1997
2 Januari : In de nacht van 2 op 3 januari 1997, vier maanden na de ontdekking van de stoffelijke resten van An en Eefje, komt een onbekende de houten chalet van Bernard Weinstein in de Rue Daubresse in brand steken. Een boze burger, verblind door woede over al wat hier was gebeurd, zo wordt gedacht.| Meer » De zaak Dutroux |
12 Februari : Advocaat Pierre Chomé verklaart op 12 februari 1997 dat zijn cliënt Bob Beijer het Bende-onderzoek zou kunnen en willen vooruithelpen in ruil voor strafvermindering. Maar justitie zou geen belangstelling hebben en wil dat bevestigen noch ontkennen.
| Meer » Robert Beijer wil praten | Bouhouche & Beijer |
Eind februari : Eind februari worden tienduizend affiches verspreid met robotfoto's van een tiental vermeende leden van de Bende van Nijvel. Er kan moeilijk ontkend worden dat dit, ruim tien jaar na de feiten, rijkelijk laat is. Maar nog iets anders wekt verbazing. Meer dan een denkt in foto nummer zeventien iemand te herkennen waarvan al heel lang wordt gezegd en geschreven dat hij betrokken is bij de Bende van Nijvel. Ex-rijkswachter Madani Bouhouche. Toch is die man nooit een officiële verdachte geweest, ook vandaag niet.
| Meer » Cel Waals Brabant | Robtofoto's 1997 |
7 Maart : Op 25 september 1996, in volle Dutroux-psychose, bereikt de rijkswacht van het Waals-Brabantse Lasne een anonieme tip over een zekere 'Christian' uit Sint-Jans-Molenbeek. Hij zou een van die zeldzame mensen zijn die het grote vraagteken in het onderzoek erg goed heeft gekend, Bernard Weinsteins. Op basis van enkele persoonsgegevens weten de speurders de man te identificeren. Het gaat om de 29-jarige Christian Coenraets. Hij is, zo rapporteren ze, 'bekend bij onze diensten'. De man is in de zomer van 1996, kort voor het losbarsten van de zaak Dutroux, gearresteerd wegens 'aanranding op de eerbaarheid'. Hij heeft een verkrachting gepleegd en zit opgesloten in de gevangenis van Vorst. Deze getuige zit in de gevangenis en zal dus niet gauw weglopen, zou je denken. Op 5 februari 1997 gaan twee speurders uit Neufchâteau Coenraets opzoeken in de gevangenis van Sint-Gillis. Het moment is blijkbaar slecht gekozen. Coenraets moet de volgende dag voor de rechtbank verschijnen en heeft weinig zin in een ondervraging. 'Coenraets was akkoord om ons opnieuw te ontmoeten', staat in het rapport van de speurders. Pas achteraf bedenken de speurders zich dat het zou kunnen dat Coenraets hen wil ontlopen. Het vervolg van het politierapport bevestigt die indruk: 'Op 7 februari 1997 om 14 uur hebben wij ons opnieuw naar de gevangenis van Sint-Gillis begeven. Wij hebben daar vernomen dat Christian Coenraets op 6 februari 1997 uit het justitiepaleis van Brussel is ontsnapt. Van zodra Coenraets wordt opgepakt, zullen wij hem ondervragen.' Dat is een nobel voornemen, maar er komt niets van in huis. Reeds in de namiddag van 7 februari 1997 meldt Coenraets zich opnieuw aan voor de gevangenispoort in Sint-Gillis. Hij heeft de handboeien van de vorige dag nog om. Er is weinig, om niet te zeggen niets, bekend over wat Coenraets bezielt om de gevangenis te ontvluchten en een dag later terug te keren. Het feit dat hij het na het eerste bezoek van de speurders uit Neufchâteau meteen op een lopen zette, schijnt de speurders niet tot haast aan te manen. Na zijn terugkeer naar Sint-Gillis verstrijken ruim drie weken. En dan, op 6 maart 1997, meldt het persagentschap Belga: 'Een bewoner van de gevangenis van Sint-Gillis is dinsdag zwaar verbrand, nadat hij zijn cel in de fik had gestoken. Het gaat om de 32-jarige Christian Coenraets, die begin februari uit het justitiepaleis in Brussel ontsnapte en zich de volgende dag weer aangaf. Hij zit vier jaar uit wegens verkrachting. Coenraets is zwaar verbrand naar het brandwondencentrum van Neder-over-Heembeek gebracht. Bewakers zagen dinsdagavond rond 22.30 uur vanop de bewakingstoren rook komen uit vleugel C. Ze konden de brand zelf blussen.' Hulp mag niet baten. Een dag later bezwijkt Christian Coenraets aan de brandwonden.
