Het onderzoek naar Bouhouche
"Het waren toch niet de onze."
Toen kolonel Pint, medeoprichter van de antiterreureenheid Dyane van de rijkswacht, op 9 november 1985 bij de Bende-aanslag op de Delhaize te Aalst, ter plaatse afstapte, was zijn perplexe opmerking : "Het waren toch niet de onze!" En Pint had hieraan toegevoegd: "Het is te hopen dat het geen verband houdt met de diefstal bij de groep Dyane." Drie dagen na de moord op Mendez in januari 1986, had de weduwe van Mendez een gedemonteerd automatisch machinepistool naar de BOB van Waver gebracht.
Het wapen was afkomstig van de Dyane-overval, gepleegd in het weekend van 31 december '81 en 2 januari '82. Terwijl Bouhouchede Dyane-wapens in zijn garagebox verstopt had, participeerde hij aan het gerechtelijk onderzoek hiervan, net zoals hij deed bij de aanslagen van enkele maanden eerder op de BOB-wagen en Vernaillen, de leidinggevende rijkswachtofficier in de zaak François. Zo kreeg hij alle ruimte om deze enquêtes te manipuleren.
Manupilaties
Onderzoeksrechter Bellemans voelde zich gemanipuleerd. Hij had Bouhouche en Beijer leren kennen als voorbeeldige politiemensen, en ontdekte pas later dat er iets loos was. Bellemans had vanaf het begin de link gelegd tussen de dossiers van de Dyane-overval en de aanslagen op Vernaillen en de BOB-wagen. Hij kon zich nog goed herinneren dat Bouhouche 'aanwezig was bij de plaatsopneming van de onderzoeksrechter aan het huis van majoor Vernaillen. Bovendien ben ik er quasi zeker van dat de aanslag op de heer Vernaillen in verband kan worden gebracht met de zaak François.' Bij de herlezing van het dossier over de Dyane-overval was hem immers opgevallen dat Bouhouche daar ook in voorkwam.
In de zaak François was de rijkswacht met haar NBD-eenheid onder leiding van commandant François volledig verwikkeld geraakt in drugsoperaties van criminelen. Maar Bellemans beweerde eveneens voor de Bendecommissie bis dat er in 1982 nog geen enkele verdenking op Bouhouche rustte: "Men heeft bijvoorbeeld Bouhouche niet ondervraagd en men heeft in dat dossier geen huiszoeking gedaan. Niet achteraf, want dat is gewoon water na de molen. Had men die huiszoeking gedaan bij Bouhouche en had men hem ondervraagd ..." Maar uit het dossier over de bomaanslag tegen de BOB-auto waarvoor Bellemans ook bevoegd was, blijkt dat er op 27 november 1981 wel degelijk een huiszoeking bij Bouhouche plaatsvond.
Dit staat vermeld in pv nr. 6790 van het luik Mendez, met de verwijzing naar de Amerikaanse Belg Buslik, die later op 28 februari 1995 in het verlengde van het proces Mendez bij verstek ter dood werd veroordeeld maar in de VS ongestoord onderdak vond. Terwijl bij Bouhouche in deze verwante zaak een huiszoeking gebeurde, zat deze in het gerechtelijk onderzoeksteam voor de Dyane-overval en nam hij zelf deel aan minstens twee huiszoekingen in dit dossier. Het hoeft niet gezegd dat dit onderzoek op een catastrofe geëindigd is.
De arrestatie van Jean-François Buslik
Op 23 oktober 1981 wordt de de Amerikaan Jean-François Buslik opgepakt. Hij is een vriend van Frank Eaton, hoofd van de DEA in België, en van rijkswachter Madani Bouhouche. Buslik bekent dat hij het ontstekingsmechanisme voor de bom in BOB-wagen van adjudant Goffinon heeft geleverd. Bij een huiszoeking in het huis van dezelfde naar de VS gevluchte Buslik hadden de BOB'ers Bihay en Balfroid een diskette gevonden. Op bevel van procureur Deprêtre moesten de rijkswachters die, zonder ze eerst geanalyseerd te hebben, aan Buslik teruggeven. Kolonel Pint bracht Bouhouche nog op andere manieren in verband met de Dyane-technieken.
Toen hij vernam dat bij Bouhouche een wapen in een pot met spaghettisaus was teruggevonden ging er bij hem een rood lichtje branden: "Het was een techniek die in Dyane uitgetest was om wapens in verdekte vorm aan boord van een vliegtuig of zo te krijgen. We zochten alle mogelijkheden uit om elektronische apparatuur en afluisterapparatuur binnen te smokkelen, eventueel ook wapens, voor het geval er iemand aanwezig was die een wapen kon bedienen. Door het feit dat bij Bouhouche toevallig die techniek ontdekt werd, ben ik vragen gaan stellen en beginnen telefoneren."
Bouhouche bleek trouwens niet enkel interesse te hebben voor de wapens van de groep Dyane, maar deed voor 1981 ook actief mee aan schietoefeningen van Dyane. Hij had zelfs bij die gelegenheid bepaalde aspecten van practical shooting gedemonstreerd. De Bendecommissie bis stelde vast: "Overigens kan hier worden gesteld dat de rijkswacht nooit intern onderzoek heeft verricht om te achterhalen of (ex) rijkswachters, en met name Bouhouche, Beijer of Amory, mogelijk waren betrokken bij de misdaden van de Bende van Nijvel. Ook in de inventarisatie die in 1985-1986 door de rijkswacht werd gemaakt van al het relevante interne onderzoek dat tot dan toe in relatie tot (ex) rijkswachter was verricht, werd aan deze drie personen geen aandacht geschonken."
Een aantal Brusselse collega's zijn Bouhouche trouwens altijd erg genegen gebleven. De wapenexpert van de Brusselse BOB, Fievez met de bijnaam Pietje Boem, is altijd een goede vriend gebleven van Bouhouche en heeft zonder problemen kunnen deelnemen aan de huiszoekingen bij Bouhouche. De BOB'ers Ruth en Lachlan van de cel Jumet, collega's dus, hebben dit aan de lijve ondervonden. Zo bekloegen ze zich voor de Bendecommissie bis over hun slechte ervaring met de BOB van Brussel. Eind 1985 hadden zij in het kader van het Bendeonderzoek tevergeefs getracht bij de Brusselse inlichtingensectie meer gegevens te bekomen over het duo Bouhouche-Beijer. Maar de toegang tot de documentatie werd hen geweigerd.
| Meer » Aalst | Rijkswacht | Bendecommissie II |
Het onderzoek naar Mendez
10 Januari 1986
Op 10 januari '86 heeft de begrafenis plaats van Juan 'Tony' Mendez-Blaya. Er is een massa kennissen en verwanten toegestroomd. Een BOB-videoploeg filmt alle aanwezige en noteert alle nummerplaten. Na afloop wordt Bouhouche voorgeleid voor ondervraging. Er wordt een huiszoeking verricht in zijn bureau. Het is de BOB van Brussel die de huiszoeking verricht in de Lahaystraat in Jette. Het register van de wapenhandelaar wordt gecontroleerd en vergeleken met de stock aan wapens. Alles lijkt in orde. Bouhouche wordt ondervraagd. Hij vertelt dat hij Mendez leerde kennen ter gelegenheid van practical shooting-trainingen in Leopoldsburg, en erg bevriend raakte met het slachtoffer.
Hij vertelt dat hij de dag van de moord werd opgebeld door de vrouw van Mendez, nadat deze het overlijden van haar man had vernomen. Omtrent de morgen van de moord verklaart Bouhouche: "Eerst voerde mijn vrouw de kinderen naar school. Ik kon niet weg omdat mijn wagen gestolen was. Toen mijn vrouw terugkwam ben ik naar garagehouder Alain Weykamp gegaan." Heeft Bouhouche een alibi? Advocaat Jean-Paul Dumont, verdediger van Bouhouche, verklaart: "Er blijft een gat tussen 7.40 uur, het moment waarop de vrouw van Bouhouche vertrekt om de kinderen naar school te brengen, en 9.03 uur, het moment waarop mijn klant zich in het gezelschap bevindt van een persoon wiens getuigenis onmogelijk in twijfel te trekken is." De volgende dag wordt Bouhouche terug in vrijheid gesteld.
