De moord op Valère Valcke
De diefstal bij een juwelier
Léon De Staerke is de oudere broer van Philippe De Staerke. Hij werd in 1937 geboren in Lot, Beersel. Hij had zich gevestigd als 'antiquair' in Sint-Pieters-Leeuw, in de Bezemstraat. In 1973 werd hij tot 10 maanden veroordeeld wegens zware diefstal, in 1978 nogmaals tot 6 maanden wegens gelijkaardige feiten. Daar voorafgaand werd hij verdacht van moord op zijn bijzit, Michelle D.. Die zaak werd echter nooit bewezen. In 1980 werd hij in voorhechtenis genomen in verband met een driedubbele moord in Sint-Genesius-Rode. Een rare geschiedenis.
Op 9 oktober 1980 werd juwelier Valère Valcke vermoord in zijn woning in Sint-Genesius-Rode, Chaussée de l'Espinette. Valcke haalde geld, diamanten en juwelen op bij particulieren, bewaarde die in zijn kluis en leverde die dan op de zwarte markt. Die dag werd hij echter thuis opgewacht door twee mannen. Zij schoten Valcke twee kogels in de rug, openden de brandkast en ontvreemdden de hele collectie. Enkele dagen na de moord werd brand gesticht bij Valcke.
De driedubbele moord
Veertien dagen na de moord op de juwelier, op 23 oktober 1980, deed zich in de tuin van de villa naast die van Valère Valcke een schietpartij voor. Men vond naderhand drie lijken: Jean Achnamian en Alain Grandcler - beiden uit Issy-les-Moulineaux, nabij Parijs - en Hervé Wenzel, die zichzelf de broer noemde van skikampioen Hanny Wenzel. De drie werden geëxecuteerd nadat ze met messen werden gefolterd. Alle lijken hadden kogels in de nek en hoofd.
De speurders gingen ervan uit dat de drie slachtoffers deelgenomen hadden aan de diefstal bij Valcke voordien, en dat er een intern conflict in de bende ontstaan was over de verdeling van de buit. De onderzoekers wisten dat Léon De Staerke en Istvan Darkas lid waren van de bende, gespecialiseerd in inbraken van leegstaande villa's. Het onderzoek had uitgewezen dat de avond voor de moord op Valcke, Léon De Staerke met Wenzel een afspraak had. De speurders slaagden er echter niet in de betrokkenheid van Léon aan de driedubbele moord te bewijzen. Na een half jaar voorhechtenis ging hij vrijuit.
De link met de Bende van Nijvel
Uiteindelijk werd hij in '84 veroordeeld wegens drie zware diefstallen, gepleegd in het Schottmuseum aan de Brusselse Eikstraat. De diefstallen werden in oktober 1980 gepleegd door Léon De Staerke en Hervé Wenzel. Het onderzoek naar de betrokkenheid van Léon De Staerke aan de diefstal van aan de diefstal van de kasbons in Wieze bracht eveneens aan het licht dat Léon de beste contacten onderhield met Raymond Lippens, één van de veroordeelden in de zaak van de 'Kraak van de eeuw'. Ook bleek dat hij in december 1981 betrokken was in een afpersingszaak met een zekere Rosaro P..
De samenwerking tussen Léon De Staerke en Istvan Farkas sprong bij de speurders eveneens in het oog. Farkas is immers de Hongaarse echtgenoot van Bertha De Staerke. Nadat in de nacht van 7 op 8 juni 1983 de Bende van Nijvel een Saab Turbo stal in Eigenbrakel, legden de speurders foto's voor aan de garagehouder. Hij herkende op die foto's Istvan Farkas en Bertha De Staerke. Voor die diefstal hadden zij een bezoek gebracht aan garage Jadot, waar de Saab werd gestolen. De verklaringen van de garagehouder werd op 4 oktober 1983 genoteerd.
