1984
Januari : Onder valse namen huren leden van de 'Cellules Communistes Combattantes' enkele appartementen, onder meer in Brussel. Pierre Carette en zijn medestanders duiken onder. Sommige onder hen onderhouden al sinds het einde van de jaren '70 contacten met extreem-linkse groeperingen in Duitsland, Rote Armee Fraktion, en in Frankrijk, Action Directe.13 Februari : Nooit zal achterhaald worden wie de hulpdiensten gealarmeerd heeft. Een politieman zal zich menen te herinneren dat de oproep, via de noodlijn 900, kwam van een in die tijd enkel aan gefortuneerden voorbehouden autotelefoon. Technieken om de herkomst van de oproep te achterhalen zijn er nog niet. Het is maandag 13 februari 1984. Om 20.47 uur loopt de melding binnen in de brandweerkazerne nabij de campus van de Vrije Universiteit Brussel. Rookwolken in een verlaten huis op de hoek van de Strategiestraat en de Triomflaan. Wanneer de brandweer een minuut later ter plaatse is, is ook 'oude Jef' er al. Jef woont in de buurt, kent de plek als geen ander en legt uit dat hier vroeger paddestoelen gekweekt werden. Onder de zwaailichten en het geronk van generatoren roept iemand dat er een tweede brandhaard is, in een van de kelders. Terwijl de ene ploeg spuitgasten op aanwijzingen van Jef het verlaten huis binnengaat, daalt de andere ploeg met zaklampen af in de kelder. Norbert Van den Berghe behoort tot de tweede ploeg die vrij snel de oorzaak kan lokaliseren en inziet dat het verdere brandgevaar niet hoeft te worden overschat. Hij ziet een smeulende stapel hout. 'Grote kratten', weet Van den Berghe nog. 'Twee meter op twee. Omdat het vuur al bijna vanzelf was uitgedoofd, schopten we ertegen.' Hij ziet een verkoolde menselijke romp. Een deel van het hoofd is weggebrand. Van handen en voeten blijft weinig of niets over. 'Het was een meisje', spreekt de brandweerman na al die jaren met een nog even grote ontzetting. 'Ze lag op haar buik en was naakt. Een deel van haar rug was weggebrand. Haar handen en haar voeten waren aan elkaar gebonden met een soort ijzerdraad, die ook rond haar nek zat gedraaid. Haar benen waren naar achteren gebogen. Verschrikkelijk.' Er is iets dat de luitenant bijblijft: 'Dwars door haar polsen van dat meisje had de moordenaar een dikke spijker geslagen.' Hij schat de spijker acht centimeter lang en drie millimeter breed. 'Ik ben zeker dat ik meerdere spijkers heb gezien, vier denk ik. Ik meen mij te herinneren dat ze in het lichaam van het slachtoffer waren geslagen.' Pierre en Antoine Van Hees horen op dinsdagavond, 14 februari, in het tv-journaal van RTL melding maken van de gruwelijke ontdekking, enkele straten verderop. De schrik slaat hen om het hart. Hun dochter Christine, zestien jaar, is de vorige avond niet thuisgekomen. Christine had tijdens het weekend gevraagd of ze maandagavond bij haar vriendin Muriel mocht blijven slapen. Dat verzoek was afgewezen. Toch was ze niet thuisgekomen. Wanneer Christine ook dinsdagavond nog geen teken van leven heeft gegeven, gaat Pierre Van Hees aangifte doen bij de rijkswacht. Hij is amper thuis of daar klinken de begintonen van het tv-journaal. Het duurt tot in de nacht van woensdag op donderdag alvorens de GP hem kan melden dat zijn nachtmerrie werkelijkheid is.
14 Februari : Een nevenspoor in het onderzoek van de Bende van Nijvel leidde de speurders in het begin van de jaren '90 naar Berlijn. In een statig gebouw in de nieuwe Duitse hoofdstad zijn op dat moment nog altijd tweeduizend mensen druk in de weer om de archieven van de spionagediensten van het vroegere Oost-Duitsland, de beruchte Stasi, te inventariseren en te onderzoeken. Wat de justitie van Charleroi op het idee bracht om ook daar een spoor te vinden naar de Bende van Nijvel. Uit correspondentie met de Duitse justitie was gebleken dat twee van de slachtoffers van de Bende van Nijvel destijds waren afgeluisterd door een van de communistische snuffeldiensten. Jumet wilde absoluut weten welk motief de Stasi in 1984 had om zich voor die Pool en zijn echtgenote te interesseren. Was er misschien een verband met extreem-linkse terreurgroepen uit die tijd zoals de Rote Armee Fraktion in Duitsland of de Cellules Combattantes Communiste, die toen bomaanslagen pleegden tegen NAVO-doelwitten in België? De cel Jumet kwam in de Berlijnse archieven tot een ontnuchterende vaststelling dat de Stasi op 14 februari 1984 niet de telefoon van de twee slachtoffers van de Bende had afgeluisterd maar wel, om een nog niet opgehelderde reden, al het in- en uitgaande telefoonverkeer van Interpol Brussel, waarin toevallig ook de twee doden van de Bende van Nijvel ter sprake kwamen.
15 Februari : Regina Louf beschrijft vele jaren later met veel details de moord op Christine van Hees. Volgens Regina Louf, alias X1, wilde Christine met haar ouders praten en was de barbaarse moord op haar een waarschuwing van Nihoul en zijn medeplichtigen aan alle andere kinderen: 'Dat gebeurd er met hen die hun mond voorbijpraten!' X1 heeft heel minutieus beschreven hoe Christine vermoord is. Die beschrijving heeft men grotendeels kunnen natrekken op basis van het onderzoeksdossier van 1984. Christine ontmoet Marc Dutroux op de schaatsbaan van Sint-Lambrechts-Woluwe. Hij ontvangt 200.000 frank op zijn bankrekening op 15 februari 1984, twee dagen na de moord. Christine gaat ook dikwijls zwemmen in het zwembad van Etterbeek. Boven het zwembad heeft Michel Nihoul zijn vrije radio,'Radio Activité'. In het dossier van 1984 vindt men ook een anoniem telefoontje van 1987 waarbij de onderzoekers werden uitgenodigd om eens een kijkje te gaan nemen in de 'Dolo', de club waar Nihoul zijn feestjes organiseert. Maar op dat ogenblik verkiest het gerecht de piste te volgen van de punkers uit de wijk. Uiteindelijk wordt het hele onderzoek opgegeven. De moordenaars zullen nooit gevonden worden.
