De bende onder aanhoudingsmandaat
13 Oktober 1986
Begin oktober doet Patrick Haemers bij de derde brigade van de politie van Brussel aangifte van de diefstal van zijn Mercedes. Enkele dagen later annuleert Haemers deze klacht alweer. De politie van Brussel krijgt een fax van de politie van Oslo die ene Jean-Claude S. geïnterpelleerd heeft toen hij met de Mercedes de overzetboot opreed. De derde brigade van de Brusselse stadspolitie verwittigt de collega's van de gerechtelijke brigade van de politie die al enige tijd vermoedens hebben rond Haemers. Haemers wordt geschaduwd. Als zijn verblijfplaats en die van zijn vrienden vaststaan, slaat het gerecht op de 13 oktober toe.
De gerechtelijke brigade van de stadspolitie van Brussel, de BOB Halle en de politie van Sint-Lambrechts-Woluwe voeren huiszoekingen uit in de villa van Patrick Haemers aan de Rue Boissonnets 9 in Chaumont-Gistoux, in het Brusselse appartement van Philippe Lacroix en in de winkel van de vriendin van Lacroix aan de George Henrilaan in Sint-Lambrechts-Woluwe. In de villa van Haemers vindt de politie 3.290.000 frank in briefjes van 1.000 en 5.000 en een massa aan deviezen waaronder vrij zeldzame valuta die in enkele van de overvallen Securitas-wagens vervoerd werd. Het geld zat verstopt in een handtas, in een fototas en in de voet van een lavabo. De politie vindt ook de sleutels van de Securitas-wagen die in Drogenbos leeggeroofd werd en de goudstukken die in Wezembeek-Oppem gestolen werden. Haemers had de goudstukken aan zijn vrouw geschonken.
In de flat van Lacroix wordt niets gevonden. In de winkel van zijn vriendin neemt de politie daarentegen een karabijn .22, een long rifle Winchenster, een revolver Smith & Wesson kaliber .38 en munitie in beslag. De politie vindt ook documenten over de aankoop door Lacroix van een garage in Schaarbeek. Patrick Haemers en zijn echtgenote Denise Tyack, Philippe Lacroix en de broer van de Amerikaan Jean-Claude S. worden opgepakt. Tyack en de Amerikaan worden kort daarna weer vrijgelaten. Het gerecht voert een onderzoek uit naar de financiële handel en wandel van Haemers. Het blijkt dat hij 'ingeschreven' staat als zelfstandig medewerker van de NV Sobex. De boekhouder van die firma schreef Haemers echter valse facturen uit voor diensten die Haemers nooit bewezen had. Haemers gaf zelf eerst een pak geld aan de boekhouder die daarmee zijn 'zelfstandig medewerker' betaalde. Op die manier werden miljoenen gestolen geld witgewassen. In oktober 1986 wordt Haemers hiervoor bij verstek veroordeeld.
14 Oktober 1986
Onderzoeksrechter Jean-Pierre Collin van Brussel plaatst Haemers en Lacroix onder aanhoudingsmandaat. De twee worden vijf dagen in volledige afzondering gehouden waarna de raadkamer van Brussel de aanhouding bevestigt. Het mandaat vermeldt diefstal met geweld en diefstal met bedreiging, gewapende overvallen en moord om diefstal te vergemakkelijken.
20 Maart 1987
Philippe Lacroix wordt 'wegens gebrek aan bewijzen' vrijgelaten door de Brusselse Kamer van Inbeschuldigingstelling.
25 Juni 1987
De Procureur des Konings van Verviers kondigt aan dat onderzoeksrechter Vieillevoye het dossier over de overval in Ensival aan de Brusselse onderzoeksrechter Collin zal doorgeven. Ballistisch onderzoek toont het verband aan tussen de overval in Ensival en de andere hold-ups waarvan Patrick Haemers beticht wordt. Vier dagen later, op 29 juni, maakt het parket van Brussel bekend dat onderzoeksrechter Collin Patrick Haemers beticht van negen overvallen: de drie overvallen in de buurt van Casteau-Neufville, Wilsele op 1 maart '85, Ensival, Drogenbos op 17 maart '86, Evere, Leerbeek en Wezembeek-Oppem.
De garagebox in Rijsel
En de Lancia Thema
Op 1 oktober 1988 huurt Philippe Lacroix bij het immobiliënkantoor BUA een garagebox in de Rue Gosselet in Rijsel. In die box wordt in april '89 een Lancia Thema met wapens en munitie gevonden. Tijdens oktober '88 wordt een Lancia Thema bij een garagehouder in Hoeilaert gestolen. Leden van de bende van Haemers en co. zitten achter deze diefstal. De wagen zal later teruggevonden worden in de door Philippe Lacroix gehuurde garagebox in Rijsel.
Nog in oktober verneemt de BOB-Leuven via een rogatoire commisie in Parijs dat Patrick Haemers en Denise Tyack, na zijn ontsnapping, het vliegtuig naar Rio genomen hebben. Tegelijk hebben de speurders uitgevist wie Haemers en Tyack vervalste papieren verschaft hebben. De vier personen worden aangehouden en leggen bekentenissen af. De 101 in Ukkel krijgt een tip over een gestolen wagen in de Vossendreef. De politie vindt het gestolen voertuig in een garage. De flat waarbij de garagebox hoort, wordt geregeld gecontroleerd.
| Meer » Paul Vanden Boeynants |
De garagebox in Ukkel
De buitengewone ontdekking
Op 17 februari 1989 melden verschillende kranten twee buitengewone ontdekkingen, de eerste speelt zich af in een garagebox Ukkel. Begin februari hebben rijkswachters van de SIE en leden van het observatieteam van de Nationale Brigade een autobox, in Ukkel, in de gaten gehouden. De box ligt aan de Alsembergsesteenweg 733. Voor de observatie wordt onder andere een videocamera gebruikt. Officiële versie van de ontdekking. Eens te meer heeft een verontruste burger de politie gewaarschuwd dat er vermoedelijk een gestolen wagen in de box staat.
Officieuze versie. Een Brusselse strafpleiter heeft het adres doorgespeeld aan commissaris 'Juju' Dhaenen van de Ukkelse politie, die op zijn beurt commissaris Jean-Philippe Elise van de Nationale Brigade ingeschakeld heeft. Elise is een van de onderzoekers die Haemers al jaren achternazitten. Op 7 februari stappen de onderzoekers de garage binnen. In de box ontdekken Elise en zijn adjunct, inspecteur Eric Clavie, vergezeld van enkele andere speurders, een ware 'grot van Ali Baba'. Door elkaar liggen er :
- 16 verweerwapens, revolvers en pistolen waarbij de identificatienummers weggeveild zijn.
- Een vizier.
- De kolf van een revolver.
- Een FAL en een FN FNC-geweer, met de serienummer er nog in.
- Een afstandsbediening met zender en ontvanger.
