Madani Bouhouche

Getuigenis van Robert Beijer en Christian Amory

Dom. Paranoïde. IJdel. Christian Amory en Robert Beijer zijn niet mals voor hun overleden kompaan Madani Bouhouche. "In het leven heb je familie en vrienden. Maar in de gaskamers van de Duitsers vertrappelden de zonen hun vaders en de vaders hun zonen om toch maar een beetje lucht te kunnen happen. Zo is het leven." Het is een van de uitspraken die ex-rijkswachter Christian Amory (53) zich het best herinnert van wijlen zijn collega Madani Bouhouche (53). "Dat was de filosofie van Bouhouche. Vriendschap betekende niets voor hem. Toen hij in 1983 uit de rijkswacht stapte, zei hij tegen mij. 'Misschien zul je mij binnenkort moeten oppakken, Christian. Jij bent sterker dan ik maar ik ben slimmer. Ik zal je in de rug pakken.' En dat was geen grap. Hij meende wat hij zei. Binnen de rijkswacht waren er mensen die Bouhouche respecteerden en er waren er die hem haatten. Maar er was niemand die van hem hield. Maar één ding moet je hem nageven, middelmatig was hij absoluut niet."

Robert Beijer (53), de spitsbroeder van Bouhouche bij de rijkswacht en later ook als privé-detective in de misdaad, treurt vanuit zijn huis in Bangkok ook niet bepaald om de dood van de man die ooit zijn beste vriend zou moeten zijn geweest. "Om te beginnen is hij nooit mijn beste vriend geweest", zegt hij aan de telefoon. "Hij was een collega. Hij had kwaliteiten die ik kon gebruiken en relaties in bepaalde milieus die van pas kwamen. Dat was alles. Wat mij betreft, was hij zelfs geen goeie flik. Hij werkte hard, dat wel, maar mensen ondervragen kon hij niet. Alleen maar brullen. Als privé-detective deugde hij daardoor ook niet. Toch niet om aan klantenwerving te doen. Ik kon uren proberen een klant binnen te halen en hij kon al die moeite in enkele seconden ongedaan maken door die mensen af te blaffen zoals hij als politieman deed. En intelligent was hij zeker niet. Ik vraag me af waar de pers dat blijft halen. Iemand die zo overtuigd extreem-rechts is als hij, kan niet intelligent zijn. Zijn geflirt met die extreem-rechtse onzin heeft ons alleen maar problemen opgeleverd. We kregen ruzie toen hij een van zijn extreem-rechtse vriendjes bij ons detectivebureau wilde engageren. Sluw was hij wel. Dat wil ik hem nageven."

Vrienden, wat er ook gebeurd

Madani Bouhouche, zoon van een Algerijnse vader en een Belgische moeder, en één van de hoofdverdachten in het dossier van de Bende van Nijvel - al werd hij dan nooit in verdenking gesteld - stierf op 22 november eenzaam en roemloos in zijn boerderijtje in het Franse Pyreneëendorpje Fougax et Barrineuf. Toen hij een boom wilde doorzagen, splitste de stam en die sloeg tegen zijn hoofd. "Ik wist dat hij in de Pyreneeën woonde", zegt Amory. "Maar ik heb hem nooit meer gezien sinds hij in 2000 uit de gevangenis kwam. Ik heb via via laten vragen of ik hem nog eens mocht opzoeken. Hij heeft me toen laten weten dat hij dat liever niet wilde. Ik heb die vraag gerespecteerd. Als Bouhouche zei dat hij je niet wilde zien, meende hij dat."

Bouhouche had wel nog contact met Alain Weykamp. Bouhouche beheerde in Fougax een vakantiehuisje dat eigendom was van Weykamp. Weykamp was een vriend van Bouhouche uit de jaren zeventig-tachtig, die net als Bouhouche lid was het extreem-rechtse Front de la Jeunesse en aan practical shooting deed. Bouhouche was een wapenfreak. Altijd geweest. "Weykamp was zijn boezemvriend. Hij belde hem vaak toen hij nog bij de rijkswacht was", herinnert Amory zich. "Weykamp was ook zijn garagist."

"Weykamp is komen getuigen op het assisenproces", weet Beijer nog. "Hij kwam er daar openlijk voor uit dat hij extreem-rechts was. Hij zei ook dat Bouhouche voor altijd zijn beste vriend was, wat er ook gebeurde. Blijkbaar heeft hij woord gehouden. Mooi toch? Is er iets fout met echte vriendschap?" Op het moment van zijn dood leefde Bouhouche al vijf jaar eenzaam in Fougax. Een triest einde aan een bewogen leven. "Hij was enorm rancuneus en verbitterd", zegt Amory. "Hij vond dat justitie zijn leven geruïneerd had. De illegale dingen waar hij als rijkswachter voor werd betaald, deden hem in de nor belanden toen hij geen rijkswachter meer was. Hij voelde zich zwaar gepakt."

Op jonge leeftijd was Bouhouche boodschappenjongen bij de Brusselse krant Le Soir, maar hij vloog er aan de deur wegens diefstal. Begin '74, na zijn legerdienst, werd hij rijkswachter. Nog drie jaar later werd hij, samen met Beijer opgenomen in de drugssectie van de toenmalige BOB van de Brusselse rijkswacht. Later sloot Amory zich bij het tweetal aan, nadat hij zeventien jaar bij het Speciaal Interventie Eskadron van de rijkswacht had gewerkt. "Daar had ik al die tijd niets anders gedaan dan deuren inbeuken en verdachten arresteren. Bouhouche leerde me het gerechtelijke werk. Al ben ik altijd de spieren gebleven en hij de hersens. Hij was trouwens veel slimmer dan Beijer, wat die ook mag beweren. We hebben samen een paar mooie zaken opgelost."

Bouhouche en Beijer waren in de jaren zeventig en tachtig de prototypes van flikken die aan de verkeerde kant van de wet terechtkwamen en samen de ergste misdaden pleegden. "Voor hen was die stap naar de criminaliteit niet zo groot", zegt Amory. "Als rijkswachters hebben ze zich ook nooit aan de wet gehouden. Dat was zo in die tijd. In de jaren tachtig mocht alles binnen de rijkswacht. Wij hadden zelfs valse identiteitskaarten als we in nachtclubs uitgingen. We deden illegale afluisteroperaties, infiltreerden drugsbendes. Alles mocht zolang niemand het wist. En niemand wilde het weten zolang er maar resultaat was. Leg me dan eens het verschil uit tussen rijkswachters en criminelen? Het is ook daarom dat Bouhouche en Beijer nooit iets gevoeld hebben toen ze de grens naar de misdaad overstaken."

Risico's van het vak

Bouhouche, Beijer en Amory stonden in september 1994 samen met een vermeende medeplichtige, de Belgacom-bediende René Chai Wai Ling voor het Brusselse hof van assisen terecht voor een hele reeks misdrijven. Misdrijven die ze pleegden tijdens hun rijkswachtcarrière en erna, toen Bouhouche en Beijer een bureau voor privé-detectives hadden opgericht. De belangrijkste exploten van Bouhouche-Beijer waren de doodslag op de Libanees-Antwerpse diamantair Ali Sulaiman Ahmad bij wie de detectives op 2 september 1989 "een schuld gingen opeisen." Sulaiman kreeg bij het 'dispuut' een kogel in het hoofd.

De twee werden ook veroordeeld voor de roofmoord op Sabena-veiligheidsagent Francis Zwarts. Zwarts verdween op 25 oktober 1982 op de luchthaven met een lading diamanten en juwelen. Zijn lichaam werd nooit gevonden. Daarnaast stonden ze ook terecht voor de moord op Juan Mendez, ingenieur bij wapenfabrikant FN, op 7 januari 1986. Voor die laatste moord gingen Bouhouche en Beijer vrijuit. Voor de andere feiten niet. Bouhouche werd op 14 februari 1995 veroordeeld tot twintig jaar cel. Robert Beijer kreeg 14 jaar. Maar veel vragen zijn gebleven. Bouhouche en Beijer, doorwinterde ex-flikken, speelden het hard. Ze bekenden alleen wat ze niet konden ontkennen.

