Christine Van Hees
Wie heeft Christine Van Hees niet vermoord?
Geen enkele moord is zo onopgelost als die op het Brusselse tienermeisje Christine Van Hees. Satanisme, de Bende van Nijvel, dolgedraaide punks, Michel Strée, extreem-rechts, Michel Nihoul, Marc Dutroux... Het is maar een kleine greep uit het geheel van sporen dat sinds 1984 gevolgd werd. Gisteravond, ruim veertien jaar na de feiten, werd via de televisie een ultieme oproep aan getuigen gedaan. Het is maandag 13 februari 1984, 17.20 uur. In een krantenwinkel in de Anderlechtse Wayezstraat staat Didier L.B.d.H. fotokopie's te maken. Twee vriendinnen komen hem groeten. Het zijn Chantal V.I. en Christine Van Hees. Didier maakt zich zorgen over Christine. Tot voor enkele maanden was hij haar scoutsleider. Sinds de zomer heeft zij aan geen enkele activiteit meer deelgenomen. In haar school is het een publiek geheim dat ze tegenover haar ouders de scouts blijft gebruiken als excuus voor langere afwezigheden. Christine heeft die ochtend gespijbeld - wat ze wel vaker doet. Ook Chantal is niet gerust op het tweede leven dat haar vriendin lijkt te leiden. Onlangs hebben ze op school een taak gekregen: voer een theaterstuk op. Christine wou een verhaal brengen over een sekte.
Samen nemen ze de metro. Halfweg lijn 1A stapt Chantal uit. Christine rijdt verder, tot aan het station Pétillon, vlak bij haar ouderlijke huis. Buurtbewoners hebben haar daar iets voor zessen nog gezien, maar de getuigenissen lopen sterk uiteen. Volgens sommigen heeft ze op een kruispunt staan praten met een punker, een ander ziet een jongen van zeventien "met halflange blonde haren". De laatste persoon van wie het vaststaat dat ze Christine nog gezien heeft, is Chantal V.I.
Pierre en Antoinette Van Hees vernemen het via RTL. Het is dan al dinsdagavond. Vrouwenlijk ontdekt in de oude champignonkwekerij te Oudergem. Gruwelijk toegetakeld. Er gaat nog een etmaal overheen alvorens de ouders hun nachtmerrie bevestigd horen. "Doodsoorzaak onbekend," luidt op 14 februari de voorlopige conclusie van de wetsdokters Voordecker en Rillaert. De artsen vinden sporen van alle mogelijke martelingen. De enige constante in hun drie autopsierapporten is het onvermogen om tot een conclusie te komen. Ze kunnen nog net vaststellen dat het slachtoffer geen maagd meer was, maar merken op dat hele delen van het lichaam zijn weggebrand. Na te zijn gefolterd is ze vastgebonden met een elektrisch snoer. Daarna werd ze overgoten met brandstof.
"Ik ben daar waar ik liever niet zou willen zijn"
Om 18.45 uur heeft poetsvrouw Yvonne L. vanuit een aanpalende school de kreten van een meisje gehoord: "Non, non, non. Arrêtez! Maman!" Om 19.05 ziet ze twee twintigers de Triomflaan oversteken en naar de campus van de Vrije Universiteit van Brussel lopen. Wanneer de Brusselse gerechtelijke politie bij vriendinnen van Christine Van Hees gaat polsen naar ontmoetingsplaatsen en kalverliefdes, opent zich een wereld waarin elke tiener wel wat te verbergen - of te fantaseren - heeft. Er zijn geen zekerheden, tenzij deze: van 20 tot 25 januari heeft Christine Van Hees middels een medisch attest een hele week gespijbeld. Even wordt gedacht dat ze die week in Soignies, bij haar vriendje, heeft vertoefd, maar dat blijkt niet te kloppen. Een huiszoeking in haar slaapkamer maakt duidelijk dat ze wel correspondeert met een gedetineerde en er een 'geheime' vriendenkring op na houdt.
Daags voor haar dood schreef ze een brief aan 'Patty', haar boezemvriendin. De brief eindigt met: "Ik ben niet thuis op het nummer 24, ik ben daar waar ik liever niet zou willen zijn. Ik mis de ambiance en de kameraden van de gemeenschap enorm, zodat ik wegzink in een diepe luiheid/nostalgie." Mysterie. Patricia S. vertikt het om de GP uitleg te geven. Het buurmeisje Nathalie G. kent Christine al sinds ze vier jaar is en zag haar het laatst op zaterdag 11 februari. "Toen ze wegging, vroeg ze me aan de deur te blijven staan tot ze zelf haar huis binnen was," verklaart zij. Ook andere vriendinnen hebben het over angsten die gerelateerd worden aan de "vriendenkring". Fabienne K., die dagelijks met Christine de bus neemt, spreekt over "een groep waar de vrije liefde werd bedreven" en meent zich te herinneren dat Christine zich door hen bedreigd voelde. "Ik merkte dat ze blauwe plekken had en een brandplek van een sigaret op haar arm. Ze legde uit dat het begonnen was als een spel, maar daarna gewelddadig werd. (...) Het had weinig zin, zei ze, om er met iemand over te praten. Niemand zou haar geloven."
Volgens K. ging het niet om punks, maar haar nuance krijgt bij de speurders nauwelijks aandacht. Op aansturen van een eigen tipgever zullen de GP'ers zich wekenlang in het milieu van de nabij de Brusselse Grote Markt verzamelende punks verdiepen. Een huiszoekingsmandaat leidt hen naar de met doodskoppen behangen slaapkamer van Sylvie E. Zij wijst hen de weg naar Moustique, alias Muriel C., die verhalen vertelt over Lucifer en Beëlzebub, seks met kippen en zwarte missen. Het gerechtelijke dossier krijgt het karakter van een repertorium voor punknamen: Coco, Le Petit Tondu, Clochard, Vicious, Moustique... Uit de getuigenissen komt een lijstje van verdachten naar voor, met bovenaan de Irokees (Serge C.) en Le Petit Tondu (Serge B.). Een van de punks die tegen hen getuigt, is Alain L. Hij wordt later zelf een verdachte. Eind mei 1984 verricht de GP een huiszoeking in een kraakpand langs de Brand Whitlocklaan. Tussen de spullen van de twee Serges vinden ze een schoolschrift van hetzelfde merk als dat van Christine Van Hees. Er zijn bladzijden uit gescheurd.
