1988
18 Januari : In Bergen begint voor het hof van Assisen het beruchte proces tegen de 'Borains', slechts vijf bende-feiten waren in de aanklacht tegen hen gehandhaafd. Na drie dagen werd het proces al onderbroken. Tijdens het proces kwam er heel wat aan het licht in verband met het onderzoek dat Deprêtre voerde in Nijvel. Volgens de Procureur des Konings van Nijvel waren de Borains, en niemand anders, de doders van Waals Brabant. Volgens Deprêtre waren het gewoon een stel vulgaire roofovervallers. Rechbankvoorzitter Verveecke was in alle staten. Verwijzend naar de nazi-concentratiekampen, riep hij uit: 'Dit is Nacht und Nebel.' Uiteindelijk werden de Borains vrijgesproken van de Bende-overvallen. De Borains waren de Bende niet. En met die uitspraak werd de procureur uit Nijvel op zijn plaats gezet. Maar het kwaad was toen al geschied. Het proces van de Borains was puur bedrog. Ze moesten zich verantwoorden voor een vijftal feiten uit 1983. De andere feiten, onder andere de drie bloedige overvallen uit 1985, kwamen op het proces niet ter sprake. Ook al waren er voldoende bewijzen die aantoonde dat de twee reeksen van aanslagen met elkaar te maken hadden. Onder andere de vondst in 1986, voor de start van het proces, van wapens in het kanaal van Brussel-Charleroi, toonde aan dat de feiten van 1983 en 1985 met elkaar te maken hadden.21 Januari : Onderzoeksrechter Jean-Marie Schlicker verklaart op het proces tegen de Borains dat een wapen van ex-rijkswachter Madani Bouhouche is gebruikt door de Bende van Nijvel. Rechtbankvoorzitter Verveecke laat het proces stilleggen.
25 Januari : Robert 'Bob' Beyer keert terug uit Spanje en geeft zich vrijwillig aan bij de politie.
25 Januari : Justitie zal de zaak van de privé-militie Westland New Post, die voor de rechtbank eindigde wegens de ophef die ze verwekte in de media, niet volledig kunnen ophelderen. Toen de zaak op 25 januari 1988 onderzocht werd door de 56ste correctionele kamer bij de rechtbank van eerste aanleg, vroeg het openbaar ministerie dat de rechtbank zich onbevoegd zou verklaren omdat de beschuldigingen betrekking hebben op politieke misdrijven die door een assisenhof berecht moeten worden en ook omdat de beschuldigden onder het militaire strafrecht vallen. Het openbaar ministerie heeft dus drie jaar nodig gehad, de duur van het onderzoek, om tot deze slotsom te komen. In elk geval wordt commissaris Christian Smets van de Staatsveiligheid niet voor deze rechtbank gedaagd. De opmerking van mensen die daarover verwonderd zijn, weerlegt de voorzitster met de volgende woorden: 'Sommige personen die hier aanwezig hadden moeten zijn, kwamen niet opdagen, omdat hun zaak niet bij de rechtbank aanhangig werd gemaakt.' In zijn tussenkomst op 2 december 1983 merkte senator Roger Lallemand, die tevens advocaat is, verwonderd op: 'Hoe zal die tot kolonel bevorderde agent kunnen ontsnappen aan een inbeschuldigingstelling voor betrokkenheid bij een privé-militie als hij zelf de leden opgeleid heeft?' De rechtbank volgde echter de verordening van het openbaar ministerie en de beslissing werd bevestigd door het Hof van Beroep. Uiteindelijk werd alles stilgelegd omdat de zaak verjaard was.