Amory en Chang werden vrijgesproken. Veel medelijden met de familie Zwarts toont Amory ook vandaag niet. "Ik heb met die zaak niets te maken, maar met Zwarts heb ik geen medelijden. Dat zijn de risico's van het vak als je veiligheidsagent wordt. Toen ik bij het SIE was, moest ik ook niet klagen als ik neergeknald werd. Mij hebben ze voor de rechtbank gesleurd voor zaken waar ik niets mee te maken had. Mijn carrière was om zeep en mijn leven ook. Verwacht van mij geen medelijden. Met niemand." Beijer kreeg veertien jaar, maar hij heeft ook vandaag nog weinig zin om te praten over wat toen gebeurd is.

Beijer woont sinds zijn voorwaardelijke vrijlating in 1999 in Bangkok. Hij is getrouwd met een Thaise en doet naar eigen zeggen zaken in elektronica. Net zoals Bouhouche is Beijer lichtjes paranoïde. Dat geeft hij zelf toe. Op zijn proces noemde de psychiaters hem trouwens "een controlefreak, een man die alles wil weten". Hij en Bouhouche werden in 1983 uit de rijkswacht gegooid nadat ze - op initiatief van Beijer - afluisterapparatuur hadden verstopt in het bureau van hun chef.

Veel speurders zijn ervan overtuigd dat wijlen Bouhouche en Beijer nog heel wat geheimen kennen die een hele reeks onderzoeken vooruit kunnen helpen. Zo zouden ze onder meer weten waar het lichaam van Francis Zwarts begraven ligt. "Stel dat dat zo was, welk belang heb ik erbij om te spreken?", zegt Beijer nu. "Ik ben voorwaardelijk vrij. Pas in 2009 is mijn gevangenisstraf verstreken. Dan zal ik zeggen wat ik nog te zeggen heb over de zaken waar we voor veroordeeld zijn en misschien ook nog over andere zaken. In een dik boek dat heel België zal kunnen kopen. Als ik al iets weet, tenminste. Maar over Bouhouche en mij heb ik niets te zeggen. Bouhouche is voor mij al dood sinds het proces. Ik heb hem sindsdien niet meer gezien."

Zowel Amory als Beijer zijn het erover eens dat de riotgun, de computer en de gsm's die de afgelopen week bij Bouhouche gevonden zijn het onderzoek naar de Bende van Nijvel of welk onderzoek dan ook weinig vooruit zullen helpen. "Bouhouche was paranoïde", zegt Amory. "Iedereen was verdacht voor hem. Zijn principe was dat niemand anders moest weten wat hij tegen jou zei. Als het dan toch lekte, wist hij wie het verteld had, want hij had een fenomenaal geheugen. En dan praatte hij nooit meer tegen jou."

"Als hij daar in de Pyreneeën al iets had waarvan hij niet wilde dat het geweten was, dan is het verborgen op een plaats waar niemand het kan vinden. Zelfs al heeft hij zijn dood niet zien aankomen, hij zal zijn voorzorgen wel genomen hebben." "Klopt", zegt Beijer, "Dat hij een riotgun in huis had, lijkt me normaal. Een man die alleen woont hoog in de bergen én veel vijanden heeft, moet een wapen hebben. Bovendien was Bouhouche gek op wapens. Aan de andere kant was hij ook zeer ijdel en daardoor werd hij soms toch wel onvoorzichtig."

"De politie heeft bij hem ooit een wapen gevonden waarvan hij zei dat hij het gekregen had van wapenhandelaar Mendez. Maar het was een wapen dat bij de rijkswacht gestolen was. Bouhouche had er een nieuw serienummer laten invijlen: zijn geboortedatum. Het heeft anderhalf jaar geduurd voor de politie doorhad dat hij met hun voeten speelde. Zulke dingen deed hij graag. Ik kon me daar mateloos in opwinden. Als je een wapen hebt dat niet koosjer is, moet je het gewoon weggooien. Je moet geen problemen zoeken."

De schaduw van de Bende

Boven het proces Bouhouche-Beijer heeft steeds de schaduw van de Bende van Nijvel gehangen. Duizenden pagina's zijn geschreven over hun mogelijke betrokkenheid bij de raids op de warenhuizen, waarbij 28 doden vielen. De zwijgzaamheid van het tweetal doorheen de jaren heeft hen alleen maar verdachter gemaakt. De theorieën waren legio. Onderzoeksrechter Jean-Claude Lacroix die het onderzoek naar de Bende voert, zette ze vorige woensdag nog eens op een rijtje.

"Met Bouhouche en Beijer was alles mogelijk. Een complot van extreem-rechts om de staat te destabiliseren. Of de rancuneuze rijkswachters Bouhouche-Beijer die de rijkswacht een loer wilden draaien door te suggereren dat zij de aanslagen gepleegd hadden. Zelfs een poging tot afpersing van warenhuizen behoort tot de mogelijkheden, want dat plan hebben ze ooit echt gehad. Anderzijds moeten we toegeven dat ze allebei met glans een test met de leugendetector hebben doorstaan. En bewijzen zijn er nooit gekomen.

Hebben Bouhouche en Beijer iets te maken met de Bende van Nijvel?
"Daar antwoord ik niet op", zegt Amory. "Dat de Bendespeurders zelf hun werk doen. Maar het lijkt daar in Jumet meer op een reisbureau dan op een politiebureau, me dunkt."

Robert Beijer is voor één keer duidelijker. "Weet je, het onderzoek naar de Bende van Nijvel is om zeep. Of Bouhouche er iets mee te maken heeft, weet ik niet. Ik heb er in elk geval niets mee te maken en ze gaan nooit vinden wie daar achter zit. Het is alsof ze op een dag een DNA-spoor hebben gevonden en het vervolgens door honderd mensen hebben laten aanraken. Ze hebben alles op een grote hoop gegooid en nu is het hopeloos verknoeid. Iedere flik die eraan gewerkt heeft, heeft geprobeerd zijn eigen hypothese te bewijzen en dat is verkeerd. Er zijn zaken die toegeschreven worden aan de Bende waarvan ik honderd procent zeker weet dat ze er niets mee te maken hebben. Welke? Dat is voor in mijn boek in 2009. Als het er ooit van komt."

Was Bouhouche extreem-rechts?

De beste vriend van Bouhouche was Alain Weykamp van het Front de la Jeunesse. Het is wel erg twijfelachtig dat Bouhouche zelf lid geweest is van het FJ of het WNP. Bouhouche had wel BOB-informatie van Beijer aan Weykamp doorgespeeld maar in de uitgebreide onderzoeken naar bijvoorbeeld WNP, het FJ of de Groep G binnen de rijkswacht werd nooit enig bewijs van lidmaatschap van Bouhouche teruggevonden. De ex-vrouw van Bouhouche, Anne Quittner, verklaarde wel 'bij de familie Lammers, samen met Weykamp van het FJ, het avondmaal te hebben gebruikt om de vrijspraak van Eric Lammers in de zaak van de Herderliedstraat te vieren'.

Op 28 mei 1987 werd Lammers vrijgesproken voor de dubbele WNP-moord van 18 februari 1982 in de Herderliedstraat te Brussel. Via Weykamp was Bouhouche in contact geraakt met de WNP'ers Lammers en Barbier. Het pv met de verklaring van Weykamp meldde hierover: 'Alain Weykamp houdt vol niet te hebben deelgenomen aan de activiteiten van de WNP, maar geeft toe Bouhouche in contact te hebben gebracht met Marcel Barbier en Eric Lammers.' En Doraene getuigde dat Lammers volgens de verklaringen van Weykamp een auto had gestolen voor de latere ontsnappingsroute van Bouhouche.

Volgens het gerechtelijk labo van Parijs waren de kogelhulzen van de aanslag van Vernaillen dezelfde als die van Bouhouche, die bij zijn goede vriend Weykamp teruggevonden werden. Bouhouche was dus volgens deze expertise de dader van de aanslag op Vernaillen. Maar een ander Belgisch expert Tombeur, die aanvankelijk in zijn officieel rapport een identieke expertise had opgemaakt, kwam tijdens het Assisenproces op zijn verklaringen terug en getuigde plots het tegenovergestelde. Advocaat-generaal Morlet trok hierop deze beschuldiging tegen Bouhouche in, zodat hij hiervoor niet veroordeeld werd.

