De overvallen
1981 - 1984
- 22 Oktober 1981
Patrick Haemers en een nog onbekende tweede dader overvallen het BBL-kantoor in de Hoogstraat in Deerlijk. Ze gaan aan de haal met 350.000 frank. Achiel Haemers, de vader van Patrick Haemers, wacht hen op aan het bankfiliaal. Het geld wordt in zijn wagen overgeladen. Dankzij een getuige, die de nummerplaat noteert, worden vader en zoon Haemers vlug aangehouden. In juni 1982, wanneer deze zaak voorkomt, veroordeelt de correctionele rechtbank van Doornik Patrick Haemers tot 2 jaar effectieve gevangenisstraf. Vader Haemers wordt vrijgesproken maar wordt in beroep wel veroordeeld wegens heling.
- 1 Juni 1983
In Wilsele probeert een groep gangsters een postwagen te overvallen. De overval mislukt en daders vluchten zonder buit. Het voorval wordt onderzocht door onderzoeksrechter Laffineur. Patrick Haemers is een van de verdachten.
- 2 November 1983
In Herstal vindt een overval plaats op het centrale postkantoor. De daders gaan aan de haal met een grote som geld. De buit bedraagt 9.480.000 frank. Patrick Haemers circuleert onder de verdachten. Dit staat te lezen in dossier 1.90 van onderzoeksrechter Laffineur.
- 20 Augustus 1984
Een groep bandieten overvalt in Neufvilles een postwagen. Ze gaan aan de haal met 10.716.000 frank. Onderzoeksrechter Laffineur verdenkt Patrick Haemers en zijn bende van de overval.
1985
- 1 Maart 1985
Op de Aarschotsesteenweg in Wilsele overvallen vier gewapende en gemaskerde mannen een postwagen. Twee begeleidende rijkswachters worden overmeesterd en in hun eigen boeien geklonken. De buit bedraagt 13 miljoen frank. Volgens onderzoeksrechter Laffineur circuleert Haemers onder de verdachten.
- 20 Mei 1985
Weer in Neufvilles, weer een postwagen, weer Patrick Haemers. Het begint routine te worden. Een groep gangsters die een postwagen overvallen en aan de haal gaan met een omvangrijke buit. In Neufville bedraagt ze 10.520.000 frank. Onderzoeksrechter Laffineur beticht Haemers van deze overval.
- 1 Oktober 1985
Op 1 oktober overvalt een groep gangsters in Casteau een postwagen. De overval mislukt en de daders moeten vluchten zonder buit. In het dossier 1.90 vermeldt onderzoeksrechter Laffineur de naam Haemers als een van de daders. Nog in oktober '85 verricht de gerechtelijke politie een eerste huiszoeking bij Patrick Haemers. Haemers woont dan op nummer 1 in de Chemin de la Ferme Simonart in Lasne-Chapelle-Saint-Lambert. Een van de leden van het team dat de huiszoeking uitvoert, is inspecteur Eric Clavie. Hij heeft later nog bij de Nationale Brigade gewerkt die de zaak Haemers onderzocht. De GP van Nijvel vindt alleen een riotgun die meteen in beslag wordt genomen.
"Waar was je twee jaar geleden", vragen ze Haemers ... Hij weet het niet meer. Maar wat hij wel weet, en wat hij in Brazilië altijd met klem zal benadrukken, is dat hij nooit een stap in 'Au Trois Canards' gezet heeft. Bijna een jaar later krijgt Haemers de riotgun terug. Een ballistisch onderzoek is negatief gebleken. De riotgun van Haemers werd niet door de Bende gebruikt. De GP van Nijvel had niet veel succes, maar kreeg ook niet de tijd om veel stil te staan bij het geval Haemers. In de herfst van 1985 werden ze immers van de ene huiszoeking naar de andere gestuurd. Ze holden bijna wanhopig van links naar rechts op zoek naar een aanwijzing in verband met de Bende van Nijvel.
- 4 November 1985
Drie gangsters overvallen een gepantserde postwagen aan het station van Ensival bij Verviers. Even over negen rijdt een BMW voor een postkantoor in Ensival een postwagen klem. De gangsters schieten, zonder de minste waarschuwing, op de rijkswachtcombi die het transport volgt. De rijkswacht wordt uit de combi gehaald en met hun eigen handboeien aan een verkeersbord geketend. Een bom wordt op de achterdeur van de postwagen gekleefd en tot ontploffing gebracht.
Postbediende Henriëtte Genet uit Verviers, moeder van twee kleine kinderen, en Yves Lambiet uit Eupen komen om in de laadruimte. Postchauffeur Jean-François Pirlot uit Andrimont raakt zwaar gewond. Rijkswachter Daniël Rahir wordt door de bende als gijzelaar meegenomen. Twaalf kilometer verder wordt Rahir vrijgelaten. Deze bloedige overval brengt de gangsters 7.249.000 frank op. Later legt een ballistisch onderzoek een verband tussen deze overval en andere gewapende overvallen van de bende rond Patrick Haemers.
- 23 December 1985
In Wilsele vindt een overval plaats op een fondsentransport van Securitas. De buit bedraagt 17 miljoen frank. Onderzoeksrechter Laffineur beticht Haemers van deze overval.
