1983
12 Januari : In de Rue Terre du Prince, gelegen in het centrum van Bergen, niet ver van de Rue de la Houssière, staat sinds de vorige avond, ter hoogte van het Franse consulaat, een verlaten taxi. Een werknemer van de gemeentelijke reinigingsdienst maakt er zich zorgen over en meldt het aan het politiecommissariaat. Een vlugge controle in de fiches van het Centraal Opsporingsbulletin leert, dat de gerechtelijke politie van Brussel zich sedert vorige maandag zorgen maakt over een in het weekend op geheimzinnige wijze verdwenen taxi, een zwarte Mercedes 200 diesel met nummerplaat 'BEY 586'. De koffer van de Mercedes wordt opengebroken. Walgend ontdekt men het samengeplooid en met bloed besmeurde lijk van Constantin Angelou, de taxichauffeur. Deze orthodoxe Griek werd op 14 september 1925 in Athene geboren en woonde sedert vele jaren in Brussel, samen met zijn vrouw en twee kinderen, een jong meisje dat nu is teruggekeerd naar Griekenland en een zoon die sedertdien zijn studies van burgerlijk ingenieur in België heeft afgemaakt. Nog maar eens een moeilijk onderzoek voor de gerechtelijke politie van Bergen en Brussel. Uit de autopsie blijkt dat drie kogels binnendrongen in het hoofd en boven de nek. De kogels doorboorden het hoofd niet volledig, en werden dus afgevuurd met een niet al te krachtig wapen. Maar een tweede autopsie, uitgevoerd in Bergen, preciseert dat het slachtoffer door een vierde schot onder het linkeroor getroffen werd. De gerechtsdokter had de laatste kogel niet ontdekt omdat deze was blijven steken in een huidplooi. De gerechtelijke politie van Bergen checkt een maximum aan aanwijzingen, maar het in Brussel uitgevoerde onderzoek is niet minder belangrijk. De onderzoerkers slagen er bijvoorbeeld in vast te stellen dat Constantin Angelou in zijn taxi vermoord werd door klanten die hij in de nacht van vrijdag op zaterdag, rond kwart over één, heeft opgepikt. Op dat ogenblik heeft de taxichauffeur namelijk over zijn radio aan zijn centrale gemeld dat hij een rit had, vertrekkend aan het Eugène Flageyplein in Elsene. Beter nog. Onderzoek van de taximeter toont aan dat de moord moet gepleegd zijn op minder dan tien kilometer van het Flageyplein. De door de moordenaars uitgedrukte taximeter vermeldt immers de som die overeenstemt met de prijs voor een rit van die afstand. Aangezien het lijk, op de kogelinslagen in het hoofd na, geen sporen van geweld vertoont, neemt men aan dat Constantin Angelou de kans niet heeft gekregen zich te verdedigen. Bij het verlaten van Anderlecht, bij het begin van de autosnelweg van Bergen, moet men de loop van het wapen in de nek van de ongelukkige gehouden hebben en moet men hem gevraagd hebben de taxi naar een verlaten plek aan de kant van de snelweg te rijden. De taxi was niet voorzien van een of ander alarmsysteem. De schoten zijn afgevuurd door iemand die achter de chauffeur moet hebben gezeten. De modderspatten die teruggevonden werden op de broek van het slachtoffer, doen vermoeden dat zijn lichaam over een krijtachtige grond werd versleept. De moordenaars ontvreemden een brieventas, enkele tienduizenden franken, identiteitspapieren, een rijbewijs categorie B, nummer C458322, en plooiden het lijk dan achteraan in de Mercedes. Ook de lichtreclame bovenop de taxi, de spoetnik, werd gedemonteerd. Onderzoek heeft aangetoond dat tijdens de nacht van de feiten in Bergen geen enkele wagen werd gestolen. Dat zou betekenen dat de moordenaars uit Brussel terugkwamen en van plan waren in de Borinage te blijven. De begrafenis van de taxichauffeur was van een indrukwekkende waardigheid. Op weg naar de orthodoxe kerk, gelegen in de Vooruitgangstraat in Sint-Joost-ten-Node, werd het stoffelijk overschot doorheen de straten van de hoofdstad begeleid door een stoet van wel vijfhonderd taxichauffeurs. De woensdag daarop ontving de minister van Justitie delegaties van de nationale federatie van uitbaters van taxi-bestelwagens, van de vereniging van taxi-uitbaters uit de Brusselse regio en van de nationale groepering van uitbaters van taxi's en huurwagens. Wat het onderzoek betreft, schreef de politie het feit dat Constantin Angelou en José Vanden Eynde voor dezelfde taximaatschappij hadden gewerkt, op rekening van het toeval dat bij het onderzoek van elke moordzaak optreedt. In januari 1983 legden de onderzoekers niet het minste verband tussen deze verschillende geïsoleerde zaken die, zonder gemeenschappelijk overleg, werden behandeld door verschillende onderzoeksrechters. De moord op de taxichauffeur, gepleegd tussen Brussel en Bergen, voorzag hen nochtans van heel wat stof tot nadenken. Het ballistisch onderzoek laat er geen twijfel over bestaan, de vier dodelijke projectielen waardoor Constantin Angelou werd getroffen, werden door hetzelfde wapen afgevuurd als de zes kogels die verwijderd werden uit het hoofd van de huisbewaarder van de Auberge du Chevalier. Hetzelfde wapen, waarschijnlijk een half automatisch machinepistool, kaliber 22, long rifle, gefabriceerd door FN, zou in minder dan drie weken twee slachtoffers hebben gemaakt. Hetzelfde wapen en zonder twijfel dus ook dezelfde moordenaars, een gevaarlijke gek die zonder drijfveer doodt en alleen op het hoofd van zijn slachtoffers mikt. Bij de gerechtelijke politie wordt op slag een streng parool van kracht, er mag geen ruchtbaarheid worden gegeven aan de zaak. Vrijdag 28 Januari : Omstreeks 20u50 hadden twee individuen, voorzien van een op een kalshnikov lijkend wapen met houten handgreep, een bediende van het ministerie van Franse cultuur gedwongen afstand te doen van zijn wagen, de bewuste Peugeot 504 toen nog met nummerplaat 'D705F'. Raymond Dewee moest ook zijn identiteitspapieren en zijn rijbewijs afstaan, twee documenten die tijdens het onderzoek nooit werden teruggevonden. Twee weken later zal de gestolen Peugeot 504 gebruikt worden om de Delhaize van Genval te overvallen. Een bewijs dat de overval goed was voorbereid.7 Februari : Massart, gewezen hoofdcommissaris bij de Staatsveiligheid, merkt op dat het eerste rapport over Westland New Post pas op 7 februari door Christain Smets werd opgesteld, terwijl de eerste schaduwingsles van Christian Smets aan de 'leerlingen' van Westland New Post werd gegeven in oktober '81. Volgens Massart waren noch Devlieghere, noch commissaris Van Gorp hiervan op de hoogte. Van een bevriende Spaanse dienst vernam men binnen de Staatsveiligheid dat er contacten waren tussen Latinus en buitenlandse militairen. Desondanks bleef de controle op Paul Latinus uit. Volgens Massart beschikte WNP over de namen van de informanten van de Staatsveiligheid, wist men dat deze groepering gefinancierd werd door Fayez-El-Azza, die op zijn beurt voor een buitenlandse dienst werkte. Volgens Massart was Westland New Post ervan op de hoogte dat de Staatsveiligheid bepaalde wapens verborgen hield, om deze bij eventuele bezetting te gebruiken. Massart heeft ook weinig vertrouwen in de leiding van de Staatsveiligheid. Hij vraagt zich af waarom een vooraanstaand lid van WNP niet door de gebruikelijke commissarissen van de Staatsveiligheid, die zich met deze problematiek bezig houden, verhoord werd maar door een agent van de Staatsveiligheid onbekend met het dossier.
Vrijdag 11 Februari : Bij het vallen van de avond duiken in de Delhaize supermarkt in Genval vier individuen op. Het wordt een klassieke hold-up. Drie tot de tanden gewapende individuen die hun gezicht achter carnavalsmaskers verbergen, laten zich al het direct beschikbare geld overhandigen. Ze zullen met een buit van 692.384 frank verdwijnen. Om gehoorzaamheid af te dwingen, vuren ze enkele schoten af in het plafond van de supermarkt. Een caissière en enkele klanten worden bedreigd. De computer van het magazijn wordt door een kogel getroffen, de draden van de telefoon worden uitgerukt en een laatste schot wordt afgevuurd in de richting van een meer dan moedige automobilist, Jacques Culot, die geprobeerd had met zijn wagen de weg te versperren voor de Peugeot 504 van de gangsters. Deze bestuurder werd niet gewond omdat hij zich eerst dicht tegen zijn stuur had aangedrukt en dan in een reflex onder zijn instrumentenbord was gedoken. Via de verbrijzelde ruiten doorboorde de kogel de wagen volledig. Volgens experts waren de boeven gewapend met riotguns en minstens een pistool kaliber 38. Politie en rijkswacht van Waals Brabant werden nog maar eens overrompeld. De gangsters vluchtten in de richting van Terhulpen, zonder verontrust te worden. De Peugeot 504 werd enkele dagen tevoren ontvreemd in de Brusselde voorstad Watermaal-Bosvoorde. Dit wijst erop dat de overval opnieuw goed was voorbereid. De daders worden door verschillende getuige beschreven als Noordafrikanen van ongeveer 1m75 groot, Franssprekend met Arabische tongval, een bril dragend met schilpaddenmontuur en een kapsel in afro-stijl. Het is bekend dat de onderzoekers van Nijvel denken dat Michel Cocu, de roodharige oud-politieman van Boussu, een van de dieven van de 504 moet geweest zijn ... De Peugeot uit Watermaal-Bosvoorde werd dus gebruikt bij de gewelddadige overval op de Delhaize in Genval vooraleer een laatste keer drie dagen later in Plancenoit te dienen, bij de diefstal van een VW Golf. Op 14 februari 1983 wordt in Plancenoit Mevr. Geneviève Van Lidth de Jeugd, die zich klaarmaakte om naar huis te gaan, bedreigd door een man die uit een Peugeot 504 stapte, een zwarte bivakmuts over zijn hoofd had getrokken en met een pistool gewapend was. Na de hold-up in de Delhaize in Genval en na de diefstal van de Golf van Mevr. Van Lidth de Jeugd in Plancenoit, werd de Peugeot in Waterloo uitgebrand teruggevonden.
Maandag 14 Februari : Op het moment dat Mevr. Geneviève Van Lidth de Jeugd zich klaarmaakte om naar huis te gaan, wordt ze bedreigd door een man die uit een Peugeot 504 stapte. De man had een zwarte bivakmuts over zijn hoofd getrokken en was met een pistool gewapend. Kort na 20u30 toen haar Golf Rabbit in Plancenoit gestolen werd, verklaarde Mevr. Van Lidth aan de politie van Lasne dat de dader volgens haar van Zuiderse herkomst was, tussen de 30 en 40 jaar, atletisch gebouwd, ongeveer een meter tachtig groot en een dichte haarbos van zwart krullend, kort geknipt haar had. Hieraan voegde ze toe dat de dief heel rustig en uitstekend Frans sprak. 'U heeft er alle belang bij niet te verroeren, laat u sleutels op het instrumentenbord steken', zei hij haar terwijl hij een revolver op haar maag richtte. Twee jaar later, op 23 oktober 1985, zal Mevr. Van Lidth aan onderzoeksrechter Schlicker nog verklaren dat de dief volgens haar zeer vertrouwd was met het model Golf.
Dinsdag 15 Februari : Na de hold-up in de Delhaize in Genval en na de diefstal van de Golf van Mevr. Van Lidth de Jeugd in Plancenoit, werd de Peugeot in Waterloo uitgebrand teruggevonden. Wat de Peugeot 504 betreft, hadden de gangsters de stereo-installatie uit het voertuig verwijderd, een autoradio van het merk Blaupunkt ? model Frankfurt ? het dashboard-uurwerk en de aansteker! In de Peugeot 504 hebben de onderzoekers sigarettenpeuken van het merk Johnson of Gauloises gevonden. Het voertuig zou, sinds het op 28 januari in Watermaal gestolen werd, niet meer dan honderd kilometer hebben afgelegd.
Vrijdag 25 Februari : Veertien dagen later overvallen drie zwaar bewapende individuen de Delhaize van Fort Jaco, gelegen aan de Waterloosteenweg in Ukkel. Omstreeks 19u30 springen twee mannen uit een VW Golf. De auto wordt waarschijnlijk bestuurd door een derde medeplichtige. Het gelaat verborgen achter omlaag getrokken bivakmutsen, dringt het duo het warenhuis binnen. Een boef bewaakt de ingang van de supermarkt en houdt de caissières in bedwang. Zijn medeplichtige dringt het directiekantoor binnen en doet de brandkoffer openen. De bandieten bemachtigen een som van om en bij de 600.000 fr. Een van de boeven vuurt een schot af dat gelukkig niemand verwondt. De andere boef bedreigt een caissière door de loop van zijn wapen tegen haar slaap te drukken. Men beschikt over geen signalement van de bestuurder. Wat de twee feitelijke daders betreft, hebben alle getuige het over nogal stevig gebouwde mannen. Volgens Cathérine, die zich vlakbij de kassa's van de supermarkt bevond, was een van de daders 1m90 groot en atletisch geschouderd. Hij droeg geen handschoenen. De huid van zijn handen was wit. Hij sprak Frans zonder tongval. Hij droeg een kaki vest. De andere was kleiner, had een gummi-knuppel van zestig centimeter bij zich en deed zijn best om een Arabische tongval na te bootsen. Op het moment dat de boosdoeners de Delhaize verlieten, werd een bejaarde man gewond die met zijn boodschappenkarretje op de parking van de supermarkt liep. Meneer Elie Colet had zich naar het benzinestation naast de Delhaize gehaast om er hulp in te roepen. Een van de gangsters had hem opgemerkt en was hem gevolgd. Voor de garage gekomen, had de misdadiger twee schoten afgevuurd met zijn schouderwapen. De eerste kogel, bestemd voor de pompbediende die zich in zijn kantoor bevond, was afgeketst en in de zoldering terecht gekomen. De tweede kogel trof de klant van de Delhaize in de knie. Deze bejaarde man is nu nog steeds gehandicapt. Hij mankt en kan zich slechts met grote moeite voortbewegen. Het ziet ernaar uit dat de gebruikte wagen de Golf Rabbit was, die op 14 februari in Plancenoit werd gestolen. Hetzelfde voertuig zal opnieuw gebruikt worden bij de hold-up op 3 maart in Halle, de overval waarbij de beheerder van de Colruyt omgebracht werd. De getuige van de overval op Fort Jaco hebben het over een grijze Golf, hoogst waarschijnlijk met schuifdak. De ballistische expertise laat op een punt niet de minste twijfel bestaan. Een van de wapens dat in de Delhaize van Fort Jacco werd gebruikt, een pistool van kaliber 38, heeft volkomen identieke kenmerken als het wapen dat op 11 februari in de Delhaize in Genval werd gebruikt.