| Meer » Voorjaar 1983 | Club Jonathan |
Ontsnappingen van Philippe De Staerke
De ontsnapping van de eeuw : 16 September 1983
Begin jaren '80 pleegde Philippe De Staerke enkele overvallen en zware diefstallen. Op 8 december 1982 werd hij in Antwerpen schuldig bevonden aan diefstal. Op 16 september 1983 - de laatste dag van de werkweek - slaagt Philippe De Staerke erin om samen met 38 medegedetineerden te ontsnappen uit de gevangenis van Doornik. Op het moment dat de cipiers een loonstaking voeren, en de bewaking overgenomen was door een rijkswachtpeleton van 10 man, was een gedetineerde erin geslaagd een groot gat te maken in de celmuur.
Met behulp van ladders en touwen raakten ze over de vier meter hoge gevangenismuur. Omstreeks 19u45 vond de 'ontsnapping van de eeuw' plaats. Pas om 21u00 werd alarm gegeven. De meeste vluchters werden vrij snel terug opgepikt na een grootscheepse zoekactie. Philippe De Staerke niet. Hij slaagde erin om, samen met een medevluchter, een zekere Jean-Claude De Smet, door te stoten tot in Brussel. Daar had hij onmiddellijk contact met Leopold van Esbroeck, een goede bekende van Philippe. Leopold van Esbroeck zou De Staerke helpen om onder te duiken, hij bracht hem naar het appartement van Sotirios. Een half jaar later zou hij opnieuw gearresteerd worden.
De tweede ontsnapping : 13 Maart 1985
Nadat Philippe De Staerke op 5 oktober 1983 terug was gearresteerd, werd hij naar de gevangenis van Sint-Gillis gebracht. Daar zou hij normaal gezien de rest van zijn straf moeten uitzitten, maar op die bewuste 13e maart verleende de gevangenisdirecteur hem een penitentiair verlof. Uit dat verlof, dat 48 uur duurt, keerde hij natuurlijk niet terug.
Sinds dat moment was De Staerke voor de tweede maal voortvluchtig. Vanaf dat hij terug was ontsnapt had hij een groep geroutineerde 'gunmen' rond zich verzameld waarmee hij geregeld een gewapende overval pleegde. Bij die overvallen nam hij de hoofdrol. De bende van Baasrode was geboren.
| Meer » Nijvel | Aalst |
Bende van Baasrode
Overval op het postkantoor van Baasrode
Ons land maakt op 26 juni 1985 voor het eerst kennis met de bende van Baasrode. De bende van Phillipe De Staerke maakt naam als de bende van Baasrode bij de overval van het postkantoor aldaar. De buit bedraagt 1.4 miljoen frank. Tot eind januari 1986 volgen zeker vijftien gewapende overvallen en minstens dertig diefstallen van bijna uitsluitend BMW's. De Staerke wordt er door de Dendermondse onderzoeksrechter Freddy troch later van verdacht lid te zijn van de Bende van Nijvel. Hij wordt uiteindelijk buiten vervolging gesteld.
Een zware bende
De bende was uitgerust met zware wapens en de gangsters hanteerden een militaire aanpak. Naast de broers De Staerke bestond de misdaadbende uit onder meer Léopold Van Esbroeck, Apostolos Papadopoulos en Dominique Salesse. Dit groepje misdadigers werd bekend als de bende van Baasrode. Als echte militairen gingen ze te werk tijdens hun verscheidene diefstallen en overvallen op geldtransporten. Philippe De Staerke was de leider en Dominique Salesse werd gezien als het brein achter de bende. Tijdens de overvallen werd De Staerke omschreven als een knettergek iemand.