24 Januari 1986
14 dagen na de vrijlating van Bouhouche kondigt de RTBF-radio in de vroege morgen aan dat het wapen van de moord op Mendez werd gevonden bij een gewezen BOB'er en dat de man in kwestie werd aangehouden. Volgens het bericht werd een expertise verricht op een wapen dat bij een tweede huiszoeking, ditmaal verricht door de BOB van Waver, in beslag werd genomen. Bij die huiszoeking zou een 9 mm en Remington Hollow Point-kogels gevonden zijn.
De expertise zou uitgewezen hebben dat het gaat om het moordwapen. De resultaten van de expertise zouden de dag ervoor zijn meegedeeld aan de Nijvelse onderzoeksrechter. Het bericht komt te vroeg, haast als een verwittiging. Bouhouche is helemaal niet opgepakt en de resultaten van de expertise liggen nog ter beoordeling van de onderzoeksrechter. Ten gevolge van het voorbarig bericht wordt besloten tot de arrestatie van Bouhouche.
Legde Hennart onrechtstreeks een hypotheek op het Bende-onderzoek?
Pas na afloop van het proces Mendez in 1995 kreeg onderzoeksrechter Lacroix volledige toegang tot het dossier Mendez-Bouhouche-Beijer. Bij een confrontatie in de Bendecommissie bis met onderzoeksrechter Hennart, die het dossier Mendez behandeld had, wees Lacroix erop welke nadelige gevolgen dit voor het Bendeonderzoek had: "Zo hebben wij onder meer de verklaringen van Amory opgetekend. Men moet toch een correct geheugen hebben. U moet weten dat het Amory is, die ons is komen zeggen dat Bouhouche en Beijer bij hem kwamen informeren naar de plaatsen waar de scherpschutters zich op de daken van de supermarkten opstelden na de overvallen van 1985."
"Het is toch Amory die ons bij een hoorzitting in Jumet is komen zeggen dat Bouhouche en Beijer een plan hadden voor het afpersen van grootwarenhuizen, dat het geld naar een huis zou worden gebracht waaronder men een tunnel zou graven naar de Zenne. Dat zijn een heleboel aanwijzingen die ons door Amory werden gegeven en die, volgens mij, in staat stelden ons minstens intellectueel voor Bouhouche en Beijer te interesseren. Op een bepaald ogenblik beseften we dat we in sommige processen-verbaal heel goed inlichtingen konden vinden die voor ons onderzoek van belang waren, zonder dat de Nijvelse magistraat dat merkte."
"Het beste bewijs is dat er nu speurders zijn die, terwijl wij het dossier hebben, het hele Mendez-dossier en de dossiers die ermee in verband staan, analyseren met betrekking tot elk van de feiten van de Bende van Nijvel. Er worden verbanden gelegd die wij waarschijnlijk hadden kunnen leggen, indien wij indertijd volledig toegang tot het dossier gehad."
Geen verbanden
Hennart van zijn kant zag geen enkel verband tussen het dossier-Mendez-Bouhouche-Beijer en het dossier Bende van Nijvel. Hij was bevreesd voor de besmetting van zijn dossier door de veelvuldige manipulaties van Bouhouche-Beijer. De kans zat erin dat ze tijdens het proces met procedurefouten zouden zwaaien om de vrijspraak te bekomen. Enkele weken daarvoor had kolonel Sack dit conflict als volgt omschreven: "Ik begrijp de houding van de heer Hennart zeer goed, in die zin dat hij, wellicht uit de reflex om zijn dossier tot een goed einde te brengen, inmenging van buitenaf wou vermijden."
De voorzitter: "Hennart had het dus bij het rechte eind?" De heer Sack: "Wat zijn dossier betreft, ja. Maar ik geef hem ongelijk wanneer hij zei dat het dossier geen betrekking had met het overige. Volgens mij wijzen te veel elementen op een bepaalde connectie, de wapens van Mendez die rondzwerven, de rol van Darville." Volgens het uitgewerkte organigram van de Delta-groep van Dendermonde kwamen zowel Bouhouche als wapentrafikant Darville van de Bende Haemers in de Jonathanclub en werd er bij Darville een plan gevonden met de kortste route naar het huis van Mendez, bij wie een wapendiefstal werd gepleegd. En in de wapenbox van Haemers te Ukkel werden eveneens gestolen wapens van Mendez teruggevonden.
Een onopgeloste moord
Ingenieur Juan Mendez, wapenhandelaar en kaderlid van FN, werd in de ochtend van 7 januari 1986 - de dag waarop in Brussel het fraudeproces tegen Paul Vanden Boeynants van start ging - doodgeschoten aan het stuur van zijn wagen aan de oprit van de snelweg Brussel-Namen in Rosières. Mendez werd afgemaakt met zes dumdum-kogels, afgevuurd met pistool dat toebehoorde aan Madani Bouhouche. Volgens de speurders zou Bouhouche aan de oprit met Mendez hebben afgesproken omdat hij hem nog een paar geweren moest betalen. De ontmoeting zou uit de hand zijn gelopen omdat de FN-ingenieur erachter was gekomen dat Bouhouche een paar maanden eerder de wapencollectie gestolen had die Mendez sinds zijn studententijd met veel moeite bijeen gespaard had.
Tijdens de woordenwisseling zou Bouhouche zijn vriend in volle spitsuur aan de oprit van de drukke snelweg hebben doodgeschoten. Maar de assisenjury was niet overtuigd, en sprak Bouhouche vrij. En waarschijnlijk was dat niet onterecht. Er zijn veel aanwijzingen dat de moord niet het gevolg was van een uit de hand gelopen ruzie, maar wel degelijk was gepland en uitgevoerd door een - echt of vals - politiecommando, dat Bouhouche de schuld in de schoenen wilde schuiven. De vraag is dus: wie heeft er Mendez dan wel vermoord, als Bouhouche het niet heeft gedaan? Met die vraag heeft het Belgisch gerecht zich echter nooit beziggehouden. De moord op Mendez is nog altijd niet opgehelderd. Pierre Morlet, eerste advocaat-generaal te Brussel: "Na de vrijspraak van Bouhouche is het onderzoek niet meer hervat."
Fort Knox
En hier komt Jean-François Buslik in beeld. Volgens ballistisch onderzoek werd Juan Mendez vermoord met het wapen van Madani Bouhouche. Een beetje speurder zou zich dus afvragen of iemand anders dat wapen misschien in handen had gekregen. Nu lag het niet voor de hand bij Bouhouche thuis binnen te dringen om diens pistool te bemachtigen. De woning was beveiligd als Fort Knox en Bouhouche bewaarde zijn wapens in een gepantserde kamer, achter muren van gewapend beton en met een gepantserde deur, de sleutel was verstopt in de open haard. Slechts een paar intimi kenden de waakhonden en de toegangscode van de alarminstallatie: enkele familieleden en ... Jean-François Buslik, die het alarm had geïnstalleerd.
Bouhouche zei dan wel aan de onderzoeksrechter dat hij die mensen absoluut vertrouwde, maar hij voegde er aan toe dat Buslik, met wie hij in het Hilton oudjaar had gevierd, een dag later 'zomaar' langsgekomen was, net toen de Bouhouches vertrokken om in de McDonald's te gaan eten. Een paar dagen werd Mendez doodgeschoten. En er zijn nog andere elementen die erop wijzen dat Mendez het slachtoffer is geworden van een moordcomplot. Allerlei getuigen hadden in de periode voor de moord mensen opgemerkt die, achteraf bekeken, de plek van de misdaad leken te verkennen.
Zo hadden buurtbewoners omstreeks 7 januari gezien hoe nabij de oprit grote wagens geparkeerd stonden waarin mensen zomaar leken te zitten. En een paar uur voor de moord was een postbode in Rosières de snelweg opgereden en bijna tegen een wagen aangebotst die die met gedoofde lichten op het midden van de rijbaan stond. Wat verderop had een tweede wagen gestaan.