Een hoofdverdachte
Serge C., hoofdverdachte, zal in totaal zestien keer worden verhoord, elf keer zijn versie wijzigen en ruim drie jaar in voorarrest zitten. Dit ondanks het feit dat hij een pracht van een alibi heeft. Op 13 februari 1984 heeft hij zijn hand gebroken en is hij daarvoor verzorgd in het militair ziekenhuis te Neder-over-Heembeek. De GP heeft zich echter vastgebeten in het punkspoor en laat niet los. Het probleem van C. is lijm. Hij is verslaafd. Hij zegt later dat de GP'ers hem nu en dan een tube toestopten, waarop hij bereidwillig begon te bekennen - om bij de eerstvolgende gelegenheid weer te ontkennen en te informeren naar lijm.
Onder de vele warrige verklaringen die C. in de loop der jaren aflegt, zit er één opmerkelijke. Ze dateert van 28 september 1984: "Alain L. heeft mij verteld dat Christine Van Hees op de hoogte was van een aanval op een kazerne in Oostende of Vielsalm. Het was de bedoeling dat men wapens zou stelen die zouden dienen voor hold-ups. Ik ben ervan overtuigd dat zij om die reden geëxecuteerd is." Het is in die periode dat een deel van het dossier-champignonniëre naar het parket in Nijvel verhuist, waar men achter de Bende aanzit. Er zijn nog andere getuigen die gewag maken van "politieke motieven" of "extreem-rechts". De broer van Christine Van Hees wordt eind 1984 door een GP'er uit zijn klas gehaald voor een autoritje. "Hij legde me uit dat het onderzoek evolueerde in de richting van belangrijke, hooggeplaatste personen," zegt Michel Van Hees later. "Hij zei dat het beter was om die mensen met rust te laten."
In 1991 is er nog even een spoor naar Michel Strée, de jongeman die ooit een bus vol Waalse schoolkinderen kaapte. Ook dat spoor loopt dood. Van de bijna honderd jongelui die destijds als getuige of verdachte zijn verhoord, zijn er dan al acht overleden. Onder hen ook Moustique en een van de punks die ooit aan een cafétoog uitbazuinde dat hij de dader was. Ook Clochard, alias Marc D., is niet meer. Hij heeft lang in voorarrest gezeten, en is amper vrij of hij trekt naar een fuif. Hij ontmoet daar Alain L. Het is L. die hem een fatale dosis heroïne toedient. De rol van L. is nooit uitgeklaard.
Satanisme, complotten, hooggeplaatsten, Bende van Nijvel, extreem-rechts... het is allemaal al prominent in de procedure aanwezig wanneer Regina Louf, getuige X1, eind 1996 tegenover het parket van Neufchâteau over een zekere "Kristien" begint te getuigen. Het is dankzij haar dat het medio 1996 gesloten onderzoek heropend wordt. Een deel van haar kennis is accuraat, een ander deel lijkt contradictorisch met de feiten van toen en haar eigen verleden. Op de dag van de feiten staat zij in haar school ingeschreven als "aanwezig". Bernard, hoofdrolspeler in het verhaal van Louf, zat in januari '84 nog in een Franse gevangenis. De getuigenis over hoe de moord gebeurde, werd bevestigd aan de hand van voorwerpen die destijds in en rond de oude kwekerij werden teruggevonden. Haar beschrijving van een in 1986 afgebroken aanpalend gebouw - waar de feiten zich ten dele afspeelden - is dan weer foutloos.
De komst van de X'en
Lange tijd gaat men er op het Brusselse parket vanuit dat Louf een pion was in een complot - opgezet door haar ondervrager, BOB-adjudant Patriek De Baets. Hij zou haar de relevante delen van haar verhaal ingefluisterd hebben en zo het hele X1-onderzoek vervalst hebben om rekeningen te kunnen vereffenen met zijn oversten. Onderzoeksrechter Jacques Pignolet opent eind 1997 meerdere onderzoeken tegen De Baets en is inmiddels ook op een dood punt aanbeland. Van de vele verdenkingen van manipulatie lastens De Baets kon er geen enkele bewezen worden. Regina Louf wees onder meer Marc Dutroux en Michel Nihoul aan als daders.
Een analyse van het oude dossier toont aan dat de kans reëel is dat zij begin 1984 allebei het pad van Christine Van Hees hebben gekruist. Nihoul was actief bij de vrije zender Radio Activité, gelegen boven het zwembad waar Christine Van Hees wekelijks kwam zwemmen. In het oude dossier zit een nooit geëxploiteerde getuigenis lastens Nihouls stamcafé Le Dolo. Getuigen hebben het in 1984 ook over een vriend van Christine Van Hees die met een Amerikaanse wagen rijdt met een arend op de motorkap. Nihoul reed met zo'n wagen.
Francis H., de kompaan waarmee Marc Dutroux in die tijd op schaatsbanen meisjes ging lastig vallen - onder meer Michelle Martin - was destijds actief bij een vrije zender: Radio Arc-en-Ciel in Schaarbeek . Daar werkte ook ene Philippe M., wiens naam werd teruggevonden in het persoonlijke telefoonboekje van Christine Van Hees. Het meisje zou geregeld hebben gespijbeld om tijd met hem door te brengen. H. en Dutroux gingen eind 1983 vaak schaatsen op de Poseidon in Woluwe. Christine Van Hees kwam daar wekelijks. "Allemaal toeval, België is een klein land," denken de speurders vandaag. In Neufchâteau aanziet men het als vaststaand feit dat Dutroux en Nihoul elkaar pas in 1995 leerden kennen.