Donderdag 3 Maart : Acht dagen later. Op drie maart vallen drie of misschien vier mannen de Colruyt van Halle binnen en jagen de beheerder een kogel door het hoofd. De boosdoeners drukten zich in het Frans uit en verplaatsten zich aan boord van een donkere VW Golf, zonder twijfel de in februari gestolen wagen. Nadat de wagen tot stilstand was gekomen op de parking, kwamen er twee individuen uit te voorschijn die kort nadien in de discount opdoken. Ter intimidatie schoten ze enkele kogels in het plafond, net zoals in Genval en Ukkel, om het personeel aan te manen op de grond te gaan liggen. Een van de boeven bleef aan de ingang van de Colruyt staan om klanten en personeel in bedwang te houden. Zijn medeplichtige stormde naar boven en ging direct naar binnen in het kantoor van de beheerder, een soort glazen kooi die boven de verkoopruimte uitsteekt. Bij de filiaalhouder van de Colruyt, meneer Walter Verstappen, bevonden zich op dat moment nog twee personen. De twee bedienden moesten plat op hun buik gaan liggen. De beheerder werd gedwongen de brandkoffer te openen en de bandiet heeft zich dan gehaast om de bankbiljetten in een grote reistas te proppen. De gangster sloeg een bediende heftig met zijn knuppel op het hoofd, omdat deze het had gewaagd het hoofd om te draaien om te zien wat er gebeurde. Zonder enig spoor van emotie, richtte de doder dan zijn wapen kalm op de nek van de beheerder en haalde de trekker over. Het projectiel, een kogel van kaliber 38, doorboorde de keel van het slachtoffer. Walter Verstappen was niet op slag dood. Hij werd levenloos naar de reanimatie- kamer van het ziekenhuis van het Leopoldspark in Etterbeek gebracht, waar chirurgen het onmogelijke gedaan hebben om het te redden. Walter Verstappen overleed kort na zijn opname. De moordenaars hebben geen fractie van een seconde verloren, de injectiemotor van de Golf draaide al toen de twee medeplichtige zich in de wagen stortten. Dit soort donkere Volkswagen zou men later nog op vele andere plaatsen terugzien. Het gangstertrio vluchtte in de richting van de Brusselse ring en van de autosnelweg naar Bergen. Hun buit bedroeg heel precies 1.182.115 fr. De door de knuppelslag gewonde Jules Knockaert werd opgenomen in het ziekenhuis van Halle. Zijn getuigenis is waardevol. In een proces-verbaal van vier maart 1983 geeft de Colruyt-bediende het signalement van een man van ongeveer 1m78 à 1m80, met een gemiddelde maar atletische lichaamsbouw. Hij had donkerkleurige handen en blauwe ogen. Het tweede individu was even groot en had een donkere huidkleur. De andere getuigen hebben het over een groot persoon, waarschijnlijk 1m85, gekleed in een versleten, grijs-blauwe regenjas, een donkergrijze broek en zwarte schoenen. Zijn gezicht verborg hij onder een zwarte bivakmuts, afgeboord in een lichtere kleur, waarschijnlijk geel. De rond zijn ogen zichtbare huid was ingesmeerd met een donkere verf, een soort make-up zoals commando's die gebruiken voor nachtelijke oefeningen. Een tweede lid van het trio dat de Colruyt in Halle had beroofd, was kleiner, zo tussen 1m70 en 1m75. Hij droeg een donkere bivakmuts en een lange donkere regenjas. Ook de chauffeur van de Golf droeg een omlaag getrokken bivakmuts. De getuigen beschrijven een individu van gemiddelde lichaamsbouw, gewapend met een jachtgeweer en gekleed in een okerkleurige regenjas. Vooraleer in Nijvel, op het kabinet van onderzoeksrechter Guy Wezel te belanden, werd het onderzoek op de moord in de Colruyt van Halle aanvankelijk toevertrouwd aan de Brusselse magistraat Mahieu. De eerste ballistische vaststellingen werden uitgevoerd door een van de experts waarop het hoofdstedelijk parket regelmatig beroep dat, commandant Derry. De volgende dag, de 4de maart, liet de firma Colruyt via de pers aankondigen dat ze een premie uitloofde van vijf miljoen aan eenieder die de politie op het spoor van de moordenaars kon brengen, maar tevergeefs.
3 April : De rijkswachters Bouhouche en Beyer, leden van de Brusselse BOB, beginnen reeds in januari 1981 flats en autoboxen te huren in het kader van hun eigen criminele activiteiten. Later beweerd Beyer dat hij handelde in opdracht van administrateur-generaal Albert Raes en commissaris Smets van de Staatsveiligeheid. Zij en Bouhouche ontkennen dat. Nadat Bouhouche samen met Robert 'Bob' Beijer in 1983 de rijkswacht verlaten had, stichtte het duo in april het detective-agentschap 'Agence Recherche Investigation' (ARI) aan de Vorstlaan in de Brusselse randgemeente Elsene. Tussen Bouhouche en Beijer kwam het echter een jaar later al tot een conflict toen Bouhouche Michel Libert, een extreem-rechtse militant van het WNP, in vaste dienst wou nemen. In september 1984 stapte Bouhouche uit ARI om vertegenwoordiger van een reisagentschap te worden en een wapenhandel in Jette, de 'Practical Guns Store', te beginnen. Beijer zette inmiddels het detective-bureau verder. In praktijk was ARI niets meer dan een façade opgetrokken om de werkelijke activiteiten van Bouhouche en Beijer te verbergen. Opgericht met een kapitaaltje van 250.000 frank maakte ARI het eerste jaar een winst van krap 52.000 frank, 76.000 frank in 1984 en 50.000 frank in 1985. In 1986, het jaar dat Bouhouche en Beijer in de gevangenis belanden, vertoont de jaarrekening een verlies van 188.000 frank. Het is onmogelijk dat de opbrengst van ARI het duo in staat stelde een half dozijn autoboxen en conspiratieve appartementen te huren en computers, auto's en wapens te kopen. Het is duidelijk, Beijer en Bouhouche hebben andere inkomsten die niet aan de wet op de jaarrekening onderworpen zijn. Zaterdag 7 Mei : Iets na 19u30 overvallen twee gangsters met onbedekt gezicht en zonder een schot te lossen, de kassa's van de GB in de Rue Léon Houtart in Houdeng-Goegnies. Onder bedreiging van wapens van groot kaliber bemachtigen ze een som van bijna 900.000 frank. Drie kwartier eerder had een van de bandieten, onder voorwendsel van een pakje sigaretten te kopen, in de supermarkt rondgelopen om die te verkennen. Iets wat niet aan de aandacht van een van de caissières was ontsnapt ... Kort voor sluitingstijd van de GB keert hij met een medeplichtige terug voor het magazijn. De twee mannen trekken de wapens die verborgen zitten in hun zakken. Ze dringen binnen in het kantoor van de beheerder waar mevrouw Claus, meneer Vanmael en meneer Picry bezig zijn met het optekenen van de ontvangsten van die dag. Alles gebeurd razendsnel. De schurken laten zich het grootste deel van het geld overhandigen. Omdat ze niet geraakt hebben aan het grootste deel van het geld dat de beheerders aan het tellen waren, veronderstelt men dat de bandieten gedacht hebben dat ze niet al het geld konden meenemen. Hadden ze gewild, dan hadden ze zeven miljoen frank kunnen stelen, maar ze hadden zich tevreden gesteld met 865.433 frank. Na in de gangen van de supermarkt enkele klanten omvergelopen te hebben, stortten de twee mannen zich in een groene wagen waarin een derde medeplichtige startensklaar op hun terugkeer zat te wachten. De rijkswacht van La Louvière en de BOB van Bergen vonden het verlaten voertuig terug in de Rue de Familleureux, niet ver van de oprit van de autosnelweg Bergen-Brussel. Alles wijst erop dat de 'coup' ondanks alles goed was voorbereid en dat de boosdoeners zelfs een reservewagen hadden voorzien om hun vlucht veilig te stellen. De wagen van de hold-up, een Audi 100, was daags voordien gestolen in Etterbeek. De gangsters hadden er nummerplaten opgezet die in 1982 in Edingen ontvreemd waren. Getuigen beweren dat de boeven een valse baard droegen en een caissière herinnert zich dat een van hen zeegroene ogen had. Zijn medeplichtige stapte op een manier die in de onderzoeksrapporten als 'plomp' wordt omschreven. Had het parket van Nijvel en nadien dat van Charleroi, geen leden van de 'filière boraine' beschuldigd aan deze hold-up deelgenomen te hebben, dan had waarschijnlijk niets toegelaten ook maar het minste verband te leggen met de slachtpartijen in Brabant. Namen? Adriano Vittorio en Kaçi Bouaroudj. En nog een derde nog te identificeren persoon. Zeker is dat de werkloze Adriano Vittorio in de lente van 1983 zijn bestaan doorbracht in kroegen, waar hij steeds fantastischer overvallen uitbroedde. Ten minste als men geloof hecht aan de getuigenissen die in de kroegen van Bergen en omgeving werden verzameld, en aan de precieze beschuldigingen die onder andere geuit werden door de Algerijn Kaçi Bouaroudj, een tipgever van de BOB van Bergen die men ervan verdenkt aan bepaalde slachtpartijen te hebben deelgenomen. Vittorio droomde van hold-ups. Rond 2 april had hij een Sarma-Penney in Ghlin willen overvallen. Deze overval greep echter nooit plaats. Ook had hij zich voorgesteld een serie overvallen te plegen in Noord-Frankrijk, in de streek van Valenciennes. Men verwijt hem ook nog dat hij ervan droomde de GB van Drogenbos te beroven en dat hij een overval beraamde op een transportwagen van de firma Securitas die vrijdags rond 14u00 het geldtransport van deze enorme verkoopsruimte verzekert. Die hold-up zou nooit plaatsgrijpen. Maar het idee maakte carrière en werd in maart 1986 overgenomen door de Brusselse boef Patrick Haemers. Succes was blijkbaar verzekerd, want Patrick Haemers bemachtigde de 38 miljoen die door de bewakingsfirma werd vervoerd. Samen met Cocu, Baudet en het paar Estiévenart-Debruyne, zou Vittorio ook een overval bedacht hebben op de socialistische mutualiteit in Wasmes, op een moment dat de bende er kon op rekenen een tiental miljoen buit te kunnen maken. Ook deze hold-up greep niet plaats. Men ziet het, het probleem met Vittorio is dat men duidelijk onderscheid moet maken tussen café-praatjes en hun uitvoering.
Zondag 8 Mei : In de nacht van zondag 8 op maandag 9 mei, de dag na de hold-up in Houdeng-Goegnies, zouden Vittorio en een opnieuw niet geïdentificeerde medeplichtige binnengedrongen zijn in de woning van M. Jacques Dosse. Deze laatste beheert verscheidene Tiercé-agentschappen en woont in Warquignies. De nachtelijke bezoekers zijn verduiveld goed ingelicht, want ze weten blijkbaar dat de Tiercé-beheerder een fortuin van vijf miljoen heeft verstopt. Maar de inbrekers hebben werkelijk geen geluk. Ook al halen ze alles overhoop, ze vinden niets. Ze konden niet raden dat de vindingrijke Jacques Dosse het geld in de trommel van een wasmachine had verborgen. De dieven moesten zich tevreden stellen met 88.900 frank. Opnieuw is Adriano Vittorio verdachte nummer een. Hij ontkent. De twee robotfoto's die de rijkswacht in het kader van de hold-up op 7 mei in de GB in Houdeng-Goegnies heeft laten maken, vertonen niet de minste gelijkenis met Vittorio of Bouaroudj. In deze affaire werd een zekere Willy C., uit La Hestre, veroordeeld tot vier jaar gevangenis.
18 Mei : Baron Benoît de Bonvoisin legt een klacht neer tegen Albert Raes, de administrateur-generaal van de Staatsveiligheid en tegen commissaris Christian Smets.
25 Mei : Ondanks de schijn van het tegendeel, is het de gangsters nauwelijks om de buit te doen. Het zijn geen roofovervallen, maar aanslagen. Vanwege hun onderlinge overeenkomsten worden de brutale aanslagen toegeschreven aan een en dezelfde groep, de Bende van Nijvel. De politiediensten komen onder steeds grotere druk te staan om de daders te vinden. De arrestatie van de Bende zou een enorme opluchting zijn, die de mensen in staat zou stellen de collectieve nachtmerrie de rug toe te keren. De BOB van Bergen gaat uit eigen beweging op onderzoek uit. Ze identificeert de kandidaat-Bendeleden verrassend snel. Het gaat om Michel Cocu, een voormalig politieman, en diens entourage van Vierdewereldfiguren uit de Borinage. In de BOB van Bergen loopt een zekere Christian Amory rond, een ex-lid van de groep Dyane, en net als Bouhouche actief in extreem-rechtse kringen. De Bergense BOB laat de Borains, Michel Cocu, Michel Baudet, Adriano Vittorio, Jean-Claude Estiévenart en Kaci Bouaroudj, schaduwen. De informatie wordt niet meegedeeld aan onderzoeksrechter Guy Wezel, die verantwoordelijk is voor het onderzoek naar de Bende van Nijvel. De BOB'ers maken zelfs geen PV's op en laten Wezel in het ongewisse. Er gebeuren nog rare dingen. Onder druk van de BOB van Bergen en uit angst voor Amory, bezorgt Josiane Debruyn op 25 mei 1983 de Rüger-revolver P38 van haar man, Jean-Claude Esstiévenart, aan de BOB in Colfontaine. Het wapen, aangekocht door Michel Cocu, wordt dezelfde dag aan de BOB van Bergen bezorgd, waar het tegen alle regels in blijft rondslingeren en op 10 juli 1983 zelfs voor proefschieten wordt gebruikt. Pas op 29 juli 1983 sturen de Bergense BOB'ers het wapen naar Halle. Via onderzoeksrechter Kesseloot laat de BOB een ballistisch onderzoek uitvoeren door commandant Claude Dery, een voormalig officier van de militaire veiligheid. Dery legt een verband tussen de Rüger-revolver en de overval in Genval. Nog steeds weet onderzoeksrechter Guy Wezel van toeten noch blazen. Kennelijk aanvaardt de BOB geen leiding van door de justitie, die de geleverde informatie moet kunnen controleren, zeker als die niet berust op klassiek speurwerk maar op onconventionele observatietechnieken van de groep Dyane.
Donderdag 26 Mei : Het Front de la Jeunesse en het VMO worden in eerste aanleg veroordeeld en als privé militie verboden. Dat het Front de la Jeunesse geen onschuldige folkloristische organisatie was, maar een criminele terreurgroep, blijkt uit de parlementaire senaatscommissie Wijninckx die privé milities bestudeerde. 'In de loop van de jaren 1979 en 1980 werd in een reeks gevallen een opsporingsonderzoek ingesteld in het rechtsgebied van het Hof van Beroep te Brussel, met betrekking tot aanslagen die blijkbaar worden toegeschreven aan een extremistische beweging, bekend onder de benaming Front de la Jeunesse. Onder deze aanslagen kan inzonderheid worden vermeld die van 13 augustus 1979 op de lokalen van de Belgisch-Vietnamese vereniging, de opzettelijke brandstichting in 'La Maison des Jeunes' te Vorst tijdens de nacht van 18 op 19 oktober 1979 en de beschadiging op 6 februari 1980 van het gebouw waarin La Maison des Jeunes te Schaarbeek gevestigd is. Deze feiten werden in een zelfde dossier samengebracht, dat voor een gedeelte bestaat uit een algemeen onderzoek ingesteld ten laste van de groepering Front de la Jeunesse als organisatie die onder artikel een van de wet van 29 juli 1934 valt. Het ondezoek van dit gedeeltelijk dossier loopt ten einde.' Begin 1981 werden verschillende leden van het Front de la Jeunesse door de correctionele rechtbank veroordeeld wegens brandstichting en lidmaatschap van een privé militie. Daarnaast werden er nog veroordelingen uitgesproken voor de foltering van de communistische militant Bernard Hermant in de nacht van 16 op 17 september 1979, de moord op de Algerijn Hamou op 5 december 1980 en de aanslag op het weekblad Pour in de nacht van 4 op 5 juli 1981.