13 Februari : Dat de bende rond Bouhouche uitgekookte jongens zijn, blijkt begin februari 1988 uit de ontdekking door de onderzoeksgroep rond adjudant Goffinon van een geheimzinnige tunnel onder de afgedankte brouwerij aan de Washuisstraat in Brussel. De tunnel was gegraven nadat de brouwerij al jaren buiten gebruik was en is rechtstreeks verbonden met de ondergrondse bedding van de Zenne. In de periode dat Bouhouche contact zocht met Moreaux en Vanden Boeynants werden een aantal medestanders van Bouhouche en 'rijkswachters in uniform' bij het brouwerijcomplex opgemerkt. De tunnel zou in diezelfde periode zijn gegraven. Hierover door Goffinon aan de tand gevoeld, pakt Christian Amory uit met een scenario waarin enkel nog Clint Eastwood en Charles Bronson ontbreken. De tunnel was een uitlopen van een plan van Bouhouche die in 1979, toen hij nog samen met Bob Beijer en Christian Amory bij de Brusselse BOB werkte, een aantal manschappen rond zich begon te verzamelen om op grote schaal warenhuizen af te persen. Ook Tchang Wei Ling maakte deel uit van deze groep. Bouhouche had een systeem uitgewerkt waardoor hij de ligging van de gasleidingen in en rond de vestigingen van de warenhuisketen GB-INNO-BM kon detecteren. Met zijn bende wilde hij explosieven tot ontploffing brengen. Met de combinatie van verschillende explosies en felle branden wilde hij het geschikte psychologisch klimaat creëren om de directie van de warenhuisketen voor gigantische bedragen af te persen. Uit het verder onderzoek blijkt dat de bende alvast begonnen was met de voorbereiding van de aanslagen. Er werden lijsten opgesteld van de doelwitten en van de namen en adressen van de leden van de raad van bestuur van GB-INNO-BM. Drie leden van de groep, Bouhouche, Beijer en Tchang, stalen een belangrijke hoeveelheid explosieven uit een steengroeve in Lives en Beijer schafte zich een aantal ontstekingsmechanismen aan. Bovendien had de bende van Bouhouche een voorraad blanco identiteitskaarten klaarliggen. Volgens een PV van 13 februari 1988 van de onderzoekscel van Jumet waren deze documenten gestolen bij de BOB van Brussel. Een van de identiteitskaarten was voorzien van de valse naam Franco Hoffman, een tweede droeg de naam Paul van den Eynde. In PV 21268 van hetzelfde dossier noemt Amory de Hoffman-kaart een grapje om Bouhouche te plezieren. De voorbereidende vergaderingen voor de terreurcampagne hadden plaats in hotel 'Le Toucan' in Nijvel en de 'Hippopotamus' in Brussel. Na een eerste bommencampagne wilde Bouhouche de warenhuizen geld af persen door te dreigen met nieuwe aanslagen. Het geld zou dan bij de ingang van de oude brouwerij overhandigd moeten worden. Via de tunnel waarvan de ingang zich degelijk gecamoufleerd onder een liftkoker bevond, konden de gangsters met behulp van een Zodiac-bootje dat ze in Knokke gestolen hadden via de Zenne ongezien wegkomen. Aan het einde van deze onderaardse vluchtroute zou een limousine met een Corps Diplomatique-nummerplaat hen opwachten. Of Bouhouche ook van plan was andere warenhuisketens te chanteren, is niet duidelijk. Wel staat vast dat hij zich na de overvallen van de Bende van Nijvel op de Delhaizes van Eigenbrakel en Overijse in oktober 1985 door Amory de rijkswachtplannen ter beveiliging van de Delhaize-vestigingen liet overhandigen. Amory had toegang tot deze hoogst vertrouwelijke informatie omdat hij door de generale staf was aangesteld om mee te werken aan het uitwerken van een speciaal veiligheidsdispositief voor de door de Bende geviseerde warenhuizen in Waals Brabant. Het hele chantage-plan werd hoedanook vroegtijdig geaborteerd door de arrestatie van Bouhouche. Aan dit verhaal zitten een aantal hoogstmerkwaardige aspecten vast. Zo zou de oude brouwerij in de periode dat de tunnel gegraven werd door Juan Mendez onder een valse naam gehuurd zijn. Bovendien hebben de speurders in de tuin van Mendez grote hoeveelheden explosieven opgegraven. Geconfronteerd met de verklaringen van Amory, geeft Bouhouche toe dat hij een dergelijke organisatie op touw heeft gezet en dat de groep politieke doelstellingen had en op een militaire wijze gestructureerd was. De vraag hoe en waarom de naam van Juan Mendez in dit mythomane scenario opduikt, blijft de speurders intrigeren. Hetzelfde geldt voor de verklaringen van een betrouwbare getuige die stelt dat hij Mendez, Bouhouche en adjunct-gevangenisdirecteur Jean Bultot in 1985 samen heeft zien dineren in het Spaanse restaurant 'Villa Rosa' in de Brusselse Hoogstraat. Het is een feit dat Bouchouche aan de speurders verklaart dat hijzelf vanwege de WNP-leiding de opdracht had gekregen Mendez te rekruteren en dat de rol van Mendez in de 'brouwerij-affaire' een soort onderdeel vormde van het toelatingsexamen dat de FN-ingenieur moest afleggen. Ten slotte beweert Bouhouche ook dat Mendez bereid gevonden was WNP te subsidiëren. Mendez zou zelfs al 83.000 frank gestort hebben. Hoedanook, de 'bende van Bouhouche' was een strak georganiseerde, militaristische organisatie. Wie zich niet aan de orders hield of verraad pleegde, riskeerde zijn vel. Uit PV 21467 van de gerechtelijke politie van Charleroi blijkt bijvoorbeeld dat een anonieme Chinees instond voor de liquidatie van dissidente bendeleden. In hetzelfde PV kan men lezen hoe Bouhouche, Beijer en Amory plannen maakten voor het vermoorden van gerechtelijk wapenexpert Dery, een deskundige die in vrijwel alle met de Bende van Nijvel gelieerde dossiers verantwoordelijk is voor een aantal ballistische expertises.