Veertien jaar na datum is het de poetsvrouw die centraal staat in de ultieme zoektocht van onderzoeksrechter Damien Vandermeersch. Via het programma Oproep 2020 wendden de speurders zich gisteravond tot mogelijke andere getuigen. Iemand zag vanaf de VUB-campus een met hakenkruisen getooide jongeman uit de richting van de oude kwekerij weglopen. Noch hij noch de blonde jongen is ooit geïdentificeerd. "Als iemand ons zou kunnen helpen om hen terug te vinden, zou dat een grote stap vooruit kunnen zijn," zegt Vandermeersch. Het wordt op het Brusselse parket niet met zoveel woorden gezegd, maar de motivatie om na al die jaren nog energie te investeren in dit onderzoek - en dan met name in de piste van de vermeende "kennissenkring" - vloeit bijna uitsluitend voort uit de vele mythes die er rond zijn ontstaan. Het lijkt alsof dit de hamvraag geworden is: wie heeft Christine Van Hees niet vermoord?
|
Bron » De Morgen | Douglas De Coninck | 1998
|
| Meer » Gladio | De zaak CCC | De zaak Dutroux | Michel Nihoul | Forum |
Getuige X1 en Christine Van Hees
De gruwelijke vondst
Die avond beleeft brandweerman Norbert Vanden Berghen het meest bewogen moment uit zijn loopbaan. "De telefoon stond al de hele dag roodgloeiend. We hadden verschillende branden en ongelukken, op een gegeven moment zelfs drie tegelijk." Het is maandag 13 februari 1984. Om 20.47 uur komt er via de 906-lijn weer een melding. Er zijn rookwolken gezien in het oude vervallen herenhuis op het terrein van de oude champignonkwekerij in Oudergem, vlakbij de campus van de Vrije Universiteit Brussel. Nog voor de brandweer ter plaatse is, wordt al een tweede brand gemeld, daar vlakbij. Ook uit de keldermond van de champignonkwekerij zelf komt rook. Terwijl de ene ploeg het verlaten herenhuis doorzoekt, daalt de andere met zaklampen af in de kelder. Luitenant Vanden Berghen behoort tot de tweede ploeg. "We zagen een smeulende stapel houten kistjes. Omdat het vuur bijna was uitgedoofd, schopten we ertegen."
Wat dan tevoorschijn komt, zal voor eeuwig op het netvlies van de brandweerman gebrand blijven. Hij ziet een verkoolde menselijke romp. Een deel van het hoofd is weggebrand. Van handen en voeten blijft weinig over. "Het was een meisje. Ze lag op haar buik, ze was naakt. Armen en benen waren aan elkaar gebonden met ijzerdraad, dat ook rond haar hals zat gedraaid. Haar benen waren naar achteren gebogen. Verschrikkelijk." In de smeulende hoop vinden de deskundigen van het Brusselse parket wat persoonlijke bezittingen van het slachtoffer: juwelen, verkoolde stukjes van een T-shirt, een bh. De speurders staan voor een raadsel.
Hun eerste indruk is dat het slachtoffer uit vrije wil met haar moordenaars is meegegaan. Voor het gezelschap in de kelder afdaalde, is het blijkbaar nog in het huis geweest waar de eerste brandhaard was ontdekt. Ook daar zijn voorwerpen gevonden die verband lijken te houden met de moord. Wanneer Pierre en Antoinette Van Hees de volgende avond op RTL melding horen maken van de ontdekking van het lijk van een meisje, enkele straten verderop, slaat hun de schrik om het hart. Hun dochter Christine (16) is de vorige avond niet thuisgekomen. Er verstrijkt nog anderhalf etmaal alvorens de Brusselse gerechtelijke politie de uitbaters van de krantenwinkel op de Diamantlaan uitsluitsel kan komen brengen: het was hun dochter Christine.
De ouders moeten stukjes schoolschrift en juwelen gaan identificeren. Het lijk krijgen ze niet te zien. Daar is reden toe. In hun autopsieverslag wagen de onderzoeksartsen Rillaert en Voordecker zich niet aan een uitspraak over de doodsoorzaak. Alvorens te worden verbrand, is het meisje zo veelvuldig en op zo veel plaatsen mishandeld, dat met geen mogelijkheid kan worden gezegd welke foltering haar fataal geworden is. In zijn eerste rapport vermeldt dokter Voordecker sporen van wurging. Later doen de artsen in hun verslag, terloops, nog een vaststelling: het slachtoffer menstrueerde niet op het moment van overlijden. Het is een klein detail dat pas dertien jaar later van belang zal blijken. De ouders krijgen nog een tweede schok te verwerken. Hun dochter is die ochtend niet naar school geweest. Men zegt dat ze wel vaker spijbelde.
Het was de periode van de new wave. Christine Van Hees was een dromerige tiener. Ze hield van U2 en voerde in de maanden voor haar dood met haar ouders meer dan één discussie over kleding en uitgaan. Christine was ook een sportief meisje. Eens per week ging ze schaatsen of zwemmen. Ze ging naar school in Anderlecht, waar ze veel vrienden had. Het laatste teken van leven gaf ze die namiddag omstreeks 17.20 uur aan twee vrienden in de Wayezstraat te Anderlecht. Ze maakte een praatje met haar vriendin Chantal en toonde de laarzen die ze diezelfde ochtend had gekocht (of gekregen van iemand). Tijdens dit gesprek merkte ze Didier op, haar vroegere scoutsleider. Chantal en Didier zagen Christine naar het metrostation Sint-Guidon stappen. Van daaruit was het een halfuurtje rijden tot aan station Pétillon, vlakbij haar huis. Het moet allemaal snel gegaan zijn. Bewoners van de Strategiestraat hoorden om 18.50 uur het gegil van een meisje. Wat ze hoorden, klonk als: "Non, pas ça! Arrêtez! Maman."
- Christine Van Hees
Urban Legend
Wie in het midden van de jaren tachtig aan de VUB studeerde, kent de urban legend. Hier hebben dolgedraaide punkers een satanische offermis opgevoerd. De zaak lijkt simpel. De al sinds mensenheugenis leegstaande champignonkwekerij is in 1984 een wildernis van puin. Geregeld komen punkers er jointjes roken, alvorens naar het Kultuurkaffee te trekken. In zoverre hij daar tijd voor kan vrijmaken, is dit het spoor waar de Brusselse onderzoeksrechter Eloy zich in vastbijt. Eloy is bij het Brusselse parket ook verantwoordelijk voor de zoektocht naar de linkse terreurgroep CCC. Dat is veel voor één mens. Eloy krijgt een hartaanval, en later ook een zenuwinzinking. Op 1 oktober 1985 wordt de zaak in handen gegeven van de nieuwe, veelbelovende onderzoeksrechter Jean-Claude Van Espen. Van Espen erft een dossier met een hoofdverdachte. Het is Serge C., een van de punkers die vaak in de oude champignonkwekerij werden gezien. C., bijgenaamd 'de Irokees', is een markante figuur. Knalrode hanenkam, legerlaarzen, verslaafd aan lijm. In 1983 heeft C. twee maanden gevangenisstraf opgelopen voor een gewelddadige diefstal. Later volgt een veroordeling wegens desertie.
