De aanslagen op de rijkswacht

De Bomaanslag : 9 Oktober 1981

Het is 9 oktober 1981, omstreeks 23u00, wanneer de rijkswacht van Brussel een anoniem telefoontje binnenkrijgt. Het ging, volgens de beller, om een drugszaak "die waarschijnlijk adjudant Guy Goffinon zal interesseren". De tip is totaal uit de lucht gegrepen en bedoeld om de rijkswachter in de val te lokken. Goffinon was echter niet aanwezig en drie andere BOB'ers stapte in de Peugeot van Goffinon om zich ter plaatste te begeven. De informant komt echter niet opdagen en de BOB'ers keren terug naar de kazerne. De volgende dag explodeert de kofferruimte van de wagen in de Brusselse Noordstraat, vlakbij de rijkswachtkazerne. Als bij wonder zijn de drie inzittende - alle BOB'ers - ongedeerd. Na onderzoek blijkt dat de bom vrij rudimentair was. Ze bestond uit twee delen, een kleinere lading die een zwaardere lading tot ontploffing moest brengen.

De grote lading ontplofte echter niet. De bom was duidelijk gemaakt om te doden en was voorzien van een telegeleid ontstekingsmechanisme. De onderzoekers ontdekte ook dat het anonieme telefoontje uit het café 'Drug Opera' kwam. Dat is gelegen in het centrum van Brussel en op de eerste verdieping van het café is een privé-club gevestigd waar nogal wat drugspeurders en DEA-agenten over de vloer kwamen. Veel van die speurders waren verdachten in het NBD-schandaal. Het schandaal is bij het grote publiek beter bekend als de zaak-François, een affaire waar nogal wat leden van het NBD en het BIC mee in opspraak kwamen. Goffinon leidde deze delicate zaak en rijkswachtmajoor Vernaillen was zijn directe overste.

De doodsbedreigingen : 14 Oktober 1981

5 dagen na de beruchte aanslag op de wagen van Goffinon krijgen zowel Goffinon, Vernaillen en een ambtenaar anonieme doodsbedreigingen. De ambtenaar was een drugstrafiek in bevroren vlees tussen Luxemburg en België op het spoor gekomen. Dezelfde trafiek die rijkswachter Van den Daele fataal is geworden.

De moordaanslag : 26 Oktober 1981

Het is iets na middernacht wanneer er thuis bij Vernaillen wordt aangebeld. De majoor gaat naar de voordeur en roept "Wie daar". Hij krijgt als antwoord een oorverdovende salvo van kogels. Vernaillen gooit zich net op tijd op grond en twee minuten lang blijven minstens drie schutters op het huis vuren. Zijn vrouw wordt getroffen in de buik, hijzelf wordt getroffen in de rug. Vanuit de ziekenwagen roept Vernaillen "Verwittig Goffinon en bescherm hem." Uit het onderzoek blijkt dat er minstens drie wapens werden gebruikt, twee karabijnen waaruit 9 222 Remington kogels werden afgevuurd en een 9 mm pistool. De gebruikte wagen was een grijze Mazda 626 die op 16 september in Brussel werd gestolen.

Twee dagen na de aanslag wordt de wagen in de garage van de UCL-campus teruggevonden. In de wagen ligt een kogelhuls van het merk Sako, kaliber 222 Remington. Dit is uiterst gevaarlijke en zeldzame munitie die alleen door de Groep Dyane wordt gebruikt. In de koffer vind men ook kleefband. Het is dezelfde kleefband die werd gebruikt om de bom vast te maken in de wagen van Goffingon. De twee aanslagen worden dus aan elkaar gelinkt. De rijkswachters ontdekken ook dat de wagen op een vakkundige manier is bewerkt, de nummerplaten zijn verwijderd, de binnen- en buitenkant werden bewerkt met een brandblusapparaat en peper, de autoradio is verdwenen en er is een gaatje in het dak geboord. Dat gaatje is op dezelfde plaats en is even groot als bij de wagens van de Groep Dyane. Dat gaatje in het dak wordt gebruikt om een antenne van een boordradio door te steken. Enkele weken voor de aanslag was er bij de Groep Dyane een boordradio gestolen.

De onderzoekers zijn er dus vrij zeker van dat de daders de rijkswacht afluisterde. Het duurt niet lang of de onderzoekers hebben een hoofdverdachte, Madani Bouhouche. In de jeep van Bouhouche zit een Clarionautoradio, identiek aan die van de Mazda 626, maar men heeft nooit zekerheid gekregen of het om dezelfde radio ging omdat Bouhouche het serienummer van de radio heeft weggekrabd. In 1987 wordt in dezelfde UCL-garage een wagen teruggevonden die aan Bouhouche toebehoord. Bouhouche bezat ook een Colt AR15, met dit geweer heb je de mogelijkheid om 9 mm kogels af te vuren. Dit hebben de speurders pas jaren later ontdekt omdat Bouhouche de hulzen van de kogels had verwisseld voor hij ze naar Dery heeft gebracht, de wapenexpert die in dienst van de rijkswacht werkt. De onderzoekers vinden ook de eigenaar van de Mazda terug, het is de Syriër Faez al Ajjaz, een persoon die regelmatig in verband wordt gebracht met het WNP.

