1996

21 Februari : Het is 23.27 uur in de avond van 21 februari 1996, wanneer vier schoten weerklinken in het gebouw van de gerechtelijke politie in de Rue du Gouvernement in Bergen. Wat later wordt daar het lijk aangetroffen van de 30-jarige Simon Poncelet. De politieman, die die avond alleen in het gebouw doorbrengt, draagt pantoffels en een short. Het is duidelijk dat hij zich geenszins bedreigd achtte door man voor wie hij de deur opende.
Meer » De zaak Dutroux

28 Mei : Op het voetpad onder het viaduct van de E42 Luik-Rijsel houdt een witte Renault-bestelwagen halt, het schuifportier richting Oudenaardsesteenweg. Vaardig kneedt de man op de achterbank een prop katoen. Die man is Marc Dutroux, klaar om een volgende slag te slaan. Het is 7u30 wanneer in Kain, een gehucht van Doornik, Sabinne Dardenne wordt ontvoerd. Dutroux trekt het meisje naar binnen, de fiets valt en Lelièvre keilt hem in de achterbank. De laatste slag voor Dutroux zonder fouten.
Meer » De zaak Dutroux

17 Juni : 'Ontknoping nabij in Omob-fraude', titelt het Laatste Nieuws op de voorpagina van zijn editie van 17 juni 1996. Een primeur voor de Brusselse krant, want pas dezelfde dag worden in verschillende vestigingen van de verzekeringsmaatschappij en bij enkele Brusselse klanten huiszoekingen verricht. Omob zou in de jaren voordien bijna 10 miljoen frank roerende voorheffing niet hebben betaald. Het gerechtelijk onderzoek is gestart nadat twee voormalige werknemers van Omob, door bemiddeling van een Luiks journalist, de belastingdiensten hierover hebben ingelicht.
De fiscus heeft op zijn beurt de inlichten doorgespeeld aan het gerecht. Het dossier is in handen van de Brusselse onderzoeksrechter Jean-Claude Van Espen, die als specialist in financiële dossiers ook de Uniop-zaak heeft behandeld. Diezelfde dag houdt Omob in Namen een lang vooraf aangekondigde algemene vergadering. Daarop wordt de Luiks burgemeester Jean-Maurice Dehousse (PS) tot bestuurder van de pensioenkas van Omob, een van de vier activiteiten van het bedrijf, en tot lid van het overkoepelend administratief comité verkozen. Hij vervangt Guy Coëme, die er destijds de vermoorde Cools was opgevolgd en die een goeie maand voordien is veroordeeld in de Uniop-affaire.

10 Juli : De IJzeren Kruisstraat in Brussel, nog voor de uitbarsting van de zaak-Dutroux. Ze is de eerste en zeker niet de laatste, de bleke jonge vrouw uit Hannuit die de lokalen van de BOB binnenstapt. Nathalie W. verklaart dat ze al vanaf haar 4 jaar door haar vader werd misbruikt. Later werd ze ook door hem uitgeleend aan andere. Een pooier, een onbekende, bemiddelde. Hij gaf haar zomaar weg aan families, rijke families. Dit alles vond steeds plaats in de regio van Namen of Dinant en daar waren vaak dezelfde lieden, Michel, Jean-Michel, Pierre, Gérard. En een prins. Ze misbruikten het meisje, avonden lang samen met andere meisjes.
Meer » De zaak Dutroux | X-Dossiers

9 Augustus : Het is 20u45 wanneer Marc Dutroux en Michel Lelièvre hun laatste slag slaan. Aan het gemeentelijke zwembad van Betrix, een gemeente in Luxemburg, ontvoeren ze Laetitia Delhez. Ze wordt hardhandig in de bestelwagen gesleurd. Daarna beveelt Dutroux haar om een verdovingsmiddel te slikken. Tweemaal slaagt ze erin om het terug uit te spuwen, maar uiteindelijk valt ze toch in een diepe slaap. Waarna alles wazig wordt.
Meer » De zaak Dutroux | Michel Nihoul

12 Augustus : Een dag voor de arrestatie van Dutroux wordt de 18-jarige Lyakoute Hamouche met een zak over haar hoofd aangetroffen. Dit voorval gebeurd in de regio van Charleroi. De dader wordt nooit gevonden. Op Linkeroever, in Antwerpen, wordt Sally van Hecke dood aangetroffen. Het 17-jarig meisje is vermoord en de zaak is tot vandaag niet opgelost.

