De informant van de Staatsveiligheid
De blunder van Jean Bultot
Jean Bultot belde daags voor de laatste overval van de Bende van Nijvel een informant van de Staatsveiligheid met de vraag of die hem 'dringend' een machinegeweer kon bezorgen. De informant nam het gesprek op en alarmeerde de Staatsveiligheid. Die verbood de infiltrant hiermee door te gaan en maakte zijn bandje zoek. De zaak-Belliraj? Weinig nieuws onder de zon, zo lijkt het. Razend was hij, woest. In een filmpje dat hij deze week op zijn beurt postte op YouTube, foeterde Jean Bultot (57) op de Belgische media: "Een seksfuif zonder seks, dat is Belgisch!" Voor hen die hadden gesuggereerd dat er een verband zou kunnen bestaan tussen seksfuiven, chantage en de Bende van Nijvel, had hij een korte, krachtige boodschap: "Je vous emmerde!"
- Jean Bultot
De man heeft een punt. Zo compromitterend was dat ooit nog in de Brusselse club Le Jonathan gedraaide confituurfilmpje nu ook weer niet. Een man als Bultot heeft gênantere situaties meegemaakt. Zoals toen hij in Zuid-Afrika een Belgisch koppel ontmoette dat na jaren gedoe met de douane twee struisvogels kon importeren - een mannetje en een vrouwtje - met het oog op een kwekerij. Ze nodigden Bultot uit voor een barbecue. Hij kwam met de jeep, hoorde onderweg iets ruisen in het struikgewas en nam zijn geweer. Hier, zei hij bij aankomst: een struisvogel voor op de barbecue. Op zaterdagavond 9 november 1985 slaat de Bende van Nijvel een laatste keer toe, bloediger dan ooit. In de Delhaize in Aalst worden tussen de winkelkarretjes acht late shoppers in koelen bloede neergekogeld. Hoewel de - schamele - buit al is meegenomen, zet één dader nog de achtervolging in op een jongetje van negen en jaagt nog wat kogels door zijn bekken.
Een half jaar daarvoor was Bultot nog de onbesproken adjunct-directeur van de gevangenis in Sint-Gillis. Hij militeerde openlijk voor het extreem rechtse partijtje Forces Nouvelles, bewaarde in de gevangenis een collectie wapens en verborg daar op zeker ogenblik een gestolen BMW. Bultot ging losjes om met de bajesklanten. Sommigen nodigde hij uit in zijn privévertrekken voor een leuke avond.
Philippe De Staerke
Hij kon het vooral goed vinden met de toen kortstondig in Sint-Gillis residerende gangster Philippe De Staerke. Die had die BMW en voor miljoenen franken kasbons gestolen bij een pastoor in Wieze. Een aantal kasbons werd geheeld door Bultot, die daarvoor in mei 1985 een maand lang zelf in de nor belandde. De Staerke vormde het voornaamste mikpunt van de Dendermondse onderzoeksrechter Freddy Troch, tot die in 1990 van de zaak werd gehaald. Troch kon aantonen dat De Staerke enkele uren voor de raid in de Delhaize in Aalst was geweest om, zoals gangsters doen, de omgeving te verkennen.
In de nacht van 10 op 11 november 1985, de dag na de raid, wordt in het Bois de la Houssière een uitgebrande Golf GTI teruggevonden: de auto van de Bende. Niet ver daarvandaan is diezelfde nacht in het bos een vuurtje gestookt om documenten te verbranden. De speurders gaan er tot vandaag van uit dat een van de drie killers tijdens de aftocht in Aalst is geraakt door een kogel van een agent van de lokale politie. De twee nog levende Bendeleden zouden naar het Hellend Vlak van Ronquières zijn gereden om hun wapens te dumpen in het kanaal en de auto in de fik te steken, net als alle overige spullen die hun identiteit of die van hun opdrachtgevers konden verraden.