Als een rat in de val
In april 1989 ging onderzoeksrechter Hennart op zoek naar getuigen die dagelijks rond het tijdstip van de moord via de bewuste oprit naar hun werk reden. De meesten herinnerden zich drie jaar na de feiten niks meer, maar een paar waren er absoluut zeker van dat er net op het moment van de moord op die plek een politiecontrole had plaatsgevonden. De gerant van een bank had twee correct achter elkaar geparkeerde wagens opgemerkt, waar rond mensen stonden die eruitzagen als militairen. "Ze leken helemaal niet op garagehouders, of op mensen die een chauffeur met autopech kwamen helpen."
Een andere man was nog preciezer. Hij werd zelf tegengehouden door "politiemensen of rijkswachters" met een witte of fluo regenjas aan, een paar meter voorbij het kruispunt aan de oprit. Volgens de man gebeurde dat op de ochtend van de moord, en niet erna. Diezelfde avond, dat herinnerde hij zich haarscherp, had het RTBF-televisiejournaal melding gemaakt van de moord. "Als de controle pas de dag daarna zou hebben plaatsgevonden, had ik meteen het verband gelegd ..." En een vrouw snapte niet waarom de politie mensen controleerde, want er was geen ongeval gebeurd. De controle was afgelopen voor zij aan de beurt was.
Een week na de moord op Mendez was een vrouw bij de politie van Waver spontaan een anonieme verklaring komen afleggen. Op 7 januari rond acht uur 's ochtends, ongeveer twintig minuten na de moord, had ze haar kinderen afgezet aan de halte van de schoolbus vlak bij de oprit. Daarna was ze terug naar huis gereden. Kort voor de oprit dook er een man voor haar op die wanhopig gebaren maakte en duidelijk wilde meeliften. Hij was klein maar niet mager, zijn donker haar zat in de war en hij had een opvallende hangsnor. Ze weigerde commentaar te geven bij de foto's die haar getoond werden.
Een speurder: "Maar de man die zij beschreef had veel weg van Bouhouche." Al die getuigen schetsen een scenario dat sterk afwijkt van de versie die onderzoeksrechter Hennart aan de assisenjury had opgediend. De moord op Mendez lijkt opeens niet het gevolg van een uit de hand gelopen ruzie, maar een daad die van tevoren zorgvuldig was gepland, was uitgevoerd door een groepje al dan niet valse politiemensen, en daarna in de schoenen van Madani Bouhouche geschoven.
Daarom had men zijn pistool 'geleend' om Mendez te liquideren, en was Bouhouche omstreeks het tijdstip van de moord met een smoes naar de parking gelokt. Het was de bedoeling dat hij in paniek zou raken en de voorbijgangers zou opvallen. En zo geschiedde. Bouhouche zat als een rat in de val, zo leek het, maar werd uiteindelijk toch vrijgesproken door de assisenjury. Over de eventuele rol van Jean-François Buslik in de moord is het sindsdien stil.
| Meer » Bende Haemers | Roze Balletten | Onderzoek Nijvel | Bendecommissie II | Jean-Paul Dumont |
Bouhouche en Cocu
Een ontmoeting in de gevangenis van Nijvel
Gedurende lange tijd zaten in de gevangenis van Nijvel een gewezen politie-agent en een ex-BOB'er samen opgesloten, met name Michel Cocu en Madani Bouhouche. Zoals wel eens meer gebeurt tussen gedetineerden, wisselden ook zij onderling confidenties uit. Een mede-gedetineerde was hier getuige van, en maakte er melding van aan de speurders, op voorwaarde dat hij naar een andere gevangenis zou overgeplaatst worden.
"Ik weet dat Bouhouche enorme connecties heeft in de politieke wereld en in het politiemilieu", zo vertelt de gedetineerde. "Uit hetgeen hij met vertelde, weet ik dat hij nog steeds veel kennissen heeft bij de politie en rijkswacht." Toen Bouhouche door kreeg dat de gevangene aan het praten was gegaan, bedreigde hij hem: "Jij, je bent een dode man, want wanneer men zich veroorlooft te gaan vertellen dat Cocu als chauffeur heeft gefungeerd in Halle en de geschiedenis van de brand in Genval gaat verklikken, dan is dat wat men riskeert. Ik heb zeer goede vrienden in Bergen. Zij zullen je bij de lurven vatten." Bergen is de gevangenis waarnaar de gedetineerde werd overgeplaatst. Dit verhaal speelde zich af in februari 1987.
| Meer » Voorjaar 1983 | Halle | Filière Boraine |
De vondst in de garagebox
17 November 1987
Na de diefstal bij de Groep Dyane was er jarenlang geen spoor van de wapens. Jaren later werd een Heckler und Koch gedemonteerd teruggevonden bij de vermoorde FN-vertegenwoordiger Juan Mendez. Een van de riotguns werd aangetroffen bij Bouhouche, het overgrote deel van de anti-terreurwapens van de Groep Dyane vonden de speurders zes jaar na de diefstal, op 17 november 1987, in de koffer van een gestolen auto die geparkeerd stond in een garagebox aan de Hippocrateslaan in Woluwe, die door Madani Bouhouche onder een valse naam gehuurd werd. De sleutel van deze R25 was in 1986 tijdens een huiszoeking bij Bouhouche in beslag genomen.
De ex-rijkswachter beweerde toen dat hij die sleutels niet kende. Samen met de wapens van de Groep Dyane werden ook een aantal bij de vermoorde FN-ingenieur gestolen wapens in de R25 aangetroffen. Meteen beschikte de onderzoeksgroep van Guy Goffinon over een materiaal verband tussen de moord op Mendez en de wapenroof bij de Groep Dyane. In de buurt van de door Bouhouche gehuurde garagebox vonden de speurders nog een andere merkwaardige auto, een beschilderde Ford Taunus die in 1981 op de parking van Zaventem gestolen was. Onmiddellijk werd een verband gelegd tussen deze auto en de zaak Zwarts.
|
Bron » Bende & co | Hugo Gijsels | 1990
|
| Meer » Forum |
De criminele NV
Volgens GPP'er Doraene maakten de ex-rijkswachters Bouhouche, Beijer en Amory in de jaren '80 deel uit van een criminele organisatie. Hij verwees hierbij naar de typische kenmerken van een criminele organisatie :
Permanentie van activiteiten
De garageboxen voor de wapendepots werden gedurende minstens zes jaren ononderbroken en gelijktijdig vanaf dezelfde aanvangsfase gehuurd. Dit kostte hen ongeveer een miljoen frank. Hier lagen de aangebrande gestolen wapens van de groep Dyane en de inbraak bij Mendez. Doraene sloot niet uit dat wapens hiervan door de Bende van Nijvel gebruikt werden. Daarnaast hadden Bouhouche en co zich gespecialiseerd in het dupliceren van nummerplaten en paspoorten, echt vakwerk, je kon de valse van de echte niet onderscheiden.
Bij de moord op Mendez en de Benderaids werden deze duplicatietechnieken - een totaal nieuw procédé in vergelijking met de gewone vervalsingen - ook gebruikt. Voor een eventuele ontsnapping van Bouhouche war er reeds in 1981 speciaal een echte identiteitskaart gestolen in het gemeentehuis van Chaumont-Gistoux. Pas in 1988 zullen de speurders dit ontdekken. Bij Amory werd zelfs een gedupliceerd document 'ordre de mission' van de Staatsveiligheid teruggevonden.
Een hiërarchisch uitgebouwde structuur
Volgens Beijer bezette Bouhouche een belangrijke functie binnen de organisatie. Maar volgens Amory waren er drie niveau's, de opdrachtgevers, de intermediaire tussenschakels en de uitvoerders. Bouhouche zelf hield zich volgens Amory op het niveau van intermediaire tussenschakel vooral bezig met de logistieke ondersteuning. Bouhouche verklaarde dat dit niet echt een belangrijke functie was.
