Filière Boraine
Inleiding
Tussen 1 december 1983 en 27 september 1985 laat de Bende niets meer van zich horen. Bij het parket in Nijvel, waar onderzoeksrechter Jean-Marie Schlicker inmiddels Guy Wezel is opgevolgd als hoofd van het onderzoeksteam, menen sommige rechercheurs dat deze stilte erop wijst dat enkele gangsters die - verdacht van een aantal Bende-feiten - werden ge arresteerd wel degelijk de beruchte doders van Waals Brabant zijn. De geschiedenis zal hen ongelijk geven. De vermeende daders zijn Jean-Claude Estiévenart, Josianne de Bruyn, Michel Baudet en Michel Cocu. Ze worden niet zonder bombast de filière boraine genoemd, omdat ze allen werden aangehouden in Bergen, de belangrijkste stad in de Borinage.
Na marathon-ondervragingen gaan sommige verdachten door de knieën en bekennen om het even wat. Bekentenissen die ze onveranderlijk de volgende dag weer intrekken. Langzaam brokkelt het dossier tegen de Borains af. Na maanden voorhechtenis werden ze één na één vrijgelaten. De laatste trekt op 22 mei 1985 de poort van de gevangenis achter zich dicht. De Bende van Nijvel verdwijnt uit de pers en het publiek wordt meteen met een andere vorm van terreur geconfronteerd. Van oktober 1984 tot het najaar zaait een organistatie die zich Cellules Communistes Combattantes noemt terreur met een reeks bomaanslagen, die steevast gevolgd worden met warrige opeisingspamfletten die in een marxistische sausje ondergedompeld zijn.
Rechercheurs en media houden zich volop bezig met dit voor België nieuw fenomeen. Het Centraal Bureau der Opsporingen stuurt weliswaar op 16 oktober 1984 nog een 'niet-dringend bericht van opsporing' naar de districten met daarin een overzicht van alle gepleegde overvallen van de Bende, maar ook deze démarche levert geen enkel tastbaar resultaat op. Het onderzoek lijkt ingedommeld! Daar komt echter op dramatische wijze verandering in, door de overvallen op de Delhaize grootwarenhuizen in Eigenbrakel en Overijse op 27 september 1985.
| Forum » Bespreek het onderzoek |
| Meer » Anderlues | Eigenbrakel & Overijse | Onderzoek Nijvel | De zaak CCC |
Het begin van de Borinage-piste
25 Mei 1983
Ondanks de schijn van het tegendeel, is het de gangsters nauwelijks om de buit te doen. Het zijn geen roofovervallen, maar aanslagen. Vanwege hun onderlinge overeenkomsten worden de brutale aanslagen toegeschreven aan een en dezelfde groep, de Bende van Nijvel. De politiediensten komen onder steeds grotere druk te staan om de daders te vinden. De arrestatie van de Bende zou een enorme opluchting zijn, die de mensen in staat zou stellen de collectieve nachtmerrie de rug toe te keren. De BOB van Bergen gaat uit eigen beweging op onderzoek uit. Ze identificeert de kandidaat-Bendeleden verrassend snel. Het gaat om Michel Cocu, een voormalig politieman, en diens entourage van Vierdewereldfiguren uit de Borinage.
In de BOB van Bergen loopt een zekere Christian Amory rond, een ex-lid van de groep Dyane, en net als Bouhouche actief in extreem-rechtse kringen. De Bergense BOB laat de Borains, Michel Cocu, Michel Baudet, Adriano Vittorio, Jean-Claude Estiévenart en Kaci Bouaroudj, schaduwen. De informatie wordt niet meegedeeld aan onderzoeksrechter Guy Wezel, die verantwoordelijk is voor het onderzoek naar de Bende van Nijvel. De BOB'ers maken zelfs geen PV's op en laten Wezel in het ongewisse. Er gebeuren nog rare dingen. Onder druk van de BOB van Bergen en uit angst voor Amory, bezorgt Josiane Debruyn op 25 mei 1983 de Rüger-revolver P38 van haar man, Jean-Claude Esstiévenart, aan de BOB in Colfontaine. Het wapen, aangekocht door Michel Cocu, wordt dezelfde dag aan de BOB van Bergen bezorgd, waar het tegen alle regels in blijft rondslingeren en op 10 juli 1983 zelfs voor proefschieten wordt gebruikt.
