Huiszoeking bij Paul Latinus
7 Januari 1981
Na de moord op Louardi Ben Hamou, in de Sinterklaasnacht van 1980, valt het parket op 7 januari 1981 binnen in het huis van Paul Latinus in de hoop daar Jean-Marie Paul te vinden. Het parket ontdekte, dat Latinus zonder vergunning een roit gun en een long rifle .22 met geluidsdemper in zijn bezit had. Een paar dagen later, wanneer het weekblad Pour de praktijken van Latinus bekend maakte, verdween hij spoorloos. Opgelost in de natuur. Twee maanden later vernam men, dat hij het nodig gevonden had naar Zuid-Amerika te vluchten, omdat hij anonieme doodsbedreigingen zou ontvangen hebben. Latinus koos dan een advocaat, Jean-Paul Dumont. Die advocaat, lid van de CEPIC en PSC-gemeenteraadslid te Ukkel in het district van José Demarets, verdedigde ook Daniel Gilson bij het proces tegen het Front de la Jeunesse.
| Zie ook » CEPIC | Jean-Paul Dumont | Front de la Jeunesse |
Intriges van de Staatsveiligheid
Hoofdcommissaris Massart
Gewezen hoofdcommissaris van de Staatsveiligheid Massart merkt op dat het eerste rapport over Westland New Post pas op 7 februari door Christain Smets werd opgesteld, terwijl de eerste schaduwingsles van Christian Smets aan de 'leerlingen' van Westland New Post werd gegeven in oktober '81. Volgens Massart waren noch Devlieghere, noch commissaris Van Gorp hiervan op de hoogte. Van een bevriende Spaanse dienst vernam men binnen de Staatsveiligheid dat er contacten waren tussen Latinus en buitenlandse militairen. Desondanks bleef de controle op Paul Latinus uit.
Volgens Massart beschikte WNP over de namen van de informanten van de Staatsveiligheid, wist men dat deze groepering gefinancierd werd door Fayez-El-Azza, die op zijn beurt voor een buitenlandse dienst werkte. Volgens Massart was Westland New Post ervan op de hoogte dat de Staatsveiligheid bepaalde wapens verborgen hield, om deze bij eventuele bezetting te gebruiken. Massart heeft ook weinig vertrouwen in de leiding van de Staatsveiligheid. Hij vraagt zich af waarom een vooraanstaand lid van WNP niet door de gebruikelijke commissarissen van de Staatsveiligheid, die zich met deze problematiek bezig houden, verhoord werd maar door een agent van de Staatsveiligheid onbekend met het dossier.
| Zie ook » Staatsveiligheid | Gladio | Libanese Connectie |
Een dronken militant
17 Augustus 1983
Op 17 augustus 1983 arresteert de politie van Vorst een dronken extreem-rechtse militant die tijdens een verwarde ruzie met zijn broer op straat met een revolver staat te zwaaien en op een voorbijganger heeft geschoten. Zijn naam is Marcel Barbier. Nadat hij ontnuchterd is, wordt hij ter beschikking gesteld van onderzoeksrechter Lyna die in de woning van Barbier aan de Parmastraat in Sint-Gillis een huiszoeking laat doen. De rechercheurs geloven hun ogen niet. Hun huiszoeking schrijft geschiedenis. Overal slingeren nazi-emblemen en extreem-rechtse tijdschriften rond. De speurders vinden er ook enkele wapens, een zender-ontvanger, stapels geheime NAVO-documenten, decoderingsroosters en blanco toegangsbewijzen voor de kazerne van de generale staf van het leger in Evere.
In de woning verblijft meestal ook Michel Libert, evenals Barbier een ex-lid van het Front de la Jeunesse. Barbier wordt in voorlopige hechtenis genomen en neemt een advocaat onder de arm, Vincent vanden Bossche. Als ook Libert korte tijd later wordt aangehouden, bekent hij de geheime militaire documenten te hebben gestolen in het transmissie-centrum van de generale staf waar hij tot september 1982 als beroepsmilitair werkte. In een adem vertelt het duo Barbier-Libert dat de diefstal kadert in een actie van de geheime neo-nazistische organisatie Westland New Post, waar ze beiden lid van zijn.