Op 13 september 1984 wordt hij gearresteerd op verdenking van de moord op Christine Van Hees. Bij een huiszoeking is op zijn kamer een schoolschrift van haar aangetroffen. C. ontkent, bekent, ontkent, bekent, ontkent... Zijn advocaat wijt de wispelturigheid van zijn jonge cliënt aan het feit dat de GP bekentenissen beloont met drugs. Komen die er niet, dan zegt C. dat hij van niks weet. Er is slechts een constante factor in zijn verklaringen: hoe dat schriftje op zijn kamer kon belanden, is hem echt een raadsel. Hij vermoedt dat iemand het daar heeft gelegd om hem 'erin te luizen'. De punker zal zestien keer worden verhoord, elf keer zijn versie wijzigen en drie jaar, twee maanden en vier dagen in voorarrest zitten.
In verslagen van psychiaters heet het dat Serge C. 'ernstig mentaal gestoord' is en 'geen controle heeft over zijn daden'. Wanneer C. op 17 november 1987 wordt vrijgelaten en ontslagen van rechtsvervolging, is Didier de Quévy zijn advocaat geworden. De Quévy trekt naar het Europees Hof van de Rechten van de Mens, waar de Belgische staat in 1991 veroordeeld wordt wegens het overschrijden van de redelijke termijn van voorhechtenis. De Quévy verdedigt in die tijd wel meer marginalen. Hij is ook de raadsman van een zekere Marc Dutroux uit Marcinelle.
"Uw dochter Claudine"
Begin 1992 heropent de Brusselse GP het onderzoek naar de moord op Christine Van Hees van voor af aan. Voor het eerst wordt moeder Antoinette Van Hees verhoord en komt er een buurtonderzoek. Dat leidt tot een nieuw spoor. Vier jaar lang zal er nog worden gezocht naar de eigenaar van een zwarte auto met een gouden adelaar op de motorkap. Omwonenden zagen zo'n auto in de dagen voor de moord verdachte rondjes maken. Ook dit spoor loopt dood. In juni 1996 krijgen de ouders bericht van het Brusselse parket. Het dossier wordt gesloten. "In hun brief hadden ze het over uw dochter Claudine", herinnert Pierre Van Hees zich. "Om u een idee te geven hoe intens ze met de zaak bezig waren." Op woensdag 4 september 1996 heeft onderzoeksrechter Jean-Marc Connerotte in Neufchâteau een onderhoud met rijkswachtadjudant Patrick De Baets van de financiële sectie (3COS) van de Brusselse Bijzondere Opsporings Brigade (BOB). De Baets is een Vlaming. Hij leidt het onderzoek naar de financiële handel en wandel van Marc Dutroux. De telefoon rinkelt.
Ene 'Tania uit Gent' tracht Connerotte iets duidelijk te maken, maar haar Frans is even onbegrijpelijk als zijn Nederlands. Connerotte geeft de lijn door aan De Baets. Via Tania komt De Baets in contact met een meisje dat 'iets wil zeggen over Michel Nihoul'. Het meisje heeft meer te vertellen dan dat, zo blijkt snel. Gezien haar verzoek tot anonimiteit wordt ze in de processen-verbaal X1 gedoopt. "Wij staren in de afgrond", verklaart Marc Verwilghen, voorzitter van de enquêtecommissie in de zaak-Dutroux, wanneer hij eind 1996 via via melding heeft horen maken van de getuigenis van X1. Tijdens een tv-debat voorspelt een journalist van Le Soir dat België niet lang meer zal bestaan. De zaak-Dutroux, legt hij uit, is een detail.
Een kleine, verrassend zelfzekerde vrouw van 27 jaar die een compleet ongeloofwaardig levensverhaal opdist. Als baby geplaatst bij haar grootmoeder in Knokke. Daar opgevoed als kindhoertje. Tot haar tiende in Knokke als koopwaar uitgestald in hotelkamers. X1 legt uit hoe ze als puber nu en dan haar aanranders op de televisie zag. Met als ondertitel: minister, burgemeester, baron, of gedelegeerd bestuurder van een bank of een topbedrijf. Dat deze lieden haar verkrachtten, zegt X1, daar viel mee te leven. Moorden, dat was het probleem. Het genot van de cliëntèle ging gelijk op met de angst van het kind. Hun opperste vorm van genot stond gelijk aan de opperste vorm van angst: doodsangst. Voor de praktische organisatie en bewaking van hun uitspattingen deden de notabelen volgens X1 een beroep op kleine criminelen, zoals haar eigen pooier, T., of figuren als Marc Dutroux, Michel Nihoul en Bernard Weinstein. Wat moet je met zo'n getuigenis, in een periode dat het hele land 'tot op het bot' staat te roepen? Onderzoeken, beveelt Connerotte.
De honden van Dutroux
Er is iets dat adjudant De Baets bij het eerste verhoor van X1, op 20 september 1996, opvalt. Ze twijfelt niet. Met een morbide gemak noemt ze namen van vroegere klasvriendinnen die haar verhaal ten dele kunnen bevestigen (en dat ook doen), geeft ze geheime adressen op van notabelen (ze kloppen), beschrijft ze interieurs (ze kloppen) en vertelt ze over 'Marc', die onhandige ellendeling die ze in het begin van de jaren tachtig samen met onder meer 'Mich' over zich heen kreeg. "Dutroux had twee Duitse herders", flapt X1 eruit. "Ze heetten Brutus en Sultan." Wat later wordt bij Marc Dutroux, in de marge van een ander verhoor, geïnformeerd naar zijn honden. Dutroux schrikt op en weigert te antwoorden. Michelle Martin is zich van geen kwaad bewust. Een van de twee honden leeft nog. "Het beest heeft het huis in Marcinelle bewaakt toen Julie en Mélissa er opgesloten zaten. Hij heette Sultan", zegt Martin. In de pers verschijnt in die dagen veel, héél veel, over Dutroux. De naam van de hond is nooit vermeld. Hoe kan X1 ze dan kennen?
