1982
2 Januari : De crisis die zich afspeelde binnen justitie en politie na de veroordelingen in de zaak-François, werden in de hand gewerkt door een belangrijke wapenroof bij het Speciaal Interventie Esquadron van de rijkswacht, bij het grote publiek beter bekend als de Groep Dyane. In de nacht van 31 december 1981 en 1 januari 1982, twee weken voor de aanvang van het proces François, braken onbekende binnen in de degelijk bewaakte kazerne van de Groep Dyane in Etterbeek en stalen er een aantal gesofisticeerde anti-terreurwapens met bijbehorende munitie. De daders kenden duidelijk de topografie van de kazerne en wisten klaarblijkelijk welke wapens zich waar bevonden. De minder geavanceerde wapens hebben de daders welbewust laten liggen. De buit was indrukwekkend : - 10 Mitrailleurs, Heckler und Koch met geluidsdemper. - 5 Mitrailleurs, Heckler und Koch zonder geluidsdemper. - 5 Riotguns van het automatische type - 5 Fal-machinegeweren, diverse modellen. - 2 Pistolen van groot kaliber, voor het afvuren van waarschuwingsschoten - 28 Dozen met elk 25 laders en munitie. Dit kwam neer op 2500 stuks munitie. Van het bestaan van de Hechler und Koch-mitrailleurs waren op dat tijdstip maar weinigen op de hoogte. Er bestonden slechts twintig exemplaren van en die waren kort voordien geleverd aan de Duitse anti-terreureenheid Bundes Grenzschutz Gruppe-9 en de Belgische Groep Dyane. De MP5SD staat bekend als een der meest gevaarlijke en trefzekere snelvuurwapens die ooit werden geproduceerd. In totaal werden door de gangsters zes voertuigen, Mazda's, van de Groep Dyane met een koevoet en zonder een sleutel opengemaakt. De techniek die daarbij werd aangewend, het lichtjes optillen van de portier met een koevoet om onder de deur met ijzerdraad het ontsluitingsmechanisme in werking te stellen, is precies een van de technieken die voorkomt in het opleidingsprogramma van de anti-terreurgroep Dyane, meer bepaald in het programma 'Detectie'. Er werden bepaalde voertuigen niet geopend en er werden ook wapens weggenomen die zich in kisten bevonden die op hun beurt dan weer opgeborgen waren in gesloten kasten. Enkel die wapens werden meegenomen die in het kader van anti-terreurmaneuvers konden gebruikt worden. De wapens zijn niet geschikt voor gewoon crimineel gebruik. De buit werd in een groene Mazda van de Groep Dyane geladen, waarna de dieven ongehinderd de kazerne via de wachtposten buitenreden. Uit verklaringen van de wachtposten blijkt dat de daders rijkswachtuniformen droegen. De Mazda werd later teruggevonden op de Generaal de Gaullelaan in Brussel, langs het Flageyplein. Er werd in de Mazda geen enkele vingerafdruk aangetroffen, noch in een van de andere wagens die waren opengebroken en leeggeroofd. Er werd in de gestolen Mazda wel peper gestrooid om speurhonden af te leiden. Ook werd vastgesteld dat Madani Bouhouche, toevallig een geregeld bezoeker van de wapenmeester van de Groep Dyane, op 31 december in de kazerne van Etterbeek gesignaleerd was. Bovendien bleek dat Bouhouche korte tijd voor de diefstal met de gestolen Mazda gereden had. Het is niet uitgesloten dat hij bij die gelegenheid een kopie van de autosleutels liet maken. Tot vandaag werden de daders van de wapendiefstal niet gevonden. Wel werd jaren later een Hechler und Koch gedemonteerd teruggevonden bij de vermoorde FN-vertegenwoordiger Juan Mendez. En één van de riotguns werd aangetroffen bij Bouhouche. Het overgrote deel van de anti-terreurwapens vonden de speurders zes jaar na de diefstal, op 17 november 1987, in de koffer van een gestolen auto die geparkeerd stond in een garagebox aan de Hippocrateslaan in Woluwe, die door Madani Bouhouche onder een valse naam gehuurd werd.12 Januari : Op 12 januari belast de rijkswachtleiding majoor Demessemakers, adjudant van Bruggeman, met de coördinatie van het onderzoek naar de aanslagen tegen de rijkswacht. Hij brengt een beleefdheidsonderzoek aan onderzoeksrechter Bellemans, die de leiding heeft over het onderzoek. De 'sheriff', zoals Bellemans algemeen wordt genoemd vanwege zijn doorgaans doortastend optreden, komt er verder niet aan te pas. Bellemans berust overigens in zijn lot: 'Als onderzoeksrechter heb je geen zicht op de interne keuken van de rijkswacht.' Er start een oppervlakkig intern onderzoek. Personeel van het Mobiel Legioen en leden en ex-leden van de groep Dyane worden ondervraagd. Rijkswachters met extreem-rechtse sympathieën krijgen weinig of geen aandacht. De leden van de Groep G worden niet verontrust. Weliswaar stelt het CBO op 19 januari 1982 een lijst op van zes verdachte rijkswachters, waarop de namen prijken van Johan Demol en Claude Godin, maar in het betrokken document wordt met geen woord gerept over hun politieke achtergrond.