13 Augustus : Het materiële bewijs is er, om 14u00 precies vallen de onderzoekers van Charleroi binnen in de dorpshoeve in Sars-la-Buissière. Dutroux en Martin zijn thuis samen met de drie kinderen. Het echtpaar laat zich gewillig aanhouden. De onderzoekers vallen ook binnen in het beruchte huis met de kinderkooi, in Marcinelle. Ze vinden niets, weeral. De halfblinde klusjesman Thirault getuigde al in 1993 tegenover de politie dat ene Marc Dutroux in zijn huis in Marcinelle een kooi aan het bouwen was om ontvoerde kinderen in onder te brengen. Niemand wilde luisteren, nu is het te laat. Ook de drugsverslaafde kompaan van Dutroux, Michel Lelièvre, wordt gearresteerd in het huis dat hij huurt van Dutroux in Marchienne-Docherie. Pas wakker doet hij de deur open en merkt amper dat hij in de boeien wordt geslagen.

15 Augustus : Na twee dagen van ondervraging verklaart Dutroux de reeds bekende woorden, 'Ik zal u twee meisjes geven, levend'. De speurders weten niet wat ze horen en om 17u00 staat een konvooi van speurders opnieuw in de Route de Philipville in Marcinelle. De sfeer is ontspannen, niemand hoopt iets te vinden. Er zijn al zoveel nutteloze huiszoekingen geweest in dit huis. Trots opent Dutroux het verborgen hek in zijn kelder, ze hebben het alleen dankzij hem kunnen vinden. Hij triomfeert! Sabinne Dardenne en Laetitia Delhez zijn bevrijd. Vanaf dat moment gaat alles supersnel. Een paar dagen na de bevrijding van de meisjes wordt de Brusselse 'zakenman' Michel Nihoul opgepakt wegens medeplichtigheid aan de ontvoering van Laetitia Delhez. Hij ontkent alles, de man heeft, volgens zichzelf, een waterdicht alibi.

16 Augustus : Na de euforie, de schok. Het land beleeft een nachtmerrie. Het is exact 16u00. Onder de graafbak ontdekt de machinist twee asgrauwe vuilniszakken. Ze bevatten twee lichamen. Van middelmatig gestalte. Afzonderlijk gekneveld, met de handen op de rug. Nog eens op elkaar gebonden met draad. Als wilde de begraver er een pakket van maken. In Sars-la-Buissière, waar een huis van Dutroux staat en waar de lichamen worden gevonden, speculeren de speurders. Tot anatomen in het Hôpital Civil de stoffelijke overschotten identificeren als die van Julie Lejeune en Mélissa Russo. De graafmachine ratelt verder nadat Duitse en Nederlandse speurhonden bleven blaffen. Hun reukzin bedriegt ze niet. De machinist woelt een lijk naar boven. De speurders stoten op het lijk van Bernard Weinsteins, de ex-kompaan van Dutroux. Hij was vermist sinds november. Dutroux had hem vermoord met een boterham met paté. Hij had Weinsteins levend begraven.