WNP, waarvan de politiediensten tot dan nog nooit van hebben gehoord, blijkt een op nazi-leest geschoeide inlichtingendienst te zijn die opgericht werd door 'maréchal' Paul Latinus die daartoe een aantal ex-leden van het Front de la Jeunesse gerekruteerd had. Volgens verklaringen van Latinus en enkele 'WNP-officieren' is de echte naam van de organisatie Westland National Sozialistische Ordnung, een benaming die om strategische redenen enkel intern gebruikt wordt. Marcel Barbier wordt in WNP beschouwd als de rechterhand van Latinus. Uitgerekend die Latinus zal op 23 september de namen van de twee daders, die de moord hebben gepleegd op het koppel in Anderlecht, geven aan commissaris Georges Marnette.
| Zie ook » Staatsveiligheid | Front de la Jeunesse |
De verklaringen van Paul Latinus
23 September 1983
Paul Latinus levert de namen van de twee daders van de dubbele moord in de Herderliedstraat op een presenteerblaadje aan commissaris George Marnette van de gerechtelijke politie van Brussel. Op 23 september 1983, wanneer hij een omstandige verklaring aflegt over de structuur en de werking van zijn organisatie, verklaart Latinus aan Marnette dat Marcel Barbier, geholpen door Eric Lammers - bijgenaamd 'Het Beest' - de dubbele moord in Anderlecht gepleegd heeft. De volgende dag ondervraagt de commissaris Marcel Barbier die vrijwel onmiddellijk doorslaat, hij bekent dat hij een van de twee daders is. Vervolgens begint Barbier een kat-en-muisspelletje met de justitie.
Op 16 november trekt hij zijn verklaringen in en begin 1984 legt hij opnieuw verklaringen af die hij later zal intrekken. Ondertussen wordt duidelijk dat Latinus en diens geestelijke vader Karl de Lombaerde van buiten de gevangenis nog steeds een grote invloed op Barbier uitoefenen. Enkele weken na de eerste bekentenissen van Barbier vertellen de moeders van Barbier en Libert aan onderzoeksrechter Lyna dat ze hun zonen tijdens de bezoeken in de gevangenis code-boodschappen hebben doorgespeeld vanwege Latinus en de Lombaerde waarin de gevangenen het bevel kregen alles te bekennen. Hierover ondervraagd, geeft Latinus overigens onmiddellijk toe dat hij via die weg de code "L'oncle de Michel était mort" doorspeelde.
Over manipulatie gesproken, op 20 september noteert Le Soir-journalist René Haquin uit de mond van Latinus: "Tu verras, pendant la suite de l'enquête, on essayera de mettre sur le dos de Marcel Barbier un double assassinat commis à Bruxelles l'année dernière et resté impuni." Het codebericht van Latinus komt Barbier op 22 september in de gevangenis onder ogen, op 23 september pakt Latinus bij commissaris Marnette uit met de namen van de moordenaars en op 24 september legt Barbier volledige bekentenissen af. Barbier geeft toe dat hij de fatale schoten op Arcoulin en Vandermeulen heeft gelost. Zowel Barbier als Latinus beweren dat Eric Lammers de beide slachtoffers met een commando-dolk de keel heeft overgesneden. Bovendien zou het duo gevlucht zijn in de auto van Lammers.