16 Januari : Een zekere V.C. was volgens Jean Bultot betrokken bij een diefstal op 16 januari 1982, gepleegd op het rijkswachtdetachement in Zaventem. Bij die gelegenheid gingen de dieven aan de haal met een reeks dienstpistolen. In maart '82 werden de daders gearresteerd. Het bleek te gaan om een voormalig rijkswachter van het detachement en een cafébaas uit Diegem. Volgens Bultot was V.C. ook betrokken bij de overval op wapenhandel Dekaise. De onderzoekers hebben de beschuldigingen van Jean Bultot een tijd nauwgezet afgedwongen. Zonder enig resultaat echter.
| » Daders | Jean Bultot |
22 Januari : Op 22 januari stemt Claude Godin, een ex-lid van de groep Dyane, in met een huiszoeking. Die levert geen resultaat op. Opmerkelijk is dat Bouhouche bij deze huiszoeking betrokken is. Een geplande huiszoeking bij Johan Demol, een lid van het Front de la Jeunesse, wordt zomaar geschrapt, met als motief dat Demol inmiddels werkzaam is bij de gemeentepolitie van Brussel. Demessemakers vindt al dat gewroet in extreem-rechtse kringen vervelend. Bekende, uiterst rechtse rijkswachters als Michel Vanhove, betrokken bij de brandstichting van het blad Pour en Lucien Marbaix, een lid van het WNP, worden ongemoeid gelaten. Informatie over de interne onderzoeken in het rijkswachtkorps worden niet aan Bellemans doorgegeven.
27 Januari : Het Hof van Beroep in Brussel bevestigt de veroordeling tegen het Front de la Jeunesse van mei 1981.
| » Andere | Front de la Jeunesse |
18 Februari : Op 18 februari 1982 neemt luitenant-kolonel Gerard Lhost, tweede commandant van het Mobiel Legioen, de leiding van het onderzoek naar de wapenroof bij de groep Dyane over. Lhost is bijna in ieder opzicht precies het soort officier van wie de rijkswachtleiding het moet hebben als ze een schandaal wil bezweren. Marchoul, topman van de info-cel van de BOB-Brussel, suggereert in elk geval dat Lhost iemand is die op een of andere manier sympathie heeft voor uiterst rechts. Lhost is vastbesloten het onderzoek onder zijn controle te houden. Hij laat zich niet door onderzoeksrechter Bellemans voor de voeten lopen en neemt niet eens contact op met de info-cel van de BOB-Brussel. Lhost schort op 27 april 1982 zelfs de coördinatievergaderingen op. Het onderzoek valt in feite zo goed als stil. Conclusie van de Leuvense professoren Cyrille Fijnaut en Raf Verstraeten: 'Het extreem-rechtse spoor werd ernstig verwaarloosd.'