Zaterdag 28 Mei : Drie weken na de overval op de GB in Houdeng-Goegnies, op 28 mei, worden bij de heer André, handelaar in Eigenbrakel, zuurstofflessen gestolen. De flessen zullen naar alle waarschijnlijkheid dienen om de metalen deur van de Colruyt in Nijvel met een snijbrander aan stukken te snijden bij de bloedige inbraak die daar later, in de nacht van 17 op 18 september 1983, zal plaatsgrijpen.
1 Juni : In Wilsele probeert een groep gangsters een postwagen te overvallen. De overval mislukt en daders vluchten zonder buit. Het voorval wordt onderzocht door onderzoeksrechter Laffineur. Patrick Haemers is een van de verdachten.
Woensdag 8 Juni : Of het nu om de bewuste Zweedse Santana gaat die gebruikt werd bij de hold-up in Waver in september 1982, om de Peugeot 504 die in januari 1983 werd gestolen, om de Golf die op 14 februari 1983 werd gestolen of om alle wagens die nadien door de Bende van Nijvel, werden gebruikt, steeds waren deze voertuigen in nieuwe staat, van donkere kleur en altijd staken de contactsleutels op het instrumentenbord. Zo werd bijvoorbeeld in de nacht van 7 op 8 juni 1983 een Saab 900 turbo gestolen in de toonzaal van garage Michel Jadot, huisnummer 178 van de chaussée d'Ohain in Eigenbrakel. Deze wagen zou gebruikt worden bij de actie die op 10 september werd gevoerd voor de overval op het textielbedrijf Wittock-Van Landeghem in Temse en op 17 september op de Colruyt in Nijvel. Diezelfde nacht heeft de Bende zich ontdaan van de VW Golf Rabbit die op 14 februari 1983 in Plancenoit werd gestolen, door de wagen in brand te steken in het bos van Hourpes, vlakbij Anderlues. De diefstal van de Saab greep plaats tussen drie en vier uur 's morgens. Verscheidene aanwijzingen verraden een minutieuze voorbereiding, de inbrekers hadden de omgeving grondig verkend en wisten dat de nogal geïsoleerd liggende garage niet voorzien was van enig alarmsysteem. 's Nachts was er niemand aanwezig. Het gebouw kon makkelijk binnengedrongen worden langs een dakvenster aan de achterkant, waardoor men toegang krijgt tot de werkplaats. De enige bewaking bestond uit een Duitse herdershond. Het volstond deze af te maken. De indringers namen geen genoegen met een kogel. Bij de autopsie werden uit het hondelijk liefst elf kogels gehaald. En toch was de dodelijk getroffen Duitse herdershond erin geslaagd zich over een tiental meter voort te slepen vooraleer hij in het midden van de garage in mekaar zeeg. Overal zijn bloedsporen maar de dichtsbij wonende buren slapen zeer vast, geen van hen is wakker geworden ... De vermoedelijk daders van dit bloedbad zijn Michel Cocu, Adriano Vittorio en Jean Claude Estiévenart. Althans volgens het in Nijvel uitgevoerd onderzoek. Want bij confrontatie van het trio met Michel Jadot was volgens hem geen enkel lid van deze 'filière boraine', in de weken die aan de autodiefstal voorafgingen, in zijn garage geweest. Uit proces-verbaal 20.419, dat zich in farde 2 van het dossier over de slachtpartijen bevindt, blijkt dat de garagehouder uit Eigenbrakel op 4 oktober 1983, bij het doornemen van de kaartenbak van de rijkswacht, wel twee personen heeft herkend die vlak voor de diefstal van de Saab bij hem zijn geweest. Het gaat om een zekere Istvan Karkas en zijn vriendin Bertha De Staerke, oude bekenden van het gerecht. Bij het ballistisch onderzoek volgt een andere verrassing van formaat. De kogels die uit het lijk van de herdershond werden gehaald, komen uit hetzelfde wapen als dat wat in december 1982 werd gebruikt om de oude huisbewaarder van de Auberge du Chevalier te executeren en, veertien dagen later, ergens tussen het Flageyplein in Elsene en de Rue Terre du Prince, in het centrum van Bergen, de taxichauffeur neer te schieten ... Uit onachtzaamheid of met opzet blijven de doders, die er zo goed in slagen om niet de minste aanwijzing achter te laten, in de Saab-garage in Eigenbrakel, hetzelfde 'warme' wapen te gebruiken om een zeer krachtige wagen te bemachtigen die ze nodig hebben voor hun komende acties. De wagen is een geweldige Saab 900 turbo, een acht-kleppenmotor van 145 PK die concessiehouder Jadot in zijn showroom tussen de wagens met kleinere cilinderinhoud plaatste. Om de 900 turbo in het atelier te kunnen rollen hebben de inbrekers twee in de weg staande wagens moeten verwijderen. Dan hebben ze een schuifdeur geopend die uitgeeft op de chaussée d'Ohain. De contactsleutels bevonden zich in de wagen. De Saab zal teruggevonden worden in de nacht van 16 op 17 september 1983, kort na het bloedbad aan de Colruyt van Nijvel. De wagen heeft in die drie maanden zeer weinig afstand afgelegd, minder dan 1500 kilometer. Maar de doders hebben de wagen zeker niet ontzien. Door er als gekken mee te rijden zijn ze erin geslaagd de turbo-motor te laten ontploffen. Om het vermogen van deze machine, ontworpen om 215 km per uur te bereiken, nog meer op te drijven, hadden de killers lichte wijzigingen aangebracht aan de motor. Indien nodig was de door de Bende van Nijvel bewerkte en verbeterde Saab in staat pieken van 250 kilometer per uur te bereiken. De ingenieurs van Saab konden het niet geloven, een 900 turbo vernietigen op 1227 km ... De onderzoekers waren niet al te verrast vast te stellen dat de stero-installatie die zich in de wagen bevond, een autoradio Blaupunkt en geluidboxen van het merk Jensen, verwijderd waren. De doders van Brabant weten wat van muziek, ze houden ervan. Als ze een auto stelen, haasten ze zich om de stereo-installatie te demonteren.
Donderdag 9 Juni : Met de aanhouding van Richard Brouette in de lente van 1984, zou in het onderzoeksdossier nog een ander dossier worden geopend. Het dossier van de wel zeer vreemde zelfmoord van een zekere Jean-Claude Ilegems die men de bijnaam 'Tonton Zébule' had gegeven. Richard Brouette is een begrafenisondermener uit Boussu en werd meerdere maanden vastgehouden omdat zijn verklaringen strijdig waren met het dossier. Twee verdachten in het dossier van de 'filière boraine', namelijk Michel Cocu en Michel Baudet, hadden in een vorig leven nog voor Brouette gewerkt. De begrafenisondernemer bleek een fanaat van vuurwapens te zijn en eigenaar van een 9mm vuistwapen, een automatische Star met registratienummer 413.424. Brouette had zich van dit wapen willen ontdoen door ze in de Haine te gooien, maar later luidde het besluit van alle expertises dat dit wapen niet gebruikt werd bij de geweldplegingen toegeschreven aan de Brabantse moordenaars. Richard Brouette maakte soms tegen betaling gebruik van de diensten van Jean Claude Ilegems. Hij bood hem dan onderdak in een caravan op een braakliggend terrein in Boussu, hetzelfde terrein waarop de Saab 900 turbo zou verborgen geweest zijn. De Saab die gebruikt werd bij de overvallen in Temse en op de Colruyt in Nijvel. Op 9 juni 1983 vond men de opgehangen Jean Claude Ilegems. Hij hing aan een betonnen paal, vlakbij de caravan op het terrein van Brouette. Tonton Zébule werd nogal overhaast begraven, zonder voorafgaand gerechtelijk onderzoek of raadpleging van een gerechtsdokter. Het lichaam werd nochtans in zittende houding teruggevonden, wat toch betekent dat Ilegems bezwaarlijk de diepte kan zijn ingesprongen. Aangezien de beruchte Saab 900 turbo uit de garage Jadot in Eigenbrakel gestolen werd in de nacht van 8 op 9 juni 1983, vroegen de rechercheurs zich natuurlijk af of Jean-Claude Ilegems soms lucht had gekregen van de activiteiten van zijn werkmakkers, Richard Brouette, Michel Cocu en Michel Baudet. Dat bepaalde personen daardoor schrik hadden gekregen opdat hij hen zou verraden en hem daarom uit de weg hebben geruimd. Op 13 juni 1984 nam de onderzoeksrechter van instructie de beslissing het lijk te laten opgraven. Uit de autopsie bleek dat Jean-Claude Ilegems, die geen familie meer had en die net als anderen, de reputatie had een drinkenbroer te zijn, vooraleer te sterven, in zijn linkerzij slagen had gekregen of zichzelf had toegediend. Bij het onderzoek van de restanten van het skelet kreeg men de indruk dat een of meerdere personen op het lichaam waren gaan zitten tot de dood erop volgde. Commissaris Tilmant van de gerechtelijke politie van Brussel heeft kunnen vaststellen dat de gehangene bij de ontdekking van zijn lijk geen erectie had, wat het geval zou moeten zijn indien Tonton Zébule zich werkelijk had gezelfmoord. Dit luik van het onderzoek werd echter niet verder uitgediept en Richard Brouette werd na enkele weken opsluiting, vrijgelaten bij gebrek aan bewijzen. Diegenen in Boussu die Ilegems gekend hebben, die wisten dat hij een bon-vivant, een lollige vent was, blijven ervan overtuigd dat Tonton gewoonweg gezelfmoord werd.
Donderdag 9 Juni : Na inbreuk op de wetgeving van import en export van wapens wordt Willy Pourtois gearresteerd. Na de arrestatie wordt ook W. van Baelen opgepakt en wordt wapenhandelaar Dekaise met de dood bedreigd. Na een huiszoeking bij Pourtois wordt er beslag gelegd op 414 revolvers, 101 jachtgeweren en 75 kisten munitie. De onderzoekers stoten ook op een paar agenda's met adressen van politici, militairen, rijkswachters, het adres van het texielbedrijf Wittock-Van Landeghem en van Faez, een lid van het beruchte WNP. In de nacht van 9 op 10 september '83 overvalt de Bende het textielbedrijf en steelt zeven ultra-geheime kogelvrije vesten. Enkele weken voor de overval had Pourtois de kogelvrije vesten geïntroduceerd bij enkele Syrische en Libaneese klanten. Een onderzoek naar dit spoor liep later dood. Na de dood van Mendez wordt er bij Bouhouche een huiszoeking gedaan. In het register van Bouhouche worden wapens gevonden die genoteerd staan op naam van Pourtois. Volgens Bouhouche vroeg Mendez, van wie de wapens waren, om de naam van Pourtois te vermelden. Een antwoord op de vraag 'waarom' heeft men nooit gekregen.
Donderdag 9 Juni : De Golf uit Plancenoit, die voor verschillende overvallen werd gebruikt, werd op 9 juni 1983 uitgebrand teruggevonden in het bos van Hourpes bij Anderlues. De onderzoekers stelden vast dat de stereo-installatie eens te meer uit de wagen verwijderd was ? een autoradio van het merk Blaupunkt, type Londen ? alsook een paar luidsprekers van het type 'BRT 6842'. Ook de achterbank van de Golf was verwijderd, zonder twijfel om achterin de wagen een comfortabele schietstand in te richten. De Golf Rabbit was zo goed als nieuw toen hij gestolen werd, de kilometerteller wees slechts 270 km aan. Mevr. Geneviève Van Lidth de Jeugd had de wagen net gekocht bij de VAG-concessionaris in Waterloo, een garage die door de doders van Brabant waarschijnlijk bespied werd. Zo werden bijvoorbeeld de nummerplaten op de Golf die ze in november en december 1983 gebruikt hebben, gekopieerd naar die van een andere klant van de Waterlose concessionaris. Ook Jacques Culot, wiens Audi 100 werd gemitrailleerd op de Delhaize-parking van Genval, kwam bij deze garagehouder om zijn wagen te laten herstellen. De Audi werd op mysterieuze wijze uit de garage gestolen en enige tijd later teruggevonden niet ver van de vermoedelijke plaats waar de Griekse taxichauffeur Constantin Angelou vermoord werd. De nooit geïdentificeerde dieven hadden de kogelinslagen van de schietpartij op de parking van de supermarkt dicht gestopt. Alsof deze herstelling hun enige doel was geweest ...
Vrijdag 10 Juni : In de nacht van 9 op 10 juni 1983 wordt in de Rue de l'Harmonie in Haîne-Saint-Pierre de 56-jarige Jeannine Gaulet gewekt doordat ze iets kouds tegen haar slaap voelt. Voor het bed van de vrouw staan drie mannen met carnavalsmaskers op. Ze moet mee naar beneden en wordt op haar buik op de divan geduwd. Met een mes scheurt een van de mannen haar nachthemd in repen. Daarmee wordt ze aan handen en voeten vastgebonden. 'Het heeft drie uur geduurd', getuigt de vrouw later. Ze krijgt klappen, wordt bijna verstikt met een hoofdkussen en begeeft uiteindelijk, nadat een van de mannen met een metalen voorwerp in haar vagina is beginnen te wroeten. Dan zegt ze het. Haar waardevolle spulletjes zitten verstopt in een holte achter haar kacheltje. De drie gaan er vandoor met voor 70.000 frank bankbiljetten, familiejuwelen, een pakket aandelen, een ASLK-spaarboekje ter waarde van 500.000 frank en haar zilveren servies. Op 1 maart 1985 staat de BOB van La Louvière voor de deur bij Marc Dutroux. Huiszoeking. Even later wordt hij voor onderzoeksrechter Lacroix geleid, die ervoor zal zorgen dat hij tot 2 april 1985 in de gevangenis blijft zitten. In zijn woonst is het zilveren servies van mevrouw Gaulet aangetroffen. Dat is geen grote verrassing, want kort daarvoor is een van de drie anderen gearresteerd. Hij is tot bekentenissen overgegaan en heeft Dutroux aangewezen als bendeleider. Van bij de ASLK is bij de BOB inmiddels een tip binnengelopen over een koppel dat zich kort na de overval op mevrouw Gaulet in een agentschap in het Brusselse heeft aangemeld met haar spaarboekje. 'Wacht u hier even', heeft de loketbediende gezegd, nadat hij een alarmsignaal had doen afgaan. Zijn beschrijving van de man en de vrouw, die bijtijds uit het kantoor wegrenden, stemt tot in de puntjes overeen met Marc Dutroux en Michelle Martin. Zij zal vele jaren later bevestigen dat zij het was, en dat Marc de overval pleegde. De mededader die bekende, was ene Thierry Denis, de broer van zijn vroegere buurman in Haîne-Saint-Pierre. Die buurman was in die tijd actief bij de extreem-rechtse terreurgroep Front de la Jeunesse, maar zat medio 1983 op zwart zaad. Hij huurde zijn woonst van mevrouw Gaulet, en kon de huur voor de maand juni niet betalen. Daags na de bijna-roofmoord gaat broer Denis de huur braaf in een envelop in haar brievenbus droppen. Voor de rest is er niet bijster veel geweten over de periode 1982, 1983, 1984 en 1985. Het is als het ware een zwart gat in het leven van Marc Dutroux.