De Syriër liet de wagen onderhouden bij André Dehaut uit Vorst. De garagist liet de wagen stelen om de verzekering op te lichten maar nadat de wagen gestolen is, wordt hij weer gestolen. Van die tweede diefstal, nabij de Louizalaan, is er een getuige, Raphaël D. Hij slaagt erin om een robotfoto samen te stellen van de dader. Volgens de getuige is de dader ongeveer 27 jaar, heeft hij een magere lichaamsbouw, kort blond/ros haar en is hij ongeveer 1m75 groot. Dit laatste moet echter voorzichtig worden genomen omdat de getuige de dader pas zag toen hij al in de wagen zat. Als men de robotfoto van Raphaël D. vergelijkt met de robotfoto van de zogenaamde 'Reus' van de Bende van Nijvel dan komt men tot de vaststelling dat die twee grote gelijkenissen vertonen. Toeval?

Bron » De Bende & co | Hugo Gijsels | 1990
Meer » Libanese Connectie | Rijkswacht | Robotfoto's | Bendecommissie I | Forum

De diefstal bij de Groep Dyane

31 December 1981

De crisis die zich afspeelde binnen justitie en politie na de veroordelingen in de zaak-François, werden in de hand gewerkt door een belangrijke wapenroof bij het Speciaal Interventie Esquadron van de rijkswacht, bij het grote publiek beter bekend als de Groep Dyane. In de nacht van 31 december 1981 en 1 januari 1982, twee weken voor de aanvang van het proces François, braken onbekende binnen in de degelijk bewaakte kazerne van de Groep Dyane in Etterbeek en stalen er een aantal gesofisticeerde anti-terreurwapens met bijbehorende munitie. De daders kenden duidelijk de topografie van de kazerne en wisten klaarblijkelijk welke wapens zich waar bevonden. De minder geavanceerde wapens hebben de daders welbewust laten liggen. De buit was indrukwekkend :

- 10 Mitrailleurs, Heckler und Koch met geluidsdemper
- 5 Mitrailleurs, Heckler und Koch zonder geluidsdemper
- 5 Riotguns van het automatische type
- 5 Fal-machinegeweren, diverse modellen
- 2 Pistolen van groot kaliber, voor het afvuren van waarschuwingsschoten
- 28 Dozen met elk 25 laders en munitie. Dit kwam neer op 2500 stuks munitie.

Heckler und Koch MP5SD
- De Heckler und Koch MP5SD
Geleend van de Duitsers

Van het bestaan van de Hechler und Koch-mitrailleurs waren op dat tijdstip maar weinigen op de hoogte. Er bestonden slechts twintig exemplaren van en die waren kort voordien geleverd aan de Duitse anti-terreureenheid Bundes Grenzschutz Gruppe-9 en de Belgische Groep Dyane. De MP5SD staat bekend als een der meest gevaarlijke en trefzekere snelvuurwapens die ooit werden geproduceerd. In totaal werden door de gangsters zes voertuigen, Mazda's, van de Groep Dyane met een koevoet en zonder een sleutel opengemaakt. De techniek die daarbij werd aangewend, het lichtjes optillen van de portier met een koevoet om onder de deur met ijzerdraad het ontsluitingsmechanisme in werking te stellen, is precies een van de technieken die voorkomt in het opleidingsprogramma van de anti-terreurgroep Dyane, meer bepaald in het programma 'Detectie'.

Er werden bepaalde voertuigen niet geopend en er werden ook wapens weggenomen die zich in kisten bevonden die op hun beurt dan weer opgeborgen waren in gesloten kasten. Enkel die wapens werden meegenomen die in het kader van anti-terreurmaneuvers konden gebruikt worden. De wapens zijn niet geschikt voor gewoon crimineel gebruik. De buit werd in een groene Mazda van de Groep Dyane geladen, waarna de dieven ongehinderd de kazerne via de wachtposten buitenreden. Uit verklaringen van de wachtposten blijkt dat de daders rijkswachtuniformen droegen. De Mazda werd later teruggevonden op de Generaal de Gaullelaan in Brussel, langs het Flageyplein. Er werd in de Mazda geen enkele vingerafdruk aangetroffen, noch in een van de andere wagens die waren opengebroken en leeggeroofd. Er werd in de gestolen Mazda wel peper gestrooid om speurhonden af te leiden.