Handschrift
Tussen de asresten vinden speurders stukjes van maaltijdcheques uit de kassa's van de Delhaizevestigingen in Overijse en Eigenbrakel, waar de Bende op 27 september had toegeslagen. Maar niet al het papier is verteerd door het vuur. Er wordt ook een pagina teruggevonden uit een schrift waarin melding wordt gemaakt van een conferentie over ballistiek in het Brusselse, in augustus 1984. Een grafoloog kan na lang puzzelen aantonen dat dit het handschrift is van Claudine Falkenburg. Zij is in die periode de vriendin van Bultot. Het was hij die de conferentie gaf. Falkenburg bevestigt later dat dit haar handschrift is. Bultot had haar gevraagd wat nota's te nemen. Leopold Van Esbroeck, in die tijd lid van de bende-De Staerke, blijft tot vandaag zweren dat Bultot hem begin 1985 aansprak met de vraag om toe te treden tot een commando dat tegen een royale vergoeding "schijnovervallen" zou plegen op warenhuizen met als doel een sfeer van terreur te creëren.
Paraguay
Op 15 november 1985 wordt Bultot opnieuw gearresteerd, nu voor illegaal wapenbezit. Een maand later komt hij alweer vrij en vlucht hij prompt naar Paraguay. Antoine Delsaut is een ex-koloniaal, gepensioneerd militair, wapenfreak, goed bevriend met Bultot én informant van de Staatsveiligheid. Pas goed twee jaar later, op 3 december 1987, vertelt Delsaut zijn verhaal aan de speurders in Dendermonde. Dat verhaal begint een dag voor de raid in Aalst: "Op 8 november 1985 is er een telefoongesprek geweest tussen Bultot en mijn vrouw. Hij vroeg me of ik hem een mitraillette kon bezorgen omdat een van zijn vrienden dit dringend nodig had. 's Avonds heeft hij teruggebeld. Hij vroeg of wij het nodige gevonden hadden (...). Ik heb hem gezegd dat ik eens zou uitkijken."
Delsaut bezorgde Bultot wel vaker wapens, ze zaten per slot van rekening in dezelfde schietclub. De man had nog een uzi liggen en stelde voor die uit te lenen, maar dat wapen stond geregistreerd en dus kon Bultot er niks mee. Delsaut en zijn vrouw mogen dan bevriend zijn met de ex-gevangenisdirecteur, als ze op 9 november in het laatavondjournaal de beelden zien van het bloedbad, krijgen ze een naar gevoel. Bultot, zo is afgesproken, zal de volgende ochtend bij hen thuis in Anderlecht komen aperitieven. En dan ben je spion of je bent het niet: Delsaut verstopt een bandopnemer achter een sanseveria en hoort Bultot uit over de gebeurtenissen van de vorige dag.
Delsaut: "Tijdens ons gesprek werden de feiten van Aalst aangehaald. Hij beweerde dat men die feiten in de schoenen van extreem rechts wou schuiven. Hij beweerde dat zij, leden van extreem rechts, wisten wie de feiten had gepleegd (...). Hij zei dat het vreemd was dat het steeds een Delhaize was en dat het om afpersing ging. Hij zei dat het Nederlanders waren. Hij beweerde dat niemand zou durven spreken omdat men nadien de gevolgen zou ondervinden. Alles is in handen van de Nederlanders, ging hij verder. 'Moest ge alles weten, dan zoudt ge binnen het halfuur willen vertrekken als ge niet wilt eindigen zoals Jules Montel'." Dat was dus zondag 10 november 1985, vers van de pers, nog voor de papiertjes in het bos werden ontdekt. En Delsaut heeft alles op tape. Geweldig, denken de speurders. Maar waar is de tape? "De bandopname heb ik afgegeven aan een dienst", zegt Delsaut. "Gelet op het feit dat ik voor deze dienst werkte, acht ik mij gehouden aan het geldende beroepsgeheim." De Staatsveiligheid dus.