17 Augustus : Op 17 augustus 1983 arresteert de politie van Vorst een dronken extreem-rechtse militant die tijdens een verwarde ruzie met zijn broer op straat met een revolver staat te zwaaien en op een voorbijganger heeft geschoten. Zijn naam is Marcel Barbier. Nadat hij ontnuchterd is, wordt hij ter beschikking gesteld van onderzoeksrechter Lyna die in de woning van Barbier aan de Parmastraat in Sint-Gillis een huiszoeking laat doen. De rechercheurs geloven hun ogen niet. Hun huiszoeking schrijft geschiedenis. Overal slingeren nazi-emblemen en extreem-rechtse tijdschriften rond. De speurders vinden er ook enkele wapens, een zender-ontvanger, stapels geheime NAVO-documenten, decoderingsroosters en blanco toegangsbewijzen voor de kazerne van de generale staf van het leger in Evere. In de woning verblijft meestal ook Michel Libert, evenals Barbier een ex-lid van het Front de la Jeunesse. Barbier wordt in voorlopige hechtenis genomen en neemt een advocaat onder de arm, Vincent vanden Bossche. Als ook Libert korte tijd later wordt aangehouden, bekent hij de geheime militaire documenten te hebben gestolen in het transmissie-centrum van de generale staf waar hij tot september 1982 als beroepsmilitair werkte. In een adem vertelt het duo Barbier-Libert dat de diefstal kadert in een actie van de geheime neo-nazistische organisatie Westland New Post, waar ze beiden lid van zijn. WNP, waarvan de politiediensten tot dan nog nooit van hebben gehoord, blijkt een op nazi-leest geschoeide inlichtingendienst te zijn die opgericht werd door 'maréchal' Paul Latinus die daartoe een aantal ex-leden van het Front de la Jeunesse gerekruteerd had. Volgens verklaringen van Latinus en enkele 'WNP-officieren' is de echte naam van de organisatie Westland National Sozialistische Ordnung, een benaming die om strategische redenen enkel intern gebruikt wordt. Marcel Barbier wordt in WNP beschouwd als de rechterhand van Latinus. Uitgerekend die Latinus zal op 23 september de namen van de twee daders, die de moord hebben gepleegd op het koppel in Anderlecht, geven aan commissaris Georges Marnette.
Zaterdag 10 September : Omstreeks 2u30 wordt de 73-jarige Hector Riské plotseling wakker. Hij woont met zijn vrouw Josephine in de Gasthuisstraat, vlakbij het kerkhof van Temse, een gemeente aan de Schelde halfweg Gent en Antwerpen. Riské stapt uit bed. Tussen de overgordijnen loert hij in zijn straat. Hij ziet een hem onbekende auto staan, die gedeeltelijk gestationeerd staat op het fietspad ter hoogte van de woning van zijn dichtste buur, de weduwe Van Puyvelde. Een gemaskerde man stapt naar de wagen toe. Alsof hij zich betrapt voelt, kijkt hij in de richting van Riské en richt zijn wapen. Riské laat zich onmiddellijk op de grond vallen. Het venster van de slaapkamer wordt aan diggelen geschoten. Weduwe Van Puyvelde wordt door deze schietpartij uit haar slaap opgeschrikt. Ze wil door het raam kijken om te weten wat er aan de hand is. Ook zij wordt onmiddellijk onder vuur genomen, maar de kogel mist zijn doel. Pas veel later worden deze inwoners van de Gasthuisstraat er zich van bewust, dat ze als het ware oog in oog hebben gestaan met een bloeddorstige moordenaar. De inmiddels toegesnelde rijkswacht heeft immers het ontzielde lichaam gevonden van Jozef Broeders (26), badend in een grote plas bloed. Zijn zwaar gekwetste vrouw, de 25-jarige Linda van Huffelen, is in allerijl naar het ziekenhuis overgebracht, waar ze verscheidene weken in coma ligt. Broeders, zijn vrouw en hun kinderen Sharon (3 jaar) en Patricia (2 maanden) betrokken de conciërgewoning van de onderneming Wittock-Van Landeghem. De fabriekshal en de aanpalende woning van het gezin Broeders zijn gebouwd op een lap grond achter de woningen in de Gasthuisstraat. De bedrijfsgebouwen zijn vanuit de Gasthuisstraat niet zichtbaar, maar van daaruit wel bereikbaar via een lange smalle steeg. De onderneming is deels eigendom van en wordt geleid door de Brusselse familie Wittock. De overheid participeert in het kapitaal in het kader van de steunmaatregelen aan de nationale textielsector. Wittock-Van Landeghem staat inderdaad als textielbedrijf gecatalogeerd. Het is een zeilmakerij dat zich heeft toegelegd op een wel zeer specifieke markt. Men produceert er onder andere allerlei soorten dekkleden voor militaire en burgerlijke voertuigen, tenten, rugzakken, kitbags, gereedschapstassen, camouflagevesten, beschermvesten en dergerlijke. Goederen waarin veiligheidsdiensten en het leger erg geïntereseerd zijn. Linda van Huffelen is concièrge bij Wittock-Van Landghem. Jozef Broeders werkt in een schilderbedrijf in de Antwerpse randgemeente Wilrijk. Hij geniet enige faam als bokser. Hij heeft bijna 100 kampen betwist en het merendeel ervan gewonnen. De speurders die belast zijn met het onderzoek naar de brutale aanslag, sluiten aanvankelijk niet uit dat het om een afrekening in de bokswereld gaat, maar deze hypothese snijdt geen hout. De politiemensen zijn erg geïntereseerd door de voorwerpen die bij deze roofmoord gestolen zijn. De moordenaars bleken alleen maar belangstelling te hebben voor zeven prototypes van een technisch hoogwaardige kogelvrije vest. Die zijn in het grootste geheim bij Wittock-Van Landeghem ontwikkeld. De moorddadige dieven moeten daarvan op de hoogte zijn geweest, daarover kan niet de minste twijfel bestaan. De hamvraag voor de rechercheurs is dan ook, wie de daders hierover inlichtte. Vijf van deze vesten waren blauw van kleur, twee groen. Het betrof een experimenteel model, slechts enkele testexemplaren werden geleverd aan het Nederlands leger. Het model werd 'Balon 2A-14 A2M' gedoopt. De ingenieurs van Wittock-Van Landeghem duidden deze kogelvrije vesten gewoonlijk aan als het model 'jurk met bretellen'. De doders van Temse wisten waar in de onderneming ze zich bevonden, vermits ze slechts enkele kartonnen kisten hebben opgesneden om de hand te kunnen leggen op de zeven kogelvrije vesten. Maar de brutale aanslag op het gezin Broeders wordt nog mysterieuzer als blijkt dat de moordenaars gebruik maakten van de Saab Turbo, die in de nacht van 7 op 8 juni 1983 op koelbloedige wijze gestolen werd in de Garage Michel Jadot in Eigenbrakel. Diezelfde Saab wordt een goede week na de aanslag in Temse opnieuw gesignaleerd tijdens de slachtpartij aan de Colruyt in Nijvel. Het verband tussen de overval in Temse en de sinistere gebeurtenissen in Waals Brabant is nog nauwelijks te ontkennen. Niet alleen is er de Saab, maar bovendien vertoont ook de gebruikte munitie sterke gelijkenissen. Het dossier Wittock-Van Landeghem wordt bijgevolg begin 1985 door het parket van Dendermonde overgemaakt aan de collega's in Nijvel. Als dit dossier in september 1985 door het parket van Dendermonde wordt opgevraagd, blijkt dat men in Nijvel er nauwelijks iets mee heeft aangevangen. Er zijn nogthans aanwijzingen die doen vermoeden dat het om dezelfde moordenaars ging. Zo meent een getuige dat hij, een veertiental dagen voor de gruwelijke gebeurtenissen in Temse, een man in de omgeving van Wittock-Van Landeghem heeft opgemerkt. Die man, aldus de getuige, vertoont veel gelijkenissen met Robert 'Baloo' Becker, een van de verdachten die in het najaar van 1983 door het parket van Nijvel is opgepakt. Nog een andere getuige beweert Becker, of althans iemand die daar heel goed op gelijkt, gezien te hebben in de nacht van de overval zelf. Maar de kroongetuige die dit alles zou kunnen bevestigen, Hector Riské, kan niet meer geconfronteerd worden met Becker. Hij is inmiddels overleden.
Vrijdag 16 September : Op de laatste dag van de werkweek slaagt Philippe De Staerke erin om samen met 38 medegedetineerden te ontsnappen uit de gevangenis van Doornik. De Staerke was op 8 december '82 veroordeeld in een Antwerpse rechtbank wegens een zware diefstal. Op het moment dat de cipiers een loonstaking voeren, en de bewaking overgenomen was door een rijkswachtpeleton van 10 man, was een gedetineerde erin geslaagd een groot gat te maken in de celmuur. Met behulp van ladders en touwen raakten ze over de vier meter hoge gevangenismuur. Omstreeks 19u45 vond de 'ontsnapping van de eeuw' plaats. Pas om 21u00 werd alarm gegeven. De meeste vluchters werden vrij snel terug opgepikt na een grootscheepse zoekactie. Philippe De Staerke niet. Hij slaagde erin om, samen met een medevluchter, een zekere Jean-Claude De Smet, door te stoten tot in Brussel. Daar had hij onmiddellijk contact met Leopold van Esbroeck, een goede bekende van Philippe. Leopold van Esbroeck zou De Staerke helpen om onder te duiken, hij bracht hem naar het appartement van Sotirios. Een half jaar later zou hij opnieuw gearresteerd worden.
Zaterdag 17 September : Drie dodelijke slachtoffers voor een beetje sterke drank, wat koffie en pralines. Dat is de balans van een bloedbad dat volgens berekeningen van de firma Colruyt de belachelijke som van 22.070 frank opleverde. De buit bestond uit vijf dozen pralines, vijf bussen arachide olie van vijf liter, vijf bussen maïsolie van vijf liter, tien zakken koffie van twee en een halve kilo en veertig pakjes Maragogype van vijfhonderd gram. Op 17 september 1983, om 1u26, weerklinkt in de bewakingscentrale van de firma Colruyt in Halle de alarmschel van het magazijn in Nijvel. Minder dan vijf minuten later zijn twee rijkswachters uit Nijvel ter plaatse en worden er op schoten onthaald. Rijkswachter Marcel Moreu, die een eigen dossier heeft aangelegd in verband met Brabantse moordenaars, wordt gedood. Zijn collega wordt gewond maar brengt het er levend van af door zich dood te houden. Op de plaats van de misdaad ontdekt men ook de lijken van de heer Jacques Fourez, 49 jaar, en van mevrouw Elise Dewit, 49 jaar, allebei met meerdere kogels door het hoofd omgebracht. De bandieten hadden het alarm in werking gesteld toen ze aan de achterkant van de Colruyt, een nogal geïsoleerd gebouw op zo'n honderd meter van de opritten van de snelweg naar Parijs, een ijzeren poort met een snijbrander bewerkten. De rijkswacht van Nijvel weet dat de alarmsystemen van magazijnen nogal wispelturig zijn. Een vals alarm kan ontketend worden door het voorbij daveren van een vrachtwagen. Het is dus 1u26 als de officier van wacht, onderluitenant Carreau, twee van zijn mannen opdracht geeft de oorzaak na te gaan van het vanuit Halle gemelde alarm in de Colruyt aan de chaussée de Bruxelles. Wachtmeester Marcel Moreu, 31 jaar, en Jean-Marie Lacroix, 30 jaar, vertrekken per politiewagen om het controle-onderzoek uit te voeren. Op de parking houden ze stil op zo'n driehonderd meter afstand van een donkerblauwe Saab 900 turbo en worden ze direct onthaald op een salvo schoten uit een long rifle 22. De licht verwonde rijkswachter Lacroix zoekt dekking achter de politiewagen, vuurt zijn 7.65 twee keer direct na elkaar af en kort nadien nog eens. Terwijl zijn collega Marcel Morue hem zegt versterkingen te laten aanrukken, wordt hij door twee kogels in zijn enkel getroffen en ploft op zijn rug neer. Hij wordt nog eens geraakt door enkele schoten uit een .22, schoten die, zo blijkt, vanuit de Mercedes werden afgevuurd. Marcel Morue wordt aan de keel getroffen. Hij wordt afgemaakt door drie van vlakbij in zijn hoofd afgevuurde geweerkogels. Jean-Marie Lacroix wordt door een salvo aan de linkerhand gewond. De rijkswachter bezat desondanks de reflex om op zijn stuur neer te zijgen en zich, met buiten de combi hangende benen, dood te houden. Deze reflex redde hem het leven, ook al naderde een van de doders om hem met een ter hoogte van de nek afgevuurd schot af te maken. De kogel schampte af op een epaulet van de rijkswachter. Rijkswachter Lacroix heeft de tijd gekregen om, in de lichtbundel van de politiewagen, het silhouet te onderscheiden van een man van 1m80 met gemiddelde lichaamsbouw, gekleed in een driekwart regenjas en met een ringbaard. De gebeurtenissen volgen elkaar snel op. Direct na het vertrek van de doders, slaat de rijkswachter die aan de slachtpartij is ontsnapt alarm. Het is een kort radiobericht: 'Marcel is gedood! Snel! Versterkingen.' Op de rijkswachtpost van Nijvel is het op dat ogenblik 1u34. Sterk onder de indruk contacteert onderluitenant Carreau eerst en vooral de Procureur des Konings van Nijvel op zijn privé-adres. De procureur zal als een van de eersten ter plaatse komen. De onderofficier brengt dan alle brigades van Waals Brabant in alarmtoestand en stuurt hulp naar de Colruyt in Nijvel om er de twee zwaargewonde rijkswachters te evacueren. Op dat moment wist men nog niet dat Marcel Morue al gestorven was en dat, met de dood van deze moedige rijkswachter, de negatieve balans nog niet volledig was. Inderdaad, de aankomst van de versterkingen aan de Colruyt aan de chaussée de Bruxelles zou samenvallen met de ontdekking van de twee met kogels doorboorde lijken van een vrouw en een man, die vrij achteloos onder twee boodschappenkarretjes verborgen waren. De twee lichamen werden vij snel geïdentificeerd als die van M. Jacques Fourez, een zakenman van 49 jaar, ingeschreven in Knokke maar in feite in Ukkel wonend op nummer 13 van de Mercuriuslaan, samen met zijn gezellin Mevrouw Elise Dewit, 49 jaar, die vroeger secretaresse was van een notaris uit de Jordaensstraat in Brussel en later werkte bij de administratie van de hoofdstad. Het paar was bij het begin van de avond uit Parijs vertrokken. Ter hoogte van Nijvel had M. Fourez de snelweg verlaten om te tanken aan de pompen op de parking van Colruyt. Jacques Fourez kon immers beschikken over een magnetische kredietkaart. De Mercedes was omstreeks 1u10 aan de Colruyt gearriveerd. Vooraleer zijn benzinetank te openen zou Jacques Fourez aan een natuurlijke behoefte hebben willen voldoen en zou hij zich enkele stappen verwijderd hebben. Ook denkt men dat de zakenman een of twee individuen moet gezien hebben en dat zij direct het vuur op hem hebben geopend. Hij werd neergekogeld met een projectiel van 7.65 dat zijn hoofd binnendrong. Jacques Fourez werd daarna afgemaakt met twee andere kogels door het hoofd. De wijzers van zijn armanduurwerk wijzen 1u16 aan. Mevrouw Dewit die in de witte Mercedes was blijven zitten, was getuige van het drama en, haar schoenen in de auto latend, rende ze naar haar gezel. Men schoot op haar zonder haar te raken. Ze probeerde zich te verweren als ze vastgegrepen werd. Een kam viel uit haar zak, haar bril tuimelde op de grond. Men sleepte haar naar de achterkant van de Colruyt. Iemand schoot haar een of twee kogels .22 door het hoofd. Eerst in de rechterwang, dan in het rechteroog. Dan werd ze een eind verder meegesleept. Waarschijnlijk werd ze dan opnieuw door twee .22 kogels aan het hoofd getroffen. De doders slepen haar lichaam dan tot aan het traliewerk waardoor de parking wordt afgesloten, ze probeerden het dan op te heffen en in het struikgewas aan de andere kant van de afrastering te gooien. Dat lukte niet en het lichaam werd haastig verborgen onder enkele boodschappenkarretjes. Dan kwam de rijkswachtcombi eraan, gealarmeerd door het alarm dat tijdens de inbraak in werking was getreden. Rijkswachter Morue werd neergeschoten toen hij het voertuig verliet, de gewonde rijkswachter Lacroix hield zich dood. Volgens experts hebben de doders een 9 mm schot afgevuurd, een