Vlaamse Militanten Orde
Geschiedenis
De Vlaamse Militanten Orde of VMO was een Vlaams-nationalistische en later extreemrechtse propaganda- en actiegroep in Vlaanderen van 1950 tot 1983. Ze werd opgericht door Bob Maes en ontstond als reactie tegen de straatrepressie tegenover Vlaams-nationalisten na de Tweede Wereldoorlog. Van 1958 tot 1963 had de organisatie officiële banden met de Volksunie-partij, maar in 1963 gingen ze uiteen.
Tijdens de jaren '60 was de VMO actief bij de protestacties van Limburgse mijnwerkers tegen de sluiting van Zwartberg. Leden van de organisatie braken samen met betogende mijnwerkers door de rijkswachtlinies. Dit leidde tot hevige rellen tussen de betogers en politie, waarbij zelfs twee mijnwerkers om het leven kwamen.
De VMO kwam in september 1970 in opspraak toen enkele van haar leden slaags raakten in een gevecht tussen plakploegen van het FDF en van de Volksunie waarbij Jacques Georgin van het FDF om het leven kwam. VMO-oprichter Bob Maes ontbond de VMO op 12 juni 1971 naar aanleiding van de processen en de hoge boetes. Later werd Maes senator bij de Volksunie. Enkele ex-VMO'ers waren het oneens met met de ontbinding en richtten de organisatie opnieuw op. Zo werd Bert Eriksson de nieuwe leider van de VMO, die uitgesproken extreemrechts was.
De meest spraakmakende actie van deze nieuwe VMO was Operatie Brevier in 1973. Hierbij werd het stoffelijk overschot van priester Cyriel Verschaeve clandestien opgegraven in Oostenrijk en naar Alveringem in Vlaanderen gebracht om het daar opnieuw te begraven. Ook het stoffelijk overschot van Staf De Clercq, Operatie Delta, en Anton Mussert, Operatie Wolfsangel, werd opgegraven en in Vlaanderen herbegraven. Over deze acties zijn echter nog veel vragen onopgelost, waarvan Bert Eriksson de informatie in zijn graf heeft meegenomen.
- Een knokploeg van het VMO.
Het einde
Eind jaren '70, begin jaren '80 werd de VMO berucht vanwege haar gewelddadige acties tegen gastarbeiders, Walen en iedereen die links en/of progressief was. De VMO betoogde tegen stemrecht voor gastarbeiders en speelde samen met het TAK en Voorpost een belangrijke rol tijdens de Voerbetogingen in Voeren. In dit dorp ontstonden er in die periode vaak gewelddadige rellen tussen VMO-militanten en de Waalsgezinde knokploeg van José Happart, de Action Fouronnaise.
VMO-militanten werden ook steevast ingezet om de Vlaams-nationalistische studenten van het Katholiek Vlaams Hoogstudenten Verbond (KVHV) en van de Nationalistische studentenvereniging (NSV) fysiek en verbaal te steunen tijdens studentenbetogingen in Gent of Leuven. Het kwam geregeld tot gewelddadige vechtpartijen tussen deze rechts-conservatieve studenten en hun links-progressieve tegenhangers. In 1975 kwam het in Leuven tot een ware veldslag tussen de VMO en linkse tegenmanifestanten met tientallen gewonden tot gevolg. Eén VMO-militant verloor tijdens de straatgevechten een oog.
Andere groeperingen die de VMO steunde waren onder meer oud-Oostfronters en het Sint-Maartensfonds, met wie ze geregeld manifestaties organiseerde. Tijdens hun herdenkingen van gesneuvelde Oostfrontstrijders kwam het tijdens de jaren zeventig en tachtig geregeld tot incidenten met linkse en Belgicistische tegenmanifestanten. Ondanks de officiële breuk met de partij in 1963 bleef de VMO tot 1978 de Volksunie steunen. Omdat veel militanten echter ongenoegen koesterden over de te linkse koers van deze partij, sloten de meeste VMO'ers zich vanaf 1978 aan bij de toen net opgerichte partij Vlaams Blok.