De verklaringen van Marcel Barbier
18 April 1989
Op 18 april 1989 verklaard Marcel Barbier dat hij ex-rijkswachter Martial Lekeu voor 1980, mogelijk in het kader van het Front de la Jeunesse, had ontmoet. Hij dacht niet dat Lekeu lid was geweest van Westland New Post, in tegenstelling tot een andere rijkswachter, Marbaix. En Madani Bouhouche had behoord tot de sympathisanten van het WNP. Hij was een van de mensen "die diensten hebben gegeven zonder dat ze echter een lidkaart van WNP op zak hadden". Michel Libert van zijn kant verklaarde op 23 april 1989 dan weer dat hij Lekeu wel had ontmoet in het kader van WNP-activiteiten.
Verder verklaarde Libert: "Buiten Lekeu ken ik als enige persoon die als politieman deel uitmaakte van het WNP enkel Marbaix en verder Bouhouche die maar als informateur optrad." Verder liet Libert nog weten dat Latinus en De Lombaerde hem begin jaren tachtig verzochten de inlichtingendienst waarvoor hij binnen de WNP verantwoordelijk was, te liquideren of zijn bronnen aan hem mede te delen. Zij wilden deze dienst, zo stelde Libert, kennelijk zelf in handen hebben. Want: "Al geruime tijd ook was er sprake van een groot project dat ging doorgaan in september. Dat was in het jaar 1982 of 1983 en daarbij ging de coördinatie gebeuren op nationaal vlak, onder andere met de rijkswacht. Duidelijk was er iets zeer belangrijks op komst maar ik heb nooit geweten wat."
| Zie ook » Bouhouche & Beijer | Martial Lekeu | Rijkswacht | Front de la Jeunesse |
Onderzoek naar Eric Lammers
De arrestatie | 4 Oktober 1983
Op 4 oktober wordt ook Eric Lammers, die is ondergedoken in het vervallen Fort van Dave, aangehouden. Lammers legt echter nooit bekentenissen af. Aanvankelijk vermoedt de justitie dat Lammers naar het buitenland is gevlucht. Lammers is een verwoed bergbeklimmer en verblijft geregeld in de buurt van Chamonix. De speurders achten het daarom niet uitgesloten dat de gezochte WNP'er in de Franse Alpen een schuilplaats gevonden heeft. Volgens de ouders van Eric Lammers is hun zoon wel degelijk vetrokken naar Chamonix. Onderzoeksrechter Lyna stuurt bijgevolg op 29 september 1983 een rogatoire commissie naar de Haute Savoie.
In het document waarin de taak van de rogatoire commissie wordt omschreven wijst de onderzoeksrechter erop dat er zich in de streek van Waals Brabant "gedurende het voorbije jaar analoge gewelddadige feiten hebben voorgedaan waarin de organisatie waarvan Barbier en Lammers lid zijn, zou kunnen betrokken zijn". Dit is een duidelijke verwijzing naar de eerste terreurgolf van de Bende van Nijvel, waarbij de meeste slachtoffers in het hoofd werden geschoten en vooral ook naar de bijna rituele moord op José Vanden Eynde, de conciërge van de Auberge du Chevalier in Beersel.
Onderzoek tegen het WNP | 11 Oktober 1983
Het Brusselse parket treedt in actie tegen het WNP. Dat gebeurt nadat blijkt dat een lid van WNP betrokken is bij de moord op een koppel in de Herderliedstraat in Anderlecht. De Brusselse onderzoeksrechter Francine Lyna probeert het WNP-dossier bij de Staatsveiligheid in beslag te nemen, tevergeefs. Ze stuit op verzet van de administrateur-generaal van de Staatsveiligheid, Albert Raes. Wanneer ze enkele weken later toch het dossier van de Staatsveiligheid krijgt, schrikt ze op. Het bestaat uit welgeteld een bladzijde. Ook later, bij het verhoor van administrateur-generaal Raes, zal zij bot vangen. De top van de Staatsveiligheid probeert bewust het onderzoek naar WNP te saboteren.
