1986

7 Januari : De ochtend van 7 januari 1986 is het kil, mistig en triest in Vlaams-Brabant. De radionieuwsdienst en de kranten melden dat het weer nog minstens enkele dagen hetzelfde zal blijven. Voor het overige hebben de media de mond vol van het langverwachte proces wegens fiscale fraude tegen Paul Vanden Boeynants, dat diezelfde dag voor een Brusselse rechtbank aanvang zal nemen. Juan 'Tonio' Mendez Blaya heeft echter andere dingen aan zijn hoofd. Die dinsdagochtend vertrekt Juan Mendez een kwartiertje vroeger dan gebruikelijk in zijn Volkswagen Passat GTL Turbo naar zijn kantoor in het gebouwencomplex van de Luikse wapenfarbiek Fabrique National. Mendez heeft voor hij naar het werk rijdt nog een afspraak met zijn vriend Madani 'Dany' Bouhouche, die hem beloofd heeft 130.000 frank te betalen voor de drie pistolen die Mendez hem twee weken eerder geleverd had. Met dat geld wil Mendez diezelfde dag nog de loodgieter betalen voor enkele reparaties in zijn villa in Overijse. Mendez is commercieel directeur bij FN waar hij verantwoordelijk is voor de verkoop van oorlogswapens in Latijns-Amerika. De 34-jarige ingenieur is wat we een echte wapenfreak kunnen noemen. In zijn bescheiden villa koestert hij een zeldzame collectie exclusieve wapens en in zijn vrije tijd oefent hij met verschillende wapens in een schutterclub. De liefde voor mooie glimmende wapens deelt hij met zijn vriend Bouhouche, een ex-BOB'er van Armeense origine die op een wat vreemde manier aan de kost komt als privé-detective en wapenhandelaar. Die vriendschap wordt de jongste weken echter overschaduwd door het vermoeden dat Bouhouche meer weet over de diefstal op 15 mei van een groot aantal wapens bij Mendez. In de namiddag van 7 januari, omstreeks kwart over vier, loopt bij de rijkswacht een telefoontje binnen dat er op de pechstrook van de oprit van de snelweg E40 Brussel-Namen in Genval-Rosières een Volkswagen Passat staat geparkeerd met daarin het levenloze of zwaargewonde lichaam van een man. Een automobilist die de auto daar 's morgens had zien staan, was nieuwsgierig geworden toen hij de Passat er 's namiddags er weer opmerkte. De rijkswachtpatrouille die ter plaatste komt, vindt achter het stuur van de Passat het lijk van Juan Mendez, vermoordt met zes van dichtbij afgevuurde schoten uit een GP Sport Parabellum 9 mm pistool. Het was een regelrechte executie. De moordenaar schoot niet minder dan vier kogels in het hoofd van het slachtoffer en twee in de borst. In en rond de auto vindt de rijkswacht zes hulzen van 9 mm kogels. Roofmoord lijkt echter uitgesloten want de aktetas en de portefeuille van het slachtoffer bleven onaangeroerd. Uit de lijkschouwing, uitgevoerd in het ziekenhuis van dokter Wijnen in Eigenbrakel, blijkt dat Mendez omstreeks acht uur vermoord werd. Het onderzoek wordt toevertrouwd aan onderzoeksrechter Schlicker uit Nijvel die zich laat bijstaan door de BOB van Waver onder leiding van Kapitein Jacques Rousseau. Aanvankelijk staan de speurders voor een raadsel. Hun enige houvast is de vaststelling dat Mendez werd omgebracht door een beroepsdoder of toch minstens een bijzonder geoefende schutter. De gebruikte kogels zijn van het in België zeldzame type 'hollow point'. Dergelijke kogels worden aan de punt geperforeerd en in de kleine holte wordt een druppel kwik geplaatst waarover aan de buitenkant nagellak of een sneldrogend vernis wordt aangebracht. Uit de huls wordt een gedeelte van het kruit verwijderd, waardoor het schot minder lawaai maakt. Als zo'n kogel wordt afgevuurd, plooit de punt van de kogel onder de druk van de kwikvloeistof open als een onregelmatig klaverblad en richt bij het doelwit een ware ravage aan. Het gebruik van een dergelijke munitie is in België verboden en hollow point kogels zijn bijgevolg niet in de handel verkrijgbaar. Wel worden ze gebruikt door de beoefenaars van de practical shooting discipline, die dezelfde kogels zelf op een ambachtelijke manier vervaardigen. Dat wordt echter zoeken naar een naald in een hooiberg. De vraag is wie de trekker overhaalde, en vooral waarom. In eerste instantie hopen de onderzoekers dat het slachtofferonderzoek aanwijzingen oplevert.