Verder was er ook de opmerkelijke samenwerking met gevangenisdirecteur Jean Bultot, die de bende meermaals aan het werk zette. Ze werden ook al gauw vergeleken met de bende van Nijvel. Zeker na het laatste wapenfeit van de bende, in 1985 in Aalst. Het was de laatste, maar ook de bloedigste overval op een Delhaize-warenhuis van de onbekende bende.
| Forum » Bespreek de Bende van Baasrode |
Philippe De Staerke en Aalst
Een nerveuze De Staerke
Vele jaren later is er dan ook nog Léopold Van Esbroeck, medelid van de Bende van Baasrode, die in zijn boeken verhaalt hoe De Staerke in de dagen voor en na de aanslag in Aalst doodnerveus rondloopt. Van Esbroeck is achteraf heel pissig. De Staerke meet hooguit 1,70 meter en kwam niet meteen in aanmerking als de mysterieuze "reus" van de Bende van Nijvel. Van Esbroeck wel, want hij meet 1,80 meter. Van Esbroeck houdt vol dat toenmalig gevangenisdirecteur Jean Bultot - die hij kende als heler - in januari 1985 in het milieu op zoek was naar professionals voor wat hij 'schijnaanslagen' noemde: veel mensen doodschieten en weinig buit mee grissen.
Bijzonder concreet is de informatie van Van Esbroeck niet. Hij baseert zich op ongemeen felle ruzies "binnen onze groep" en het feit dat De Staerke op zeker ogenblik ging urineren in een Golf GTI, wat moest worden begrepen als een oorlogsverklaring. "Kort na de Bende-aanslagen in Eigenbrakel en Overijse is er een zware ruzie ontstaan binnen de Bende-De Staerke", weet hij nog. "Niemand heeft me ooit willen vertellen waar het over ging." Hij herinnert zich ook hoe Dominique Salesse - "toch van geen kleintje vervaard" - vrijdag voor de aanslag in Aalst na een ontmoeting met De Staerke doodsbang was en plots dringend het land uit wou. "Dat is toch raar", blikt Van Esbroeck terug. "Als het klopt dat De Staerke daar dat warenhuis is gaan verkennen, zou het toch nuttig kunnen zijn dat de speurders even naar mij luisteren en wat ik mij herinner toevoegen aan de tijdslijn van toen. Maar ze lijken niet geïnteresseerd te zijn."
De afgelopen jaren zijn mensen die die bewuste avond toevallig in de Delhaize in Aalst waren gehypnotiseerd, zodat ze konden helpen bij het opstellen van robotfoto's. Maar in het dossier van Freddy Troch zaten er in 1987 al diverse getuigenissen. Zo waren er Luc H. en Suzy V.K., allebei werkend bij een ingenieursbureau in Zele, die enkele dagen voor de aanslag samen gingen joggen in het Osbroekpark, aan de achterzijde van de Delhaize in Aalst. Allebei herkenden ze "heel formeel" Philippe De Staerke als de gemene mijnheer die ze toen in het park tegen het lijf liepen en die het blijkbaar niet leuk vond dat hij was gezien.
Van Esbroeck vindt het "volkomen logisch" dat - gesteld dat De Staerke aan de raid deelnam - hij meer dan eens het terrein ging verkennen. "Dat was nu juist het succes van onze bende", zegt hij. "Wij planden altijd heel goed, hadden een soort manie ontwikkeld om op álles voorbereid te zijn. We gingen altijd verscheidene keren, zo discreet mogelijk, en het liefst in het gezelschap van vrouw en kind even rondneuzen op de plek waar we zouden toeslaan."
Een verkenningstocht in Aalst
Kort, zwart sluikhaar, een walrussnor rond een paar dunne lippen, brede schouders. De man stapt soepel en vastberaden uit zijn wagen, die hij pas geparkeerd heeft langs de Oude Ninoofsesteenweg. De Delhaize van Aalst ligt honderd meter verderop. Eigenlijk is het een onopvallende verschijning. Niet groot, niet klein, niet dun, niet dik. Enkel die pikzwarte ogen vallen op, nerveus, gejaagd en gelijktijdig kiel observerend, diep in de kassen. Het is zaterdagmiddag 9 november 1985, omstreeks 16 uur. Een vinnige, koude winterbries jaagt de bezoekers op een draf het warenhuis in.