CCC
Naast de Bende hadden we in die tijd ook de Cellules Communistes Combattantes. Tussen oktober 1984 en december 1985 pleegde de extreem linkse groep veertien aanslagen, waarbij op 1 mei 1985 twee brandweerlui omkwamen. Toen deze week lijstjes werden gepubliceerd van de grootste blunders van de Staatsveiligheid, werd deze episode een beetje over het hoofd gezien. Begin 2006 onthulde De Morgen hoe de Staatsveiligheid vanaf eind jaren zeventig een mol had bij Ligne Rouge, de propagandamachine rond de CCC. Lang voor de eerste bom ontplofte, stond infiltrant Maurice Appelmans in nauw contact met CCC-leider Pierre Carette. Het is onbegrijpelijk dat de CCC zo lang kon doorgaan met een infiltrant van de Staatsveiligheid in het hart van de organisatie.
Maar Appelmans was niet de enige mol. De tweede was een oudere vrouw, Elisabeth Bové. Haar naam werd in 1994 al genoemd door Christian Carpentier en Frédéric Moser in hun boek De staatsveiligheid, geschiedenis van een destabilisatie. Volgens de auteurs bood Bové in 1984 onderdak aan de voortvluchtige CCC'er Bertrand Sassoye en werkte zij voor de Staatsveiligheid. Nooit eerder geopenbaarde gerechtelijke stukken tonen nu aan dat zij meer deed dan dat. Ook Bové infiltreerde op haar oude dag bij Ligne Rouge. En wie was mevrouw Bové? De echtgenote van Antoine Delsaut, de vrouw die de telefoon opnam toen Bultot belde voor dat machinegeweer.
Op 15 en 19 maart 1987 ontbiedt Freddy Troch drie agenten van de Staatsveiligheid in zijn kabinet. In de regel zullen zij nooit met iemand vreemd aan de dienst over hun dossiers praten. Met het wetboek in de hand verplicht Troch hen onder ede enkele vragen te beantwoorden. De agenten zijn Rudi M., de runner van Bové, zijn collega Serge C. en hun overste, Antoine D. Hij is adjunct-brigadechef in het onderzoek naar de CCC. De Morgen kon de hand leggen op de teksten van deze ondervragingen. Het is dat we nu weer met de zaak-Belliraj zitten, anders zouden we dit alles wellicht bestempelen als du jamais vu.
Rudi M.: "Bultot had contact opgenomen met Delsaut teneinde aan een mitraillette te raken. Dat was kort voor de feiten te Aalst. Ik heb mij dan de bedenking gemaakt of dit een toevalligheid was (...). Het betrof een weekend en tijdens de weekends is op de Staatsveiligheid niemand aanwezig."
Antoine D.: "Mevrouw Bové was werkzaam in linkse kringen. Ze was een waardevolle informante (...). Mijn opdracht was om niet te werken op rechts. Ik heb enkel de gegevens die Delsaut mij verstrekte ten informatieven titel genoteerd en overgemaakt. Het is me onbekend of het Huis (de Staatsveiligheid, ddc) gewerkt heeft op de persoon van Bultot. Alle aandacht was toegespitst op de CCC. Mocht er op Bultot of de bende gewerkt zijn, dan zou ik dat logischerwijze geweten hebben."
Rudi M.: "U zegt mij dat het eigenaardig voorkomt dat iemand die toch bekend is zoals Bultot, de dag voor Aalst op zoek is naar een mitraillette 9 mm., dat daarvan een rapport wordt gemaakt en dat daar blijkbaar niet verder op ingegaan wordt. Ik heb gedaan wat ik meende dat ik moest doen."
Hier en daar zijn wel nota's gemaakt, zeggen de agenten. Het was de oude Antoine Delsaut die hen bleef bestoken met zaken die hij van Bultot had vernomen.