Maart : Het is maart 1984. Claudine Jansens, tewerkgesteld in een Club-winkel in de Victor Allardstraat in Ukkel, heeft in een aktetas die in de winkel achtergelaten was een merkwaardige brief gevonden. Een brief die naar alle waarschijnlijkheid door Michel Cocu werd geschreven. In die brief is er sprake van de in Genval, Ukkel, Halle, Nijvel en Anderlues gepleegde feiten. De brief bevat ook een passage die betrekking heeft op Christelle Cocu en op Jacqueline Géva, de minnares van Michel Cocu. In de brief wordt beweerd dat de slachtpartijen in Brabant te wijten zijn aan een mysterieuze organisatie, VDO genaamd, een organisatie waartoe Adriano Vittorio zou behoord hebben en die gefinancierd werd door Léon Degrelle. Het doel was om in België terreurdaden te plegen die verhuld werden als hold-ups. Michel Cocu bleef echter zijn toestemming weigeren om een geschrifttest te ondergaan.
29 Maart : Op 29 maart 1984 werden uit de opslagplaats van de militaire basis Florennes 193 30mm-obussen, bestemd voor de Mirages van de Belgische luchtmacht, gestolen. Hoewel de diefstal overdag plaatsvond, hadden de bewakers niets gezien en hadden de honden geen alarm geslagen. De inbrekers moeten ook goed geïnformeerd, of van binnenuit geholpen, zijn geweest om op het uitgestrekte terrein de opslagplaats te kunnen lokaliseren. Hoewel er niet meteen aanwijzingen waren, verdacht het parket onmiddellijk een aantal leden van de Belgische vredesbeweging. De vredesactivisten voerden immers al geruime tijd actie in Florennes tegen de fel omstreden kruisraketten die daar op de luchtmachtbasis zouden worden geplaatst. Terwijl politiediensten volop aan de gang waren met het ondervragen van vredesmilitanten en het controleren van hun alibi's, liep er bij de rijkswacht van Leopoldsburg een telefoontje binnen waarin gemeld werd dat de munitie op een parking langs de E313 teruggevonden kon worden. De anonieme beller beweerde verder ook dat de Leuvense student en vredesactivist Rudy Daems bij de diefstal was betrokken. Op de aangegeven plek vond de rijkswacht inderdaad 180 van de 193 gestolen granaten. De dertien ontbrekende tuigen waren inmiddels opgedoken in het Nederlandse Woensdrecht. De kisten met munitie bevonden zich in de caravan van ene John Wood, een infiltrant die in feite John Paul Gardiner heette. Hij werkte in dienst van de Nederlandse geheime dienst BVD en had als taak om de vredesbeweging te infiltreren en in een slecht daglicht te plaatsen. Later ontdekte men dat de tip die binnen liep bij de rijkswacht van Leopoldsburg eigenlijk afkomstig was van de BVD.
Dinsdag 24 April : Begin 1984 komt 'de maarschalk' van Westland New Post in troebele omstandigheden om het leven. 24 april 1984 is een zonnige lentedag. In de tuintjes van de Rue des Limauges in Court-Saint-Etienne wordt hier en daar nog gewerkt. Omstreeks negen uur arriveert Paul Latinus met een taxi bij de woning van zijn vriendin Mireille van Houtvinck. In het voorbijgaan groet hij de buurvrouw. Twee uur later belt een dronken en hysterische Mireille van Houtvinck bij diezelfde buurvrouw aan. Latinus heeft zichzelf verhangen en Mireille wil de hulpdiensten bellen. De rijkswacht vindt in de kelder van de woning van Mireille het levenloze lichaam van Paul Latinus. Mireille heeft de telefoonsnoer waaraan hij was opgehangen met een schaar doorgeknipt. Zeer snel komt de geruchtenstroom op gang. Latinus heeft geen zelfmoord gepleegd, maar werd gezelfmoord. Het onderzoek naar de dood van Latinus sleept drie jaar aan maar levert voor geen van beide versies een bewijs op. Alleen dit, het telefoonsnoer waaraan het lichaam van de WNP-leider bengelde, wordt getest in een labo van de Luikse universiteit. De draad kan slecht veertig kilo dragen, Latinus woog 55 kilo. Wetsdokter Paul Chailly die zich met de zaak bezighoudt, krijgt vanwege advocaat-generaal Jaspar de dwingende suggestie na te gaan of Latinus niet om het leven kwam ingevolge een 'erotische zelfmoord'. De wetsdokter wijst dit ten stelligste van de hand. Niets maar dan ook niets in het hele dossier wijst op een erotische ophanging. Nogmaals onder druk van de advocaat-generaal wordt het dossier eind 1986 afgesloten en ter informatie toegevoegd aan de zaak van de dubbele moord in Anderlecht. Intussen gelooft niemand nog in de zelfmoord-thesis. De Nijvelse onderzoeksrechter Schlicker rekent tijdens het assisenproces tegen Lammers en Barbier al voor dat de verhanging zoals ze zich zou hebben voorgedaan niet mogelijk was. Latinus was 1m69 groot, de kelderruimte was 2m10 hoog en de knoop in het telefoonsnoer bevond zich op 80 centimeter van het plafond. Bij een schoksgewijze belasting brak het snoer zelfs al bij een belasting van 35 kilo. Desgevraagd antwoord onderzoeksrechter Schlicker voor de parlementaire onderzoekscommissie dat hij het onderzoek naar de eventuele moord op Latinus niet durft verder zetten. 'Ik heb een familie te voeden en ik ben geen miljonair', aldus Schlicker.
25 April : Aan sommige vrienden laat Latinus verstaan dat sommige leden van zijn nazi-organisatie wel eens zouden kunnen betrokken zijn bij de raids van de Bende van Nijvel. Op 25 april 1984 heeft Latinus een onderhoud met George Marnette van de Brusselse gerechtelijke politie om over 'belangrijke zaken' te praten. Zover komt het niet.