Ook werd vastgesteld dat Madani Bouhouche, toevallig een geregeld bezoeker van de wapenmeester van de Groep Dyane, op 31 december in de kazerne van Etterbeek gesignaleerd was. Bovendien bleek dat Bouhouche korte tijd voor de diefstal met de gestolen Mazda gereden had. Het is niet uitgesloten dat hij bij die gelegenheid een kopie van de autosleutels liet maken. Tot vandaag werden de daders van de wapendiefstal niet gevonden. Wel werd jaren later een Hechler und Koch gedemonteerd teruggevonden bij de vermoorde FN-vertegenwoordiger Juan Mendez. En één van de riotguns werd aangetroffen bij Bouhouche. Het overgrote deel van de anti-terreurwapens vonden de speurders zes jaar na de diefstal, op 17 november 1987, in de koffer van een gestolen auto die geparkeerd stond in een garagebox aan de Hippocrateslaan in Woluwe, die door Madani Bouhouche onder een valse naam gehuurd werd.

Meer » Rijkswacht | Cel Waals Brabant | Bendecommissie II

De moord op Francis Zwarts

26 Oktober 1982

Op het moment dat hij zijn toestel in de vroege avond van 26 oktober '82 aan de grond zet, merkt de piloot van lijnvlucht SN 786 uit Zürich aan het einde van de tarmac een witte rijkswacht Taunus met rode streep op. Na het vervullen van de gebruikelijke formaliteiten neemt veiligheidsagent Francis Zwarts om 21u20 een koffer met kostbare inhoud in ontvangst. De zending waarvan de waarde tussen 67 en 90 miljoen frank wordt geraamd, bevat 20 goudstaven, ongeveer 1 miljoen gouden Krügerrands, 50 Vrenelli goudstukken, 12 gouden Cartier-uurwerken, een partij industriële diamanten van 178.4 karaat en een kleine hoeveelheid juwelen.

Na eerst nog een diplomatiek koffertje te hebben opgehaald bij het toestel uit Moskou, vertrekt Zwarts zonder de gebruikelijke begeleider met een VW-bestelwagen naar Brucargo waar de kostbaarheden in de safe zullen worden opgeborgen. Zwarts gebruikt de VW-bestelwagen omdat het geblindeerde voertuig dat normaal voor het transport wordt ingezet, die avond om ongebruikelijke redenen niet beschikbaar is. Zwarts heeft het Brucargo-complex nooit bereikt. Twee personeelsleden van Sabena, die dezelfde avond van Brucargo naar Zaventem reden, zagen vlak voor de tunnel onder de startbaan een rijkswacht Taunus bemand door vier met stenguns bewapende rijkswachters.

Uit de andere richting kwam de VW-bestelwagen van Zwarts aangereden. Nadat hij de tunnel inreed zijn Zwarts, zijn kostbare lading, de vier rijkswachters en de Taunus spoorloos verdwenen. De volgende dag werd de met bloed besmeurde bestelwagen teruggevonden in de buurt van Diegem. Ondanks intensief speurwerk en smeekbeden in de pers om een teken van leven vanwege de moeder en de echtgenote van Zwarts, blijft de veiligheidsagent onvindbaar. Het mysterie wordt er niet kleiner op als de rijkswacht laat weten dat er die dag geen rijkswachtpatrouille in de zone waar Zwarts verdween actief was, dat de rijkswacht Taunussen niet meer in gebruik zijn, enkel de groep Dyane beschikt nog over twee dergelijke voertuigen, en dat stenguns ook al niet meer tot het arsenaal van het korps behoren.

Is de Taunus van Bouhouche de Taunus van de nep-rijkswachters in de zaak Zwarts? De speurders menen van wel, maar kunnen het niet bewijzen. De verdwijning van Zwarts vertoont bovendien veel gelijkenis met de overval, vier maanden voordien, op een koerier van Kirschen & Co. Antione Brouwers werd toen op de E10-autosnelweg Antwerpen-Brussel overvallen door drie nep-rijkswachters die in een witte BMW met rode band reden. De overvallers gingen toen aan de haal met vijftig kilo goud en een grote hoeveelheid buitenlandse valuta.

In tegenstelling tot de zaak Zwarts wordt Brouwers een eindje uit de buurt gekneveld maar voor het overige ongedeerd teruggevonden. Zowel de modus operandi als de aard van de buit wijzen erop dat het om dezelfde bende gaat. Bovendien staat het vrijwel vast dat de overvallers in het rijkswachtmilieu moeten worden gezocht, ze moeten de beschikking hebben gehad over uniformen en ze moeten vooral geweten hebben dat ze op die bepaalde tijdstippen op beide locaties van de overvallen niet het risico liepen echte rijkswachters tegen het lijf te lopen. Ook het gebruik van de achterhaalde Taunus en de dito stenguns is een aanwijzing dat het om ex-rijkswachters gaat.

Meer » Nieuwsdossier | Forum

Detectivebureau ARI

3 April 1983

De rijkswachters Bouhouche en Beijer, leden van de Brusselse BOB, beginnen reeds in januari 1981 flats en autoboxen te huren in het kader van hun eigen criminele activiteiten. Later beweerd Beijer dat hij handelde in opdracht van administrateur-generaal Albert Raes en commissaris Smets van de Staatsveiligheid. Zij en Bouhouche ontkennen dat. Nadat Bouhouche samen met Robert 'Bob' Beijer in 1983 de rijkswacht verlaten had, stichtte het duo in april het detective-agentschap 'Agence Recherche Investigation' (ARI) aan de Vorstlaan in de Brusselse randgemeente Elsene.