18 Februari : Op 18 februari 1988 wordt Amory door inspecteur Louis Fichefet van de gerechtelijke politie van Charleroi ondervraagd over zijn contacten met de MDA en doet hij spontaan het hele verhaal. Naar eigen zeggen werd Christian Amory eind september 1985 door Mohammed Asmaoui, een jeugdvriend van Amory, gecontacteerd met de vraag vijfhonderd GP 9mm pistolen te leveren aan de MDA. Volgens Amory zag hij in dit verzoek een ideale aanleiding om in deze door Khadafi gefinancierde Algerijnse oppositiebeweging te infiltreren. Bij wijze van vertrouwenwekkenden introductie gaf hij Asmaoui een FN 9 mm pistool cadeau. Amory zal steeds blijven volhouden dat hij dit pistool, waarvan het nummer was weggeveild, voor dertigduizend frank gekocht heeft van Bouhouche. Op 6 december 1985 werd Asmaoui aan de Franse grens in het bezit van dit pistool wegens verboden wapendracht aangehouden. Het wapen bleek afkomstig te zijn van Juan Mendez en via Bouhouche, Beijer en Amory als 'presentatie-exemplaar' aan Asmaoui bezorgd. Blijkens proces-verbaal 21322 wou Bouhouche via Amory een aantal 'hete' wapens, waaronder die van de Bende van Nijvel, doorspelen aan de MDA. Parallel met de wapenlevering probeerde een speciale gezant van Ben Bella, Mohammed Keltouni, de BOB'er in te huren voor een regelrechte moord op bestelling op de nummer twee van het Front de la Libération National Algérien, Sheriff Messaadia. Het honorarium voor het contract bedroeg 20 miljoen oude Franse Francs, ongeveer 14 miljoen Belgische frank. Deze moord moest zowat het startschot zijn voor een contra-revolutie in Algerije. De aanslag moest plaats hebben op het moment dat de Algerijnse nummer twee 'Le Fouquets' zou binnenstappen op de Champs Elysées in Parijs. Indien dit plan niet haalbaar leek, moest Sheriff Messaadia in 'Le Fouquet' met een granaat om het leven worden gebracht. Het is allezins een feit dat het parket van Charleroi tussen de papieren van Amory een nota met de hoofding 'un homme à abattre' en een topografische schets van de plaats van de geplande aanslag aantreft. Volgens Amory aanvaardde hij het contract om dieper in de MDA te kunnen infiltreren. De BOB'er rapporteerde inderdaad zowel het verzoek tot het leveren van wapens als het aanbod van het moordcontract aan zijn oversten en aan de Staatsveiligheid. Hij kreeg het bevel verdere infiltratie in de MDA stop te zetten, maar daar stoorde Amory zich niet aan. Hij zette door, bracht de Franse inlichtingen-dienst 'Les Renseignements Généraux' op de hoogte en penetreerde verder in het komplot voor de moordaanslag. Kort voor het cruciale moment haakte Amory naar eigen zeggen evenwel af. Tijdens een huiszoeking in de woning van Amory vinden de speurders een compleet wapenarsenaal, waaronder een geweer van het type 'Bushnel Sportview' kal. 22 met kijker. Wanneer Amory op 14 februari 1988 door de onderzoekscel van Jumet over dit wapen aan de tand gevoeld wordt, looft hij uitvoerig de kwaliteiten van dit wapen waarmee hij 'met uiterste nauwkeurigheid tot op tweehonderd, wellicht zelfs tot op driehonderd meter een doelwit kan raken'. En in PV 21282 vervolgt hij: 'Ik heb u reeds verteld dat ik gecontacteerd werd om een lid van de Algerijnse regering te elimineren. Ik had die persoon van op een afstand van meer dan tweehonderd meter kunnen neerschieten, zonder zelf enig risico te lopen vanwege de lijfwachten van het slachtoffer. Het zou de onderzoekers danig in verwarring hebben gebracht, want noch het geweer, noch het vizier zouden mij in verband met de moord hebben kunnen brengen ...' Het is een verontrustende vaststelling in deze politieroman dat de Belgische overheid via de rapporten van Christian Amory overduidelijk op de hoogte was van de MDA-plannen. Geen enkele bevoegde autoriteit vond het evenwel gepast de Algerijnse regering op de hoogte te brengen van een moordaanslag op een vooraanstaand Algerijns politicus die op Belgisch grondgebied werd uitgebroed.
4 Maart : Na telefonisch aandringen van een Belgische gevangene van Leeuwarden, diens raadsman en de plaatselijke gevangenisdirecteur, trok Hugo Coveliers naar Leeuwarden om samen met de raadsman van mijnheer B. een gesprek te hebben. De informatie van de getuige over het reilen en zeilen van het Brusselse politie en gerechtelijk wereldje leek de volksvertegenwoordiger zo interessant dat Coveliers de minister van Justitie vroeg om deze man onder vrijgeleide te laten getuigen voor de commissie. B. was immers opgepakt in Nederland omdat hij nog een gevangenisstraf in België diende uit te zitten. Net als bij Bultot weigerde de minister de vrijgeleide te bezorgen. Het argwaan van Coveliers was gewekt door een proces-verbaal van 4 maart 1988 van de politie van 's Gravenhage waaruit bleek dat twee mannen, die verklaarden in opdracht van de Belgische justitie te werken en met een Belgisch accent (sic) spraken, op vrijdag 4 maart 1988 omstreeks 7u50 de heer B. in een auto trachtten te stoppen om hem naar België over te brengen. Vaak wordt gezegd dat de Verenigde Staten verdachten in het buitenland kidnappen om ze dan voor de Amerikaanse rechter te brengen, blijkbaar had de Belgische justitie de Amerikanen nu bijgebeend. De commissie heeft deze informant niet kunnen verhoren. De verklaringen die hij Hugo Coveliers bezorgde, onder meer over de diefstal van goud op de luchthaven van Zaventem, waren nochtans belangwekkend en konden wel eens een tip van de sluier oplichten. Het argument om zulke getuigen te weigeren was steeds hetzelfde. De parlementaire commissie was opgericht om de manier te onderzoeken waarop het terrorisme en banditisme in België wordt bestreden, niet, aldus de voorzitter en de CVP-fractie, om de daders van de Bende van Nijvel te vatten.