- Een vreemde constructie van PVC-buizen, zuignappen, ontstekingsmechanismen, springstoffen - 2.2 kg TNT - en granaten.
- Een antracietgrijze BMW 535i.
- Een tas met carnavalsmaskers, zakken bivakmutsen en handschoenen.
Interessant, de 'constructie' met de buizen lijkt sterk op de bom die weigerde te ontploffen nadat de gangsters ze met een zuignap achteraan op de Brinks's Ziegler in Etterbeek bevestigd hadden. De PVC-buizen zouden ook wel eens van hetzelfde soort kunnen zijn als de met springstof gevulde buizen die in Ensival, Verviers en Groot-Bijgaarden gebruikt werden. Onweerlegbaar, op de BMW in de box zitten vingerafdrukken van Haemers. Buitengewoon, de zwarte BMW, naar alle waarschijnlijkheid de overvalwagen van de aanslag in Groot-Bijgaarden, draagt een oorspronkelijke nummerplaat en een vervalste plaat met dezelfde cijfer- en lettercombinatie als de nummerplaat op de wagen van mevrouw Vanden Boeynants. Onthutsend, de carnavalsmaskers lijken op de maskers gebruikt door de Bende van Nijvel bij hun laatste overvallen. Bijna miraculeus, twee oorlogswapens in de box hebben wellicht gediend in Groot-Bijgaarden en zijn afkomstig van de diefstal bij FN-kaderlid Juan Mendez.
Te veel is te veel. Bij magistraten, onderzoekers en journalisten lopen de koude rillingen over de rug. Op eendezelfde plaats is het gerecht op materiële aanwijzingen gestoten die een band lijken te leggen tussen de Bende van Nijvel, de moord op Mendez, een serie brutale Securitas-overvallen, de moordende aanslagen op een postwagen in Ensival en een GMIC-wagen in Groot-Bijgaarden en de ontvoering van minister van Staat Paul Vanden Boeynants. "In ieder geval", fluisteren enkele speurders, "dit is te mooi om waar te zijn. Iemand probeert ons zand in de ogen te strooien. 'Ze' proberen ons te manipuleren."
| Meer » Bouhouche & Beijer | Paul Vanden Boeynants |
Het appartement in Ukkel
17 Januari 1989
De politie beslist om de flat in de Vossendreef in Ukkel, die gehuurd wordt door 'Mevrouw Evrard' te onderzoeken. Dat gebeurd met toestemming en in aanwezigheid van de huiseigenaar die ontevreden is over zijn 'Parijse' huurster. De huur is al een tijd niet meer betaald. De meters van water en elektriciteit staan ook al enkele weken stil. De politie vreest dat de huurders de verdwijning van de Audi 80 als een serieuze waarschuwing opgevat hebben en dat ze hun biezen gepakt hebben. Die dinsdag, drie dagen na de verdwijning van VDB, zullen de politiemannen in de flat aan de Vossendreef de eerste aanwijzingen vinden die toelaten een verband te leggen tussen Haemers en de verdwijning van VDB. De politiemannen kunnen zelfs enkele ontvoerders identificeren. Alleen, op dat ogenblik durft geen enkele onderzoeker nog maar te dromen dat Haemers VDB gegijzeld houdt. In de flat vinden de speurders onder andere :
- Vingerafdrukken die pas later geïdentificeerd worden.
De afdrukken zijn van Haemers, Lacroix, Van Dam en van een onbekende. Enkele weken later blijkt dat die onbekende meester Michel Vander Elst is.
- Een exemplaar van Le Soir van 13 oktober 1988.
Daarin wordt onder andere geschreven dat procureur-generaal Victor Van Honsté kamervoorzitter Nothomb verzocht heeft de parlementaire onschendbaarheid van VDB op te heffen in verband met een affaire rond smeergeld.
- Een levensverzekering voor een kapitaal van 50 miljoen frank.
Deze werd afgesloten door Patrick Haemers en Denise Tyack bij de verzekeringsmaatschappij Utrecht, ten voordele van Kevin Haemers, hun zoontje.
- Een bladzijde uit Le Soir van 28 september 1988.
- Een exemplaar van La Dernière Heure van 18 oktober 1988.
- Schoonheidsproducten van Denise Tyack.
- Een handboek over hoe je je uiterlijk en vooral je gezicht kan veranderen.
- Twee valse snorren en een reeks producten die gebruikt worden om het gezicht te vermommen.
- Een pak medische kompressen en geneesmiddelen waaronder het verdovende middel Acetidon.
Via de apotheker die de geneesmiddelen verkocht heeft, wordt de dokter teruggevonden die ze voorgeschreven heeft aan iemand die een valse naam gebruikte. De arts, dokter William Szombat, heeft zijn praktijk aan de Louizalaan vlakbij het kabinet van meester Vander Elst. De twee mannen zijn verre kennissen van elkaar. De dokter wordt nadien veroordeeld wegens het schrijven van valse medische voorschriften en van schriftvervalsing.
17 Februari 1989
Op 17 februari 1989 melden verschillende kranten twee buitengewone ontdekkingen door het gerecht. Eerst en vooral is er de flat in Ukkel, nummer 8 aan de Vossendreef, een kasseiweg aan de rand van het Zoniënwoud. In oktober van 1988 verwittigde de conciërge van het gebouw de politie van Ukkel. De conciërge vond dat de huurders van de flat op de derde verdieping zich maar weinig sociaal gedroegen. Het waren jonge huurders die geen enkel reglement respecteerden. Ze lieten hun wagen, een Audi 80, en hun zware motor, een 750 cc, vaak op de smalle toegangsweg tot de gemeenschappelijke garage staan. En het leek erop dat de koffer van de Audi geforceerd was en de draden van het contact losgetrokken waren. "Alsof het om een gestolen wagen gaat", meldde de verontruste conciërge aan de politie. De flat werd gehuurd door een jonge dame. Ze zei dat ze Parisienne was, 'Mevrouw Evrard' heette en een Amerikaanse fabrikant van boxershorts vertegenwoordigde. Nadat de conciërge verschillende keren aangedrongen had, was de politie van Ukkel dan toch naar de wagen komen kijken.
