werkt. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de bemoeienissen van Dumont in de drugsaffaires van de Antwerpse Pakistaan Foead Abbas en zijn vroegere partner in de diamantbusiness Rashid Ahmat. In 1996 werd de Antwerpse diamantair en drugshandelaar Foead Abbas benoemd nadat de Nederlandse politie het reusachtige drugssmokkelnetwerk had blootgelegd dat hij in samenwerking met onder anderen de Nederlander Johannes 'De Hakkelaar' Verhoek had opgezet. Abbas werd in Nederland de grote pentito die Verhoek en zijn kompanen de cel inpraatte, en daarom nam de Nederlandse justitie hem - ondanks de verontwaardiging van de publieke opinie - in bescherming. De hele affaire werd breed uitgesmeerd in de kranten. Maar blijkbaar heeft men nooit in de gaten gehad dat de Antwerpse groep rond Abbas al in het begin van de jaren negentig problemen had gekregen met de Amerikaanse justitie.

Toen werd Rashid Ahmat, de Antwerpse 'business partner' van Abbas, gearresteerd en uitgeleverd aan de Verenigde Staten, waar hij ervan werd beschuldigd betrokken te zijn in een internationale drugssmokkel naar de VS en Canada. Ahmat werd in de VS wegens drugssmokkel en bendevorming veroordeeld tot een gevangenisstraf van zeven jaar. Toen het schandaal rond Abbas vorig jaar ontplofte en grote koppen haalde, zat Rashid Ahmat al vijf jaar vast in de VS. En wie was in het begin van de jaren negentig de advocaat van Ahmat? Inderdaad, Jean-Paul Dumont. En wie gedroeg zich daarbij weer totaal niet zoals een advocaat zich hoort te gedragen? Inderdaad. Lieve Nys, de vrouw van Rashid Ahmat vertelt.

"Vijf Antwerpse politiemensen zijn Rashid toen komen arresteren. Niemand deed zelfs maar de moeite om zich te legitimeren of om ons een arrestatiebevel voor te leggen. Ik was in paniek. Zo gauw ze weg waren, ben ik hulp gaan zoeken bij Foead Abbas, met wie mijn man samenwerkte in de diamanthandel. Ik wist toen niet dat Abbas een grote drugssmokkelaar was die mijn man heeft meegesleurd in zijn criminele bezigheden. Abbas zei dat hij me zou helpen. Maar ik moest eerst even zijn kantoor uit. want hij wilde een aantal mensen consulteren. Toen ik terug binnen mocht, gaf hij me de naam van een advocaat. Maar ik mocht die man in geen geval bellen vanuit zijn kantoor, ik moest naar een telefooncel in de buurt van het park gaan. Ik belde en ik kreeg advocaat Jean-Paul Dumont aan de lijn."

"Ik deed wat Abbas me had opgedragen: ik deed Dumont de groeten van Meneer André. Vanaf toen hield Dumont supervisie over de zaak van mijn man, al besteedde hij ze voor de rest uit aan één van de vele advocaten uit zijn vriendenkring. Het hielp niet veel, Rashid werd aan de VS uitgeleverd en veroordeeld. Daar had men ook voor een advocaat gezorgd, maar die ging zelfs niet in beroep tegen het vonnis. En zijn twee Belgische advocaten, Dumont en zijn vriendje, gaven evenmin een kik. Ze hebben me nooit willen vertellen waarom ze zelfs niet geprobeerd hebben in beroep te gaan. Hun redenering was: 'Wij hebben niets met Lieve Nys te maken. Zij is onze cliënte niet. Wij worden niet betaald om haar belangen of die van haar man te verdedigen.'"

"Ik heb Dumont en co inderdaad niet hoeven te betalen. Foead Abbas heeft dat gedaan. Hij heeft Dumont in dienst genomen en betaald. Later heeft hij met verteld dat Rashid hem uiteindelijk drie miljoen heeft gekost. Abbas en Dumont volgden daarbij klaarblijkelijk een strategie die de belangen van Abbas diende, niet die van Rashid. Maar Rashid is verdomme mijn man! Ik wilde weten wat er met hem ging gebeuren. Dus heb ik zelf een advocaat onder de arm genomen, Victor Van Aelst. Die heeft geprobeerd om via de strafhouder contact te krijgen met die andere advocaten en hun opdrachtgever. De strafhouder liet weten dat ze handelden in opdracht van een 'meneer J'. Ik had het recht niet te weten wie die 'meneer J' was." Foead Abbas was 'Meneer J'.