10 Januari : Op 10 januari '86 heeft de begrafenis plaats van Juan 'Tony' Mendez-Blaya. Er is een massa kennissen en verwanten toegestroomd. Een BOB-videoploeg filmt alle aanwezige en noteert alle nummerplaten. Na afloop wordt Bouhouche voorgeleid voor ondervraging. Er wordt een huiszoeking verricht in zijn bureau. Het is de BOB van Brussel die de huiszoeking verricht in de Lahaystraat in Jette. Het register van de wapenhandelaar wordt gecontroleerd en vergeleken met de stock aan wapens. Alles lijkt in orde. Bouhouche wordt ondervraagd. Hij vertelt dat hij Mendez leerde kennen ter gelegenheid van practical shooting-trainingen in Leopoldsburg, en erg bevriend raakte met het slachtoffer. Hij vertelt dat hij de dag van de moord werd opgebeld door de vrouw van Mendez, nadat deze het overlijden van haar man had vernomen. Omtrent de morgen van de moord verklaart Bouhouche: 'Eerst voerde mijn vrouw de kinderen naar school. Ik kon niet weg omdat mijn wagen gestolen was. Toen mijn vrouw terugkwam ben ik naar garagehouder Alain Weykamp gegaan.' Heeft Bouhouche een alibi? Advocaat Jean-Paul Dumont, verdediger van Bouhouche, verklaart: 'Er blijft een gat tussen 7.40 uur, het moment waarop de vrouw van Bouhouche vertrekt om de kinderen naar school te brengen, en 9.03 uur, het moment waarop mijn klant zich in het gezelschap bevindt van een persoon wiens getuigenis onmogelijk in twijfel te trekken is.' De volgende dag wordt Bouhouche terug in vrijheid gesteld.

24 Januari : 14 dagen na de vrijlating van Bouhouche kondigt de RTBF-radio in de vroege morgen aan dat het wapen van de moord op Mendez werd gevonden bij een gewezen BOB'er en dat de man in kwestie werd aangehouden. Volgens het bericht werd een expertise verricht op een wapen dat bij een tweede huiszoeking, ditmaal verricht door de BOB van Waver, in beslag werd genomen. Bij die huiszoeking zou een 9 mm en Remington Hollow Point-kogels gevonden zijn. De expertise zou uitgewezen hebben dat het gaat om het moordwapen. De resultaten van de expertise zouden de dag ervoor zijn meegedeeld aan de Nijvelse onderzoeksrechter. Het bericht komt te vroeg, haast als een verwittiging. Bouhouche is helemaal niet opgepakt en de resultaten van de expertise liggen nog ter beoordeling van de onderzoeksrechter. Ten gevolge van het voorbarig bericht wordt besloten tot de arrestatie van Bouhouche.

Zondag 26 Januari : Op 26 januari '86 levert onderzoeksrechter Schlicker het aanhoudings- mandaat af tegen Madani Bouhouche, wegens 'medeplichtigheid aan moord'. De dag daarop verdwijnt Jean Bultot in gezelschap van de moeder van zijn kind, Arlette Lichert, samen met hun zoon. Omstreeks 10u30, zo vertelt Bultot, zag hij dezelfde rijkswachter in burger die hem in november al volgde, bij het verlaten van zijn woning. Bultot telefoneert naar Claudine Falkenburg. 'Ik zei haar dat, indien ik bleef, men me opnieuw zou oppakken', zo verklaart hij. Volgens bepaalde bronnen werd Bultot getipt vanuit een bepaalde fractie van de Staatsveiligheid. Bultot verwittigd Francis Dossogne, leider van 'Forces Nouvelles'. Hij vraagt voor hem de vlucht te organiseren. Het is Francis Dossogne zelf die Bultot, Lichtert en hun zoon overbrengt naar een schuilplaats in Bergen. Het gezelschap rijdt naar de herberg van Gerard Blot, kaderlid van de plaatselijke Forces Nouvelles-afdeling. Kleding, diploma's en schutterfoto's worden naar daar overgebracht. Bultot ontmoet daar nog een aantal practical shooters uit de 'Phenix'. De grens wordt overgestoken via een kleine landweg. Het is Dossogne persoonlijk die het gezelschap tot in Orly brengt. Daar blijkt het onmogelijk om op de lijn 'Lineas Argentinas' te boeken voor Zuid-Amerika. Dossogne brengt Bultot tot het station van Austerlitz. Daar neemt het gezelschap afscheid van de leider van 'Forces Nouvelles' en vertrekt met de trein naar Madrid. De volgende dag komen ze aan en brengen de nacht door in een hotel. Op 29 januari '86 koopt Bultot tickets bij de Spaanse luchtvaartmaatschappij Iberia, met eindbestemming Assuncion in Paraguay. Daar wordt Bultot opgewacht door zijn politieke vrienden. De vogel is gevlogen. Pas op 11 mei '86 wordt adjunct-gevangenisdirecteur Jean Bultot 'van ambtswege ontslagen', omwille van het feit dat hij zonder geldige reden afwezig bleef op zijn werk. Op dat moment zit hij veilig in het Paraguay van Stroesser, het land waar vele extreemrechtse politieke landen asiel vonden.