Hij rekruteerde de leden en verzamelde inlichtingen. In een van de rapporten beweerde Bouhouche verantwoordelijk te zijn voor de rekrutering van Mendez. Later zou hij zelfs Mendez aanwijzen als de huurder van een opslagplaats in de Buaneriestraat voor een afpersingsproject van GB-Inno-BM. Amory had verklaringen afgelegd over plannen om de GB-Inno-BM keten af te persen. Maar uiteindelijk werd dit naar eigen zeggen terzijde geschoven.
Voldoende financiële middelen
Ze konden reeds 93 miljoen frank putten uit hun vorige delicten, waarvan 35 miljoen frank beschikbaar waren voor Bouhouche en Beijer. De affaire Zwarts, de bewakingsagent die met te bewaken geld verdween en waarschijnlijk werd vermoord, leverde minstens 30 miljoen maar waarschijnlijk 90 miljoen frank op. De wapencollectie van Mendez was op haar beurt 2.3 miljoen frank waard.
Daarnaast had Bouhouche de griffie van de Brusselse correctionele rechtbank voor 3 miljoen frank opgelicht. Bouhouche had zich in uniform, hij was nog steeds BOB'er bij de rijkswacht, met een vals kantschrift van onderzoeksrechter Lambeau aangeboden bij de griffie en had gemeld dat hij 3 miljoen frank, die in een drugszaak aangeslagen was, moest komen halen.
| Meer » Staatsveiligheid | Afpersing | Bendecommissie II |
Manipulaties : Bouhouche wil praten
21 December 1987
Eind 1987, begin 1988 verneemt de hoofdinspecteur bij de gerechtelijke politie van Nijvel via Anna Bouhouche dat haar man hem zou willen spreken. De hoofdinspecteur weet niet goed hoe hij hierop moet reageren en vraagt raad aan onderzoeksrechter Schlicker, die hem verwijst naar de Procureur des Konings van Nijvel, Jean Deprêtre. Deze zegt dat het gesprek kan doorgaan. Bouhouche stelt de hoofdinspecteur inlichtingen voor onder twee voorwaarden. Anne Bouhouche moet vrijgelaten worden en alle wapens die bij Bouhouche in beslag genomen werden, moeten terugbezorgd worden.
Op 21 december 1987 worden de wapens aan de familieleden teruggegeven en komt mevrouw Bouhouche vrij. De ex-rijkswachter houdt zich aan de afspraak. Hij onthult waar de wapens, gestolen bij het Speciaal Interventie Esquadron van de rijkswacht, zich bevinden en verklaart dat hij op verzoek van de Staatsveiligheid lid is geworden van de extreem-rechtse paramilitaire organisatie Westland New Post. Hij verstrekt bovendien inlichtingen over Robert Beijer, zodat die kan worden aangehouden.
Van de bijeenkomst van Bouhouche met de hoofdcommissaris van de gerechtelijke politie van Nijvel in aanwezigheid van een substituut, werd nooit een proces-verbaal opgesteld. Wel werden er tientallen confidentiële rapporten opgemaakt. Pas in juni 1988 worden deze rapporten bij het dossier gevoegd. Wanneer Procureur des Konings van Nijvel, Deprêtre, deze vraag krijgt voorgeschoteld bij zijn verhoor door de parlementaire onderzoekscommissie, hoopte hij eraan te ontsnappen door te doen of hij ze niet goed begreep. Uiteindelijk moest hij toegeven dat de versie van de feiten juist was, maar dat dit herhaaldelijk gebeurt in strafonderzoeken. Er gebeurden dus belangrijke zaken tijdens een onderzoek zonder dat er een proces-verbaal van wordt opgesteld.
De rechten van de verdediging worden hier zeer duidelijk geschonden. Sterker, er blijken dealtjes mogelijk te zijn! In dezelfde periode, omstreeks de jaarwisseling 1987-1988, komen de speurders er nog net op tijd achter dat Bouhouche een ontsnappingsplan voorbereidt. Bouhouche wou zijn echtgenote een 9 mm pistool de gevangenis laten binnensmokkelen. Met behulp van dit wapen hoopte Bouhouche tot buiten de gevangenismuren te geraken, waar een VW Golf hem met draaiende motor zou opwachten. Achter het stuur van de Golf zou Maurice Lammers zitten, de vader van WNP-lid Eric Lammers.
De Golf was geleverd en 'behandeld' door een andere extreem-rechtse militant, Alain Weykamp. In de maanden voor de geplande ontsnapping leerde Bouhouche Spaans, slikte hij grote hoeveelheden vitamines en nam hij zoveel mogelijk deel aan de sportactiviteiten in de gevangenis. Menig speurder is van mening dat de ex-BOB'er naar Paraguay wilde vluchten.
De vrijlating van Bouhouche : 17 November 1988
Ondanks de waslijst aan verdenkingen tegen Bouhouche en ondanks het feit dat hij voor het assisenhof zal moeten verschijnen, beschuldigd van de moord op Juan Mendez, wordt de ex-BOB'er op 17 november 1988 na vierendertig maanden voorhechtenis in voorlopige vrijheid gesteld. Zijn medestanders Beijer, Amory en Tchang zijn in augustus 1988 al vrijgelaten. Zoals later zal blijken, was dit nog maar eens een flater van formaat.
| Meer » Westland New Post | Staatsveiligheid | Onderzoek Nijvel |
Manipulaties : Bouhouche en Beijer
Soms een loopje nemen met de waarheid
In de loop van het onderzoek trad Bouhouche nog op als informant van zowel BOB-adjudant Guy Goffinon, GPP-commissaris Doraene als van kapitein Rousseau. Bob Beijer is eveneens informant geweest van Goffinon, Doraene en Rousseau, maar daar bovenop ook van GPP'er Elise en van de ex-BOB'er en huidig GPP'er Callens. Onderzoeksrechter Hennart stelde op 20 september 1994 tijdens het proces Mendez vast dat de speurders Beijer gedurende twee jaar als een waardevol informant beschouwden en hem inzage gaven in het dossier waarin hij zelf verdacht was.
Om hun informant te beschermen, hebben de speurders zelfs op zijn verzoek verschillende gerechtelijke stukken buiten de normale procedure gehouden. Ze maakten enkel vertrouwelijke verslagen voor het parket. Pas na enig aandringen gaf de Nijvelse procureur Deprêtre op 22 september 1994 tijdens het proces Mendez toe te hebben geweten dat speurders in hun pv's soms een loopje namen met de waarheid, maar dat dit enkel ter bescherming was van hun informanten. En toen informanten Bouhouche en Beijer plots verdachten bleken te zijn, werden deze stukken door de advocaat van Beijer ingeroepen om de onderzoeksdaden op basis van procedurefouten te laten nietig verklaren.
In 1989 had Beijer zelfs aan onderzoeksrechter Lacroix voorgesteld om een officieuze geheime expertise op een wapen te laten uitvoeren, wat die geweigerd heeft. Een andere verdachte in de zaak Mendez was ex-BOB'er Christian Amory. Onderzoeksrechter Wezel verklaarde aan de Bendecommissie bis dat Amory betrokken was bij de eerste huiszoekingen rond de Bende, daar waar sprake was van het wapen van de Borains. Dit wapen, deze Ruger, lag aan de basis van de lancering van de piste van de Borains. Amory kreeg in 1987 de opdracht om Bouhouche in de gevangenis van Nijvel te gaan verhoren, zonder dat hier ooit een rapport over werd opgesteld.
Betreffende het spel van de informanten Bouhouche-Beijer sprak onderzoeksrechter Hennart in de Bendecommissie bis over processen-verbaal die niet met de realiteit overeenstemmen en goedgekeurd werden door zijn voorganger, onderzoeksrechter Schlicker. Hij pleitte voor een strikte toepassing van de procedure en verwees naar het spaghetti-arrest in de zaak Dutroux, waar onderzoeksrechter Connerotte voor veel minder afgezet werd.