1986
- 17 Maart 1986
Drie gangsters beroven een geldtransport van Securitas aan de supermarkt GB in Drogenbos. Een van de getuigen vermeld een 'grote blonde'. De buit bedraagt 27.650.000 frank. Later worden in de villa van Haemers aanwijzingen gevonden dat hij aanwezig was bij deze hold-up. Dossier 1.90 van onderzoeksrechter Laffineur vermeldt Haemers als een van de verdachten.
- 28 Maart 1986
Weer overvallen drie gangsters een geldtransport van Securitas, deze keer in Evere. De gangsters schieten twee keer, niemand raakt gewond. De bandieten gaan aan de haal met 30 miljoen frank. Onderzoeksrechter Laffineur vermeldt, in zijn dossier 1.90, Haemers als een van de verdachten.
- 17 September 1986
In Wezembeek-Oppem vindt een overval plaats. Drie gangsters gaan er aan de haal met 13.765.000 frank, buitenlandse deviezen en goudstukken nadat ze een Securitas geldwagen gekraakt hebben. De onderzoeksrechter beticht, in zijn dossier 1.90, ook nu weer Haemers van deze overval.
1988
- 21 Juni 1988
In Doornik vindt een overval plaats op een geldtransport van de Post. De hold-up mislukt en de dieven moeten zonder buit de aftocht blazen. Om de wagen te overvallen gebruiken de gangsters handgranaten waardoor de twee postbediende gewond geraken. Een van hen verliest een oog. Basri Bajrami wordt verdacht van medeplichtigheid aan deze overval.
- 28 Juni 1988
Een mislukte overval op een geldtransport van Brink's Ziegler in Etterbeek. De overval staat beschreven in dossier 4.90 van onderzoeksrechter Laffineur. De verdachten zijn Haemers, Van Dam en Lacroix. Maar een maand later, in juli, zijn onderzoeksrechter Laffineur en de BOB van Leuven ervan overtuigd dat ze Haemers op het spoor. Ze zijn er van overtuigd dat hij in Uruguay, Paraguay of Venezuela zit.
- 22 September 1988
Aan de GB van Drogenbos wordt een Securitas-geldtransport overvallen. De buit bedraagt een slordige 17 miljoen frank. Dossier 5.90 van onderzoeksrechter Laffineur vermeld Haemers en co. als de hoofdverdachten van deze overval.
- 4 November 1988
In het Nederlandse Almere, Flevoland, wordt een geldtransport van de PTT overvallen. De gepantserde wagen wordt gedwongen te stoppen. Drie gemaskerde overvallers schieten op het voertuig. De chauffeur opent de deuren niet. De kogels dringen niet door het pantser. De gangsters moeten onverricht terzake vluchten en de overval mislukt. Enkele kilometers verder verwisselen de bandieten van wagen. Daarbij raken ze in discussie met twee Nederlanders die op dezelfde plek gestopt waren. De gangsters zijn niet meer gemaskerd. Later herkennen de getuigen op politiefoto's formeel Lacroix, Bajrami en Haemers.
- 8 November 1988
Op De Post van Beloeil wordt een overval gepleegd met een Lancia Thema, die erg lijkt op de Lancia die in de schuilplaats van Haemers teruggevonden is. De poging tot overval wordt echter gepleegd door twee personen en de robotfoto van een van de verdachten lijkt niet op Haemers, noch op Lacroix, noch op een ander bendelid. Enkel de Lancia, volgens de getuigen niet metaalgrijs maar metaalblauw, kan naar bende rond Haemers verwijzen.
1989
- 31 Januari 1989
Twee uur na de oproep van Christian Vanden Boeynants tot de ontvoerders van zijn vader, 22 uur nadat 'mijnheer Léon' zijn eerste brief onder de deurmat van Jean geschoven heeft, wordt heel België opgeschrikt door een gruwelijke misdaad. Op dat ogenblik denkt niemand aan enig verband met de ontvoering van VDB. En toch ... Oorlogswapens die moordend snelvuur spuwen, een bom van 1.5 kg TNT, een man gedood, een man gewond ... De brutaliteit waarmee de gangsters die avond op de autoweg naar de kust, in Groot-Bijgaarden, een gepantserd geldtransport van de GMIC overvallen kent geen grenzen meer. De overvallers zijn minstens met zijn vieren.
Ze rijden met een zware BMW uit de 5-serie. Vermoedelijk hebben ze ook een tweede wagen gebruikt, maar daarvoor zijn tot nog toe geen bewijzen gevonden. De BMW steekt de GMIC-wagen, die op de middelste rijstrook rijdt, voorbij. Tijdens dat manoeuvre klautert een van de gemaskerde gangsters door het geopende dak van de wagen. Het machinepistool van de bandiet schiet snelvuur. De kogelvrije voorruit van de GMIC-wagen barst maar laat de munitie niet door.