Zaterdag 12 Mei : Vielsalm, zondagmorgen 13 mei 1984. de kazerne van de Ardeense Jagers heeft een desolaat maar vredig aanzien. Kort na middernacht dringt een commando van een drietal man de kazerne binnen. De indringers knippen de prikkeldraadversperring stuk, zagen de tralies van het wapendepot door, overmeesteren en boeien de jonge dienstplichtige Pascal Moreau. Adjudant Carl Freches, die verantwoordelijk is voor de nachtdienst, hoort verdacht gerucht. Hij gaat kijken, maar aan overvaller opent het vuur met een Thompson machinepistool en Freches wordt genadeloos neergemaaid met 4 .45 kogels. De overvallers gaan aan de haal met zo'n 20 FAL-geweren, vijf Vigneron-machinepistolen, drie Lee Ensfield-geweren en een FALO-machinepistool. Vijf kilometer verderop laden ze de buit in een Minerva-jeep en een Mercedes en verdwijnen spoorloos in de nachtelijke duisternis. Het militaire auditoraat van Luik stelt een onderzoek in naar deze tot in de puntjes uitgevoerde commando-actie, maar speelt spoedig het dossier door naar het parket van Marche-en-Famenne, omdat het leger niets met de overval te maken heeft. De rechercheurs staan voor een raadsel. Officieel heet het dat de overval met bijna dodelijke afloop het werk van gangsters of terroristen is geweest. Is de medestander van Pierre Carette, Bertrand Sassoye, niet soldaat geweest in de kazerne van Vielsalm tot hij in maart 1982 deserteerde? Het vervolg schijnt de speurders aanvankelijk gelijk te geven. Op 23 augustus 1985 ontdekt de gerechtelijke politie bij een huiszoeking in een conspiratief appartement aan de Landhuisjesstraat 73 te Ukkel een tamelijk indrukwekkend wapenarsenaal, waaronder een FAL-geweer en een FALO-machinepistool, afkomstig van de diefstal in Vielsalm. Daarnaast vinden de speurders vingeafdrukken van Nathalie Ménigon, Jean-Marc Rouillan, Joëlle en Cipriani, stuk voor stuk topfiguren van Action Directe. Tenslotte beweren ze een fragment van een vingerafdruk van de een week eerder aangehouden Chantal Paternostre aan te treffen. Medio 1985 overheerst de indruk dat Action Directe, CCC of FRAP achter de aanslag op de kazerne van Vielsalm zitten. Op 12 september 1985 haalt een onbekende, Lucien Dislaire, de voorpagina van Le Soir. Dislaire, een gewezen para-commando, vocht in de jaren zestig als huurling in de Zaïrese diamantprovincie Kasai. Terug in België wordt hij het prototype van twaalf ambachten, dertien ongelukken. Hij is achtereenvolgens caféhouder, houthakker, filiaalhouder van een bank en exploitant van een hotel in Houfalize. Wegens zij aandeel aan twee roofovervallen veroordeelt de rechtbank van Neufchâteau Dislaire begin 1985 tot vier jaar cel. Eind juli 1985 krijgt hij van de gevangenisdirectie van Saint-Hubert voor het eerst penitentiair verlof. Dislaire poetst de plaat, licht in de gauwte nog een een bank op en duikt met een slordige elf miljoen onder in de omgeving van Parijs. In Parijs doet hij begin 1986 een journalist van Le Soir, René Haquin, de geheime NAVO-oefening 'Oesling 84' uit de doeken. Haquin valt van de ene verbazing in de andere. Dislaire zegt er zeker van te zijn dat Belgische para-commando's op aanstichting van instructeurs van de Amerikaanse Special Forces tijdens de anti-terreuroefening 'Oesling 84' de overval in Vielsalm pleegden. Als Haquin het verhaal hoort, wrijft hij zijn ogen uit, want een avonturier als Dislaire is van zijn eerste leugen niet gebarsten. Haquin trekt echter het verhaal zorgvuldig na en het blijkt in de verste verte niet uit Fabeltjeskrant te komen. Hoe zit 'Oesling 84' in elkaar? Deze NAVO-oefening speelt zich af tussen 24 april en 18 mei en wordt geleid vanuit een hoofdkwartier in Groot-Brittannië, dat in verbinding staat met twee lokale commandoposten in Vielsalm en het Luxemburgse Diekirch. Volgens het scenario moeten verzet- of terreurgroepen sabotage- en guerilla-acties ondernemen tegen vijandelijke militaire doelwitten, met name rijkswachtposten en kazernes in de provincie Luxemburg. Om als terroristen te opereren wordt een beroep gedaan op commando's van de basis in Flawinne. Naar aanleiding van de aanslagen van de CCC en de Bende van Nijvel zullen ze in november 1985 gemobiliseerd worden om de rijkswacht te helpen orde en rust te herstellen. Begin mei '84 worden de Belgische commando's versterkt met twaalf instructeurs van de Special Forces uit North Carolina. Leger en rijkswacht moeten proberen de terreuraanslagen te verijdelen en de terroristen in hun kraag te vatten. De commandopost van deze terroristenjagers is gevestigd in de kazerne van de Ardeense Jagers in Vielsalm. De terroristen of partizanen moeten sympathiserende burgers ronselen voor het verlenen van logistieke steun. De commando's van Flawinne wenden zich om hulp tot een tiental ex-para's, waaronder Dislaire in wiens strafregister ze geen bezwaar zien. Dislaire zorgt voor voedsel, logies en munitie. Tevens vervoert hij de terroristen naar de doelwitten met zijn Volvo of met een gehuurde vrachtwagen en autobus. Hij staat in radiocontact met de bevelvoerder en pendelt als een soort verbindingsofficier tussen de terreurgroepen in het noorden en het zuiden van de provincie Luxemburg om orders en informatie over te brengen. Begin mei 1984 worden de twaalf deskundigen van de Special Forces gedropt in de bossen ten noorden van Houffalize waar ze zich vervoegen bij 24 Belgische commando's. De Ardeense Jagers houden meteen een klopjacht op de terroristen. De Special Forces geven zich graag uit voor de hardste gevechtseenheid van het Amerikaanse leger en ze zijn vastbesloten dat ook te laten zien. De Amerikanen hebben de in het scenario voorziene aanvallen zorgvuldig voorbereid. Voor hen is de oefening klaarblijkelijk geen 'Kriegspiel', ze sturen aan op echte terreuracties. Op een nacht doen vijf 'burgers' een verrassingsaanval op een rijkswachtpost in Neufchâteau. In werkelijkheid gaat het om een Amerikaans-Belgisch commando van terroristen. Bij de aanval explodeert een oefengranaat. Ook werkelijke aanvallen worden ondernomen tegen een rijkswachtpost in Longlier, een benzinedepot in de kazerne van Bastogne en een relaisstation van de RTBF in het bos van Anlier. In de nacht van 12 op 13 mei staat een aanval op het programma tegen het hoofdkwartier van de Ardeense Jagers in Vielsalm. Dislaire