ander uit een 357 Magnum, zeven schoten met een Colt 45 en acht ontladingen van een riotgun. In het lichaam van wachtmeester Marcel Morue worden vierentwintig projectielen teruggevonden. Op de parking werd de magnetische Colruyt-creditkaart DATS 00/321336 teruggevonden die toebehoorde aan Jacques Fourez. De zakenman uit Ukkel had 22 Belgische frank en 24 Franse frank op zak. Al te veel in beslag genomen door de koffie, de bussen olie en de pralines, hebben de moordenaars nagelaten het parelsnoer en de drie met briljanten bezette ringen van Elise Dewit te stelen. Toen de eerste hulp arriveerde lag de grond bezaaid met tientallen patroonhulzen en kogels, jachthagel en projectielen van kaliber .22, .45 en 7.65 mm en van kaliber 357 Magnum. De politie vond ook een katoenen muts die een van de moordenaars daar blijkbaar verloren had. Op dit hoofddeksel werden geen haren teruggevonden. De vanuit Nijvel uitgeroepen alarmtoestand werd onder meer opgevangen door drie politiemannen die in een VW Golf in Eigenbrakel patrouilleerde. Enkele minuten voor tweeën 's morgens draait de Golf van de politie van Eigenbrakel, komende uit de Avenue Allard, de weg op die van Nijvel naar Waterloo leidt. De Golf kruist twee razendsnel rijdende voertuigen, een witte Mercedes 190 en een donkerblauwe Saab 900 turbo. Het is dan 1u44. In Eigenbrakel beschikt de politie op dat moment nog niet over een nauwkeurig signalement van de wagen, of wagens, waarmee de doders van Nijvel gevlucht waren. De verwarring is zeer groot. De inlichtingen zijn alles behalve klaar en duidelijk. De Golf van de politie van Eigenbrakel achtervolgt de twee voertuigen die ze net op rijksweg 5 gekruist hebben, zonder te weten of het wel om de doders van Nijvel gaat, dan wel om autobestuurders die naar huis terugkeren na de avond doorgebracht te hebben in een dancing of restaurant in de streek. Enkele honderden meters verder vertragen de witte Mercedes en de donkere Saab 900 turbo, waarschijnlijk omdat de inzittenden gemerkt hebben dat ze door een Golf van de politie nagezeten worden en omdat ze, ver voor zich uit, het zwaailicht van de rijkswachtcombi kunnen waarnemen. Beide wagens komen tot stilstand ter hoogte van een in Waals Brabant goed gekende bar, de 'Diable Amoureux'. Beide wagens wachten de Golf op, de Mercedes links van de weg en de donkerblauwe Saab op de rechter wegberm. Op het moment dat de politiewagen opdoemt, wordt vanuit de Mercedes het vuur op de politiemannen geopend. Ook van rechts knetteren schoten en het kruisvuur wordt een vuurgevecht. Politieagent Benoît Ruys, die de politiewagen bestuurt, wordt aan het hoofd getroffen, maar slaagt er desondanks in de controle over de Golf te behouden. Om aan de projectielen te ontsnappen duiken zijn collega's op de bodem van het voertuig. De agenten André Bernier en Marc Lemal komen er met een flinke dosis sterke emotie van af. De ruiten van het voertuig vliegen in stukken maar de Golf stuift dwars door de versperring die de doders geïmproviseerd hebben. Killers van een ongewone slag die verduiveld goed weten hoe ze zich moeten meten met ordestrijdkrachten. De politielui vervolgen hun weg tot het kruispunt aan de 'Cosmos' en keren dan terug naar de 'Diable Amoureux', waar ze alleen nog kunnen vaststellen dat de gangsters daar de Mercedes 190, met nummerplaat 'CNN 254', hebben achtergelaten, de wagen die ze gestolen hadden van het vermoorde paar uit Ukkel. De carrosserie van de Mercedes droeg veelvuldige sporen van kogelinslag en in de koffer bevonden zich de waren die de bandieten in de Colruyt van Nijvel gestolen hadden. De tweede wagen, de Saab 900 turbo, werd pas vele uren later, op zaterdagmorgen, teruggevonden. Het laboratorium van de gerechtelijke politie van Brussel zou er zich vol overtuiging op gooien en vele tientallen vingerafdrukken ontdekken in de wagen, op het koetswerk, op een plastiek zak die in de wagen werd gevonden en op de autokrik die uit de gereedschapstas gehaald werd. Men vond ook bloedsporen en minder opvallende maar even waardevolle indicaties, zoals bijvoorbeeld een blonde haar. De doders hadden hun wagen achtergelaten in Eigenbrakel, op een weg die uitkomt op de chaussée d'Alsemberg, bijna ter hoogte van huisnummer 404 en dus niet ver verwijderd van de Delhaize supermarkt die twee jaar later, op 27 september 1985, het terrein zou worden van een slachtpartij waarbij drie slachtoffers vielen. Ook de garage Jadot waar de wagen iets meer dan drie maanden eerder gestolen werd was niet ver af. De slachtpartijen spelen zich dus tot nog toe af op een zeer kleine oppervlakte. Volgens destijds gemaakte vaststellingen, zouden de moordenaars met hun Saab rechtsomkeer gemaakt hebben nadat ze de Mercedes achtergelaten hadden op rijksweg 5. De Saab zou dan naar rechts gedraaid zijn, op een alleen door insiders gekende wegel, en aldus zijn de vluchtelingen erin geslaagd op de chaussée d'Alsemberg, aan de andere kant van de gemeente, te geraken. Daar lieten ze de onbruikbaar geworden wagen achter. In de koffer vond men de kilo's koffie en de vijftig liter olie die in de Colruyt van Nijvel waren gestolen. De Saab 900 turbo was voorzien van een valse nummerplaat, SX967. Sedert 8 juni, de dag dat de wagen werd gestolen, had het voertuig zoals bekend, 1227 kilometer afgelegd. De turbo-motor had de geest gegeven en hoger dan de derde versnelling raakte men niet meer. In de wagen vonden experts bloedsporen terug, maar geen aanwijzingen van de twee pistolen van kaliber 7.65 mm - twee FN-wapens met registratienummer N3452G71 en NA1200235 - die werden ontfutseld aan de twee rijkswachters van Nijvel op de parking van de Colruyt. Geen spoor ook van een UZI-machinepostool dat aan de Colruyt van Nijvel uit de politiewagen werd gestolen. Zoals gemeld, werd de stereo-installatie, die zich oorspronkelijk in de Saab bevond, gedemonteerd. De boeven namen ook nog twee gechromeerde ronde Cibié-mistlichten mee en een dubbeltonige claxon voorzien van een batterij van zes volt. In de koffer van de wagen hadden de doders een kakigroene benzinebus van 10 liter geplaatst. Op de bus met de metalen schenktuit stond het jaartal 1977 gedrukt. De onderzoekers verspreidden een foto van de bus via de pers. Een automobilist herinnerde zich dat hij van de zomer op de autosnelweg hulp had verleend aan mensen met autopech en bij hen een bus had achtergelaten die sterk geleek op degene die in de Saab werd teruggevonden. Niet meer dan een zwak begin voor een onderzoek, net als het haar van 4.3 cm dat de experts in de wagen vonden. Vooraleer de Saab in de steek te laten, probeerden de doders van de Colruyt van Nijvel de wagen in brand te steken door een salvo van een riotgun in de benzinetank te jagen, maar ze slaagden niet in hun opzet. De doders waren waarschijnlijk niet van plan geweest hun wagen in Eigenbrakel achter te laten. Dat deden ze omdat de wagen niet meer dan 70 km per uur kon halen, omdat een zuiger gebroken was en achteraan rechts een band lek geslagen was. De gangsters hebben zelfs geprobeerd een nieuw wiel te steken, aangezien ze de later vlakbij de Saab teruggevonden krik uit de gereedschapstas haalden. Het reservewiel van de wagen werd teruggevonden in een nabijgelegen woning. Bij onderzoek naar de Saab 900 turbo waren de experts verrast toen ze vaststelden hoe de moordenaars van Brabant de wagen voorbereid hadden voor hun bloedige expedities. Om de wagen zo anoniem mogelijk te maken, hadden ze alle kenmerkende tekens verwijderd, het windscherm, de radio-antenne op de wagen, de hoofdsteun, de veiligheidsriemen en zelfs de verstralers die op het radiatorrooster stonden. Het gat in de antenne werd zorgvuldig dicht gestopt en achteraan de auto werden de lampjes van de stoplichten geïsoleerd door middel van plakband. Onderin de motor werd een elektrische montage zodanig aangepast, dat gedurende korte tijd nog sneller kon worden gereden. Specialistenwerk! Bekend is, dat de groep zich dan naar het kruispunt Mont Saint-Pont begaf, waar een Seca-station gelegen is. De moordenaars zouden zich toegang hebben verschaft tot de toiletten om aan wc-papier te geraken, zonder twijfel ter verwijdering van vetplekken en sporen van bloed afkomstig van de lijken van Elise Dewit en Jaqcues Fourez die ze verschillende meters hebben versleepd. Hoe zijn de doders erin geslaagd spoorloos te verdwijnen? Mysterie. Een speurdershond die bij de Saab gebracht werd, leidde de rijkswachters tot aan het kruispunt van Mont Saint-Pont, maar daar hield het spoor op. Hoe zijn ze van het kruispunt weggeraakt in een sector die gonsde van de rijkswacht en de politie? Nog voor dageraad werd een klopjacht georganiseerd rondom de 'Diable Amoureux' waarvan de eigenaar meende twee silhouetten ontwaard te hebben. Men voerde klopjachten uit op een campingterrein. Alles zonder resultaat. De onderzoekers veronderstellen dat er een derde wagen geweest is. Deze moet de door autopech getroffen moordenaars vervoegd hebben op het kruispunt van Mont Saint-Pont. De moordenaars zouden in radioverbinding gestaan hebben met medeplichtigen die er zouden in geslaagd zijn de wegversperringen in Waals Brabant te omzeilen, waarschijnlijk door het beluisteren van de berichten van de ordediensten via de walkie-talkie die ze hadden ontvreemd op de Colruytparking na de moord op wachtmeester Marcel Morue. Verschillende getuigen hebben beweerd dat ze omstreeks 4u15 een oude Mercedes taxi opgemerkt hebben die gedurende een tiental minuten stilstond, niet ver van de plaats waar de Saab 900 turbo gevonden werd. De houding van de taxichauffeur was hun verdacht overgekomen. De politie denkt dan ook dat de moordenaars misschien konden ontkomen aan boord van deze zwarte taxi, die voorzien was van een taxiteken maar verder geen enkel onderscheidingsteken droeg, zelfs geen zelfklever met de naam van de eigenaar of de firma. De Mercedes werd bestuurd door een man van zo'n dertig jaar, met krullend haar en snor. Hij was vergezeld van een jonge vrouw met blond, kort geknipt haar. Een andere ooggetuige heeft het ook over een voorbijkomende BMW. In elk geval ging de vluchtweg die nacht niet richting Borinage, maar richting Brussel. De politie registreerde ook de verklaringen van agent Lemal die zich gedurende de schietpartij aan boord bevond van de Golf van de politie van Eigenbrakel. De politieman preciseert dat een van de daders van de moordpartij, die hij zag toen hij een riotgun op hem gericht hield, zwart achterwaarts gekamd haar en een kalend voorhoofd had. De autopsie van de lijken van Mevr. Dewit en zakenman Jacques Fourez zou aan het licht brengen dat beiden door meerdere kogels in het hoofd werden getroffen, afgevuurd door een pistool kaliber .22 LR, een wapen dat ook gebruikt werd in december in de Auberge du Chevalier, in januari bij de moord op taxichauffeur Constantin Angelou, in juni bij het neerknallen van de Duitse herdershond van de garage Jadot en in de nacht van 8 op 9 september, bij het neerkogelen van de huisbewaarder van het textielbedrijf Wittock-Van Landeghem. Een riotgun kaliber 12 die in Nijvel gebruikt werd, had al gediend in Temse en de kogels die de onderzoekers een maand later in de Delhaize van Beersel en in november 1985 zullen vinden, werden afgevuurd door hetzelfde wapen. Behalve het wapen van rijkswachter Lacroix werden in de Colruyt nog vier andere wapens gebruikt: een 357 magnum revolver, een 9 mm pistool van kaliber 7.65 en een Colt 45 die ook zal gebruikt worden bij de dubbele moord in Anderlues. Dit wijst erop dat de moordenaars voor het uitvoeren van een overval van 22.070 frank beschikten over zeven wapens, misschien zelfs meer. Met hoevelen waren deze killers? met zijn drieën, vieren of vijven? Nog vele andere vragen bleven onbeantwoord. Ging het in de Colruyt van Nijvel om gewone inbrekers die, doordat ze verrast werden, slechts koffie en pralines konden stelen? Of was de werkelijke drijfveer eerder het uit de weg ruimen van het paar dat terugkeerde uit Parijs? Het luidt geen twijfel dat de onderzoekers af en toe verrast waren bij het doorzoeken van het verleden van Jaqcues Fourez en Elise Dewit. Maar bij nader toezien zijn de onderzoekers nu toch eerder van mening dat Jaqcues Fourez en zijn vriendin zich wel degelijk per toeval in de buurt van de Colruyt ophielden en dat ze zonder precieze reden werden neergekogeld. Eenvoudigweg omdat ze er op dat moment waren en omdat ze de inbrekers verrasten die geen getuigen wensten achter te laten. Het paar kwam terug uit Parijs waar ze het uitgevoerde verfwerk in een huurappartement waren gaan bekijken en controleren. Christel, de dochter van Mevr. Dewit, weerlegt de veronderstelling dat haar ouders de gewoonte hadden hun wagen te laten voltanken aan het benzinestation van de Colruyt in Nijvel. Jaqcues Fourez was zeer vertrouwd met zijn wagen en diens verbruik. Men beschrijft hem als een vrij mysterieus personage, vrijgezel, ingeschreven in Menen en in het geheim al een tiental jaar samenlevend met Elise Dewit. De van nature goedmoedige maar in zaken keiharde Fourez was de beheerder van een bouwmaatschappij, hij hield zich bezig met een keten van kleine warenhuizen, stond in contact met grote voedingsbedrijven, verhuurde gemeubelde appartementen en was vennoot in een pralinebedrijf en in een koffiezaak. Zijn gezellin, Elise Dewit, was eigenares van haar appartement, een hotel in Brussel en een woning in Knokke. Enkele uren vooraleer de slachtpartij op de parking van de Colruyt van Nijvel zou plaatsgrijpen, waren achtendertig gevangenen ontsnapt uit de gevangenis van Doornik. Onder deze gevangenen bevond zich een zekere Philippe De Staerke, een oud legionair, toendertijd heel wat minder beroemd dat zijn grote broer Leon, bekend onder de bijnaam 'Petit leon'. Deze Petit Leon was gedurende acht maanden lastig gevallen, nadat in het begin van de herfst 1980 drie lijken gevonden waren in een sparrenbos in Sint-Genesius-Rode. Vroeg in de morgen van zaterdag 17 september wordt over de ontsnapping van de achtendertig gevangenen nog nauwelijks gerept. In de streek heerst dan grote verslagenheid en voor het eerst in de sinistere sage van de slachtpartijen in Brabant gewagen sommigen van een doldrieste Bende van Nijvel. Nooit eerder vertoond in de misdaadgeschiedenis. Uit het niets opgedoken boeven ruimen koelbloedig getuigen uit de weg, of het nu om vrouwen of om rijkswachters gaat. Pas door het bloedbad van Nijvel kwam de pers tot de vaststelling dat in Waals Brabant de voorbije weken verscheidene nooit opgehelderde geweldplegingen plaats hadden gegrepen en begon men zich af te vragen of deze gewelddaden door dezelfde personen waren gepleegd. Op slag stelt de pers zich vragen over wat de gerechtelijke autoriteiten, die sedert de bloedige overval op wapenhandel Dekaise in Waver in september 1982 ter plaatse trappelen, uitrichten. De gerechtelijke autoriteiten zelf stellen vast dat ze opgescheept zitten met de meest ingewikkelde misdaadzaak die het gerecht in de voorbije jaren op te lossen kreeg. Een van de onbelangrijke details die de onderzoekers na de slachting van Nijvel vaststellen, is dat Jacques Fourez regelmatig een bezoek bracht aan het gastronomisch restaurant van Ohain, in Brussel bekend als 'Au Trois Canards'.