18 April : Baron de Bonvoisin wordt door het Hof van Beroep in Brussel veroordeeld tot 3 jaar effectieve celstraf en 500.000 frank boete. De baron gaat in cassatie.
| Meer » Baron de Bonvoisin | Front de la Jeunesse |
25 April : Naar gewoonte stapt José Steppe die maandag rond zeven uur 's ochtends café Le Renaissance in Marchienne-au-Pont binnen voor zijn eerste koffie van de dag. Hij betrekt al enige tijd een hotelkamer in het bouwvallige Hotel de la Gare, daar vlakbij. De mensen in het café kennen José Steppe als een querulant, een man met wie je een gesprek soms beter mijdt. De laatste tijd kan het opgooien van de naam Dutroux volstaan om de bestofte vijftiger de controle over zichzelf te doen verliezen. Dan buldert zijn stem en heeft hij het over zich aan ontvoerde kinderen vergrijpende politici, sexfuiven en eerstdaags door hem persoonlijk te openbaren videobanden. Zoals wel vaker, begint Steppe die ochtend driftig naar adem te happen. Hij heeft astma. 'Moment', kucht hij. De klanten zien hem terug naar het hotel strompelen. Tussen de stapels boeken en documenten op zijn kamer staat een elektronisch masker waarin hij driemaal daags naar zuivere lucht gaat happen. Even later weerklinkt vanuit het hotel een gil van het kamermeisje. Op de grond ligt het lijk van José Steppe, het masker nog aangesloten. Dat is duidelijk, oordeelt de politie. De wandeling naar de machine moet net iets te lang hebben geduurd. Er wordt geen autopsie bevolen. Op 28 april, drie dagen later, wordt Steppe ten grave gedragen. Pas daarna wordt zoon José Steppe Junior in Hotel de la Gare aangesproken door de man die de kamer naast die van zijn vader bewoonde. Hij beweert dat hij die ochtend tussen diens vertrek en terugkeer 'twee mannen' uit de kamer heeft zien wegrennen. José Junior onderzoekt de machine en stelt vast dat daar enkele druppels inzitten van een substantie die daar niet hoort te zitten. Rohypnol, zo krijgt hij te horen. Het parket van Charleroi heeft echter geen oren naar de aangifte van José Junior. De naam Steppe geldt daar al jaren als een synoniem voor 'knettergek'. Halfweg 2002 trekt de Franse journalist Eric Bellahouel namens het Franse weekblad Le Nouveau Détective op onderzoek in Marchienne-au-Pont. Hij publiceert deze anonieme getuigenis: 'Ik heb José Steppe goed gekend. Hij is me komen opzoeken op zondag 24 april, de dag voor zijn dood. Het ging goed met hem, ondanks de astma. Hij maakte zich zorgen en zei de hele tijd: 'Op een dag zul je me vinden met een kogel in mijn hoofd.' Al weken sprak hij me over die videocassettes die hij zei te bezitten. 'Dat is dynamiet', zo beweerde hij. Volgens wat hij vertelde, waren ze gemaakt door Dutroux en zijn kompanen. Ze lieten volwassenen zien, die zwaar hadden betaald voor de door het netwerk ontvoerde kinderen. Volgens José kon je op de beelden notabelen uit Charleroi herkennen, bekende politici. Hoe hij aan die casettes was geraakt? José had overal contacten, zowel bij de politie als bij gangsters. Hij wou de casettes niet aan de politie geven. Want daar, zei hij, waren te veel corrupte lui die ze vast zouden doen verdwijnen.' Het is onduidelijk wat er op de cassettes van José Steppe te zien was, laat staan of er wat op stond. We moeten voortgaan op het niet noodzakelijk betrouwbare relaas van een extreem-rechtse politica. Het is ook niet bewezen dat er Rohypnol in het luchtmasker zat. We kunnen hiervoor enkel voortgaan op wat zijn zoon daarover beweerde, nadat hij naar eigen zeggen, met de aangetroffen substantie bij een apotheker langsliep.
27 Mei : Op 27 mei 1997 begint in Brussel het proces tegen Eddy W. Deze voormalige cipier in de gevangenis van Sint-Gillis is ervan beschuldigd de ontsnapping van Philippe Lacroix, Basjri Basjrami en Murat Kaplan op 3 mei 1993 mogelijk te hebben gemaakt. Hij zou hen namelijk de wapens hebben geleverd. Dat is tenminste wat een ex-gevangene verklaart die toevallig ook lid is van de bende van Maâche en die bende heeft de ontsnapte gangsters geholpen. Harry Van Oers, inspecteur-generaal bij het bestuur der strafinrichtingen, gelooft niet dat de man schuldig is. André Rogge, doorgaans privé detective genoemd, spreekt zelfs van opgezet spel en heeft daar ook goede argumenten voor.
| Meer » Bende Haemers |
2 Juni : In een dossierstuk dat gedateerd is op 2 juni 1997 doet X3 haar hele verhaal. Een gruwelijk verhaal. Over een door een park omgeven kasteel waar kinderen in kerkers opgesloten zaten 'om hun beurt af te wachten'. In het torentje van het kasteel, zegt ze, was er een soort expositie van kinderlijken in diverse stadia van ontbinding. Het was een vaste groep van mensen, een vijftigtal slechts, en ze kon er maar weinigen van herkennen. De avondjes, hier, eindigden nooit zonder doden. Notabelen maakten met behulp van dobermannen in het park jacht op losgelaten naakte kinderen. Kinderen werden vastgebonden aan planken en gefolterd met scheermesjes en naalden.