6 Maart : Uiteindelijk slagen de speurders van het parket van Dendermonde, onder leiding van onderzoeksrechter Troch, erin om Philippe De Staerke te vatten. Hij wordt aangehouden. Philippe, die in de jaren '70 nog een tijdje lid was van het vreemdelingenlegioen, ontkent alle feiten die hem ten laste worden gelegd. Hij geeft enkel de heling toe van de BMW die uit Marseille werd gerepatrieerd en het gebruik van een valse identiteitskaart. De arrestatie van Philippe 'Jhonny' De Staerke betekent het symbolische einde van de zogenaamde Bende van Baasrode.

17 Maart : Drie gangsters beroven een geldtransport van Securitas aan de supermarkt GB in Drogenbos. Een van de getuigen vermeld een 'grote blonde'. De buit bedraagt 27.650.000 frank. Later worden in de villa van Haemers aanwijzingen gevonden dat hij aanwezig was bij deze hold-up. Dossier 1.90 van onderzoeksrechter Laffineur vermeldt Haemers als een van de verdachten.

21 Maart : Na de bloedige Bende-aanslagen van eind 1985 worden Michel Cocu en de andere Borains opnieuw gearresteerd.

28 Maart : Weer overvallen drie gangsters een geldtransport van Securitas, deze keer in Evere. De gangsters schieten twee keer, niemand raakt gewond. De bandieten gaan aan de haal met 30 miljoen frank. Onderzoeksrechter Laffineur vermeldt, in zijn dossier 1.90, Haemers als een van de verdachten.

20 April : Op 14 april 1986 bombarderen 18 F-111-bommenwerpers Tripoli en Benghazi samen met 15 A6 en A7-gevechstvliegtuigen die waren vertrokken vanop Amerikaanse vliegdekschepen in de Middellandse Zee. De bombardementen veroorzaken tientallen gewonden en zo'n honderd doden, waaronder Kadhafi's 15 maanden oude dochtertje Hana. Hoe wordt er gereageerd in België? Onder impuls van de Partij van de Arbeid, de CNAPD en een aantal progressiece Arabische organisaties wordt op 20 april in Brussel een protestdemonstratie gehouden. Onder de 3.000 demonstranten bevinden zich zowat 300 integristen. Ze dragen enkele foto's van Khomeiny en Kadhafi. Dadelijk steekt een storm van protest op. Gol geeft de toon aan: 'Ik ben uitermate geschokt door de anti-Amerikaanse uitlatingen die vandaag in de straten van Brussel weerklonken. Ze kwetsten de gevoelens van de Belgen die zich lotsverbonden voelen met onze bondgenoten en het terrorisme veroordelen. De tv-beelden verontrusten mij. Men zou dergelijke taferelen eerder in Teheran dan in Brussel verwachten. De aanwezigheid van fanatieke groepen vereist een grote waakzaamheid en speciale acties.' Gol staat niet alleen. In de Kamercommissie van Binnenlandse Zaken creëren alle Franstalige partijen in een zeldzame bui van eensgezindheid een sfeer van verdachtmaking rond de legale incindentloze betoging. Een vreedzame manifestatie tegen een agressiedaad van de Verenigde Staten wordt meteen met terrorisme vereenzelvigd. Zonder dralen belast Gol de AGG en de Staatsveiligheid met een onderzoek naar zo'n dertig personen die herkend worden op filmbeelden van de betoging en 'ervan worden verdacht betrokken te zijn bij het internationale terrorisme'.