Uit de wagen stapt ook een dertigjarige vrouw, met een kind aan de hand. Het is een blonde, kortgeknipte vrouw. Geen schoonheid, het type van de hardwerkende, volkse huisvrouw. Onopgemerkt mengt het gezinnetje zich onder de warenhuisbezoekers. De wekelijkse bedevaart-met-koopwagentjes brengt aardig wat volk op de been. Enkele bezoekers hebben in de kranten gelezen dat op 27 september 1985 bij twee roofovervallen op Delhaizes acht doden zijn gevallen, voor amper enkele 100.000-en franken buit. Een bizarre, akelige geschiedenis, die kort na de gebeurtenissen voor veel beroering heeft gezorgd, maar op amper enkele weken al terug vervaagd is. De overvallen van Overijse en Eigenbrakel werden al snel terug uit de media geduwd in de storm van de kiesstrijd.
Bij die gelegenheid zijn er wel partijen geweest die het hadden over de 'veiligheid van de burger' en het 'stijgend onveiligheidsgevoel bij de bevolking', maar de woorden verdronken in een onoverzichtelijke electorale fraseologie. De zwarte man met zijn blondine en het kind lopen over de parking. Nu en dan blijft Philippe De Staerke even staan, kijkt rond, komt op zijn stappen terug, registreert en loopt verder. Philippe wordt door zijn vrienden 'Johnny' genoemd. Hij werd op 28 augustus 1957 in Brussel geboren en maakt deel uit van een grote familieclan zogenaamde 'witte zigeuners'. De De Staerkes worden nomaden genoemd, maar dat is in feite fout. De meesten van hen wonen immers in gewone bakstenen huizen en trekken er maar sporadisch op uit met de caravan.
De familie is afkomstig uit de streek van Sint-Pieters-Leeuw, Lot en Beersel. Op de identiteitskaart van 'Johnny' staat vermeld dat hij 'mandenmaker' is, hoewel hij zich haast zelf niet kan herinneren wanneer hij de laatste biezen heeft gevlochten. Sinds 1981 heeft hij geen vaste verblijfplaats meer. Voordien heeft hij een tijdje in Sint-Gillis gewoond, bij een garagehouder, waar hij kind aan huis gebleven is. Sinds kort heeft hij een relatie met de blonde Yvette. Zowat een uur lang loopt het gezin De Staerke tussen de uitgestalde koopwaar. Nu en dan legt Yvette een spulletje in haar winkelwagentje.
Intussen blijft 'Johnny' rond zich heen kijken. Hij heeft oog voor alles en nog wat, merkwaardig genoeg vooral voor het beveiligingssysteem. Omstreeks 17 uur verlaten 'Johnny' en Yvette het warenhuis. De 28-jarige man kijkt op de parking nogmaals aandachtig om zich heen voordat hij met zijn vriendin terug naar Brussel rijdt. Omstreeks 18 uur verlaat hij haar, zo kan zij het zich nog herinneren.
De blauwe Samsonite-koffer
Het is 21 uur. Philippe De Staerke belt aan bij Sotirios Papadopoulos in de rue Bara in Anderlecht. Philippe kent Sotirios al zeer lang, van toen ze beiden nog kinderen waren. Philippe heeft een blauw Samsonite-valiesje bij zich. De Samsonite is met de sleutel afgesloten. Sotirios maakt open en Philippe stapt binnen. De Griek neemt het valies over van Philippe. 'Zwaar', denkt hij, 'wellicht zitten er wapens in'. De voorbereidingen en besprekingen van de overvallen van de bende De Staerke vooraf en het verdelen van de buit achteraf, gebeurde steeds op dezelfde plaats, bij Sotirios thuis, in de rue Bara. Sotirios vroeg het niet. Hij wist het haast wel zeker, toen De Staerke de blauwe Samsonite bij hem achterliet. 'Er zitten wapens in', besloot hij toen Philippe bij hem buiten stapte.