X1 zal zeventien keer worden verhoord. Elk van deze verhoren zal van de eerste tot de laatste minuut worden gefilmd. Dat gebeurt op advies van experts. X1 lijdt aan wat in de psychologie dissociatie genoemd wordt. Om zich een traumatiserende gebeurtenis te herinneren, moet zij gaan zoeken in een deel van haar geheugen dat ze voor zichzelf heeft afgesloten. Erover praten, doet het slachtoffer de traumatische gebeurtenis herbeleven. Maar X1 weet van wanten. Wanneer ze het moeilijk krijgt, zwijgt ze desnoods uren aan een stuk. Huilen doet ze nooit. "Ze hebben mij nooit geleerd hoe ik verdriet moet uiten", verontschuldigt ze zich. In de avond van 31 oktober, tijdens haar vijfde verhoor, laat X1 de naam Christine vallen. Ze vertelt hoe het meisje, na langdurig te zijn gefolterd, verbrand werd in de kelder van een vervallen pand in het Brusselse. Het gebeurde in de nasleep van een seksfuif die een vol weekeinde duurde en waarop, voegt ze later aan haar relaas toe, eerst haar eigen baby van vijf maanden was gedood. Als straf. Als aanwezigen noemt X1 Michel Nihoul, Marc Dutroux, Michelle Martin, Annie Bouty, T., Bernard Weinstein, een Brusselse advocaat, een koppel uit Gent en 'een onbekende'.
De verhoren van X1
X1, in haar verhoor op 31 oktober 1996, procesverbaal nummer 116.988: "Ze hebben Christine afgemaakt. (...) Dutroux en Nihoul bonden haar op een speciale manier vast. Ik moest een mes in haar vagina steken. (...) Ze zeiden me dat ik haar moest doen zwijgen. Christine werd eerst op een tafel vastgebonden. (...) Ze begeleidden mijn hand, ik werd verplicht haar te wurgen, zo niet dan zou ik hetzelfde lot ondergaan. Christine werd meermaals verkracht. Daarna werd ze losgemaakt, om opnieuw te worden vastgebonden. Handen en voeten werden op haar rug samengebonden. Uiteindelijk hebben ze haar in brand gestoken."
Aan het einde van het verhoor beschrijft X1 het huis waar het gebeurde. Later geeft ze meer uitleg over de aanleiding tot de strafexecutie: "In het netwerk had je de ervaren meisjes, zoals ikzelf, die al op prille leeftijd door hun ouders waren afgestaan. Je had ook meisjes die waren benaderd door een volwassene, en stap voor stap het netwerk werden binnengeloodst. Wij moesten die meisjes onder onze hoede nemen. Deden ze iets fout, dan werden wij gestraft. Zo werkte het. Met Christine ging het helemaal mis. Ze was onwennig. Drie of vier maanden voor haar dood had ze Nihoul leren kennen. Die heeft haar van alles beloofd. Pas op het laatst heeft ze gemerkt hoe het er er echt aan toeging. Ze wou eruit stappen, vertelde ze me. Ze zei dat ze een dagboek had en dat ze dit op een geheime plek verborgen hield. Ik zei: praat er dan toch over met je ouders en vraag dat ze je beschermen. Ik heb toen de stommiteit begaan dit aan een ander meisje te vertellen. Die had net een pak slaag gekregen omwille van Christine en ging bij Nihoul klikken over dat dagboek. Onmiddellijk hebben ze de executie gepland. Ze moest dood, als voorbeeld voor ons."
X1 in haar achtste verhoor, 18 november 1996, proces-verbaal nummer 116.991: "We werden allebei naakt in een auto geduwd. Na een rit van twintig minuten kwamen we aan op een plaats met veel onkruid en puin. Er hing een vreemde geur, de grond was koud en vochtig. (...) We kwamen terecht in een huis, op een verdieping. Daarna zijn we afgedaald in een grote kelder. Daar werd Christine losgemaakt en dan weer vastgebonden, als een konijn. Ze werd opnieuw verkracht en met een mes bewerkt. (...) Er waren kaarsen. (...) Ze werd door een van de aanwezigen op verschillende plaatsen in haar lichaam gestoken met een stuk metaal dat boven een brandende kaars was verhit. Op een gegeven moment depte iemand het bloed in haar vagina met een Tampax-tampon. (...) Op het einde heeft hij (de advocaat, red.) met zo'n stuk metaal haar hand doorboord. Daarna hebben ze benzine over haar gegoten en haar in brand gestoken."
Aan het einde van haar verhoor tekent X1 op een vel papier een plattegrond van het huis waar de folteringen volgens haar plaatsvonden. Wat ze tekent, is een vrij klassiek patroon voor een Brussels herenhuis, een berg puin die een tuin moet zijn geweest en een ingang naar een kelder. Er zijn enkele opvallende details. Drie krulletjes in de keuken stellen vleeshaken voor. De twee vierkantjes zijn houten tafels die door de oude bewoners waren achtergelaten. In wat de hal moet voorstellen, tekent X1 een dikke streep die er dwars doorheen gaat. Dat was een zware metalen buis waar ze bij haar aankomst over was gestruikeld, legt ze uit. Wie op het onzalige idee is gekomen daar een buis aan te leggen, weet X1 ook niet. Voor al wie zich een oordeel wil vormen over de geloofwaardigheid van X1, is het nuttig te weten dat de speurders van de 3COS begin november geen kennis hebben van het onderzoek dat de GP destijds heeft gevoerd. Nadat ze X1 voor het eerst over 'Christine' hoorden praten, zijn enkele BOB'ers wel in de archieven gaan neuzen. Ze vinden wat oude persknipsels terug over de moord op Christine Van Hees. Daar kan X1 haar kennis niet vandaan hebben. De pers geeft de meest uiteenlopende versies over de toestand waarin het lijk is aangetroffen.