Chauffeur Ronny Croes geeft alarm via de radio en stopt op de linkerrijstrook. Meteen daarna gooit hij zich, zoals het ze geleerd wordt, plat op de buik in de laadruimte van het voertuig. Het snelvuur houdt niet op. Later worden in de flank van de gepantserde wagen twaalf, in de achterkant acht, in de deur vier en in de voorruit vijf kogelinslagen geteld. Een van de kogels dringt door de gepantserde wand en raakt begeleider Peter Bultnick in de knie.
"Kom uit het voertuig", roepen de gangsters in het Frans. De overvallers zijn gemaskerd en hebben automatische geweren, FAL of FALO menen getuigen, in de handen. Peter Bultnick weigert zijn deur te openen. Ronny Croes ligt met een bonkend hart op de bodem van zijn gepantserde bestelwagen. Een van de gangsters plaatst een bom met een zuignap op de achterdeur van de GMIC-auto. De ontploffing is verschrikkelijk. Ronny Croes wordt op slag gedood, zijn schedel wordt weggeblazen. Brokstukken van het voertuig worden tot dertig meter ver gekatapulteerd. Honderden stukken van vijf frank zijn dubbel geplooid door de luchtverplaatsing. Het veiligheidssysteem van verschillende geldzakken treedt in werking.
De verf kleurt het geld en de weg rood. De gangsters zetten hun operatie onverschrokken verder. In de rookwolk grijpen ze drie geldzakken die naast het lijk van Ronny Croes liggen. Ze gooien de zakken in hun wagen en verdwijnen. De buit bedraagt 3.3 miljoen frank. "De overval op het GMIC was een vreselijke overval, uitgevoerd door een getraind commando dat met militaire precisie optreedt", stelt het parket van Brussel. Het gerecht is geschokt door het brutale geweld en stelt alles in het werk om de daders zo vlug mogelijk te identificeren. En dat zal vlugger gebeuren dan verwacht ...
De overval op de gepantserde geldwagen in Groot-Bijgaarden is, net zoals die op de gepantserde postwagen in Ensival, het werk van Patrick Haemers. 'De laatste slag' van een man die met zijn bende tegelijk een gijzeling en een overval met springstoffen uitvoert. Haemers noemt de dood van Croes 'een ongeluk'. Het gerecht zal later opmerken dat Haemers en zijn medeplichtigen tijdens hun laatste overvallen heel professioneel en militair te werk gingen. De eerste overvallen van de bende verliepen niet zo strikt georganiseerd. De handelswijze van de gangsters is echter geëvolueerd van beginnerswerk tot moordend, militair commando-optreden.
| Meer » Ohain | Aalst | Onderzoek Nijvel | Paul Vanden Boeynants | De zaak CCC |
De overval in Leerbeek
17 Juli 1986
Patrick Haemers ontkent hardnekkig een van de overvallen die hem in de schoenen geschoven wordt, precies die overval die hem met de Bende van Nijvel linkt. De overval vond plaats op 17 juli 1986 op de Ninoofsesteenweg in Leerbeek, in het Pajottenland. Twee gangsters overvallen een Securitas-geldtransport. De wagen staat stil voor een filiaal van het Gemeentekrediet. De chauffeur van de Securitas-wagen, George Vindevogel, wordt door een van de gangsters koelbloedig met een kogel in het hoofd afgemaakt. De overvallers grijpen de buit, 4.7 miljoen frank, mee en vluchten in een Peugeot 504.
George Vindevogel is de neef van de vroegere uitbaatster van de bar 'Diable Amoureux', vlakbij de Colruyt in Nijvel, waar de Bende van Nijvel haar wagen achterliet enkele ogenblikken nadat ze in de nacht van 16 op 17 september '83 drie mensen vermoord had. Toeval? Misschien. Maar, de Peugeot 504, de vluchtwagen in Leerbeek, die de avond voordien uit een garage aan de Nijvelsesteenweg 47 in Eigenbrakel gestolen werd, legt een andere link met de Bende van Nijvel. In 1983 stal de Bende van Nijvel op dezelfde manier een Saab Turbo uit een garage in de buurt. Toeval? En, Thierry Smars had een garage in Tubeke, een provinciestad in Waals Brabant, vlakbij Eigenbrakel. Een geschikte schuilplaats voor een wagen en zijn passagiers na een overval.
| Forum » Bespreek deze overval |
| Meer » Voorjaar 1983 | Nijvel | Onderzoek Nijvel |
De moord op Thierry Smars
21 Mei 1986
Bij de aanhouding van Darville komt het dossier Thierry Smars opnieuw ter sprake. Het dossier Smars behandelt de 'vermoedelijke' zelfmoord van deze jonge man, een week voor zijn 24ste verjaardag. Op 21 mei vinden familieleden Thierry in zijn kamer. Het lijkt erop dat hij zich een kogel door het hoofd heeft geschoten. Het dossier is bijna geklasseerd, maar wordt in augustus 1989 door onderzoeksrechter Collin van onder het stof gehaald en opnieuw bestudeerd. Kennissen en verwanten van Thierry Smars hebben altijd beweerd dat hij geen zelfmoord pleegde. Het ziet ernaar uit dat ze gelijk hebben. Het onderzoek naar de dood van Smars is destijds weinig ordelijk verlopen.