"Ze liegen allemaal." Dat is het even bondige antwoord van De Staerke op de getuigenis van zijn partner in crime Papadopoulos. Die verklaart dat De Staerke in de avond van 9 november - dat zou dan kort na de aanslagen moeten zijn geweest, en dus nog voor hij Yvette V.H. en Sandra M. terugziet - op zijn appartement in de Barastraat in Anderlecht is komen aankloppen met een zware Samsonite-koffer en de vraag of hij die daar een nachtje mocht achterlaten. "De koffer was heel zwaar", zegt Papadopoulos. "Philippe had moeite om ze te dragen. Ik denk dat er wapens in zaten." Terug naar Yvette V.H. Zij wordt op zondag 10 november gesommeerd om De Staerke met haar Opel naar Anderlecht te brengen, waar hij de valies ophaalt.
"Daarna", aldus V.H., "deed hij me naar de streek van Pepingen rijden, waar hij die valies in een bos heeft begraven." Tegen twee zo formele getuigen kan ook De Staerke niet op. Hij zegt dat in de koffer 500 à 600 gram gestolen goud zat en dat hij de koffer later weer was gaan opgraven om het goud te kunnen verkopen. Maar, klinkt het later in een samenvattend rapport van de Delta-cel: "Ondanks het feit dat hem herhaaldelijk is gezegd dat in deze valies wel eens de wapens van Aalst konden gezeten hebben, waardoor hij ipso facto bij de zaak was betrokken, weigerde hij tot op heden de naam te noemen van de persoon aan wie hij het goud zou hebben verkocht."
Het onderzoek naar De Staerke
Al enkele maanden na de aanslag in Aalst gaat de aandacht van Troch naar Philippe - 'Johnny' - De Staerke. Het verdient in die periode voor zware jongens aanbeveling om een agenda bij te houden. Na elke Bende-raid staat de politie bij tientallen onder hen voor de deur om alibi's na te trekken. De Staerke heeft er één, die avond. In zijn eerste ondervraging vertelt hij dat hij die bewuste zaterdagavond, 9 november 1985, aan het behangen was in het appartement van zijn toenmalige vriendin Yvette V.H. Hij werd daarbij geholpen door ene Mustapha Kissi en rond het tijdstip van de bloedige overval, zo wist hij nog, waren ze daarmee gestopt, hadden ze pilsjes in de ijskast gelegd en waren ze beginnen te kaarten.
Kissi zal het verhaal in eerste instantie bevestigen, maar komt daarop terug. Blijkt dat De Staerke hem op dreigende toon heeft bevolen om het verhaal over het kaartspel te vertellen. "Dat van dat behangen klopt", zegt Kissi later, "maar De Staerke heeft die avond niet geholpen. Hij is pas tussen 22 en 23 uur op het appartement aangekomen, samen met Yvette V.H. en haar dochtertje Sandra M." Tegen de tijd dat De Staerke in de ogen van Freddy Troch verdachte nummer één is, is het alweer afgelopen tussen De Staerke en Yvette V.H. De vrouw werkt als barmeisje in een club in Scherpenheuvel.
Daar zou ze normaal ook die namiddag naartoe zijn gegaan, maar vertelt op 15 december 1986 in het proces-verbaal 11.020: "Op zaterdagnamiddag 9/11/85 mocht ik van hem niet gaan werken. Ik moest met hem en Sandra ergens naartoe rijden. Ik kwam te weten dat het Aalst was. Ik wist Aalst niet liggen en hij wees de weg aan. Te Aalst, aan een rotonde gekomen, moest ik rijden in een straat die hij aanwees. Dat was de straat waar de parking van de Delhaize is. Ik moest de Opel Kadett op straat laten staan. Philippe zei mij dat wij langs de parking dat grootwarenhuis zouden binnengaan, en dat hij daar iets moest bekijken. Ik wist wat hij met 'iets' bedoelde: hij ging de verkenning doen om daarna een diefstal te plegen. Wij zijn met ons drieën de parking op gegaan en liepen er wat rond. Ik deed wat huishoudelijke inkopen. Ik wilde nog brood kopen, maar ik mocht niet meer van Philippe, want hij wilde weg."