Hennart voelde zich verlpicht om de GPP-leden uit het onderzoek te weren omdat zij van procureur Deprêtre het bevel hadden gekregen hem telkens verslag uit te brengen over de onderzoeksdaden. Hennart zag dit niet zitten omdat hij delicate zaken zoals de huiszoeking bij de Staatsveiligheid moest leiden, terwijl de gezagstrouwe Deprêtre van oordeel was dat de Staatsveiligheid hier vooraf moest van verwittigd worden. Bouhouche wilde enkel buiten pv praten. Als ex-BOB'er kende hij de zwakke punten van de procedures om zo procedurefouten uit te lokken.
Schlicker, die eerst als onderzoeksrechter bevoegd was in de zaak Mendez, aanvaardde dit aanvankelijk. Bouhouche zelf praatte enkel wanneer hij er belang bij had, bijvoorbeeld om zich op voorhand in te dekken tegen verklaringen en beschuldigingen van medeverdachten. Of om politiediensten tegen elkaar uit te spelen. In 1986 was Beijer nog geen verdachte in de zaak Mendez. Hij stelde toen voor om informatie te leveren over Bouhouche, op voorwaarde dat hij niet als bron werd vermeld. Andere speurders hebben scenario's opgezet die Beijer nadien aangeklaagd heeft als valse pv's.
| Meer » Onderzoek Nijvel | Bendecommissie II | De zaak Dutroux |
Manipulaties : De truc met de hulzen
Hoe Bouhouche zichzelf van de lijst met verdachte schrapte
Madani Bouhouche en Robert Beijer zijn van veel beticht, maar voor relatief weinig veroordeeld. Na een megaproces voor het Brusselse assisenhof kreeg de een op 13 februari 1995 twintig jaar dwangarbeid en de ander veertien jaar gevangenisstraf. Van de lange lijst van betichtingen waarmee het proces vijf maanden eerder was begonnen, bleven er aan het eind twee over: de moorden op diamantair Ali Suleiman Ahmad en op Sabena-agent Francis Zwarts.
Rond alle andere feiten - van de aanslag op Vernaillen tot de moord op FN-ingenieur Juan Mendez - wisten hun advocaten voldoende twijfel te zaaien om de aanklachten te laten sneuvelen. In de zaak-Mendez kwam dat doordat advocaat Martial Lancaster tijdens de zitting kon zwaaien met twee totaal contradictorische ballistische rapporten. Een daarvan was van de hand van de Brusselse expert Claude Dery.
Wapenexpert Claude Dery
De man is inmiddels overleden, maar zijn schaduw hangt nog steeds boven tal van gerechtelijke dwalingen. Claude Dery was een gewezen commandant van de luchtmacht en werkte tot 1986 voor de militaire inlichtingendienst SDRA8, de Belgische tak van Gladio. Hij was betrokken bij de extreem-rechtse privé-inlichtingendienst PIO van oud-premier Paul Vanden Boeynants en baron Benoît de Bonvoisin. Net als Bouhouche en Beijer was hij lid van de practical shooting-clubs. Bouhouche kende Dery vrij goed. Nog indrukwekkender dan zijn kennissenkring is het aantal miskleunen dat hij als expert opstapelde.
Vorige maand nog liep in Brussel het grote assisenproces rond de achttien jaar oude moord op PLO-man Naim Khader in het honderd dankzij een bij nader inzien waardeloze ballistische expertise. Was getekend: Dery. Hij deed het ook al eens in het onderzoek naar de Bende van Nijvel. Op basis van zijn rapport hield de Nijvelse procureur Jean Deprêtre jarenlang vol dat de zaak "opgelost" was met de arrestatie van een groepje gangsters rond ene Michel Cocu. In 1989 moest in Bergen het grote proces tegen Cocu en co voortijdig worden afgeblazen omdat het gezaghebbende laboratorium van het Duitse Bundeskriminalamt brandhout maakte van het ballistische verslag van Dery.
Dat Deprêtre het Duitse rapport nog maandenlang trachtte weg te stoppen in een la, maakte de blamage voor de Belgische justitie compleet. Dankzij het Cocu-spoor ging zoveel tijd verloren dat de Bende wellicht nooit zal worden ontmaskerd. Dery deed zijn stunt nog eens over toen hij via een in een pot bolognaisesaus ingevroren wapen een verband legde tussen Bouhouche en de Bende. Toen ook dat niet bleek te kloppen, werd Bouhouche plots veel minder de Bende-verdachte die hij lange tijd was.
Een praktisch probleem
Ballistiek is geen exacte wetenschap. Toch vraag je je af hoe dit allemaal kon. Nemen we de zaak-Vernaillen als casestudy. Ook toen was Dery de expert. Eerst even terug naar oktober 1981. Majoor Vernaillen ligt in het ziekenhuis te herstellen van zijn wonden en bij de Brusselse BOB is Bouhouche 'verbannen' naar de juridische sectie. Daar zit hij zich ostentatief te vervelen. Commandant Caluy heeft volk te kort voor de zaak-Vernaillen. Hij is op zoek naar een speurder die iets van wapens kent. In en rond het huis in Hekelgem zijn negen hulzen opgeraapt. Die moeten nu worden verpakt, genummerd en naar de expert gebracht. "Gij zit hier toch maar te niksen", wendt Caluy zich tot Bouhouche.
Op 24 december 1981 levert Dery zijn rapport 202/81 af. Volgens hem ging het om een wapen van het type Armalite AR18. Daardoor staan Bouhouche en Beijer buiten verdenking. Zij bezitten in 1981 allebei een Colt AR15. Daarmee kunnen eveneens kogels van het type 222 Remington Magnum afgevuurd worden. Maar zo'n wapen was het dus niet. In 1991 laat de onderzoeksrechter Hennart het dossier-Vernaillen opnieuw bestuderen. Hij stelt niet alleen tot zijn verbazing vast dat een van zijn hoofdverdachten in 1981 zelf heeft deelgenomen aan het onderzoek. Hij leest ook een onbegrijpelijk zinnetje in het rapport-Dery: "Op grond van de referentiehulzen die mij werden aangeboden, besluit ik...".
Voor een ballistische expert vormen referentiehulzen onontbeerlijk studiemateriaal. Elke expert heeft kasten vol oude hulzen, geordend per wapen waarmee ze zijn afgevuurd. Zo kan hij onder de microscoop de bij het schot achtergelaten sporen vergelijken met alle wapentypes. Het is abnormaal dat een expert zich referentiehulzen laat "overhandigen". Het komt op hetzelfde neer als een deskundige die bij Cartier vals van echt moet onderscheiden zonder te weten hoe een origineel Cartier-horloge eruitziet. Wanneer Dery op 28 oktober 1992 wordt verhoord over dat zinnetje, legt hij uit dat hij in 1981 "een praktisch probleem" had: hij bezat geen referentiehulzen voor de 222 Remington Magnum.
Een behulpzame BOB'er
Er was toen een behulpzame BOB'er die zei dat hij iemand kende bij de wapenfabriek FN die "dat kon oplossen". De BOB'er was Bouhouche en de ironie van het verhaal wil dat zijn contact bij FN Juan Mendez was. In zijn proces-verbaal 81 van 29 oktober 1981 brengt Bouhouche verslag uit over hoe hij op de schietbaan van FN met diverse wapens Sako-munitie heeft staan afvuren om Dery aan hulzen te helpen. Hennart laat de negen hulzen opnieuw onderzoeken door het laboratorium van de gerechtelijke politie in Parijs.
Daar kan men op 28 januari 1992 melden: "De schoten corresponderen met die van een karabijn van het merk Colt, model AR 15 of van een karabijn van dezelfde conceptie..." Vernaillen is dus beschoten met een wapen waarvan Bouhouche en Beijer er destijds elk een hadden. Het kan haast niet anders of Bouhouche heeft in 1981 de twee pakjes hulzen verwisseld. Daarover werd tijdens het proces-Bouhouche/Beijer met geen woord gerept. Er was wel sprake van "tegenstrijdige rapporten".
| Meer » Filière Borains | Onderzoek Nijvel | Paul Vanden Boeynants |
De robotfoto en Bouhouche
Is nummer 17 gewezen rijkswachter Madani Bouhouche?