21 Mei : Bij de aanhouding van Darville komt het dossier Thierry Smars opnieuw ter sprake. Het dossier Smars behandelt de 'vermoedelijke' zelfmoord van deze jonge man, een week voor zijn 24ste verjaardag. Op 21 mei vinden familieleden Thierry in zijn kamer. Het lijkt erop dat hij zich een kogel door het hoofd heeft geschoten. Het dossier is bijna geklasseerd, maar wordt in augustus 1989 door onderzoeksrechter Collin van onder het stof gehaald en opnieuw bestudeerd. Kennissen en verwanten van Thierry Smars hebben altijd beweerd dat hij geen zelfmoord pleegde. Het ziet ernaar uit dat ze gelijk hebben. Het onderzoek naar de dood van Smars is destijds weinig ordelijk verlopen. Wapenexpert Dery, die ter plaatse gekomen was, had enkele stalen van stoffen op de huid van de vingers van het slachtoffer genomen. De stalen werden naar een expert gestuurd met de vraag of hij sporen van lood en/of altimonium kon terugvinden. Als er geen sporen zijn, dan heeft Smars het wapen niet zelf afgevuurd. De expert heeft het onderzoek uitgevoerd maar heeft zijn rapport niet overgemaakt aan het gerecht. De expert werd nooit officieel door het gerecht aangesteld, hij heeft nooit een officiële vraag voor het onderzoek ontvangen en zag dus geen reden om een antwoord te geven op een vraag die hem 'niet gesteld is'. Niemand maakt zich verder nog zorgen om het dossier Smars. In 1989 krijgt onderzoeksrechter Collin de zaak in handen. Het resultaat van het onderzoek wordt meteen, officieel, opgevraagd. Er bevonden zich geen sporen van antimonium op de vingers van het slachtoffer. Smars heeft dus naar alle waarschijnlijkheid geen zelfmoord gepleegd maar werd vermoord. De onderzoekers van de cel Gamma weten al langer dat Smars deel uitmaakte van de bende met Haemers. Ze vermoeden zelfs dat Smars deelgenomen heeft aan de overval in Ensival waar twee postbedienden omkwamen toen de gangsters een veel te zware bom tegen de postauto kleefden. De dood van die twee mensen zou Smars volledig uit zijn lood geslagen hebben. Terug in Brussel zou hij heel nerveus en onevenwichtig geworden zijn. Smars zou wraakplannen tegen de fabrikant van de bom gekoesterd hebben. Eerste hypothese van de onderzoekers: Smars werd te gevaarlijk en een van de bendeleden heeft hem geliquideerd. Als sommige geruchten uit het milieu waar zijn, zou Philippe Lacroix de moordende trekker overgehaald hebben. Maar er bestaat nog een andere hypothese. Smars zou in augustus 1985 kennisgemaakt hebben met de Fransman Roland Bastiani. De grootmoeder van Smars verhuurde een flat aan Bastiani. De man liet een diepe indruk na op Thierry. Bastiani maakt de Brusselaar wijs dat hij officieus zijn vaderland, Frankrijk, vertegenwoordigt in België, en dat hij de rang van kolonel heeft bij de SDECE, de Franse geheime inlichtingendienst. Thierry neemt de 'kolonel-spion' in vertrouwen en vertelt hem over enkele overvallen die hij samen met Lacroix en Haemers gepleegd heeft. De 'kolonel' heeft meteen een voorstel: 'Kom voor ons werken, wij zijn enkele acties aan de Spaanse grens aan het voorbereiden. Het heeft iets met extreem-rechts te maken ...' Smars vertrouwt de kolonel volledig en geeft hem zelfs 4 miljoen frank in bewaring. Lacroix zou Bastiani eveneens betaald hebben, niet zozeer om ook voor de Fransman te kunnen werken maar wel om zijn stilzwijgen over de overvallen te kopen. Lacroix en Haemers zouden witheet van woede geweest zijn toen ze de loslippigheid van Smars vernamen. Thierry mag nog deel uitmaken van het commando dat de postwagen in Verviers overvalt. In maart, wanneer de bende een overval in Drogenbos uitvoert, moet Thierry echter thuisblijven. Bastiani is intussen verdwenen. Acht maanden later, op 19 mei 1986 volgens verwanten van Smars, duikt hij weer op en telefoneert hij Thierry 'om geld te vragen'. Smars zou toen vreselijk bang geworden zijn. Hij pansert de deuren van zijn flat en draagt constant een wapen. Op 21 mei wordt hij met een kogel in het hoofd in zijn kamer gevonden. Smars zou opgeruimd zijn omdat hij te veel met Bastiani gepraat had. Rijkswacht en politie zoeken nog steeds een duidelijk antwoord op alle vragen rond de dood van Thierry Smars. Drie dagen na zijn arrestatie in Rio zegt Haemers eenvoudigweg: 'Nee, ik heb Smars niet gedood. Da's alles.'

