Inleiding

Een arm zo lang als de Donau

Er zijn duidelijk veel mensen die er alle belang bij hebben dat het gerecht niet te veel in het stinkend potje roert van de Brusselse kringen waar Nihoul in vertoefde. Je kan er niet naast kijken: extreem rechts haast zich van alle kanten om de onderzoeken die in de richting gaan van rechtse en extreem rechtse kringen in Brussel te begraven. Halfweg 1997 nemen adjudant De Baets en zijn collega's een aantal dossiers rond kindermoorden in de jaren '80 weer op. Ook dat van de moord op de zestienjarige Christine Van Hees, die in 1984 op afschuwelijke wijze om het leven werd gebracht. In het dossier van '84'85 vindt De Baets pistes die leiden naar The Dolo en Radio Activité, waar Nihoul een belangrijke rol speelde.

De speurders van toen onderzochten de pistes niet. Meteen is het alle hens aan dek. De procureur-generaal van Brussel laat de commissie Verwilghen weten dat er geen sprake kan van zijn dat ze hun neus in die affaire steken. Onderzoeksrechter Van Espen verwijdert De Baets en Bille van de zaak en op 30 september 1997 wordt De Baets beschuldigd van "valsheid in geschrifte door een ambtenaar in functie". De Brusselse onderzoeksrechter Pignolet opent een dossier tegen hem op basis van een klacht van rijkswachtcommandant Duterme. De beschuldiging tegen De Baets is vals, de zaak is ondertussen al geklasseerd. Er bestaat een proces verbaal van de ondervraging, dat zit in het dossier dat voor iedereen toegankelijk is, ook voor rechter Pignolet. Maar als gevolg van de klacht wordt De Baets verwijderd van het onderzoek naar de X'en en er wordt niet meer gezocht naar wat er nu waar of vals was in de verklaringen omtrent de banden tussen Nihoul en Dutroux in de jaren '80.

De rijkswachter en de procureur

Commandant Duterme ligt aan de basis van de verwijdering van De Baets. Het is niet de eerste keer dat hij rijkswachters laat terugtrekken die onderzoek verrichten naar de handel en wandel van deftig extreem rechts in Brussel.In 1984 vormt hij een ploeg met mensen van de BOB en van de gerechtelijke politie van Nijvel. Hij is de rechterhand van procureur Deprêtre, die dan belast is met het dossier van de Bende van Nijvel. Duterme slaagt erin om de rijkswachter Bihay en Balfroid van Waver te laten verwijderen. Die onderzochten het spoor van de extreem rechtse rijkswachters Bouhouche, Beyer, Amory van wie men vandaag vermoedt dat ze banden hadden met de slachters van Nijvel. Maar Deprêtre wil daar niet van weten.

Deprêtre saboteerde ook het onderzoek naar de roze balletten in Waals Brabant. Het gaat hier om seksfuiven met ook ex-eerste minister Vanden Boeynants, generaal Beaurir en ondernemer Blaton. Ook koning Albert II komt hier ter sprake. Een jeugdrechter bracht minderjarigen naar deze seksfuiven. Een van hen zou zelfmoord hebben gepleegd. Deprêtre wiste ook de sporen uit die leidden naar de klanten en de organisatoren van een prostitutienetwerk dat een rol speelde bij het sluiten van een contract inzake de bouw van een groot hospitaal in Saoedie-Arabië, de affaire Eurosystems. Ook daarin komen de namen van Vanden Boeynants en van koning Albert II terug.