krijgt de opdracht de terroristen op zaterdag 12 mei naar het doelwit te brengen. Zijn relaas: 'Op 12 mei, voor het vallen van de avond, vervoerde ik een groep naar Beho en een andere naar de omgeving van de kazerne van Vielsalm. Ze verscholen zich en wachtten de nacht af om het helikopterpark aan te vallen. De operatieleiding gaf echter zijn fiat niet; ik verliet ze omstreeks 19 uur en waarschuwde hen ervoor dat ik de volgende dag niet zou komen. Ik ben dan met mijn vrouw naar de buurt van Spontin vertrokken. Zondagmorgen 13 mei vernam ik via een nieuwsuitzending van RTL dat een aanslag was gepleegd tegen de kazerne van Vielsalm. Ik keerde terug naar huis en probeerde omstreeks 18 uur vruchteloos radiocontact te krijgen met mijn groepen. Ik ging dan maar naar de plaats waar ze gebivakkeerd en waar ik ze had verlaten. Van niemand was nog een spoor te bekennen. Maandagmorgen kreeg ik een telefoontje van een officier van de kazerne van Vielsalm die me vroeg de bevelhebber van de commando's te melden 'dat de 's nachts gerecupereerde militair een ernstige oogwonde had opgelopen maar niet langer in levensgevaar verkeerde, en dat zijn wapen zoek was'. Rond 11 uur kwamen de Belgische commando's bij mij aan en een van hen vertelde me dat er een dode was gevallen. Ik stelde de luitenant gerust, waarop hij replikeerde dat 'we een kwalijke grap achter de rug hebben'. De Amerikanen moesten volgens onze afspraak de volgende dag komen, maar ze daagden niet op. Achteraf vernam ik dat ze waren opgepikt door een helikopter en overgevlogen naar de Westduitse basis van Bitburg. Nochtans was gepland dat de oefening zich tot 18 mei zou uitstrekken.' Dislaire concludeert: 'Volgens mij hebben de Belgische commando's de aanslag tegen de wapenopslagplaats van Vielsalm op hun geweten. Ze handelden daarbij in strijd met de orders en op aanstichting van de Amerikanen die Thompson-machinepistolen droegen.' De Belgische legerleiding heeft een jaar lang de justitie een rad voor de ogen gedraaid, zogenaamd omwille van de militaire veiligheid. Ze kan het verhaal van Dislaire niet ontkrachten en geeft toe dat er 'betreurenswaardige incidenten' plaatsvonden, maar niet in de kazerne van Vielsalm. Ze loochent met klem dat de Belgische en Amerikaanse militairen tijdens de oefening voorzien waren van echte munitie en Thompson-machinipistolen. Begin november 1985 komt een vertegenwoordiger van het Amerikaanse ministerie van Defensie speciaal naar Brussel om de versie van de Belgische legerleiding te beamen. Inmiddels is Dislaire eind september in Luxemburg aangehouden wegens de in augustus 1985 gepleegde oplichting, waarvoor onderzoeksrechter Pochet van Marche-en-Famenne een aanhoudingsbevel had uitgevaardigd. De militaire autoriteiten fluisteren hardop dat Dislaire misschien zelf de aanslag in Vielsalm heeft gepleegd of althans echte terroristen een helpende hand geboden heeft. Op 21 november levert Luxemburg Dislaire uit en onderzoeksrechter Pochet stelt hem prompt in staat van beschuldiging voor de affaire Vielsalm. Voor oplichting krijgt Dislaire op 17 december 1986 twee jaar cel. Begin 1987 beslist het gerecht de wapendiefstal aan het CCC-dossier toe te voegen. Maar daarmee is de kous niet af. Op 21 februari 1987 worden de historische leiders van Action Directe in Vitry-aux-Loges gearresteerd. In de boerderij van Rouillan, Cipran, Ménigon en Aubron vindt de politie een van de wapens afkomstig van de diefstal in Vielsalm. Is daarmee de wapendiefstal volledig opgehelderd? Het valt te betwijfelen. Wel is duidelijk dat zonder de openbare biecht van Dislaire geen haan had gekraaid naar de supergeheime Ardeense anti-terreuroefening van de NAVO.
Zaterdag 2 Juni : Al de voorbereidingen van de CCC moeten clandestien gebeuren. Daarom duikt Carette in juni onder. In dezelfde periode vindt een ophefmakende diefstal plaats. In de nacht van 2 op 3 juni wordt 816 kilo springstof gestolen in de steengroeve van Scoufflény, nabij Ecaussines. De steengroeve wordt niet meer geëxploiteerd. Maar er ligt nog wel een grote hoeveelheid springstof, zowel nitraat als dynamiet. In de tweede helft van mei hadden onbekenden al tweemaal vergeefs gepoogd in de steengroeve in te breken. Maar het is een hele klus. De bunker is omringd met een betonnen muur van 3 meter hoog en daarboven staat nog prikkeldraad. In het midden van de bunker ligt het springstofdepot, dat beschermd wordt door 8 mm dikke platen van staal en beton. Om de bunker te bereiken moeten achtereenvolgens drie poorten, twee getraliede deuren en een met stalen platen gepantserde deur gepasseerd worden. Alle sloten worden beschermd door met geheime codes uitgeruste veiligheidssystemen. Hoe zijn de daders te werk gegaan? Volgens de politie werd de diefstal gepleegd door een commando van 3 à 5 man, die de beschikking hadden over een jeep of een vrachtwagen. De eerste hindernis, de omheining, hebben de daders zonder al te veel problemen genomen. Daarop hebben ze de eerste twee bunkerdeuren met drilboren en elektrische zagen opengebroken. In de derde deur werd een gat van 40 bij 70 cm gesneden. Vervolgens hebben ze 32 kisten met elk 25 kg dynamiet buitengesleurd. De daders gingen daarbij oordeelkundig te werk, want zij namen bijvoorbeeld wel dynamiet, maar geen nitraat mee. Volgens de CCC werd de inbreuk door een 'gemengde groep' gepleegd. 'Via discussie met buitenlandse groepen hebben we een minimum aan samenwerking op logistiek gebied bewerkstelligd. Ziehier het voorbeeld dat alle auteurs van politieromans verwachten: in juni 1984 hebben internationale revolutionaire de bunker van de steengroeve in Ecaussinnes aangevallen', aldus de CCC. En ze verduidelijken: 'Al de springstof die we gebruikten tijdens de eerste anti-imperialistische campagne was afkomstig van de diefstal.' Twee maanden na de inbraak wordt 23 kilogram van de gestolen springstof teruggevonden in een bomauto voor de kantoren van de Westeuropese Unie in Parijs. Aanvankelijk wordt aan de diefstal in Ecaussinnes weinig ruchtbaarheid gegeven. Wel meldt Le Soir op 15 september 1984 dat de justitie de daders in de kringen van RAF-sympathisanten zoekt. Volgens de krant zou de politie de daders schaduwen en zou hun arrestatie op til zijn. Zover zal het evenwel niet komen. Zeventien dagen later ontploft de eerste CCC-bom.
