De overval in Houdeng-Goegnies

7 Mei 1983

Iets na 19u30 overvallen twee gangsters met onbedekt gezicht en zonder een schot te lossen, de kassa's van de GB in de Rue Léon Houtart in Houdeng-Goegnies. Onder bedreiging van wapens van groot kaliber bemachtigen ze een som van bijna 900.000 frank. Drie kwartier eerder had een van de bandieten, onder voorwendsel van een pakje sigaretten te kopen, in de supermarkt rondgelopen om die te verkennen. Iets wat niet aan de aandacht van een van de caissières was ontsnapt ... Kort voor sluitingstijd van de GB keert hij met een medeplichtige terug voor het magazijn. De twee mannen trekken de wapens die verborgen zitten in hun zakken. Ze dringen binnen in het kantoor van de beheerder waar mevrouw Claus, meneer Vanmael en meneer Picry bezig zijn met het optekenen van de ontvangsten van die dag. Alles gebeurd razendsnel. De schurken laten zich het grootste deel van het geld overhandigen. Omdat ze niet geraakt hebben aan het grootste deel van het geld dat de beheerders aan het tellen waren, veronderstelt men dat de bandieten gedacht hebben dat ze niet al het geld konden meenemen. Hadden ze gewild, dan hadden ze zeven miljoen frank kunnen stelen, maar ze hadden zich tevreden gesteld met 865.433 frank.

Na in de gangen van de supermarkt enkele klanten omvergelopen te hebben, stortten de twee mannen zich in een groene wagen waarin een derde medeplichtige startensklaar op hun terugkeer zat te wachten. De rijkswacht van La Louvière en de BOB van Bergen vonden het verlaten voertuig terug in de Rue de Familleureux, niet ver van de oprit van de autosnelweg Bergen-Brussel. Alles wijst erop dat de 'coup' ondanks alles goed was voorbereid en dat de boosdoeners zelfs een reservewagen hadden voorzien om hun vlucht veilig te stellen. De wagen van de hold-up, een Audi 100, was daags voordien gestolen in Etterbeek. De gangsters hadden er nummerplaten opgezet die in 1982 in Edingen ontvreemd waren. Getuigen beweren dat de boeven een valse baard droegen en een caissière herinnert zich dat een van hen zeegroene ogen had. Zijn medeplichtige stapte op een manier die in de onderzoeksrapporten als 'plomp' wordt omschreven.

Had het parket van Nijvel en nadien dat van Charleroi, geen leden van de 'filière boraine' beschuldigd aan deze hold-up deelgenomen te hebben, dan had waarschijnlijk niets toegelaten ook maar het minste verband te leggen met de slachtpartijen in Brabant. Namen? Adriano Vittorio en Kaçi Bouaroudj. En nog een derde nog te identificeren persoon. Zeker is dat de werkloze Adriano Vittorio in de lente van 1983 zijn bestaan doorbracht in kroegen, waar hij steeds fantastischer overvallen uitbroedde. Ten minste als men geloof hecht aan de getuigenissen die in de kroegen van Bergen en omgeving werden verzameld, en aan de precieze beschuldigingen die onder andere geuit werden door de Algerijn Kaçi Bouaroudj, een tipgever van de BOB van Bergen die men ervan verdenkt aan bepaalde slachtpartijen te hebben deelgenomen. Vittorio droomde van hold-ups. Rond 2 april had hij een Sarma-Penney in Ghlin willen overvallen. Deze overval greep echter nooit plaats. Ook had hij zich voorgesteld een serie overvallen te plegen in Noord-Frankrijk, in de streek van Valenciennes. Men verwijt hem ook nog dat hij ervan droomde de GB van Drogenbos te beroven en dat hij een overval beraamde op een transportwagen van de firma Securitas die vrijdags rond 14u00 het geldtransport van deze enorme verkoopsruimte verzekert. Die hold-up zou nooit plaatsgrijpen.

Maar het idee maakte carrière en werd in maart 1986 overgenomen door de Brusselse boef Patrick Haemers. Succes was blijkbaar verzekerd, want Patrick Haemers bemachtigde de 38 miljoen die door de bewakingsfirma werd vervoerd. Samen met Cocu, Baudet en het paar Estiévenart-Debruyne, zou Vittorio ook een overval bedacht hebben op de socialistische mutualiteit in Wasmes, op een moment dat de bende er kon op rekenen een tiental miljoen buit te kunnen maken. Ook deze hold-up greep niet plaats. Men ziet het, het probleem met Vittorio is dat men duidelijk onderscheid moet maken tussen café-praatjes en hun uitvoering.