Wapenexpert Dery, die ter plaatse gekomen was, had enkele stalen van stoffen op de huid van de vingers van het slachtoffer genomen. De stalen werden naar een expert gestuurd met de vraag of hij sporen van lood en/of altimonium kon terugvinden. Als er geen sporen zijn, dan heeft Smars het wapen niet zelf afgevuurd. De expert heeft het onderzoek uitgevoerd maar heeft zijn rapport niet overgemaakt aan het gerecht. De expert werd nooit officieel door het gerecht aangesteld, hij heeft nooit een officiële vraag voor het onderzoek ontvangen en zag dus geen reden om een antwoord te geven op een vraag die hem "niet gesteld is". Niemand maakt zich verder nog zorgen om het dossier Smars.
In 1989 krijgt onderzoeksrechter Collin de zaak in handen. Het resultaat van het onderzoek wordt meteen, officieel, opgevraagd. Er bevonden zich geen sporen van antimonium op de vingers van het slachtoffer. Smars heeft dus naar alle waarschijnlijkheid geen zelfmoord gepleegd maar werd vermoord. De onderzoekers van de cel Gamma weten al langer dat Smars deel uitmaakte van de bende met Haemers. Ze vermoeden zelfs dat Smars deelgenomen heeft aan de overval in Ensival waar twee postbedienden omkwamen toen de gangsters een veel te zware bom tegen de postauto kleefden. De dood van die twee mensen zou Smars volledig uit zijn lood geslagen hebben. Terug in Brussel zou hij heel nerveus en onevenwichtig geworden zijn.
Een kolonel-spion
Smars zou wraakplannen tegen de fabrikant van de bom gekoesterd hebben. Eerste hypothese van de onderzoekers: Smars werd te gevaarlijk en een van de bendeleden heeft hem geliquideerd. Als sommige geruchten uit het milieu waar zijn, zou Philippe Lacroix de moordende trekker overgehaald hebben. Maar er bestaat nog een andere hypothese. Smars zou in augustus 1985 kennisgemaakt hebben met de Fransman Roland Bastiani. De grootmoeder van Smars verhuurde een flat aan Bastiani. De man liet een diepe indruk na op Thierry. Bastiani maakt de Brusselaar wijs dat hij officieus zijn vaderland, Frankrijk, vertegenwoordigt in België, en dat hij de rang van kolonel heeft bij de SDECE, de Franse geheime inlichtingendienst.
Thierry neemt de 'kolonel-spion' in vertrouwen en vertelt hem over enkele overvallen die hij samen met Lacroix en Haemers gepleegd heeft. De 'kolonel' heeft meteen een voorstel: "Kom voor ons werken, wij zijn enkele acties aan de Spaanse grens aan het voorbereiden. Het heeft iets met extreem-rechts te maken ..." Smars vertrouwt de kolonel volledig en geeft hem zelfs 4 miljoen frank in bewaring. Lacroix zou Bastiani eveneens betaald hebben, niet zozeer om ook voor de Fransman te kunnen werken maar wel om zijn stilzwijgen over de overvallen te kopen. Lacroix en Haemers zouden witheet van woede geweest zijn toen ze de loslippigheid van Smars vernamen.
Thierry mag nog deel uitmaken van het commando dat de postwagen in Verviers overvalt. In maart, wanneer de bende een overval in Drogenbos uitvoert, moet Thierry echter thuisblijven. Bastiani is intussen verdwenen. Acht maanden later, op 19 mei 1986 volgens verwanten van Smars, duikt hij weer op en telefoneert hij Thierry "om geld te vragen". Smars zou toen vreselijk bang geworden zijn. Hij pansert de deuren van zijn flat en draagt constant een wapen. Op 21 mei wordt hij met een kogel in het hoofd in zijn kamer gevonden. Smars zou opgeruimd zijn omdat hij te veel met Bastiani gepraat had. Rijkswacht en politie zoeken nog steeds een duidelijk antwoord op alle vragen rond de dood van Thierry Smars. Drie dagen na zijn arrestatie in Rio zegt Haemers eenvoudigweg: "Nee, ik heb Smars niet gedood. Da's alles."
Het proces Haemers
In de ochtend van 21 mei 1986 werd het lijk van Thierry Smars gevonden door zijn vrouw. Smars lag met stukgeschoten hoofd in zijn bed in de Heydenberglaan in Sint-lambrechts-Woluwe. Het wapen, een zware Smith & Wesson .38, Model 60 Chief Special, lag onder zijn rechterhand. Wetsdokter Ferdinand Meerseman kwam tien dagen later tot de conclusie zelfmoord. Maar de Leuvense professor Paul Daenens was niet zo overtuigd. Hij stelde vast dat er geen antimoon-sporen op de handen van Smars waren gevonden. Het ontbreken van die sporen is niet het ultieme bewijs dat Smars niet zelf de trekker had overgehaald, maar het was wel een ernstige indicatie.