Opgelost
Op 4 december gaan de speurders op het Brusselse parket het dossier 64/85 van onderzoeksrechter Van Espen ophalen. Wat ze dan te zien krijgen, doet bij enkelen van hen de stoppen doorslaan. Ze vinden een gedetailleerde beschrijving van de voorwerpen die op de plaats van het misdrijf zijn aangetroffen. Er wordt onder meer melding gemaakt van stompjes kaars en een van bloed doordrenkte Tampax-tampon. Het zijn slechts enkele regeltjes in een gerechtelijk dossier dat, opeengestapeld, twee meter hoog is. De versie van X1 blijkt op bepaalde punten preciezer dan het oude dossier. Daarin heet het meerdere keren dat Christine Van Hees met prikkeldraad is vastgebonden. In de meeste krantenartikelen was eveneens sprake van prikkeldraad. "Niet waar", zegt X1. "Het was een elektrische kabel waarvan het omhulsel is gesmolten." De speurders trekken naar de griffie van het Brusselse parket en vinden de kabel. Het is een elektrische kabel waarvan het omhulsel is gesmolten.
In het autopsierapport wordt met geen woord gerept over een metalen voorwerp dat door de polsen van Christine zou zijn geslagen. Na dagenlang bladeren valt het oog van een BOB'er op het proces-verbaal 30.14.321/84, dat de politie van Oudergem in de avond van 13 februari 1984 heeft opgesteld. Daar staat: "Un clou est planté dans le poignet gauche". Wat later vinden ze de spijker op de griffie. Het is een gigantische spijker. Tijdens de verificaties die de speurders van de BOB begin 1997 verrichten, blijkt dat de spijker destijds een punt van discussie is geweest tussen de onderzoeksartsen en de mannen die als eersten ter plaatse kwamen. De Oudergemse politieman De Kock zegt dat hij de artsen heeft gewezen op de spijker, maar dat die hem hebben geantwoord dat ze zelf heus wel wisten hoe ze een autopsie moesten verrichten. Brandweerman Norbert Vanden Berghen en zijn collega Yvan Leurquin worden dertien jaar na de feiten nog eens verhoord. Ook zij spreken van een spijker en zeggen niet te kunnen begrijpen hoe de artsen die konden vergeten.
Op 21 januari 1997 wordt de 59-jarige José Ginderachter verhoord. Hij is de zoon van de vroegere uitbater van de champignonkwekerij en heeft nog in het herenhuis gewoond. Wanneer de beschrijving van X1 wordt voorgelegd aan Ginderachter, kan deze niets anders zeggen dan: "Die persoon moet daar geweest zijn." Of het nu gaat over de drie vleeshaken in de keuken, het motief in de vloertegels, de twee houten keukentafels, een regenton op de binnenplaats of de toegang tot de champignonkwekerij, Ginderachter kan alles alleen maar bevestigen. De man kan ook verklaren waarover X1 die avond is gestruikeld: "Die buis in de hal, dat was een onderdeel van de oude vloerverwarming die door het verwijderen van een plankenvloer bloot was komen te liggen."
Advocaat van de duivel spelende, zou je kunnen veronderstellen dat X1 ooit in Oudergem verzeild is geraakt en toevallig de oude champignonkwekerij heeft bezocht. Vermeldenswaard is dat X1 op het ogenblik van de feiten 15 jaar oud was en in Gent woonde. De kwekerij werd een jaar later gesloopt om plaats te maken voor een blok sociale woningen. Maar is wat zij vertelt over de daders niet al te kras? Dutroux en Nihoul, samen aan het moorden in 1985? Was het niet zo dat zij elkaar pas in 1995 leerden kennen? "Dames en heren, wij hadden X1 niet nodig om deze moord op te lossen', slaat een speurder van de 3COS de leden van de commissie-Verwilghen met stomme verbazing, wanneer hij daar in oktober 1997, achter gesloten deuren, wordt gehoord. De man heeft maandenlang zitten wroeten in het oude dossier van de GP. Zijn conclusie is de volgende: "De namen van de daders die X1 aanwijst, staan sinds 1984, weliswaar indirect, vermeld in het dossier."
Uit de getuigenissen uit dat jaar blijkt dat Christine van Hees in de maanden voor haar dood een dubbelleven leidde. Ze spijbelde al eerder. Ze kreeg hiervoor, zonder dat haar ouders dit wisten, een ziektebriefje bij dokter Hallard. Op de schaatsbaan had ze volgens vriendinnen en haar broer 'een zekere Marc' ontmoet. Françoise Dubois, de gewezen echtgenote van Marc Dutroux, kan de speurders begin 1997 vertellen dat hij die schaatsbaan regelmatig bezocht. Christine ging ook vaak naar de lokalen van het radiostation van Nihoul. Aan een vriendin had Christine in grote lijnen verteld dat zij met een dubieuze groep volwassenen omging die haar zowel aantrok als afstootte.
|
Bron » De Morgen | Annemie Bulté & Douglas De Coninck | 1998
|
| Meer » De zaak Dutroux | Michel Nihoul | Forum |
Het verhaal van Nathalie W.
"Nathalie werd gebruikt om andere X'en ongeloofwaardig te maken"
Indien X1 vandaag aangeschoten wild is geworden voor een deel van de pers, politiediensten en magistratuur, dan komt dat vooral doordat het parket in Neufchâteau niet zo beste ervaringen heeft met sommige andere getuigen. Heel wat enquêteurs zijn het gewoon spuugzat om nog langer de rol van therapeut op zich te nemen. En misschien is dat niet eens onbegrijpelijk.
Marc Dutroux werkt in opdracht van Yasser Arafat, Louis Tobback en de gewezen Amerikaanse president Georges Bush. Deze laatste heeft een sleutel van de voordeur van het huis van Dutroux in Marcinelle. Loubna Benaïssa is op verzoek van Paus Johannes Paulus II in mootjes gesneden en naar het Vaticaan gebracht in de vorm van hondenvoer. Niet waar, laat een Russische piloot door bemiddeling van de Rwandese consul in Brussel weten. Zijn contactpersoon op de Verenigde Arabische Emiraten heeft hem foto's laten zien.
Het is niet altijd duidelijk wat politiediensten in verschillende delen van het land er eind 1996 toe aanzet om deze nonsens de vorm van een proces-verbaal te geven. De sfeer is in die dagen een van: álles zou wel eens waar kunnen zijn. In politiekringen gaan de gruwelijke verhalen over de getuigen van Neufchâteau van mond tot mond.