Bron » De Standaard | Mark Eeckhaut | Januari 2006
Meer » Martial Lekeu | Westland New Post | Cel Waals Brabant | Front de la Jeunesse | Forum

Robert Beijer

Altijd de laatste leugen

Robert Beijer, geboren in Anderlecht in 1952, is een voormalig Belgisch rijkswachter die veroordeeld werd voor een aantal misdrijven, gepleegd in de jaren '80. Hij werd ook genoemd als mogelijke betrokkene bij de Bende van Nijvel. Robert 'Bob' Beijer is een Franstalige Brusselaar. Hij ging midden jaren 1970 aan de slag bij de rijkswacht en kwam uiteindelijk bij de drugsafdeling van de BOB in Brussel terecht, een speciale recherche-eenheid. In april 1983 verliet Beijer de rijkswacht en richtte samen met Madani Bouhouche het privé-detectivebureau Agence de Recherches et d'Informations op.

Het gerecht verdacht Beijer en Bouhouche van betrokkenheid bij een aantal misdrijven, zoals de diefstal van wapens uit een rijkswachtkazerne, gepleegd in de tijd dat de twee nog voor de rijkswacht werkten, en de moord in januari 1986 op Juan Mendez, een wapeningenieur bij FN. Na de moord op een Antwerps-Libanese diamanthandelaar in september 1989 werden ze opnieuw gezocht, en Beijer belandde na omzwervingen in Paraguay en Thailand in de gevangenis in België.

In 1994 startte een proces waarbij Beijer samen met Bouhouche voor verschillende misdrijven terechtstond. In februari 1995 werd Beijer veroordeeld tot 14 jaar cel, onder andere voor heling van goederen die bij de roofmoord op een veiligheidsagent waren buitgemaakt en voor slagen en verwondingen bij de moord op de diamanthandelaar in 1989. In december 1999 werd Beijer voorwaardelijk vrijgelaten. Sindsdien leeft hij in Bangkok, waar hij een nieuw leven begonnen is en een vrouw en een dochter heeft.

Beijer werd geregeld genoemd als mogelijk lid van de Bende van Nijvel. Hij is hier echter nooit officieel voor in verdenking gesteld en heeft elke betrokkenheid altijd ontkend. In 1996 stelde Beijer voor inlichtingen over de Bende van Nijvel te verstrekken in ruil voor zijn vervroegde vrijlating. Het gerecht ging hier niet op in. In mei 2007 beweert Beijer de moord op de in 1982 verdwenen veiligheidsagent Francis Zwarts te willen ophelderen. In ruil daarvoor wil hij van de minister van justitie Laurette Onkelinx een nieuwe identiteit. De minister ging er niet op in.

In februari 2010 publiceert Beijer een boek, De Laatste Leugen geheten. Daarin stelt hij in de jaren tachtig een geheim agent te zijn geweest van de toenmalige Sovjet-Unie. De inhoud van het boek wordt met scepsis onthaald.

Bron » Wikipedia
Meer » Staatsveiligheid | Forum

Juan Mendez en Douglas Stowell

De rijke Amerikaan

Op zaterdag 9 november is Juan Mendez-Blaya op kantoor. Hij verwacht belangrijk bezoek. Tony, zoals zijn vrienden hem noemen, is sinds augustus '81 zendingshoofd voor Latijns Amerika, Spanje en Portugal van het departement 'Defence and Security' van FN in Herstal, de belangrijkste wapenproducent in België. Mendez heeft maar één passie, wapens. Mendez was door de jaren heen haast een wapen-'ontwerper' geworden. Indien een klant bij FN bijvoorbeeld een grote bestelling plaatste van Fal-geweren, tekende Mendez een nieuw ontwerp in functie van de wensen van de klant. Mendez was er op die manier in geslaagd steeds verfijnder wapens te concipiëren, die aardig wat mensen interesseerden. In afwachting dat zijn bezoeker komt opdagen zit Tony te piekeren.

Na een eerste poging tot inbraak in november '84 bij hem thuis, op de Chaussée de Rosières in Overijse, werd op 15 mei 1985 bij hem ingebroken. Tony had in de loop van de jaren een indrukwekkende collectie wapens aangelegd. Alles was verdwenen, twaalf geweren, twintig handvuurwapens en negentien oorlogswapens. Waanzin, zo dacht hij, indien die wapens in handen van misdadigers vallen. En zeggen dat hij vlak voor de diefstal op het punt had gestaan zijn collectie onder te brengen in een speciale kluis. Sinds de diefstal informeerde Tony regelmatig bij de BOB van Leuven en de gerechtelijke politie van Brussel of zijn wapens al terecht waren.

Maar blijkbaar leverde al dat politie-speurwerk niet al te veel resultaten op. Vandaar dat hij dan ook zijn eigen onderzoek naar de dieven was gestart. Mendez kende nogal wat mensen in de wapensector en via die contacten had hij een pak nuttige tips gekregen. Zo verdacht hij ondermeer een bende zigeuners uit Sint-Pieters-Leeuw van de diefstal. Ook had hij een vriend, een gewezen BOB'er, die zich de laatste tijd erg merkwaardig gedroeg. Wist Madani Bouhouche, nu wapenhandelaar, meer van de diefstal? Tony had redenen om dat te denken.

Mendez was bedrukt. De laatste tijd spookte de geschiedenis van de Bende van Nijvel door zijn hoofd. De meeste vrienden die hem tegenkwamen, zeiden dat hij zich verward gedroeg. De mogelijkheid van een staatsgreep was voor hem een gespreksonderwerp geworden. Toen de Bende van Nijvel op 27 september acht mensen neerkogelden in Eigenbrakel en Overijse was hij op zending in Porto Rico. Toen hij het nieuws van de overvallen had vernomen had hij onmiddellijk vanuit Latijns-Amerika getelefoneerd om te achterhalen met welke wapens de moordenaars hun overvallen hadden uitgevoerd.

Dag aan dag was hij blijven bellen naar verschillende mensen in België. Eens hij terug in het land was, had hij zich gehaast naar het politiecommissariaat van Overijse om te weten te komen welke wapens gebruikt werden door de bende. Mendez had angst dat de wapens die bij hem gestolen waren, gebruikt werden door die moordenaarsbende. Hij had flarden van een puzzel in mekaar gelegd. Onvoldoende om zeker te zijn, voldoende om zich ontstellend ongerust te maken.

De bel gaat. Tony is blij dat hij zijn gedachten op iets anders kan concentreren als zijn bezoeker het kantoor binnenkomt. Douglas Stowell is een Amerikaan die in het Zwitserse Gstaad woont, waar hij regelmatig opgemerkte feestjes geeft. Daarbij doet hij beroep op allerhande internationale sterren. Recent nog had hij Elton John als entertainer naar Gstaad gehaald. Een ding is overduidelijk, Stowell is steenrijk. Hij heeft residenties in Honduras, in Tegucgalpa en in Costa Rica.

Zowat een jaar geleden heeft Tony de Amerikaan bij FN geïntroduceerd. Sindsdien werkt Stowell als officieus agent van FN voor wapenleveringen in Honduras, het land van waaruit de CIA de Nicaraguaanse Contra's van wapens voorziet. Die namiddag onderhandelen Juan Mendez-Blaya en Douglas Stowell over een bestelling van niet minder dan 1.700 wapens, met bestemming Honduras.

Een Amerikaan wordt aangehouden

'Tony' Mendez neemt die avond afscheid van de Amerikaan, Douglas Stowell, in zijn FN-kantoor in Herstal. De rijke Amerikaan stuift weg in zijn zwarte Ferrari, richting Gstaad. Aan de Frans-Luxemburgse grens, in Dudelange, wordt hij tegengehouden en zijn wagen wordt doorzocht. De Franse douane-ambtenaren vinden in de kofferruimte van de Amerikaan vier nieuwe 9mm pistolen van FN, wisselstukken voor mitrailleurs, verkoosdocumenten voor Zuid-Amerika en documenten betreffende de bewapening van helikopters. Stowell wordt door de Franse onderzoeksrechter Dié onder aanhoudingsmandaat geplaats wegens illegale invoer van oorlogswapens. Die vermoedt dat Stowell illegaal oorlogsmateriaal levert aan de Nicaraguaanse contra's in Honduras. Hij is vast van plan de rol van FN hierbij uit te diepen.