In 1997 pakte de Bende-cel in Jumet onder leiding van onderzoeksrechter Jean-Claude Lacroix uit met tien robotfoto's van leden van de Bende van Nijvel, zoals die werden gedistilleerd uit de verklaringen van getuigen en slachtoffers van de aanslagen. De publicatie van die robottekeningen in de pers heeft een aantal reacties losgemaakt. Sommige daarvan doen je toch even opschrikken. Op zaterdag 9 november 1985 leverde de Bende van Nijvel haar bloedige orgelpunt af. Om half acht 's avonds werden acht mensen afgemaakt in de Delhaize van Aalst.
Ongeveer anderhalf uur eender was het bepaald druk geweest aan de Overijsesteenweg nummer 70 in Hoeilaart. Een getuige die daar voorbij de indrukwekkende, in een tuin met parkallures verscholen villa wandelde, zag op de oprit voor het huis drie mannen rond een Ford Granada coupé staan, klaar om te vertrekken. De eigenaar van de villa was er niet bij. Twee van hen waren stevige, grote Europees uitziende jongens, maar vooral de derde man viel de getuige op. Hij was een stuk kleiner, vinnig en pezig, en hij had halflang zwart haar en een snor.
De kleine man, die duidelijk de leiding over het groepje had, was bijzonder zenuwachtig. Geagiteerd riep hij iets naar zijn twee maats en maakte zich klaar om achter het stuur van de Ford te kruipen. De wagen stond met zijn neus naar Overijse, in de richting van de oprit van de autoweg die naar de ring rond Brussel leidt. De getuige wandelde voort en keek niet om. Anderhalf uur later begon de moordpartij in Aalst.
Het was niet de eerste keer dat er opvallende dingen gebeurden rond het huis aan de Overijsesteenweg, waar in die periode overdag en 's avonds erg weinig leven viel op te merken. Een tijd voor de Granada op de oprit stond, had men 's avonds gezien hoe het symbool van de Bende van Nijvel, een zwarte Golf GTI, met grote snelheid door de straten van Hoeilaart raasde en ook de oprit van de Overijsesteenweg 70 opvloog. In de auto zat een kleine, pezige man met kort zwart haar en een snor.
Als twee druppels water
Twaalf jaar later herkennen getuigen de bestuurders van de Ford Granada en van de Golf GTI. Volgens hen werd de Golf GTI bestuurd door iemand die als twee druppels water lijkt op nummer 17 uit de in 1997 gepubliceerde reeks robotfoto's. En in de bestuurder van de Ford Granada herkennen ze Madani Bouhouche, zoals hij op een foto staat, die genomen is tijdens een rijkswachtfeestje aan het eind van de jaren zeventig. Maar er is meer: er zijn ook duidelijke gelijkenissen tussen robotfoto nummer 17 en de Madani Bouhouche uit de jaren 80: dezelfde Ray Ban-achtige brilmontuur, dezelfde vorm van gezicht; alleen de snor van nummer 17 is beter getrimd dan de snor die Bouhouche op de bewuste foto tentoonspreidt.
- De bewuste robotfoto.
Carnaval en vermommingen
Zou het kunnen dat nummer zeventien, die door de getuigen werd herkend als de man achter het stuur van de Golf GTI die naar de villa reed, en Bouhouche, die werd herkend als de bestuurder van de Ford Granada die aan de villa stond, één en dezelfde zijn? De gelijkenis tussen nummer 17 en Madani Bouhouche is de getuigen ook opgevallen, maar ze zijn niet zeker van hun stuk. De man in de Golf had kort haar, de man van de Granada lang. Maar dat is niet echt een bezwaar.
De leden van de Bende van Nijvel stonden er bekend om dat ze naast carnavalsmaskers en bivakmutsen ook uitgebreid gebruik maakten van valse snorren, brillen met vensterglas en pruiken. Ook Madani Bouhouche had verstand van vermommingen. Tussen zijn visitekaartjes zat er eentje van Michel Saletski, meester-pruiken-masker op afspraak in Brussel. Bouhouche heeft die man zonder twijfel nooit om esthetische redenen aangesproken, de ex-rijkswachter heeft geen kaal hoofd.
Ukkel, waar de actie is
Identificaties door getuigen zijn waard wat ze waard zijn, zeker als het om herkenningen twaalf jaar na datum gaat. En robotfoto's zijn ook niet meteen het meest waterdichte middel om een misdadiger te identificeren. Maar de onderzoekers hebben er hun hoop op gevestigd. En rond de figuur van Madani Bouhouche en meer bepaald deze herkenning spelen toch allerlei toevalligheden die in het Bende-onderzoek best een keer van naderbij mogen worden bekeken.
Ten eerst: Danny Bouhouche wordt al tien jaar verdacht van betrokkenheid bij de Bende van Nijvel. De - vaak zachte en dus niet meteen als keihard bewijsmateriaal bruikbare - aanwijzingen die hem en de Bende met elkaar in verband brengen hebben zich de laatste jaren opgestapeld.
Enkele voorbeelden : Bij de eerste overvallen van de Bende van Nijvel - de hold-up op de wapenhandel van Daniël Dekaise in Waver op 30 september 1982, en het bloedbad dat de Bende op 17 september 1983 aanrichtte op de parking van het Colruyt-filiaal in Nijvel - valt op hoe de voorbereiding en de afwikkeling van de raids zich voornamelijk afspelen in de chique Brusselse deelgemeente Ukkel, meer bepaald rond het Terkamerenbos en de buurt van de Hippodroom. De eerste auto van de Bende - een Austin Allegro - werd gestolen in de Huysmanslaan. De valse nummerplaat voor de VW Santana waarmee de Bende de overval op de wapenhandel van Daniël Dekaise in Waver pleegde, werd gekopieerd van een wagen van hetzelfde merk, van een inwoner van de Italiëlei.
Na de overval in Waver werd de Santana brandend achtergelaten in de Tumulidreef. En de nummerplaat voor de Saab 900 Turbo die werd gebruikt voor het bloedbad op de parking van de Colruyt in Nijvel, werd gekopieerd van die van een Saab-eigenaar die in de Lieveheersbeestjesstraat woonde. Al die straten bevinden zich op loopafstand van elkaar in de buurt van het Terkamerenbos en van de Hippodroom. En wie werkte van midden 1982 tot midden 1983 als straatgendarm in Ukkel? Madani Bouhouche. En dan heb je nog de beschuldigingen van zijn criminele vrienden en vroegere rijkswachtcollega's Robert Beijer en Christian Amory. Zij hebben allebei verklaard dat Bouhouche vermoedelijk meer weet over de Bende van Nijvel.
Slagveld Hoeilaart-Overijse
Ten tweede, Hoeilaart en Overijse spelen net als de zuidkant van Brussel - Ukkel, de onderkant van Elsene en Watermaal-Bosvoorde - een belangrijke rol in de criminele geschiedenis van de Bende van Nijvel én van Madani Bouhouche. Op 27 september 1985 bestormde de Bende de Delhaize aan de Brusselsesteenweg in Overijse. En twee jaar eerder waren Hoeilaart en Overijse het actieterrein van de Bende na de overval op de wapenhandel van Daniël Dekaise in Waver op 30 september 2983. Daar ging de Bende er met een pak wapens vandoor en liet ze één politieman dood achter. De drie overvallers - die valse pruiken en snorren hadden - vluchtten in een gestolen Santana richting Brussel, maar ze vermeden de autoweg Namen-Brussel.
Ze reden via kleine binnenwegen door Overijse en Hoeilaart. Daarbij lieten de Bendeleden zien dat ze de streek écht op hun duimpje kenden. In Hoeilaart liet de Santana zich tenslotte - met opzet, denken veel onderzoekers nog altijd - de weg afsnijden door een trage Renault R4 met twee rijkswachters aan boord. De twee agenten werden professioneel uitgeschakeld. Daarna verdween de Santana spoorloos. Dat gebeurde aan de verkeerslichten van het kruispunt Biesmanslaan-Koldomstraat in Hoeilaart. Op enkele honderden meters van het huis aan de Overijsesteenweg nummer 70!