22 Augustus : Zoals dat die dag overal zo is, gaan de gesprekken rond de barbecuestelletjes op de camping die avond over de zaak Dutroux. Het is 22 augustus 1996. De hele dag door hebben televisiezenders beelden uitgezonden van de aangrijpende begrafenisplechtigheid voor Julie en Mélissa in de kathedraal in Luik. Michel Binon en zijn echtgenote Jacqueline Catoir brengen sinds 1994 elke vrije dag door op de net over de Franse grens gelegen camping des Bouleaux in Inor, langs de Maas. Die avond van de 22ste augustus heeft zich voor de caravan na enkele uren al een bergje lege bierblikjes gevormd. Michel Binon, als militair verbonden aan de luchtmachtbasis van Florennes, reageert geprikkeld telkens de zaak-Dutroux ter sprake komt. De discussie wordt bitsiger. 'Weet je', zegt Michel Binon plots, 'dat Dutroux ooit nog een relatie heeft gehad met mijn ex-vrouw? Ja, de moeder van mijn kinderen.' 'Mijn vriend heeft toen gezegd dat hij beter zijn mond kon houden', reconstrueert Carine Toureille het gesprek achteraf. 'We hadden inderdaad een meningsverschil over de zaak', zegt Frédéric Hoet. 'Hij beriep er zich op dat hij Marc Dutroux had gekend. Ik heb gezegd dat dat niet iets is om trots op te zijn. Vervolgens vroeg hij ons om zijn caravan te verlaten.'Carine en Frédéric zoeken hun eigen caravan op. Binon mompelt tegen zijn echtgenote dat ze alvast kan gaan slapen als ze dat wil en dat hij eerst nog even een wandelingetje zal maken met de hond. Rond kwart na een 's nachts is zijn plek in het bed nog steeds leeg. Met een zaklantaarn gaat Jacqueline Catoir op zoek op het kampeerterrein. Aan de brug bij de sluis ziet ze eerst de hond. Dan ziet ze het levenloze gedaante die boven de rivier hangt te bengelen. Michel Binon heeft zich verhangen aan de leiband. 'Hij heeft geen briefje nagelaten en ik begrijp niet waarom hij dit heeft gedaan. Hij had nooit depressies. Ik weet echt niet wat ik erover moet zeggen.' Terugblikkend op de laatste maanden van zijn leven, schiet de weduwe iets te binnen. Er moet wat zijn gebeurd, denkt ze, in januari 1996. Dat is, zo weten we, de periode waarin Marc Dutroux in de gevangenis zit en Julie en Mélissa kennelijk aan hun lot worden overgelaten in de kelder in Marcinelle, om er later de hongerdood te sterven. Binon begint vanaf januari zelfs voor zijn doen zwaar te drinken. Hij trekt zich van zijn persoonlijke administratie helemaal niets aan en verdwijnt soms een hele nacht, om terug te keren met een bizarre smoes. Meer informatie is er niet. Behalve dan een melding van de BOB van Bastogne: 'De naam Binon komt voor in de memo-blok van George Zicot, blad 24.07.96.' Er zijn redenen om te denken dat Michel Binon, zoveel jaren later, nog steeds in contact stond met Marc Dutroux.

3 September : Begin september beloofd Dutroux de speurders 'iets interessants'. Hij wil het tonen, maar niet op papier. Hij houdt woord. Met de helikopter vertrekt Dutroux richting Jumet, naar het erf van de vermoorde Fransman, Weinsteins. Hier en daar wijst hij een interessante plaats aan waar de speurders moeten zoeken. Een lid van de DVI, Disaster Victim Identification Team, markeert de vijf 'hot spots'. België slaat duizend angsten uit, het is de eerste keer dat het DVI instructies geeft bij graafwerkzaamheden. 'Bernard, vergeet hem/haar niet aan het cadeau te herinneren in het vooruitzicht van het naderende grote feest. Anubis.' Dit briefje werd door een politieman gevonden in de metershoge rotzooi in de chalet van Weinsteins. Tot vandaag weten de speurders niet wat ze van dit papiertje moeten denken. Ze weten evenmin wat ze met een tweede brief moeten doen. Het is een 'bestelbon' voor zeventien slachtoffers, onder wie een mannelijk, voor cruciale feestdata van de Satanskalender. De speurders zijn met verstomming geslagen. Ze moeten verder. Ergens onder de rotzooi liggen slachtoffers. Terwijl de ouders van An in een Frans opsporings-programma een ultieme oproep richten aan hun dochter, legt speurneus Harry Jongen voorzichtig morzels beton opzij. Dan graaft hij beenderen op uit het laatste stukje grond dat het DVI niet omwoelde. Een amateur-cineast neemt de scène op. België krijgt tijdens het middagmaal via de Franstalige zender RTBF de opgraving geserveerd. Dan rijden twee lijkwagens voor in Jumet. Een fotograaf weent, hij weet niet welk oog hij voor de lens moet houden. Het Hôpital Civil geeft de bevestiging, de twee opgegraven lijken zijn An en Eefje. Ze zijn kort na hun ontvoering in duistere omstandigheden gestorven. Iemand heeft ook een bankkaart met de naam Dutroux achtergelaten op een van de stoffelijke overschotten.