Na diverse gewelddadige incidenten, waaronder zelfs vernielingen, brandbomaanslagen en bestormingen van woningen van gastarbeiders en/of Walen, werden leden van de organisatie door de politie gearresteerd en voor de rechter gedaagd. Vooral de ontdekking van hun militaire trainingskampen in de Ardennen en Duitsland leidden tot hun veroordeling, evenals hun contacten met de Ku Klux Klan in 1980 en Léon Degrelle in 1982.
Op 4 mei 1981 werd de organisatie veroordeeld als privémilitie wegens geweldplegingen, ontvoeringen, illegale samenkomsten, wapenbezit, aanslagen en vandalisme. Hierbij werd de VMO ook verboden. 109 militanten, waaronder Eriksson, gingen voor een jaar de cel in. Na Erikssons vrijlating werd nog getracht met gelijkgezinden de VMO verder te zetten onder de naam Odal-groep, evenwel met weinig succes. Andere militanten sloten zich aan bij het Vlaams Belang of Voorpost.
|
Bron » Wikipedia Forum » Bespreek het VMO
|
Bert Eriksson
Paramilitaire leider
Armand Albert Eriksson, geboren in Antwerpen op 30 juni 1931 en gestorven in Westdorpe op 2 oktober 2005, was van 1971 tot 1981 leider van de Vlaamse extreemrechtse paramilitaire organisatie Vlaamse Militanten Orde. Eriksson was de zoon van een Finse schipper en een Vlaamse moeder. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hij lid van de Hitlerjugend in Vlaanderen. In 1950 bood hij zich aan om te vechten tegen het communisme in de Koreaanse oorlog. Bij zijn terugkeer sloot hij zich aan bij de Vlaamse Militanten Orde.
In 1968 opende Eriksson een café in Antwerpen, Odal, dat al snel een verzamelplaats voor rechtse Vlaams-nationalisten zou worden. Vanaf 1971 werd hij de leider van de VMO die hij met een aantal gelijkgezinden opnieuw had opgericht. Met behulp van anderen groef hij in 1973 de stoffelijke resten van ex-collaborateur Cyriel Verschaeve op en bracht ze vanuit Oostenrijk naar Alveringem in West-Vlaanderen. Hij beweerde later ook de resten van Staf de Clercq en Anton Mussert opnieuw begraven te hebben.
De vele incidenten tijdens acties en betogingen en het feit dat de VMO op een militaire manier georganiseerd werd leidde in 1981 tot een proces wegens het vormen van een "privémilitie". Op 4 mei 1981 werd de VMO veroordeeld als privé-militie en besloot de toenmalige VMO-leiding om de organisatie te ontbinden. Ondanks enkele verdere gerechtelijke stappen van de organisatie werd het vonnis toch uitgevoerd en bracht Eriksson een jaar in de cel door.
Na zijn vrijlating hield hij zich vooral nog bezig in zijn café, terwijl veel ex-VMO'ers zich met het Vlaams Blok verbonden. Bert Eriksson had tijdens een optreden van Skrewdriver in België een ontmoeting met Ian Stuart Donaldson. Ian Stuart vermeldde dit tijdens een interview. Ook tijdens zijn laatste levensjaren gaf Bert Eriksson nog een toespraak op een bijeenkomst van Blood & Honour ter gelegenheid van de herdenking van de geboortedag van Adolf Hitler.
