Front de la Jeunesse

Inleiding

Het Front de la Jeunesse was een Belgische privé-militie die werd opgericht in 1973 door leden van een van de zogenaamde NEM-clubs. Die groeperingen situeerden zich op hun beurt rond het blad Nouvel Europe Magazine. De organisatie werd opgeheven in 1983, wanneer een groot deel van de leden van het Front de la Jeunesse werden veroordeeld wegens lidmaatschap aan een privé-militie. Sommige leden van het Front de la Jeunessen hielpen met de oprichting van de neo-nazistische organisatie Westland New Post in 1981. In juli 1981 verwierf het Front de la Jeunesse nationale bekendheid toen enkele leden van de groepering brand stichtte in de redactie van het weekblad Pour. Dit gebeurde nadat het blad informatie had uitgegeven over de interne structuren van de organisatie.

Historisch overzicht

- 22 Oktober 1976
Adjudant-chef Tratsaert van de Info-sectie van de Brusselse BOB schrijft een rapport over Groep G, de rijkswachtafdeling van het Front de la Jeunesse.

- 13 Mei 1981
Een Brusselse rechtbank veroordeelt verschillende militanten van het Front de la Jeunesse, waaronder hun leider Francis Dossogne, wegens brutaliteiten en militievorming.

Leden

- Johan Demol
Johan Lisette Joseph Demol, geboren in 1957, is een gewezen Schaarbeeks politiecommissaris en anno 2008 raadslid van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad en Brussels kopman voor het Vlaams Belang. Demol startte zijn carrière in 1976 als lid van de Rijkswacht. In 1979 werd Demol opgenomen in de leiding van de privé-militie Front de la Jeunesse, een extreem-rechtse vereniging. In de jaren '80 werd hij politieofficier in Schaarbeek. In 1994 werd hij commissaris. Hij werd opgemerkt door zijn hardhandige methodes bij het aanpakken van de criminaliteit. In 1998 werd hij echter ontslagen nadat zijn verleden bij het Front de la Jeunesse bekend werd. Onmiddellijk daarna ging hij de politiek in voor het Vlaams Blok, hij trok in 1999 de lijst voor de Brusselse Hoofdstedelijke Raad. Het VB verdubbelde zijn zetelaantal en Demol kreeg tevens een zetel in het Vlaams Parlement. In 2005 was hij opnieuw kandidaat voor de Brusselse Hoofdstedelijke Raad, en hij werd weer verkozen. De verwachte doorbraak voor het vlaams Belang kwam er echter niet. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 ging het VB in Schaarbeek zelfs achteruit.

Zie ook » Westland New Post | Martial Lekeu | Roze Balletten | Rijkswacht | Commissie Wijninckx

Militantenkampen in de Ardennen

'Sportieve weekends'

Een tweede para-militair oefenniveau binnen het Front de la Jeunesse is het niveau van de militantenkampen, die kuis 'sportieve weekends' genoemd worden en die gewoonlijk in de Ardennen plaatsvinden, gemiddeld drie keer in twee maanden tijd. In een discrete omgeving doet men aan lijf-aan-lijf-gevechten, aan straatgevechten in uniform en aan kendo onder leiding van ervaren instructeurs, waaronder commandant Francis Dossogne. Verschillende keren hadden die kampen plaats in de camping Frankopole, bezit van de VZW Centre de Formation et de Vacances des Jeunesses Ukrainiennes.

De beheerder van het kamp heet Chodorowsky. Hij verklaarde aan de gerechtelijke politie dat hij de chalets van de camping inderdaad aan het Front de la Jeunesse verhuurd had. Hij had gemerkt dat de leden van de groep gekleed waren in camouflagevesten, zoals die van para-commando's, dat ze riemen en helmen hadden en dat ze houten stokken droegen met de dikte van een matrak. Bij een huiszoeking bij Francis Dossogne vond de politie foto's van een kamp dat te Ster was gehouden op 21 en 22 oktober 1978. Op de foto's ziet men een militie in uniform, die zich oefent met lange stokken en die de vlag, een zwarte vlag met een wit keltisch kruis, groet. Onder de hoofdrolspelers kon het parket Béatrice Bosquet, Jean-Marie Claus, Daniel Leskens, Jean-Marie Simar, Michel Verstuyft en Gaston Dossogne identificeren.

De moord in het café

5 December 1980

In café La Rotonde verwarmen enkele Marokkanen zich aan de kachel tijdens deze ijskoude Sinterklaasnacht van 1980. Niemand verwacht het drama dat zich zal afspelen. Plots weerklinkt er een schot uit een Star Point 45. Louardi Ben Hamou zakt in elkaar en overlijdt aan de gevolgen van een kogel in het hoofd. De twee daders vluchten weg. Ver weg, naar Paraguay. Het gaat om Jean-Marie Paul en zijn vriendin Béatrice Bosquet. Later gaat het gerucht dat Jean-Marie bescherming genoot van de ordediensten. Die zouden zijn signalement vertraagd hebben zodat hij en zijn partner de tijd hadden om te vluchten.

Onderzoek wijst uit dat Jean-Marie diezelfde avond, een uur voor de moord, nog schietles heeft gekregen van BOB'er Madani Bouhouche. Bouhouche introduceerde het practical shooting bij een aantal leden van het Speciaal Interventie Esquadron van de rijkswacht. In de schuttersclubs speelt hij instructeur. Hij heeft onder andere lessen gegeven aan gewezen gevangenisdirecteur Jean Bultot. De speurders ontdekken ook dat hij een militant is van het extreem-rechtse Front de la Jeunesse. 'Alsof ik als instructeur verantwoordelijk ben voor wat mijn leerlingen uitvreten', verklaarde Bouhouche nadien.

Zie ook » Bouhouche & Beijer | Jean Bultot

Brandstichting bij het Maison Arabe

20 December 1980

Twee weken na de moord, op 20 december 1980, rond 21u30, staken twee individuen, die later als Frontmilitanten werden geïdentificeerd, de voorkant van het Maison Arabe, aan de Rue des Chartreux te Brussel, met plastieken benzinebussen in brand. De dag daarna ondervroeg de politie Sergio Nanco, Marcel Feiereissen en Siegfried Niedergesass en ontdekte in hun wagen benzinebussen, verschillende wapens, propagandamateriaal van Forces Nouvelles en platen ter aandenken van Hitler. Marcel Feiereissen is een actief militant van het Front de la Jeunesse, Sergio Nanco is een sympathisant en Niedergesass een ex-nazi en oorlogsinvalide van Duitse nationaliteit, die in het Europees fascistisch milieu rondhangt.

Na een bal van het Front sleepte Feiereissen de anderen mee en hij leidde ook de actie. Die operatie was weer een voorspelbaar gevolg van de racistische en gewelddadige vorming van de militanten. Deze vorming stelt de militie in staat haar rol te vervullen, die bestaat in het provoceren van de kwetsbaarste delen van de arbeidersklasse en in het bekampen van progressieve organisaties. De militie van het Front de la Jeunesse is echter slechts het bovenste deel van een ijsberg. Haar leden zijn handlangers die het grove werk verrichten, maar achter de schermen zijn invloedrijkere figuren aan het werk, behoedzame professionelen, wier naam niet bekend zijn en die geen sporen achterlaten.