Pas op 29 juli 1983 sturen de Bergense BOB'ers het wapen naar Halle. Via onderzoeksrechter Kesseloot laat de BOB een ballistisch onderzoek uitvoeren door commandant Claude Dery, een voormalig officier van de militaire veiligheid. Dery legt een verband tussen de Rüger-revolver en de overval in Genval. Nog steeds weet onderzoeksrechter Guy Wezel van toeten noch blazen. Kennelijk aanvaardt de BOB geen leiding van door de justitie, die de geleverde informatie moet kunnen controleren, zeker als die niet berust op klassiek speurwerk maar op onconventionele observatietechnieken van de groep Dyane.
| Meer » Voorjaar 1983 | Bouhouche & Beijer | Onderzoek Nijvel | Rijkswacht |
De arrestatie van de Borains
17 Oktober 1983
Op 17 oktober 1983 komt de geheime onderzoekscel op de nationale staf in Brussel bijeen. Majoor Gilbert leidt de vergadering. Het speciale rijkswachtteam besluit de bende-Cocu nog intenser te schaduwen en op korte termijn op te rollen. De rijkswacht is nu wel verplicht Guy Wezel op de hoogte te brengen van haar bevindingen, want de onderzoeksrechter is nu eenmaal de enige die een bevel tot aanhouding kan afgeven. Wezel staat perplex. Hij voelt zich voor de gek gehouden door de rijkswacht, die gehandeld heeft alsof hij niet bestond.
Hij kan zich niet aan de indruk onttrekken dat de BOB van Bergen het dossier zonder enige inspraak 'voorkookte' en met de Rüger P338 van Estiévenart knoeide. Dat wringt des te meer omdat de BOB niet eens een pv opmaakte van illegaal wapenbezit. Het lijkt wel een slechte politiefilm. Toch geeft Wezel na een gesprek met Claude Dery toestemming om de Borains een week lang te schaduwen. Drie dagen later meldt de rijkswacht dat Estiévenart onraad ruikt. Wezel wordt verzocht een aanhoudingsbevel af te geven, wat hij noodgedwongen doet. Jean-Claude Estiévenart wordt op 23 oktober 1983 ingerekend door de extreem-rechtse BOB'er Christian Amory.
28 Oktober 1983
Het gerecht houdt de bende van de Borinage aan op verdenking van gewapende warenhuisovervallen. Men vraagt zich af of er links zijn met de Bende van Nijvel. Een dag later lekt het nieuws uit in de pers.
29 Oktober 1983
Dan, als een donderslag bij heldere hemel, komt de laatste zaterdag van oktober 1983. Die dag staat over de hele breedte van de voorpagina van een Brusselse krant dat drie personen, een paar uit Wasmes en een inwoner van Boussu ondervraagd zijn en in voorlopige hechtenis werden genomen door onderzoeksrechter Guy Wezel, de magistraat die in Nijvel belast is met het dossier van de slachtpartijen. Tegen de middag verspreidt de Procureur des Konings van Nijvel een verre van triomfantelijke communiqué, waarin hij de pers verzoekt geen overhaaste conclusies te trekken. Juist is, voegt hij hieraan toe, dat de verdachten aangehouden werden, maar het zou meer dan voorbarig zijn hen als beschuldigden te zien.