20 September : In het kantoor van onderzoeksrechter Connerotte, in Neufchâteau, rinkelt de telefoon. Een Vlaamse vrouw zegt dat ze diep onder de indruk is van de ontdekking van de lichamen van An, Eefje, Julie en Mélissa. De vrouw vertelt dat ze een vriendin is van een pedofilie-slachtoffer. Connerotte verstaat haar niet en hulpeloos geeft hij de telefoon door aan adjudant Patrick De Baets, een Brusselse rijkswachter. De Baets aanhoort haar verhaal. Het begint hem te dagen. Dit lijkt op het relaas van Nathalie W. De eenendertigjarige vrouw die in juli '96 haar beklag deed bij zijn Brusselse collega. De adjudant nodigt de nieuwe getuige uit voor een gesprek. Noemt haar, omdat ze eerst is aangekomen en anoniem wil blijven, X1. Het is de geboorte van de X-dossiers. Het laatste wat De Baets haar die dag hoort zeggen, is iets wat hem in de maanden die volgen nog lang zal heugen: 'Ik hoop dat u beseft waar u aan begint.' De Baets grinnikt. Dat hebben ze hem al vaker gezegd. 'Goed', besluit Regina Louf. 'U zal in elk geval nooit kunnen zeggen dat ik u niet gewaarschuwd heb. Ze zullen u niet laten doen.' Velen zullen X1 haar voorbeeld volgen, maar op het einde zal niemand nog geloof hechten aan hun gruwelijke verhalen. Misschien waren hun getuigenissen te gruwelijk om geloofwaardig te zijn. Of misschien was België op dat moment niet klaar voor meer gruwel. Een ding staat vast, vanaf het moment dat X1 namen begon te noemen is het onderzoek gesaboteerd en gekelderd. De waarheid mocht niet aan het licht komen.

13 Oktober : Dertien oktober is de dag van het bange aftellen. Politici, niet de minste, adresseren nauwelijks verholen wenken aan procureur-generaal Eliane Liekendael van het Hof van Cassatie. Ze vragen haar 'creativiteit' aan de dag te leggen in haar beoordeling van de door de advocaten van Dutroux en Nihoul ingediende klachten over gewettigde verdenking van partijdigheid tegen Connerotte. Maar alleen al de gedachte aan 'soepele rechtspraak' bepleitende politici, doet de conservatieve magistratuur steigeren. Gemeentebesturen sluiten zich aan bij het algemene verzet tegen het onvermijdelijk lijkende spaghetti-arrest en organiseren petitieacties. Het ziet ernaar uit dat het hele onderzoek Dutroux uit Neufchâteau zal worden weggehaald. Het is Connerotte zelf die op maandag 14 oktober, met wankele tred, de tv-camera's opzoekt met de bede het arrest van het Hof van Cassatie hoe dan ook te respecteren. 'Indien de zaak mij wordt onttrokken, kunt u er zeker van zijn dat het werk zal verricht worden in dezelfde optiek en dat het onderzoek zal worden voortgezet. Laat ons redelijk blijven.' In de namiddag weet Nabela Benaïssa met een megafoon een volksopstand te voorkomen op de trappen van het Brusselse justitiepaleis. Op vele plaatsen leggen arbeiders het werk neer.