Antoine D.: "De eerste nota ging over de Jonathan, confituurfuiven, de bezoekers, Francis Dossogne en dergelijke."
Rudi M.: "Ik kan er wel nog aan toevoegen dat Delsaut en Bové beweerden dat er videobanden bestonden over het gebeuren in de Jonathan."
Een mens moet zijn prioriteiten stellen. De Bende van Nijvel heeft 28 burgers vermoord en de natie in shocktoestand gebracht. Door een toeval heeft de Staatsveiligheid een mannetje naast de hoofdverdachte zitten en die vertrouwt de informant in die mate dat hij bij hem gaat aankloppen als hij dringend een machinegeweer nodig heeft. Wat doet de Staatsveiligheid?
Antoine D.: "Gezien het feit dat mevrouw Bové infiltreerde in linkse milieus zouden wij hen ten stelligste afgeraden hebben, en zelfs verboden, om rechtse milieus te infiltreren. Antoine Delsaut heeft dat voorgesteld, ik heb hem er duidelijk op gewezen dat niet ging." Wat gebeurde er met het bandje waarop de hoofdverdachte in tempore non suspecto verkondigt dat hij daders kent? Dat bandje, zegt agent D., heeft bestaan. Hij heeft er op 12 november 1985 naar zitten luisteren. En daarna? Goede vraag. Troch heeft het in elk geval nooit in handen gekregen.
Als de rol van Elisabeth Bové de Staatsveiligheid ergens kon beroeren, dan enkel omdat op 1 april 1986 in haar huis een huiszoeking plaatsvond waarbij de BOB op zoek ging naar verboden wapens en alle kasten opende. In paniek belde Bové de Sureté. Serge C. sprong meteen in zijn wagen, zwaaide wat met zijn badge en kreeg de agenten zo ver dat ze hem een koffertje vol documenten lieten meenemen.
Antoine D.: "Het betrof verslagen van vergaderingen van Ligne Rouge en ledenlijsten. Ik heb de valies meegenomen. 's Anderdaags heb ik op de Staatsveiligheid een gesprek gehad met mevrouw Bové en duidelijk gesteld dat wat gebeurd was, het zelf bijhouden van die documentatie, tegen alle deontologische regels was, en dat dit niet meer mocht gebeuren."
Serge C.: "Dit had enkel tot doel onze infiltrant niet te verbranden."
Bové, zo leren de verklaringen van de drie agenten nog, was een stipte, eigenlijk veel te stipte informante. Ze noteerde alles, met uur en minuut erbij. Er kan daarom weinig twijfel bestaan over de data die zij en haar man plakken op de contacten met Jean Bultot. Er kwam een helse procedureslag bij kijken om Bultot eind 1987 in Paraguay te gaan ondervragen. "We wisten toen nog niet van die saga met de Staatsveiligheid", zegt een toenmalige speurder van de Delta-cel van Troch.
"Bultot zei gewoon: 'Dat gesprek, daags voor Aalst, dat is verzonnen.' We konden niet doorvragen, want ook toen heette het dat we de heilige bronnen van de Staatsveiligheid niet mochten verbranden. Een confrontatie met dat koppel was om dezelfde reden uit den boze. Toen Bultot in 1990 met veel bombarie aan België werd uitgeleverd, werd Dendermonde van de zaak afgehaald. Het onderzoek werd overgenomen door Charleroi en zij hebben er niets mee gedaan."
"Staatsveiligheid achter valse aantijgingen"
In een mail laat Jean Bultot weten dat hij niet meer met De Morgen communiceert. Hij wil enkel kwijt dat het juist de Staatsveiligheid is die achter al die "valse aantijgingen" tegen hem zit: "Vergeet niet dat ik Jean Gol heb aangeklaagd als opdrachtgever voor de Bende van Nijvel. Daarna, dankzij Jean-Pierre Van Rossem, heb ik ontdekt dat hij niet de chef was, maar dat je nog hoger moet zoeken. Ik ben erachter gekomen dat ik mijn hele leven gekloot zal worden zonder enige mogelijkheid tot verweer."