De journalisten, die zich afjakkeren om meer te weten te komen, stellen vast dat politie- en rijkswachteenheden van Nijvel, Waver, Bergen, Brussel en Charleroi een niet aflatende activiteit ontplooien en dat de Procureur des Konings van Nijvel, Jean Deprêtre, zelf al verschillende nachten werkend doorgebracht heeft in de gevangenis. Zeker niet alleen om het met de directeur van die instelling te hebben over de problemen van de overbevolking in de gevangenis ... Mettertijd laten de autoriteiten andere personen arresteren maar worden nog anderen vrijgelaten. Naamlijsten doen de ronde. Een jonge vijfendertigejarige vrouw, Josiane Debruyne, zou aan de basis liggen van de valstrik waar haar echtgenoot, Jean-Claude Estiévenart, een failliet ondernemer van 38 jaar uit de Rue de la Louise in Wasmes, evenals een zekere Michel Cocu, gewezen politie-agent in Boussu, zijn ingelopen.
De onderzoeksrechter heeft dan een zekere Michel Baudet laten arresteren, een werkloze kelner die inwoont bij zijn moeder op nummer 5 van de Rue de la Varese in Petit Hornu. Adriano Vittorio, een drieëndertigjarige Fransman, is voorlopig de vijfde en laatste naam die voorkomt op het lijstje van wat de onderzoekers al de 'filière boraine' noemen. Om er de spanning in te houden, geeft men te verstaan dat deze Vittorio een grote, fors, gebouwde en sterke kerel is, 1m84 groot en 120 kilo wegend, een voorkomen dat dus wel doet denken aan dat van de gangster van Beersel ...
Voor het ogenblik spannen de verslaggevers, die op verzoek van het gerecht moeten zwijgen over de details van het onderzoek, zich vooral in om te begrijpen hoe de politie ertoe gekomen is in de Borinage te gaan snuffelen en aandacht te besteden aan deze vijf nogal onbetekenende individuen, waaronder enkelen die weliswaar al met het gerecht in aanraking kwamen, maar dan wel om vrij onbelangrijke misdrijven. Men verneemt dan dat de opwinding bij de onderzoekers, hun gevoel dat ze dichtbij de onthulling van het mysterie zitten, te maken heeft met de ontdekking van een wapen, een Sturm Ruger, type Police Service Six Stainless, kaliber 38, geregistreerd onder nummer 153-26696.
De onderzoekers hadden sedert 20 mei 1983 een wapen van de Bende van Nijvel in hun bezit, een pistool dat een zekere Michel Cocu vier jaar voordien gekocht had in een wapenhandel in Bergen. Deze Ruger was in Brussel door commandant Dery onderworpen geweest aan een reeks ballistische experimenten. Deze expert meent dat dit wapen zonder twijfel werd gebruikt bij de hold-up in Genval op 11 februari 1983 en waarschijnlijk ook gediend heeft bij de hold-up in Halle. Dit heeft hij op 20 juli aan de gerechtelijke autoriteiten van Nijvel laten weten. Sedert een juli dus, werd een ongelofelijke reeks maatregelen getroffen om te voorkomen dat er iets naar de pers zou uitlekken. Terwijl de overvallen vermenigvuldigden waarbij in het arrondissement zes nieuwe slachtoffers vielen, hadden de onderzoekers in alle stilte het spoor gevolgd van diegenen die weldra de 'filière boraine' zouden vormen ...
De eerste onthullingen van Michel Cocu komen er in de tweede helft van november. De 19de bekent hij samen met Michel Bauder en het paar Estiévenart deelgenomen te hebben aan de overval in Genval. Jean-Claude Estiévenart zou op de automobilist geschoten hebben, maar de beschuldigde ontkent dit hardnekkig. De ondervraging van Michel Cocu die de 24ste rond de middag begint, duurt tot de volgende morgen vijf uur. Een resultaat wordt geboekt. Cocu bevestigt zijn deelname aan de hold-up in Genval, zijn aanwezigheid bij de Delhaize in Ukkel en - samen met Estiévenart, Baudet en Vittorio - bij de bloedige strooptocht in de Colruyt van Nijvel waar een voorbijkomend paar en rijkswachter Marcel Morue werden afgemaakt.