De Brusselaar Madani Bouhouche kende Hoeilaart en Overijse als zijn broekzak. Zijn goeie vriend Juan Mendez Blaya, de in januari 1986 vermoorde directeur van de Belgische wapenfabriek FN (Fabriques Nationales) en - net als Bouhouche - een notoir wapentrafikant, woonde in de Overijse wijk Rosieren. Bouhouche en Mendez bezochten samen jarenlang een schietstand in datzelfde dorp, evenals een club voor liefhebbers van kruisbogen, samen met hun extreem-rechtse vriend Alain Weykamp, gewezen lid van het Front de la Jeunesse, de vroegere extreem-rechtse horde van hopman Francis Dossogne, privé-detective en politie-informant.
Wie we daar weer hebben
Maar helemaal vreemd werd dit verhaal toen we te weten kwamen wie de eigenaar was van de villa aan de Overijsesteenweg nummer 70 in Hoeilaart, waar onze getuige de Ford Granada Coupé in hadden zien staan. De getuigen hadden er geen flauw idee van, dus zochten we het uit. De toenmalige eigenaar bleek een advocaat te zijn die tot het begin van de jaren '90 heel wat renommée had in kringen van Brusselse zakenadvocaten. De man heeft nu geen kabinet meer. Toen journalisten van het weekblad Humo hem belden bevestigde hij dat hij de vroegere eigenaar was van de villa in Hoeilaart.
In de jaren tachtig werkte hij samen met een collega, zei hij, de zakenadvocaat en specialist in het opzetten van ontduikings- en ontwijkingsconstructies in fiscale paradijzen Michel Vander Elst. Vander Elst, die in de jaren '80 in de Brusselse Franklin Rooseveltlaan de buurman van Paul Vanden Boeynants was, regelde toen de illegale financiële zaakjes van Patrick Haemers, Thierry Smars en Philippe Lacroix, gangsters van wie nu duidelijk is geworden dat ze verwikkeld waren in het financiële geknoei van het Brusselse milieu rond Paul Vanden Boeynants. Vander Elst deed hetzelfde voor een andere kennis van VdB: de politieke lobbyist en de spin in het Brusselse pedofilienet Michel Nihoul.
Vander Elst werd op het proces tegen de Bende-Haemers veroordeeld voor zijn betrokkenheid in de ontvoering van Vanden Boeynants door de Bende-Haemers. Die ontvoering is overigens nooit serieus in kaart gebracht door het Brusselse gerecht. Het is nog altijd niet duidelijk waarom en op bevel van wie Haemers en co VdB hebben ontvoerd. De Brusselse financiële advocaat Etienne Delhuvenne suggereerde in 1993 in Humo dat dat misschien wel was gebeurd op verzoek van Vander Elst en diens grote baas, de louche Luikse zakenman Léon-Francois Deferm.
De advocaat die vroeger in de Overijsesteenweg nummer 70 had gewoond, was niet alleen dik bevriend met Michel Vander Elst. "Ik was één van de advocaten van Paul Vanden Boeynants", zei hij aan Humo. "Ik was een financieel advocaat en ik regelde de fiscale problemen van Vanden Boeynants." In zijn verklaring voor de tweede Bendecommissie zei de Brusselse substituut Jean-Francois Godbille dat de Bende van Nijvel het zichtbare deel was van een misdadige financieel-economische structuur, van een maffieus zakenmilieu dat in de jaren zeventig en tachtig in Brussel was gegroeid. "Een milieu dat gedreven wordt door de macht van het geld", noemde Godbille het. Rond Vanden Boeynants is in de jaren zeventig en tachtig zo'n milieu gegroeid. Allemaal toeval?
| Meer » Aalst | Bende Haemers | Cel Waals Brabant | Robotfoto's | Bendecommissie II | Paul Vanden Boeynants |
De grote wapenroof is opgehelderd
Een van de allergrootste criminele mysteries uit de jaren tachtig is niet meer. Twintig jaar na datum blijkt de spectaculaire wapenroof in de rijkswachtkazerne van Etterbeek opgehelderd. Ex-rijkswachter Madani Bouhouche legde bekentenissen af. Dit gebeurde met een brede grijns.
Een memorabel begin
Het was een memorabel begin voor het nieuwe jaar, die ochtend van 1 januari 1982 in de gebouwen van de antiterreureenheid van de rijkswacht, de Groep Diane, in de kazerne in Etterbeek. Wie was hier in godsnaam toe in staat geweest? Hoe kon iemand het best beveiligde politionele wapenarsenaal van het land binnendringen? Maar de wapens waren weg. De wapens van de Groep Diane zelf, de eenheid die geacht werd op alles, maar dan ook op álles voorbereid te zijn. De buit was indrukwekkend. Vijf automatische riotguns van het allernieuwste type. Vijf FAL-machinegeweren. Twee pistolen. En: vijftien Heckler und Koch-mitrailleurs van het type MP5SD. En tien bijbehorende geluiddempers en 28 laders met in totaal 2.500 kogels.
De MP5SD was nog maar net ontwikkeld, maar had onder wapenfreaks al de reputatie het gevaarlijkste en doeltreffendste snelvuurwapen ooit te zijn. De vijftien mitrailleurs vormden driekwart van het totale aantal dat op dat ogenblik wereldwijd bestond. Dat de Groep Diane er vijftien bezat, hoorde top secret te zijn. Maar nu waren ze weg. Hoe de dieven de kazerne binnen waren geraakt, was een raadsel. Hoe ze buiten waren geraakt niet. Het was dus oudejaarsnacht. De bewakers aan de slagboom hadden vriendelijk gegroet toen ze die Mazda buiten hadden zien rijden. In die Mazda, ook al ontstolen aan de Groep Diane, zaten de wapens verstopt.
Jarenlang zou de rijkswachttop zich suf speuren naar de verantwoordelijken voor deze "absolute blamage voor het korps". Het werd er niet beter op toen vanaf 1983 de Bende van Nijvel in actie kwam. In de twee jaren die volgden, zou door België een spoor van 28 lijken worden getrokken. De Bende bezigde riotguns en machinegeweren die ballistische experts lange tijd deden denken aan de trefzekere Heckler und Kochs. "Als ik me niet vergis, is een van die wapens gebruikt bij de overval van de Bende van Nijvel op die producent van kogelvrije vesten, Wittock-Van Landeghem in Temse", zegt VLD-kamerlid Hugo Coveliers, die zich als lid van de eerste Bende-commissie meer dan een decennium lang verdiepte in de eindeloze reeks onopgeloste misdaden in de jaren tachtig. "Tenminste", zegt Coveliers. "Dat is toch wat we jarenlang gedacht hebben."
Een groot mysterie
Er is veel gedacht, de afgelopen 21 jaar. Lange tijd werd het spoor gevolgd van het extreem-rechtse Front de la Jeunesse. Wat later ook dat van een groepje extreem-rechtse rijkswachters, onder wie huidig Brussels Vlaams Blok-voorman Johan Demol. En dat van de Bende van Nijvel. Maar ook - en vooral - dat van de extreem-rechtse rijkswachters Madani Bouhouche en Robert Beijer. Dat duo zou halfweg jaren tachtig worden ontmaskerd als hebbende een duobaan. Overdag waren ze speurders bij de BOB Brussel, buiten de diensturen gangsters.
Bij een huiszoeking in een garagebox van Bouhouche in Woluwe werd op 17 november 1987 het gros van de bij de Groep Diane gestolen wapen teruggevonden. Daarvoor was ook een van de vijftien MP5SD-mitrailleur aangetroffen in de collectie van FN-ingenieur Juan Mendez Blaya. Uitleg kon de man daar niet over geven. Zijn lichaam werd op 7 januari 1986 aangetroffen in een auto op de pechstrook van de E411 in Rosières. In zijn hoofd zaten vier kogels. Ook hier heette de verdachte Madani Bouhouche.