Meer » Eigenbrakel | Overijse | Aalst | Libanese Connectie | Forum

Mendez, Bouhouche en de Bende

Mendez mocht het niet overleven

GPP'er Doraene had verschillende aanwijzingen verzameld over de mogelijke betrokkenheid van Bouhouche en Beijer bij de Bende van Nijvel. Zijn interesse voor Bouhouche ontstond met de zaak Mendez. Op 15 mei 1985 was er een inbraak bij Mendez, waarbij zijn bijzondere wapencollectie werd gestolen. Verschillende van deze gestolen wapens werden later, samen met de bij de Dyane-overval buitgemaakte wapens, teruggevonden in de geheime garageboxen van Bouhouche en Beijer. Op 7 januari 1986 werd Mendez met zes hollow point-kogels, beter bekend als inwendig ontploffende dumdum-kogels, afgemaakt op de typische wijze die aangeleerd wordt in de Cooper-school van de Practical Pistol Shooting-clubs.

Twee kogels in de borst, vier in het hoofd. Er werd geen risico gelopen. Mendez mocht het niet overleven. Mendez, nochtans zelf een geoefend practical pistol shooter, had geen schijn van kans en kreeg niet eens de kans zijn wapen te trekken. Hij zat met een nog aangetrokken handrem in zijn auto naast de autostrade. Er was geen enkel remspoor. De eerste schoten waren reeds dodelijk. Mendez moest duidelijk voor eeuwig het zwijgen worden opgelegd. GPP'er Doraene concludeerde dat de aanslag 'door een bekende' moest gepleegd zijn. Hetzelfde type hollow point-kogels was reeds vroeger bij Bouhouche opgedoken.

Weet u wie we bij mevrouw Mendez tegen het lijf liepen?

In 1980-'81 waren de toenmalige BOB'ers Bouhouche en Amory betrokken bij een schietincident tijdens een achtervolging van de cirmineel Giannakis, die neergeschoten werd. Bouhouche had hierbij niet-gereglementeerde munitie gebruikt, hollow point-kogels. Toen de Waverse BOB'ers Bihay en Balfroid naar de weduwe van Mendez trokken, kruisten ze bij hun aankomst Bouhouche. Bij hun terugkomst zegden ze tegen kapitein Rousseau: 'Weet u wie we bij mevrouw Mendez tegen het lijf liepen? Madani Bouhouche, van wie sprake is in ons rapport.' Doraene had dit rapport van Bihay-Balfroid van 1985 waarin voor de eerste maal over Bouhouche werd gesproken, trouwens nooit te zien gekregen.

Dankzij Bihay en Balfroid kwam hij toch op het spoor van Bouhouche. En dat was een wonder toeval, Doraene was namelijk toevallig aanwezig in de autopsiezaal toen Bihay en Balfroid met kapitein Rousseau spraken over Bouhouche en hun rapport. En dat gesprek werd door Doraene opgevangen. De weduwe van Mendez vertelde dat de dag na de diefstal bij hen thuis een elektronisch bewakingssysteem zou geïnstalleerd worden, omdat haar man zo'n diefstal vreesde. Mendez startte toen zijn eigen privé-onderzoek. Na enkele maanden ging zijn verdenking rusten op Bouhouche, bij wie hij documenten met serienummers van munitie gevonden had. Tegen zij vrouw zei Mendez; 'Tu sais, l'auteur de mon vol, c'est Bouhouche.' In juli 1985 had Mendez verschillende van zijn gestolen wapens kunnen lokaliseren.

Mendez geraakte in een staat van acute angstpsychose

Op 9 november 1985 vindt de Benderaid op de Delhaize van Aalst plaats, sinds die dag ondergaat Mendez een gedaanteverwisseling. Een dag na de overval, op 10 november 1985, vertrekt hij op zakenreis naar Porto Rico. Daar wordt hij ontvangen door FN-agent William Burns, die enkele opmerkelijke verklaringen aflegde. Vanuit Porto Rico telefoneerde Mendez naar zijn vrouw om op de hoogte te blijven van het onderzoek naar de Benderaid van Aalst. Mendez geraakte in een staat van acute angstpsychose. Doraene vertelde aan de Bendecommissie bis wat Burns hem hierover zei: 'Toen Juan Mendez in de krant een artikel las over de overval op een Belgisch warenhuis, belde hij onmiddellijk naar zijn vrouw. Wat zij hem vertelde was duidelijk slecht nieuws, want na hun telefoontje werd Mendez heel zenuwachtig.

Hij was in een dergelijke staat van paniek en opwinding dat hij me vroeg of ik geen dokter kende die hem 10 milligram Valium kon bezorgen. Ik ging met Juan Mendez naar een dokter die hem een voorschrift gaf voor twintig Valium-tabletten van drie milligram. Waarop Mendez hem vroeg vijftig tabletten voor te schrijven. Maar de arst weigerde deze te zware dosis, hij constateerde een abnormale verwijding van de oogpupillen van Mendez en vroeg hem of hij zich drogeerde. Mendez antwoordde ontkennend. Na het doktersbezoek slikte Mendez drie pillen van drie milligram in een keer, tegen de voorschriften van de dokter in. Mendez was zo in de war dat hij zelfs weigerde te praten met zijn collega Dessart van het FN, die hem vanuit België opbelde. Mendez was zo nerveus dat we de aanval op de supermarkt niet meer ter sprake brachten.'

Hij bleef in ziekteverlof tot 6 januari 1986

Doraene vond de factuur met de verschillende telefoontjes op 20 november 1985 van Mendez naar zijn vrouw. Die telefoontjes waren naar haar zeggen abnormaal verlopen: "Zijn echtgenote vertelde ons dat het telefoontje abnormaal verliep, hij belde nooit op die manier. Hij informeerde naar het dossier van Waals-Brabant, en meer bepaald naar het onderzoek omtrent de feiten in Aalst. Ik lees hier een fragment uit de verklaring van zijn echtgenote: 'Hij praatte over alles en nog wat, maar ik herinner me dat hij met uitvoerig ondervroeg over de overval van de Delhaize in Aalst." Nadien veranderde Mendez totaal van gedrag. Zo weigerde hij elk verder contact met het duo Beijer-Bouhouche en vond steeds uitvluchten om hen niet te ontmoeten.' Toen Mendez terugkeerde van zijn zakenreis naar Porto Rico, bleef hij in ziekteverlof tot 6 januari 1986.

Een dag later, op 7 januari 1986, werd hij vermoord. In deze periode sprak hij met verschillende personen over de Bendeaanslagen. De kinderoppas, een laatstejaarsstudente rechten, verklaarde: 'Ik keek naar het RTBF-journaal van 19u30 over de agressieve Delhaize-overvallen in Overijse en Eigenbrakel. Mevrouw Mendez was zich aan het klaarmaken om uit te gaan. Toen vertelde mijnheer Mendez me over de onderzoeken naar de inbraak in zijn huis.' Doraene voegde eraan toe: 'Vandaar ook de titel van dit document, Mendez voerde zijn eigen onderzoek. Hij zei mij dat hij had ontdekt dat er zich op politiek niveau corrupte figuren in zijn entourage bevonden. Hij verduidelijkte dit door te zeggen dat hij een smerig milieu op het spoor was gekomen tijdens zijn onderzoek in de kringen van de schietclubs.'

Meer » Aalst | Bendecommissie II

Christian Amory

Inleiding

Christian Amory maakte deel uit van de BOB van de Bergense rijkswacht toen hij in december 1988 werd opgepakt. "Ik had twee collega's verteld dat ik wist waar in ons land wapens in garageboxen verstopt zaten. Ik had die inlichtingen in Frankrijk ingewonnen. Het gerecht heeft dat vervormd tot Amory weet waar wapens verborgen zitten die door de Bende van Nijvel zijn gebruikt. Ik heb zes maanden in voorhechtenis gezeten en werd in 1992 door het assisenhof vrijgesproken. Daarna werd ik overal weggestuurd. Ik ben tien jaar portier geweest in nachtclubs. Nu heb ik geen vaste job meer", zegt Amory. Christian Amory werd er ook lange tijd van verdacht de reus van de Bende van Nijvel te zijn.