De commissaris, de baron en de militair

Toen Johan Demol, ex-politiecommissaris van Schaarbeek, ex-lid van Front de la Jeunesse en huidig Vlaams Blok-volksvertegenwoordiger, hoorde dat De Baets in de problemen kwam, haastte hij zich naar rechter Pignolet. "De Baets heeft belangen in de prostitutiebars in de wijk rond het Noordstation", zegt hij. Compleet uit de lucht gegrepen. Demol behoorde in de jaren '80 tot de extreem rechtse kringen waar ook Nihoul regelmatig te zien was. Hij was toen ook lid van de Dyane-brigade en zonder twijfel ook van de Groep G, een fascistische cel binnen de rijkswacht ten tijde van de Bende van Nijvel. Wie rechter Pignolet ook opzoekt is zwarte baron de Bonvoisin. De Bonvoisin is lid van de rechtervleugel van de PSC van Vanden Boeynants en de financier van extreem rechts in de jaren '80.

Hij beschuldigt De Baets ervan dat hij misbruik had gemaakt van een huiszoeking bij hem, om de lijst Galopin te vinden. Deze lijst zou de namen bevatten van industriëlen die met de Duitsers hebben gecollaboreerd. Galopin werd vermoord in 1944. De vader van De Baets zou ook een collaborateur zijn geweest en mogelijk de moordenaar van Galopin, beweert hij. Totaal vals. De vader van De Baets zat in het verzet en De Baets was niet eens aanwezig bij de huiszoeking bij de Bonvoisin. De laatste die Pignolet opzoekt is André Moyen. Hij bezorgt hem een 'geheim' rapport over het privé-leven van De Baets. Moyen is een militant van extreem rechts en actief anticommunist. Hij heeft banden met de koningsgezinde kringen die Julien Lahaut hebben vermoord. Vast staat dat extreem rechts er veel voor over heeft om Nihoul vrij te pleiten en om te verhinderen dat er iemand een onderzoek opzet naar de banden tussen de netwerken van kinderprostitutie.

De Journalist

Op 12 december organiseerde het RTL-programma Controverses een panelgesprek rond de geplande vrijlating van Michel Nihoul. Een van de sprekers was journalist Philippe Creteur, van La Dernière Heure. Hij vond de vrijlating van Nihoul een vanzelfsprekende zaak. In mei 1982 bracht Solidair een onthullend dossier over fascistische infiltraties in democratische organisaties in België. Een van de hoofdfiguren in dit dossier was... Philippe Creteur. Creteur was in de jaren '70 lid van het extreem rechtse Front de la Jeunesse. Die organisatie had, minstens vanaf 1976, een eigen 'inlichtingendienst', die massaal gegevens inzamelde over linkse organisaties in België. Vanaf 1977 raakte het Front echter verscheurd. Een aantal dissidenten, onder wie Creteur, richtten een nieuwe organisatie op: de Association Politique Ordre Nouveau, die zichzelf later Mouvement Social Populair zou noemen.

Front de la Jeunesse-leider Francis Dossogne omschreef deze afvalligen zelf als rabiaat fascistisch en pro-nazi. Dat bleek ook uit de publicaties van APON. Zo stond in het eerste nummer van L'Année Zéro te lezen: "De fascisten moeten gewekt worden uit hun dogmatische slaap, zij moeten opnieuw hun intellectuele vruchtbaarheid tonen, zij moeten debatteren over wat zij zijn zodat onze tegenstanders weten dat wij ons niet meer tevreden stellen met enkele geparodieerde slogans en daden, maar dat wij werkelijk een Tweede Fascistische Revolutie voorbereiden." Dat het deze fascisten menens is, blijkt bijvoorbeeld uit hun talrijke infiltratiepogingen in linkse organisaties. Zo kreeg Creteur vanaf 1978 opdracht binnen te dringen in het Anti-Fascistisch Front en het toenmalige Afghanistan-comité. De PVDA ontmaskerde hem nadat hij onder andere had geprobeerd de redactie van Konkreet te infiltreren. Het is dus uit een opmerkelijke hoek dat er nu steun komt voor Nihoul. Maar voor het gerecht zal dat ongetwijfeld wel weer niets te maken hebben met netwerken.