20 Augustus : Een groep bandieten overvalt in Neufville een postwagen. Ze gaan aan de haal met 10.716.000 frank. Onderzoeksrechter Laffineur verdenkt Patrick Haemers en zijn bende van de overval.
17 September : Minister van Binnenlandse Zaken Jean Gol sticht in het geheim de Anti-Terroristische Gemengde Groep, AGG. De AGG telt achttien leden van politie- en inlichtingendiensten. Onder de inlichtingendiensten valt de rijkswacht, de GP, de rijkspolitie, de Staatsveiligheid en de militaire inlichtingendienst SDRA. De groep staat onder het rechtstreeks bevel van een hogere rijkswachtofficier, is ondergebracht in een kazerne van de rijkswacht en word bijgestaan door de Groep Dyane. Voortaan zal de AGG alle informatie centraliseren en zowel het Anti-Terreur College als magistratuur informeren en adviseren. Hoewel de greep van de rijkswacht op de AGG voor iedereen duidelijk is, volstaat dit voor de generale staf van de rijkswacht blijkbaar niet. Gelijktijdig met de oprichting van de AGG beslist de generale staf een parallelle speciale anti-terreurcel op te richten die rechtstreeks onder de staf resoreert en de supervisie heeft op de anti-terroristische activiteiten van de BOB. Enkele weken na de oprichting van de AGG begint de CCC met een grote bommencampagne. Minister van Binnenlandse Zaken Gol beslist om de AGG te belasten met het onderzoek naar de CCC en verplicht hen te zoeken naar sporen die kunnen wijzen op politieke terreur. Over de Bende van Nijvel en een eventueel onderzoek naar politieke sporen bij de overvallen van die groep, wordt met geen woord gerept.
Eind September : Slechts tegen het einde van de maand september 1984, dus zowat een jaar na de overval op de Colruyt, slaagde de rijkswacht van Nijvel erin om twee getuigen van het gebeuren te identificeren. Het ging om een klant van de bar, en om de 'beschermheer' van een van de diensters. De getuigen kwamen pas boven water, nadat de gerante van de Diable Amoureux een tijdje werd opgepakt en uiteindelijk toch aan het praten ging. Nadat beide getuigen werden geïdentificeerd werd een reconstructie georganiseerd op bevel van onderzoeksrechter Schlicker, in gezelschap van substituut De Prelle en in aanwezigheid van beide getuigen. Het bleek dat de klant geen enkele beschrijving kon geven van de moordenaars en dat hij zelfs in het pikdonker van de nacht niet zag dat de wapens vuur spuwden. Geheugenverlies? De pooier bleek een ander geval. Het gaat om een technisch ingenieur, werkzaam bij Sabena. Hij is gehuwd met een meisje dat zich beroepsmatig 'Mirella' noemt en afkomstig is van de Mauritiuseilanden. Zijn vriendin uit Ath noemt Patricia L. In de nacht van de feiten volgde Paul L., de pooier, de Golf van de politie van Eigenbrakel, tijdens de achtervolging die eindigde voor zijn bar, met het spervuur. Hij reed met een witte wagen, waar een oranje band overheen geschilderd stond en waarop een rijkswachtantenne gemonteerd was, net als bij een politiewagen. Toen de echte politiewagen door het spervuur reed, braakten de wapens van de moordenaars van Nijvel kogels. Als Paul L. onmiddellijk daarna hetzelfde manoever uitvoerde, werd er niet op hem gevuurd. Eigenaardig. Hoe konden de bendeleden weten dat het niet ging om een politiewagen? En nog, waarom heeft Paul L. zijn wagen als een politiewagen geschilderd? Dat zijn vragen die de gerechtelijk expert zich stelt, zonder dat er eigenlijk een bevredigend antwoord op komt.
Dinsdag 2 Oktober : Op 2 oktober 1984 in de vroege morgen ontploft bij de firma Litton aan de Goede Herderstraat 59 in Evere de eerste CCC-bom. De bom is slecht geplaatst, de schokgolf gaat vooral in de richting van de straat, zodat aan de overkant enkele ruiten sneuvelen. Pech voor de CCC, die pochen dat ze 'de activiteiten van deze trust hopelijk voor lange tijd hebben verlamd'. Volgens de CCC bekleedt Litton een sleutelfunctie bij de productie van het besturingssysteem van de kruisraketten, die de NAVO in ons land wil installeren. De CCC weten met grote stelligheid dat Litton in juni 1984 bij de Amerikaanse marine twee contracten lospeuterde voor 14.3 en 97.6 miljoen dollar. De CCC noemen zich in hun eerste communiqué 'communistisch', wat nog niets zegt over de politiek die ze voeren, ook al harken de CCC lukraak een heleboel citaten van Marx, Engels en Lenin in hun persmededeling bij elkaar. Ze eisen de aanslag op uit protest tegen de 'toenemende tendens naar een imperialistische oorlog'. Het communiqué, dat het embleem van een vijfpuntige rode ster draagt, eindigt met 'alle macht aan de arbeiders', niet toevallig de oorspronkelijke naam van de marxistisch-leninistische Partij van de Abreid. Dezelfde dag sturen de CCC nog een tweede tekst de wereld in, waarin ze enkele praktische wenken geven voor het geval mensen met hun aanslagen geconfronteerd worden, want 'België heeft tot nu toe te weinig kennis gemaakt met de gewapende strijd voor het communisme'. Zo raden ze onder andere aan hun instructies stipt op te volgen, niet met de politie samen te werken en gebouwen zo snel mogelijk te ontruimen.