Alle aanwijzingen lieten vermoeden dat de wagen in Frankrijk gestolen was. Bijgevolg informeerde de politie van Ukkel bij de Franse politie naar de wagen. De Audi 80 werd weggesleept en bij de in beslag genomen voertuigen ondergebracht. De gemeentepolitie van Ukkel 'ruikt' dat ze met zware mannen te doen heeft. Ze vermoedt dat de flat een schuilplaats is van een Franse misdadigersbende en ze verwittigt commissaris Jean-Philippe Elise van de Nationale Brigade. Elise en zijn adjunct, Eric Clavie, maken al geruime tijd jacht op enkele Frans-Joegoslavische gangsterbenden die af en toe in ons land opereren. De onderzoekers besluiten het appartement in de gaten te houden en regelmatig te controleren. De uren kijken en wachten hebben nooit iets opgeleverd. Tijdens een controle wordt weliswaar vastgesteld dat de meters van het water en de elektriciteit gelopen hebben en dat iemand dus in de flat van 'mevrouw Evrard' geweest is, maar de politie kon nooit iemand betrappen. De kranten hebben de ontdekkingen op 17 februari gepubliceerd maar de politie had al op 17 januari beslist om de flat te gaan onderzoeken.
| Meer » Paul Vanden Boeynants | Michel Nihoul |
Het einde van de bende
De arrestatie van Basri Bajrami : 14 Februari 1989
Op dinsdag 14 februari, een dag nadat Vanden Boeynants werd vrijgelaten, werd het eerste bendelid van de gentlemen-bende Haemers opgepakt. De Kosovaarse Albanees Basri Bajrami had de blunder begaan om vanuit Metz triomfantelijk naar zijn vrouw in Nederland te bellen. "Alles is goed verlopen. Vanaf nu zijn we heel rijk." De telefoon werd afgeluisterd en niet zijn vrouw, maar Franse speurders verschenen op het rendez-vous. Een maand later werd de bende-advocaat Michel Vander Elst in de boeien geslagen, precies op de dag dat hij voor het Hof van Assisen een cliënt moest verdedigen. Er bleek vanuit Le Touquet, waar VDB werd vastgehouden, geregeld naar hem getelefoneerd te zijn geweest.
Het internationaal aanhoudingsmandaat : Maart 1989
De Dendermondse onderzoeksrechter Freddy Troch schrijft een internationaal aanhoudingsmandaat uit tegen de gangster Patrick Haemers. Dit gebeurd nadat een dame, die warenhuisbediende is bij de Delhaize in Aalst, verklaard dat ze de 9de november '85 Patrick Haemers die dag heeft gezien in de Delhaize. Vier jaar later zag ze de foto van de gangster in een krant en ging met haar getuigenis naar de onderzoekscel in Dendermonde.
Troch heeft, volgens hem, hiermee genoeg aanwijzingen om een aanhoudingsbevel uit te schrijven. Patrick Haemers, die in Rio de Janeiro verblijft, antwoord van daaruit op de vragen in verband met de Bende: "Ik doe niet aan politiek. De Bende van Nijvel, dat zijn smeerlapperijen en stommiteiten. Ik heb nooit koelbloedig gemoord."
De arrestatie van Robert Darville : 17 Augustus 1989
De wapenhandelaar Robert Darville wordt aangehouden en die arrestatie bezorgt enkele verrassingen. Darville wordt ervan verdacht de FAL en FN FNC-geweren van Mendez aan Haemers te hebben geleverd. Darville wordt er ook van verdacht onderdelen van springladingen of afgewerkte bommen gefabriceerd en geleverd te hebben die in Ensival, Verviers, twee doden en Groot-Bijgaarden, een dode, gebruikt werden. Aanvankelijk ontkent Darville alles.
Tot de onderzoekers hem confronteren met het feit dat zijn vingerafdruk op de afstandsbediening, gevonden in de box in Ukkel, staat. Zijn vroegere partner, Michelle Gauthier, wordt op 2 oktober '89 aangehouden en wordt er ook van verdacht de springstoffen voor Groot-Bijgaarden gefabriceerd en geleverd te hebben. Bij de aanhouding komt ook het dossier Thierry Smars opnieuw ter sprake. Het dossier Smars behandelt de 'vermoedelijke' zelfmoord van deze jonge man, een week voor zijn 24ste verjaardag.
| Meer » Aalst | Dendermonde | Paul Vanden Boeynants |
Patrick Haemers in Brazilië
De rogatoire commissie : 30 Mei 1989
Een Belgische rogatoire commissie, bestaande uit een rijkswachtmajoor en een lid van de BOB die op 20 mei naar Rio de Janeiro was vertrokken, is daar de beruchte Belgische gangster Patrick Haemers op het spoor gekomen. Die wordt ervan verdacht de ontvoering van ex-premier Vanden Boeynants op 14 januari van dit jaar te hebben georganiseerd. Op grond van hun indicaties heeft de Braziliaanse politie op zaterdag 27 mei Haemers, zijn echtgenote Denise Tyack en de medeplichtige Axel Zeyen aangehouden. Het trio heeft de ontvoering van VDB toegegeven evenals een aantal overvallen op geldtransporten. Haemers en zijn kornuiten stonden de pers uitvoerig en breed glimlachend te woord en verschenen zelfs op de Braziliaanse televisie voor een heuse persconferentie.
Haemers zou kort na zijn aanhouding 70.000 dollar betaald hebben aan Braziliaanse politieambtenaren voor zijn vrijlating. Dankzij die informatie kon men de verdachten op tijd overbrengen naar de gevangenis van Recife, 3000 kilometer verder. Daar verbleven zij onder verscherpte controle. 'Zij waren eerst opgesloten als gewone gedetineerden, maar nu worden zij omschreven als uiterts gevaarlijk en risicovol', zei een Braziliaans politieambtenaar. Ook werd bekendgemaakt dat Haemers op bankrekeningen in Uruguay, dat bekend staat als het Zwitserland van Latijns-Amerika, over 60 miljoen dollar beschikte. Het Braziliaanse hooggerechtshof heeft ingestemd met de uitlevering van de 'bende' van Haemers aan België.
De uitlevering van Haemers : 16 Maart 1990
De Braziliaanse minister van Buitenlandse Zaken meldt de Belgishe ambassadeur in Brasilia officieel dat Haemers, Tyack en Zeyen uitgeleverd worden. België heeft 60 dagen om het trio over te vliegen. 9 dagen later vliegt substituut Bart van Lijsebeth en kapitein Joost Duchi van het SIE van de rijkswacht naar Recife om de praktische kant van de uitlevering te regelen. Op 29 maart vertrekt de C-130 Hercules van de Belgische luchtmacht, met boordcommandant kolonel De Brouwere, richting Recife. Op 1 april om 10u46 staan Patrick Haemers, Denise Tyack en Axel Zeyen voor onderzoeksrechter Laffineur. Na een probleemloze vlucht van Rio de Janeiro naar Koksijde, werden de drie onder zware bewaking met een helikopter van de rijkswacht naar de rijkswachtkazerne van Halle overgevlogen. Vandaar ging elke verdachte afzonderlijk, in een gepantserde wagen van het SIE, naar het gerechtsgebouw van Brussel. Laffineur leest de aanhoudingsmandaten voor en verhoort de drie een eerste keer. Denise Tyack gaat naar de vrouwenafdeling van de gevangenis van Vorst. Haemers en Zeyen worden in Sint-Gillis overgebracht. Ze zullen om veiligheidsredenen geregeld naar andere cellen en naar andere gevangenisinstellingen verhuizen.
| Meer » Paul Vanden Boeynants | Jean-Paul Dumont |
Patrick Van Brussel
De BOB'er die Patrick Haemers terugvond in Rio
"Het werd ons duidelijk dat heel wat mensen binnen de magistratuur helemaal niet wilden dat Haemers werd gevonden. Er zijn heel veel dingen over de ontvoering van VdB die we niet weten, en die wij niet móchten uitzoeken."