25 Juni : Op 25 juni 1986 sprak Carlos Amores Martinez y Amore, de voorzitter van de correctionele rechtbank van Brussel, het verdict uit in de zaak VDB. Hij richtte zich tot VDB en zei letterlijk: 'Wij, leden van de rechtbank, hebben de modernste juridische scalpels gebruikt om het ingewikkelde mechanisme van u fraude te ontrafelen. Wat u deed, was zeer erg. U was de eerste minister van België. U hebt de wetten verkracht die u anderen hebt opgelegd. U moest de justitie steunen en helpen. U hebt dat niet gedaan, u hebt haar bedrogen. Slecht uw leeftijd, uw sterke persoonlijkheid en de diensten die u ontegensprekelijk aan het land hebt bewezen beschermen u tegen een opsluiting in de gevangenis. Het zou ons aangenaam geweest zijn u vrij te spreken. Wij zochten argumenten in u voordeel. Het hielp niet, wij konden niets anders doen dat dit vonnis uitspreken. Mijnheer Vanden Boeynants, u bent een geboren, een verstokt en een onverbetelijk fraudeur.' VDB kreeg twee jaar onvoorwaardelijk wegen fraude, een jaar uitstel wegens schriftvervalsing, en een boete van 620.000 frank.

17 Juli : Patrick Haemers ontkent hardnekkig een van de overvallen die hem in de schoenen geschoven wordt, precies die overval die hem met de Bende van Nijvel linkt. De overval vondt plaats op 17 juli 1986 op de Ninoofsesteenweg in Leerbeek, in het Pajottenland. Twee gangsters overvallen een Securitas-geldtransport. De wagen staat stil voor een filiaal van het Gemeentekrediet. De chauffeur van de Securitas-wagen, George Vindevogel, wordt door een van de gangsters koelbloedig met een kogel in het hoofd afgemaakt. De overvallers grijpen de buit, 4.7 miljoen frank, mee en vluchten in een Peugeot 504. George Vindevogel is de neef van de vroegere uitbaatster van de bar 'Diable Amoureux', vlakbij de Colruyt in Nijvel, waar de Bende van Nijvel haar wagen achterliet enkele ogenblikken nadat ze in de nacht van 16 op 17 september '83 drie mensen vermoord had. Toeval? Misschien. Maar, de Peugeot 504, de vluchtwagen in Leerbeek, die de avond voordien uit een garage aan de Nijvelsesteenweg 47 in Eigenbrakel gestolen werd, legt een andere link met de Bende van Nijvel. In 1983 stal de Bende van Nijvel op dezelfde manier een Saab Turbo uit een garage in de buurt. Toeval? En, Thierry Smars had een garage in Tubeke, een provinciestad in Waals Brabant, vlakbij Eigenbrakel. Een geschikte schuilplaats voor een wagen en zijn passagiers na een overval.

9 September : 'De onderzoekers zullen de daders en de organisatoren van de misdaden nooit vinden, want ze zouden op hoger niveau hun tanden breken.' Dit werd letterlijk verklaard door Madani Bouhouche op 9 september 1986 aan een lid van de gerechtelijke politie van Charleroi. Ook Michel Cocu zei het al, al kon hij de naam van zijn gezellen niet noemen omdat hij de machtigste man van België zou zijn. Deze beweringen werden nooit grondig onderzocht, of heeft men toch zijn tanden gebroken?

17 September : In Wezembeek-Oppem vindt een overval plaats. Drie gangsters gaan er aan de haal met 13.765.000 frank, buitenlandse deviezen en goudstukken nadat ze een Securitas geldwagen gekraakt hebben. De onderzoeksrechter beticht, in zijn dossier 1.90, ook nu weer Haemers van deze overval.