Hij overleed in Westdorpe, een dorpje in Zeeuws-Vlaanderen - Nederland, op 2 oktober 2005 op 74-jarige leeftijd aan een longaandoening. Op zijn uitvaart waren tal van extreemrechtse Vlaams-nationalisten en Groot-Nederlanders aanwezig. Luc Vermeulen, de actieleider van Voorpost was alleszins aanwezig, zoals getoond tijdens een reportage van RTBF.
|
Bron » Wikipedia Forum » Bespreek het VMO
|
Acties van het VMO
De provocaties
Onder impuls van VMO-leider Armand Eriksson, werden in de periode na '68 tal van provocaties uitgelokt door het VMO. Zo zorgde hij ervoor dat zijn mannen het pretpark Bobbyland, even buiten Antwerpen, kort en klein sloegen. Aanleiding was het wegzenden van een VMO-militant na een 'politieke onenigheid' met de uitbater. Ook te Stekene ging de VMO tot actie over. Toen op 30 maart 1969 een aantal organisaties van verzetslieden en politieke gevangenen protesteerden tegen de aanleg van een ereveld voor gesneuvelde Oostfrontstrijders, vielen Erikssons militanten aan en maakten verschillende gewonden. Elf VMO'ers werden hiervoor tot zware straffen veroordeeld. Eriksson zelf werd met een gevangenisstraf bedacht, evenals Walter Maes, Antoine De Laet en Fons Oerlemans. Anderhalf jaar na de baldadigheden te Stekene werd het land opnieuw geconfronteerd met de consquenties van fascistisch geweld, dat vermomd ging als flamingantisme.
De dood van een FDF'er
Het was ongeveer een uur 's nachts, toen op 12 september 1970 een viertal propagandisten van het FDF affiches ophingen voor de gemeenteraadsverkiezingen in de Houba de Strooperlaan te Laken. Alles was rustig en de affiches van de andere partijen werden door de ploeg ongemoeid gelaten. Plots stopte een bestelwagen, waaruit een tiental personen sprongen. Een lid van de Franstalige propagandagroep, de heer Georgin, leraar te Sint-Joost-ten-Node, werd door de nieuw aangekomenen afgeranseld met een knuppel. Al roepend: "Dit is een cadeau van de VMO!", trokken de aanvallers zich terug. Georgin lag bewusteloos op de grond. Terwijl de drie overige FDF'ers zich over het slachtoffer bogen, sloeg het commando nogmaals toe. Het FDF-lid Lombaerts werd met tafelpoten bewerkt en ernstig gekwetst. In de nabijgelegen herberg stelde men vast dat Georgin overleden was.
Een lange lijst van acties
Het door de - vandaag niet meer bestaande - antifascistische onderzoeksgroep HALT! in 1988 uitgegeven boek De barbaren bevat een lange lijst met gewelddaden waarbij VMO'ers betrokken zijn:
December 1978: Een aanslag op de Poolse voetballer Lubanski waarbij vier schoten worden gelost.
10 Februari 1979: Tijdens een VMO-betoging in Schilde tegen de gastarbeiders komt het tot botsingen met de politie.
15 April 1979: De bestorming van de Franstalige school Les Abeilles in Mortsel.
12 Mei 1979: Drie VMO'ers stichten brand in een Turks café in Antwerpen.
Mei 1979: De auto van een Franstalige Voerenaar wordt in brand gestoken.
Juni 1979: De VMO houdt een 'militair' trainingskamp in Houffalize.
Augustus 1979: De VMO neemt deel aan een trainingskamp van de Hoffmann-groep in de omgeving van de Duitse stad Neurenberg. Tijdens een autocontrole worden VMO-militanten betrapt op het illegale transport van vuurwapens. De daders gaan vrijuit.
September 1979: Een trainingskamp in Nisramont.
21 Oktober 1979: Gewelddadige VMO-bezetting van het gemeentehuis van 's Gravenvoeren.
22 Oktober 1979: De gerechtelijke politie verricht een huiszoeking bij VMO-leider Leo Robbijns in Temse en neemt legermateriaal in beslag, een geweer en een SS-dolk.
Februari 1980: Een VMO-commando slaagt de linkse boekhandel De Rode Mol in Mechelen kort en klein. Er vallen twee gewonden. De daders worden later veroordeeld.