Stank voor dank
"Ik laat dit kloteland voor wat het is. Kijk, hier ga ik naartoe." Een verfrommelde folder liet een huisje zien op de Maagdeneilanden. "Dat ga ik kopen en daar ga ik een cocktailbar beginnen. Op de Caraïben. Verder weg van België kan niet, denk ik." Verbittering is een understatement voor de gevoelens waarmee ex-BOB'er Patrick Van Brussel enkele jaren geleden terugblikte op zijn loopbaan. In een normaal land had was hij overmatig gedecoreerd. Het was hij die er in 1989 met een collega in slaagde gangster Patrick Haemers op te sporen in Rio. De rijkswacht bedolf hem onder de tuchtprocedures. De Maagdeneilanden heeft hij nooit gehaald.
"Contact X18 dd. 06/04/89. Achille Haemers zou op 05/04/89 telefonisch contact gehad hebben met zijn zoon Patrick. Die belde vanuit Zuid-Amerika, zonder de plaats te noemen (...). Hij zou Achille Haemers gevraagd hebben contact op te nemen met Georges Lacroix, welke hem twee gecodeerde telefoonnummers zal doorgeven naar dewelke Patrick zou kunnen bellen om terug in contact komen met Philippe Lacroix. Het blijkt dus dat met de aanhouding van Vander Elst, Patrick zijn contactpersoon kwijt is. Van het losgeld van VdB zouden zowel Patrick als Vander Elst, 17.000.000 fr. gekregen hebben." De totale hoeveelheid informatiefiches van BOB'ers Patrick Van Brussel en Rudy De Jonghe in de eerste helft van 1989 over hun speurtocht aanleggen, is niet te overzien.
Het gaat merendeels om 'zachte' informatie, zoals dat in het jargon heet. Alle getuigen zijn gecodeerd. Alleen de twee speurders en één magistraat kent hun ware identiteit. De bekomen informatie is de vrucht van een maandenlange tocht langs louche bars, hotels en andere gangsterholen, én op-de-man-af-gesprekken met Achille Haemers, de vader van de meest gezochte gangster van dat moment. "Onze aanpak was onconventioneel," zegt Van Brussel, "maar dat was het doelwit ook."
"Die vinden we nooit meer terug"
Patrick Haemers en zijn kornuiten hebben eind 1988 oud-premier Paul Vanden Boeynants ontvoerd. Ze hebben 63 miljoen losgeld gekregen en zijn met de noorderzon vertrokken. Daarvoor hebben ze in hun overmoed nog enkele overvallen op geldtransporten gepleegd. De toestand lijkt uitzichtloos. Een groep door de wol geverfde gangsters met zoveel geld op zak? Die vinden we nooit meer terug, zo luidt de overheersende overtuiging. Ze kunnen net zo goed in Nieuw-Zeeland zitten als in Canada. "Sommige collega's lachten met ons", blikt Patrick Van Brussel later terug. "Ze vonden ons naïef. Het is wel waar. Maandenlang hebben we amper onze bedden gezien. Een privé-leven hadden we helemaal niet meer. Het was slopend, maar ja: we wil het wel weten, hé. 's Avonds, of 's ochtends, gingen Rudy en ik dan samen nog iets drinken, en overzagen we de oogst. Een paar bierviltjes waarop een van ons stiekem had zitten te noteren. Een paar hints, een paar telefoonnummers. Nee, computers hadden ze toen nog niet. Pas achteraf stelden we ons de vraag: misschien wilde 'men' wel helemaal niet dat we Haemers terugvonden."
Wie was 'men'? Een heel diepe zucht. Nog zo'n fiche: "Contact X18, dd 13/04/89. A.H. moet Patrick woensdag of donderdag opnieuw telefoonnummers doorgeven voor verdere contacten. Deze nummers worden gecodeerd doorgegeven en zij gebruiken de volgende methode: twee getallen vooraan en achteraan laten wegvallen en het telefoonnummer in het midden omkeren" Vijftien dagen later, nog zo'n fiche: "Contact RTT: telefoon afkomstig uit Rio de Janeiro!" Bingo. Het zoekgebied wordt in één klap van de hele wereld verkleind tot één stad. Een maand later worden Patrick Haemers en co. gearresteerd in Rio, en wat later ook uitgeleverd aan België. Een staaltje van politioneel speurwerk om u tegen te zeggen, daar is iedereen het over eens.
Wanneer Van Brussel ons halfweg 1998 het hele verhaal vertelt, is van trots weinig te merken: "Het werd ons heel snel duidelijk dat heel wat mensen binnen de Brusselse magistratuur eigenlijk helemaal niet wilden dat Haemers werd gevonden, en zeker niet dat hij naar België zou terugkeren. Haemers was in de vroege jaren lang geldkoerier voor een aantal Brusselse PSC-politici. Hij kwam uit datzelfde milieu. Er zijn heel veel dingen over de ontvoering van VdB die we niet weten, die wij niet móchten uitzoeken. Net daarom werkten wij heel discreet, we rapporteerden slechts aan één magistraat. Zodra we wisten waar in Rio Haemers precies zat, hebben we ervoor gezorgd dat de informatie zo snel circuleerde dat men niet anders kon dan een rogatoire commissie sturen en hem gaan ophalen. Wij, twee kleine rijkswachters, hebben toen het hele Brusselse establishment voor voldongen feiten gezet, en dat is ons dus niet in dank afgenomen. Geloof me, er waren in die tijd heftige krachten aan het werk om Haemers in Rio te laten zitten."
Papieren oorlog
Stoppelbaard, wazige blik, verfrommelde kleren, een eenzamemanflatje waar in geen maanden meer is opgeruimd. Hij heeft zijn cd-collectie zitten te ordenen en is daar halfweg mee opgehouden. Overal slingeren dossiers en vergeelde processen-verbaal rond. Lege whiskyflessen. Patrick Van Brussel is in 1998 al enkele jaren met ziekteverlof. Het enige wat hem nog met België bindt, is zijn papieren oorlog met de rijkswacht. Hij wil "gepensioneerd worden", ook al is hij amper veertig. En als dat eenmaal gelukt is, wil hij met die paar centen die hij heeft in het vliegtuig richting Maagdeneilanden stappen. Zo ver weg van België als mogelijk.