Een zucht weerklinkt bij Eddy Vos van de cel-Waals-Brabant, die een kwarteeuw na datum nog steeds naar de Bende van Nijvel speurt. "Het verhaal van die twee informanten is ons bekend", zegt Vos. "Een gemiste kans? Men mag niet vergeten dat de Staatsveiligheid een andere rol te vervullen heeft dan een politiedienst. Maar ik kan u niet beletten vast te stellen wat toen is gebeurd." De CWB vestigt haar hoop op een doorbraak nu op profilers.
|
Bron » Douglas De Coninck | De Morgen | Maart 2008 Forum » Bespreek Jean Bultot
|
| Zie ook » Aalst | Bouhouche & Beijer | Staatsveiligheid | Dendermonde | Cel Waals Brabant | De zaak CCC |
De huiszoeking
Een gevangenisdirecteur als wapenhandelaar
Op 14 november werd aan het parket te Brussel gemeld dat Jean Bultot in zijn woonplaats in de gevangenis van Sint-Gillis wapens en munitie zou hebben verborgen. Bij een huiszoeking werden verschillende laders van vuurwapens, verscheidene honderden patronen en zes bussen buskruit ontdekt. Bultot gaf toe aan verschillende personen te hebben verkocht en zelf het merendeel van de bij hem gevonden patronen te hebben gefabriceerd. Er zij aangestipt dat Bultot een vurig wapenliefhebber was en in een schietclub aan 'practical shooting' deed.
Ten laste van Jean Bultot werd een paar dagen later - op 16 november 1985 - een aanhoudingsbevel uitgevaardigd. Kort na de arrestatie van Jean Bultot werd een huiszoeking verricht in zijn ambtswoning. Op dat moment belde een man aan, die zich legitimeerde als lid van de Staatsveiligheid. Hij vroeg de spullen te mogen doorlopen die in beslag werden genomen. Toen hij de aktetas van Bultot nam, die enkele documenten bevatte en aanstalte maakte ermee te verdwijnen, zeiden de speurders dat dat niet kon. Het kwam tot een hoogoplopende discussie, die zowat een half uur duurde. Toen trok de man van de Staatsveiligheid zijn dienstwapen en verdween met de aktetas ...
| Zie ook » Bouhouche & Beijer | Staatsveiligheid |
De vlucht
'Ik zei haar dat, indien ik bleef, men me opnieuw zou oppakken'
Op 26 januari '86 levert onderzoeksrechter Schlicker het aanhoudingsmandaat af tegen Madani Bouhouche, wegens 'medeplichtigheid aan moord' op Juan Mendez. De dag daarop verdwijnt Jean Bultot in gezelschap van de moeder van zijn kind, Arlette Lichert, samen met hun zoon. Omstreeks 10u30, zo vertelt Bultot, zag hij dezelfde rijkswachter in burger die hem in november al volgde, bij het verlaten van zijn woning. Bultot telefoneert naar Claudine Falkenburg. 'Ik zei haar dat, indien ik bleef, men me opnieuw zou oppakken', zo verklaart hij. Volgens bepaalde bronnen werd Bultot getipt vanuit een bepaalde fractie van de Staatsveiligheid. Bultot verwittigd Francis Dossogne, leider van Forces Nouvelles. Hij vraagt voor hem de vlucht te organiseren. Het is Francis Dossogne zelf die Bultot, Lichtert en hun zoon overbrengt naar een schuilplaats in Bergen.