Een kogelvrije vest bij Eric Lammers
Eind december 1985 raakt bekend dat een kogelvrije vest is teruggevonden bij de Brusselaar Eric Lammers. Deze militant van de neo-nazistische organisatie Westland New Post is in september 1983 in beschuldiging gesteld voor een dubbele moord in Anderlecht op 18 februari 1982, feiten waarvoor Lammers in de zomer van 1987 wordt vrijgepleit. Na zijn voorlopige vrijlating in 1985 raakt Lammers betrokken bij een aantal diefstallen, waarin zijn vader Maurice eveneens een rol speelt. Het is precies in dit kader van dit onderzoek dat de kogelvrije vest bij Lammers wordt ontdekt. Hij verklaard ze voor zo'n slordige 10.000 frank gekocht te hebben van Alain Weykamp, een extreem-rechts militant en vriend van oud-rijkswachter Madani Bouhouche. Vele vermoeden dat de gevonden kogelvrije vest afkomstig is van het textielbedrijf Wittock-Van Landeghem. Er wordt echter ontkend dat de bij Lammers teruggevonden vest afkomstig is uit Temse.
| Zie ook » Beersel | Temse | Bouhouche & Beijer | Staatsveiligheid |
Onderzoek naar Paul Latinus
Iemand wurgen zonder sporen na te laten
Enkel door tussenkomst van onderzoeksrechter Francine Lyna werd het lichaam van Paul Latinus niet meteen begraven zodat er een autopsie kon gebeuren. Deze autopsie gebeurde echter oppervlakkig en dat zal men later betreuren. Een lid van Westland New Post, Michel Barbier, toonde namelijk tijdens het onderzoek naar de dubbele moord in Anderlecht, op 7 november 1985 aan onderzoeksrechter Lyna hoe men iemand kan wurgen zonder dat dit sporen nalaat. De onderzoeksrechter onderzocht deze techniek al op 29 januari van hetzelfde jaar. Zij voegt bij het dossier zelfs een kopie van een handboek van de opleiding van paracommando's, met name het hoofdstuk dat de aanval van een schildwacht in de rug door middel van een koord beschrijft.
Een zekere dokter Mainaux, specialist ter zake, bevestigt dat die techniek bestaat. Het verhaal van Barbier wordt echter niet geloofd omdat de sporen op Latinus bij de eerste medische vaststelling en bij de autopsie niet overeenstemmen met de sporen die nagelaten worden door de technieken beschreven door dokter Mainaux. Gezien de dubieuze talenten van Francis Calmette, en het feit dat hij connecties had met commissaris Smets van de Staatsveiligheid, is het eigenaardig dat dit alles niet verder werd onderzocht. Bovendien, Karel de Lombaerde had op 12 juni 1984 aan Christian Smets gesignaleerd dat Latinus zich bedreigd voelde. Op 3 november 1987 wordt het onderzoek naar de verdachte dood van WNP-leider Paul Latinus definitief afgesloten. De conclusie van het parket luidt zelfmoord.
Bijna een nieuw onderzoek
Het nieuwe onderzoek naar de zelfmoord van Paul Latinus kwam er ei zo na toch. Begin juni 1988 vroeg minister van Justitie Melchior Wathelet het Brusselse parket-generaal het onderzoek naar de dood van Latinus te heropenen en het bestaande dossier opnieuw samen te stellen omdat verschillende stukken uit de bundel verdwenen zijn. Een van de vermiste documenten is een proces-verbaal dat betrekking heeft op Fayez-Al-Ajjez. Op 14 maart 1990 onthulde Filip Voets in het radio-journaal van de BRT echter dat de Brusselse procureur-generaal van geen nieuw onderzoek wil weten omdat er volgens hem geen nieuwe elementen zijn die een nieuwe enquête zouden rechtvaardigen. Het parket-generaal legde bijgevolg het verzoek van minister Wathelet naast zich neer.