Maart 1980: De VMO verstoort een bal van oud-strijders en lokt incidenten uit waarbij andermaal gewonden vallen. De daders ontkomen en worden niet gevonden.
13 April 1980: Aanval op de Brugse Halletoren, waarbij de stadsbeiaardier ernstig gewond wordt. Zestien VMO-leden worden hiervoor vervolgd.
Oktober 1980: In Leuven wordt Mark Nève ontvoerd. Hoewel er klacht wordt neergelegd gaan de daders vrijuit.
Oktober 1980: De VMO-leiding wordt uit de Verenigde Staten gewezen, nadat ze aldaar met de Ku Klux Klan wilde vergaderen.
15 november 1980: Rellen in Kraainem. Een VMO-militant wordt aangehouden wegens verboden wapendracht.
De aanslag op Jozef Vacenovsky
12 December 1978
Op 12 december 1978 werd aangebeld bij de Tsjechoslovaakse voetbaltrainer Jozef Vacenovsky te Lokeren. De deur van het appartementsgebouw werd geopend en twee mannen met een geweer stormden de trap op. Toen de verraste trainer hen zag, sprong hij zijn appartement terug binnen en gooide de deur achter zich dicht. Weinige ogenblikken later werden vier kogels afgevuurd die de deur doorboorden. Vacenovsky, die zich naast de deur bevond, kon van geluk spreken. Hij was slechts lichtjes gewond door wegspringende splinters. In actie waren de VMO-militant Jos De Jonghe en het VMO-kaderlid Werner Van Steen, uitbater van de herberg De Steere in de Voskenslaan te Gent. De aanslag was mislukt.
Toegesnelde buren zagen nog net de twee mannen wegvluchten in een klaarstaande witte Volkswagen. Het lag in de bedoeling van de VMO om de Poolse speler Lubanski te kidnappen, die tot voor kort het appartement van Vacenovsky bewoonde. Van Steen en De Jonghe bleven voortvluchtig. Pas op 21 december, acht dagen na de aanslag, kreeg onderzoeksrechter Brasseur bij het parket van Dendermonde de toelating een aanhoudingsbevel uit te vaardigen tegen de daders. Pas dan ook vertrok hun signalement naar alle politiediensten van het land. Op 22 december lieten de twee VMO'ers opnieuw van zich horen. Opgeleid in de boeien van het SIE? Nee, op een persconferentie 'ergens in het Waasland', in gezelschap van een gewapend VMO-commando. Met een handgranaat voor hen op de tafel stonden ze twee journalisten van het dagblad Het Volk te woord.
Ook uitgenodigd op de persconferentie was het hoofd van de BOB bij het rijkswachtdistrict Sint-Niklaas, luitenant Vlaminck en zijn adjunct-chef André Geerinckx. Hoewel de rijkswacht duidelijk vooraf verwittigd was van de aanwezigheid van de twee daders, volgden de twee BOB'ers met aandacht de uiteenzetting van Van Steen en De Jonghe en lieten hen de vrije aftocht. Geen speracties. Niets. Tot op 26 december de twee daders zich vrijwillig bij de politie meldden na eerst een overvloedig kerstmaal gebruikt te hebben. De 'overdracht' gebeurde in het VMO-lokaal Odal te Antwerpen, waar andermaal een persconferentie het gebeuren opfleurde, alweer in aanwezigheid van BOB'er André Geerinkx.