"Het is begonnen met een stom incident, een paar maanden na de zaak-Haemers. Rudy en ik werden weggestuurd voor een of andere dringende operatie. We moesten in enkele minuten aan de andere kant van Brussel zien te geraken. We rijden weg uit de kazerne, zetten de sirene op. We komen aan het bareel. Normaal gaat dat ding meteen open als men ziet dat het dringend is. De slagboom blijft dicht, de man die hem bedient, zit ons pesterig uit te lachen. We stappen uit, sleuren hem uit zijn hok en openen zelf de slagboom. Lap, tuchtprocedure. Had die vent achter de slagboom instructies gekregen? Bij de rijkswacht is alles mogelijk. Ze pesten je desnoods het graf in. En waarom? Omdat we een van de moeilijkste zaken ooit hadden opgehelderd? Mocht dat dan niet? Hoe dan ook, de tuchtprocedures stapelden zich op. We werden buiten gepest."
Op de Maagdeneilanden wou de ex-topspeurder een cocktailbar beginnen. Reggaemuziek, lange nachten op het strand. Rimbaud lezen. Vergeten. Hij had al een huisje op het oog. Telkens als je hem de laatste jaren belde, was de toestand dezelfde: "Ik ben nog niet vertrokken. De generale staf doet moeilijk over dat pensioen. Maar over enkele maanden ben ik vast en zeker weg." Vorig jaar was het dan eindelijk zover. Pensioen. Van Brussel was inmiddels echter nog verder afgedaald tot de status van menselijk wrak. Depressies, slapeloze nachten, alcohol, enkele halfslachtige zelfmoordpogingen. "Te diep in de Bende, te diep in de familie-Haemers, te diep in de politieke stront", legde hij twee jaar geleden uit in een interview met Humo. Veel meer dan speculeren en oude feiten op een rijtje zetten zat er niet meer in. Haemers overleed kort naar zijn terugkeer naar België in zijn cel, ook VdB legde inmiddels het loodje. In 2001 meldde MaoMagazine dat Patrick Van Brussel op 24 april 2001 overleed in een ziekenhuis in Leuven. Van enige dankwoorden vanwege politiediensten of magistratuur was op de in familiale discretie gehouden begrafenis geen sprake.
|
Bron » De Morgen Forum » Bespreek dit artikel
|
| Meer » CEPIC | Paul Vanden Boeynants |
De Reus herkent
Het bloedbad
Op zaterdag 9 november 1985 rond half acht 's avonds waren twee zwaar bewapende rijkswachters die het Delhaize-filiaal aan de Parklaan in Aalst bewaakten en al uren op de parking rondlummelden, plotseling verdwenen. Net op dat moment arriveerde de Bende van Nijvel. Toevallig. Via de ingang aan de Ninoofsesteenweg reden de gangsters in een antracietkleurige Golf GTI de Delhaize-parking op. Drie mannen sprongen eruit: één grote, brede vent en twee kleinere kerels. In een hoek zagen ze een kleine Renault R4 geparkeerd staan. De drie gangsters doorzeefden hem. Het R4-model van Renault werd toen nog als dienstauto gebruikt door de rijkswacht. Maar deze R4 was geen rijkswachtauto. De chauffeur die in de R4 zat te wachten, overleefde de fusillade niet. Daarna liepen de drie naar de supermarkt. Vier mensen kwamen naar hen toe gewandeld: een man, een vrouw en twee kinderen die hun boodschappenkarretje in de richting van hun auto duwden. Ze hadden pech, door op dat moment daar te zijn konden ze drie gangsters duidelijk en van dichtbij zien, en werden ze eerstelijnsgetuigen van een overval van de Bende van Nijvel.
En dus werd de familie uitgeroeid. De grote Bende-man, die duidelijk de leiding over het commando had, schoot de winkelende vader in de buik. De man viel voorover, hij werd afgemaakt met een nekschot afgemaakt. Het dochtertje, dat zich op haar vader gooide, werd even koud afgeschoten.De vrouw en de zoon vluchtten weg. De vrouw kwam niet ver. Een schot raakte haar in de rug. De lading schroot die op de zigzaggend wegrennende jongen werd afgevuurd, miste grotendeels haar doel. Het gros van de speciale Plastic Legia-munitie versplinterde de ruit naast de deur waardoor de jongen naar binnen rende. Een vijftal stukken schroot schroeide door zijn jas en raakten hem in zijn billen. De jongen voelde het zelfs niet. Huilend rende hij naar een schoolkameraad die hij in de supermarkt aan het rek met stripboeken had gezien.
De gangsters liepen de supermarkt binnen. Ze schoten op alles wat bewoog. Meer mensen werden getroffen door kogels. De Bendelingen dwongen de caissières hun kassa's leeg te maken en het cash geld in een zak te stoppen. Ze zetten de filiaaldirecteur een revolver tegen de slaap. Hij moest hen naar de kluis brengen, een babykluis die achteraan in de supermarkt stond. Uiteindelijk stapte de Bende met een half miljoen cash geld, voor 240.000 frank cheques en de zware babykluis naar buiten, de parking op. Met opengeplakt achterportier reed de Golf achteruit van de parking weg. In de kofferruimte zat de reus, die een politieman die de auto wilde tegenhouden letterlijk uit de weg schoot. Daarna verdween de Golf richting Ninove.
De ogen van de reus
In de Bende-literatuur wordt steeds opnieuw geschreven dat de overvallers in Aalst carnavalsmaskers droegen. Alle getuigen spreken dat nadrukkelijk tegen, ook David Van De Steen, één van de kroongetuigen. "Ik heb hen duidelijk gezien. Ze droegen absoluut geen carnavalsmaskers. Ze hadden sjaals voor hun mond en hun neus geslagen. Boven die sjaals was hun gezicht onbedekt en zichtbaar. Ze hadden zich ook geschminkt, er lag een laag bruine fond de teint op hun gezicht. Dat viel op, achter hun oren zag je hun witte huid nog. En ze droegen nogal belachelijk uitziende pruiken met dikke, zwarte krullen, van die Zwarte Piet-pruiken. Toen ik ze zag opduiken dacht ik eerst dat het een grap was, dat het Vuil Jeanetten uit het Aalsters carnaval waren. Er was een man bij die een kop boven de twee anderen uitstak. Hij had brede schouders en hij was een meter negentig groot. Hij was duidelijk de baas. Hij liep luid brullend in de richting van de supermarkt. Hij schreeuwde in het Frans en in het Nederlands. Geen correct Nederlands, meer het gebroken taaltje van iemand die nauwelijks Nederlands kent. Hij gaf bevelen aan zijn maats en bleef maar tieren dat iederen op de grond moest gaan liggen, en vooral niet mocht kijken."
"De reus droeg een lange groene jas. Geen regenjas, maar zo'n stoffen overjas die mannen vaak over een pak dragen. Hij had de jas met de bovenste twee knopen vastgemaakt, zodat die openwaaide als hij liep en dan kon je zien dat hij aan zijn ene zij een revolver in zijn broeksriem had zitten, en aan de andere granaten droeg. Tenminste, ik denk dat het granaten waren, maar het zou ook een lader geweest kunnen zijn. Hij schoot met een tweeloop, een jachtgeweer waarvan de lopen snel en slecht waren afgezaagd. Hij hield het ding in één hand, en zo schoot hij ook, nonchalant met één hand. Toen de gangsters terug naar buiten liepen met hun buit zag de grote man, die de zak met geld droeg, mij opnieuw. Ik lag naast mijn schoolvriendje. "Niet kijken", riep hij. Ik keek toch. De sjaal was weggezakt van voor zijn gezicht. Ik zag dat hij een pukkel op zijn wang had, naast zijn neusvleugel."