Het onderzoek van de Cel Waals Brabant
Het overlijden van Paul Latinus baadde al van bij het begin in een waas van geheimzinnigheid. Latinus werd op 24 april 1984 door zijn vrouw gevonden in de kelder van zijn woning in het Waals-Brabantse Court-Saint-Etienne. Hij had zich na een ruzie opgehangen aan een telefoonsnoer. Tot vandaag vragen velen zich of het eigenlijk niet om een moord ging. Zowel de lage hoogte van de kelder als de gebrekkige weerstand van het snoer voedden die twijfel. En ook aan motieven was geen gebrek. Paul Latinus werd geboren op 14 januari 1950 en was ingenieur. Hij werkte onder meer voor de nucleaire industrie.
De man belandde aan het einde van de jaren zeventig op het kabinet van de Brusselse PSC-staatssecretaris Cécile Goor. Hij werd aanzien als een van de pionnen van de Cepic, de uiterst-rechtse vleugel van de PSC, die onder meer bevolkt werd door lieden als ex-minister Jean-Pierre Grafé, oud-premier Paul Vanden Boeynants en baron Benoît de Bonvoisin. Latinus was ook lid van het extreem-rechtse Front de la Jeunesse en was de oprichter van de geheime organisatie Westland New Post. De WNP, waarvan het bestaan werd onthuld door Latinus zelf, zorgde destijds voor ophef met de diefstal van een stapel ultrageheime telexen van de Navo en de infiltratie van de Staatsveiligheid. Het is nooit duidelijk geworden wie precies wie infiltreerde.
Waarschijnlijk kwam de WNP meer te weten over de de Staatsveiligheid dan omgekeerd. Een lid van de Staatsveiligheid gaf bijvoorbeeld aan militanten van het WNP lessen in achtervolgingstechnieken. Een jaar voor zijn dood kwam Latinus luidens zijn levensgezellin Mireille Houtvink in het bezit van het veelbesproken dossier-Pinon. Het ging om een onderzoek dat draaide rond seksfuiven met hooggeplaatsten in het Brusselse. Het dossier, dat de geschiedenis zou ingaan als dat van de 'Roze Balletten', berustte op verklaringen van de Brusselse arts André Pinon, wiens echtgenote in dat netwerk terecht zou zijn gekomen. Het geheime gerechtelijke dossier bevatte de namen van een aantal toppolitici, maar leverde geen bewijzen over het al of niet bestaan van de door getuigen beschreven seksfuiven.
Met het dossier-Pinon had Latinus wel informatie die hem toeliet verscheidene prominente personen in opspraak te brengen, zo niet te chanteren. Meteen leek een motief voor de moord voor de hand te liggen. Meerdere gerechtelijke experts kwamen echter tot de conclusie dat Latinus zelfmoord gepleegd had. Nu lijken de speurders van de Bende-cel daar niet meer zo zeker van. DNA-onderzoek moet hen meer aanwijzingen geven. De DNA-stalen van Latinus, die al van in het begin opdook in het Bende-onderzoek, zullen vergeleken worden met de stalen die werden verzameld op andere plaatsen die de onderzoekers interesseren. Het afschermen van informatie over de Roze Balletten gold al eerder als een van de mogelijke motieven voor de bloedige Bende-raid uit de jaren '80.
Vanuit Jumet doet een gemengde speurderscel het hele onderzoek sinds midden vorig jaar van vooraf aan over. Ook de in 1993 overleden Agnello Simeone zal worden opgegraven. Simeone overleed in de gevangenis van Sint-Gillis, op een natuurlijke wijze, besloot de wetsdokter. Ook zijn DNA-stalen zullen vergeleken worden met de stalen die in het verleden verzameld werden. De ondervragingen met een leugendetector die de onderzoekers begonnen waren, worden voorlopig stopgezet. De resultaten hebben tot nu toe niet opgeleverd wat men er van verwacht had. Onder andere Philippe De Staerke was reeds op die manier aan de tand gevoeld. In de toekomst zou er wel opnieuw gewerkt worden met een detector.
| Zie ook » Staatsveiligheid | Roze Balletten | Cel Waals Brabant |