Na deze verklaringen en enkele details die dus in de loop van de nacht aan het licht waren gekomen, ondervragen de onderzoekers de schroothandelaar Robert Becker, en vier andere individuen. Het viertal wordt na verhoor terug in vrijheid gesteld, op 1 december 1983 nogmaals verhoord en tegen de middag in vrijheid gesteld. In Nijvel zijn gerechtelijke politie en rijkswacht ervan overtuigd op het goede spoor te zitten, maar ze beseffen maar al te goed dat het eind van hun inspanningen nog niet in zicht is. De zaak ziet er nog ingewikkelder uit dan men zich kon voorstellen, ondanks de aanhouding van deze verdachten en de bekentenissen die drie onder hen hebben afgelegd, blijven de vragen talrijker dan de steeds onvolledige antwoorden. Het mysterie van de Brabantse slachtpartijen is nog lang niet opgehelderd.
| Meer » Bouhouche & Beijer | Onderzoek Nijvel | Rijkswacht |
De 36 bekentenissen
De Borains en hun 36 bekentenissen in verband met de overval in Nijvel
Dit verslag gaat over de hold-up op de Delhaize in Genval, over de moord op de gerant van de Colruyt in Halle en over de slachtpartij aan de Colruyt in Nijvel. In de vier jaar dat allerlei verdachten verhoord werden zijn zij de enige drie die tot bekentenissen zijn overgegaan. Natuurlijk deden ze dat onder druk, individuen die ervan beschuldigd worden deelgenomen te hebben aan een reeks hold-ups waarbij in totaal achtentwintig doden vielen worden niet door de rechercheurs in een tea-room ondervraagd. Andere verklaringen werden afgelegd zonder dat enige morele of fysieke druk werd uitgeoefend. Dat is ondermeer het geval voor Michel Baudet, die familieleden liet verstaan, behoord te hebben tot de meest bloeddorstige criminele bende uit de Belgische geschiedenis. Hetzelfde geld voor Michel Cocu. Toen hij bij het Vreemdelingenlegioen was, verkondigde hij gelijkaardige praat aan een zekere Etienne Delespesse.
We keren terug naar de bekentenissen gedaan tijdens verschillende rijkswacht- en politieverhoren. In de ontstellend precieze bekentenis van Michel Cocu wordt Michel Baudet als een van de eersten vernoemd. Aan de slachtpartij in Nijvel waarbij in de nacht van 16 op 17 september 1983 drie personen werden geëxecuteerd, hebben volgens Michel Cocu in totaal negen personen deelgenomen. Vijf van de negen droegen kogelvrije vesten. Michel Cocu liet hierbij de volgende namen vallen: Robert Becker, Jean-Claude François, Michel Baudet, Josiane Debruyn, Jean-Claude Estievenart, Jean-Louis Dramaix en Adriano Vittorio. Zo gaf hij ondermeer aan dat de bende zich aan boord van vier wagens verplaatste.
Michel Cocu had het over de Saab 900 Turbo die Adriano Vittorio begin juni 1983 in een garage in Eigenbrakel had gestolen. Adriano Vittorio zou samen met Robert Becker in deze wagen gezeten hebben. Michel Cocu heeft het verder nog over een BMW, waarin hijzelf en Michel Baudet hadden plaatsgenomen. Josiane Debruyn en Jean-Claude François bevonden zich in een Peugeuot 604 Turbo. Het laatste voertuig dat voor de expeditie naar de Colruyt in Nijvel gebruikt werd, was een zware Bedford vrachtwagen die bestuurd werd door garagehouder Francesco Nardella. Deze laatste wachtte, niet ver van Nijvel, op een parkeerstrook van de snelweg E19, op de terugkeer van de bende. Die vrachtwagen moest dienen om de door pech getroffen wagens op te laden.