Het verhaal van die getuigen begint vóór de zaak-Dutroux zelf. Op 6 juli 1996 stapt ene Nathalie W. de burelen van de Brusselse BOB binnen. Haar klacht gaat over seksueel misbruik vanaf haar kinderjaren door haar vader. Al snel blijkt dat dit meer is dan een gewoon incestverhaal. Nathalie wordt van kindsbeen af uitgeleend aan andere mannen. Als grote boosdoener wijst ze 'Vincent' aan, haar pooier. Het feit dat Nathalie W. reeds in de maand juli aan het getuigen is, plaatst haar in de ogen van het parket van Neufchâteau boven elke verdenking. Op 5 september 1996 wordt Nathalie de allereerste "getuige" in wat zal uitgroeien tot een kluwen van nevendossiers in Neufchâteau.
Naarmate de verhorenvorderen, komen er verhalen boven over zwarte missen, babyoffers en satanische rituelen. Het heeft er in die eerste weken alle schijn van dat "het netwerk" het deze getuige niet bepaald in dank afneemt dat ze naar Neufchâteau is gestapt. Nathalie W. is altijd bereikbaar. Ze heeft telefoon, gsm en sema-digit. Er gebeuren vreemde dingen. Om de haverklap komen er anonieme telefoontjes, onder meer een ongevraagde oproep van de wekdienst van Belgacom. Even bizar is een telefoontje, afkomstig van de op dat ogenblik gesloten ambassade van Japan. Is Nathalie W. een geniale telefoonhackster of wordt ze echt bedreigd? De BOB laat de oproepen natrekken, maar blijft met veel vragen zitten.
Fantasie
Op 14 oktober 1996 wordt Nathalie bedreigd op een parking in Bettincourt. Via de pers wordt een robotfoto verspreid van de door Nathalie beschreven dader. Ze wordt nog eens bedreigd, op de ring rond Brussel te Anderlecht. Wekenlang wordt onderzoek verricht naar de vermeende aanranders, maar dat leidt enkel tot een toenemend vermoeden dat de aanrandingen alleen hebben bestaan in de fantasie van de getuige. De speurders staan er ook van te kijken wanneer Nathalie haar arm toont. Daarin staat een V. gekerfd. Dat heeft Vincent gedaan, zegt ze. De verhoren verlopen niet echt vlot meer. Bij de minste allusie op een kasteel of een seksfuif krimpt Nathalie in elkaar of begint ze met haar hoofd tegen een muur te bonken. Drie rijkswachters en een psycholoog moeten haar op 12 december tijdens een verhoor overmeesteren en tot bedaren brengen.
Nathalie bouwt een vertrouwensrelatie op met BOB'er Theo Vandyck en blijft verder - met vallen en opstaan - getuigen. Er duiken opmerkelijke dingen op in haar verklaringen. Nathalie herkent de pooier van X1 (T. uit Borgerhout) op foto en weet hoe hij heet. Ze haalt ook de moeder van X4 uit een reeks foto's. Eind januari wordt Vandyck geveld door een hersenbloeding. Nathalie krijgt andere ondervragers : Philippe Pourbaix en Baudouin Dernicourt. De toon tijdens de ondervragingen slaat om. Pourbaix windt er geen doekjes om: hij gelooft geen sikkepit van wat ze beweert. Nathalie reageert op haar manier. Ze overhandigt de BOB een uitnodiging voor een offerfeest op een blad vol bloedplekken en haren.
De naam van Nathalie staat in bloed geschreven. De speurders nemen niet eens de moeite om na te trekken waar het feest kan plaatshebben. Voor hen staat het, ook zonder analyse, als een paal boven water dat Nathalie de brief met haar eigen bloed heeft geschreven. De sfeer wordt vijandig. Eind januari beschrijft Nathalie, onder hypnose, een rituele moord op een baby. "Nathalie heeft haar hypnose gemanipuleerd", besluiten de BOB'ers zonder meer. In de verhalen van Nathalie duiken anderzijds steeds meer tegenstrijdigheden op. In februari 1997 geeft ze toe dat de 'Vincent' waarover ze het heeft, eigenlijk 'Claudio' heet... Een BOB'er stelt een pertinente vraag: waarom kerfde Claudio een V in haar arm en geen C?
Begin februari komt Nathalie W. in contact met kinderrechtenactiviste Marie-France Botte. Die verwelkomt haar als een geschenk uit de hemel. Botte is zwaar onder vuur komen te liggen in de Franstalige pers, onder meer omdat zij na de zaak-Dutroux onder het licht van tv-camera's het gerechtsgebouw van Neufchâteau binnenstapte met de belofte "een lijst met namen" te overhandigen aan procureur Bourlet. Inmiddels is duidelijk dat Botte die dag niet eens een papiersnipper heeft meegebracht. "Marie-France zag mij als de wandelende lijst", zegt Nathalie nu. "Via mij hoopte ze haar belofte alsnog waar te maken." Botte pleegt enkele telefoontjes met de BOB. Een wild plan krijgt vorm. Marie-France Botte zal Nathalie W. verhoren en daarover rapporteren aan de BOB. Tijdens het weekeinde van 13 en 14 februari 1997 trekken de twee vrouwen samen naar een hotelletje in Ovifat, in de Oostkantons. Het doel bestaat erin daar tot "een chronologie van het leven van Nathalie W." te komen. Het wordt zonder meer een catastrofe.
Marie-France Botte keert naar Brussel terug met iets totaal anders dan een biografie. Wat ze de BOB wel kan overhandigen is een indrukwekkende lijst van namen. Zowat de helft van 's lands bouwpromotoren, politici en bekende Belgen worden in het rapport-Botte tot pedofiel gebombardeerd. "Het was erg, heel erg", blikt Nathalie W. zelf terug. "Marie-France gedroeg zich tijdens dat weekeinde als een echte detective in plaats van de steunende vriendin naar wie ik zo opkeek. Ze wilde steeds maar namen uit mij persen. Ik wilde haar niet teleurstellen. Op een bepaald ogenblik noemde ik een zekere 'François-Xavier'. Marie-France noteerde : Francois-Xavier de Donnea. Ik corrigeerde haar. Nee, het was niet de Donnea! 'Kom, kom', onderbrak ze mij, 'er zijn toch geen achtenzestig François-Xaviers in dit land?'."