Yvette V.H. legt die verklaring af tijdens een confrontatie met De Staerke. Ze zal haar relaas over het verloop van die dag nog een paar keer bevestigen, steeds weer met de grootst mogelijke stelligheid. Zo ook de kleine Sandra M., die zich nog levendig zal herinneren dat ze vroeg of ze even naar de stripafdeling mocht om te zien of de nieuwe Suske en Wiske daar al verkrijgbaar was. Op 2 augustus 1987 leggen moeder en dochter met onderzoeksrechter Freddy Troch het hele traject naar Aalst nog eens af. Een passage uit het die dag opgestelde pv: "Onmiddellijk bij het binnenkomen, duidt Sandra rechts de plaats aan waar zij in de boekjes van Suske en Wiske wou kijken. Wij stellen vast dat op de door Sandra aangeduide plaats geen stripboekjes staan, maar de aanwezige verantwoordelijke van Delhaize deelt mede dat aldaar op 9/11/85 wel degelijk genoemde stripboekjes stonden, doch dat er ondertussen aan andere stand is aangebracht."
In de loop der jaren krijgt Yvette V.H. via via een paar keer bedreigingen te verwerken die ze denkt te moeten toeschrijven aan de inmiddels al geruime tijd in de cel zittende De Staerke. Toch zullen zij en haar dochter al die jaren blijven volhouden dat zij die bewuste 9 november 1985 zijn gebruikt als cover voor de laatste en ultieme verkenning voor de aanslag van de Bende van Nijvel in Aalst. Ook de inmiddels volwassen Sandra M. zal altijd bij haar relaas blijven. Yvette V.H. herinnert zich nog meer. Na hun terugkeer uit Aalst moest De Staerke dringend weg. Ze zagen elkaar later op de avond terug en trokken naar het appartement in de Malibranstraat in Elsene, waar Mustapha Kissi had staan behangen. Wie het initiatief nam om de televisie aan te zetten, weet V.H. niet meer, maar ze herinnert zich wel wat De Staerke zei bij het horen van het eerste flashbericht over de aanslag op de RTBF: "Jai déjà fait des choses pareilles." Te vertalen als: "Ik heb al eerder zulke dingen gedaan."
Als een beroepsgangster een vals alibi opgeeft, dan kan dat door de band slechts twee dingen betekenen: ofwel is hij de dader, ofwel is hij de dader van een ander misdrijf dat toevallig op datzelfde tijdstip heeft plaatsgevonden. Het vervelende is nu dat er zich in de avond van 9 november 1985 in België maar één vernoemenswaardig crimineel feit voordoet: de bloedige aanslag in Aalst. De Staerke is zeer bondig in zijn reactie op wat zijn ex vertelt: "Ze liegt." Op een gegeven moment zal hij komen aandragen met een verhaal dat "alles verklaart". Hij heeft die bewuste zaterdagnamiddag ingebroken in een stacaravan in de buurt van Halle. Yvette V.H. heeft hem daarbij geholpen en verzon het hele Aalst-hoofdstuk om zo gerechtelijke vervolging te ontlopen. Pech voor De Staerke: de speurders van de Delta-cel vinden de eigenaar van de caravan terug. Die heeft destijds aangifte gedaan van de diefstal, maar die vond wel in januari 1986 plaats ...