Meer » Roze Balletten | Onderzoek Nijvel | CEPIC | Benoît de Bonvoisin | Front de la Jeunesse

Joseph Michel

Oude politieke zeden

"Mijnheer de directeur. Ik werd gecontacteerd door Mijnheer Michel Nihoul die thans een straf uitzit in de gevangenis van Sint-Gillis. Wilt u zo de vriendelijkheid hebben om dit verzoek met welwillendheid te onderzoeken en er het gevolg aan te geven dat u het verstandigst lijkt? Ik meen te weten dat Mijnheer Nihoul in deze situatie terecht kwam door een opeenvolging van jammerlijke omstandigheden, ten gevolge van de lichtzinnigheid van zijn echtgenote, en dat hij geenszins de mentaliteit heeft van een vervalser." De brief dateert van 14 april 1978, en het is er niet zomaar een. Bovenaan prijkt een Belgisch wapenschildje, onderaan staat de naam en de handtekening van minister van Nationale Opvoeding Joseph Michel. Zijn aanbevelingsbrief is gericht aan directeur J. Herreman van de dienst Individuele Gevallen van het ministerie van Justitie. De minister wenst zijn invloed aan te wenden opdat de genaamde Nihoul zo snel mogelijk wordt vrijgelaten. In de jaren zeventig, zo weten we, waren de politieke zeden in België nog niet wat ze vandaag zijn.

"Ik genoot ministeriële steun"

Blijkens het antwoord van directeur Herreman op 27 april 1978 gaat het zelfs voor die tijd om een ongewone démarche: "Mijnheer de minister. De laatste jaren vertoont ons penitentiair regime de tendens om korte straffen te versoepelen. Ik reken mijzelf tot een van de grootste voorstanders van deze versoepeling. Maar neemt u mij niet kwalijk dat ik wens dat deze evolutie verloopt volgens de goede orde, en niet door gunsten uit te delen." Er is minister Joseph Michel veel aan gelegen om Nihoul uit de nor te halen. Hij schrijft op 27 mei 1978 een nieuwe aanbevelingsbrief, nu aan inspecteur-generaal Janssen bij het ministerie van Justitie. Hij stuurt dit keer aan op niets minder dan gratie. Het antwoord komt op 18 juli 1978: "Mijnheer de minister. Ik heb de eer u te melden dat de genaamde Michel Nihoul geniet van een voorlopige vrijlating met het oog op gratie."

Leuk is dat. Een topminister uit het kabinet-Tindemans II die tot tweemaal toe in de pen kruipt en een gewetensvolle ambtenaar laat overrulen, de administratie verzekerend dat de gevangene 'geenszins de mentaliteit heeft van een vervalser'. Kijken we even naar het strafregister van Michel Nihoul. Er staan in 1978 al vier veroordelingen op wegens bankroet, uitgifte van een ongedekte cheque, frauduleus bankroet, misbruik van vertrouwen en oplichting. Het is juist door die opeenstapeling van veroordelingen dat Nihoul op 18 maart 1978 wordt opgesloten. Maar niet voor lang dus. 'Ik kreeg een hele lichte straf omdat ik ministeriële steun genoot', pocht Nihoul achteraf.

Paul Vanden Boeynants

De krokodil

Michel Nihoul kent Paul vanden Boeynants, heeft Nihoul zelf gezegd, en hij is niet meer de enige. George Frique, een gewezen ziekenhuisdirecteur, was er zelf bij toen Nihoul probeerde de ex-premier voor zijn kar te spannen. "Te onnozel om zelfs maar te ontkennen." Dat was het commentaar van Paul Vanden Boeynants op de krantenberichten dat hij Michel Nihoul beschermd zou hebben.VDB gaf in dezelfde alinea onderzoeksrechter Jean-Marc Connerotte een trap na, het was toch schandalig dat die zoiets gelanceerd zou hebben "op basis van verklaringen van een in het nauw gedreven gevangene, zonder de aantijgingen te hebben gecontroleerd".