De specialist ballistiek Claude Dery was op het grote proces tegen de Bende Haemers in 1993 zelfs nog duidelijker. Wat hem betrof was Thierry Smars vermoord. Ook politiemannen die zich met de Bende Haemers bezighielden, zijn er nog altijd van overtuigd dat Smars was afgemaakt en dat de moordenaars daarna een zelfmoord in scène hebben gezet. Dat bleek zonneklaar uit de manier waarop de Smith & Wesson onder de hand van de dode Smars was gemoffeld, en uit de banen die de bloedstroom op het gezicht van Smars had gevolgd. Die banen wezen erop dat het licht door iemand was verplaatst. "Door de dokter die de eerste vaststellingen heeft gedaan", suggereert Meerseman. Maar politiemensen trekken dat in twijfel. Rechter Guy Wezel reageerde nauwelijks op de verklaringen die ballistisch expert Dery in september 1993 in het Assisenhof had gedaan. Hij volgde daarmee de strategie die het Brusselse parket al jarenlang toepaste in de zaak Smars, zich koppig achter de thesis zelfmoord blijven verschansen.
Er werd nooit een serieus onderzoek gedaan naar de dood van Smars. Toen de Brusselse onderzoeksrechter Jean-Pierre Collin, die het dossier-Haemers behandelde, dan na drie jaar toch opdracht gaf de dood van Smars van dichterbij te bekijken, vroeg het parket professor Daenens niet eens zijn rapport over te maken. Het rapport werd niet in het juridisch dossier opgenomen. Het was duidelijk, de dood van Smars moest als zelfmoord worden geklasseerd. Uiteraard had het parket zijn redenen om de affaire Smars in de doofpot te stoppen. Een officieel onderzoek zou immers momenten uit het leven van Thierry Smars naar boven woelen die een aantal zeer achtenswaardige Brusselse adellijke families en katholiek-rechtse politici in opspraak konden brengen. Thierry Smars was nog jong toen hij stierf, nauwelijks 24 jaar.
Maar in zijn korte leven had hij zich een stevige reputatie als gewelddadige gangster en extremist bij elkaar gespaard. Eind jaren zeventig waren Smars en zijn bloedsbroeder Philippe Lacroix al druk in de weer in Sint-lambrechts-Woluwe, de deftige Brusselse deelgemeente die wordt bevolkt door Franstalige middenstanders, zakenmensen en edellieden die zich wentelen in hun geld en in die wat boertige Brusselse imitatie van de Parijse 'chique'. Smars en Lacroix waren niet echt rijkeluiszoontjes. Zij begonnen als minderjarige delinquenten die de straten onveilig maakten en de spil van een jongerenbende – de Bende van Woluwe – werden, waarin herrieschoppers en straattuig als Philippe Lannoy, David Marloye, Vincent Louvaert en Karim M'Barek meedraaiden.
De ontsnapping van Patrick Haemers
13 Augustus 1987
Op woensdag 12 augustus wordt Patrick Haemers door de Leuvense onderzoeksrechter Decoux ondervraagd over de overval in Wilsele. 's Namiddags wordt de gangster overgebracht van de hulpgevangenis in de Marie-Theresiastraat in Leuven naar Brussel. Haemers moet voor de Kamer van Inbeschuldigingstelling van Brussel verschijnen. Een dag later, op dertien augustus, wordt Patrick Haemers overgebracht naar Brussel. De bevrijding van Haemers in Heverlee, vlakbij Leuven, is op een quasi-militaire wijze uitgevoerd. Donderdag 13 augustus om 14 uur, op het kruispunt van de Leuvense ring met de Celestijnenstraat, wordt de celwagen die Haemers van Leuven naar het Brussels justitiepaleis voert, klemgereden door een Audi 80 die in Halle gestolen werd.
Twee gewapende gangsters springen uit de Audi 80 en schieten ogenblikkelijk met een 9 mm pistool en een riotgun de motor van de celwagen stuk. Celwagenchauffeur André Vermeulen wordt genadeloos in het kuitbeen geschoten als hij probeert te vluchten. Rijkswachter Michel Serruys, die achteraan bij de gevangene zit, wordt dwars door de carrosserie in de benen geschoten omdat hij de zijdeur niet vlug genoeg opent naar de zin van de overvallers. Serruys en Vermeulen zijn voor de rest van hun leven gehandicapt. De gangsters nemen de wapens en de boeien mee van de twee rijkswachters die het transport begeleiden. Patrick Haemers verdwijnt met zijn bevrijders in de Audi. De gemaskerde chauffeur geeft plankgas.
17 Augustus 1987
In de nacht van 16 op 17 augustus wordt er ingebroken in het politiecommissariaat van Lasne in Waals Brabant. De dieven gaan aan de haal met vier politieradio's, uniformen, lederen vesten, kepies, riemen en handboeien. Ze halen ook 20.000 frank uit een bureau in het gemeentehuis en een lijst waarop alle houders van een wapenvergunning in de streek genoteerd staan. Voor ze vluchten spijkeren ze een interne politienota over de wagens van de ontsnapte Haemers en co aan de muur. Onderaan de nota schrijft een van de dieven: "C'est moi".