In zijn eerste, in november 1983, afgelegde bekentenissen, verteld Michel Cocu dat Michel Baudet, Adriano Vittorio, Josiane Debruyn en Jean-Claude Estievenart aan de slachtpartij aan de Colruyt in Nijvel hebben deelgenomen. Iets later erkent hij geschoten te hebben op de rijkswachtwagen, waarin twee rijkswachters zaten, en dat hij vergezeld was, naast de eerder vermelde personen, van Kaçi Bouaroudj. Hij voegt hieraan toe dat er niets zou gebeurt zijn indien niet onverwacht een witte Mercedes was opgedoken aan het tankstation van de Colruyt. Michel Cocu preciseert dat hij zich op dat moment aan het stuur van de BMW bevond. Michel Baudet was aangeduid als uitkijkpost en het zou Robert Becker geweest zijn die als eerste het vuur heeft geopend, toen nog zonder iemand te treffen.
Alsook beweert Michel Cocu dat het paar uit de Mercedes door Jean-Claude Estievenart werd neergeschoten, en dat bij aankomst van een rijkswachtwagen, Adriano Vittorio het werk heeft afgemaakt en eerste wachtmeester Marcel Moreu het genadeschot gaf met de woorden " nog een flik minder". Tweede wachtmeester Lacroix, die zich voor dood hield, zal later de uitspraak bevestigen. Michel Cocu duidt ook de plaats aan waar nadien een vuurgevecht in regel ontstond met de politie van Eigenbrakel.
Op enkele nuances na, stemmen de bekentenissen van Michel Cocu ook overheen met de verklaringen van Adriano Vittorio. Adriano Vittorio, met de bijnaam King Kong, geeft daarbij toe een lader leeg geschoten te hebben in de richting van de Mercedes en met zijn riotgun op de Eigenbrakelse politie geschoten te hebben. Hij voegt hier nog aan toe in juni in Eigenbrakel zuurstofflessen heeft gestolen en in diezelfde gemeente een Duitse herdershond gedood heeft bij de diefstal van de Saab 900 Turbo uit de garage van Michel Jadot.
In deze bekentenissen wordt een zekere Willy De Schepper tot tweemaal toe genoemd, een zeker L. keert drie keer weer, Jean-Louis Dramaix wordt zesmaal vernoemd, Robert Becker en Josiane Debruyn elf keer, de garagehouder Francesco Nardella komt er veertien keer in voor, de Algerijn Kaçi Bouaroudj nog iets meer, zijn naam wordt vijftien keer vermeld, Jean-Claude Estievenart komt er dertig keer in voor, Michel Baudet tweeëndertig keer, Jean-Claude François bereikt de verontrustende score van vierendertig, maar hij wordt afgetekend verslagen door Michel Cocu en Adriano Vittorio, die beiden maar liefst vijfendertig keer vermeld worden! Daarbij geeft Michel Cocu toe dat hij inderdaad de Peugeuot 504 bestuurde, die op 28 januari gestolen werd in Watermaal Bosvoorde, tijdens de gewapende overval op de Delhaize in Genval.
Michel Baudet, Kaçi Bouaroudj, Josiane Debruyn, Jean-Claude Estievenart en Adriano Vittorio namen allen deel aan deze hold-up. Josiane Debruyn zou daarbij in de wagen gebleven zijn en Adriano Vittorio zou met zijn riotgun in de zoldering van de supermarkt en op een automobilist gevuurd hebben die hun de weg wou versperren. Michel Baudet zijn rol, zou net zoals bij de Colruyt in Nijvel, beperkt blijven tot het in de gaten houden of er geen politie of rijkswacht aankwam. Ook verklaart Michel Cocu dat de met een 9mm pistool gewapende Kaçi Bouaroudj als eerste is buitengekomen gevolgd door Adriano Vittorio en dan door Jean-Claude Estievenart die een beetje later kwam omdat hij een schot had afgevuurd in de richting van de wagen van Jacques Culot.