Vanden Boeynants liet in zijn reactie wijselijk in het midden of hij de van kinderhandel beschuldigde vriend van Marc Dutroux nu eigenlijk kent of niet. Ook op een fax van Humo daarover naar zijn maritieme residentie in Knokke kwam geen reactie. Diezelfde dag lekte uit, dat Nihoul tijdens zijn verhoren inderdaad gesproken heeft over dertien toppolitici met wie hij 'zakelijke contacten' had gehad. De kasteelheer van Faulx-les-Tombes noemde naast eenmalige receptiekennissen als Philippe Busquin en Philippe Maystadt ook de gepensioneerde PSC-voorzitter Vanden Boeynants.

Virginie Baranyaka, de voormalige advocaat van Nihoul, verklaart daarover : "Meneer Nihoul heeft die namen inderdaad genoemd. Wat de gewezen premier betreft, die heeft mijn cliënt leren kennen op de cocktailparty's die Nihoul organiseerde voor de verkiezingscampagnes van de PSC'ers Jean-Paul Dumont en Philippe Deleuze. Daar was Paul Vanden Boeynants aanwezig." "Best mogelijk", zegt de Brusselse handelsingenieur Georges Frisue, "maar dat is maar de halve waarheid." Frisque volgt Nihoul van in de jaren '80 als een wrekende schaduw. Hij beschouwt de oplichter en vooral diens af-en-aan-vriendin, de geschorste advocate Annie Bouty, als de bron van alle kwaad dat hemzelf overkomen is: een veroordeling tot enkele maanden cel wegens valsheid in geshrifte en misbruik van valse stukken, een geruïneerde carrière en twee echtscheidingen.

De gewezen directeur van het Edith Cavell-ziekenhuis in Ukkel wordt meteen opgewonden als hij over het duo Nihoul-Bouty praat, en eigenlijk praat hij over niets anders. Hij wil geen rehabilitatie, zegt hij terwijl hij driftig door de kamer stapt, hij wil een herziening van zijn proces. George Frisque : 'Mijn oorlog met Nihoul en Bouty begon toen de plannen voor de oprichting van het Centre Médical de l'Est in Luik mislukten. Dat was een mooi project van een twintigtal jonge artsen die de gezondheidszorg in het Luikse betaalbaar wilden maken. Ik ben ziekenhuismanager, en de vroegere PS-premier Edmond Leburton had me aangetrokken als financieel directeur van de vzw CME, die dit ziekenhuis uit de grond moest stampen. Er was veel tegenstand tegen het project, en toen er zelfs geld verduisterd bleek te zijn, kwam het tot een rechtszaak. Er was namelijk in een periode van vier jaar tijd 4,9 miljoen frank uit de kas verdwenen. Ik werd beschuldigd van valsheid in geschrifte.'

U koos Annie Bouty als advocate. Hoe hebt u haar leren kennen?
'Zij was in mijn studententijd een opvallende verschijning in het uitgaansleven. Half november 1981, kort voor het vonnis zou vallen, hoorde ik dat mijn advocate een vergadering over de zaken had belegd in de PSC-kantoren in de Tweekerkenstraat, met de toenmalige partijvoorzitter Paul Vanden Boeynants. Een goede vriend van Bouty en van VDB, Philippe Deleuze had de bijeenkomst geregeld. Hij zou er trouwens zelf ook bij zijn, even als Michel Nihoul, met wie Bouty samenwoonde.'

Wat had Paul Vanden Boeynants met het CME te maken?
'Niets, dat is het juist. Ik was overstuur omdat ik er niets van begreep en bovendien had mijn advocate me niet zelf ingelicht. Ik heb haar natuurlijk om uitleg gevraagd, maar ze zei dat er niets anders opzat want zonder politieke steun was ik niet te redden.'