Na zijn arrestatie in 1987 stapelden de aanwijzingen tegen hem zich op. Kort voor de wapenroof in Etterbeek had hij met de Mazda gereden. Hij had zo een reservesleutel kunnen laten maken. Als wapenexpert bij de BOB had hij het arsenaal van Diane wel eens bezocht. Hij was daar ook door getuigen opgemerkt op oudejaarsavond 1981. De aanwijzingen zouden nooit de vorm krijgen van bewijzen. Aan het eind van het grote assisenproces, tegen hem en Beijer, werd Bouhouche op 27 februari 1995 enkel veroordeeld voor "heling" van de Diane-wapens. Voor de moord op Mendez ging hij vrijuit. Dat hij toch twintig jaar cel kreeg, kwam door de moorden op de Libanees Suleiman in Antwerpen en Sabena-veiligheidsagent Françis Zwarts.
De grote wapenroof bleef een groot mysterie en voer voor speculaties richting Bende van Nijvel. "Nochtans zijn we er op dat vlak nu wel helemaal uit", zei een speurder van de Cel Waals Brabant deze week na afloop van het jaarlijkse treffen met nabestaanden van de 28 slachtoffers van de Bende. "Er zijn criminele analyses gemaakt waarbij zowat elke door de Bende afgevuurde kogel is getraceerd. We zijn nu honderd procent zeker dat de Bende nooit gebruik heeft gemaakt van de wapens van Diane. De machinegeweren van de Bende waren van het merk Ingram, niet Heckler und Koch. Alle Bende-wapens zijn afkomstig van de overval op wapenhandelaar Dekaise in Waver, in 1982."
Een vervelend gegeven
Niet alle in Etterbeek verdwenen wapens zijn terecht. Dat was een vervelend gegeven voor Bouhouche, toen hij eind 1999 na meer dan tien jaar in de de gevangenis te hebben vertoefd aanspraak meende te maken op een voorwaardelijke vrijlating. Ooit had hij in een overmoedige bui zijn ondervragers laten optekenen dat hij "wist" waar de resterende wapens verborgen zaten. Als dat zo was, stelde de Bergense procureur-generaal Ladrière, was Madani Bouhouche een gevaar voor de samenleving. Hij gaf een negatief advies voor de voorwaardelijke vrijlating.
Na overleg met zijn advocaten nam Bouhouche begin 2000 zelf contact op met de Cel Waals Brabant. De man die zich al die jaren lang als een procedurele maniak had verweerd tegen aantijgingen als zou hij iets te maken hebben gehad met de grote wapenroof had nu een kortere en heldere boodschap: "Ik heb het gedaan." Bouhouche legde uit hoe hij, inderdaad, in december 1981 een dubbel had gemaakt van de sleutel van de Mazda en op oudejaarsavond de kazerne binnen was gedrongen. En met de wapens buiten werd gereden.
"Wat men al die jaren de spectaculairste wapenroof heeft genoemd, was eigenlijk de eenvoud zelve", legt een speurder uit. "Gewoon een kwestie van op het goede moment, oudejaarsavond, even in en uit te rijden." Bouhouche droeg zijn eigen rijkswachtuniform. In zijn bekentenis noemde hij ook dader nummer twee: Jean-François Buslik, een in New York geboren en in de jaren tachtig vanuit Brussel opererende agent van de Amerikaanse Drugs Enforcement Agency. Buslik was jeugdvriend van Bouhouche. Waarom Bouhouche het had gedaan? Antwoord: "Je voulais toucher la gendarmerie dans sa fleuron." "Ik wou de rijkswacht treffen in zijn hart."
Kort voor de wapenroof was Bouhouche, en ook Beijer, een mutatie opgelegd. Ze waren allebei betrapt bij het plaatsen van afluisterapparatuur in het kantoor van twee collega's bij de BOB die een getuige aan het verhoren waren in het kader van de zaak-François, een drugsschandaal binnen de rijkswacht. Daarbij was gebleken dat een aantal topspeurders in plaats van drugsbendes te infiltreren zelf drugs was beginnen te verhandelen ...
En dat zat Bouhouche eind 1981 dus hoog: dat hij een sanctie had gekregen. Hij, die voor zijn oversten - die hem opvallend lang zouden blijven steunen - altijd zonder morren het vuile werk had opgeknapt, wou wraak. Er gebeurden in de marge van de zaak-Francois veel vreemde dingen. Majoor Herman Vernaillen, die het onderzoek naar de drugshandel leidde, kreeg op 26 oktober 1981 een reeks kogels op zijn woning in Hekelgem afgevuurd. Zijn vrouw werd geraakt en bleef de rest van haar leven invalide. In de dienstauto van Vernaillens rechterhand, adjudant Guy Goffinon, werd op 11 oktober 1981 een bom geplaatst, die dankzij slechts een technisch mankement niet ontplofte.
Een deel van het materiaal voor het vervaardigen van de bom bleek afkomstig van Buslik. Ook voor de aanslagen op Vernaillen en Goffinon bekwamen Bouhouche en Beijer in 1995 de vrijspraak. De bekentenis van Bouhouche werpt nu wel een nieuw licht op de gebeurtenissen van 1981. De these als zouden de twee BOB'ers in die tijd nog vrij voorbeeldige politiemensen geweest zijn, gaat - zeker in het geval van Bouhouche - niet echt meer op. "Er zijn een boel zaken uit die tijd die men zou moeten herbekijken", vindt Coveliers. "Maar ja, hoe lang is het inmiddels allemaal niet geleden?"
Lang genoeg geleden
Lang genoeg opdat Bouhouche niets maar dan ook niets meer te vrezen had toen hij besloot te bekennen. Doordat hij in 1995 al werd veroordeeld wegens "heling" van de wapens van de Groep Diane laat de strafwet niet toe hem nog te berechten voor de diefstal zelf. Al bestaat daar volgens Coveliers twijfel over: "Maar ja, het is nu toch te laat." Ten tijde van de bekentenis, begin 2000, waren de feiten nog niet verjaard. Dat deden ze pas op 1 januari van dit jaar, twintig jaar na de feiten. "Ik vind dit dus vreemd, dat ik dat nu van u moet vernemen", zegt Coveliers. "Een jaar geleden had justitie nog kunnen vervolgen." Geen problemen dus voor Bouhouche.
En Buslik? Hij werd op het proces-Bouhouche-Beijer bij verstek tot de doodstraf veroordeeld, maar zat op dat ogenblik in Florida onder een valse naam van het leven te genieten. Hij werd er opgespoord door... een journalist van Humo, waarna de Brusselse advocaat-generaal Pierre Morlet per ongeluk 'vergat' een uitleveringsbevel uit te vaardigen. Het zou duren tot 10 oktober 2000 - twee maanden en 21 dagen voor de verjaring - voor Buslik aan ons land werd uitgeleverd met het oog op een nieuw proces. Dat zou een jaar later uitdraaien op een totale vrijspraak, aangezien diverse onderzoeksdaden na al die jaren niet meer konden worden verricht ...
Maar toen Buslik in België aankwam, was de bekentenis van Bouhouche er al?
Speurder CWB: "Ja, maar die is niet aan bod gekomen op het proces. Dat had ook geen zin, want toen dat proces plaatsvond was de zaak van de wapenroof al verjaard."
Is Buslik hierover dan nooit ondervraagd?
"Nee. Het is Bouhouche die zégt dat hij erbij was, maar meer is niet bekend."
Eigenlijk is deze bekentenis enkel nuttig voor de geschiedenisboekjes?
"In feite wel. En om te repliceren als er nog eens iemand komt vertellen dat de Bende van Nijvel erachter zat."
Bouhouche is inmiddels overleden. Hij heeft tot zijn dood in het zuiden van Frankrijk geleefd. Buslik keerde terug naar Florida. Madani Bouhouche wist perfect wat hij deed toen hij begin 2000 contact opnam met de speurders met een simpele boodschap: "Ik heb het gedaan." Hij riskeerde helemaal niets. Enkele maanden later waren de feiten verjaard.
| Meer » Waver | Temse | Cel Waals Brabant | Bendecommissie I |