20 oktober : De Belgen zijn geschokt, boos, bedroefd. Het land balanceert op de rand van de afgrond. Een week voor de Witte Mars worden onderzoeksrechter Connerotte en Procureur Bourlet uitgenodigd om een bord spaghetti te komen eten op een benefietavond voor de VZW Marc & Corinne. Laetitia en Sabinne zijn er ook en bedanken de speurders omdat ze door hun gered zijn. Connerotte krijgt er een vulpen. Een fotograaf van Het Nieuwsblad is toevallig aanwezig en de volgende dag prijken immense foto's van de benefietavond op de voorpagina van de krant. De advocaten van Dutroux en Nihoul dienen een klacht in tegen Connerotte en Bourlet wegens partijdigheid. Het Hof van Cassatie in Brussel volgt de advocaten en zet Connerotte af. Bourlet mag blijven. Zijn woorden, 'Si on me laisse faire', worden opeens heel duidelijk. Connerotte wordt vervangen door onderzoeksrechter Langlois. Het onderzoek veranderd in een ramp. Er bestaat maar een theorie, en dat is de theorie van de eenzame pedofiel. En Nihoul heeft niets te maken met de feiten. Verder dan dit mochten de onderzoekers in 7 jaar onderzoek niet gaan van Langlois. De uitspraak van Elianne Liekendael, voorzitster van het Hof van Cassatie, zorgt voor een golf van spontane acties die grote delen van het land lam leggen. Die acties monden een week later uit in de 'Witte Mars'. Op zondag 20 oktober stappen meer dan 300.000 mensen langzaam door de straten van Brussel. Een stille mars. Ze dragen spandoeken: 'Do they really care about us? Justitie draait vierkant. Zijn foetussen belangrijker dan kinderen?' Gisteren protesteerden ze nog luidkeels tegen de afzetting van Marc Connerotte. Vandaag zijn ze geruisloos, 300.000 mensen die het beu zijn. Stille burgers demonstrerend voor zuiverheid, eerlijkheid, openheid. Met een witte ballon. In een witte labojas, met witgeverfde haren en witgekalkte tronies volgen ze de bus met slachtoffers en ouders. Zo beheerst als ze kwamen, gaan de stippen uit elkaar. Een beetje hopend op een betere wereld.

1 November : Baron Benoît de Bonvoisin wordt door het Hof van Beroep in Brussel in de zaak Cidep/PDG veroordeeld tot 5 jaar effectief en wordt onmiddellijk aangehouden. Hij blijft opnieuw zes weken in de cel. De baron gaat in verzet tegen het arrest. Het proces zal worden overgedaan.
Meer » Benoît de Bonvoisin | Front de la Jeunesse

22 November : Op 22 november 1996 geven de advocaten Michel Graindorge en Xavier Mangée de namen van een twintigtal rijkswachters die volgens hen betrokken zouden zijn bij de Bende van Nijvel. Ze mochten als advocaten van de slachtoffers de dossiers inkijken en kwamen tot de vaststelling dat er tussen 1975 en 1985 in België een extreem-rechts netwerk bestond. Het doel van het netwerk was om de Belgische staat te destabiliseren en om een staatsgreep te plegen. Ze vinden de namen van een twintigtal rijkswachters die betrokken zijn bij de overvallen of de motieven van de daders kennen. De namenlijst : Bouhouche, Beijer, Amory, Lekeu, Poncelet, Marbaix, Depaus, Gombert, Mievis, Maquet, Pattyn, Trotsaert, Galleta, Fievez, Faitrez, Lhost, Thang, Grigniez, kolonel Mayerus en generaal Beaurir. Sommige van deze namen komen ook voor in bepaalde oplichtingsaffaires en getuigenis over sex- en drugsfuiven. 1 December : De Baets en zijn ploeg proberen de waarheid in de X-dossiers stukje bij beetje in mekaar te passen maar blijkbaar bestaan er in heel de wereld netwerken van kinderverkrachters en pedofielen maar niet in België. Dus stuurt de top van de rijkswacht commandant Duterme naar Neufchâteau. De man wordt op 1 december 1996 door de commandant van het district Brussel, Guido Torres, aangesteld als commandant van de antenne in Neufchâteau. Volgens De Baets is met het opzetten van die antenne de neergang van het onderzoek begonnen. In het begin, van eind augustus tot eind november 1996, waren rijkswachters gewoon leden van de BOB van Brussel, die werkten voor Neufchâteau. Maar door het opzetten van die antenne kregen ze plots een eigen hiërachie, die onder controle van de rijkswachttop stond. In de jaren '80 speelde Duterme een rol in het onderzoek van de Bende van Nijvel. In 1984 leidde hij een ploeg van de BOB en van gerechtelijk politie in Nijvel. Het was Duterme die de rijkswachters Bihay en Balfroid uit Waver opzijschoof.