Een wapentrafiek

Op 18 februari 1988 wordt Amory door inspecteur Louis Fichefet van de gerechtelijke politie van Charleroi ondervraagd over zijn contacten met de MDA en doet hij spontaan het hele verhaal. Naar eigen zeggen werd Christian Amory eind september 1985 door Mohammed Asmaoui, een jeugdvriend van Amory, gecontacteerd met de vraag vijfhonderd GP 9mm pistolen te leveren aan de MDA. Volgens Amory zag hij in dit verzoek een ideale aanleiding om in deze door Khadafi gefinancierde Algerijnse oppositiebeweging te infiltreren. Bij wijze van vertrouwenwekkenden introductie gaf hij Asmaoui een FN 9 mm pistool cadeau. Amory zal steeds blijven volhouden dat hij dit pistool, waarvan het nummer was weg geveild, voor dertigduizend frank gekocht heeft van Bouhouche.

Op 6 december 1985 werd Asmaoui aan de Franse grens in het bezit van dit pistool wegens verboden wapendracht aangehouden. Het wapen bleek afkomstig te zijn van Juan Mendez en via Bouhouche, Beijer en Amory als 'presentatie-exemplaar' aan Asmaoui bezorgd. Blijkens proces-verbaal 21322 wou Bouhouche via Amory een aantal 'hete' wapens, waaronder die van de Bende van Nijvel, doorspelen aan de MDA. Parallel met de wapenlevering probeerde een speciale gezant van Ben Bella, Mohammed Keltouni, de BOB'er in te huren voor een regelrechte moord op bestelling op de nummer twee van het Front de la Libération National Algérien, Sheriff Messaadia. Het honorarium voor het contract bedroeg 20 miljoen oude Franse Francs, ongeveer 14 miljoen Belgische frank.

Deze moord moest zowat het startschot zijn voor een contra-revolutie in Algerije. De aanslag moest plaats hebben op het moment dat de Algerijnse nummer twee 'Le Fouquets' zou binnenstappen op de Champs Elysées in Parijs. Indien dit plan niet haalbaar leek, moest Sheriff Messaadia in 'Le Fouquet' met een granaat om het leven worden gebracht. Het is allezins een feit dat het parket van Charleroi tussen de papieren van Amory een nota met de hoofding 'un homme à abattre' en een topografische schets van de plaats van de geplande aanslag aantreft.

De infiltrant

Volgens Amory aanvaardde hij het contract om dieper in de MDA te kunnen infiltreren. De BOB'er rapporteerde inderdaad zowel het verzoek tot het leveren van wapens als het aanbod van het moordcontract aan zijn oversten en aan de Staatsveiligheid. Hij kreeg het bevel verdere infiltratie in de MDA stop te zetten, maar daar stoorde Amory zich niet aan. Hij zette door, bracht de Franse inlichtingen-dienst 'Les Renseignements Généraux' op de hoogte en penetreerde verder in het complot voor de moordaanslag. Kort voor het cruciale moment haakte Amory naar eigen zeggen evenwel af. Tijdens een huiszoeking in de woning van Amory vinden de speurders een compleet wapenarsenaal, waaronder een geweer van het type 'Bushnel Sportview' kal. 22 met kijker.

Wanneer Amory op 14 februari 1988 door de onderzoekscel van Jumet over dit wapen aan de tand gevoeld wordt, looft hij uitvoerig de kwaliteiten van dit wapen waarmee hij "met uiterste nauwkeurigheid tot op tweehonderd, wellicht zelfs tot op driehonderd meter een doelwit kan raken". En in PV 21282 vervolgt hij: "Ik heb u reeds verteld dat ik gecontacteerd werd om een lid van de Algerijnse regering te elimineren. Ik had die persoon van op een afstand van meer dan tweehonderd meter kunnen neerschieten, zonder zelf enig risico te lopen vanwege de lijfwachten van het slachtoffer. Het zou de onderzoekers danig in verwarring hebben gebracht, want noch het geweer, noch het vizier zouden mij in verband met de moord hebben kunnen brengen ..."

Het is een verontrustende vaststelling in deze politieroman dat de Belgische overheid via de rapporten van Christian Amory overduidelijk op de hoogte was van de MDA-plannen. Geen enkele bevoegde autoriteit vond het evenwel gepast de Algerijnse regering op de hoogte te brengen van een moordaanslag op een vooraanstaand Algerijns politicus die op Belgisch grondgebied werd uitgebroed.

Meer » Filière Boraine | Staatsveiligheid | Cel Waals Brabant

Alain Weykamp

Extreem-rechts militant en schietfanaat

De naam van Alain Weykamp duikt al in 1981 op, in de gerechtelijke onderzoeken naar extreem-rechts en het milieu van de schietclubs in België. Op 5 april 1981 treft een rijkswachter Weykamp samen met zijn vriendin aan in het bos van La Houssière. In dit bos liet de Cel Waals Brabant, die het onderzoek naar de Bende van Nijvel voert, in 2004 nog opgravingen doen.

In het bos is onder meer een uitgebrande auto teruggevonden die de Bende heeft gebruikt bij haar laatste overval, op het Delhaize-warenhuis in Aalst. Vermoedelijk is de leider van de Bende, bijgenaamd De Reus, daarbij omgekomen en in het bos begraven. Weykamp was een bekend lid van de extreem-rechtse organisatie Front de la Jeunesse en een vriend van Madani Bouhouche. Beiden hadden begin jaren tachtig een eigen schietclub, Parabellum.

In de koffer van de wagen van Weykamp werd in 1981 munitie aangetroffen. Weykamp bekende dat hij geregeld schietoefeningen hield in een zandgroeve in het bos van La Houssière, samen met andere extreem-rechtse militanten. In hetzelfde bos zijn ook verbrande cheques gevonden die door de Bende gestolen waren bij een overval in Overijse.

Bron » De Standaard | Januari 2006
Meer » Cel Waals Brabant | Bos van Houssière | Front de la Jeunesse | Forum

Jean-François Buslik

De spin in het web

In het België van de jaren tachtig was de Amerikaan Jean-François 'Bill' Buslik een gewaardeerd klusjesman annex geheim agent. Hij kon dobbelstenen elektronisch bewerken zodat je meer 'geluk' had in het spel. Hij hing touwladders in schoorstenen om afluistapparatuur te plaatsen voor de BOB. En hij knutselde een bom in elkaar waarmee een dienstwagen van de rijkswacht werd opgeblazen. Op 8 oktober 2001 verschijnt Buslik, wiens naam genoemd is in tal van zware dossiers, eindelijk voor het Hof van Assisen. Maar de kans dat hij voor lange tijd in de gevangenis verdwijnt, is kleiner dan ooit.

De in New York geboren loodgieter Buslik moet zich verantwoorden voor feiten waarvoor het Brusselse Assisenhof hem op 28 februari 1995 al bij verstek ter dood heeft veroordeeld: de roofmoord op Sabena-veiligheidsagent Francis Zwarts op 25 oktober1982, en de bomaanslag op een dienstauto van de Brusselse BOB een jaar eerder. Zijn toenmalige partner in crime, gewezen rijkswachter Madani Bouhouche, al jarenlang de kandidaat verdachte in de onderzoeken naar de Bende van Nijvel, is voor de moord op Zwarts wel de gevangenis ingegaan, en heeft zijn straf uitgezeten. Toen Bouhouche aan zijn gevangenisstraf begon, lag Buslik in de zon van Florida - met een vrouw, een dochter, een groot en klein zeiljacht, een Cessna 210, een halfautomatisch Remington-geweer in de kast, revolvers en legermunitie in de garage en een halfautomatische Glock 9mm onder zijn matras.

Jean-François Buslik
- Jean-François Buslik
Oeps, vergeten

Wat heeft Buslik dat Bouhouche niet had? Een politieman, anoniem: "Het is een werk van lange adem om een Amerikaan uitgeleverd te krijgen." Het klinkt simpel, te simpel. De Belgische justitie staat niet bepaald bekend om haar lange adem, maar is er niet veel meer aan de hand met Buslik? Jarenlang, zo blijkt nu, heeft de Belgische justitie niet eens de moeite genomen de Amerikaan uitgeleverd te krijgen. De gewezen Nijvelse onderzoeksrechter Luc Hennart, die het onderzoek naar de moord op Zwarts leidde, had op 22 juni 1988 wel opdracht gegeven Buslik op te sporen. Maar die was 'm toen al naar Florida gesmeerd, en het arrestatiebevel gold alleen voor België. Hoe dat zo kon? Mysterie.