| Meer » De zaak Dutroux | X-Dossiers |
8 Juni : Op 8 juni 1997 sterft Martial Lekeu in Florida. Met hem verdwijnt nog iemand die wellicht meer wist.
| Meer » Temse | Martial Lekeu |
22 Juni : Op 22 juni 1997 is eerste substituut Jean-François Godbille het slachtoffer van een uitgelokt verkeersongeval. Enkele dagen later breken onbekenden bij hem in die zijn hele woning doorzoeken maar niets meenemen. Godbille houdt zich bezig met allerhande dossiers van financiële en georganiseerde criminaliteit. Ook in de zaak de Bonvoisin is hij actief. Godbille werd nog op andere manieren tegengewerkt. In juli 1994 liet de Brusselse advocaat Jean-Paul Dumont valse naamkaartjes drukken op naam van eerste substituut 'Godebille' die hij onder meer uitdeelde in het prostitutiemilieu. Dumont spreekt van een grap, maar hij moet zich half oktober 1997 verantwoorden voor valsheid in geschrifte. Dumont behoort net als de Bonvoisin tot de rechtervleugel van de PSC.
2 Juli : Wars van passionele debatten over geïsoleerde perverten en netwerken, kun je objectief vaststellen dat de ontvoeringen niet altijd even professioneel verliepen. Het is bijna niet aannemelijk dat er nooit eens een poging mislukte. De verrassing was bij veel waarnemers niettemin totaal, toen procureur Michel Bourlet in april 2002 voor de raadkamer in Neufchâteau plots met elf supplementaire aanklachten voor de dag kwam, elf pogingen tot ontvoering. Geen van de aanklachten werd uiteindelijk weerhouden. Veel slachtoffers hadden zich pas na augustus 1996 gemeld, nadat ze dagelijks op de televisie met de gezichten van hun vermeende belagers waren geconfronteerd. Op 29 augustus 1996, twee weken na de arrestatie van Dutroux en co, stappen een meisje van vijftien, haar moeder en het vriendje van haar zus het politiecommissariaat in Gosselies bij Charleroi binnen. Deze drie mensen hebben een poging tot ontvoering te melden. Wat de zaak bijzonder maakt is de naam van het slachtoffer. Virginie Pinon is de dochter van autosjoemelaar Gérard Pinon. Ze vertelt: 'Op een dag in juni 1994, ik herinner met niet precies meer dewelke, was ik bij mijn vader. Hij had bezoekrecht, mijn ouders waren al tien jaar gescheiden. Mijn vader woonde in Lodelinsart. Die namiddag bevond ik me op de berm, aan de ingang van het magazijn. Verschillende keren zag ik een grijze auto, waarvan ik meende dat die heen en weer pendelde. Op zeker ogenblik stopte die auto voor mij. Ik was bang en ben naar het huis van mijn vader gelopen. De bestuurder van de grijze auto holde achter me aan. Ik riep om hulp naar de vriend van mijn zus, Patrice Fouarge. Hij is het huis uitgekomen en heeft de man aangesproken. Hij vroeg hem wat hij kwam zoeken. De man antwoorde: 'Niets, ik keek alleen maar.' Toen is hij weggegaan. Ik heb de man die me achtervolgde kunnen zien. Er is toen ook klacht ingediend bij de politie, door mijn vader, hoewel die er zelf niet bij aanwezig was. Vandaag heb ik sterk de indruk de man te herkennen die me achtervolgde. Het gaat om Marc Dutroux.' Uit het feit dat de vriend van de zus, Fouarge, niet helemaal zeker is of het wel Dutroux was, laat de agent met dienst duidelijk uitschijnen dat de zaak maar beter niet te ernstig wordt genomen. En dat doet niemand, ook niet als enkele jaren later in het dossier autozwendel tijdens een huiszoeking beslag wordt gelegd op een kindertekening van de hand van Virginie. Het is het soort van tekening dat model kan staan voor tekeningen die kinderpsychiaters gebruiken als bewijs van kindermisbruik. Om een hoogst onduidelijke reden zit er geen kopie van de tekening in het dossier-Dutroux, ook al lijkt ze daar in alle opzichten een treffende illustratie van te zijn. Wanneer het oog van een attente speurder op de tekening valt, kan aan de maakster niets meer worden gevraagd. Virginie Pinon zal nooit zeventien jaar worden. Ze is een van de 1500 Belgische mucovisidose-patiënten en ze sterft in de zomer van 1997.
14 Oktober : Op 13 juni 1996 keurde de Kamer van volksvertegenwoordigers de oprichting goed van een tweede parlementaire onderzoekscommissie in verband met de bloedige aanslagen van de Bende van Nijvel uit de jaren tachtig, vandaag nog steeds onopgelost. Op 14 oktober 1997 legde de commissie haar verslag neer.
| Meer » Bendecommissie II |