Tenslotte geeft Michel Cocu ook aan dat Adriano Vittorio, vooraleer de Peugeuot 504 te verlaten, het opsporen van eventuele vingerafdrukken onmogelijk heeft gemaakt door twee ruiten stuk te slaan met de kolf van zijn riotgun en een schot joeg door de achterruit van de wagen. Deze precisering klopt volledig met de uitgevoerde vaststellingen. Bij de wedersamenstelling in Nijvel van de slachtpartij aan de Colruyt, beweren Kaçi Bouaroudj en Jean-Claude Estievenart dat Adriano Vittorio hen had laten weten dat ze met het ondertekenen van hun verklaringen respectievelijk het negenentwintigste en dertigste slachtoffer zouden worden van de Brabantse doders.
| Meer » Voorjaar 1983 | Nijvel | Onderzoek Nijvel |
De brief van Michel Cocu
Een mysterieuze organisatie
Het is maart 1984. Claudine Jansens, tewerkgesteld in een Club-winkel in de Victor Allardstraat in Ukkel, heeft in een aktetas die in de winkel achtergelaten was een merkwaardige brief gevonden. Een brief die naar alle waarschijnlijkheid door Michel Cocu werd geschreven. In die brief is er sprake van de in Genval, Ukkel, Halle, Nijvel en Anderlues gepleegde feiten. De brief bevat ook een passage die betrekking heeft op Christelle Cocu en op Jacqueline Géva, de minnares van Michel Cocu. In de brief wordt beweerd dat de slachtpartijen in Brabant te wijten zijn aan een mysterieuze organisatie, VDO genaamd, een organisatie waartoe Adriano Vittorio zou behoord hebben en die gefinancierd werd door Léon Degrelle. Het doel was om in België terreurdaden te plegen die verhuld werden als hold-ups. Michel Cocu bleef echter zijn toestemming weigeren om een geschrifttest te ondergaan.
|
Bron » De Bende: Een documentaire | Paul Ponsaers & Gilbert Dupont | 1988 Forum » Bespreek dit artikel
|
Het einde van de Borinage-piste
Het stagnerende onderzoek
Na de bloedige overval in Anderlues verstrijken de weken en de resultaten laten te wensen over. Michel Cocu als schuldige? Men probeert er nog in te geloven maar de twijfel begint te knagen als een worm in een te rijpe vrucht. Bepaalde leden van de gerechtelijke politie, van de rijkswacht en zelfs van de Staatsveiligheid, staan nogal kritisch tegenover het gevoerde onderzoek. Volgens hen had men niet alleen in termen van gewoon banditisme moeten denken, maar ook de mogelijke politieke, terroristische dimensie van de zaak moeten onderzoeken. Op het parket van Nijvel blijft Jean Deprêtre toch bij zijn standpunt dat de slachtpartijen op rekening moeten geschreven worden van 'rovers'. Dat men niet verder moet gaan zoeken en dat hij niet aan het hoofd staat van het arrondissement van Nijvel om sciene-fiction romans te schrijven.
Michel Cocu, Jean-Claude Estiévenart, Adriano Vittorio en Michel Baudet daarentegen, vinden wel de tijd om te schrijven. Ze slagen erin brieven aan kranten buiten te smokkelen, waarin ze zogenaamde gestapo-methodes aanklagen, die zouden gebruikt zijn om hen te verplichten de uit de lucht gegrepen bekentenissen te ondertekenen. Na een jaar preventieve hechtenis had men mogen verwachten dat de onderzoekers iets meer zouden te weten gekomen zijn over deze 'filière boraine' en over de twaalf moorden die op veertien maanden tijd gepleegd waren, voor een buit die niet eens vijf miljoen bereikt. Op een jaar tijd is de politie verplicht geweest Richard Brouette in vrijheid te stellen.