Een onbelangrijke getuige
Na al die jaren heeft de politie zich nooit echt druk gemaakt om deze belangrijke getuige. Ze is een paar keer met een paar foto's langsgekomen toen de getuige nog in het ziekenhuis lag. Of hij iemand herkende? Hij herkende niemand. Telkens was de zaak in twee minuten geregeld. Maar de getuige is nooit het gezicht van de reus vergeten. Veel jaren later zag hij op een weekbladcover een foto, en hij herkende het gezicht van de Bende-reus van Aalst. Hij zag opnieuw die koude, lichtblauwe, half open ogen die hij toen ook had gezien. Hij zag de pukkel en het harde gezicht. Op de foto tekende hij zwarte krullen en een sjaal rond de kin, en toen wist hij het heel zeker, het was de moordenaar. De man op de foto was Patrick Haemers.
Rio De Janeiro, 1989
Nadat hij in 1989 in Barra de Tijuca, de dure stadswijk van Rio de Janeiro was gearresteerd, begon Patrick Haemers plotseling honderduit te praten. Hij bekende ongeveer alles wat men hem en zijn bende aanwreef: een reeks overvallen op postauto's en geldtransporten, een paar moorden, de ontvoering van Paul Vanden Boeynants ... Maar één ding bleef hij hardnekking ontkennen, dat hij ook maar iets te maken had met de overvallen en moordpartijen die gemakshalve onder de naam de Bende van Nijvel worden gegroepeerd. Toen twee journalisten hem in oktober 1989 opzochten in de gevangenis van Recife, maakte Haemers zich daar bijzonder druk over. "Ze beschuldigen me er zelfs van de Reus van de Bende te zijn! Om zes uur 's ochtends kwamen ze mij met het machinegeweer op scherp uit mijn bed halen. Toegegeven, ze hebben bij mij een riot gun gevonden, maar die was nog nooit gebruikt. 'Jij bent de Reus', zeiden ze. 'Jij was bij de overval in Eigenbrakel'. Maar mijn vrouw kon een alibi voor me opdiepen, een cheque die ik die avond had uitgegeven in het restaurant Le Pagalo. Ik wist het zelf niet. 'Jij hebt geluk', zei de flik. 'Als je dat alibi niet had gehad, dan was jij nu de Reus.' Daarom ben ik gevlucht. Ik was het kotsbeu. Ze wilde koste wat kost bewijzen dat ik de grootste misdadiger aller tijden ben."
Maar de verdenkingen die tegen hem bestonden in verband met de Bende werden steeds nadrukkelijker. Al waren ze eerst nog een beetje nevelig en algemeen. Haemers was een grote, brede kerel die lichtjes trekbeende. Dat was ook het profiel van de Bendereus: een grote, brede jongen die mankte. Dus kwam Haemers terecht in de lijst Mogelijke Reuzen van de Bende-onderzoekers. Het feit dat hij zwaar aan de cocaïne zat, maakte hem zelfs favoriet. Een politieman die in het onderzoek naar de Bende van Nijvel heeft gezeten, zegt: "Voor mij is Haemers altijd verdachte nummer één geweest voor de Bende-overvallen in 1985 op de Delhaize van Eigenbrakel, Overijse en Aalst. Hij was groot, er zijn niet zo heel veel grote gangsters. Bovendien was de reus niet dik, maar atletisch gebouwd. Haemers was dat. De overval in Aalst was ook duidelijk het werk van jongens die zwaar aan de drugs zaten. Ze schoten op alles en iedereen. Op mensen die in de weg liepen, auto's waar niemand in zat, en zelfs op de muren. Dat wijst opnieuw naar Patrick Haemers. Hij was een cokehead."
Au Trois Canards
De verdenking tegen Haemers kregen nog meer gewicht toen de politie het cliënteel van het restaurant Au Trois Canards in het Waals-Brabantse Ohain van dichtbij had bekeken. De eigenaar Jacques Van Camp, een gewezen architect uit Sint-Lambrechts-Woluwe die deel uitmaakte van de dubieuze zakenentourage van de grote katholieke staatsman en minister van Staat Paul Vanden Boeynants, was in de nacht van 1 oktober 1983 voor zijn etablissement met een nekschot afgemaakt door de Bende-moordenaars die carnavalsmaskers en legerschoenen droegen. Heel toevallig was het dragen van legerschoenen bij het begaan van criminele feiten een specialiteit van de Bende Haemers, die zeer militair opereerde. Dat was ook Paul Vanden Boeynants zelf opgevallen toen hij in 1989 door de Bende Haemers werd ontvoerd.
Begin 1989 vond de politie in een garagebox waarin wapens, munitie en een gestolen BMW van de Bende Haemers lagen opgeslagen, een aantal carnavalsmaskers. Die waren door de Bende in Aalst niet, maar in Overijse en Eigenbrakel wel gebruikt. Waarvoor hadden Haemers en co die nodig gehad? Bij hun normale bezigheden - overvallen op geldtransporten - trokken ze bivakmutsen over hun hoofd. Ofwel heeft de bende ze echt gebruikt, ofwel heeft iemand ze erin gestopt om de politie voor de Bende-aanslagen op het spoor-Haemers te zetten. Uit het klanten-onderzoek bij Au Trois Canards bleek dat heel wat figuren uit de entourage van Haemers geregeld kwamen eten in Au Trois Canards, een restaurant dat vooral werd gefrequenteerd door de snobistische beau monde en door de financiële elite van Brussel. Haemers zelf ontkende zelf dat hij ooit een voet in Au Trois Canards had gezet, maar hij en collega-crimineel Philippe De Staerke van de zeer kwaadaardige bende-De Staerke werden er toch van verdacht mee de hand te hebben gehad in de moord op Van Camp. In oktober 1985 viel de gerechtelijke politie in Lasne in Haemers' villa binnen op zoek naar gegevens die Haemers in verband konden brengen met de moord op Van Camp en de Bende-overvallen op de Delhaizes in Eigenbrakel en Overijse van 27 september 1985. Men vond niets, op een riot gun na. Die werd in beslag genomen. Een jaar later kreeg hij de riot gun terug. Het was geen Bende-wapen geweest.