Vrijdag 19 Februari : De ochtend van 19 februari 1982 maakt Jean de Reymacker zich zorgen. Zijn schoondochter Francesca en de vriend waarmee ze sinds haar echtscheiding samenwoont, zijn niet op hun werk verschenen. Als hij bij hen gaat aanbellen wordt er niet gereageerd, terwijl hij duidelijk hoort dat in het appartement de televisie aanstaat. Om tien uur stapt hij het politiecommissariaat van Anderlecht binnen en vertelt er wat hem dwars zit. Er wordt onmiddellijk een politiepatrouille ter plaatse gestuurd. Als de twee agenten de achterdeur van het appartement aan de Herderliedstraat forceren, doen ze een gruwelijke ontdekking. In de living vinden ze het levenloze lichaam van een man en een vrouw. Beiden waren in het hoofd geschoten en de keel overgesneden. Een executie, of een rituele moord? De vrouw was de vierenveertigjarige Francesca Arcoulin, de man de eenendertigjarige Alfons Vandermeulen. Het koppel woonde al een tijdje samen, leidde een rustig leventje en had voor zover bekend geen vijanden. Onderzoeksrechter Francine Lyna staat voor een raadsel. In het appartement van de slachtoffers wordt geen enkele aanwijzing gevonden. Geen sporen van een vechtpartij, geen kogelhulzen, geen bloed, geen vingerafdrukken. Er was niets gestolen en de voordeur van het appartement was aan de buitenkant met een sleutel gesloten. Het enige aanknopingspunt zijn enkele bejaarde buren die in hetzelfde gebouw wonen en bij wie de moordenaars hebben aangebeld om binnen te geraken. De bejaarden hebben enkele vage geluiden gehoord, waarna de twee mannen in een auto zijn weggereden. De dubbele moord in Anderlecht lijkt een perfecte misdaad. Uit het onderzoeksdossier blijkt dat onderzoeksrechter Lyna nochtans zware verdenkingen koestert tegen Christian Pawlow, een kennis van de slachtoffers die geen sluitend alibi kan voorleggen en tegen Marcel Barbier, die een verhouding heeft met de ex-echtgenote van Vandermeulen. Pawlow blijkt niets met de moord te maken te hebben. De vermoedens tegen Barbier stapelen zich daarentegen op. Barbier beschikt echter over een compleet vals, maar op het eerste gezicht ijzersterk alibi. Zijn neo-nazistische vrienden Michel Libert, Jean Peché, Francinne vanden Borre en Marcele Gobert verklaren blijkens proces-verbaal nummer 1565847/82 (en volgende) dat Barbier de avond van de moord heeft doorgebracht in het extreem-rechts café 'Le Bracchus' aan de avenue Michel Ange. Een alibi dat door Herbert Riess, de Duitse uitbater van het café, wordt bevestigd. Het dossier zit muurvast, maar de oplossing komt anderhalf jaar later als het ware uit de lucht gevallen. Op 17 augustus 1983 arresteert de politie van Vorst een dronken extreem-rechtse militant die tijdens een verwarde ruzie met zijn broer op straat met een revolver staat te zwaaien en op een voorbijganger heeft geschoten. Zijn naam is Marcel Barbier.