Woensdag 3 Oktober : De CCC slaan opnieuw toe. Ditmaal is de firma Man in Dilbeek het doelwit. Vijf snelkookpannen zijn onder vrachtwagens geplaatst en de parking is besprenkeld met zowat 150 liter brandstof. Tevens zijn de uitlaten van de vrachtwagens volgestopt met ontvlambaar materiaal. De vuurzee, waarvan de CCC droomden, komt er niet. Amper een viertal vrachtwagens wordt beschadigd. Volgens kolonel Dumont van de ontmijningsdienst van het leger is het ontstekingsmechanisme beslist niet het werk van een amateur. 'Het werd echter verkeerd gebruikt', aldus Dumont. Opnieuw gaapt een kloof tussen dit magere resultaat en de strijdlustige taal van de CCC. 'De revolutionairen hebben de plicht de activiteiten van Man lam te leggen', aldus de CCC. En ze vervolgen: 'Wij willen aantonen dat het mogelijk is de oorlogsplannen te verijdelen.' Voorts beschouwen ze hun aanslagen als een voortzetting van de strijd, die met de aanslag op Haig in juni 1979 begon.
Maandag 8 Oktober : De ondermening Honeywell aan de H. Matisselaan te Evere voelt zich in die oktoberdagen rechtstreeks bedreigd. Ze levert elektronicamateriaal voor het besturingssysteem van de kruisraketten en bevindt zich op een boogscheut van het NAVO-hoofdkwartier. De directie besluit uit voorzorg het computerpark naar een veiligere vleugel te verplaatsen. Terecht. Op 8 oktober laten de CCC een zware bom exploderen. Een bewaker ziet een dader wegvluchten, maar zijn hond erop afsturen, neen, daar voelt hij niks voor want 'die zou toch maar de konijnen achternazitten'. De CCC hebben ook het geluk dat de splinternieuwe camera's en het gesloten TV-circuit het nog niet doen. Later verklaren de CCC dat ze op deze nieuwe situatie voorbereid waren: 'Enkele dagen voor de aanslag gingen een aantal kameraden Honeywell opnieuw verkennen om er zeker van te zijn dat de situatie nog dezelfde was als in juni. Tot hun verbazing bespeurden ze spionagecamera's op de plaats waar we van plan waren de bom te deponeren. Maar geen nood. Wij naar de winkel om 'cagoulles', jassen, overjassen en schoenen te kopen. Aldus vermomd zijn de kameraden het gezichtsveld van de camera's tegemoet getreden, terwijl anderen de bewakers in de gaten hielden ...'
Maandag 15 Oktober : Op 15 oktober, kort na middernacht, gooien de CCC een bom door de ruit van het Paul Hymanscentrum aan de Napelstraat 39 te Elsene. Daar is het onderzoeksinstituut van de PVV en de PRL ondergebracht. De explosie beschadigt de benedenverdieping behoorlijk, het interieur en de dossiers worden vernield en een deel van de muur wordt uit de voorgevel geblazen. Boven wonen de conciërge en haar twee dochters. Er vallen geen gewonden. Een getuige ziet de dader wegvluchten in een Fiat Ritmo. Twee dagen later, op woensdag 17 oktober, is het secretariaat van de CVP in Gent aan de beurt. Ook deze explosie veroorzaakt enorme materiële schade, het drie etages hoge gebouw moet worden gesloopt omdat het instortingsgevaar te groot is. De CCC leggen uit dat ze de twee regeringspartijen hebben aangevallen omdat ze 'direct bij de oorlogsvoorbereiding zijn betrokken'. Ze dragen de twee aanslagen op aan de spoorwegarbeiders van Charleroi vanwege hun pioniersrol in de septemberstakingen van 1983. Dit neemt nochtans niet weg dat Carette en co in hun politieke loopbaan amper een fabriekspoort hebben gezien, laat staan zich werkelijk in een staking hebben geëngageerd. De partij die dit precies wel doet, de PVDA, wordt voor het eerst zonder enige toelichting bestempeld als 'lakei van de burgerij'. Na de aanslag op het CVP-secretariaat wordt de toon van de regering grimmiger. 's Avonds houdt premier Martens een televisietoespraak die eindigt met een onverbloemde waarschuwing: 'De regering wil paal en perk stellen aan iedere vorm van geweld, die het vreedzaam en democratisch samenleven van de burger in het gedrang brengt.'
16 Oktober : Bijna een jaar na de eerste reeks van bloedige aanslagen die al aan twaalf mensen het leven had gekost, verspreidde de rijkswacht in een nog niet vertoond staaltje van onderschattingsvermogen nog altijd een 'niet dringend bericht van opsporing' aan alle rijkswachtkazernes in verband met de Bende van Nijvel. En in dat bericht stond een verkeerd aantal doden. De rijkswacht had maar elf doden geteld. Een slordigheidje!
19 Oktober : Op 19 oktober om 5 uur 's morgens begint 'Operatie Mammoet'. Tot de tanden bewapende politiemannen en rijkswachters doen 120 huiszoekingen, die gepaard gaan met ondervragingen, inbeslagname van publicaties, adressen, foto's, enzovoort. Anarchisten, anti-militaristen en zelfs Latijnsamerikaanse vluchtelingen worden zonder pardon van hun bed gelicht. Ook twee parlementsleden, De Waseige, PS, en Deleuze, Ecolo, krijgen bezoek van 'Mammoet'. Op het ogenblik van de huiszoeking, op 24 oktober, bevindt Deleuze zich plichtsgetrouw in het parlement. Achteraf beweren de gerechtelijke autoriteiten dat ze niet wisten dat Deleuze al vanaf 12 mei 1979 woonde in een gemeenschapshuis in Sint-Joost-ten-Node, waar de huiszoeking plaatshad. Voor het CCC-onderzoek is deze razzia een slag in het water, onderzoeksrechter Eloy vaardigt geen enkel aanhoudingsbevel uit, maar de rijkswacht en de terreurbestrijders hebben een rijke oogst aan informatie binnengehaald en minister Gol heeft zijn zin gekregen, namelijk hard terugslaan en links als potentieel terroristisch stigmatiseren. Dat dit alles relatief weinig protest uitlokt, toont aan dat de regering en oppositie de rijen beginnen te sluiten rond de terreurbestrijding. Achter de schermen krijgt 'Operatie Mammoet' nog een eigenaardig verlengstuk. Op dezelfde dag keurt de ministerraad een bijkomend budget van 251 miljoen voor 1985 goed. Hiermee kan de rijkswacht 180, de Staatsveiligheid 20, de gerechtelijke politie 30 en de algemene politie 24 man aanwerven. De rijkswacht en de gerechtelijke politie maken van de gelegenheid gebruik om gespecialiseerde eenheden op stapel te zetten. De gerechtelijke politie vraagt al jaren om een Nationaal Observatieteam met vijftien inspecteurs, maar dat ik klein bier in vergelijkingen met de plannen van de rijkswacht.