Zie ook » Bende Haemers | Onderzoek Nijvel

De overval in Warquignies

8 Mei 1983

In de nacht van zondag 8 op maandag 9 mei, de dag na de hold-up in Houdeng-Goegnies, zouden Vittorio en een opnieuw niet geïdentificeerde medeplichtige binnengedrongen zijn in de woning van M. Jacques Dosse. Deze laatste beheert verscheidene Tiercé-agentschappen en woont in Warquignies. De nachtelijke bezoekers zijn verduiveld goed ingelicht, want ze weten blijkbaar dat de Tiercé-beheerder een fortuin van vijf miljoen heeft verstopt. Maar de inbrekers hebben werkelijk geen geluk.

Ook al halen ze alles overhoop, ze vinden niets. Ze konden niet raden dat de vindingrijke Jacques Dosse het geld in de trommel van een wasmachine had verborgen. De dieven moesten zich tevreden stellen met 88.900 frank. Opnieuw is Adriano Vittorio verdachte nummer een. Hij ontkent. De twee robotfoto's die de rijkswacht in het kader van de hold-up op 7 mei in de GB in Houdeng-Goegnies heeft laten maken, vertonen niet de minste gelijkenis met Vittorio of Bouaroudj. In deze affaire werd een zekere Willy C., uit La Hestre, veroordeeld tot vier jaar gevangenis.

De zelfmoord van Jean-Claude Ilegems

9 Juni 1983

Met de aanhouding van Richard Brouette in de lente van 1984, zou in het onderzoeksdossier nog een ander dossier worden geopend. Het dossier van de wel zeer vreemde zelfmoord van een zekere Jean-Claude Ilegems die men de bijnaam 'Tonton Zébule' had gegeven. Richard Brouette is een begrafenisondermener uit Boussu en werd meerdere maanden vastgehouden omdat zijn verklaringen strijdig waren met het dossier. Twee verdachten in het dossier van de 'filière boraine', namelijk Michel Cocu en Michel Baudet, hadden in een vorig leven nog voor Brouette gewerkt. De begrafenisondernemer bleek een fanaat van vuurwapens te zijn en eigenaar van een 9mm vuistwapen, een automatische Star met registratienummer 413.424. Brouette had zich van dit wapen willen ontdoen door ze in de Haine te gooien, maar later luidde het besluit van alle expertises dat dit wapen niet gebruikt werd bij de geweldplegingen toegeschreven aan de Brabantse moordenaars. Richard Brouette maakte soms tegen betaling gebruik van de diensten van Jean Claude Ilegems. Hij bood hem dan onderdak in een caravan op een braakliggend terrein in Boussu, hetzelfde terrein waarop de Saab 900 turbo zou verborgen geweest zijn. De Saab die gebruikt werd bij de overvallen in Temse en op de Colruyt in Nijvel.

Op 9 juni 1983 vond men de opgehangen Jean Claude Ilegems. Hij hing aan een betonnen paal, vlakbij de caravan op het terrein van Brouette. Tonton Zébule werd nogal overhaast begraven, zonder voorafgaand gerechtelijk onderzoek of raadpleging van een gerechtsdokter. Het lichaam werd nochtans in zittende houding teruggevonden, wat toch betekent dat Ilegems bezwaarlijk de diepte kan zijn ingesprongen. Aangezien de beruchte Saab 900 turbo uit de garage Jadot in Eigenbrakel gestolen werd in de nacht van 8 op 9 juni 1983, vroegen de rechercheurs zich natuurlijk af of Jean-Claude Ilegems soms lucht had gekregen van de activiteiten van zijn werkmakkers, Richard Brouette, Michel Cocu en Michel Baudet. Dat bepaalde personen daardoor schrik hadden gekregen opdat hij hen zou verraden en hem daarom uit de weg hebben geruimd. Op 13 juni 1984 nam de onderzoeksrechter van instructie de beslissing het lijk te laten opgraven. Uit de autopsie bleek dat Jean-Claude Ilegems, die geen familie meer had en die net als anderen, de reputatie had een drinkenbroer te zijn, vooraleer te sterven, in zijn linkerzij slagen had gekregen of zichzelf had toegediend.

Bij het onderzoek van de restanten van het skelet kreeg men de indruk dat een of meerdere personen op het lichaam waren gaan zitten tot de dood erop volgde. Commissaris Tilmant van de gerechtelijke politie van Brussel heeft kunnen vaststellen dat de gehangene bij de ontdekking van zijn lijk geen erectie had, wat het geval zou moeten zijn indien Tonton Zébule zich werkelijk had gezelfmoord. Dit luik van het onderzoek werd echter niet verder uitgediept en Richard Brouette werd na enkele weken opsluiting, vrijgelaten bij gebrek aan bewijzen. Diegenen in Boussu die Ilegems gekend hebben, die wisten dat hij een bon-vivant, een lollige vent was, blijven ervan overtuigd dat Tonton gewoonweg gezelfmoord werd.

Zie ook » Voorjaar 1983 | Nijvel