| » Daders | Westland New Post |
Zaterdag 13 Maart : Op de Place Collard stappen twee mannen uit een wagen, de deuren achter zich dicht gooiend. Gehaaste mensen. Ze gaan de Rue Adolph Sax in, de drukste winkelstraat van Dinant. Met gezwinde tred lopen ze voorbij het tot museum omgevormde huis waar, begin vorige eeuw, de man geboren werd die het blaasinstrument zou uitvinden dat nu zijn naam draagt. Ze vertragen hun tred als ze ter hoogte komen van wapenhandelaar Bayard, een speciaalzaak voor jacht- en visartikelen. Een vlugge blik naar rechts en links. Ze openen de deur en in de winkel gaat een bel. In een achterkamer heft de eigenaar het hoofd op, legt een schroevendraaier opzij en komt de winkel binnen. Daar ziet hij niemand. Hij vermoedt dat iemand, na de deur geopend te hebben, op zijn stappen is teruggekeerd. Terwijl Joseph Cattaï denkt, rinkelt de bel een tweede keer. Hij draait zich om en ziet twee schaduwen die, met een groot jachtgeweer in de handen, uit de winkel vluchten. Veel te vlug om ze te kunnen vastgrijpen, al zou de razende Joseph Cattaï niets liever willen. Aan het einde van de Rue Adolph Sax en vlakbij de Place Collard waar ze hun wagen hebben gelaten, worden de gehaaste klanten van wapenhandelaar Bayard waargenomen door een voorbijganger. Later beschrijft hij hen als een man van middelmatig gestalte vergezeld van een grote, lijvige en potige kerel. Zeker is, dat de dieven zich in een wagen storten en dat die met gierende banden verdwijnt richting Frankrijk. Geen enkele ooggetuige noteert de nummerplaat van de vluchtauto. De rijkswachtbrigade van Dinant opent een onderzoek en wapenhandelaar Jospeh Cattaï, die een hekel heeft moeilijkheden en liever de rest van de namiddag vissend zou hebben doorgebracht, moet de onderzoekers uitleggen hoe de dieven erin geslaagd zijn zich in zijn winkel te verbergen toen ze hem hoorden aankomen. En waarom ze uit het uitstalrek, waarin verschillende wapens stonden, alleen een geweer zonder bijzondere kenmerken, bestemd voor de eendenjacht, hebben geroofd. Dit eendenroer had de wapenhandelaar gekocht bij Centaure, een Luikse wapenfirma. De houten kolf moest nog bewerkt worden, maar Cattaï had de afwerking uitgesteld omdat hij ook wel wist dat dit model wapen, voorzien van een dubbele loop van tachtig centimeter, weinig verkocht wordt in ons land. Munitie van kaliber 10 is eerder zeldzaam in België. Deze eendenroeren worden vooral gebruikt bij de jacht in de moerassen van Sologne ... Deze zaak wekt duidelijk geen beroering bij de rijkswacht van Dinant. Er zijn genoeg lopende zaken en ze heeft wel andere katten te geselen dan het opsporen van kleine gangsters die alleen maar een wapen voor eendenjacht hebben ontvreemd. In Dinant is men ervan overtuigd dat de dieven jagers moeten zijn, waarschijnlijk Fransen op doortocht in België. Kortom, de jaren gaan voorbij en niemand hoort nog spreken over het eendenroer van wapenhandelaar Bayard. Op een voormiddag in 1987 verrassen inspecteurs van de gerechtelijke politie van Nijvel Joseph Cattaï met een bezoek. Ze delen hem mee dat ze het jachtwapen hebben teruggevonden dat vijf jaar tevoren werd ontvreemd. Het in stukken gezaagd en in een plastiek zak verpakt wapen werd opgevist uit het kanaal van Charleroi, enkele honderden meters stroomafwaarts van het hellend vlak van Ronquières. In de zak zitten ook andere wapens, gebruikt door een bende moordenaars waarover de kranten vol staan en die de 'Bende van Nijvel' genoemd wordt. Het eendenroer zou dus niet gediend hebben om eenden te schieten, maar om op menselijke wezens te jagen. Joseph Cattaï valt uit de lucht. Hier moet een vergissing in het spel zijn. Maar neen, de uit het slijk van het kanaal van Charleroi opgeviste stukken zijn wel degelijk afkomstig uit wapenhandel Bayard. Ze zijn goed bewaard en identificeerbaar. Zelfs de houten kolf werd niet bewerkt. De inspecteurs van de gerechtelijke politie van Nijvel hebben goed werk geleverd. Zij weten dat de firma Centaure slechts 17 stuks van dit soort eendenroer hebben gemaakt en dat de zestien exemplaren intact werden teruggevonden bij klanten van de Luikse firma. Een nogal spectaculair schouderwapen met zijn boven elkaar geplaatste lopen, elk met een kaliber van bijna twee centimeter. De specialisten van de 'Cellule Info', de gemengde cel die in het leven geroepen werd door de rijkswacht en de gerechtelijke politie om het onderzoek naar de slachtpartijen tot een goed einde te brengen, begrijpt overigens niet goed welk belang dit soort wapen voor de gangsters kon hebben. In België werd nooit een hold-up gepleegd met een eendenroer, een zwaar en hinderlijk wapen dat slechts een kwaliteit bezit. Een eigenschap van hoofdzakelijk psychologische aard : zijn dubbele loop met een diameter die aan luchtafweergeschut doet denken, maakt veel indruk.