En was dat zo?
'Integendeel! Mijn zaak stond er goed voor. In mijn functie was ik niet bevoegd om onderhandelingen met leveranciers te voeren en contracten te ondertekenen. De verantwoordelijkheid lag bij de hoofdbeklaagde in het dossier, algemeen directeur Jean-Michel Guffens. Dat was uit het onderzoek gebleken. Ik wilde weten wat er achter mijn rug gecomplotteerd werd, en ik heb mijn advocate gemeld dat ik in haar plaats naar de vergadering met VDB zou gaan. Zo is ook gebeurd.'

Wanneer was dat precies?
'Vanden Boeynants was toen nog PSC-voorzitter. Kort nadien, in december 1981 werd hij opgevolgd door Gérard Deprez. In die periode liep VDB met een pleister op zijn neus rond. Het was de eerste keer dat ik de ex-premier gesproken heb. Ik heb er niet veel gezegd en Deleuze ook niet. VDB en Nihoul voerden het woord. De PSC-voorzitter was geïnteresseerd om te horen wie van zijn collega's-politici dokter Guffens smeergeld had betaald. Die had namelijk in zijn verdediging verteld dat hij een deel van de verdwenen vijf miljoen aan verschillende politieke partijen had gegeven. Maar Guffens had nooit namen genoemd. Nihoul bood VDB aan, hem de gewenste informatie over dat smeergeld te bezorgen.'

Wat moest VDB in ruil voor die informatie doen?
'Ik vermoed dat het de bedoeling was dat Guffens niet zou worden veroordeeld. Maar dat is mislukt. Die hele zaak is uit de hand gelopen omdat er allerlei spelletjes werden gespeeld waar ik totaal geen zicht op had. Ik ben er zelfs achtergekomen dat mijn advocate Bouty - zonder dat ik ervan wist - de vriendin was geworden van dokter Guffens.'

Heeft u over de vergadering met Paul Vanden Boeynants een verklaring afgeled bij de politiemensen die nu het kluwen Nihoul uitzoeken?
'Nee, maar dat ben ik wel van plan. Ik heb gewacht om de naam Vanden Boeynants te laten vallen, omdat ik niet iedereen op hetzelfde moment op mijn nek wilde krijgen, Nihoul, Bouty, Guffens en Deleuze.'

Virginie Baranyaka weet niets van een dergelijke bijeenkomst. Frisque heeft drie deelnemers genoemd: Michel Nihoul, die op het moment van de verklaringen van Frisque in de gevangenis zat, Paul Vanden Boeynants, die de zaak 'te onozel om te reageren' vindt, en Olivier Deleuze, die zijn telefoonnummers heeft laten veranderen. Blijft de vrouw die de bijeenkomst georganiseerd zou hebben maar er zelf niet bij was, Annie Bouty. 'Er is nooit zo'n vergadering geweest met Frisque, Nihoul, Deleuze en VDB. Wie zegt dat? Wie? VDB heeft niets te maken met deze zaak. Hij zal binnekort zelf wel een verklaring afleggen. Ik weet niet of en hoe goed Michel Nihoul Vanden Boeynants kent. Toen ik mijn ex-vriend ontmoette, had hij zijn politieke activiteiten al lang achter de rug. Ik weet wel wie dit verhaal vertelt, George Frisque. Maar hij zal niet lang meer in staat zijn zulke onzin uit te kramen. Ca va?'

Meer » Paul Vanden Boeynants | De zaak Cools | De zaak Dutroux

Michel Vander Elst

Inleiding

In januari 1994 werd de Brusselse advocaat Michel Vander Elst samen met de restanten van de Bende Haemers door het Brabantse Hof van Assisen veroordeeld voor de ontvoering van Paul Vanden Boeynants in 1989. Vander Elst kreeg acht jaar. Op het moment van die ontvoering waren hij en Vanden Boeynants buren aan de Franklin Rooseveltlaan, en volgens insiders zouden Vander Elst en zijn vader, ook een eminent jurist, uitstekende contacten met VdB gehad hebben in de jaren vóór die door de Bende aemers in een auto werd gesleurd en naar een villa in het Franse Le Touquet gereden.