Na afloop daarvan liet de rijkswacht liefst anderhalf uur op zich wachten om de daders af te halen en over te brengen naar de gevangenis te Antwerpen. Toen maanden later, op 16 mei 1979, Van Steen en De Jonghe voor de correctionele rechtbank te Dendermonde verschenen, werd journalist Smets behoorlijk bedreigd door rijkswachtadjudant Van Wichelen, eveneens BOB'er te Sint Niklaas. Smets had het namelijk aangedurfd in Het Volk enige vraagtekens te plaatsen bij het toch zeer opmerkelijke rijkswachtoptreden in deze zaak. Opmerkelijk inderdaad. Welke gevluchte overvallers, onder aanhoudingsbevel wegens een aanslag met een vuurwapen, kunnen rekenen op dergelijke mildheid? 'Tenzij het natuurlijk om mensen gaat die al vroeger een vertrouwensrelatie opbouwden', aldus De Standaard in een commentaar op 23 december.
| Meer » Rijkswacht |
Een poging tot brandstichting
10 Mei 1979
Het racisme en de door het Front de la Jeunesse uitgeroepen burgeroorlog tegen vreemdelingen zal eind 1980 tot moord leiden. Maar ook bij de VMO wordt hun extreem-rechtse ideologie in geweld omgezet. In de lente van 1979 werden in Antwerpen een reeks Turkse cafés met geweren beschoten en met brandbommen bewerkt. Dit was onder meer het geval op 10 mei 1979. Toen werd gepoogd een café aan de Brederodestraat in brand te steken. Drie VMO-aanhangers werden ingerekend. De gewezen Hell's Angel Roland Guelinckx, vroeger reeds betrokken bij een overval op een bejaarde winkelierster te Hingene, Jan Van Cauter, handelaar in elektrische artikelen te Beveren-Waas en Walter Celis uit Borgerhout.
De drie hadden eerst wat gepintelierd in het café Odal van VMO-leider Eriksson. Bij de brandstichting met molotow-cocktails werd een cafébezoeker licht gewond. Het geweld stopte hier niet bij. In november 1979 schopten een vijftiental VMO-militanten herrie in een herberg in de Kerkstraat te Oostende. Ze bedreigden de klanten en rukten anti-fascistische affiches van de muren. Een van de verbruikers, een Algerijnse gastarbeider, werd in het toilet afgetuigd en diende later medische verzorging te krijgen. Eveneens in Oostende waren voordien al enkele VMO-leden door de politie ondervraagd, verdacht van een overval op een zwarte op 30 juni 1979. De racistische haatcampagnes van de VMO missen hun uitwerking bij de jeugd niet.
In mei 1980 kwam in Mechelen een jongerenbende in het nieuws, de Outlaws genaamd. Eerst sloegen ze een café aan de Vismarkt in de vernieling, later begon de bende in de Mechelse straten jacht te maken op jonge Marokkaanse immigranten. Op vrijdag 1 mei 1981 pleegden zeventien man een overval op een Marrokkaans café in de Veldstraat in Sint-Niklaas. De zes aanwezige vreemdelingen werden bewerkt met stokken en fietskettingen, tafels en stoelen werden aan diggelen geslagen. Nadien vergezelden twee Marokkanen de politie in een speurtocht in enkele herbergen. Toevallig troffen zij in café Het Schipke een van de overvallers aan, die aan de politie de namen van de overvallers verried.
De aanslag op boekhandel Rode Mol
2 Februari 1980
Illustratief voor de agressieve bedoelingen waarmee fascistische organisaties zoals het Anti-Communistisch Front werden opgericht, is de raid op de Rode Mol, een progressieve boekhandel te Mechelen. Op 2 februari 1980 stormen drie commandoleden de winkel binnen, met bivakmutsen over het hoofd getrokken en gewapend met knuppels. Drie andere kerels namen plaats voor de toegangsdeur om iedere vluchtpoging van de aanwezigen onmogelijk te maken. Nog eens drie manschappen hielden gedurende de hele operatie de wacht in de omliggende straten.