13 April : In de vroege namiddag van 13 april 1988 worden in een appartement aan de Antwerpse Rijfstraat twee diamantairs beroofd en om het leven gebracht. Ludo en Patrick Moons worden met een 7.65 mm pistool door het hoofd geschoten. Lammers en twee medeplichtigen gaan aan de haal met een partij gezaagde diamanten en baar geld met een gezamenlijke waarde van ongeveer 3 miljoen frank. Vier dagen later, wordt in een villa in Zoersel, een bloedige moord gepleegd door dezelfde bende.
14 April : Philippe Lacroix wordt na 20 dagen voorhechtenis vrijgelaten door onderzoeksrechter Decoux. Er zijn onvoldoende elementen om hem vast te houden. Lacroix was opgepakt in het justitiepaleis van Brussel toen hij, op aanraden van zijn advocaat, een proces tegen hem in verband met valse facturen wilde bijwonen.
17 April : 4 dagen na de bloedige overval in Antwerpen wordt de 81-jarige Louis Jambé dood aangetroffen in zijn villa in Zoersel. De villa ligt vlakbij de afrit Zoersel van de snelweg Antwerpen-Eindhoven. De 81-jarige man is afgemaakt met een schot in het hoofd. Voor de onderzoekers staat het vast dat de moorden in Antwerpen en Zoersel door dezelfde bende zijn gepleegd. Die bende bestaat uit Eric Lammers, Jean-Claude Vits en Alain Peeters. Eric 'het beest' Lammers zit vast voor diefstal in de gevangenis van Verviers. Tijdens het laatste weekend van februari keert hij niet terug uit penitentiair verlof. Hij is vanaf dat moment voortvluchtig. Enkele dagen later ontsnappen uit dezelfde gevangenis de beruchte gangsters Jean-Claude Vits en Alain Peeters. Vits zit vast omdat hij in de zomer van '86 twee agenten heeft neergeschoten in Francochamp en de tweede, Alain Peeters, zat een gevangenisstraf van van zeventien jaar uit wegens moord op de echtgenoot van zijn vriendin. De 23ste nationale brigade van de gerechtelijke politie die het onderzoek leidt, ontdekt dat de vriendin van Eric Lammers, Sabine Caudal, geregeld met de auto van haar ouders van Brussel naar Eindhoven rijdt. De jonge vrouw wordt geschaduwd en zo vernemen de speurders dat Lammers, Vits en Peeters samen met de vijftienjarige broer van Lammers in een appartement aan de Montgommerylaan in Eindhoven verblijven. Een speciaal politieteam bestormt het appartement en kan de bende zonder bloedvergieten inrekenen. Lammers roept onmiddellijk de hulp in van de Brusselse advocaat Jean-Paul Dumont die zich tevergeefs tegen een snelle uitlevering aan België probeert te verzetten. Enkele weken na hun arrestatie worden de vijf aan de Belgische autoriteiten overgedragen.
29 April : Op 29 april valt de uitspraak in het proces tegen de Borains. De assisenjury vindt de beklaagden niet schuldig aan de hen ten laste gelegde Bende-feiten. Het onderzoek naar de Bende van Nijvel begint terug bij af.
24 Mei : Op 24 maart 1988 nam de kamercommissie van Justitie een wetsvoorstel aan dat op 2 februari door de Vlaamse socialist Luc Van den Bossche was ingediend. Het voorstel kreeg een zeer lange titel en een bijzonder korte toelichting mee. De gevolgen van dit voorstel en het aannemen ervan zouden indrukwekkend en enigszins beslissend worden voor de justitie in België. De volledige titel van het voorstel luidde: 'Voorstel tot instelling van een onderzoekscommissie belast met het onderzoek naar het bestaan van een of meerdere groeperingen die er op gericht zijn onze democratische instellingen te ontwrichten of de werking ervan te destabiliseren, de betrokkenheid van deze groeperingen bij recente zware misdaden, ondermeer bij deze toegeschreven aan de zogenaamde Bende van Nijvel en de wijze waarop de onderzoeken naar deze misdaden worden gevoerd.' Na lange debatten in de kamer en een wijziging van de titel, kon op 24 mei de eerste bendecommissie van start gaan. De commissie heeft over twee jaar 187 vergaderingen gewijd aan de uitvoering van dit onderzoek en heeft 118 getuigen verhoord. In haar eindrapport zal de commissie bevestigen dat er 'duistere machten' aanwezig waren in de onderzoeken.