Een alibi
De raids op de Delhaize-supermarkten van september 1985 gingen er voor de Bende in één avond en één moeite door. Eerst was het Delhaize-filiaal in Eigenbrakel aan de beurt, twintig minuten later dat van Overijse. De opbrengst van dat avondje hard aanpakken was belachelijk weinig geld en drie doden in Eigenbrakel en vijf in Overijse. Opnieuw was Haemers een verdachte. Hij is overigens in de loop van de jaren ook door getuigen in Overijse herkend. Daarom kreeg Haemers in oktober 1985 die huiszoeking op zijn dak. Even kwam hij in de problemen, maar zijn vrouw produceerde razendsnel een alibi voor haar man: een betaalbewijs voor het restaurant Le Pagalo, waarze zogezegd waren gaan eten op de avond van Eigenbrakel en Overijse. Een magistraat die in het onderzoek naar Patrick Haemers heeft gezeten, heeft echter grote twijfels over dat alibi.
"Er klopt niets van. Het is getruceerd. Ze zijn de avond voor Eigenbrakel en Overijse in het restaurant geweest, en ze hebben gewoon de datum van de volgende dag op het betaalbewijs gezet.' De Albanees Basri Basjrami, naast Haemers zelf en Philippe Lacroix de belangrijkste speler in de overvallen op geldtransporten van de bende-Haemers na 1985, zei na zijn arrestatie in 1989 letterlijk tegen de toenmalige Brusselse onderzoeksrechter Jean-Piere Collin, die het dossier-Haemers beheerde: "Wij waren in Overijse aanwezig, maar wij hebben dat kind niet neergeschoten." In Overijse heeft de Bende effectief een jongetje van veertien van zijn fiets geschoten. Het kind was op slag dood. Maar onderzoeksrechter Collin is niet ingegaan op de Bende-connecties van de groep-Haemers. Uiteindelijk heeft hij zelfs helemaal niets met de verklaringen van Basjrami gedaan. Verbaast het u nog?
Reyniers en Marnette
Een paar jaar na de overval, in februari 1989, herkende een caissière van de Delhaize in Overijse Patrick Haemers ook. Net als de getuige in Aalst zag ze een foto van hem in de pers. Ze stapte met haar ontdekking naar onderzoeksrechter Freddy Troch en substituut Willy Acke, die in het Dendermondse justitiepaleis het dossier van de moordpartij in Aalst behandelden. Troch wist dat herkenning door getuigen juridisch altijd moeilijk ligt, maar hij vond dit spoor meer dan de moeite. Hij zat zelf al een tijdje aan Patrick Haemers te denken als een mogelijk lid van de Bende van Nijvel. Patrick Haemers was in 1987 uit de gevangenis ontsnapt en hij woonde ondergedoken in Brazilië. Troch liet Haemers internationaal seinen. Hij wilde hem als getuige verhoren. In 1990 werd Haemers door Brazilië aan ons land uitgeleverd. Onmiddellijk nam Troch contact op met de Brusselse onderzoeksrechter Jean-Pierre Collin. Hij vroeg of hij Haemers mocht ondervragen. Er was geen haast bij, Troch zou beleefd wachten tot Collin Haemers eventjes kon missen. Collin had er geen bezwaar tegen. Maar andere lieden in Brussel hadden er duidelijk wel moeite mee. Zij wilden absoluut niet dat een onderzoeksrechter uit de provincie, over wie ze geen controle hadden, zich zou bemoeien met Brusselse dossiers als dat van Haemers.
Die dossiers zaten vol geheimen die geheimen moesten blijven. De vroegere, nu veroordeelde Brusselse hoofdcommissaris van de gerechtelijke politie Frans Reyniers en de nu wegens schending van het beroepsgeheim in beschuldiging gestelde GP-commissaris George Marnette, die allebei zeer dubieuze connecties in het extreem-rechtse CEPIC van de PSC'er Benoît de Bonvoisin en Paul Vanden Boeynants hadden, activeerden hun mannetje bij de krant Het Nieuwsblad, Hans De Ridder. In Het Nieuwsblad verscheen een kwaadaardig artikel waarin men zich afvroeg wie die boerenkloot Troch wel dacht dat hij was, en waar hij de pretentie vandaan haalde om te denken dat hij zich met gelijk wat kon bemoeien. Tegelijkertijd zetten de heren van het CEPIC hun politieke machinaties tegen Troch in gang. Daarvoor gebruikten ze toenmalig PSC-minister van Justitie Melchior Wathelet en zijn kabinet, die hun schatplichtig waren.
Een paar maanden later waren Troch en Acke hun Bende-dossiers kwijt. Troch heeft dus nooit de kans gekregen om Patrick Haemers op de rooster te leggen. Hij had wel al Achille Haemers ondervraagd, maar die had alle vragen ontweken en vooral niets verteld.
Spoorloos
In Dendermonde is men er altijd overtuigd van gebleven dat topgangster Philippe De Staerke betrokken was bij de overval in Aalst. Niet als effectief uitvoerder, maar als logistiek hulpje dat mee het terrein had verkend, dat tijdens de overval mogelijk als ruggensteun in de buurt van de Delhaize aanwezig was, en dat er later voor heeft gezorgd dat de wapens spoorloos verdwenen. Als onderzoeksrechter Troch Patrick Haemers als uitvoerder in beeld wilde krijgen, moest hij op zijn minst aantonen dat die banden had met de groep-De Staerke. Troch en Acke waren ervan overtuigd dat die banden bestonden, maar dat onderzoek viel ook stil toen de twee Dendermondse magistraten verplicht werden hun dossiers aan het parket van Charleroi over te maken.
De Bendecommissie
Tegenover de tweede Bendecommissie onder leiding van Tony Van Parys heeft de Brusselse substituut Jean-François Godbille, die al jaren lang de banden tussen de criminaliteit, de politiek en de zakenwereld in Brussel bestudeert, gezegd dat de Bende van Nijvel wat hem betreft het product, het zichtbare deel is van een misdadige financieel-economische structuur, van een maffioos zakenmilieu dat in de jaren '70 en '80 in Brussel is gegroeid. Godbille zei het niet met zoveel woorden, maar hij verwees duidelijk naar de bende politieke gangsters, criminele zakenmensen, advocaten, rechters en hun relaties in de onderwereld rond Paul Vanden Boeynants en Benoît de Bonvoisin. Patrick Haemers en zijn maats waren het Brusselse verbindingsteken tussen die bovenwereld en de onderwererld.
Michel Nihoul
Alhoewel hij zelf altijd met nadruk bleef ontkennen, had Patrick Haemers meer dan uitstekende contacten met de mensen als de Brusselse financiële advocaat Michel Vander Elst, die mee was betrokken bij de ontvoering van Vanden Boeynants, en Vander Elsts baas: de dubieuze zakenman Leon-François Deferm uit het Agusta-schandaal en het Luik van André Cools. Haemers was een van de koningen van het ranzige, door de misdaad gecontroleerde Brusselse nachtleven. Hij leefde en werkte in de hoerententen, de nachtclubs en de call girl-netwerken. En in die wereld daalde de Brusselse beau monde - de business boys, de rechters, de advocaten, de flikken, de politici - elke nacht af. In Brazilië zei Patrick Haemers daar in 1989 over: "Ik kende in Brussel de nachtraven, de feestneuzen, de pintenpakkers, de advocaten en de zakenmensen die door de nacht swingden."