5 December : Het is een van die telefoontjes zoals er in die hectische nadagen van 1996 meerdere per dag binnenlopen bij het steuncomité voor Julie en Mélissa. De neef van Jean-Denis Lejeune, vader van de vermoorde Julie, ziet aanvankelijk geen reden om er bijzondere aandacht aan te besteden aan dit ene telefoontje. 'De uitbater van restaurant L'Arche de Noë in Nalinnes', noteert hij op 8 november, 'biedt aan om in zijn zaak een groot eetfestijn te houden waarvan de opbrengst naar het steuncomité zal gaan.' Lejeune krijgt de man nadien nog tweemaal aan de lijn, de laatste keer eind november, om het menu te overlopen. 'Tijdens deze conversatie zei hij me dat hij me vooraf wou ontmoeten', zegt Roland Lejeune. 'Hij zei dat hij informatie had over Julie en Mélissa en ik begreep, ik voelde dat op dat moment zo toch aan, dat hij bepaalde inlichtingen had.' In de vroege ochtend van 5 december 1996, omstreeks 3.50 uur, weerklinken twee schoten op de parking langs de A54 te Luttre, nabij Pont-à-Celles. Wat later wordt het lijk van Michel Piro uit de passagierszetel van zijn rode Mazda-bestelwagentje gehesen. De uitbater van L'Arche de Noë uit Nalinnes is van dichtbij neergeknald. Een executie, zo lijkt het. Michel Piro, nachtmens, is iets na drieën vertrokken uit Nalinnes om samen met zijn echtgenote Véronique Laurent op de Brusselse vroegmarkt verse eetwaren in te slaan. Ter hoogte van Luttre had zij halt gehouden vanwege een opgezwollen blaas. 'Ik heb nog twee mannen zien wegduiken in een Audi', zegt Veronique Laurent. ' Ze zijn weggereden met een Audi 100.' Piro geniet naam en faam als pooier. Hij is kind aan huis in elke bar, zo ook in Le Sapin Vert, een van die luxebordelen op een van die grauwe invalswegen rond Charleroi. Daar mengt hij zich onder een cliëntèle van zakenlui, politici en gangsters die wat te vieren hebben. Daar leert hij in 1989 ook zijn vrouw, Véronique, kennen. Wat Michel Piro de families Russo en Lejeune op het eind 1996 voorziene etentje wou vertellen, is nooit geweten. De man is al tien dagen dood wanneer een speurder van de BOB Charleroi op 16 december 1996 een rapport opstelt over wat hij van een informant heeft vernomen. Piro zou op de parking van zijn zaak gestolen auto's te koop hebben uitgestald. Auto's die werden aangeleverd door Marc Dutroux, Bernard Weinstein en 'de Griek' Michael Diakostavrianos. Het rapport vervolgt: 'Omtrent de dood op Michel Piro signaleert onze informant dat deze enkele dagen voor zijn dood zou hebben gezegd dat hij alles wat hij wist over het dossier Julie en Mélissa zou verklikken tijdens een maaltijd die hij zou organiseren.' Ook al is Michel Piro dood, toch kan procureur Bourlet zich na enkele maanden wel een beeld vormen over hoe de toespraak die hij in gedachten had. Julie en Mélissa, zo leert hem een van de vele aangiften, zijn in oktober 1995, enkele maanden na hun ontvoering, door getuige Hélène F. opgemerkt nabij het bordeel van ene R.D. in het centrum van Charleroi. 'Ik zag hen daar aan de hand van een jongeman binnengaan', zegt Hélène F., die aanvankelijk niemand informeerde over wat ze zag. Het idee dat Julie en Mélissa daar terecht konden zijn gekomen, leek haar absurd. R.D. was een goede kennis van Michel Piro en wordt beschouwd als een van de koningen van het nachtleven in Charleroi. Ook zijn naam springt in het oog in de Belgacom-lijsten. Eind 1996 hangt R.D. achtenveertig keer bij Piro aan de lijn, in omgekeerde richting belt Piro twintig keer naar hem. De bar van R.D., die na het uitbreken van de zaak-Dutroux de deuren sloot, bevond zich aan de Quai de Brabant, op slechts enkele minuten stappen van het gruwelhuis in Marcinelle.