De invallers trokken de telefoonleidingen stuk en sloegen de uitbater Willy Torfs tegen een glazen boekenkast. Het slachtoffer viel languit op de grond en de overvallers sloegen en schopten hem. hij werd pijnlijk in de nierstreek geraakt en moest in het ziekenhuis opgenomen worden. Ook de winkelbediende Jean Jeunniaux, oud-weerstander, werd lelijk toegetakeld en moest naar het stedelijk ziekenhuis. De boekenrekken werden van de muur getrokken, honderden werken werden vernield en op de eerste verdieping werd het meubilair beschadig. Hierna verliet het commando de boekhandel. De samenstelling van de groep die de Rode Mol overviel, geeft een goed beeld van de samenhorigheid tussen verschillende fascistische organisaties in het raam van gemeenschappelijke initiatieven.
De huiszoeking bij Roger Tibbackx
31 Maart 1980
Eveneens in het raam van het Anti-Communistisch Front werden, zeker tot 1980, inlichtingen ingewonnen over wie in het front bestempeld wordt als de vijand. Zo vond de gerechtelijke politie van Antwerpen op 31 maart 1980 ten huize van VMO-militant Roger Tibbackx uitgebreide archieven met namen en adressen van progressieven, foto's van anti-fascistische comitees, nota's over 'linkse' gespreksavonden met adressen van organisatoren en woordvoerders, alsmede ingevulde petitielijsten, uitgaande van het weekblad Links. Tibbackx was ook nauw betrokken bij de stichting en de werking van de Mens.
Dit is een uiterst-rechts initiatief, dat vanaf 1979 het thema van de mensenrechten dacht te kunnen benutten om te keer te gaan tegen de Belgische Liga voor de Rechten van de Mens, die als niet-gouvernementele organisatie geaccrediteerd is bij de Verenigde Naties. Deze BOB-praktijken op particuliere schaal, vertonen een grote gelijkheid met de analoge bezigheden die het Front de la Jeunesse sinds 1976 in zijn Service de Renseignement ontplooit. Deze dienst werd achtereenvolgens geleid door Michel Fincoeur, Christian Delbruyere en Paul Latinus en verzamelde onder andere nummerplaten van auto's die een zelfklever met progressieve signatuur droegen of die geparkeerd waren in de directe nabijheid van een politieke meeting. Bij het Front de la Jeunesse oversteeg dat werk het ambachtelijk niveau.
In twee jaar tijd verzamelden de discipelen van Françis Dossogne 2000 à 3000 nummerplaten , alleen al in het Brusselse. Het aanleggen van adressenlijsten en het overschrijven van nummerplaten is op zichzelf weinig rendabel, tenzij dit werk van nut kan zijn in een globaal project voor het opslaan en het daadwerkelijk gebruiken van informatie. Bovendien vormt de nummerplaat alleen een onbruikbaar gegeven, zolang men de eigenaar van de wagen niet kent. Hiervoor is echter toegang vereist tot de computer van de Dienst voor het Wegverkeer bij het ministerie van Verkeerswezen of ten minste een reservoir dat kan putten uit de informatie van deze dienst.
Het enige organisme dat op gelijkaardige wijze gegevens verzameld over democraten en syndicalisten, is de rijkswacht. Het is opvallend dat ook de rijkswacht hierbij ten dele gebruik maakt van de nummerplaat. Enkele seconden na het doorgeven van de nummerplaat verschijnen de personalia van de auto-eigenaar op een beeldscherm, via de computer van de rijkswacht, die is aangesloten op de databank van de Dienst voor het Wegverkeer. Het inwinnen van informatie gebeurd bij de rijkswacht wel in het raam van een globaal project. De hele oppositie, met inbegrip van vakbonden en politieke partijen, wordt tot in de kleinste onderdelen in kaart gebracht. Dankzij de inmiddels verworven schat aan informatie, een militair apparaat van 16.500 man, een moderne bewapening en een voortdurende aanwezigheid in alle districten, vormt de rijkswacht dan ook een onmisbaar element in ieder ernstig complot tegen de democratie.
| Meer » Westland New Post | Rijkswacht | Front de la Jeunesse |