Michel Vander Elst
- Michel Vander Elst
Het alibi

Naast het ontvoeren van burenpolitici houdt de heer Vander Elst er nog andere kwalijke praktijken op na. Hij is een financieel advocaat, een specialist in het opzetten van spookbedrijven in verre off shore- en belastingparadijzen. En Vander Elst lijkt er geen moeite mee te hebben sjoemelconstructies op te zetten voor gangsters en oplichters. Hij tekende bijvoorbeeld off shore-ontwerpen uit voor zijn goeie vrienden Philippe Lacroix en Patrick Haemers. Het Brusselse gerecht heeft nooit de moeite genomen om de buitenlandse firmaatjes van deze gangsters bloot te leggen. Vander Elst zei platweg tegen de onderzoekers dat hij hen geen informatie kon geven over zijn off shore-bezigheden, omdat een advocaat gebonden is door het beroepsgeheim. En daar bleef het dan bij.

Maar nu wordt duidelijk dat Vander Elst nog meer eminente leden van de Belgische samenleving voorzag van middelen om de opbrengsten van hun criminele bezigheden weg te sluizen. Ook aan Michel Nihoul, samen met Marc Dutroux dé spilfiguur in het uitdeinende seks- en kinderhandelnetwerk dat zich steeds meer in de betere Brusselse kringen lijkt te gaan situeren, leverde Vander Elst een kant en klare sjoemelfirma in het financiële paradijs Panama. Toen een paar getuigen beweerden dat ze Michel Nihoul op 9 augustus 1996 in Bertrix hadden gezien, kort voor in die gemeente het meisje Laetitia Delhez verdween, pakte Nihoul met een alibi uit.

Hij beweerde dat hij de avond van die verdwijning met Michel Vander Elst op een barbecue in Givet was, aan de Franse grens. En Vander Elst bevestigde dat alibi min of meer. Hij zei dat hij die dag - 9 augustus - Nihoul als juridisch adviseur had bijgestaan bij de overname van een café. Vander Elst beweerde dat hij Nihoul om drie uur 's namiddags bij hem thuis had afgezet, en dat Nihoul 's avonds om acht uur alweer bij hem en zijn vriendin in Linkebeek aan de barbecue zat. Maar de onderzoekers lijken niet echt veel geloof te hechten aan dat alibi, want Michel Nihoul werd toch mee in beschuldiging gesteld voor de ontvoering van Laetitia Delhez.

Vander Elst heeft misschien wel een serieuze reden om zijn maat Nihoul bij te springen, want Vander Elst, Nihoul en diens vriendin Marleen De Cokere waren serieuze zakenpartners. In januari 1990 richtte Nihoul samen met Marleen De Cokere en Jean-Claude Castaigne in Jette het bedrijfje DCN (De Cokere-Nihoul) op. Het bedrijf, dat werd ondergebracht in de Uyttenhovestraat nummer 33 in Jette - een adres dat Nihoul toen opgaf als zijn privé-adres - had een nogal vaag doel: intermédiaire commercial, commercieel bemiddelaar. Het deed er eigenlijk ook niet toe wat het doel was, want DCN was niet opgezet om zich met eerlijke bovenwater-activiteiten bezig te houden.

Eind 1991 begon DCN in een duistere combine te draaien met de pas opgerichte variant DCN Benelux. DCN Benelux was in september 1991 op poten gezet door Bernadette De Cokere, de zus van Marleen uit Zeebrugge; door Michel Forgeot uit Ukkel; Jean-Louis Delamotte uit Colfontaine en de Panamese schermfirma Honeygest Incorporoted, die meteen ook hoofdaandeelhouder van DCN Benelux werd. "Officieel was Nihoul niet te bespeuren in DCN Benelux", zegt de Brusselse curator die in september 1992 de faillissementen van DCN en DCN Benelux heeft afgehandeld.