Hennart en zijn mensen wisten maar al te goed dat Buslik al in februari van dat jaar uit het land was verdwenen. Zijn gewezen vriendinnen hadden hun dat verteld, en bovendien had Buslik eind 1988 in Miami het bezoek gekregen van Belgische agenten, die hem in het Sheraton Brickell Hotel aan een verhoor hadden onderworpen. Pierre Morlet, eerste advocaat-generaal, had het dossier destijds onder zijn hoede.

Pierre Morlet: "Ik vond dat ook nogal onlogisch. Buslik had zich laten schrappen uit het bevolkingsregister van de gemeente Sint-Joost, waar hij woonde, en de Verenigde Staten als zijn nieuwe heimat opgegeven. Maar ja, zoals elke onderzoeksrechter stond het Hennart vrij zijn eigen conclusies te trekken, en hij heeft Buslik nooit in staat van beschuldiging gesteld. Uiteindelijk heeft de Brusselse onderzoeksrechter Guy Bellemans hem vervolgd voor de bomaanslag, en heeft de Kamer van Inbeschuldigingstelling hem voor het Hof van Assisen gebracht voor de moord op Zwarts."

Toen het Assisenhof Buslik in 1995 bij verstek had veroordeeld, nam niemand de moeite hem internationaal te seinen. Het Brusselse parket-generaal liet hem evenmin door Interpol opsporen. Zoiets noem je een zware beroepsfout. Is er een intern onderzoek naar die nalatigheid geweest? Pierre Morlet: "Het antwoord is simpel. Het parket is dat gewoon uit het oog verloren .... en ik, die erop had moeten toezien dat het gebeurde, heb het ook niet gedaan."

Pas eind 1996 kwam er een internationaal aanhoudingsbevel. Gelijk veranderde Buslik zijn naam. In de VS was hij ondertussen getrouwd met één van zijn studentes, hij gaf er vliegles. Vanaf 1997 liet hij zich Jean-François Somerville noemen, naar zijn vrouw. Maar pas toen journalisten van het weekblad Humo hem begin 1999 met behulp van het internet terugvonden, werd er iets met dat internationaal aanhoudingsbevel gedaan. Humo publiceerde indertijd die ontdekking, in Florida bracht onderzoeksjournalist Jay Cheshes een gedegen Buslik-stuk in de krant Broward New Times. Onderzoekers naar de Bende van Nijvel - Buslik is een vaste klant in dat dossier - riepen meteen dat zij Busliks adres al jaren kenden, maar niettemin schoten de Belgische justitie en Interpol nu pas op gang.

Somerville werd geschaduwd, en op een ochtend in april 1999, toen hij in een short op sandalen uit zijn woning aan het strand van Florida stapte, opgepakt. Na nog eens anderhalf jaar juridische achterhoedegevechten werd hij uiteindelijk naar Brussel overgevlogen. Daar moet er - zo zegt de wet, als iemand die bij verstek veroordeeld is alsnog komt opdagen - een nieuw assisenproces komen, dat begint dus op 8 oktober 2001. Merkwaardig genoeg werd Buslik meteen weer vrijgelaten toen hij in België landde.

Pierre Morlet: "Onder voorwaarden, hé, voorwaarden waar ik niet over kan en mag zeggen. Die vrijlating is absoluut geen gevolg van procedurefouten, al hebben bepaalde kranten dat wel zo beweerd. Voorzitter Jean-Pierre Collin van de Kamer van Inbeschuldigingstelling heeft gewoon geoordeeld dat Buslik geen gevaar vormt voor de openbare veiligheid."

In de loop van het onderzoek is herhaaldelijk gesuggereerd dat Buslik werd beschermd omdat hij een Amerikaans geheim agent zou zijn, maar journalist Jay Cheshes vond hem niet terug op de officiële lijst van informanten van de Amerikaanse durgsbestrijdingsgienst DEA, waarvoor Buslik volgens sommigen zou hebben gewerkt. Al zegt dat niet alles, niet alle freelance medewerkers, informanten en tipgevers staan op die lijst.

Pierre Morlet: "Ik weet niet of Buslik voor de Amerikanen werkte. Ik kan het niet uitsluiten, maar evenmin bevestigen. Zoals gezegd, Hennart heeft zich nooit echt voor Buslik geïnteresseerd." Andersom was dat wel het geval. De Belgische onderzoekers die Buslik in Miami gingen verhoren, stelden tot hun verbazing vast dat hij 'perfect op de hoogte leek van de evolutie van het gerechtelijk dossier in België'. Dat is Buslik ten voeten uit. Een ex-vriendin omschreef hem als iemand die 'zichzelf constant op de proef stelt. Hij wil de beste zijn in alles wat hij doet'.

Het stinkt naar CIA

Jean-François Buslik werd in 1952 in New York geboren. Jay Cheshes: "Zijn vader, Max Buslik, was een Duitser uit Leipzig die aan het eind van de Tweede Wereldoorlog vermoedelijk voor de Amerikaanse inlichtingendienst heeft gewerkt. Na de oorlog heeft Max Buslik korte tijd met zijn Franse vrouw in New York gewoond. Daar werd hun enig kind Jean-François geboren."

Buslik senoir was een gediplomeerd horlogemaker, maar terug in Europa begon hij in Brussel een garage. Eind jaren zestig opende hij de Surplus 13, een stock américain in de Verbisstraat in Sint-Joost. De Surplus 13 was bijzonder populair bij de klasgenoten van Jean-François uit het plaatselijk atheneum, die er in de zomer vakantiejobs kregen. De rommelwinkel werd begin jaren tachtig opgedoekt.

Het ontbrak de familie Buslik nooit aan geld. Er was de winkel, en moeder Buslik was pilote. Met het oog daarop richtte vader Max in 1949 de vennootschap Aviaton Benelux op, een kleine chartermaatschappij die later door Jean-François zou worden overgenomen. Aviation Benelux stonk heel hard naar DEA en CIA, en rijkswachter Madani Bouhouche, die zijn vriend op handen droeg, had dat door. De mijnwerkerszoon Bouhouche was gefascineerd door de wereld die voor hem openging bij de familie Buslik : een pakhuis vol met legerrommel, combat boots, dolken, hopen geld, vakanties in Club Med, en geheime agenten die in en uit liepen.

Het was zonder twijfel de familie Buslik die Madani Bouhouche in contact bracht met de Amerikaanse DEA-agent Frank Eaton, die toen op de ambassade in Brussel werkte. Een BOB'er: "Eaton was dik met Buslik en Bouhouche. Volgens mij zorgde Eaton voor de visa toen Bouhouche in 1978 met een paar collega's en vriendinnen op vakantie trok naar de VS." Kort na die reis barstte in België het schandaal-François los. François Raes, een rijkswachter die voor het NBD - het Nationaal Drugsbureau van de rijkswacht onder leiding van de officier Léon François - werkte, stapte in de zomer van 1979 naar het parket met de beschuldiging dat zijn eigen chefs en collega's tot over hun pet in de drugshandel zaten.

De rol van het trio Eaton, Buslik en Bouhouche in die affaire is nooit serieus onderzocht. Zeker is dat Eaton en de DEA jarenlang intensief hadden samengewerkt met het NBD, en dat Eaton samen met een pak Belgische politiemensen beschuldigd werd van medeplichtigheid aan het verhandelen van één ton cannabis en cocaïne. Maar voor het proces goed en wel gestart was, was de Amerikaanse agent al het land uit. Hij beriep zich op zijn diplomatieke onschendbaarheid om de Belgische justitie van zich af te houden. Eaton kreeg een job als onderzoeker bij de officier van justitie van San Diego.

Drug Opera

Op de avond van 9 oktober 1981, toen het onderzoek naar het Nationaal Drugsbureau zo goed als rond was, liep er een anoniem telefoontje binnen bij de Brusselse BOB. Een informant beloofde een tip over een moordzaak en sprak af op de eerste verdieping van de Drug Opera, een café in de buurt van de Beurs. Boven de Drug Opera lag een privé-club waar de DEA-agenten kind aan huis waren. De BOB'ers reden ernaartoe in een Peugeot 404, maar de informant kwam niet opdagen. De dag nadien ontplofte een bom die in de koffer van de auto was gelegd. Charles Toumpsin, een gepensioneerd BOB'er, onderzocht destijds de aanslag.