21 Juni : In Doornik vindt een overval plaats op een geldtransport van de Post. De hold-up mislukt en de dieven moeten zonder buit de aftocht blazen. Om de wagen te overvallen gebruiken de gangsters handgranaten waardoor de twee postbediende gewond geraken. Een van hen verliest een oog. Basri Bajrami wordt verdacht van medeplichtigheid aan deze overval. 28 Juni : Een mislukte overval op een geldtransport van Brink's Ziegler in Etterbeek. De overval staat beschreven in dossier 4.90 van onderzoeksrechter Laffineur. De verdachten zijn Haemers, Van Dam en Lacroix. Maar een maand later, in juli, zijn onderzoeksrechter Laffineur en de BOB van Leuven ervan overtuigd dat ze Haemers op het spoor. Ze zijn er van overtuigd dat hij in Uruguay, Paraguay of Venezuale zit.
8 Juli : Op 8 juli 1988, twee maanden voor de gemeenteraadsverkiezingen, arriveerde er een brief op het kabinet van Charles-Ferdinand Nothomb, de toenmalige voorzitter van de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Het waren vijf zorgvuldig getikte vellen en de afzender was procureur-generaal Victor van Honsté. De hoogste magistraat van Brusel bracht de Kamervoorzitter ervan op de hoogte dat ene Louis Sik, een gewezen kaderlid van een van de bedrijven van wapentrafikant Roger Boas, minister van Staat Paul Vanden Boeynants beschuldigde van corruptie. VDB zou als minister van Landsverdediging 850 miljoen smeergeld hebben gekregen van Boas, in ruil voor twee grote bestellingen van het Belgisch leger. Voor nog wat kleinere opdrachten zou de wapenfabrikant de minster een paar keer twintig miljoen cash hebben toegestopt. Omdat het ging over malversaties die VDB tijdens zijn ministerschap zou hebben gepleegd, was het de taak van het parlement om een onderzoek in te stellen en eventueel VDB's onschendbaarheid op te heffen. VDB ging gewoon door met zijn verkiezingscampagne, in de hoop dat de affaire niet zou uitlekken in de pers. Ydele hoop natuurlijk, op 21 september 1988, amper enkele weken voor de stembusslag, pakte het weekblad Knack uit met de inhoud van de brief van Van Honsté, en met nieuwe details over de vermeende corruptiezaak. VDB was nu wel verplicht om te reageren. Eerst liet zijn vriend Roger Boas de pers bij zich komen. Hij zei: 'Die Louis Sik is een perfide leugenaar, ik heb hem zelf ontslagen omdat hij had geknoeid met onze financiën, en hij is zenuwziek.' Een week later floot VDB hetzelfde deuntje op zijn eigen persconferentie. Hij voegde er nog aan toe dat het smeergeld dat hij volgens Sik zou hebben gekregen in geen enkele verhouding stond tot de opdrachten die hij en zijn opvolgers op Landsverdediging aan Boas hadden toevertrouwd. VDB vroeg zich ook af waarom het gerecht dit zogezegde corruptieschandaal uitgerekend in de weken voor de verkiezingen te voorschijn had getoverd. Hij gaf zelf het antwoord: 'Het is een politiek complot tegen VDB'. Nog in het najaar van 1988 werd het dossier doorgeschoven naar een speciale Kamercommissie voorgezeten door VDB's partijgenoot Nothomb. Maar op het moment dat de discussies binnen die commissie moesten beginnen, in januari 1989, was VDB ineens ontvoerd. VU-parlementariër Hugo Coveliers, lid van de commissie: 'De hoofdfiguur uit het dossier dat we moesten behandelen was weg, maar zijn afwezigheid was zo voelbaar, dat ze de stemming in de commissie ? en ook het eindrapport ? in een bijna dwingende mate heeft beïnvloed. De meeste commissieleden hadden zoiets van 'Och god, de arme stakker is misschien al dood, het zou van weinig fijngevoeligheid getuigen als wij nu nog eens extra op zijn graf gaan dansen.' Ik mag dus zeker niet zeggen dat wij die affaire grondig hebben uitgespit. Wat dat betreft kwam de ontvoering voor VDB op het juiste moment...'