Tussen Bouhouche en Beijer kwam het echter een jaar later al tot een conflict toen Bouhouche Michel Libert, een extreem-rechtse militant van het WNP, in vaste dienst wou nemen. In september 1984 stapte Bouhouche uit ARI om vertegenwoordiger van een reisagentschap te worden en een wapenhandel in Jette, de 'Practical Guns Store', te beginnen. Beijer zette inmiddels het detective-bureau verder. In praktijk was ARI niets meer dan een façade opgetrokken om de werkelijke activiteiten van Bouhouche en Beijer te verbergen.

Opgericht met een kapitaaltje van 250.000 frank maakte ARI het eerste jaar een winst van krap 52.000 frank, 76.000 frank in 1984 en 50.000 frank in 1985. In 1986, het jaar dat Bouhouche en Beijer in de gevangenis belanden, vertoont de jaarrekening een verlies van 188.000 frank. Het is onmogelijk dat de opbrengst van ARI het duo in staat stelde een half dozijn autoboxen en conspiratieve appartementen te huren en computers, auto's en wapens te kopen. Het is duidelijk, Beijer en Bouhouche hebben andere inkomsten die niet aan de wet op de jaarrekening onderworpen zijn.

Meer » Westland New Post | Staatsveiligheid

De moord op François Enteryckx

22 Januari 1985

Een agent van het BCI heeft voor de eerste Bendecommissie verklaard dat hij begin 1986 via een informant inlichtingen heeft ontvangen over een zeker 'Dany', die een sleutelrol zou hebben gespeeld in de zaken die toegeschreven werden aan de Bende van Nijvel. Die informant had deze inlichtingen op zijn beurt gekregen van een zekere 'Astérix', de schuilnaam van François Enteryckx. Er bleek uit dat een rijkswachter, namelijk Madani Bouhouche, de draaischijf van de Bende van Nijvel was. Hij zou wapens uitdelen, 500.000 frank per operatie uitbetalen aan iedere deelnemer en de operaties zouden besteld zijn door Amerikanen met als doel de Delhaizeketen te destabiliseren. Dezelfde informant beweerde ook nog dat de FN-directeur Juan Mendez na een conflict met Bouhouche zou zijn geëxecuteerd.

Aanvankelijk hield de eerstgenoemde informant de inlichtingen die hij van Astérix had gekregen voor zich. De redenen daarvoor zijn niet gekend, maar vermoedelijk hadden zij te maken met de vrees voor zijn persoonlijke veiligheid en die van de andere informant. Pas begin maart 1986 wendde hij zich tot een agent van het BCI. Die maakt een verslag op en verzond het naar de Procureur van Brussel en het Parket-Generaal van Brussel. Aan de agent van het BCI werd niet gevraagd waarom het dossier naar de Procureur van Brussel gestuurd werd, terwijl tenslotte de Procureur van Nijvel bevoegd was. Het BCI zond de gegevens pas in april 1988 aan de coördinator substituut Jonckheere bij de cel van Jumet, die op dat ogenblik nog niet op de hoogte was. Belangrijk is dat deze 'Astérix', alias François Enteryckx, op dertigjarige leeftijd op 22 januari 1985 in het shoppingcenter te Anderlecht aan het stuur van zijn wagen werd neergeschoten. De moordenaar werd nooit gevonden.

Meer » Afpersing | Bendecommissie I

De wapendiefstal bij Juan Mendez

15 Mei 1985

In Overijse worden tientallen wapens gestolen bij Juan 'Tonio' Mendez-Blaya. Tijdens een inbraak gingen inbrekers met het grootste deel van zijn verzameling aan de haal. De buit was indrukwekkend: negentien oorlogswapens, twaalf jachtgeweren en twintig handvuurwapens. Het onderzoek door de BOB en de gerechtelijke politie leverde niets op en daarom was Mendez in het milieu van schutters en wapenhandelaars discreet een eigen onderzoek begonnen. De informatie die hij in die kringen bij elkaar sprokkelde, had hem stilaan tot de overtuiging gebracht dat de gestolen wapens in handen waren gevallen van de Bende van Nijvel. In intieme kring vertelde hij bovendien aanwijzingen te hebben gevonden dat de Bende iets te maken moest hebben met een plan tot staatsgreep.

Na de dubbele overval op de Delhaize-warenhuizen in Eigenbrakel en Overijse, eind september 1985, waarbij acht mensen werden vermoord, informeerde Mendez bij de politie van Overijse naar de wapens waarmee de slachtpartij werd aangericht. Het antwoord stelde hem voorlopig gerust. De bij hem gestolen wapens werden in Eigenbrakel en Overijse niet gebruikt. Begin januari 1986 beschikt Mendez over nieuwe elementen die hem het ergste doen vrezen. Voor hij verdere stappen onderneemt, wil hij de zaak eerst eens grondig doorpraten met een van zijn medewerksters bij FN die hij denkt in vertrouwen te kunnen nemen en met wie hij een afspraak vastlegt op 4 januari.