11 Oktober : Delta-lid Collewaert stelde op basis van de verklaringen van Mievis, lid van de Groep G waar Mievis zelf contactpersoon van de Front de la Jeunesse-leider Françis Dossogne was, op 11 oktober 1986 een proces verbaal op. Mievis was aanwezig op een extreem-rechts oefenkamp en getuigde dat hij in dat kamp twee leden van de gerechtelijke politie opgemerkt had. Een van hen was commissaris Zimmer van de gerechtelijke politie van Brussel. 'U hebt me een bijkomende vraag gesteld over het kamp van het Front de la Jeunesse waaraan ik heb deelgenomen. Ik kwam daar op zaterdag aan, om op zondag weer te vertrekken. Er waren zo'n twintig deelnemers. De dagelijkse activiteiten bestonden uit paramilitaire oefeningen. 's Morgens was er groet aan de vlag, die een wit Keltisch kruis droeg. Dan volgden er fysische oefeningen, voetmarsen, turnen, zelfverdediging. Er waren in de loop van de dag ook politieke toespraken. Het kamp had plaats in Marche-en-Famenne. Wat de twee leden van de GPP betreft, ik had de indruk dat die een vriend ter plaatse hadden. Ze zijn gebleven voor de maaltijd en zijn daarna vertrokken. Ze hebben me zelf gezegd dat ze bij de GPP waren en Dossogne zei me dit reeds bij hun aankomst. Ik denk dat Dossogne hen daarna gezegd heeft dat ik militair was. Dit gebeurde toen een van de twee mijn gamel gebruikte met het insigne GD-Rijkswacht. Hij wendde zich naar mij en vroeg: 'Ben jij bij de rijkswacht?' Ik heb dit bevestigd en toen gaven zij op hun beurt toe bij de GPP te zijn. Een van de twee stelde zich voor als Zimmer.' Het was eind jaren zeventig dat het tijdschrift Pour het bestaan onthulde van de extreem-rechtse oefenkampen in Marche-en-Famenne van het Front de la Jeunesse en het VMO.

13 Oktober : Begin oktober doet Patrick Haemers bij de derde brigade van de politie van Brussel aangifte van de diefstal van zijn Mercedes. Enkele dagen later annuleert Haemers deze klacht alweer. De politie van Brussel krijgt een fax van de politie van Oslo die ene Jean-Claude S. geïnterpelleerd heeft toen hij met de Mercedes de overzetboot opreed. De derde brigade van de Brusselse stadspolitie verwittigt de collega's van de gerechtelijke brigade van de politie die al enige tijd vermoedens hebben rond Haemers. Haemers wordt geschaduwd. Als zijn verblijfplaats en die van zijn vrienden vaststaan, slaat het gerecht op de 13 oktober toe. De gerechtelijke brigade van de stadspolitie van Brussel, de BOB Halle en de politie van Sint-Lambrechts-Woluwe voeren huiszoekingen uit in de villa van Patrick Haemers aan de Rue Boissonnets 9 in Chaumont-Gistoux, in het Brusselse appartement van Philippe Lacroix en in de winkel van de vriendin van Lacroix aan de George Henrilaan in Sint-Lambrechts-Woluwe. In de villa van Haemers vindt de politie 3.290.000 frank in briefjes van 1.000 en 5.000 en een massa aan deviezen waaronder vrij zeldzame valuta die in enkele van de overvallen Securitas-wagens vervoerd werd. Het geld zat verstopt in een handtas, in een fototas en in de voet van een lavabo. De politie vindt ook de sleutels van de Securitas-wagen die in Drogenbos leeggeroofd werd en de goudstukken die in Wezembeek-Oppem gestolen werden. Haemers had de goudstukken aan zijn vrouw geschonken. In de flat van Lacroix wordt niets gevonden. In de winkel van zijn vriendin neemt de politie daarentegen een karabijn .22, een long rifle Winchenster, een revolver Smith & Wesson kaliber .38 en munitie in beslag. De politie vindt ook documenten over de aankoop door Lacroix van een garage in Schaarbeek. Patrick Haemers en zijn echtgenote Denise Tyack, Philippe Lacroix en de broer van de Amerikaan Jean-Claude S. worden opgepakt. Tyack en de Amerikaan worden kort daarna weer vrijgelaten. Het gerecht voert een onderzoek uit naar de financiële handel en wandel van Haemers. Het blijkt dat hij 'ingeschreven' staat als zelfstandig medewerker van de NV Sobex. De boekhouder van die firma schreef Haemers echter valse facturen uit voor diensten die Haemers nooit bewezen had. Haemers gaf zelf eerst een pak geld aan de boekhouder die daarmee zijn 'zelfstandig medewerker' betaalde. Op die manier werden miljoenen gestolen geld witgewassen. In oktober 1986 wordt Haemers hiervoor bij verstek veroordeeld.

14 Oktober : Onderzoeksrechter Jean-Pierre Collin van Brussel plaatst Haemers en Lacroix onder aanhoudingsmandaat. De twee worden vijf dagen in volledige afzondering gehouden waarna de raadkamer van Brussel de aanhouding bevestigt. Het mandaat vermeldt diefstal met geweld en diefstal met bedreiging, gewapende overvallen en moord om diefstal te vergemakkelijken.