24 April : Op 24 april werden commandant François en zijn medeplichtige van NBD veroordeeld tot lichte, in een aantal gevallen zelfs voorwaardelijke straffen. François zelf, beschuldigd van 27 misdrijven, kwam er vanaf met een jaar gevangenisstraf met uitstel. De BIC-agenten Deckers, Clonen en De Clerq werden getrakteerd op 4 jaar gevangenisstraf en een boete van 80.000 frank. De twee BOB'ers van de anti-drugbrigade kregen een voorwaardelijke straf van een jaar. De drugstrafikanten Albert Gillet en Eddy Barbé werden veroordeeld tot respectievelijk 7 en 4 jaar gevangenis, plus een boete van elk 400.000 frank. Vrachtwagenchauffeur Cauwenbergh kreeg drie jaar met uitstel en 130.000 frank boete en BIC-agent Jean-Pierre van Grunderbeek 3 jaar met uitstel en 80.000 frank boete. De Nederlandse drugssmokkelaar Jacob van Welij tenslotte werd bij verstek veroordeeld tot zes jaar. Deze in Mol wonende Nederlandse antiquair was de sleutelfiguur van een import-exportfirma in het Zwitserse Lugano die ten behoeve van het NBD de drugtrafiek naar de buitenlandse markten regelden. De Amerikaanse DEA-agent Frank Eaton, de belangrijkste inspirator achter de malversaties van het NBD, ontsprong de dans omdat de Amerikaanse ambassade in Brussel liet weten dat Eaton diplomatieke onschendbaarheid genoot en dus niet in België kon worden vervolgd.
Maandag 10 Mei : In Elsene stelen twee onbekende een Austin-Allegro. De wagen wordt 's anderdaags teruggevonden in Lembeek.
Dinsdag 11 Mei : In Lembeek wordt een VW Santana gestolen.
17 Juni : Op 29 april 1982 dreunde Kamervoorzitter Jean Defraigne emotieloos zijn spiekbriefje op, procureur-generaal Victor van Honsté verzocht de leden van de joge vergadering om de parlementaire onschendbaarheid van hun collega Paul Vanden Boeynants op te heffen. VDB zat in het halfrond aan zijn leesbril te frunniken, hij deed alsof zijn neus bloeide. Op een bepaald moment stond hij op en liep naar premier Wilfried Martens. Ze schudden elkaar de hand, VDB wilde een gesprek aanknopen maar Martens had daar duidelijk geen zin in. Schuddebollend droop VDB af. Hij was een verdachte, hij was niets meer. Op 17 juni van hetzelfde jaar werd zijn onschendbaarheid opgeheven. 'Het gerechtelijk onderzoek was eerlijk', schreef Louis de Lentdecker, gerechtsverslaggever van De Standaard. 'Dat gaf VDB zelf toe. Maar tegenover de aanklachten was zijn houding ontgoochelend. Hij had niet de openheid, de waardigheid en de kracht die men bij een gewezen eerste minister mag veronderstellen. Hij zou de hele tent stukslaan, zei hij. Hij zou zijn onschuld bewijzen, zei hij. Hij zou op het gepaste ogenblik de spijkers met koppen slaan, zei hij. Het werd een fiasco. VDB mocht vrij spreken, maar hij had bitter weinig te zeggen. In veel gevallen beweerde hij dat zijn geheugen tekort schoot, dat veel zaken buiten hem om gedaan werden door mensen die ondertussen overleden waren, dat hij van diverse zaken geen weet had. Mogelijk was ik onvoorzichtig, zei hij, misschien zelfs naïef, maar ik ben geen bedrieger.' VDB had vooral zwaar gewerkt om zijn zuurverdiende centen aan het alziend oog van de fiscus te onttrekken. De rechtbank kon bewijzen dat hij zo'n 200 miljoen frank wederrechtelijk achterover had gedrukt, via 'onverklaarbare' aan- en verkopen van aandelen en bedrijven, en het doorsluizen van de winsten naar Luxemburgse en Zwitserse bankrekeningen. Maar het zwaarst werd getild aan een document dat VDB tijdens een huiszoeking zelf tevoorschijn had gehaald, om een injectie van 40 miljoen in zijn bedrijf te verantwoorden. Met het document wilde VDB bewijzen dat de gewezen ambassadeur van Libanon in Brussel, Antoine Francis, voor 40 miljoen had ingetekend in de kapitaalverhoging. Francis was inmiddels dood en begraven maar zijn weduwe ontkende bij hoog en bij laag dat wijlen haar man ooit iets zakelijks had gehad met VDB. Bovendien bleek het stuk dat VDB voorlegde vervalst te zijn.