25 Oktober : Willy van Baelen, een handelsadviseur uit Sint-Lambrechts-Woluwe, is een man die bijzonder goede contacten onderhoudt met de falangistische milities in Libanon. In het recente verleden was van Baelen in Frankrijk betrokken bij een poging tot moord en een ophefmakende uraniumsmokkel. Via Louis van Espen, een Brusselse zakenvriend, komt van Baelen in contact met Willy Pourtois, een illegale wapenhandelaar uit Kraainem met goede contacten in Zuid-Afrika, die hem op zijn beurt introduceert bij de Britse generaal op rust David Montgomery Kee. Deze introductie leidt tot een zakelijke alliantie tussen Montgomery Kee en van Baelen. Deze laatste wordt afgevaardigd bestuurder in het door de familie Montgomery gecontroleerde bedrijf Nutribel International Industries (NII), een bedrijf dat actief is in de zware internationale wapenhandel. Volgens de synthese-nota van de Waverse BOB van 18 maart 1985 deed NII zaken met het door de Bulgaarse geheime dienst gecontroleerde staatsbedrijf Kintex. Uit telexen die werden teruggevonden blijkt dat zowel Pourtois als NII op het kruispunt zaten van een internationale trafiek waarbij tussen Kintex en de falangistische milities wapens tegen drugs worden geruild. Op het moment dat de Waverse BOB zich grondig met de Libanese filière begint bezig te houden, zorgen de beheerders van NII ervoor dat de zaak over kop gaat. Op 25 oktober 1984 wordt het bedrijf failliet verklaard. Via de Luikse wapenfirma Centaure komen Pourtois, van Baelen en Montgomery Kee tijdens de zomer van 1982 in contact met wapenhandelaar Dekaise uit Waver. Dekaise geniet op dat ogenblik een groeiende faam als ontwerper van speciale geluidsdempers en allerlei vernuftige accessoires die bij wapenliefhebbers erg in trek zijn. Na enkele onderhandelingen plaats Montgomery Kee in opdracht van het Amerikaanse bedrijf International Securiy Associates bij Dekaise een bestelling van 250 geluidsdempers voor Ingram-mitrailleurs. Om de zaak te beklinken komt Robert Gray, de directeur van International Security Associates, vanuit New York naar Brussel en betaalt Dekaise een voorschot van duizend dollar. Dekaise begint korte tijd later met de productie van enkele prototypes van de gevraagde geluidsdempers. In dezelfde periode ontwerpt Dekaise ook een vernuftig prototype van een Beretta. De rest is geschiedenis.
Maandag 26 November : Ondanks de druk van de Atlantische bondgenoten lijkt de massale vredesbeweging alsnog de bovenhand te halen, want op 26 november bevestigt het CVP-partijbureau dat de Belgische regering niet definitief moet beslissen over de plaatsing van de kruisraketten, zolang er uitzicht is op een gunstige afloop van de ontwapeningsgesprekken in Genève. Dit zogeheten 'geactualiseerde' CVP-standpunt veroorzaakt politieke schokgolven in de Wetstraat. Dezelfde dag slaan de CCC weer toe. Ditmaal blazen ze twee telecommunicatiemasten op, nabij de vliegbasis van Bierset. Dat is de thuishaven van Mirage jachtbommenwerpers die onder het directe commando van de NAVO staan. Een van de masten werd niet meer gebruikt en de andere diende nog slechts voor de burgerluchtvaart. Vandaar dat het communicatiecentrum niet bewaakt was. De CCC zijn zich ten volle bewust van het provocatorische karakter van hun aanslagen die de zogenaamde gebrekkige beveiliging van de NAVO-doelwitten blootleggen. Is dat niet een van de voorwendsels voor haviken als generaal Close om aan te dringen op het introduceren van een speciale 'crisiswetgeving'? In hun opeisingsbrief schrijven de CCC: 'De NAVO kan niet lijdzaam toezien hoe haar bevoorradingsroutes, officieren, onderzoekscentra en militaire structuren bedreigd worden in een land dat haar hoofdkwartier herbergt.' Ze hekelen het 'pluralistische', 'democratische' en 'massale' karakter van de vredesbeweging. Ze verwijten de leiders 'bedriegers te zijn, apostelen van de politieke capitulatie'. 'Men kan moeilijk tegen de oorlog vechten', aldus de CCC, 'indien men er zich niet op toelegt om hen die om hem concreet organiseren en programmeren, uit te schakelen.'