Vrijdag 23 September : Paul Latinus levert de namen van de twee moordenaars op een presenteerblaadje aan commissaris George Marnette van de gerechtelijke politie van Brussel. Op 23 september 1983, wanneer hij een omstandige verklaring aflegt over de structuur en de werking van zijn organisatie, verklaart Latinus aan Marnette dat Marcel Barbier, geholpen door Eric Lammers ? bijgenaamd 'Het Beest' ? de dubbele moord in Anderlecht gepleegd heeft. De volgende dag ondervraagt de commissaris Marcel Barbier die vrijwel onmiddellijk doorslaat, hij bekent dat hij een van de twee daders is. Vervolgens begint Barbier een kat-en-muisspelletje met de justitie. Op 16 november trekt hij zijn verklaringen in en begin 1984 legt hij opnieuw verklaringen af die hij later zal intrekken. Ondertussen wordt duidelijk dat Latinus en diens geestelijke vader Karl de Lombaerde van buiten de gevangenis nog steeds een grote invloed op Barbier uitoefenen. Enkele weken na de eerste bekentenissen van Barbier vertellen de moeders van Barbier en Libert aan onderzoeksrechter Lyna dat ze hun zonen tijdens de bezoeken in de gevangenis code-boodschappen hebben doorgespeeld vanwege Latinus en de Lombaerde waarin de gevangenen het bevel kregen alles te bekennen. Hierover ondervraagd, geeft Latinus overigens onmiddellijk toe dat hij via die weg de code 'L'oncle de Michel était mort' doorspeelde. Over manipulatie gesproken, op 20 september noteert Le Soir-journalist René Haquin uit de mond van Latinus: 'Tu verras, pendant la suite de l'enquête, on essayera de mettre sur le dos de Marcel Barbier un double assassinat commis à Bruxelles l'année dernière et resté impuni.' Het codebericht van Latinus komt Barbier op 22 september in de gevangenis onder ogen, op 23 september pakt Latinus bij commissaris Marnette uit met de namen van de moordenaars en op 24 september legt Barbier volledige bekentenissen af. Barbier geeft toe dat hij de fatale schoten op Arcoulin en Vandermeulen heeft gelost. Zowel Barbier als Latinus beweren dat Eric Lammers de beide slachtoffers met een commando-dolk de keel heeft overgesneden. Bovendien zou het duo gevlucht zijn in de auto van Lammers.
Zaterdag 24 September : Op 24 september 1983 maakt de pers, bij monde van Philippe Robert, bekend dat de onderzoekers nu in het bezit zijn van een lijst van acht andere moorden die door de Bende gepleegd werden. Een bende die niet aarzelt valstrikken te spannen voor politie en rijkswacht en die elke verbeelding tart. Nog verontrustender is dat deze daden niet te rijmen vallen met de soms belachelijke buit die de bende zich toeëigent. De bandieten schakelen enorme middelen in. Door de overval van 10 september, op het textielbedrijf Wittock-Van Landeghem in Temse hebben de moordenaars nu ook nog zeven kogelvrije vesten bemachtigd. Het land wordt uitgekamd, tipgevers worden geraadpleegd en alle sporen worden nagetrokken door de gerechtelijke autoriteiten die in het allernoodzakelijkste moeten voorzien. Op zekere avond meent de gerechtelijke politie van Nijvel te weten dat de moordenaars zouden samenkomen in Genval, in het gehucht Le Petit Château. Deze informatie wordt ernstig genomen. Op de afspraak zouden moeten aanwezig zijn: een zekere Roger Van de Waele, een meisje luisterend naar de voornaam Christiane, de genaamde Gerard De Wilde, die verondersteld wordt de moordenaar te zijn van de huisbewaarder van Temse, en drie jongens waarvan men alleen de voornamen, Marcel, Henri en Christian, kent. Toezicht wordt georganiseerd. Natuurlijk tevergeefs. Andere sporen leiden naar Alain Moussa en Patrick Moïse, twee beroemde namen in het Brusselse milieu van prostitutie en drughandel. Op het parket van Brussel laat eerste substituut Pierre Erauw aan rechter Wezel een dossier overmaken waarin hij aanstipt dat volgens inlichtingen ingewonnen door de rijkswacht, de moordenaars van het Brabantse zouden bestaan uit een organisatie luisterend naar de naam 'Zwarte Vesten' ...
Oktober : Ondanks de zware politieke druk zet de 'Belgian Practical Shooting Association' door. De federatie besluit tot de uitsluiting van alle leden van de 'Phenix', de Practical Shooting-club van Bultot, uit haar lijsten. Onder de leden bevinden zich verschillende eminente leden van 'Forces Nouvelles'. Het is duidelijk dat de federatie, en meer bepaald bestuurder D., angst heeft betrokken te raken in een schandaal van kolossale politieke afmeteingen. De uitsluiting gebeurt via kortgeding. Onmiddellijk richt Bultot een nieuwe club op, de 'Impact Shooting Club'. De meeste extreemrechtse personen uit zijn entourage treden toe tot de nieuwe club. D., leider van de 'Belgian Practical Shooting Association' en lid van de gerechtelijke politie van Luik, laat het hier niet bij. In oktober 1983 maakt hij een vetrouwelijk rapport op op over de verdachte activiteiten van Jean Bultot. Centraal in het rapport staat nachtclub de 'Jonathan, gelegen aan de Maurice Wilottestraat in Sint-Gillis. In dit rapport, dat D. overmaakt aan de gerechtelijke politie te Brussel en aan de Staatsveiligheid, brengt hij het milieu ter sprake waarin de adjunct-gevangenisdirecteur van Sint-Gillis zich 's nachts beweegt. Een van de eersten die het rapport leest, is Bultot zelf, die het doorgespeeld kreeg vanuit parketkringen in Brussel. De 'Jonathan' werd op dat moment geleid door Pierre-Paul De Rycke, lid van 'Forces Nouvelles' en een van de beste vrienden van Bultot. Vroeger al was de 'Jonathan' ter sprake gekomen in gerechtelijke kringen. Voor het inwinnen van informatie deed D. voornamelijk beroep op een gewezen lid van de 'Impact Shooting Club' van Bultot. In de 'Jonathan' werden vrouwen verplicht zich te prostitueren. Bij weigering werd hen een boete opgelegd. Er werd eveneens heroïne verhandeld. De Rycke stond in permanent contact met eminente leden van 'Forces Nouvelles'. De 'Jonathan' was niet meer of niet minder dan hun hoofdkwartier. Sommige van de bezoekers kwamen gewapend. Onder hen waren militairen in actieve dienst, die hun dienstwapens meebrachten. Op een dag kwamen ze met een FAL en een Russisch aanvalsgeweer binnen. In bepaalde omstandigheden werd de veiligheid van de club verzekerd door leden van het Front de la Jeunesse. Deze veiligheidsagenten werden geleid door Francis Dossogne. In de 'Jonathan' werden regelmatig pornospektakels georganiseerd. Zo ging er ondermeer ooit een avond door van 'Rock and Roll dans le confiture', waarbij de bezoekers zich met bijzonder weinig om het lijf door de rode bessengelei wentelden. De Rycke nam, aldus het rapport, van deze manifestaties scabreuze foto's, om chantage te kunnen plegen op de gefotografeerden. Onder de gefilmde personen bevond zich eveneens Bultot, tijdens zo'n confituurnacht. De Rycke zou de videocassette hebben bijgehouden, ondanks het feit dat Bultot zijn vriend was. Kolonel Sack van de Deltacel onthulde aan de Bendecommissie bis dat 'Frans Reyniers regelmatig werd gesignaleerd in de Jonathan'.
Zaterdag 2 Oktober : 'Au Trois Canards', een restaurant dat in de diepte van een vallei genesteld ligt, niet ver van de roemruchte Leeuw van Waterloo en het klooster van Notre-Dame de Fichermont, gelegen beneden Ohain in Waals Brabant.'Au Trois Canards', met zijn gepleisterde gevel en lantaarntjes, heeft een goede reputatie in heel Waals Brabant. Een vermaardheid die tot in Brussel reikt. De herberg wordt sedert een tiental jaar uitgebaat door een echtpaar uit Sint-Lambrechts-Woluwe, mijnheer Jacques Van Camp en zijn echtgenote. De nacht van vrijdag 1 op zaterdag 2 oktober 1983, een uur 's morgens. De laatste klanten hebben 'Au Trois Canards' verlaten als twee gewapende mannen in het restaurant opduiken. Ze dragen carnavalsmaskers, drukken zich in het Frans uit en brengen iedereen direct aan het verstand dat ze op de grond moeten gaan liggen. Een kok, die meent dat het om een grap gaat, aarzelt. Twee of drie schoten in de koelkast nemen de aarzeling vlug weg en iedereen ligt plat op de grond. Positie die overigens een van de getuigen toelaat, vast te stellen dat een van de daders zware legerschoenen draagt. Met uitzondering van de baas van het restaurant ligt iedereen uitgestrekt op de grond. De boeven dwingen Jacques Van Camp naar de parking van het restaurant. Men kan wat toen gebeurde niet exact reconstrueren. Maar alles wijst er toch op dat de restauranthouder gedwongen werd de sleutels af te geven van de Golf GTI van Cathérine, zijn zeventwintigjarige dochter. In het restaurant 'Au Trois Canards' heeft men dan een schot gehoord, gevolgd door het ronken van de motor en het geknars van banden van een of twee auto's die in de nacht verdwenen. Het negende slachtoffer van de Bende van Nijvel, Jacques Van Camp, werd met een nekschot afgemaakt. Hij werd op 13 januari 1924 in Ganshoren geboren. Bij de politie was hij alleen bekend omdat hij enkele maanden tevoren aangifte had gedaan van de diefstal van zijn Porshe die voor zijn woning in de Avenue de Broqueville in Sint-Lambrechts-Woluwe geparkeerd stond. Vele jaren al vragen de onderzoekers zich af of de komst van de moordenaars in 'Au Trois Canards' alleen aan toeval te wijten is. De ontvangsten van het restaurant werden niet geroofd en de moordenaars hebben op geen enkel moment geprobeerd dat geld te stelen. Voor het eerst en voor het laatst doden de moordenaars om een wagen te bemachtigen. Tientallen politielui hebben zich over het cliënteel van het restaurant gebogen. Ze ontdekten namen van personen die betrokken waren bij de zaak Mendez en bij die van Patrick Haemers, een boef die ervan verdacht werd in november 1985, drie dagen voor de slachtpartij in de Aalsterse Delhaize, een door twee mensen bemande transportwagen van de Regie der Posterijen in de lucht te laten vliegen. Patrick Haemers wordt er tevens van verdacht eind juli 1986, bij een overval op een geldtransport in het Brusselse, een agent van de firma Securitas met een kogel in de mond afgemaakt te hebben. De jonge man die bij deze hold-up werd neergekogeld, was de neef van de bazin van de 'Diable Amoureux', de algenoemde louche bar in Eigenbrakel. Door de moord op de baas van de herberg Au Trois Canards, beschikten de moordenaars in elk geval over een nieuwe parate wagen, een rode Golf GTI met zwarte strepen op de zijkant, nummerplaat FGK 991 en uitgerust met verstralers Cibié. Op de voorruit van de VW Golf, waarvan het signalement verspreid wordt aan alle politie- en rijkswachtposten van het land, staat een zelfklever met de tekst 'I Love Australia'. Het klassiek onderzoek start ter plaatse. De zeven getuigen worden gehoord, autopsie van het lichaam van Van Camp, expertise van de kogels, onderzoek van de aanwijzingen. Onder die aanwijzingen, een merkwaardige licht beige Burberry-regenjas, maat 52, waarvan men destijds beweerde dat een bendelid hem in het restaurant vergeten had. Dit spoor werd niet verwaarloosd en verscheidene rechercheurs gingen op zoek naar de winkel waar de regenjas vandaan kwam, een winkel die uiteindelijk in Brussel teruggevonden werd. Men registreert ook de nauwkeurige beschrijving van een carnavalsmasker dat in 'Au Trois Canards' gezien werd, een masker dat een oude man met een blauw oog en scheve tanden voorstelde ... Zeven personen woonde de hold-up in Ohain bij. De heer Jacques Van Camp was vroeger architect en had nu een oude droom verwezenlijkt, zich stilletjes uit de zakenwereld terugtrekken en samen met zijn vrouw een restaurant overnemen. Volgens deskundigen was de kogel van 7.65 mm, die in de nek van het slachtoffer was geschoten, afkomstig van een van de twee gestolen dienstpistolen van de rijkswachters die op 17 september op de parking van de Colruyt in Nijvel werden aangevallen. Dit ballistisch detail gaf nog meer vaart aan de affaire van de Bende van Nijvel en leidde in de pers tot vragen omtrent de onmacht van de politie in Waals Brabant, maar nog meer tot de vraag wie de volgende slachtoffers zouden zijn ...
Maandag 4 Oktober : Op 4 oktober wordt ook Eric Lammers, die is ondergedoken in het vervallen fort van Dave, aangehouden. Lammers legt echter nooit bekentenissen af. Aanvankelijk vermoedt de justitie dat Lammers naar het buitenland is gevlucht. Lammers is een verwoed bergbeklimmer en verblijft geregeld in de buurt van Chamonix. De speurders achten het daarom niet uitgesloten dat de gezochte WNP'er in de Franse Alpen een schuilplaats gevonden heeft. Volgens de ouders van Eric Lammers is hun zoon wel degelijk vetrokken naar Chamonix. Onderzoeksrechter Lyna stuurt bijgevolg op 29 september 1983 een rogatoire commissie naar de Haute Savoie. In het document waarin de taak van de rogatoire commissie wordt omschreven wijst de onderzoeksrechter erop dat er zich in de streek van Waals Brabant 'gedurende het voorbije jaar analoge gewelddadige feiten hebben voorgedaan waarin de organisatie waarvan Barbier en Lammers lid zijn, zou kunnen betrokken zijn'. Dit is een duidelijke verwijzing naar de eerste terreurgolf van de Bende van Nijvel, waarbij de meeste slachtoffers in het hoofd werden geschoten en vooral ook naar de bijna rituele moord op José Vanden Eynde, de conciërge van de Auberge du Chevalier in Beersel.
Maandag 4 Oktober : De rijkswacht zet haar zoekactie naar de Bende op haar eentje verder alsof de justitie niet te vertrouwen is. Op 4 oktober 1983 richt rijkswachtcommandant Beaurir zonder overleg met de justitiële autoriteiten een speciaal team op, dat gebruik mag maken van onorthodoxe onderzoeksmethoden om de Bende te ontmaskeren. Majoor Maurice Gilbert, de chef van de groep Dyane, krijgt de leiding van het team. Hij wordt geassisteerd door een officier en twee onderofficieren. Kolonel Peter Berckmans, de gebiedscommandant van Brabant, zit op 5 oktober de eerste vergadering voor. Het speciale rijkswachtteam verdenkt de Borains ervan betrokken te zijn bij de overval op de Delhaize van Genval. De verdenkingen berusten hoofdzakelijk op het feit dat de Rüger P38 volgens deskundige Claude Dery gebruikt zou zijn bij de roofoverval. De rijkswacht doet alle mogelijke moeite om haar onderzoek geheim te houden. Ze maakt zelfs geen pv's op van de geheime vergaderingen en onderzoeksactiviteiten van het speciale team, waaraan verscheidene BOB'ers uit Bergen meewerken. Het is een sprekend voorbeeld van de eigengereidheid van de rijkswacht, die zich boven de justitie verheven acht.