18 Juni : In de ochtend van 18 juni 1982 ontdekte een toevallige voorbijganger het lijk van Calvi, opgehangen aan een steiger van de Blackfriars Bridge. Hij hing met zijn hoofd in een strop, gemaakt van een stuk oranje nylon touw van een meter lengte, met zijn benen in het water van de Theems. Zijn valse paspoort zat in zijn zak, plus twaalf portefeuilles met in totaal een half miljoen frank baar geld in verschillende munteenheden, plus vier brillen. De zakken van zijn overjas zaten volgepropt met vijf kilo bakstenen. Een vreemde manier om zelfmoord te plegen, zeker als men weet dat er in de flat waarin Calvi zijn intrek had genomen een flinke voorraad slaapmiddelen lag. Toch was het zelfmoord, zo besloot het Britse gerecht na een eerste lijkschouwing en een onderzoek dat amper een week had geduurd. Maar algemeen werd aangenomen dat Calvi door de Italiaanse maffia werd vermoord. Kort na de dood van de bankier volgde met kletterend gedruis het frauduleuze bankroet van de Banco Ambrosiano. De omvang van de krater bedroeg van 1,4 miljard dollar, destijds goed voor het grootste financiële schandaal uit de naoorlogse geschiedenis. Ook Belgische banken deelden in de klappen. De toenmalige Bank Brussel Lambert en de Kredietbank hadden samen 500 miljoen frank geleend aan de Banco Ambrosiano.
Zaterdag 14 Augustus : Halfvier 's morgens in de nacht van vrijdag 13 op zaterdag 14 augustus 1982. Een donkere wagen rijdt de parking van de Place des Nations te Maubeuge op en houdt met gedoofde lichten stil ter hoogte van een sportmagazijn. Twee schaduwen glijden uit de wagen en begeven zich naar de kruidenierszaak Piot, waarvan de beheerders met vakantie zijn aan de Azurenkust. In alle stilte maken ze aanstalten om de winkel binnen te dringen. Het is 3u50 wanneer op het commissariaat van Maubeuge de politieagenten van dienst een oproep ontvangen op de '17' van politie-hulp. Diegene die opbelt maakt zich niet bekend, hij meldt alleen dat er vlak bij hem, aan de andere kant van de Place des Nations, iets ongewoons gebeurt. Het is niet uitgesloten dat boosdoeners in de kruidenierszaak Piot proberen binnen te geraken.
Drie politieagenten begeven zich ter plaatse voor een routinecontrole. Voor wat thee, wijn en champagne, aarzelen de inbrekers niet het wapen te trekken en op de ordebewaarders te vuren. Christian Delacourt, 36 jaar, gehuwd en vader van twee kinderen, probeert achter de fontein aan de kogels te ontkomen, tevergeefs. Hij wordt in de buik geraakt en zakt ineen op de straatstenen. Drie andere schoten worden afgevuurd op de tweede politieagent, maar hij ontkomt op het nippertje aan de kogelregen. Vooraleer de derde politieagent, die nog wat verder af was, besloten heeft het vuur te openen, hebben de schurken zich al in de Volkswagen Santana gestort, waarin ze waarschijnlijk werden opgewacht door een medeplichtige. De gangsters vluchten in de richting van de Belgische grens.