Het gezelschap rijdt naar de herberg van Gerard Blot, kaderlid van de plaatselijke Forces Nouvelles-afdeling. Kleding, diploma's en schutterfoto's worden naar daar overgebracht. Bultot ontmoet daar nog een aantal practical shooters uit de 'Phenix'. De grens wordt overgestoken via een kleine landweg. Het is Dossogne persoonlijk die het gezelschap tot in Orly brengt. Daar blijkt het onmogelijk om op de lijn 'Lineas Argentinas' te boeken voor Zuid-Amerika. Dossogne brengt Bultot tot het station van Austerlitz. Daar neemt het gezelschap afscheid van de leider van Forces Nouvelles en vertrekt met de trein naar Madrid. De volgende dag komen ze aan en brengen de nacht door in een hotel. Op 29 januari '86 koopt Bultot tickets bij de Spaanse luchtvaartmaatschappij Iberia, met eindbestemming Assuncion in Paraguay. Daar wordt Bultot opgewacht door zijn politieke vrienden. De vogel is gevlogen. Pas op 11 mei '86 wordt adjunct-gevangenisdirecteur Jean Bultot 'van ambtswege ontslagen', omwille van het feit dat hij zonder geldige reden afwezig bleef op zijn werk. Op dat moment zit hij veilig in het Paraguay van Stroesser, het land waar vele extreem-rechtse politieke landen asiel vonden.
| Zie ook » Bouhouche & Beijer | Staatsveiligheid | Front de la Jeunesse |
De Bende-verdachte
De getuigenis van een jogger
In mei '87 meldt een getuige zich bij de onderzoeksgroep in Charleroi. De getuige wordt in het proces-verbaal van het verhoor niet bij naam genoemd. De man bestierf het immers van de angst. Hij wordt door de verbalisant omschreven als iemand die de indruk geeft geloofwaardig te zijn en als iemand die dagelijks tot tweemaal toe zijn geliefkoosde hobby beoefent, joggen. De 'jogger' verklaart dat hij een foto zag van Jean Bultot in La Dernière Heure van 1 juli 1986 en dat hij hem formeel identificeerde als de man die zich herhaaldelijk, 7 à 8 maal, aan de benzinepompen van de Colruyt ophield in de periode voor de overval in Nijvel. De dag van de feiten zag hij opnieuw dezelfde man op dezelfde plaats.
De jogger vertelt er nog bij wat hij dacht: "Tiens, dat is zo iemand als ik, die buiten op zijn vrouw wacht op het moment dat zij in het warenhuis de inkopen doet." Volgens de jogger gaat het om Bultot, ondanks het feit dat de man een naar beneden gekrulde snor droeg en lang gegolfd haar, wellicht een pruik. De man verplaatste zich, volgens de jogger, de dag van de feiten in een witte Mercedes. Bij andere gelegenheden zag hij een rode wagen, die telkens halt hield voor een eetgelegenheid in de onmiddellijke omgeving van de Colruyt. Men legt de man andere foto's voor. Telkens opnieuw duidt hij Bultot aan als de persoon die tijdens de nacht van 16 op 17 september 1983 aanwezig was op de Colruytparking.
De rogatoire commissie
Het parket van Charleroi laat na dat van Dendermonde op de hoogte te brengen van de gevoelige getuigenis van de jogger, terwijl het onderzoek daar juist de richting van Bultot uitgaat. In de periode dat de zaak van de Borinage-verdachten in Bergen in behandeling wordt genomen voor de Kamer van Inbeschuldigingstelling, met het oog op de verwijzing naar assisen, lekt de zaak in de pers uit. De volgende dag ontmoeten de procureur-generaals van de betrokken parketten-generaal elkaar. Plots wordt het sturen van een rogatoire commissie naar Paraguay, met het oog op het ondervragen van Bultot, erg dringend. Er wordt besloten tot een rogatoire commissie. Wanneer de leden van de rogatoire onderzoekscommissie al met de Iberia-vliegtuigtickets op zak rondlopen op vrijdag 23 oktober 1987, neemt de onderzoeksgroep van Jumet telefonisch contact op met Bultot. Men wil tot definitieve afspraken komen. Bultot lijkt echter onbereikbaar, spoorloos.