Charles Toumpsin: "In het begin dacht iedereen - ik ook - dat drugssmokkelaars onze collega's naar het café hadden gelokt om de bom in de auto te plaatsen en zo het speurdersteam te treffen dat de drugszaak rond het Nationaal Drugsbureau en commandant François moest uitmesten. Dat vermoeden werd nog sterker toen even later ook de chef van het onderzoek, majoor Herman Vernaillen, en zijn vrouw in hun huis onder vuur werden genomen en zwaar gewond raakten. Maar al snel bleek dat de batterijen die voor de bom gebruikt waren, pas na het anonieme telefoontje gekocht waren. Dat telefoontje vanuit en het ritje naar de Drug Opera waren dus bedoeld om iedereen op het verkeerde been te zetten. Ik ben ervan overtuigd dat het geen drugssmokkelaars maar rijkswachters waren die de bom in de BOB-auto hebben verborgen en de aanslag op Herman Vernaillen hebben uitgevoerd."

"Want waar ging het eigenlijk om? In het Pakistaanse Karachi zat een Bruggeling in de gevangenis die betrokken was bij de affaire van het Nationaal Drugsbureau. Vernaillen en ik zouden hem gaan verhoren in Karachi en daarna terug naar België brengen, want hij had schokkende dingen over de rijkswacht te vertellen. Dat wilde men met die aanslag voorkomen. Herman Vernaillen was een stormram. Als hij erin vloog, hield niets hem tegen. Hij zou die zware beschuldigingen aan het adres van de rijkswacht tot het bittere einde hebben laten uitspitten."

"De beide aanslagen waren bedoeld om hem uit te schakelen. Men wilde Vernaillen niet doden, maar voorkomen dat hij naar Karachi zou vliegen en werk zou maken van dat dossier. Met die bom in de Peugeot van de BOB probeerden de daders bovendien de indruk te wekken dat ze niet alleen Vernaillen wilden treffen, maar alle politiemensen die aan het dossier-François werkten. Maar het onderzoek heeft uitgewezen dat de bom een afleidingsmanoeuvre was. Ze was namelijk niet nabij de Drug Opera geplaatst, maar toen de wagen in de Drukpersstraat geparkeerd stond, vlak bij de rijkswachtkazerne. Uiteraard mocht dat niet opvallen en daarom heeft men de auto naar de Drug Opera gelokt."

"En wat was het gevolg van dit alles? Niet de zwaargewonde Vernaillen, maar andere politiemensen gingen de gevangen drugssmokkelaar in Pakistan ophalen. En er is nooit nog wat van het onderzoek vernomen. Klopte er iets van de beschuldigingen van de Bruggeling aan het adres van de rijkswacht? We zullen het nooit weten. De maker van de bom is geïdentificeerd, maar de opdrachtgever niet. De maker was Jean-François Buslik. En de opdrachtgever? Ik weet allen dat Buslik is verlinkt door zijn boezemvriend Bouhouche. Waarom? Dat heb ik nooit begrepen."

Koekje van eigen deeg

Rijkswachter Bouhouche deed zelf het onderzoek naar de bom in de BOB-auto. Hij zat in het team van rijkswachtadjudant Guy Goffinon, die de leiding had over dat onderzoek. De ondertussen overleden Goffinon had zijn team in twee ploegen opgedeeld. De ene ploeg werkte op de springstoffen, de andere - waar Bouhouche in zat - op het ontstekingsmechanisme. Voor het maken van de bom waren 24 batterijen van het merk Tandy gebruikt. De uitbater van de Tandy-winkel in de Willemsstraat in Sint-Joost kende de naam van de koper niet, maar kon hem wel beschrijven. In die beschrijving herkende rijkswachter Bouhouche - tot zijn grote verrassing - zijn vriend Buslik.

Twee weken na de aanslag werd Buslik gearresteerd. Busliks toenmalige vriendin begreep niet dat Bouhouche zijn boezemvriend zoiets kon aandoen. Ze werd nijdig en sprak er Bouhouche over aan, maar die weigerde iets te zeggen. Buslik gaf Bouhouche meteen een koekje van eigen deeg. Hij gaf toe dat hij het mechanisme in elkaar had gezet, maar hij had dat gedaan op verzoek van een ex-klant van de winkels van zijn ouders, beweerde hij. Die had hem wijsgemaakt dat het tuig moest dienen voor de afstandsbediening van een garagepoort. Jammer genoeg kende hij de man niet, maar hij had diens trekken zo goed ingeprent dat hij graag wilde helpen bij het samenstellen van een robotfoto. De figuur op de robotfoto leek verdacht veel op ... Madani Bouhouche.

Bouhouche mocht het komen uitleggen, maar hij praatte zich eruit. Hij had van Buslik geleerd hoe je tijdens een verhoor altijd mensen moet beschrijven die je kent - familie of bekende tv-figuren - zodat je ze bij de volgende ondervraging op dezelfde manier kunt beschrijven. Ondertussen stapelden de bewijzen tegen Buslik zich op. Al een half jaar voor de aanslag was hij bij een schoolkameraad die bij de Staatsveiligheid werkte, gaan zeuren om een handleiding om bommen te maken. Eind september 1981 bezorgde de man hem er één. De ontmijningsdienst van de landmacht kwam tot de conclusie dat de Peugeot-bom bijna zeker met behulp van die handleiding was gemaakt.

Meer dan drie maanden zat Buslik in voorarrest, toen kwam hij vrij. Hij vloog onmiddellijk naar de VS. Een tijd later zou hij terugkomen als computerspecialist, pendelend tussen België en Italië. Als hij weer eens werd tegengehouden aan de grens, omdat hij internationaal opgespoord werd, maakte hij zich bijzonder druk, dan werd hij met rust gelaten. Niemand bij het Belgische gerecht kwam op het idee eens te gaan uitzoeken wat Buslik zoal uitvrat in de VS en in Italië.

Pas jaren later, nadat Bouhouche in januari 1986 was gearresteerd als hoofdverdachte in de moord op FN-wapenhandelaar Jean Mendez, kreeg het gerecht opnieuw belangstelling voor de Amerikaanse Belg. In de loop van het onderzoek insinueerde Bouhouche dat het moordwapen, dat aan hem toebehoorde, door Buslik uit zijn huis was ontvreemd. Maar Busliks rol in deze bizarre, nog altijd onopgehelderde moordzaak is nooit ten gronde onderzocht.

Klungelaars

Buslik liep wel tegen de lamp in een andere zaak: de roofmoord op Francis Zwarts. De jonge Sabena-veiligheidsagent verdween op de avond dat hij zijn werkmakkers wilde trakteren vanwege de geboorte van zijn eerste kind, een dochtertje. Met hem verdwenen duizend Krugerrand- en Vrenelli-goudstukken, bijna dertig kilo goudstaven, twaalf exclusieve Cartier-horloges, vijf kilo bankbiljetten, twee kilo industriële diamanten en een verzegelde jute zak met diplomatieke post van de Belgische ambassade in Moskou.

Zwarts werd nooit teruggevonden. Het proces rond Buslik is voor zijn familie de laatste kans om te vernemen wat er met hem is gebeurd en waar zijn lichaam door de moordenaars is achtergelaten. De roof was lang van tevoren voorbereid : de overvallers gebruikten een bleke Ford Taunus die ze een half jaar eerder gestolen hadden en aangekleed als rijkswachtwagen. In de nacht van Zwarts' verdwijning, op 25 oktober 1982, merkten luchthavenarbeiders rond 21.25 uur een 'politiecontrole' op in de tunnel waar Zwarts door moest om zijn kostbare vracht af te leveren bij Brucargo. Ze zagen drie rijkswachters uitstappen, nummer vier bleef in de Taunus met oranje streep aan het stuur zitten. Toen de arbeiders vier minuten later zelf voorbijreden, was de tunnel verlaten. Op de getuigen maakten de rijkswachters de indruk klungelaars te zijn : hun jassen leken te klein, petten stonden scheef.