18 Augustus 1987
De volgende nacht wordt er opnieuw ingebroken in het politiecommissariaat van Lasne. De brandkast wordt met een snijbrander geopend. De dieven stelen twee machinegeweren, vier pistolen, handboeien, riemen, 97 blanco paspoorten en 30.000 frank. Later blijkt dat deze diefstal gepleegd werd door drie personen waaronder een neef van Ramadan Dodack. Haemers zelf maakt geen deel uit van deze dievenbende. Dodack zelf wordt op 21 december 1986 doodgeschoten.
De bende van Dodack heeft altijd nauwe contacten onderhouden met leden van de bende van Haemers. In november '87 worden de daders van de diefstal in Lasne opgepakt. In januari worden ze veroordeeld door de correctionele rechtbank van Brussel. De verdachten hebben nooit een woord gelost over de banden tussen henzelf en Haemers. Het gerecht komt er later achter dat Haemers wel degelijk papieren van de diefstal in Lasne in handen gekregen heeft. Haemers heeft lang het in Lasne gestolen paspoort met nummer 5430845 gebruikt.
De moord op Le Grand
Zomer van 1988
Na de twee postbedienden in Ensival, de chauffeurs van geldtransporten in Leerbeek en Groot-Bijgaarden en na de valse zelfmoord van Thierry Smars, vragen de onderzoekers zich af of de bende van Lacroix, Bajrami, Haemers en Van Dam nog een zesde dode op haar geweten heeft. In de zomer van 1988 verdwijnt in Brussel een man, Jean-Pierre 'Le Grand', een goede vriend van Corinne Castier. Al gauw gaat in het milieu het gerucht rond dat 'Le Grand' geliquideerd is door een van de bendeleden. Over de reden waarom 'Le Grand' moest verdwijnen bestaat geen zekerheid. Er zijn wel vermoedens.
De man die 'Le Grand' afgemaakt zou hebben, zou het lijk in het Zoniënwoud, vlakbij de Vossendreef begraven hebben. Daarna zou de doder de overige bendeleden verteld hebben dat hij 'Le Grand' uit de weg moest ruimen omdat Jean-Pierre 'gevaarlijk' was. 'Le Grand' zou op 28 juni 1988 meegewerkt hebben aan de overval op een Brik's Ziegler in Etterbeek. Het zou de eerste overval van 'Le Grand' met de bende van Haemers geweest zijn. Jean-Pierre had een eenvoudige maar belangrijke taak gekregen: 'dekken', of uitkijken en zijn medeplichtigen beschermen als de politie onverwacht zou arriveren of als de bemanning van het geldtransport zou reageren. Tijdens de overval was echter een en ander fout gelopen.
De Brink's was net voor het bankfiliaal gestopt en de begeleider was het filiaal binnengestapt. Zoals tijdens de training springen de vier overvallers uit hun wagen. Een van hen schreeuwt naar de chauffeur dat hij de laadruimte moet openen. De chauffeur kan dit onmogelijk, alleen de begeleider kan bij fondsen in de laadruimte. De gangsters beseffen dit en besluiten een bom tegen de achterdeur van de gepantserde bestelwagen te kleven. Precies op het ogenblik dat Marc Van Dam de bom op de wagen bevestigt, ziet de begeleider van de Brink's vanuit de bank wat er gebeurt. De man trekt zijn wapen en schiet op Van Dam ... Een fout van 'Le Grand' beweert het bendelid dat Jean-Pierre doodschoot.
Volgens hem was 'Le Grand' gaan lopen in plaats van zijn medeplichtigen te beschermen. 'Le Grand' kon de stress van een overval dus niet verwerken, door zijn toedoen was een bendelid gewond geraakt. 'Le Grand' was gevaarlijk en moest opgeruimd worden. Naar verluidt zouden de andere bendeleden geen bezwaren geopperd hebben. Een ander verhaal wil dat het 'kwade' bendelid Jean-Pierre 'Le Grand' een kogel door het hoofd schoot om privé-redenen. De mannen zouden het oneens geweest zijn in verband met een familiekwestie. De vorige uitvoerige verklaring van de afloop was bedoeld om de rest van de bende te sussen.
De ontvoering van Vanden Boeynants
8 Juli 1988
Op 8 juli 1988, twee maanden voor de gemeenteraadsverkiezingen, arriveerde er een brief op het kabinet van Charles-Ferdinand Nothomb, de toenmalige voorzitter van de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Het waren vijf zorgvuldig getikte vellen en de afzender was procureur-generaal Victor van Honsté. De hoogste magistraat van Brusel bracht de Kamervoorzitter ervan op de hoogte dat ene Louis Sik, een gewezen kaderlid van een van de bedrijven van wapentrafikant Roger Boas, minister van Staat Paul Vanden Boeynants beschuldigde van corruptie. VDB zou als minister van Landsverdediging 850 miljoen smeergeld hebben gekregen van Boas, in ruil voor twee grote bestellingen van het Belgisch leger. Voor nog wat kleinere opdrachten zou de wapenfabrikant de minster een paar keer twintig miljoen cash hebben toegestopt.