Dinsdag 12 December : Het is 12 december tussen 5u20 en 6u05 's morgens wanneer de CCC aanslagen plegen op NAVO-pijpleidingen in Ittre, Glons, Ensival, Gastuche en Gages. Telkens worden de kraankamers van de leidingen opgeblazen, wat op de meeste plaatsen gepaard gaat met spectaculaire vuurzeeën. Volgens kolonel Decavel en luitenant-kolonel Engels zijn de daders zeer professioneel te werk gegaan en beschikten ze over verrassend nauwkeurige informatie. Dit blijkt uit het feit dat de CCC erin slaagden verschillende hoofdlijnen tegelijk uit te schakelen, in Ittre werd de pijplijn die van de Franse haven Le Havre over België naar Aken loopt vernield en in Ensival de pijplijn die Antwerpen met de Bondsrepubliek verbindt. De aanslagen stellen het pijpleidingennet, dat instaat voor de oliebevoorrading van de NAVO-legers, drie dagen buiten werking. Vermoedelijk gebruikten de CCC bommen met een tijdsmechanisme. Terwijl de pers zich verbaast over het planmatige en professionele optreden, blijven de CCC opvallend bescheiden. 'Wij hebben de adressen van de pompstations achterhaald in het telefoonboek en na lange wandelingen onder de blakende juli-zon zijn wij bij de kraankamers terecht gekomen', beweren ze. Waarom deze gecompliceerde uitleg, hoewel bekend is dat VOX, het blad van het ministerie van Landsverdediging op 18 maart 1982 uitvoerig berichtte over de pijpleidingen en de Duitse politie op 2 juli 1984 in een conspiratieve woning in Frankfurt plannen van het NAVO-pijleidingennet aantrof. Walter De Bock stelde in dat verband aan kolonel Decavel en luitenant-kolonel Engels de vraag of de CCC geen geheim NAVO-plan ten uitvoer brachten dat de vernietiging van het pijplijnennet inhoudt in geval van een bezetting door legers van het Warschaupact. De Bock: 'Op die vraag werd door de officieren slechts na enig aarzelen met 'neen' geantwoord.' In hun opeisingsbrief verwijzen de CCC naar de strijd tegen de NAVO die gevoerd wordt door andere Europese terreurgroepen. 'Heden ten dage verenigt en stimuleert de 'oorlog tegen de NAVO' de revolutionaire beweging in de verschillende centra. Van Portugal tot West-Duitsland, van Ierland tot Italië, van Griekenland tot Spanje, ... steekt er een wind op van strijd en hoop ...'.
Woensdag 13 December : Op 13 december moet Tindemans op de najaarsconferentie van NAVO-ministers van Buitenlandse Zaken in Evere op het matje komen. Een dag vroeger heeft een medewerker van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Schultz in Brussel een onderhoud met de Belgische autoriteiten. Hij heeft het over een reclamecampagne van het State Departement voor haar anti-terroristisch hulpprogramma, waarmee Washington probeert meer greep te krijgen op de buitenlandse politie- en terreurbestrijdingsdiensten. Op dezelfde dag, 12 december, plegen de CCC bomaanslagen tegen de NAVO-pijpleidingen in Wallonië.
Maandag 17 December : Op 17 december 1984 wordt de rijkswachtbegroting voor 1985 in de Kamer behandeld. Op dat ogenblik beklemtoont de liberale minister van Defensie Freddy Vreven dat in het licht van de terroristische aanslagen het personeelstekort van de rijkswacht langzamerhand ondraaglijk wordt. Er zullen, aldus de minister, 180 onderofficieren aangeworven worden met het oog op de oprichting van gespecialiseerde POSA-eenheden, belast met de strijd tegen het terrorisme en de georganiseerde misdaad. Het is wel opvallend hoe gemakkelijk de rijkswacht zonder parlementaire controle nieuwe eenheden kan oprichten. Na de uitleg van de minister weet het parlement nu tenminste dat POSA de afkorting is van Prospection, Observation, Sécurité en Arrestation. Vreven zegt niet wat de POSA-peletons precies zullen moeten doen. Uit vertrouwelijk rijkswachtdocumenten blijkt evenwel dat de POSA-peletons 'multifunctioneel' zijn. Ten behoeven van geïnteresseerde buitenstaanders wordt gezegd dat de POSA-peletons opgericht zijn tegen het terrorisme en zware criminaliteit à la Bende van Nijvel, maar in werkelijkheid wil de rijkswacht ze ook als observatie- en arrestatieteams inzetten. De POSA-rijkswachters operen als 'stillen', in burger, realistisch vermomd met versleten jeans en truien met rolkraag. Ze moeten de gevaarlijke ordeverstoorders of harde kernen aanhouden, soms nog voor er sprake is van ongeregeldheden. Zo wijkt de rijkswacht grondig af van de tot dusver geldende regel dat pas mag worden opgetreden als er strafbare feiten zijn gepleegd. De pro-actieve methoden, in de drugsbestrijding uitgetest, zijn gemeengoed geworden. De POSA-peletons tellen elk zo'n dertig man en zijn samen met de mobiele eenheden gelegerd in de belangrijkste industriële centra. Ze krijgen een uitrusting en opleiding die erg lijken op die van hun grote broer, het Speciaal Interventie Esquadron.
Dinsdag 18 December : België heeft in de jaren '80 een grote verzameling van extreme organisaties zoals het WNP, het Front de la Jeunesse, de CCC, ... Of deze organisaties nu links of rechts waren, ze hadden een ding gemeen, ze waren staatsgevaarlijk. In het midden van deze turbulente periode, een week voor kerstmis, besluit de Staatsveiligheid de onderzoekscel op te heffen die zich bezighoudt met het in kaart brengen van deze subversieve groeperingen. Het is een beslissing die geen enkele speurder van deze onderzoekscel kan begrijpen. In de periode dat België de grootste na-oorlogse terroristische acties meemaakt, legt de top van de Staatsveiligheid de onderzoeken naar extreme groeperingen stil. Sectie B2C van de Staatsveiligheid is niet meer. De cel werd opgedoekt een jaar voor de drie grote Bende-overvallen. Vanaf dat moment was de Staatsveiligheid 'blind'. Er kwam geen informatie meer binnen van informanten en infiltranten en er was geen enkel contact meer met extreem-rechts. Zonder ooit een reden te geven en na maanden van tegenwerking werd de sectie opgedoekt. Kleine pesterijen, zoals het verbod van hun overste om dossiers op te vragen, deed bij de speurders niet vermoeden dat dit het einde zou betekenen. Ze dachten dat het om een tijdelijke maatregel ging. Dezelfde dag staken onderzoeksrechter Francine Lyna en commissaris George Marnette hun onderzoek naar de, bij het NAVO-hoofdkwartier gestolen, telexen. Ze werden waarschijnlijk gestolen door Paul Latinus in het NAVO-hoofdkwartier in Evere. Nadien heeft hij ze ook gepubliceerd in zijn eigen tijdschrift Althing. De telexen werden ontdekt na een huiszoeking bij het WNP-lid Marcel Barbier. Deze huiszoeking kwam er na een banaal straatgevecht tussen Barbier en zijn broer.