Het vermoeden groeit op het parket-generaal in Bergen dat de vogel gevlogen is en dat de rogatoire commissie Bultot gewoon niet zal kunnen opsporen om hem te ondervragen. Eenzijdig beslist de Bergense procureur-generaal tot het afgelasten van de hele operatie. De andere parketten-generaal worden laattijdig van dit nieuws op de hoogte gebracht. Daags nadien wordt aanvraag gedaan bij de Paraguayaanse autoriteiten door de Parketten van Nijvel en Dendermonde. Het blijkt dat Bultot helemaal niet onderdook, integendeel. Hij bleek gearresteerd te zijn op beschuldiging van betrokkenheid bij een illegale wapentrafiek en in de gevangenis van Assuncion te verblijven.
Vanuit België werd geen enkele stap gezet om deze arrestatie te bewerkstelligen, zodat mag aangenomen worden dat het initiatief tot de aanhouding volledig uitging van de gerechtelijke autoriteiten in Paraguay zelf. Zo gauw men in België realiseert dat Bultot gelokaliseerd is in de gevangenis, worden de vliegtuigtickets terug aangekocht en reist de rogatoire commissie af, richting Assuncion. De drie politie-functionarissen hebben elk een lange vragenlijst op zak, die door Buitenlandse Zaken werden beoordeeld voor de afreis. Veertien dagen later keert de rogatoire commissie terug. Bultot heeft niets nieuws verteld.
De getuigenis van Jean Bultot
Volgens het verhaal van Jean Bultot aan de rogatoire commissie in '87 zou het duo V.C. en V.D. de overval op wapenhandelaar Dekaise hebben gepleegd. Volgens Bultot zijn beide na de overval gevlucht naar een café in Diegem. Hetzelfde café, zo bleek, werd gebruikt door andere extreem-rechtse militanten om zich te verbergen. Zo zouden onder andere de militanten die de redactielokalen van het weekblad Pour in brand staken, zich verborgen hebben in het café in Diegem.
Diezelfde V.C. was betrokken bij een diefstal op 16 januari 1982, gepleegd op het rijkswachtdetachement in Zaventem. Bij die gelegenheid gingen de dieven aan de haal met een reeks dienstpistolen. In maart '82 werden de daders gearresteerd. Het bleek te gaan om een voormalig rijkswachter van het detachement en een cafébaas uit Diegem. De onderzoekers hebben de beschuldigingen van Jean Bultot een tijd nauwgezet afgedwongen. Zonder enig resultaat echter. Maakt Bultot enkel mist?
| Zie ook » Nijvel | Staatsveiligheid | Onderzoek Nijvel | Dendermonde |
De uitlevering
Maart 1990
Op 1 maart 1990 vraagt de Belgische regering de uitlevering van Jean Bultot. De Zuid-Afrikaanse regering heeft geen bezwaar. België mag de verloren zoon komen ophalen. Het duurt nog tot het einde van het jaar voor Jean Bultot met veel mediavertoon in een C-130 van het Belgisch leger naar België wordt teruggevlogen. In een mededeling aan de pers, gedateerd op 5 januari 1991, stelt Bultot dat er bij zijn uitlevering bewust getreuzeld werd om redenen die hij niet kent.
Achteraf blijkt dat Jean Bultot pas werd uitgeleverd nadat de beslissing over de overheveling van de Dendermondse dossiers naar Charleroi definitief was beslecht. minister van Justitie Melchior Wathelet, die hier dikwijls over werd ondervraagd, heeft steeds volgehouden dat dit louter toeval was. Dat er lang werd getreuzeld met de uitlevering van Jean Bultot, langer dan nodig was volgens de Zuid-Afrikaanse autoriteiten, kan men echter moeilijk ontkennen.
| Zie ook » Onderzoek Nijvel | Dendermonde | Bendecommissie I |