Omdat het ging over malversaties die VDB tijdens zijn ministerschap zou hebben gepleegd, was het de taak van het parlement om een onderzoek in te stellen en eventueel VDB's onschendbaarheid op te heffen. VDB ging gewoon door met zijn verkiezingscampagne, in de hoop dat de affaire niet zou uitlekken in de pers. Ydele hoop natuurlijk, op 21 september 1988, amper enkele weken voor de stembusslag, pakte het weekblad Knack uit met de inhoud van de brief van Van Honsté, en met nieuwe details over de vermeende corruptiezaak. VDB was nu wel verplicht om te reageren. Eerst liet zijn vriend Roger Boas de pers bij zich komen. Hij zei: "Die Louis Sik is een perfide leugenaar, ik heb hem zelf ontslagen omdat hij had geknoeid met onze financiën, en hij is zenuwziek."
Een week later floot VDB hetzelfde deuntje op zijn eigen persconferentie. Hij voegde er nog aan toe dat het smeergeld dat hij volgens Sik zou hebben gekregen in geen enkele verhouding stond tot de opdrachten die hij en zijn opvolgers op Landsverdediging aan Boas hadden toevertrouwd. VDB vroeg zich ook af waarom het gerecht dit zogezegde corruptieschandaal uitgerekend in de weken voor de verkiezingen te voorschijn had getoverd. Hij gaf zelf het antwoord: 'Het is een politiek complot tegen VDB'. Nog in het najaar van 1988 werd het dossier doorgeschoven naar een speciale Kamercommissie voorgezeten door VDB's partijgenoot Nothomb. Maar op het moment dat de discussies binnen die commissie moesten beginnen, in januari 1989, was VDB ineens ontvoerd.
VU-parlementariër Hugo Coveliers, lid van de commissie: "De hoofdfiguur uit het dossier dat we moesten behandelen was weg, maar zijn afwezigheid was zo voelbaar, dat ze de stemming in de commissie - en ook het eindrapport - in een bijna dwingende mate heeft beïnvloed. De meeste commissieleden hadden zoiets van 'Och god, de arme stakker is misschien al dood, het zou van weinig fijngevoeligheid getuigen als wij nu nog eens extra op zijn graf gaan dansen.' Ik mag dus zeker niet zeggen dat wij die affaire grondig hebben uitgespit. Wat dat betreft kwam de ontvoering voor VDB op het juiste moment ..."
14 Januari 1989
Op 14 januari wordt de ex-minister van landsverdediging, Paul Vanden Boeynants ontvoerd. Onmiddellijk na de verdwijning van VDB installeert het parket van Brussel een crisiscentrum en werden alle politiediensten gemobiliseerd. Dezelfde avond krijgt het Brusselse dagblad Le Soir een anoniem telefoontje waarin de verantwoordelijkheid voor de ontvoering wordt opgeëist door de BSR, de Brigades Socialistes Révolutionairres. Drie dagen later, op 17 januari, krijgt dezelfde krant een brief waarin het de BSR eist dat 20 miljoen zou worden uitgedeeld aan de armen en het BSR vroeg voor zichzelf 10 miljoen frank.
De bedragen moesten worden samengebracht door de familie en zakenrelaties van VDB. Een week later arriveerde een fotokopie van de identiteitskaart van VDB en twee door hem eigenhandig geschreven velletjes. De familie richtte haar eigen crisiscentrum op en hield de politie op een afstand. Daardoor kreeg ze contact met de ontvoerders. Intussen was ook duidelijk geworden dat het BSR een masker was waarachter zich gewone misdadigers schuilhielden. Het losgeld, wellicht 70 miljoen frank, werd betaald tijdens het weekend van 10 februari.
Op 13 februari werd VDB vrijgelaten in de omgeving van het station van Doornik. Van daaruit liet hij zich met een taxi naar Brussel brengen. De volgende dag kon men van hem een glimp opvangen aan het venster van zijn flat, daarna gaf hij een persconferentie. Vragen mochten de journalisten niet stellen en in een monoloog van een uur legde VDB uit wat hem overkomen was. Het ergste vond hij dat hij aanhoudend erwten en worteltjes te eten had gekregen. Bovendien had hij zijn pijp ernstig gemist. De speurtocht kwam op kruissnelheid toen in een garage gestolen auto's en wapens werden gevonden.
Een van de auto's droeg een valse nummerplaat met hetzelfde nummer als de auto van VDB's vrouw. Er werden ook vingerafdrukken gevonden. Deze en enkele documenten wezen naar een bende geleid door Patrick Haemers. Men kwam al snel bij het verblijf van VDB in het Noord Franse Le Touqet. Men slaagde er in de medeplichtigen van Haemers te vinden, onder meer zijn advocaat die zijn kantoor had in het flatgebouw van Vanden Boeynants. Haemers zelf bleef voorlopig onvindbaar.
14 Februari 1989
Op dinsdag 14 februari, een dag nadat Vanden Boeynants werd vrijgelaten, werd het eerste bendelid van de gentlemen-bende Haemers opgepakt. De Kosovaarse Albanees Basri Bajrami had de blunder begaan om vanuit Metz triomfantelijk naar zijn vrouw in Nederland te bellen. "Alles is goed verlopen. Vanaf nu zijn we heel rijk." De telefoon werd afgeluisterd en niet zijn vrouw, maar Franse speurders verschenen op het rendez-vous. Een maand later werd de bende-advocaat Michel Vander Elst in de boeien geslagen, precies op de dag dat hij voor het Hof van Assisen een cliënt moest verdedigen. Er bleek vanuit Le Touquet, waar VDB werd vastgehouden, geregeld naar hem getelefoneerd te zijn geweest.