3 November : Het onderzoek naar de verdachte dood van WNP-leider Paul Latinus wordt afgesloten. De conclusie van het parket luidt zelfmoord.

Woensdag 5 November : Onderzoekers Lachlan en Ruth halen de neo-nazi Eric Lammers uit zijn cel en rijden met hem naar de bossen van La Houssière. Lammers voert het gezelschap naar de zandgroeve. Hij verklaart: 'Die plaats werd door ons gewoonlijk 'La Carrière' genoemd als we de plaats van afspraak onder ons wilden situeren.' De WNP'er stelt dat 'La Carrière' door hem en zijn vrienden gebruikt werd om te schieten. Lammers gaat verder. 'De dag dat Weykamp en Van Liede werden gecontroleerd door die rijkswachter in april '81 waren Van Engeland, Nemry en ikzelf daar ook. Toen de controle gebeurde hebben wij ons verstopt. Op die dag schoot ik met een automatische riotgun Franchi 8, misschien ook met een Star-pistool kaliber 22 type M1 met een geluiddemper en bril. Van Engeland gebruikte een riotgun. De munitie kochten wij samen. Na de controle ben ik bij de wapens gebleven en is Van Engeland naar Brussel gaan telefoneren, om te vragen ons te komen ophalen. Van Lierde en Weykamp reden zonder de wapens terug naar huis. Dat leek veiliger.' 'La Carrière', de plaats die Eric Lammers aanwees lag precies tussen de plaats waar de bendewagen werd gevonden en de plek waar de brandhaard werd ontdekt met de cheques die gestolen werden door de Bende in Overijse.

Donderdag 6 November : Na een duik in de Zenne met geavanceerd Duits materiaal op zoek naar wapens van de Bende de Staerke, wordt ook nog eens gezocht in het kanaal Brussel ? Charleroi ter hoogte van het hellend vlak van Ronquières. Procureur Deprêtre liet, op basis van een getuigenissen, een duiker amper enkele uren zoeken in het kanaal, zonder enig resultaat. Een jaar na de eerste duik vindt er een tweede plaats, onder leiding van het parket van Dendermonde. Onderzoeksrechter Troch uit Dendermonde laat het kanaal verbeten uitzoeken met gesofistikeerd materiaal. Het resultaat is verbluffend, er word een indrukwekkende reeks sporen bovengehaald. Het blijkt dat in de nacht van 10 op 11 november '85, dus hooguit twee dagen na de overval op de Delhaize in Aalst, twee zakken in het water werden gegooid met volgende inhoud : - Een pistool 7.65mm met rijkswachtkenteken, in stukken gezaagd. De slagpin is eruit verwijderd maar wordt ook teruggevonden. Het onderzoek wijst uit dat het wapen in kwestie geroofd werd bij de overval op de Colruyt in Nijvel op 17 september '83 door de Bende, nadat een rijkswachter werd neergeschoten. - Tevens worden in de zakken stukgezaagde onderdelen gevonden van een deel van de wapens die gestolen werden bij wapenhandelaar Dekaise op 30 september '82. Het duurt een hele tijd voordat de experts kunnen uitmaken dat het ondermeer gaat om delen van Beretta en Ingram-mitrailleurs, afkomstig van de overval in Waver. Ook delen van een Ruger, opgevist in Ronquières, zijn afkomstig van dezelfde diefstal. - Een Arminius kaliber 38 wordt eveneens ontdekt. Het blijkt echter niet te gaan om een gelijkaardig wapen dat door de Bende werd buitgemaakt op juwelier Szymusik van Anderlues op 1 december '83. - Ook een .22 long rifle werd gevonden. Het is dat wapen dat gebruikt werd bij de moord in Beersel op 23 december '82 en bij de moord op de taxichauffeur Angelou tussen 9 en 12 januari '83. Het is ook dat wapen dat gebruikt werd bij het neerschieten van de Duitse herdershond in de garage 'Jadot'. Met deze .22 long rifle werden ook de moorden gepleegd achter de Colruyt in Nijvel op 17 september '83. Diezelfde long rifle gebruikten de moordenaars in Temse bij de overval op Wittock ? Van Landeghem in de nacht van 9 op 10 september '83. - Ook een revolver 357 Magnum werd naar boven gehaald. Bij de moord in Beersel op 7 oktober '83 werd een dergelijke revolver van groot kaliber gehanteerd. - Tevens kwam een Centaure kaliber 10 boven water. Het blijkt te gaan om het wapen dat op 13 maart '82 door onbekenden werd gestolen bij wapenhandelaar Joseph Cataï in Dinant. Wapenhandelaar Dekaise herkent het formeel als het wapen waarmee hij door de Bende bedreigd werd. - Verder werden nog en 150-tal patronen bovengehaald. Het merendeel is 'Legia'-eendenhagel, uitgerekend de munitie die de Bende gebruikte bij haar overvallen in '85. - En nog is het niet gedaan. De baby-koffer die door de Bende werd buitgemaakt op 9 november '85 tijdens de overval op de Delhaize van Aalst wordt ook opgevist. Ook een kassalade, met de cheques nog in, wordt gevonden samen met een geldzak vol munten. De hele buit is afkomstig van de overval in Aalst. - Tevens wordt een volledige kogelvrije vest, en delen van andere vesten, gevonden. Het blijkt te gaan om de vesten die gestolen werden door de Bende bij het bedrijf Wittock ? Van Landeghem in de nacht van 9 op 10 september '83. De speurders zijn ervan overtuigd dat de Bende-leden deze vesten droegen tijdens de moorddadige raids in 1985. De speurders zijn verbouwereerd. Ze vragen zich af waarom de moordenaars van Nijvel de spullen op die bewuste plaats hebben gedropt. Precies op die plaats is er een steiger, is er weinig diepgang, weinig stroming en staan er relatief veel huizen langs de oever. De kerels namen een groot risico door de zakken daar in het water te gooien. Dat blijkt trouwens, gezien de getuigenissen. Tevens valt het op dat elke zak delen bevat van wapens en buit die zowel betrekking hebben op de feiten die gepleegd werden in '83 als in '85. Het lijkt er haast op dat de moordenaars erop waren dat het gerecht de zakken zou vinden en de relatie tussen al die feiten duidelijk zou worden. De samenstelling van elke zak wijst erop dat, ook als er maar een van de zakken gevonden zou worden, de volledige puzzel werd aangeboden aan de speurders. Geen van de twee riotguns die de Bende hanteerde bij haar overvallen werd echter opgevist. Ook niet het 9 mm wapen dat in Aalst werd afgevuurd. Nog twee 7.65 mm pistolen, bij diverse gelegenheden gebruikt door de Bende, ontbreken. En toch ... in elk van de opgeviste zakken worden gepercuteerde kaliber 12-hulzen gevonden. Het gaat telkens om een paar, waarvan een huls perfect overeenstemt met Bende-riotgun een en huls twee afkomstig is van Bende-riotgun twee. Waarom houdt de Bende bepaalde wapens, en meer bepaald twee riotguns, achter? En waarom signeert de Bende op deze onnavolgbare wijze elke zak die in Ronquières werd gedumpt? Vragen waar nooit een antwoord op zal komen.