| » Feiten | Maubeuge |
18 September : Op 18 september 1982 vond een aanslag plaats op een grote synagoge aan de Regentschapstraat te Brussel. Een man schoot op joodse gelovigen die nieuwjaar kwamen vieren. Vier personen raakten daarbij gewond, de conciërge, een gelovige en twee leden van de bewakingsdienst. Deze antisemitische aanslag werd door de PLO met dadelijk en met kracht veroordeeld. 'De PLO vindt dat dergelijke laffe aanslagen de zaak van de vrede niet dienen en veeleer schade berokkenen aan het Palestijnse volk dat vecht voor de herovering van zijn rechten.' De afkeuring ligt in de lijn van de in 1974 officieel afgekondigde PLO-doctrine, dat aanslagen buiten Palestina niet geoorloofd zijn. De CCC daarentegen hebben er alleen maar lovende woorden voor: 'De actie tegen de synagoge beschouwen wij als een juist antwoord van het Palestijnse verzet op het zionistische imperialisme. De actie was selectief, er raakten alleen maar smerissen en leden van de zionistische geheime dienst gewond.' Zeker is dat de Israëlische autoriteiten politiek voordeel trokken van de verontwaardiging over de aanslag op de synagoge, waardoor de aandacht werd afgeleid van de moorddadige Israëlische bombardementen op Beiroet en het de PLO moeilijker werd gemaakt om zijn verzet tegen het Israëlische invasieleger op politiek en diplomatiek vlak te verzilveren.
Donderdag 30 September : Waver, 30 september 1982, 10u30 's morgens. Drie gangsters overvallen op brutale wijze de wapenhandel van Daniel Dekaise. Ze bemachtigen er verschillende wapens die later - in een geheim rapport van de Waverse BOB - als prototypes worden omschreven. Een toevallig passerende agent van de Waverse gemeentepolitie wordt zonder aarzeling vermoord. De drie gangsters vluchtten weg in een Volkswagen Santana en twijfelen geen moment om in de buurt van Hoeilaart een rijkswachtpatrouille onder vuur te nemen. Twee gewonde rijkswachters blijven achter. De mogelijkheid bestaat dat een lid van deze brutale bende werd geraakt door een rijkswachtkogel. Later die avond word de Volkswagen Santana uitgebrand teruggevonden in het Zoniënwoud ter hoogte van Watermaal-Bosboorde. De balans van deze gruwelijke dag : één agent vermoord, twee rijkswachters gewond - waarvan één zwaargewond - Daniel Dekaise zwaargewond en twee klanten lichtgewond.
| » Feiten | Waver |
26 Oktober : Op het moment dat hij zijn toestel in de vroege avond van 26 oktober '82 aan de grond zet, merkt de piloot van lijnvlucht SN 786 uit Zürich aan het einde van de tarmac een witte rijkswacht Taunus met rode streep op. Na het vervullen van de gebruikelijke formaliteiten neemt veiligheidsagent Francis Zwarts om 21u20 een koffer met kostbare inhoud in ontvangst. De zending waarvan de waarde tussen 67 en 90 miljoen frank wordt geraamd, bevat 20 goudstaven, ongeveer 1 miljoen gouden Krügerrands, 50 Vrenelli goudstukken, 12 gouden Cartier-uurwerken, een partij industriële diamanten van 178.4 karaat en een kleine hoeveelheid juwelen. Na eerst nog een diplomatiek koffertje te hebben opgehaald bij het toestel uit Moskou, vertrekt Zwarts zonder de gebruikelijke begeleider met een VW-bestelwagen naar Brucargo waar de kostbaarheden in de safe zullen worden opgeborgen. Zwarts gebruikt de VW-bestelwagen omdat het geblindeerde voertuig dat normaal voor het transport wordt ingezet, die avond om ongebruikelijke redenen niet beschikbaar is. Zwarts heeft het Brucargo-complex nooit bereikt. Twee personeelsleden van Sabena, die dezelfde avond van Brucargo naar Zaventem reden, zagen vlak voor de tunnel onder de startbaan een rijkswacht Taunus bemand door vier met stenguns bewapende rijkswachters. Uit de andere richting kwam de VW-bestelwagen van Zwarts aangereden. Nadat hij de tunnel inreed zijn Zwarts, zijn kostbare lading, de vier rijkswachters