De dame is echter verhinderd en laat de afspraak naar een niet nader bepaalde datum verschuiven. Het cruciale gesprek zal nooit plaatsvinden. Juan Mendez is sinds 1981 wapenverkoper voor de FN fabriek van Herstal. Hij is ook 'bevriend' met rijkswachter Bouhouche en andere leden van de Brusselse schietclubs. Sommige gestolen wapens van de privé-collectie van Mendez worden te koop aangeboden in het milieu, onder andere aan Patrick Haemers. Andere wapens van Mendez worden later, samen met de gestolen wapens van de groep Dyane, teruggevonden in een autobox van Bouhouche en Beyer in het Brusselse. Later zal wetenschappelijk onderzoek bewijzen dat geen van deze wapens werd gebruikt door de Bende, al dacht Juan Mendez van wel.

Meer » Eigenbrakel | Overijse | Bende Haemers | Roze Balletten | Forum

Walibi: de vergeten Bende-aanslag

15 Augustus 1985

Onderzoeksrechter Doraene koppelde voor de Bendecommissie nog een andere aanslag aan Bouhouche en Beijer, namelijk de overval in het pretpark Walibi van 15 augustus 1985, waarbij een geldkoerier neergeschoten werd. Maar over die overval wilde Doraene voor de Bende-commissie slechts achter gesloten deuren praten. Doraene verwees later in zijn getuigenis wel naar enkele wapens waaronder een uitzonderlijk Heckler und Koch, die Beijer onder een valse naam aangekocht had. Dit type wapen werd gebruikt bij de Walibi-overval. Dit werd geconstateerd aan de hand van de expertise van de kogelhulzen. Volgens voormalig procureur-generaal Demanet van Bergen, die het parket van Charerloi superviseerde, was de Walibi-overval een van de vergeten aanslagen van de Bende van Nijvel.

Officieel werd deze overval nooit in het organigram van de aanslagen van de Bende van Nijvel opgenomen. Maar volgens Demanet moest deze overval omwille van diverse technische redenen aan de Bendelijst toegevoegd worden. Ook de Delta-cel van Dendermonde had op een bepaald moment interesse voor het Walibi-dossier. Kolonel Sack van de Delta-cel verklaarde hierover: "In eerste instantie hebben wij vanuit de informatie die we verkregen in het onderzoek naar de feiten in Delhaize Lokeren, gezocht naar een dossier waarin wij de potentiële daders konden onderbrengen. Ik ben zelfs tot in Nijvel geweest omdat de bendeleden op een bepaald ogenblik werden verdacht van de moord in Walibi in augustus 1985. Enkele leden van de bende waren toen voortvluchtig. We hebben gezocht naar een dossier waarin wij de verdachten konden onderbrengen om zo vanuit een comfortabele positie verder te werken in de richting van Aalst."

Nochtans had een rapport van het Centraal Bureau voor Opsporingen van de rijkswacht deze overval reeds op 3 februari 1986 bij de ballistische wapenlijst van de Bendeaanslagen opgenomen. Maar merkwaardig genoeg niet in de gewone lijst waarin alle Bendeaanslagen opgesomd werden. Onderzoeksrechter Baeyens was voor het onderzoek van deze overval bevoegd. Hijzelf had in deze overval nooit de beruchte Bende gezien, maar hij had dan ook nooit enige kennis gekregen van het CBO-rapport. Baeyens gebruikte deze Walibi-overval als voorbeeld van het knoeiwerk van de Belgische justitie. Een van de daders was opgepakt in Frankrijk. De verdachte zat vast in Grenoble. Baeyens vroeg een rogatoire commissie voor Frankrijk aan. Hij moest voor de bureaucratische molen eerst een volledige onkostennota opmaken.

Hiervoor moest hij uitdokteren hoeveel een maaltijd en een overnachting in een hotel in Grenoble kostte. Pas toen dit alles geregeld was en de kredieten geblokkeerd waren, konden de speurders vertrekken naar Frankrijk. Maar toen was de vogel al gevlogen. De verdachte die slechts voorlopig vast zat, was door de Franse autoriteiten vrijgelaten en onmiddellijk verdwenen. Achteraf werd dit dossier geklasseerd met de vermelding 'daders onbekend' en pas recentelijk terug heropend. Volgens de Nijvelse onderzoeksrechter Schlicker geloofden de speurders eerst in een ballistisch verband tussen de Walibi-overval en de Bende omdat getuigen van deze overval mogelijk een Ingram-mitraillette herkend hadden. Maar het dossier werd nooit samengevoegd. Doraene had in zijn getuigenis terloops ook naar een Ingram bij de Walibi-zaak verwezen.