Nogal. Patrick Haemers was bijvoorbeeld een geregeld bezoeker van de partnerruiltenten van Michel Nihoul, waar zijn vader Achille ook wel eens wilde binnenwippen. De kans dat Patrick Haemers Nihoul kende is dus niet gering. Serge Frantsevitch, de criminele zakenpartner van vader Haemers, kende Nihoul in elk geval. Volgens een directe getuige was het de pedofiele bediende van Frantsevitch die Nihoul en Marc Dutroux met elkaar in contact bracht, en die dus de aanzet gaf tot die demonische combinatie. In die wereld grepen de burgers boven alle verdenking met graagte naar die artikelen die elk lust of zelfs perversie konden bevredigen: schitterende call girls en -boys die bereid waren eender wat te doen, en, diep weggedoken in de achterkamers, kleine jongentjes en meisjes met wie je tegen betaling ook eender wat mocht doen.
De gangsters die de sekswinkels open hielden zagen de chique heren met plezier komen. De chantage-mogelijkheden spoten de spuigaten uit. En met de hulp van die heren konden zij ongestoord hun belangen in de drugs- en de wapensmokkel organiseren. Via dat nachtleven en de zakenvrienden van zijn vader kreeg Patrick Haemers zeer belangwekkende connecties met de bovenwereld waar VDB de absolute patron was. Die connecties schakelden Haemers in hun financiële criminaliteitscircuits in, waarin ze hun zwart geld witwasten en allerhande frauduleuze activiteiten opzetten. Patrick Haemers en co werkten voor de Caisse Privée, de bank die VDB gebruikte om zijn frauduleuze centen over de grenzen te manoevreren. Sommige jongens van de Haemers-kliek werkten officieel als bedienden in de bank, andere, zoals Haemers, Smars en Lacroix, waren passeurs, illegale koeriers die het zwart geld van klanten van de Caisse Privée naar het buitenland smokkelden. Zij onderhielden zelfs een vriendschappelijke relatie met de CEPIC'er Guy Cruysmans, de adelijke baas van de Caisse Privée en de financiële vertrouwensman van VDB.
Haemers & De Staerke
In 1989 in Brazilië verklaart Patrick Haemers: "Ik ken Philippe De Staerke niet. Ik heb Philippe De Staerke nooit gezien. Ik ken geen mensen van het milieu in Brussel. Ik weet zelfs niet of er in Brussel een milieu bestaat. Ik kende geen voyous. Gangsters als Basri Basjrami en broertjes Hilger heb ik pas later in de gevangenis leren kennen." Met 'later' bedoelde Haemers na 1985, nadat de Bende was stilgevallen. Haemers loog in Brazilië de stukken van de muren. Hij had wel degelijk relaties met het Brusselse misdaadmilieu, en zeer intense. Patrick Haemers was niet alleen de flitsende boy uit het nachtleven, de zoon van zijn rijke vader Achille Haemers, de koning van de Brusselse middenstand, die bijna per toeval in het overvallen van geldtransporten was terechtgekomen, maar die voor de rest niet te maken had met de traditionele Brusselse misdaad. Dat was het beeld van Patrick Haemers dat de media aan de bevolking verkochten: geen ruige donkerpoot uit een morsig milieu waar je het crimineel zijn in je genen meekrijgt, maar een welopgevoede, nette burgerszoon die in het nachtleven was terechtgekomen en met wie het op jammerlijke wijze verkeerd was gelopen.
Onzin. Patrick Haemers en zijn vader Achille zaten diep in het Brusselse misdaadmilieu. In de nachtclubs The First en later The Happy Few, die de familie Haemers aan de Brusselse Louisalaanopenhield, kwam het kruim van de onderwereld zich vermeien. Bovendien was er zijn grote vriendin Simonne Menin, de moeder van de Brusselse misdaad in de jaren '80. Zij was de vrouw geweest van Michel Dewit, de peetvader van Brussel. Dewit controleerde het milieu en had het monopolie op het 'racketeeren' van hoerententen en nachtclubs, tot een hartaanval er een einde aan maakte. Maar zijn weduwe bleef een machtige dame in Brussel. Haar dochter Michèle zou in het begin van de jaren '80 voor de charmes van Patrick Haemers vallen en hem vervolgens dumpen. Later zou ze affaires beginnen met Patricks broer Eric en Patricks dikke vriend Axel Zeyen. Michèle Dewit woont nu in hetzelfde Zuid-Franse dorp als de familie Haemers. Ze werkt in de bakkerij van Achille.
Dat Patrick Haemers Philippe De Staerke dus niet kende is gewoon niet waar. Ten eerste controleerde De Staerke aan de Waterloosesteenweg een nachtclub waar de Brusselse jeunesse dorée, waartoe Patrick Haemers behoorde, geregeld kwam feesten. Ten tweede had Philippe De Staerke nauwe contacten met Simonne Menin, de vriendin van vader Haemers, en de moeder van Patricks vriendin. Ten derde ging Patrick Haemers, die met een ernstig drugsprobleem zat, zich in het begin van de jaren '80 bevoorraden in de Brusselse snackbar L'Oeuf à la Coque aan de Charleroisesteenweg. En wie had de drugsverkoop in L'Oeuf à la Coque in handen? Juist, Philippe De Staerke.
Tuig in de aanbieding
Op deze en andere manieren kwamen Patrick Haemers en zijn vrienden Lacroix en Smars in contact met het zwaarste tuig dat het Brusselse milieu in de jaren '80 in aanbieding had :
- De misdaadgroepen rond Philippe De Staerke en de Italiaanse misdaad rond de Barrage In Sint-Gillis.
- Het milieu van drugstrafikanten Marcel Castris en de Libanese wapenhandelaar Maroun Hage.
- Het Franse milieu van Albert Farcy, waarvan het rijk zich uitstrekte van Marseille tot het zuiden van Nederland.
- De gewelddadige Joegoslavische en Albanese bendes in Brussel en Amsterdam.
- Wapenleveranciers als Robert Darville, een maat van de voor moord veroordeelde ex-rijkswachter Madani Bouhouche.
Toen Haemers in Brazilië zei dat hij voyous kende, maakte hij vermoedelijk een grapje. Als, zoals Godbille beweert, in Brussel in de jaren '80 rechtse politici-ondernemers en criminele zakenlui wel degelijk gangsters hebben gebruikt om afrekeningen en overvallen te organiseren, en als resultaat daarvan de Bende van Nijvel is geworden, dan was Patrick Haemers daarbij absoluut incontournable.
|
Bron » Humo | Raf Sauviller en Hilde Geens Forum » Bespreek de bende Haemers
|
| Meer » Ohain | Eigenbrakel & Overijse | Aalst | Bende De Staerke | Bendecommissie II | CEPIC | Michel Nihoul |