15 Juli : Hugo Coveliers, lid van de parlementaire commissie inzake banditisme en terrorisme, had een buitenlandse correspondent, Jean Bultot. Hij schreef Coveliers op 15 juli '88 een uitvoerige brief waarop hij zelfs een vingerafdruk plaatste die hij liet attesteren in Paraguay. Uit verschillende telefoongesprekken die Hugo Coveliers met Jean Bultot had, bleek dat deze man goed op de hoogte was van alles wat er gebeurde in het Belgische gerecht. In november 1988 deelde hij Coveliers zelfs mee dat er een aantal documenten uit de bundels verdwenen zou zijn. Coveliers heeft dit per brief aan de voorzitter van de commissie meegedeeld, de gerechtelijke diensten ontkenden. Bultot en Coveliers blijven contact houden en in 1989 herinnert Bultot er aan dat de Bende van Nijvel in het begin een overval pleegt op een wapenhandel, die van Daniel Dekaise in Waver. En hij beweert een van de daders te kennen, Bruno Vandeuren, die hem dat vertelt in de gevangenis. Op dat moment is Bultot nog gevangenisdirecteur. Als hij, veel later, een BOB-rapport over die overval in handen gestopt krijgt, ziet hij de beweringen van Vandeuren bevestigd. Voor hem staat nu vast dat er een wapenaffaire schuilgaat achter de Bende van Nijvel. In 1989 vertelt Bultot aan Hugo Coveliers wat hij te weten is gekomen over Bruno Vandeuren en raadt hem aan die man te zoeken. En Vandeuren wordt enkele weken later gevonden, alleen ... spreken zal hij niet meer. Hij wordt vermoord gevonden in Oostende, een kogel heeft een einde gemaakt aan zijn leven.
23 Juli : Il Sig. Mathot ne è uno del 'manovratori' ed é ovviamento la persona con la quella trattare. 'Mijnheer Mathot is een van de 'hefbomen' en zonder twijfel een van de personen met wie moet worden onderhandeld.' Zo staat het in het bericht dat Ricardo Baldini, de directeur van Agusta-België, op 23 juli '88 verstuurt naar het hoofdkwartier van de Italiaanse helikopterbouwer. Ongeveer vijf jaar later wordt deze missive tijdens een huiszoeking bij Agusta-België teruggevonden. In deze brief is er eveneens sprake van de 'firma Cardon'. Volgens Baldini is dit 'een nepbedrijf dat is opgericht om discreet de belangen van de PS te beheren'. Is dit nu een concrete aanwijzing voor de tussenkomst van Mathot in het Agusta-dossier? Uit verschillende getuigenissen blijkt dat het met Baldini altijd oppassen geblazen is. 'Baldini weet niet eens wat een helikopter is', zegt de ene getuige. En een andere: 'Baldini is iemand aan wie ik zelfs geen 20 frank wil lenen. Hij is geregeld bij Cywie geld gaan vragen om zijn riante levensstijl in stand te kunnen houden.' Bovendien, zo stelt onderzoeksrechter Ancia vast, bestaat de 'firma Cradon' niet. Cardon is wel de naam van een jonge, socialistische militant, die lid is van het uitvoerend comité van de Luikse PS-federatie. Jacques Cardon en Cywie hebben elkaar voor het eerst in 1987 ontmoet. Cywie gebruikt Cardon in 1988 om in contact te komen met PS-kopstukken. Cywie is in 1988 als lobbyist voor Agusta gaan werken. Zo komt Cywie in contact met André Cools, die hem doorstuurt naar kolonel Dubois. Dubois, de trouwe rechterhand van Cools voor dit soort zaken, ontmoet Cywie voor het eerst op 21 juni 1988. Nadien ontmoet de lobbyist, nog steeds via Cardon, de PS'er Mathot.
Zomer : Na de twee postbedienden in Ensival, de chauffeurs van geldtransporten in Leerbeek en Groot-Bijgaarden en na de valse zelfmoord van Thierry Smars, vragen de onderzoekers zich af of de bende van Lacroix, Bajrami, Haemers en Van Dam nog een zesde dode op haar geweten heeft. In de zomer van 1988 verdwijnt in Brussel een man, Jean-Pierre 'Le Grand', een goede vriend van Corinne Castier. Al gauw gaat in het milieu het gerucht rond dat 'Le Grand' geliquideerd is door een van de bendeleden. Over de reden waarom 'Le Grand' moest verdwijnen bestaat geen zekerheid. Er zijn wel vermoedens. De man die 'Le Grand' afgemaakt zou hebben, zou het lijk in het Zoniënwoud, vlakbij de Vossendreef begraven hebben. Daarna zou de doder de overige bendeleden verteld hebben dat hij 'Le Grand' uit de weg moest ruimen omdat Jean-Pierre 'gevaarlijk' was. 'Le Grand' zou op 28 juni 1988 meegewerkt hebben aan de overval op een Brik's Ziegler in Etterbeek. Het zou de eerste overval van 'Le Grand' met de bende van Haemers geweest zijn. Jean-Pierre had een eenvoudige maar belangrijke taak gekregen: 'dekken', of uitkijken en zijn medeplichtigen beschermen als de politie onverwacht zou arriveren of als de bemanning van het geldtransport zou reageren. Tijdens de overval was echter een en ander fout gelopen. De Brink's was net voor het bankfiliaal gestopt en de begeleider was het filiaal binnengestapt. Zoals tijdens de training springen de vier overvallers uit hun wagen. Een van hen schreeuwt naar de chauffeur dat hij de laadruimte moet openen. De chauffeur kan dit onmogelijk, alleen de begeleider kan bij fondsen in de laadruimte. De gangsters beseffen dit en besluiten een bom tegen de achterdeur van de gepantserde bestelwagen te kleven. Precies op het ogenblik dat Marc Van Dam de bom op de wagen bevestigt, ziet de begeleider van de Brink's vanuit de bank wat er gebeurt. De man trekt zijn wapen en schiet op Van Dam ... Een fout van 'Le Grand' beweert het bendelid dat Jean-Pierre doodschoot. Volgens hem was 'Le Grand' gaan lopen in plaats van zijn medeplichtigen te beschermen. 'Le Grand' kon de stress van een overval dus niet verwerken, door zijn toedoen was een bendelid gewond geraakt. 'Le Grand' was gevaarlijk en moest opgeruimd worden. Naar verluidt zouden de andere bendeleden geen bezwaren geopperd hebben. Een ander verhaal wil dat het 'kwade' bendelid Jean-Pierre 'Le Grand' een kogel door het hoofd schoot om privé-redenen. De mannen zouden het oneens geweest zijn in verband met een familiekwestie. De vorige uitvoerige verklaring van de afloop was bedoeld om de rest van de bende te sussen.