Meer » Feiten 1985 | Bende De Staerke | Dendermonde | Rijkswacht | Bendecommissie II

De moord op Juan Mendez

7 Januari 1986

De ochtend van 7 januari 1986 is het kil, mistig en triest in Vlaams-Brabant. De radionieuwsdienst en de kranten melden dat het weer nog minstens enkele dagen hetzelfde zal blijven. Voor het overige hebben de media de mond vol van het langverwachte proces wegens fiscale fraude tegen Paul Vanden Boeynants, dat diezelfde dag voor een Brusselse rechtbank aanvang zal nemen. Juan 'Tonio' Mendez Blaya heeft echter andere dingen aan zijn hoofd. Die dinsdagochtend vertrekt Juan Mendez een kwartiertje vroeger dan gebruikelijk in zijn Volkswagen Passat GTL Turbo naar zijn kantoor in het gebouwencomplex van de Luikse wapenfabriek Fabrique National.

Mendez heeft voor hij naar het werk rijdt nog een afspraak met zijn vriend Madani 'Dany' Bouhouche, die hem beloofd heeft 130.000 frank te betalen voor de drie pistolen die Mendez hem twee weken eerder geleverd had. Met dat geld wil Mendez diezelfde dag nog de loodgieter betalen voor enkele reparaties in zijn villa in Overijse. Mendez is commercieel directeur bij FN waar hij verantwoordelijk is voor de verkoop van oorlogswapens in Latijns-Amerika. De 34-jarige ingenieur is wat we een echte wapenfreak kunnen noemen. In zijn bescheiden villa koestert hij een zeldzame collectie exclusieve wapens en in zijn vrije tijd oefent hij met verschillende wapens in een schutterclub.

De liefde voor mooie glimmende wapens deelt hij met zijn vriend Bouhouche, een ex-BOB'er van Armeense origine die op een wat vreemde manier aan de kost komt als privé-detective en wapenhandelaar. Die vriendschap wordt de jongste weken echter overschaduwd door het vermoeden dat Bouhouche meer weet over de diefstal op 15 mei van een groot aantal wapens bij Mendez. In de namiddag van 7 januari, omstreeks kwart over vier, loopt bij de rijkswacht een telefoontje binnen dat er op de pechstrook van de oprit van de snelweg E40 Brussel-Namen in Genval-Rosières een Volkswagen Passat staat geparkeerd met daarin het levenloze of zwaargewonde lichaam van een man. Een automobilist die de auto daar 's morgens had zien staan, was nieuwsgierig geworden toen hij de Passat er 's namiddags weer opmerkte.

Vermoord door een beroepsdoder

De rijkswachtpatrouille die ter plaatste komt, vindt achter het stuur van de Passat het lijk van Juan Mendez, vermoordt met zes van dichtbij afgevuurde schoten uit een GP Sport Parabellum 9 mm pistool. Het was een regelrechte executie. De moordenaar schoot niet minder dan vier kogels in het hoofd van het slachtoffer en twee in de borst. In en rond de auto vindt de rijkswacht zes hulzen van 9 mm kogels. Roofmoord lijkt echter uitgesloten want de aktetas en de portefeuille van het slachtoffer bleven onaangeroerd. Uit de lijkschouwing, uitgevoerd in het ziekenhuis van dokter Wijnen in Eigenbrakel, blijkt dat Mendez omstreeks acht uur vermoord werd.

Het onderzoek wordt toevertrouwd aan onderzoeksrechter Schlicker uit Nijvel die zich laat bijstaan door de BOB van Waver onder leiding van Kapitein Jacques Rousseau. Aanvankelijk staan de speurders voor een raadsel. Hun enige houvast is de vaststelling dat Mendez werd omgebracht door een beroepsdoder of toch minstens een bijzonder geoefende schutter. De gebruikte kogels zijn van het in België zeldzame type 'hollow point'. Dergelijke kogels worden aan de punt geperforeerd en in de kleine holte wordt een druppel kwik geplaatst waarover aan de buitenkant nagellak of een sneldrogend vernis wordt aangebracht. Uit de huls wordt een gedeelte van het kruit verwijderd, waardoor het schot minder lawaai maakt.

Als zo'n kogel wordt afgevuurd, plooit de punt van de kogel onder de druk van de kwikvloeistof open als een onregelmatig klaverblad en richt bij het doelwit een ware ravage aan. Het gebruik van een dergelijke munitie is in België verboden en hollow point kogels zijn bijgevolg niet in de handel verkrijgbaar. Wel worden ze gebruikt door de beoefenaars van de practical shooting discipline, die dezelfde kogels zelf op een ambachtelijke manier vervaardigen. Dat wordt echter zoeken naar een naald in een hooiberg. De vraag is wie de trekker overhaalde, en vooral waarom. In eerste instantie hopen de onderzoekers dat het slachtofferonderzoek aanwijzingen oplevert.