Deze begrafenisondernemer werd in juni 1984 aangehouden omdat hij een tijdje de fameuze Sturm Ruger van Michel Cocu, die vroeger in zijn begrafenisonderneming had gewerkt, in bewaring heeft gehad. Ook Robert Becker, alias Baloo, de schroothandelaar die verdacht werd van de overval in Anderlues, heeft men moeten vrijlaten. De weken verstrijken, de 'filière boraine' krimpt in. Het onderzoek stagneert. Het moreel van de onderzoekers is danig verkleind. Men krijgt Michel Cocu niet meer aan de praat. Adriano Vittorio slaat niet door, ondanks alle trucjes die men in Nijvel gebruikt, bijvoorbeeld door een verklikker bij hem op te sluiten met de opdracht Cocu voortdurend te bespieden en eventuele vertrouwelijkheden te brieven. Ten einde raad geven de onderzoekers het ondervragen op.
Vittorio, Cocu en Baudet vrezen gedurende verscheidene weken dat men ze op het justitiepaleis van Nijvel uit het oog heeft verloren. De Procureur des Konings, een oude rot in het vak die de dertien dozen waaruit het dossier op dat moment bestaat van buiten kent, weet maar al te goed dat zijn werk voor een assisenhof weinig gewicht in de weegschaal zal leggen. Met uitzondering van de bekentenissen, berust de hele constructie nog steeds op het wapen van Michel Cocu, een wapen dat de rijkswacht sedert 20 mei 1983 in haar bezit heeft en dat aan nieuwe expertises wordt onderworpen. Eind 1983 beweert een eerste groep experts dat de Sturm Ruger ongetwijfeld gebruikt werd in Genval en in Halle.
Tot dusver geen gewetensproblemen voor de aanhangers van de 'filière boraine'... Maar in november 1984 wordt het wapen toevertrouwd aan een tweede groep, samengesteld uit drie experts die uiteindelijk uit elkaar gaan zonder het eens geworden te zijn. In januari 1986 verklaard een expert van de Fabrique National dat het onmogelijk is iets te zeggen over Genval, maar dat het wapen zeer waarschijnlijk in Halle werd gebruikt. Drie maanden later komen de Franse diensten van de gerechtelijke identiteit tot gelijkaardige conclusies, maar ze houden daarbij geen rekening met een gegeven dat hun complete rapport invalideert ...
Adriano Vittorio spreekt
Einde 1983 arresteerde de politie verschillende personen die verdacht werden van lidmaatschap van de Bende van Nijvel, de Borains. Begin 1985 zit niemand van hen nog gevangen bij gebrek aan bewijs. Een van hen heet Adriano Vittorio, Fransman en gewezen lid van het SAC, een extreem-rechtse groepering in Frankrijk. Op 22 mei 1985, drie dagen na zijn vrijlating, verklaarde hij aan een journalist van de krant La Dernière Heure: "U kent mijn politieke opvattingen. Wel, ik zal u eens iets vertellen. Men zegt dat de CCC van oorsprong extreem-links zijn. Dat is fout. Het zijn rechtse extremisten die in de strategie van de spanning hun eerste vuurproef hebben doorstaan onder de dekmantel van de Bende van Nijvel."
Verklaringen onder dwang
Naast de andere leden van de 'Borains' heeft ook Vittorio beweerd dat hij er uiteindelijk soms toe kwam om om het even wat te ondertekenen, hopend dat zijn verklaringen later gemakkelijk zouden kunnen weerlegd worden. Op 23 maart 1987, in de rijkswachtkazerne van Jumet, wilden de leden van de speciale cel er het fijne van weten en vroegen ze Michel Baudet welke dwang er op hem was uitgeoefend bij het in Nijvel verricht vooronderzoek. Baudet heeft hierop geantwoord dat hij getergd was geworden door de rechercheurs, dat hij bij de gerechtelijke politie van Charleroi slaag gekregen had, dat hij bij de BOB van Bergen in de rats heeft gezeten en dat hem men heeft beloofd dat hij minder zwaar zou gestraft worden dan de andere als hij zich een beetje gewilliger toonde dan Cocu en Vittorio.