en de Taunus spoorloos verdwenen. De volgende dag werd de met bloed besmeurde bestelwagen teruggevonden in de buurt van Diegem. Ondanks intensief speurwerk en smeekbeden in de pers om een teken van leven vanwege de moeder en de echtgenote van Zwarts, blijft de veiligheidsagent onvindbaar. Het mysterie wordt er niet kleiner op als de rijkswacht laat weten dat er die dag geen rijkswachtpatrouille in de zone waar Zwarts verdween actief was, dat de rijkswacht Taunussen niet meer in gebruik zijn, enkel de groep Dyane beschikt nog over twee dergelijke voertuigen, en dat stenguns ook al niet meer tot het arsenaal van het korps behoren. Is de Taunus van Bouhouche de Taunus van de nep-rijkswachters in de zaak Zwarts? De speurders menen van wel, maar kunnen het niet bewijzen. De verdwijning van Zwarts vertoont bovendien veel gelijkenis met de overval, vier maanden voordien, op een koerier van Kirschen & Co. Antione Brouwers werd toen op de E10-autosnelweg Antwerpen-Brussel overvallen door drie nep-rijkswachters die in een witte BMW met rode band reden. De overvallers gingen toen aan de haal met vijftig kilo goud en een grote hoeveelheid buitenlandse valuta. In tegenstelling tot de zaak Zwarts wordt Brouwers een eindje uit de buurt gekneveld maar voor het overige ongedeerd teruggevonden. Zowel de modus operandi als de aard van de buit wijzen erop dat het om dezelfde bende gaat. Bovendien staat het vrijwel vast dat de overvallers in het rijkswachtmilieu moeten worden gezocht, ze moeten de beschikking hebben gehad over uniformen en ze moeten vooral geweten hebben dat ze op die bepaalde tijdstippen op beide locaties van de overvallen niet het risico liepen echte rijkswachters tegen het lijf te lopen. Ook het gebruik van de achterhaalde Taunus en de dito stenguns is een aanwijzing dat het om ex-rijkswachters gaat.
28 Oktober : Door het uitlekken van de CEPIC-nota in het voorjaar van 1981 wordt het doodvonnis van het CEPIC getekend. Gérard Deprez, voorzitter ad interim na het vertrek van Vanden Boeynants, heeft de boodschap begrepen en zal na zijn definitieve verkiezing tot voorzitter in januari 1982 afrekenen met het CEPIC. Tijdens die verkiezing moet hij het overigens opnemen tegen een CEPIC-kandidaat, Paul Vankerkhoven. Diens nederlaag, hij behaalt 18.4 procent van de stemmen, betekent de doodsteek voor het CEPIC. Op 28 oktober 1982 verdwijnt het CEPIC van het politiek toneel. Dezelfde dag nog wordt door de ex-CEPIC-bestuurders George Henrard, Breydel, Nerincx, Verdin en een aantal medestanders het rechtse partijtje Parti Libéral Chrétien opgericht. Hoewel ongeveer tachtig procent van de gewezen CEPIC-leden mee overstapt naar de PLC, is de formatie geen grote toekomst beschoren. In november 1983 stapt de volledige leiding van PLC over naar de PRL van Jean Gol. Vanaf dan glijdt de PLC af naar de status van een extreem-rechtse groupuscule die nog slechts in enkele grootsteden een sluimerend bestaan leidt.
Donderdag 23 December : In de Auberge du Chevalier te Beersel, gelegen op een twintigtal minuten buiten het centrum van Brussel, wordt in de nacht van 22 op 23 december een bloedige moord gepleegd. De Auberge du Chevalier ligt een beetje teruggetrokken van de weg die leidt naar de autosnelweg van Nijvel, Bergen en Parijs. De bewoners van het enige huis in de buurt van de herberg, zullen niets horen of zien. De 72-jarige José Vanden Eynde wordt 's nachts in zijn kamer boven het restaurant geëxecuteerd met zes kogels in het hoofd. De ondervraging van het keukenpersoneel leerde dat de moordenaars hadden gesmuld van een taart, van een reebout en ter plekken ook enkele magnums champagne hadden geledigd. Verder stelde men vast dat de moordenaars een vijftiental borden van het merk Royal Schwabap hadden ontvreemd.
| » Feiten | Beersel |