18 Februari 1989
Nog geen 100 uur nadat VDB vrijgelaten is, openen Franse en Belgische speurders de voordeur in Le Touquet. Het is een schitterend gelegen huis middenin de uitgestrekte wijk tussen het golfterrein en het vliegveld, een pannendak, witte muren, een grote tuin, ... De villa heeft precies wat Haemers wilde, een zekere discretie weg van het centrum en toch vol charme en comfort. Op de benedenverdieping zijn er twee kleine kamertjes, een badkamer, een keuken, een toilet en een woonkamer met eethoek. In alle vertrekken hebben de eigenaars kruisbeelden en afbeeldingen van de heilige Rita gehangen. Haemers heeft ze niet weggenomen. Het huis heeft geen kelder maar onder het dak zit wel een ruime zolder.
"Ze waren met z'n drieën. Elke ochtend gingen ze te voet boodschappen doen. We zagen ze telkens terugkomen met kranten en een of twee stokbroden. 's Avonds hadden ze vaak het licht aan en we zagen dat ze hele avonden naar de televisie keken." Een stuk van de getuigenis van de buren van Le Toquet, die zich de huurders van de maand januari maar al te goed herinneren. In de woonkamer van de villa stuiten de Franse politiemannen, zonder dat ze moeten zoeken, op een hele reeks veelbetekenende zaken: een revolver, documenten van VDB, enkele van de briefjes die deel uitmaakten van de correspondentie tussen de gijzelaar en zijn ontvoerders, een doosje Adalat, handboeien, een scanner om radio's van politie en rijkswacht af te luisteren en ... een hele verzameling blikjes, conserven met erwtjes en worteltjes, hoofdbestanddeel van VDB's dagelijks menu in de villa.
Op een tafel staat ook een schrijfmachine. Als de politiemannen de machine grondig inspecteren, ontdekken ze een blanco identiteitskaart waarop al een foto van de kleine Kevin, zoontje van Haemers, gekleefd is. Het kind is nog geen vier jaar oud en reist al met valse papieren. Een van de twee kleine kamertjes vlak naast de badkamer ziet er precies uit zoals VDB ze beschreven heeft: het bed tegen de muur, een nachtkastje met de babyfoon die VDB gebruikte om zijn cipiers te roepen, de kleine lamp met het verblindende licht aan het plafond. En een stalen draad die aan de ene kant met een zware haak in de muur bevestigd is. Aan de andere kant hangen de handboeien die VDB 30 dagen lang vastgehouden hebben. Alles wijst erop dat de bende hier hals over kop op de vlucht geslagen is, vermoedelijk vlak nadat het nieuws over de aanhouding van Bajrami bekend raakte.
21 Februari 1989
Op dinsdag 21 februari, een week na de vrijlating van Paul Vanden Boeynants, mochten Jan Willems en Danny Ilegems als enige Vlaamse journalisten een interview maken over zijn ontvoering. Toen ze in zijn kantoor op de Heizel arriveerden, was hij er nog niet. Na een kwartiertje kwam hij binnengestormd. Zichtbaar opgetogen, uitgelaten zelfs. Die ochtend had de Kamer van Volksvertegenwoordigers eenparig beslist hem niet te vervolgen voor de vermeende corruptie-affaire met Boas. Hij had de stemming als toeschouwer bijgewoond. Het eerste wat hij deed, was een briefje in een enveloppe stoppen. Hij plakte de enveloppe dicht en schreef in een groot, vloeiend handschrift: A.M. Roger Boas. Vervolgens kleefde hij er een vijftal kleine rode stickers op, confidentieel. Ze hadden het gehaald. Zijn ontvoering had toch iets opgeleverd.
| Meer » Bendecommissie I | Paul Vanden Boeynants |
De ontsnapping van Lacroix en Bajrami
3 Mei 1993
Een coup de thêatre. Op 3 mei 1993 ontsnappen Philippe Lacroix en Basri Bajrami, twee gevaarlijke bendeleden van de bende van Haemers, uit de gevangenis van Vorst. Ze doen dit met de hulp van de ontsnappingskoning Murat Kapllan. Het viel hen tijdens de ontsnapping echter niet op dat ze nog een grote blonde waren vergeten. De twee hadden Patrick Haemers belogen en waren zonder hem ontsnapt. Zij gijzelden een bewaker en de directeur van de gevangenis die ze gebruikten als menselijk schild terwijl ze wegreden met een BMW. Lacroix liet zich om onverklaarbare redenen vier dagen later gewillig oppakken. Op 14 mei werd Murat Kapllan gearresteerd, enkele uren na de zelfmoord van Patrick Haemers. In juli 1995 wordt Basjri Basjrami aangehouden in Macedonië en op 28 juli wordt hij uitgeleverd aan België.
- De spectaculaire ontsnapping van Lacroix en Bajrami.