De onderzoekers hebben Baudet dan gevraagd uit te leggen wat hij bedoelde met het door hem gebruikt woord 'getergd'. Hierop heeft Michel Baudet geantwoord dat hij aan zeer lange verhoren werd onderworpen en dat hij bij de gerechtelijke politie in Charleroi ondervraagd werd met een Delhaize-zak over zijn hoofd. Dat ze hem geslagen hadden en dat op zekere dag zijn gebit in tweeën gebroken werd tengevolge van een vuistslag op zijn kaak. Als hij in het kabinet van onderzoeksrechter Guy Wezel, die niemand als een beul zou durven voorstellen, bekentenissen heeft afgelegd, dan kwam dat omdat de magistraat handig op dit 'vooroordeel' had ingespeeld, aldus Baudet.
| Meer » Strategie van de Spanning | Onderzoek Nijvel | De zaak CCC |
Borinage bis - Nieuw onderzoek
Speurders duiken opnieuw in Borinage-milieu
De Cel Waals Brabant, belast met het onderzoek naar de Bende van Nijvel, heeft gisteren huiszoekingen verricht in een caravanpark in het Henegouwse Quaregnon. Vier personen, van wie er één 'zeer sterk' zou lijken op een van de robotfoto's die het gerecht begin dit jaar verspreidde van de Bende-verdachten, werden opgepakt voor verhoor. Ze hebben volgens ingewijden banden met het Borinage-milieu, meer in het bijzonder met de familie Becker, van wie één telg wordt gelinkt aan de diefstal en moord bij een producent van kogelvrije vesten in Temse, in 1983. Een stuk of vijftig rijkswachters - zowat de voltallige cel-Waals-Brabant uit Jumet - streken gistermorgen neer op een ommuurd terrein langs de chaussée de l'Espérance in Quaregnon.
Ze doorzochten er een aantal caravans. De huiszoekingen duurden tot 11.30 uur. Doelwit van de actie was een man die luidens zijn buren "treffende gelijkenissen" vertoonde met een van de vijf gezichten op de tweede serie robotfoto's die enkele maanden geleden werden verspreid. De man en drie mensen uit zijn omgeving werden meegenomen voor verhoor. Bij het ter perse gaan van de krant waren de ondervragingen nog aan de gang. De kans op aanhoudingen leek klein. Juridisch heeft de onderzoeksrechter de tijd tot vanmorgen negen uur De operatie wordt gelinkt aan de Bende van de Borinage. Die opereerde begin jaren tachtig in de oude mijnstreek tussen Bergen en Doornik. De vermeende spilfiguur was Michel Cocu, een ex-politieagent. Hij stond met twee anderen centraal in een proces voor de Bergense rechtbank, begin jaren negentig.
Het drietal legde bekentenissen af, maar trok die later weer in. Tot een veroordeling kwam het nooit wegens vroegtijdige beëindiging van het proces. Het gerecht had een ballistisch rapport achtergehouden dat de verdachten vrijpleitte. De bendeleden hielden zich op in het autozwendelmilieu. In die kringen vertoefde ook Robert Becker. Hij werd door de onderzoekscel in Dendermonde, geleid door onderzoeksrechter Freddy Troch en substituut Willy Acke, gelinkt aan de diefstal van zeven kogelvrije vesten bij de firma Wittock-Van Landeghem in Temse, in september 1983. De dieven werden betrapt door de conciërge en schoten hem dood. Becker, alias Balou, was bevriend met Martial Lekeu.
Die bekende betrokken te zijn geweest bij de diefstal, maar geen bloed aan zijn handen te hebben. Becker zou begin jaren tachtig hebben gewerkt voor de Amerikaanse firma Wackenhut. Die stond in voor de bewaking van het City 2-shoppingcenter in Brussel. De uitvoering van de bewakingsopdrachten berustte bij een zekere Kelmette, verdacht van banden met de extreem-rechtse groepering Westland New Post.
| Meer » Temse | Westland New Post | Martial Lekeu | Cel Waals Brabant | Robotfoto's |