Donderdag 7 Oktober : Het antwoord liet niet lang op zich wachten, en weerklonk als een uitdaging. De daarop volgende vrijdag is de Bende van Nijvel opnieuw in Beersel, waar tien maanden eerder de oude huisbewaarder van de Auberge du Chevalier gefolterd werd. Na het bloedbad van Temse waar kogelvrije vesten gestolen werden, na de slachtpartij voor een beetje koffie en whisky in de Colruyt van Nijvel, en na de bloedige maskerade in 'Au Trois Canards' voor een Golf GTI, duiken de doders nu op in een Delhaize in de Brusselse agglomeratie. Ze zaaien er dood, waarbij ze nog een beter uitgewerkte overvaltechniek aanwenden, die doet denken aan de moordpartijen die twee jaar later in Eigenbrakel, Overijse en Aalst zullen plaatsvinden. In zekere zin is dit een sinistere algemene repetitie. Die vrijdag, 7 oktober 1983, is het tussen 19u30 en 19u40 als hun zwarte Golf GTI op de parking stopt. Om de ontvangst van de dag te kunnen bemachtigen gijzelen ze een student, maken ze de directeur af en verwonden twee caissières en een klant. Hun wapens? Een vikingbijl en een riotgun. Munitie? Winchesters Western kaliber 12, die negen of twaalf kogels, elk overeenkomend met een projectiel van 9 mm, waaiervormig uitspuwen. De killers zijn met drieën in de Delhaize. Hun gezicht gaat verborgen achter carnavalsmaskers met menselijke gelaatstrekken en op het hoofd dragen ze mutsen. Een van hen, die een masker met een grote neus draagt, duwt met de loop van zijn geweer Daniel Heysselaer voor zich uit. Daniel Heysselaer studeert geneeskunde en in de vakantieperiodes werkt hij om zijn studies te bekostigen. Zijn werk bestaat erin de boodschappenwagentjes van het warenhuis op te halen en terug te rangeren. De bandiet duwt hem het magazijn binnen, dwingt hem op de knieën voor een van de kassa's en, de loop nog steeds in de nek, wordt hij verplicht naar de vloer te kijken. De jongeman zal later verklaren hoe de man hem op de parking van de Delhaize in de kraag gegrepen had. Die man wordt door twee gemaskerde gangsters gevolgd. Ze dragen handschoenen en een van hen beiden heeft ook een bijl in de hand. Een eerste schot wordt vlakbij de kassa's afgevuurd en Anne Timmermans, een twintigjarige caissière, wordt licht aan de schouder gewond. De moordenaars geven in het Frans enkele bevelen en verplichten onder meer twee bedienden om het geld uit de elf kassa's in te zamelen. Op dit moment duikt de directeur van de supermarkt op, op zoek naar een verklaring voor het geschreeuw dat hij heeft gehoord. Freddy Vermaelen komt uit zijn bureau, loopt snel voorbij de afdeling patisserie en ter hoogte van de eerste kassa, ziet hij de nog altijd in tweeën geplooide student die met de loop van een wapen in de nek in bedwang wordt gehouden. Freddy Vermaelen heeft dan de armen wijd geopend, alsof hij de boeven wou vragen toch te kalmeren en de jongeman met rust te laten. Hij blijft zich naar de student toe voortbewegen. Maar een gangster, die hem volgde en die hij daarom misshien niet opgemerkt heeft, heft het wapen en schiet zonder aarzeling. De beheerder van de supermarkt wordt door de grove hagel neergemaaid. Geraakt aan de onderkaak, stort hij dodelijk getroffen in elkaar. Twee caissières en een 58-jarige klant, Viktor De Decker, worden elk door een projectiel getroffen. De gangster met het masker met de grote neus blijft in de verkoopruimte, nog steeds met de student als gijzelaar, en zijn twee medeplichtigen profiteren daarvan om zich naar het bureau van de ongelukkige directeur te haasten. Daar laten ze zich de brandkoffer openen en in een rode plastiek zak en een groen zakje, worden cheques en geld meegraaid. Telefoondraden worden met bijlslagen doorgehakt. De twee individuen voegen zich dan bij de man met het masker met de grote neus, die nog steeds de student bedreigd met zijn riotgun. Dan verlaat het trio de supermarkt, de jonge man tot aan hun wagen meevoerend. Heel even wordt gevreesd dat de moordenaars hun gijzelaar bij zich hadden gehouden. Maar Daniel Heysselaer wordt uiteindelijk vlakbij de Delhaize teruggevonden. Hij was in shocktoestand, kon zich zijn naam niet meer herinneren en was dus zeker niet in staat de politielui te helpen bij hun onderzoek. Als de eerste hulpdiensten bij de Delhaize van Beersel arriveren, wordt hun pad gekruist door klanten van de supermarkt die vluchten, als spoken in de nacht, geterroriseerd en verbijsterd. Korte tijd later, maar het leek wel een eeuwigheid, komt Mevr. Vermaelen aan, druk omringd door bedienden. De teneergeslagen dame blijft lange tijd bij het lichaam van haar man. Freddy was op eigen kracht opgeklommen in de onderneming. Hij was een gezaghebbend lid geworden van de commissie die zich in de schoot van de Delhaize bezighield met kwesties die met veiligheid te maken hebben. Het bedrag van de buit wordt op een miljoen frank geschat. Het duurt twee dagen vooraleer de onderzoekers dichtbij de Delhaize, de achterbank van de door de killers gebruikte zwarte VW Golf GTI ontdekten. Twee maand later zou men vaststellen dat het in feite ging om de, herspoten, rode Golf die tot oktober had toebehoord aan de dochter van de baas van 'Au Trois Canards'. De wagen droeg valse nummerborden met daarop onder meer de letters 'A' en 'N'. In de Delhaize vindt men geen enkele vingerafdruk. Want de gangsters droegen handschoenen. Onderzoeksrechter Guido Bellemans, die aanvankelijk met het onderzoek belast wordt, laat volgende drie signalementen verspreiden: een individu was 1m75 groot, de twee anderen bijna 1m90. Voor het eerst is zo duidelijk sprake van reuzen, met zo'n indrukwekkende schouderbreedte dat men mag aannemen dat ze aan body-building doen. Om hun silhouet te veranderen en het mysterie nog te vergroten, droegen alle drie de doders lange donkere kapmantels. In de pers breekt een storm los. De doders kunnen door niets meer gestopt worden. Ze duiken op waar en wanneer ze willen en verdwijnen met ontstellend gemak in het niets. Officieel is het onderzoek op een dood punt beland en het ziet ernaar uit dat daar geen verandering in zal komen. De onderzoekers hebben zich vastgewerkt. In België begint een panieksfeer te heersen.
11 Oktober : Het Brusselse parket treedt in actie tegen het WNP. Dat gebeurt nadat blijkt dat een lid van WNP betrokken is bij de moord op een koppel in de Herderliedstraat in Anderlecht. De Brusselse onderzoeksrechter Francine Lyna probeert het WNP-dossier bij de Staatsveiligheid in beslag te nemen, tevergeefs. Ze stuit op verzet van de administrateur-generaal van de Staatsveiligheid, Albert Raes. Wanneer ze enkele weken later toch het dossier van de Staatsveiligheid krijgt, schrikt ze op. Het bestaat uit welgeteld een bladzijde. Ook later, bij het verhoor van administrateur-generaal Raes, zal zij bot vangen. De top van de Staatsveiligheid probeert bewust het onderzoek naar WNP te saboteren.
13 Oktober : Op dinsdag 13 oktober publiceren de directies van alle Belgische supermarkten in alle kranten een gezamenlijke pagina-grote advertentie met de volgende tekst: 'De directies van de supermarkten en de grootwarenhuizen van België, hevig ontsteld om de wrede moordaanslag op dhr. Freddy Vermaelen, neergeschoten tijdens het uitoefenen van zijn functie, in de hold-up die op vrijdag 7 oktober 1983 werd gepleegd in de Delhaize De Leeuw van Beersel, doen een dringende oproep tot het publiek : Een globale vergoeding van 10 miljoen frank wordt aangeboden aan degenen die inlichtingen verschaffen die bij zullen dragen tot de identificatie en arrestatie van de daders van deze onaanvaardbare aanslag.' De oproep levert geen enkel bruikbaar resultaat op. Voor de onderzoekers wordt het steeds duidelijker. Dit zijn geen gewone misdadigers. Het nutteloze geweld staat in geen enkele verhouding tot de buit. Bovendien gedragen de gangsters zich als goedgetrainde moordcommando's die blijkbaar op geen enkel moment hun koelbloedigheid verliezen. Lange tijd hoopt men dat tipgevers uit het milieu enige opheldering zullen kunnen verschaffen. Het traditionele gangstermilieu staat om begrijpelijke redenen immers bijzonder huiverig tegenover het neerschieten van politiemensen. Zelfs de uitgeloofde beloning van 10 miljoen brengt de onderwereld niet aan de praat, zodat de overtuiging veld begint te winnen dat de Bende van Nijvel geen deel uitmaakt van het traditionele milieu. Deze doders zijn getrainde militairen of rijkswachters die deel uitmaken of uitgemaakt hebben van een of andere elitegroep, hoort men enkele speurders luidop denken. Para's, leden van de groep Dyane, avonturiers uit het Vreemdelingenlegioen, huurlingen, ... De Amerikaanse kranten hebben het over de Belgische 'ware house murderes'.
17 Oktober : Op 17 oktober 1983 komt de geheime onderzoekscel op de nationale staf in Brussel bijeen. Majoor Gilbert leidt de vergadering. Het speciale rijkswachtteam besluit de bende-Cocu nog intenser te schaduwen en op korte termijn op te rollen. De rijkswacht is nu wel verplicht Guy Wezel op de hoogte te brengen van haar bevindingen, want de onderzoeksrechter is nu eenmaal de enige die een bevel tot aanhouding kan afgeven. Wezel staat perplex. Hij voelt zich voor de gek gehouden door de rijkswacht, die gehandeld heeft alsof hij niet bestond. Hij kan zich niet aan de indruk onttrekken dat de BOB van Bergen het dossier zonder enige inspraak 'voorkookte' en met de Rüger P338 van Estiévenart knoeide. Dat wringt des te meer omdat de BOB niet eens een pv opmaakte van illegaal wapenbezit. Het lijkt wel een slechte politiefilm. Toch geeft Wezel na een gesprek met Claude Dery toestemming om de Borains een week lang te schaduwen. Drie dagen later meldt de rijkswacht dat Estiévenart onraad ruikt. Wezel wordt verzocht een aanhoudingsbevel af te geven, wat hij noodgedwongen doet. Jean-Claude Estiévenart wordt op 23 oktober 1983 ingerekend door de extreem-rechtse BOB'er Christian Amory.
22 Oktober : In de pers wordt op 22 oktober onthuld dat een wapendepot is ontdekt in de buurt van Antwerpen. De eerste resultaten van het onderzoek wezen erop dat minstens een gedeelte van de wapens die in de bergplaats werden gevonden afkomstig zijn van de overval op wapenhandelaar Dekaise in Waver in 1982. Die overval kostte het leven aan een politieman. Het wapendepot zou ook deel uitmaken van een uitgebreid Belgisch-Bulgaars netwerk van wapenhandel. Volgens sommige bronnen zou extreem-rechts direct met deze zaak betrokken zijn. De Franstalige radio en televisie preciseerde zelfs dat het wapen dat Ali Agça heeft gebruikt bij zijn aanslag tegen de Paus, afkomstig zou zijn van dit net. Een van de wapens dat de bende van Waals Brabant gebruikt heeft, zou eveneens afkomstig zijn van de overval op de wapenhandel in Waver. Er zijn steeds meer aanwijzingen voor de betrokkenheid van extreem-rechts bij het banditisme in Waals Brabant.
Vrijdag 28 Oktober : Het gerecht houdt de bende van de Borinage aan op verdenking van gewapende warenhuisovervallen. Men vraagt zich af of er links zijn met de Bende van Nijvel. Een dag later lekt het nieuws uit in de pers.
Zaterdag 29 Oktober : Dan, als een donderslag bij heldere hemel, komt de laatste zaterdag van oktober 1983. Die dag staat over de hele breedte van de voorpagina van een Brusselse krant dat drie personen, een paar uit Wasmes en een inwoner van Boussu ondervraagd zijn en in voorlopige hechtenis werden genomen door onderzoeksrechter Guy Wezel, de magistraat die in Nijvel belast is met het dossier van de slachtpartijen. Tegen de middag verspreidt de Procureur des Konings van Nijvel een verre van triomfantelijke communiqué, waarin hij de pers verzoekt geen overhaaste conclusies te trekken. Juist is, voegt hij hieraan toe, dat de verdachten aangehouden werden, maar het zou meer dan voorbarig zijn hen als beschuldigden te zien. De journalisten, die zich afjakkeren om meer te weten te komen, stellen vast dat politie- en rijkswachteenheden van Nijvel, Waver, Bergen, Brussel en Charleroi een niet aflatende activiteit ontplooien en dat de Procureur des Konings van Nijvel, Jean Deprêtre, zelf al verschillende nachten werkend doorgebracht heeft in de gevangenis. Zeker niet alleen om het met de directeur van die instelling te hebben over de problemen van de overbevolking in de gevangenis ... Mettertijd laten de autoriteiten andere personen arresteren maar worden nog anderen vrijgelaten. Naamlijsten doen de ronde. Een jonge vijfendertigejarige vrouw, Josiane Debruyne, zou aan de basis liggen van de valstrik waar haar echtgenoot, Jean-Claude Estiévenart, een failliet ondernemer van 38 jaar uit de Rue de la Louise in Wasmes, evenals een zekere Michel Cocu, gewezen politie-agent in Boussu, zijn ingelopen. De onderzoeksrechter heeft dan een zekere Michel Baudet laten arresteren, een werkloze kelner die inwoont bij zijn moeder op nummer 5 van de Rue de la Varese in Petit Hornu. Adriano Vittorio, een drieëndertigjarige Fransman, is voorlopig de vijfde en laatste naam die voorkomt op het lijstje van wat de onderzoekers al de 'filière boraine' noemen. Om er de spanning in te houden, geeft men te verstaan dat deze Vittorio een grote, fors, gebouwde en sterke kerel is, 1m84 groot en 120 kilo wegend, een voorkomen dat dus wel doet denken aan dat van de gangster van Beersel ... Voor het ogenblik spannen de verslaggevers, die op verzoek van het gerecht moeten zwijgen over de details van het onderzoek, zich vooral in om te begrijpen hoe de politie ertoe gekomen is in de Borinage te gaan snuffelen en aandacht te besteden aan deze vijf nogal onbetekenende individuen, waaronder enkelen die weliswaar al met het gerecht in aanraking kwamen, maar dan wel om vrij onbelangrijke misdrijven. Men verneemt dan dat de opwinding bij de onderzoekers, hun gevoel dat ze dichtbij de onthulling van het mysterie zitten, te maken heeft met de ontdekking van een wapen, een Sturm Ruger, type Police Service Six Stainless, kaliber 38, geregistreerd onder nummer 153-26696. De onderzoekers hadden sedert 20 mei 1983 een wapen van de Bende van Nijvel in hun bezit, een pistool dat een zekere Michel Cocu vier jaar voordien gekocht had in een wapenhandel in Bergen. Deze Ruger was in Brussel door commandant Dery onderworpen geweest aan een reeks ballistische experimenten. Deze expert meent dat dit wapen zonder twijfel werd gebruikt bij de hold-up in Genval op 11 februari 1983 en waarschijnlijk ook gediend heeft bij de hold-up in Halle. Dit heeft hij op 20 juli aan de gerechtelijke autoriteiten van Nijvel laten weten. Sedert een juli dus, werd een ongelofelijke reeks maatregelen getroffen om te voorkomen dat er iets naar de pers zou uitlekken. Terwijl de overvallen vermenigvuldigden waarbij in het arrondissement zes nieuwe slachtoffers vielen, hadden de onderzoekers in alle stilte het spoor gevolgd van diegenen die weldra de 'filière boraine' zouden vormen ... De eerste onthullingen van Michel Cocu komen er in de tweede helft van november. De 19de bekent hij samen met Michel Bauder en het paar Estiévenart deelgenomen te hebben aan de overval in Genval. Jean-Claude Estiévenart zou op de automobilist geschoten hebben, maar de beschuldigde ontkent dit hardnekkig. De ondervraging van Michel Cocu die de 24ste rond de middag begint, duurt tot de volgende morgen vijf uur. Een resultaat wordt geboekt. Cocu bevestigt zijn deelname aan de hold-up in Genval, zijn aanwezigheid bij de Delhaize in Ukkel en ? samen met Estiévenart, Baudet en Vittorio ? bij de bloedige strooptocht in de Colruyt van Nijvel waar een voorbijkomend paar en rijkswachter Marcel Morue werden afgemaakt. Na deze verklaringen en enkele details die dus in de loop van de nacht aan het licht waren gekomen, ondervragen de onderzoekers de schroothandelaar Robert Becker, en vier andere individuen. Het viertal wordt na verhoor terug in vrijheid gesteld, op 1 december 1983 nogmaals verhoord en tegen de middag in vrijheid gesteld. In Nijvel zijn gerechtelijke politie en rijkswacht ervan overtuigd op het goede spoor te zitten, maar ze beseffen maar al te goed dat het eind van hun inspanningen nog niet in zicht is. De zaak ziet er nog ingewikkelder uit dan men zich kon voorstellen, ondanks de aanhouding van deze verdachten en de bekentenissen die drie onder hen hebben afgelegd, blijven de vragen talrijker dan de steeds onvolledige antwoorden. Het mysterie van de Brabantse slachtpartijen is nog lang niet opgehelderd.