19 December : De vechtpartij tussen Dodack en Moussa in september '85 loopt niet fataal af. Moussa is wel zwaargewond en dient opgenomen te worden in de kliniek. Dodack wordt in hechtenis genomen. Wanneer Moussa zowat veertien dagen later wordt ontslagen uit de kliniek, neemt hij contact op met Philippe De Staerke, die op dat moment ondergedoken zit, nadat hij niet terugkeerde naar Sint-Gillis uit penitentiair verlof. Moussa vraagt aan De Staerke iemand voor hem te vermoorden. Later, op 19 december '86, wordt Ramadan Dodack doodgeschoten in Neder-over-Heembeek. Officieel heet het dat hij werd neergeschoten door zijn 15-jarige dochter, op het moment dat hij haar wilde verkrachten. De moord volgt drie dagen nadat een onthullende uitzending op de RTBF werd uitgezonden omtrent de Bende van Nijvel. Verschillende bronnen maken melding van het feit dat Dodack meer zou geweten hebben van de moord op Jules Montel. Dodack was goed bevriend met Jean Bultot. Het is vennoot Brahim Sinanaj die 'Le Jambon' verder zal uitbaten. Op de dag van de heropening, op 6 juli 1987, worden er molotov-cocktails in 'Le Jambon' binnengegooid. De zaak gaat volledig in de vlammen op.

Eind 1986 : Privé-detective Francis Dossogne, ex-leider van het Front de la Jeunesse, wordt gecontacteerd door Denise Tyack en advocaat Michel Vander Elst. Volgens Dossogne vragen ze hem een ontsnappingsplan voor Haemers en Lacroix met een vlucht naar Zuid-Amerika uit te werken. De onderhandelingen struikelen over de kostprijs van het plan.