De lijst
Wanneer Marie-France Botte de lijst overhandigt aan de BOB ziet ze zich verplicht er enige toelichting bij te verschaffen. Ze geeft de speurders de raad er niet de minste aandacht aan te schenken. Het verhaal dat Botte op 15 februari tegenover de BOB over het weekendje doet, wordt dé dijenkletser van dossier 96/110. Op zondagavond, vertelt Botte, is Nathalie plots spoorloos verdwenen uit haar hotelkamer.
Botte ontvangt tijdens Nathalies afwezigheid op haar hotelkamer twee telefoontjes. De hoorn wordt neergelegd van zodra Botte haar naam zegt. Wanneer Nathalie enkele uren later terug in het hotel aankomt, heeft ze verwondingen aan het hoofd. Ze legt uit dat ze die avond op haar sema-digit de volgende oproep heeft ontvangen: 75834970. Dat is een code die ze met "Claudio" heeft afgesproken. De eerste vier cijfers hebben betrekking op Nathalie zelf, de laatste vier op de postcode van de gemeente waar ze onmiddellijk naartoe moet en zich naar het station moet begeven: 4970. Nathalie is als de weerlicht per taxi naar het station van Verviers gereden, waar ze Claudio heeft ontmoet. Claudio slaat haar bont en blauw.
Nathalie heeft een klein detail over het hoofd gezien. De postcode van Verviers is niet 4970, maar 4800. De BOB'ers vinden een taxichauffeur die Nathalie die avond doelloos heeft zien rondwandelen aan het station van Verviers. De anonieme telefoons die Marie-France heeft ontvangen, blijken afkomstig uit een telefooncel aan de overkant van het station van Verviers. Vanaf deze dag is het onderzoek er enkel nog op gericht Nathalie te ontmaskeren als leugenaarster. Familie, ex-vriend en buren worden door de BOB ondervraagd. Het beeld dat daarbij van de vrouw naar voren komt, is weinig verheffend: gepatenteerde leugenares, mythomane, geobsedeerd door een hunkering naar aandacht... In de pers groeit de 31-jarige vrouw uit tot een nieuw symbool van het "ontsporen" van de onderzoeken in Neufchâteau. Nathalie W. zou ook nog haar eigen medische dossiers hebben vervalst en haar eigen bedreigingen hebben geëensceneerd. De kranten vermelden gretig hoeveel gevangenisstraf ze riskeert.
Inmiddels heeft Nathalie W. een advocaat. Het is meester Laurent Arnauts, de raadsman van de familie Benaïssa. "Mijn cliënte heeft fouten begaan, dat staat vast", zegt hij. "Maar laat ons alsjeblief niet vergeten dat we hier te maken hebben met een slachtoffer. Volgens mij is ze wel degelijk een bron van informatie. Eens haar vaste ondervrager ziek werd, is alles fout gelopen. Zijn opvolgers zijn deze zaak gaan behandelen als een doordeweeks geval van oplichting. De vraag is of de enquêteurs het er met hun gedrag niet naar gemaakt hebben. Volgens mij was het destabiliseren van Nathalie de perfecte context waarmee bepaalde onderzoekers de val van alle X'en wilden voorbereiden. Ik kan aantonen dat de BOB'ers vroegere kennissen van haar hebben bewerkt om ze tot lasterlijke verklaringen te brengen. Ik heb daar een uitgebreid verslag van opgesteld en heb dit opgestuurd naar onderzoeksrechter Langlois. Ik wacht nog steeds op een antwoord."
Autodestructie
In een ultieme poging de geloofwaardigheid van Nathalie W. te redden, deed Arnauts in het voorjaar van 1997 een beroep op de Brusselse psychiater Marc Reisinger. Dat draaide even anders uit. Reisinger velde een vernietigend oordeel over Nathalie. Volgens hem lijdt ze aan "pathomimie, een ziekelijke drang tot fabuleren". Reisinger gaat nog een stap verder en schrijft op 24 april 1997 in zijn rapport: "Het is niet uitgesloten dat zij liegt in opdracht van iemand anders." Wat mag dat betekenen? "Mijn hypothese is dat Nathalie gestuurd is door mensen die het hele onderzoek-Neufchâteau willen saboteren. Ik kan best aannemen dat een getuige onder druk komt te staan en vreemde dingen doet, maar wat we in dit dossier hebben zien gebeuren, tart elke verbeelding. Het lijkt wel alsof ze doelbewust een strategie volgt om het begrip 'getuige over pedofilienetwerken' voor eens en voorgoed te associëren met 'waanzin'."
Reisinger vertelt nonsens, repliceert Arnauts. "Die man had twee ontmoetingen van amper drie kwartier met Nathalie. Voor het overige staat zijn rapport vol elementen die veel met roddel, maar weinig met psychiatrie te maken hebben. Er is iets wat vele mensen niet begrijpen over slachtoffers van seksueel geweld. Men vergeet soms dat die mensen kapotgemaakt zijn. Normaal zou men, als men ontdekt dat een getuige gaat raaskallen, het onderzoek gewoon moeten stopzetten. Maar nee. Deze BOB'ers gingen door om haar compleet te vernietigen." Vorige zaterdag zocht Nathalie W. contact met ons. Ze vertelde ons dat ze al die maanden, ook toen het onderzoek nog liep, contacten bleef onderhouden met de geheimzinnige "Claudio" en andere leden van "het netwerk". Wat later kwam er een ander, nog onwaarschijnlijker verhaal: "X1 liegt. Niet zij, maar ik was in de Champignonnière. Ik heb alles gezien..."
Sinds augustus 1997 heeft Nathalie W. Yves De Keyser als psycholoog. "Ik denk dat Nathalie aan een vorm van autodestructie lijdt. Ik ben er zeker van dat ze het slachtoffer werd van zwaar seksueel geweld. Maar met dit nieuwe verhaal wist ze op voorhand dat ze zichzelf compleet ongeloofwaardig zou maken. Het is allemaal zo complex. Ik kan hier maar één les uittrekken: de therapeut die Nathalie er destijds toe heeft aangezet om te gaan getuigen voor het gerecht, heeft geen goede zet gedaan. Ik vrees dat ze er nog geschondener uitkomt dan ze al was."
|
Bron » De Morgen | Annemie Bulté & Douglas De Coninck | Januari 1998
|
| Meer » De zaak Dutroux | Michel Nihoul | Forum |