Meer » Roze Balletten | Libanese Connectie | Onderzoek Nijvel | Forum

Operatie Warenhuizen

Het geschikte psychologisch klimaat

Dat de bende rond Bouhouche uitgekookte jongens zijn, blijkt begin februari 1988 uit de ontdekking door de onderzoeksgroep rond adjudant Goffinon van een geheimzinnige tunnel onder de afgedankte brouwerij aan de Washuisstraat in Brussel. De tunnel was gegraven nadat de brouwerij al jaren buiten gebruik was en is rechtstreeks verbonden met de ondergrondse bedding van de Zenne. In de periode dat Bouhouche contact zocht met Moreaux en Vanden Boeynants werden een aantal medestanders van Bouhouche en 'rijkswachters in uniform' bij het brouwerijcomplex opgemerkt. De tunnel zou in diezelfde periode zijn gegraven. Hierover door Goffinon aan de tand gevoeld, pakt Christian Amory uit met een scenario waarin enkel nog Clint Eastwood en Charles Bronson ontbreken.

De tunnel was een uitlopen van een plan van Bouhouche die in 1979, toen hij nog samen met Bob Beijer en Christian Amory bij de Brusselse BOB werkte, een aantal manschappen rond zich begon te verzamelen om op grote schaal warenhuizen af te persen. Ook Tchang Wei Ling maakte deel uit van deze groep. Bouhouche had een systeem uitgewerkt waardoor hij de ligging van de gasleidingen in en rond de vestigingen van de warenhuisketen GB-INNO-BM kon detecteren. Met zijn bende wilde hij explosieven tot ontploffing brengen. Met de combinatie van verschillende explosies en felle branden wilde hij het geschikte psychologisch klimaat creëren om de directie van de warenhuisketen voor gigantische bedragen af te persen.

Uit het verder onderzoek blijkt dat de bende alvast begonnen was met de voorbereiding van de aanslagen. Er werden lijsten opgesteld van de doelwitten en van de namen en adressen van de leden van de raad van bestuur van GB-INNO-BM. Drie leden van de groep, Bouhouche, Beijer en Tchang, stalen een belangrijke hoeveelheid explosieven uit een steengroeve in Lives en Beijer schafte zich een aantal ontstekingsmechanismen aan. Bovendien had de bende van Bouhouche een voorraad blanco identiteitskaarten klaarliggen. Volgens een PV van 13 februari 1988 van de onderzoekscel van Jumet waren deze documenten gestolen bij de BOB van Brussel. Een van de identiteitskaarten was voorzien van de valse naam Franco Hoffman, een tweede droeg de naam Paul van den Eynde. In PV 21268 van hetzelfde dossier noemt Amory de Hoffman-kaart een grapje om Bouhouche te plezieren.

'De brouwerij-affaire'

De voorbereidende vergaderingen voor de terreurcampagne hadden plaats in hotel 'Le Toucan' in Nijvel en de 'Hippopotamus' in Brussel. Na een eerste bommencampagne wilde Bouhouche de warenhuizen geld af persen door te dreigen met nieuwe aanslagen. Het geld zou dan bij de ingang van de oude brouwerij overhandigd moeten worden. Via de tunnel waarvan de ingang zich degelijk gecamoufleerd onder een liftkoker bevond, konden de gangsters met behulp van een Zodiac-bootje dat ze in Knokke gestolen hadden via de Zenne ongezien wegkomen. Aan het einde van deze onderaardse vluchtroute zou een limousine met een Corps Diplomatique-nummerplaat hen opwachten.

Of Bouhouche ook van plan was andere warenhuisketens te chanteren, is niet duidelijk. Wel staat vast dat hij zich na de overvallen van de Bende van Nijvel op de Delhaizes van Eigenbrakel en Overijse in oktober 1985 door Amory de rijkswachtplannen ter beveiliging van de Delhaize-vestigingen liet overhandigen. Amory had toegang tot deze hoogst vertrouwelijke informatie omdat hij door de generale staf was aangesteld om mee te werken aan het uitwerken van een speciaal veiligheidsdispositief voor de door de Bende geviseerde warenhuizen in Waals Brabant. Het hele chantage-plan werd hoedanook vroegtijdig geaborteerd door de arrestatie van Bouhouche.

Aan dit verhaal zitten een aantal hoogstmerkwaardige aspecten vast. Zo zou de oude brouwerij in de periode dat de tunnel gegraven werd door Juan Mendez onder een valse naam gehuurd zijn. Bovendien hebben de speurders in de tuin van Mendez grote hoeveelheden explosieven opgegraven. Geconfronteerd met de verklaringen van Amory, geeft Bouhouche toe dat hij een dergelijke organisatie op touw heeft gezet en dat de groep politieke doelstellingen had en op een militaire wijze gestructureerd was. De vraag hoe en waarom de naam van Juan Mendez in dit mythomane scenario opduikt, blijft de speurders intrigeren. Hetzelfde geldt voor de verklaringen van een betrouwbare getuige die stelt dat hij Mendez, Bouhouche en adjunct-gevangenisdirecteur Jean Bultot in 1985 samen heeft zien dineren in het Spaanse restaurant 'Villa Rosa' in de Brusselse Hoogstraat.