2 November : In Herstal vindt een overval plaats op het centrale postkantoor. De daders gaan aan de haal met een grote som geld. De buit bedraagt 9.480.000 frank. Patrick Haemers circuleert onder de verdachten. Dit staat te lezen in dossier 1.90 van onderzoeksrechter Laffineur.
5 November : In het restaurant Vieux-Liège in Brussel vind een geheime briefing plaats waar minister van Justitie Jean Gol vier journalisten brieft over de infiltratie van de Staatsveiligheid bij WNP.
10 November : Op 10 november wordt Een zekere Vincent Louvaert dood teruggevonden, de doodsoorzaak is een overdosis drugs. Niets speciaal op zich maar op 3 december '83 worden in een restaurant vier gewapende personen gearresteerd. Onder hen de zus van Louvaert en een zekere Francis van Binst. Van Binst verklaard aan de onderzoekers dat Louvaert betrokken was bij de Bende van Nijvel en dat hij actief heeft deelgenomen aan de overvallen. Vincent Louvaert zou samen met Jacques van Camp en Willy de Schepper de overval in Nijvel hebben uitgevoerd. Willy de Schepper is een garagehouder in Dilbeek en staat aan het hoofd van een bende die dure wagens steelt. In november '84 wordt hij daarvoor veroordeeld. Jacques van Camp is de restauranthouder van 'Au Trois Canards' in Ohain, die door de Bende word vermoord. Volgens Van Binst werd deze moord gepleegd door Louvaert en Robert Becker. Het was ook Becker die de tip gaf over de kogelvrije vesten in Temse. Zijn zus had in dat bedrijf een directiefunctie. En nog volgens Van Binst had Louvaert de wapens die gebruikt waren voor de moord op van Camp doorverkocht aan Maroun Hage, een Libanees.
Donderdag 1 December : De nacht valt als een grote mantel over Henegouwen. In Anderlues zien voorbijgangers uit de juwelierszaak in de Rue de la Station twee jonge meisjes met uitpuilende ogen stormen. Het is 18u40. De adolescenten hollen naar de directrice van de lagere school die de rijkswacht op de hoogte brengt. Het is nog geen 18u50 als de rijkswacht van Anderlues op nummer 80 van de Rue de la Station een moordpartij ontdekt die qua gruwelijkheid elke verbeelding tart. Minder dan een kwartier later wordt in het bos van Anderlues een in brand gestoken zwarte Golf GTI ontdekt. Het gaat wel degelijk om de Volkswagen die op 2 oktober gestolen werd in het restaurant 'Au Trois Canards' in Ohain en die zonder twijfel gebruikt werd bij de hold-up op de Delhaize in Beersel. Ondanks de arrestatie van Michel Cocu en Adriano Vittorio, worden nu aan de lange lijst een elfde en twaalfde slachtoffer toegevoegd. Jean Szymusik, 43 jaar, en zijn echtgenote Maria Krystina Slomka, 38 jaar, waren van Poolse herkomst en baatten de juwelierszaak van de Rue de la Station sedert een tiental jaren uit. Het echtpaar had twee kinderen, Sylvie, die toen zestien jaar oud was, en Carine, die net twaalf was geworden. Ze zaten net te studeren in een kamer boven de winkel, toen de feiten zich voordeden. Er waren geen klanten aanwezig. De vermoeide Maria Krystina rustte wat uit op de zetel in de woonkamer en haar echtgenoot beëindigde zijn job in zijn werkkamer, achterin het gebouw. De moordenaars waren ongetwijfeld met z'n drieën, maar het is mogelijk dat ze werden opgewacht door een vierde man aan het stuur van de Golf die ter hoogte van het magazijn stilstond. Twee of drie individuen begaven zich direct in de richting van de woonkamer. Maria Krystina ontwaakte uit haar sluimer en wou rechtstaan om de mensen die zij voor klanten aanzag te bedienen. Geen waarschuwing, geen enkel bevel. De overvallers hebben onmiddellijk het vuur geopend op de jonge vrouw, die door verscheidene kogels in de benen en de borst getroffen werd. Maria Krystina slaagde er nog in vijf of zes meter af te leggen vooraleer ze ineenzakte op het tapijt. De moordenaar ging naar het lichaam van de jonge vrouw toe en maakte haar af met drie kogels door het hoofd. Juwelier Jean Szymusik was kort voordien slachtoffer geweest van een eerste plundering en had daarom een pistool aangeschaft, ervan overtuigd dat een wapen hem ooit wel van pas zou komen. Szymusik had in zijn werkkamer de schoten in de huiskamer gehoord en had zijn kaliber 38 gegrepen om zijn vrouw te beschermen. De juwelier heeft de deur op een kier geopend en bevond zich gedurende een fractie van een seconde in een positie van waaruit hij de gangster die neergehurkt zat bij het lichaam van Maria Krystina kon neerkogelen. Een tweede man in de kamer heeft dan geroepen: 'Schiet, maar schiet dan toch.' De juwelier is zonder geluid ineengezakt. Een individu ging naar hem toe en maakt hem af met twee kogels door het hoofd. Dan is hij neergehurkt en heeft hij het wapen, een Arminius speciaal kaliber 38 met registratienummer 581479, uit zijn handen gerukt. Het wapen bevond zich niet bij de wapens die in november 1986 in Ronquières werden opgevist, en die sedert 1982 door de Bende van Nijvel waren gebruikt. De moordenaars spraken Frans, droegen blijkbaar geen handschoenen of maskers. Een droeg een lederen vest en een ander een groene loden. De eerste had kort geschoren blond haar. De onderzoekers kennen zoveel details van het verloop van de hold-up omdat een van de kinderen van het echtpaar, gealarmeerd werd door de schoten en naar de trap was gehold vanwaar het heel de scène gadesloeg. Dit meisje heeft de moord op haar vader bijgewoond, op zeker ogenblik smeekte ze zachtjes 'mama, papa'. Maar gelukkig hebben de gangsters haar gesmoorde kreet niet gehoord, zoniet waren het bilan van de slachtpartij nog tragischer geweest. Het echtpaar Szymusik had in de juwelierszaak bewakingscamera's laten installeren, maar de moordenaars hebben die, vooraleer de vlucht te nemen, onbruikbaar gemaakt. Dan zijn ze gevlucht in een zwarte Golf GTI. Het karkas van de door het vuur vernietigde wagen werd teruggevonden op de chemin des Amoureux in het bos van Horpes, op slechts luttele kilometers van de plaats van het misdrijf. In dit bos hadden de rijkswachters op 9 juni 1983 de in Plancenoit gestolen Golf Rabbit teruggevonden. Het ging wel degelijk om de Golf van de dochter van de baas van 'Au Trois Canards', die gebruikt werd voor de bloedige overval op de Delhaize in Beersel. De achterbank had men trouwens al teruggevonden in het struikgewas dichtbij de parking van de Delhaize van Beersel. De buit was onbeduidend, twee zakken met daarin enkele wekkers en fantasiejuwelen, met uitzondering van twee sierspelden, allemaal voorwerpen van eerder geringe waarde. Aangezien de wagen minder dan een uur na de de hold-up, midden in een bos werd teruggevonden, dachten de onderzoekers dat de gangsters gebruik gemaakt hebben van een aflossingswagen. De rooftocht was dus met de gebruikelijke precisie voorbereid. In Anderlues, waar na het bloedbad algemene verslagenheid heerst, voegt men hier aan toe dat, wie erin slaagt in volle nacht en met de voltallige politie van de streek op de hielen, toch door te dringen in het bos van Horpes, zonder daarin te verdwalen of vast te geraken, de streek goed moest kennen en vooraf grondig verkend moet hebben. Toendertijd heeft men zich ook afgevraagd of de moordenaars ook de ligging en inrichting van de juwelierszaak vooraf verkend hebben. De rechercheurs noteren dat Marius, de broer van de vermoorde juwelier, zich herinnert dat Jean de avond tevoren abnormaal zenuwachtig en onrustig leek. De nummerplaten die op de Golf waren bevestigd, waren gekopieerd naar die van een Golf van een bewoner van de Rue du Mail in Elsene, nog een klant van de VAG-concessionaris in Waterloo. Een merkwaardig toeval, het is deze garage van d'Ieteren die aan Mevr. Geneviève Van Lidth de VW Golf Rabbit had verkocht die later, op 14 februari 1983, in Plancenoit gestolen zou worden. Het is ook in deze VAG-garage in Waterloo dat de Audi 100 van Mr. Jacques Culot gestolen werd, de wagen die op de parking van de Delhaize in Genval door de moordenaars onder vuur werd genomen. Na de overval in Anderlues hebben de onderzoekers het ronduit over provocatie. Ondanks het feit dat ze al zes weken belangrijke verdachten gevangen houden, verdachten die gedetailleerde verklaringen hebben ondertekend, wordt de reeks van bloedbaden verder gezet. In Anderlues laten de moordenaars een Golf GTI achter opdat er niet de minste twijfel zou kunnen bestaan over hun verantwoordelijkheid voor de op 2 oktober in Ohain gepleegde moord. In de juwelierszaak wordt een overvloed aan kogels teruggevonden die afgevuurd werden door twee wapens die op 16 september in de Colruyt in Nijvel werden gebruikt, een Colt 45 en een 7.65 mm pistool. Beter visitekaartjes bestaan niet. Alsof deze nog niet volstonden, stelt de politie ook nog vast dat de gangsters de Golf GTI uitgerust hebben met een deflector van precies hetzelfde model als die welke de moordenaars aangebracht hadden op de VW Santana die in september 1982 gebruikt werd bij de hold-up op wapenhandel Dekaise in Waver. De onderzoekers zijn niet meer ver af van de veronderstelling, dat de bende het niet anders aan boord zou hebben gelegd als ze het gerecht had willen aan het verstand brengen dat een verkeerd spoor werd gevolgd. Dat de 'filière boraine', die al een maand opgesloten zat in de gevangenis van Nijvel, geen uitstaans had met de bloedbaden. Maar zouden de nog in vrijheid vertoevende leden van wat met de 'Bende van Nijvel' was gaan noemen, anders hebben gehandeld als ze Michel Cocu, Adriano Vittorio, Estiévenart, Josiane Debruyne en Michel Baudet hadden willen voorzien van een waterdicht alibi? Ter verklaring van de slachting in Anderlues geven de onderzoekers in Nijvel de voorkeur aan de tweede hypothese. De slachtpartij zou alleen maar gediend hebben als alibi. De overvloedige aanwijzingen werden opzettelijk achtergelaten om de onderzoekers op een dwaalspoor te brengen en om de 'filière boraine' wit te wassen. Met de dubbele moord in de juwelierszaak in Anderlues, zijn de moordenaars in een hogere versnelling gegaan. Ze doden niet meer om lastige getuigen uit te schakelen. Ze komen nu tot een spel met doden. De slachtpartijen zijn een politiespel op nationale schaal geworden. De media werken hier duchtig aan mee. Moorden worden gepleegd enkel en alleen omwille van valse alibi's en onbruikbare aanwijzingen, die de onderzoekers voorzien van nieuwe zekerheden die al even denkbeeldig zijn als de vorige. Als de onderzoekers zich bezinnen dan weten ze wel dat ze, ondanks het feit dat ze met de 'filière boraine' een begin van een spoor hebben gevonden, dat ze dit spel verre van beheersen. Het gebeuren in Anderlues heeft dit en de in het oog springende desorganisatie van de onderzoeksdiensten aangetoond. In België laait, met de slachtpartijen in Brabant, de concurrentiestrijd tussen de verschillende politiemachten weer op. Het publiek is getuige van het betreurenswaardige spektakel, geboden door onderzoekers die meer in beslag genomen worden door dat machtspel dan door het opsporen van de moordenaars. Na het bloedbad in Anderlues zijn de gevoeligheden tussen de verschillende diensten die met het onderzoek belast zijn, als zeepbellen opengespat en wordt eindelijk beslist alle binnengekomen inlichtingen te centraliseren en de totale verantwoordelijkheid voor het volledige dossier over te dragen aan de ordediensten in Nijvel.
29 December : Vlak voor zijn afscheid, op 29 december 1983, neemt De Standaard generaal Beaurir de biecht af. De commandant onthult dat de generale staf onlangs een 'studie- en documentatiecentrum inzake terrorisme' in het leven heeft geroepen. Op dat ogenblik moet de eerste terroristische aanslag nog plaatsvinden, want Beaurir bestempelt de Bende van Nijvel als ordinarair gangsterdom. 'De rijkswacht beschikt over de beste papieren om het onderzoek naar de Bende te coördineren', aldus Beaurir. De commandant tikt en passant de justitie op de vingers. 'Ze staat een efficiënte coördinatie in de weg', aldus Beaurir, 'want hier is een onderzoeksrechter bevoegd en daar, een kilometer verder, onderzoeksrechter twee en die kan er dan nog anders over denken.' Tot slot kijkt Beaurir met heimwee terug op een rijk gevulde carrière, die begon in de Tweede Wereldoorlog. 'Als piepjonge rijkswachter kwam ik in het oorlogsgeweld terecht. Het was de meest tragische periode van mijn hele loopbaan. Ik werd van dichtbij geconfronteerd met dood en miserie.' En als uitsmijter: 'Maar het was een goede leerschool op het gebied van antiterreurbestrijding.'