| Meer » Aalst | Jean Bultot | Dendermonde |
De Moussa en Dodack-affaire
13 September 1985
In dezelfde periode, na de vrijlating van Bultot, vindt er op 13 september '85 een vechtpartij plaats in de 'Aigle d'Or' aan de Marktstraat in Sint-Joost. Bij die vechtpartij wordt Ramadan Dodack ernstig gewond. Dodack trekt naar de kliniek, 47 hechtingen zijn nauwelijks voldoende om het bloed te stelpen. Toch keert Dodack na de verzorging terug naar de 'Aigle d'Or'. Hij schiet daar op Alain Moussa, alias 'Le Flingueur'. De rel houdt verband met de verdwijning van godfather van de Brusselse onderwereld Dewit, en diens opvolging. Ook Moussa zou, net als Dodack, hierop aanspraak maken. Moussa is een gewezen luitenant van Dewit. Hij is pooier in het Brusselse Noordkwartier, is afkomstig uit Tunesië en werd geboren in '51. Hij heeft een verhouding met Marie-José V., de vroegere vriendin van Brahim Sinanaj, de vennoot van Dodack in 'Le Jambon' en medeheler met Bultot in de kasbongeschiedenis.
Moussa werd voorheen tot viermaal toe geïnterneerd in de penitentiaire inrichting van Paifve. Twee keer vluchtte hij er. De naam van Moussa werd al bij herhaling genoemd in verband met het onderzoek naar de Bende van Nijvel. Zo werd hij vermeld in een BOB-rapport dat in Waver werd opgemaakt in maart '85 over de Bende van Nijvel en meer bepaald in verband met de overval op wapenhandelaar Dekaise in Waver. Volgens een informant van de Bende-onderzoekers zou Moussa deelgenomen hebben aan verschillende moorden die de Bende van Nijvel pleegde. Deze informant, Bernard S., overleed na zijn verklaringen. De man verhing zichzelf in verdachte omstandigheden.
Enkele dagen voorheen vuurde S. zonder enig motief met een kaliber .22. De informant wilde en huls recupereren om aan het gerecht te bezorgen. Volgens sommige speurders werd die huls echter nooit teruggevonden, terwijl deze precies erg verhelderend zou kunnen zijn voor het onderzoek naar de Bende van Nijvel. De BOB van Halle verneemt via een milieu informant daarenboven dat de daders van de Bende-overval op de Colruyt in Halle dienen gezocht te worden in de omgeving van de bar 'Licorne', waar Alain Moussa regelmatig bezoeker is. Wanneer Moussa later wordt opgepakt, zal hij bij een verhoor bekentenissen afleggen. Bij die gelegenheid stelt hij de overval in Halle te hebben uitgevoerd samen met Michel Cocu en Jacques Van Camp. Tijdens hetzelfde verhoor zal hij die bekentenissen echter weer intrekken.
19 December 1987
De vechtpartij tussen Dodack en Moussa in september '85 loopt niet fataal af. Moussa is wel zwaargewond en dient opgenomen te worden in de kliniek. Dodack wordt in hechtenis genomen. Wanneer Moussa zowat veertien dagen later wordt ontslagen uit de kliniek, neemt hij contact op met Philippe De Staerke, die op dat moment ondergedoken zit, nadat hij niet terugkeerde naar Sint-Gillis uit penitentiair verlof. Moussa vraagt aan De Staerke iemand voor hem te vermoorden. Later, op 19 december '86, wordt Ramadan Dodack doodgeschoten in Neder-over-Heembeek.
Officieel heet het dat hij werd neergeschoten door zijn 15-jarige dochter, op het moment dat hij haar wilde verkrachten. De moord volgt drie dagen nadat een onthullende uitzending op de RTBF werd uitgezonden omtrent de Bende van Nijvel. Verschillende bronnen maken melding van het feit dat Dodack meer zou geweten hebben van de moord op Jules Montel. Dodack was goed bevriend met Jean Bultot. Het is vennoot Brahim Sinanaj die 'Le Jambon' verder zal uitbaten. Op de dag van de heropening, op 6 juli 1987, worden er molotov-cocktails in 'Le Jambon' binnengegooid. De zaak gaat volledig in de vlammen op.