"Maar dat betekent niets. Marleen De Cokere was het uithangbord. Michel Nihoul was de grote baas achter de schermen. Volgens de statuten hield DCN Benelux zich bezig met horeca-activiteiten, met voedseldistributie, import van koloniale waren en vastgoed. Dat klopte min of meer. Min of meer, want toen we naar het adres in de Brusselse MoorsIedestraat stapten dat DCN Benelux als zetel had opgegeven, vonden we daar niets. Het was een lege flat. DCN Benelux bestelde vis uit Zweden, Denemarken, Ierland en Nederland. De factuur ging naar het lege appartement. de vis naar een opslagplaats een paar huizen verderop in de straat. Hetzelfde deed men met de koelinstallaties die werden besteld. Marleen De Cokere verkocht de hele handel in het zwart en geen enkele leverancier kreeg een frank te zien. In totaal hebben ze op die manier een goeie vijftien miljoen in hun zak gestoken." In het Nederlands heet een dergelijke manier van misdadig bezig zijn 'overheveling', in het Frans 'carambouille'. Het was ook een specialiteit van Belgische maffiose gangsters als Carmelo Bongiorno en Santo Barcella.

Honeygest Inc. was duidelijk een dekmantel en werd vermoedelijk ook gebruikt om dat gestolen geld van daarnet weg te sluizen. Bent u te weten gekomen wie daar achter zat?
Curator: "Nee. Ik ben maar een curator. Ik kan Marteen De Cokere niet in de boeien slaan. Zij en Nihoul zijn specialisten in overheveling. In de jaren tachtig heb ik minstens drie faillissementen van haar behandeld. Ik herinner me nog de firma's Curoma en Jamarka die zich bezighielden met geschenkartikelen. Nihoul had een reusachtig web gesponnen. Als je één zaak aanpakte, belandde je automatisch bij een andere, en die leidde dan weer naar een nieuwe affaire. Maar vooraleer alles ontrafeld was, was het dossier al lang verjaard. Wee de sukkel die een ruit inslaat om duizend frank te stelen. Maar als iemand om de paar jaar twintig miljoen pikt, blijkt het Brusselse gerecht zelfs niet in staat te zijn om uit te vinden waar die iemand woont."

De connectie

Het weekblad Humo weet ondertussen wel wie er achter de firma Honeygest Inc zat, die in Panama City in kantoor 3 in de Edificio Tila aan·de Avenida Samuel Lewis is gevestigd: Michel Vander Elst! Hij was de officiële 'speciale gevolgmachtigde' van Honeygest in België. Hij was dus de man die er zogezegd moest voor zorgen dat de opdrachten van de Panamese eigenaars van Honeygest, die dus ook de eigenaars waren van DCN Benelux, werden uitgevoerd. Maar uiteraard waren er in Panama geen eigenaars van Honeygest of van DCN Benelux.

Honeygest was een spookfirma die door Vander Elst kant en klaar was aangeboden aan Nihoul. In Panama gebruikte Vander Elst een stroman om daar firmaatjes op te zetten: Miguel Ataulfo Sanchis-Corro. Sanchis-Corro blijkt een moeilijk bereikbaar man te zijn, zijn telefoonnummer in Panama is privé. Het is al langer bekend dat Vander Elst erg thuis is in de Midden-Amerikaanse financiële piratennesten Panama en Costa Rica. In het begin van de jaren negentig, werd hij er gesignaleerd met één van zijn andere klanten, de Luikenaar Léon-François Deferm, een zeer dubieus Luiks zakenman en een goeie vriend van Guy Mathot. Beide zijn betrokken in het Agusta-schandaal. De curator begint te lachen als de journalisten van Humo hem de naam Vander Elst geven.

Kent u Michel Vander Elst?
Curator: "Uit de krant."

Bron » Raf Sauviller & Hilde Geens | Humo | Oktober 1996
Meer » Bende Haemers | Paul Vanden Boeynants | De zaak Cools | De Agusta-affaire