Het is een feit dat Bouchouche aan de speurders verklaart dat hijzelf vanwege de WNP-leiding de opdracht had gekregen Mendez te rekruteren en dat de rol van Mendez in de 'brouwerij-affaire' een soort onderdeel vormde van het toelatingsexamen dat de FN-ingenieur moest afleggen. Ten slotte beweert Bouhouche ook dat Mendez bereid gevonden was WNP te subsidiëren. Mendez zou zelfs al 83.000 frank gestort hebben. Hoedanook, de 'bende van Bouhouche' was een strak georganiseerde, militaristische organisatie. Wie zich niet aan de orders hield of verraad pleegde, riskeerde zijn vel. Uit PV 21467 van de gerechtelijke politie van Charleroi blijkt bijvoorbeeld dat een anonieme Chinees instond voor de liquidatie van dissidente bendeleden.

In hetzelfde PV kan men lezen hoe Bouhouche, Beijer en Amory plannen maakten voor het vermoorden van gerechtelijk wapenexpert Dery, een deskundige die in vrijwel alle met de Bende van Nijvel gelieerde dossiers verantwoordelijk is voor een aantal ballistische expertises.

Bron » Bende & co | Hugo Gijsels | 1990
Meer » Westland New Post | Afpersing | Paul Vanden Boeynants | Forum

De moord op Suleiman

2 September 1989

Op maandag 4 september 1989 brachten de kranten het verhaal van een raadselachtige overval op Suleiman en Saïd Ali Ahmad in een appartement aan de Jan van Eycklei in Antwerpen. Op zaterdag 2 september, even voor zeven uur, opent de achttienjarige zoon van Suleiman de deur van het appartement voor een man die zich uitgeeft voor 'telegrambesteller'. De man blijkt vergezeld te zijn van een medeplichtige. De twee overvallers trekken een vuurwapen en dwingen de drie Libanezen te gaan zitten. Plotseling roept vader Ahmad dat de overvallers slechts met alarmpistolen gewapend zijn, waarop de drie Libanezen zich op het tweetal storten. De wapens zijn echter echt en de 'telegrambesteller' schiet Suleiman en Saïd neer.

De jongeman grijpt een ivoren slagtand en slaat daar de 'telegrambesteller' mee op het hoofd, waarop de overvallers op de vlucht slaan. Wanneer de gealarmeerde politie ter plaatse komt, is Suleiman overleden. Saïd heeft een kogel in het hoofd, maar zal de overval na een operatie in de Verenigde Staten overleven. Onderzoek van het wapen en de pruik die de gangsters achterlieten verschaft snel zekerheid over de identiteit van de overvallers, Madani Bouhouche en Robert Beijer.

Over het motief tast met evenwel in het duister. De vogels zijn echter gevlogen. Tegen beiden wordt via Interpol een internationaal aanhoudingsmandaat uitgevaardigd en de Staatsveiligheid stelt een eigen onderzoek in. Ten gevolge van een resem communicatiestoornissen tussen de Antwerpse onderzoeksrechter Nico Snelders, zijn Nijvelse collega Luc Hennart en de 23ste Gerechtelijke Brigade gaat er echter kostbare tijd verloren. Op 11 september meldt de Staatsveiligheid aan eerste substituut Van Doren, de chef van de 23ste Brigade, dat Bouhouche in een residentie in de buurt van Torremolinos verblijft. Van Doren speelt deze informatie door aan onderzoeksrechter Hennart.

Die vertikt het echter om de Spaande politiediensten te vragen Bouhouche te arresteren. Dit vindt de Staatsveiligheid al te gortig en de directie bezorgt daarom al haar gegevens over Bouhouche aan de vijf procureurs-generaal. Hierdoor onder druk gezet, contacteert Hennart uiteindelijk de Spaanse autoriteiten. Op 15 september slaagt de Spaanse politie er op de valreep in Bouhouche te arresteren. Hij stond op het punt met het vliegtuig naar een Latijnsamerikaans land te vertrekken. Robert Beijer bleek inmiddels op 9 september naar Paraguay te zijn gevlucht. Van daaruit vertrok hij na een kort verblijf bij Jean Bultot op 23 september naar een Zuidamerikaans land.

Volgens Bultot verklaarde Beijer tijdens zijn verblijf in Paraguay dat het bezoek aan de Libanese diamantair bedoeld was om in opdracht van een derde een achterstallige betaling van 2.5 miljoen frank op te halen, een klus waarvoor Bouhouche en Beijer een commissieloon van 25 procent beloofd was. In de versie van Beijer heeft Bouhouche de fatale schoten gelost. De advocaten van Bouhouche, Jean-Paul Dumont en Martial Lancaster, houden het erbij dat hun cliënt bij de schietpartij slechts een figurantenrol speelde en dat het ballistisch onderzoek zal uitwijzen dat de schoten niet door Bouhouche werden gelost.

Meer » Staatsveiligheid | Jean Bultot | Libanese Connectie