3 September : Vanaf halfweg 1987 had de 'rode' luchtmachtkolonel Guy Binet de touwtjes in handen bij de aankoopdienst voor het vliegwezen. En traditioneel volgt de algemene aankoopdienst het advies van haar onderafdeling. En dat advies was, natuurlijk, Agusta-helikopters. Toch zag het er in september '88 heel even slecht uit voor Agusta. Kolonel Binet werd gearresteerd wegens jarenlange spionage voor de Russen. Kolonel Binet werd gearresteerd op beschuldiging van de verkoop van militaire geheimen aan een agent van de Sovjetrussische militaire inlichtingendienst GRU. De praktijken van Binet worden in 1987 ontdekt door de Amerikaanse CIA, die in de zomer van dat jaar de Belgische overheid inlicht. Er wordt een discreet onderzoek gestart. Als in mei 1988 Coëme zijn kabinet samenstelt, wordt Binet getipt als mogelijke kabinetschef, een functie die hij niet aanvaardt. Pas na de aanhouding van de kolonel wordt Coëme op de hoogte gebracht van de spionage-activiteiten van Binet, die nadien zwaar veroordeeld wordt. Maar kort daarop werd een andere 'socquette rouge', kolonel Armand Fournier, hoofd van de aankoopdienst voor het vliegwezen. Op die manier werd er alsnog voor gezorgd dat Agusta, ondanks alle tekortkomingen, toch de betere papieren bleef hebben. 22 September : Aan de GB van Drogenbos wordt een Securitas-geldtransport overvallen. De buit bedraagt een slordige 17 miljoen frank. Dossier 5.90 van onderzoeksrechter Laffineur vermeld Haemers en co. als de hoofdverdachten van deze overval.
1 Oktober : Philippe Lacroix huurt bij het immobiliënkantoor BUA de garagebox in de Rue Gosselet in Rijsel. In die box wordt in april '89 een Lancia Thema met wapens en munitie gevonden. Tijdens oktober wordt een Lancia Thema bij een garagehouder in Hoeilaert gestolen. Leden van de bende van Haemers en co. zitten achter deze diefstal. De wagen zal later teruggevonden worden in de door Philippe Lacroix gehuurde garagebox in Rijsel. Nog in oktober verneemt de BOB-Leuven via een rogatoire commisie in Parijs dat Haemers en Tyack, na zijn ontsnapping, het vliegtuig naar Rio genomen hebben. Tegelijk hebben de speurders uitgevist wie Haemers en Tyack vervalste papieren verschaft hebben. De vier personen worden aangehouden en leggen bekentenissen af. De 101 in Ukkel krijgt een tip over een gestolen wagen in de Vossendreef. De politie vindt het gestolen voertuig in een garage. De flat waarbij de garagebox hoort, wordt geregeld gecontroleerd.
20 Oktober : De correctionele rechtbank van Brussel veroordeelt Haemers bij verstek tot twee jaar cel en een boete van 500.000 frank wegens een affaire met valse facturen. 21 Oktober : Op 21 oktober veroordeelt de Brusselse correctionele rechtbank Pierre Carette, Didier Chevolet, Bertrand Sassoye en Pascal Vandegeerde tot levenslange gevangenisstraffen. Op 23 februari 2003 wordt Pierre Carette vrijgelaten. Daarmee zijn de vier CCC-kopstukken na zeventien jaar opsluiting terug vrij. In het bijzijn van zijn trouwe luitenant Bertand Sassoye verklaart hij trots om de strijd verder te zetten. Maar er klopt iets niet met de CCC. Wanneer ex-rijkswachter Martial Lekeu door Panorama in 1995 wordt geïnterviewd rondt hij zijn verhaal af met te verwijzen naar de gebeurtenissen van de jaren '80. Toen gebeurde wat in de jaren '70 gepland en voorbereid zou zijn, het banditisme van de Bende van Nijvel en het terrorisme van de CCC. Lekeu stelt zich openlijk vragen over het extreemlinkse karakter van die CCC. Hij merkt op dat de broer van CCC-voorman Pierre Carette paracommando is en een extreemrechts militant maar dat de band nooit is gelegd. Lekeu is niet de enige die zich vragen stelt over de ware aard van de CCC. Ook BOB'ers van Waver vermoeden dat de CCC'ers wel eens gemanipuleerd kunnen zijn. Zij verwonderen zich in hoge mate, ook in een getuigenis voor de parlementaire Bende-commissie, over het feit dat een lid van de Staatsveiligheid de aanhouding van de CCC'ers een week op voorhand weet te voorspellen en meedeelt dat iemand van de Staatsveiligheid al een jaar lang is geïnfiltreerd in de CCC. Waarom is er dan niet vroeger ingegrepen, is de terechte vraag. Want dan zou bijvoorbeeld de moordende aanslag op het gebouw van het Verbond van Belgische Ondernemingen verijdeld zijn? En, merken ze verder op, de CCC gaan van start net wanneer WNP gedwongen is ermee op te houden.