| Forum » Bespreek dit artikel |
| Meer » Voorjaar 1983 | Filière Boraine | Jean Bultot |
De overval op de Delhaize van Lokeren
5 December 1985
De Delhaize van Lokeren, om 2u00 's nachts vindt er hier een overval plaatst. De daders gaan aan de haal met een stevige hoeveelheid sigaretten, voor een totale waarde van 164.142 fr. en enkele flessen wijn. Er wordt alarm geslagen en de politie van Lokeren komt ter plaatste. Een getuige verklaard dat hij een BMW zag wegrijden. In de wagen zag hij een schim met een bivakmuts vluchten, richting E17. Enkele uren later, omstreeks 5u05, vindt een verkeerseenheid van de rijkswacht in Merelbeke een BMW in de gracht. Twee personen nemen de vlucht. Vanuit een aangrenzende straat worden lichtsignalen gegeven. De rijkswachters begeven zich in de richting van de signalen en treffen er Edouard Ophalffens en zijn echtgenote Marie Bressan aan.
De gestolen sigaretten uit de Delhaize van Lokeren worden in de koffer van BWM gevonden. In eerste instantie ontkennen Ophalffens en Bressan ook maar iets te maken te hebben met de diefstal, maar vrij snel vallen ze door de mand. Het blijkt dat de twee inbrekers van de Delhaize in Lokeren een defect kregen aan de startmotor en de wagen in de gracht duwden. Zij telefoneerden naar Ophalffens en Bressan, om de buit over te laden. De rijkswachters schrikken zich een aap als ze de BMW van naderbij bekijken. Het blijkt dat de wagen compleet werd omgebouwd: dat er een speciaal contact werd aangebracht in het handschoenkastje, zonder sleutel, dat de achterbank eruit verwijderd is, dat er een opening is aangebracht tussen de passagierszetel en de koffer en dat de koffer van binnenuit geopend kan worden.
Verbanden met de Bende van Nijvel
De speurders herinneren zich dat de Bende-wagen die bij de overval op Dekaise werd gebruikt, haast identiek werd omgebouwd. In de BMW treffen ze daarenboven nog patronen aan met 9 en 12 baletten 'Legia', uitgerekend de munitie die door de Bende werd gehanteerd bij de overval in Aalst. Verder onderzoek wijst uit dat de BMW 535i gestolen werd in Zaventem op 2 november '85, en voorzien werd van nummerplaten die identiek zijn aan die van een totaal onverdachte, gelijkaardige BMW. Een procédé dat de Bende al meer dan eens aanwende om de speurders op een dwaalspoor te brengen. De onderzoekers menen over een valabel spoor te beschikken en starten een enquête, onder leiding van onderzoeksrechter Freddy Troch van Dendermonde. Als substituut treed parketmagistraat Willy Acke op. Het verleden van Ophalffens en Bressan wordt uitgespit, op zoek naar de inbrekers.
Als snel wordt duidelijk dat zij al jarenlang samenwerken met Dominique Salesse, Christian Solemé en Leopold Van Esbroeck. De naam van deze laatste doet de speurders een licht op gaan. Men denkt onmiddellijk aan de affaire met de kasbons die gestolen werden in Wieze. Solemé is een handelaar in tweedehands wagens. Hij exporteert vooral naar Libanon en ook naar Afrika. Hij is al vanaf zijn 16 jaar bevriend met Salesse, die hij de handel leerde toen deze in '83 uit de gevangenis ontslagen werd. De vader van de bijzit van Solemé is Ophalffens. Ophalffens verklaart dat het gaat om gevaarlijke kerels, 'die betrokken zijn geweest bij een reeks onopgehelderde misdrijven'.
De enquêteurs brengen een en ander in verband met elkaar en leggen de getuigen van een gewapende overval op het postkantoor van Baasrode, foto's voor van de verdachten. De bewuste overval werd op 24 juni '85 gepleegd door kerels die gewapend waren met een mitrailleur, een riotgun, een revolver en een jachtgeweer. De overvallers gingen toen aan de haal met een buit van 1.426.000 fr. De getuigen herkennen een aantal van de verdachten. Het onderzoek naar de Bende van Baasrode is gestart.
| Forum » Bespreek de overval op de Delhaize |
| Meer » Waver | Aalst | Jean Bultot | Dendermonde |