4 November : In het Nederlandse Almere, Flevoland, wordt een geldtransport van de PTT overvallen. De gepantserde wagen wordt gedwongen te stoppen. Drie gemaskerde overvallers schieten op het voertuig. De chauffeur opent de deuren niet. De kogels dringen niet door het pantser. De gangsters moeten onverricht terzake vluchten en de overval mislukt. Enkele kilometers verder verwisselen de bandieten van wagen. Daarbij raken ze in discussie met twee Nederlanders die op dezelfde plek gestopt waren. De gangsters zijn niet meer gemaskerd. Later herkennen de getuigen op politiefoto's formeel Lacroix, Bajrami en Haemers.
8 November : Op de Post van Beloeil wordt een overval gepleegd met een Lancia Thema, die erg lijkt op de Lancia die in de schuilplaats van Haemers teruggevonden is. De poging tot overval wordt echter gepleegd door twee personen en de robotfoto van een van de verdachten lijkt niet op Haemers, noch op Lacroix, noch op een ander bendelid. Enkel de Lancia, volgens de getuigen niet metaalgrijs maar metaalblauw, kan naar bende rond Haemers verwijzen.
14 November : Een poging tot overval op een geldtransport van de GMIC, Gardes Maritimes Industrielle et Commerciales, aan de Sarma in Waterloo. Getuigen signaleren een Lancia Thema als vluchtwagen van de gangsters.
17 November : Ondanks de waslijst aan verdenkingen tegen Bouhouche en ondanks het feit dat hij voor het assisenhof zal moeten verschijnen, beschuldigd van de moord op Juan Mendez, wordt de ex-BOB'er op 17 november 1988 na vierendertig maanden voorhechtenis in voorlopige vrijheid gesteld. Zijn medestanders Beijer, Amory en Tchang zijn in augustus 1988 al vrijgelaten. Zoals later zal blijken, was dit nog maar eens een flater van formaat.
27 November : 'Enige tijd geleden heb ik over de moeilijkheden bij Agusta gesproken met de Belgische minister van Landsverdediging', vertelt Teti in het Italiaanse weekblad Panorama van 27 november. Dus voor de beslissing van de regering om bij Agusta legerhelikopters te bestellen. Minister Wathelet zal instemmen met het plaatsen van de bestelling bij Agusta. Maar hij weet dat het niet goed gaat bij Agusta, hij is trouwens niet de enige minister aan wie verteld is dat er iets niet pluis is. Is dat de ernst waarmee politieke beslissingen worden genomen? Die vraag is des te intrigerender omdat in de weken die voorafgaan aan de beslissing, in de pers allerlei berichten staan over de slechte gang van zaken bij Agusta in Italië. In september verklaard de topman van Agusta, Teti, een onderboeking heeft van 3000 miljard lire en de exportaandeel in het orderboek is teruggevallen van 85 naar 45 procent. De Financieel Economische Tijd besluit: 'Agusta zelf staat voor problemen van capaciteitsbezetting, weet niet goed waar het in de volgende jaren aan toe is, en wil zich maar niet te ver engageren wat compensatie-opdrachten betreft.' Zijn de ministers op de hoogte van de moeilijkheden bij Agusta? En het is juist door de compensatie-opdrachten die Agusta beloofd, dat de regering besluit om voor Agusta te kiezen.
8 December : Op voorstel van Guy Coëme besluit de regering op 8 december voor de aankoop van helikopters bij Agusta. Op 19 december tekent Guy Coëme namens België het contract. En twee weken later betaalt België een voorschot van 1.8 miljoen frank aan Agusta. De zaak was beklonken. Niemand zou er zich zorgen om maken. En Cools was tevreden. Als economische compensatie zou Agusta op de terreinen van het vliegveld van Bierset een verdeelcentrum voor wisselstukken bouwen, wat goed was voor de internationale uitstraling van de luchthaven. Cools hoopte erop dat andere firma's dit voorbeeld zouden volgen. Bovendien had het Luikse bedrijf Trident de grootste hap aan het Agusta-contract.