In de loop van het onderzoek kwamen tal van elementen boven water waaruit de betrokkenheid van Buslik bleek. De echtgenote van Bouhouche verklaarde dat Buslik volgens haar man iets maken had gehad met de zaak. Een foto gaf de doorslag, daarop stond Busliks vroegere vriendin met een Cartier-horloge uit de exclusieve reeks waarvan er op Zaventem twaalf gestolen waren. Ze vertelde de speurders dat Buslik voor haar enkele dagen voor kerstmis 1984 het uurwerk getoond had.

Hij bewaarde het thuis met drie andere Cartiers in een kluis in een vochtige kelder, in een doodgewone plastic tas. Toen Buslik de tas opende, vertelde de vrouw, kwam er een doordringende, vochtige stank uit. Ze vond dat vreemd, omdat haar vriend een betere brandkast had in de keuken, en bovendien een safe huurde bij de bank.

De vier horloges die Buslik zijn vriendin toonde, kwamen overeen met de modellen die gestolen waren bij de roofmoord op Zwarts. Ze waren volgens experts van Cartier samen een miljoen waard. Door de vochtigheid in de kelder was er maar één horloge dat nog liep, een Baignoire, dat had de vriendin willen hebben, maar die bewuste kerstavond mocht ze het van Buslik alleen maar even aandoen. Van die dag dateert de foto.

Het ovale horloge was versierd met briljanten. Het horlogebandje was van satijn. In de hele wereld waren er op dat ogenblik maar éénentwintig van verkocht. De vriendin verklaarde nog dat ze het uurwerk daarna niet meer had teruggezien, en dat ze niet wist wat ermee gebeurd was. Toen ze er bij Buslik naar vroeg, antwoordde die: "Hoe minder je weet, hoe beter." Buslik werd aan de tand gevoeld. Al die Cartiers waren nep, zei hij. Hij had ze verkocht op een markt in Italië. Maar volgens privé-detective George Vandyck, die voor Cartier jacht maakte op zwendelaars in imitatiejuwelen, was het op dat moment technisch onmogelijk een Baignoire na te maken, omdat de kast een golvend profiel heeft.

Smokkelschip

De speurders struikelden ook over het feit dat Buslik weinig verdiende maar geen geldzorgen scheen te hebben. Begin 1985 kocht hij voor zijn vriendin een huis aan de Chobham Road 20 in Londen, hij betaalde er 2 miljoen frank cash voor, en dat terwijl zijn firma Aviation Benelux al jaren zo goed als geen omzet maakte. Buslik verweerde zich door te schermen met zijn inkomsten als informaticus. En zijn moeder had hem wat ponden voorgeschoten, zei hij nog.

Twee jaar later, op 31 augustus 1987, verkocht hij het huis en kocht hij van een Zuid-Amerikaans ambassadeur een zestien meter lang zeiljacht, de Chiby. De verkoop verliep via de Samsea Ltd North Esplanade in belastingsparadijs Guernsey. Buslik betaalde er ongeveer 3.1 miljoen frank voor, en liet het schip voor nog eens een klein miljoen opknappen. Het geld, zo vertelde hij, kwam van de verkoop van zijn huis in Londen. Daar bleef hij maar op hameren, ook toen de speurders volhielden dat hij die woning op dat moment nog niet had verkocht.

De grond werd steeds heter onder Busliks voeten. Een projectleider van de jachthaven van Nieuwpoort was naar de Staatsveiligheid gelopen omdat Buslik hem vreemde dingen had gevraagd. Hij wilde zijn jacht uitrusten met waterdichte kluizen om er zeer zwaar materiaal in te kunnen opslaan, "misschien wel tot duizend kilo". Drie kluiscompartimenten moesten worden ingewerkt in de eigenlijke woonruimte, waar ze bij een huiszoeking aan de aandacht zouden ontsnappen, omdat je dan eerst de wanden van de woning zou moeten demonteren. Normaal zijn dat soort kluizen klein, dan kunnen ze nog dienstdoen als vlotters voor het geval de scheepsromp doorboord zou worden,zo vernamen de speurders van de projectleider.

Buslik probeerde ook een bemanning te ronselen om met zijn jacht naar Madeira te zeilen. Hij wilde met de boot 'financiële operaties doen', vertelde hij een vriendin. De voorbereiding was in volle gang, vanuit de haven van Nieuwpoort belde Buslik in januari en februari 1988 voor meer dan dertienduizend frank naar diverse telefoonnummers in Frankrijk.

Toen speurders in april 1988 naar het schip gingen kijken, was het volledig ontmanteld. Meer dan tien jaar later zag journalist Jay Cheshes de Chiby liggen achter het huis in North Palm Beach waar de familie Buslik woonde. Pierre Morlet: "Onderzoeksrechter Hennart heeft die boot nooit in beslag genomen. Ik heb het al gezegd, het parket vond dat er heel zware aanwijzingen tegen Buslik waren, de onderzoeksrechter had een andere mening."

Nazi's

Uit later gevonden documenten bleek dat Buslik in februari 1988 naar Londen gevlogen was, en vandaar via New York naar Colombia. Hij vestigde zich uiteindelijk in Florida, eerst in Orlando, later in North Palm Beach, waar hij werk vond als chief flight instructor bij Kemper Aviation op de luchthaven van Lantana. In de States kon Buslik op bescherming rekenen. Dat ondervond de rogatoire commissie die hem in het kader van het onderzoek-Zwarts aan de tand ging voelen, zo meldde advocaat-generaal Morlet in zijn verhoor voor de tweede Bendecommissie.

Morlet vond het eigenaardig dat Buslik op de afspraak verscheen in het gezelschap van enkele leden van de US Marshall Service, "die meer optraden als zijn lijfwachten dan als speurders. Ze hebben hun Belgische collega's geen informatie gegeven over de verblijfplaats van Buslik." De twee ondervragers bevestigden op 30 juni 1997 voor de onderzoekscommissie dat ze vernomen hadden dat Buslik ouders Amerikaanse inlichtingenagenten waren. "Hij werd ginds dus heel erg beschermd."

De Brusselse substituut Edwig Steppé, destijds bevoegd voor de onderzoeken naar de aanslagen op Vernaillen en op de BOB-Peugeot, had soortgelijke informatie. Vader Buslik zou contacten hebben gehad met de geheime dienst van de nazi's en daarna door de CIA zijn opgevist. Steppé: "Ik zeg dat in voorwaardelijke wijs. Alleen de Amerikaanse autoriteiten kunnen het bevestigen."

Bescherming in België

Vast staat dat Jean-François Buslik ook in België zelf werd beschermd. Volgens een ambtenaar van de toenmalige Vreemdelingendienst van de Staatsveiligheid waren de politiediensten twee keer bij hem tussenbeide gekomen in het dossier-Buslik. De eerste interventie ging uit van de Brusselse BOB en had betrekking op het onderzoek naar de autobom. Bizar : waarom zou de BOB een man beschermen die geprobeerd had leden van diezelfde BOB op te blazen?

Een absurde gedachte, behalve wanneer je er met Charles Toumpsin van uitgaat dat de aanslag vermoedelijk was beraamd door rijkswachters zelf. De ondertussen overleden ambtenaar had het ook over niet nader gepreciseerde 'politietussenkomsten' ten gunste van vader en zoon Buslik in de zaak-François. Ging het om interventies van de DEA, van de Brusselse BOB of van allebei? We weten het niet.

Wel is zeker dat Buslik hand- en spandiensten verleende aan de drugsbrigade van de Brusselse BOB toen zijn jeugdvriend Bouhouche daar nog werkte. Toen de rogatoire commissie hem in Miami kwam verhoren, gaf Buslik toe dat hij "op verzoek van Bouhouche binnengedrongen was in een verluchtingskanaal van een gebouw in Brussel om er een touwladder te hangen". Rijkswachter Bouhouche wilde bij een drugssmokkelaar afluisterapparatuur plaatsen, en Buslik zei dat hij daaraan had meegewerkt, "want ik ben tegen drugs".

Nog andere speurders klaagden in de tweede Bendecommissie over de lange arm van Buslik. Gérard Bihay en Franz Balfoir, in de jaren tachtig de onderzoekers van de dossiers-Mendez en Bende van Nijvel, verklaarden dat ze bij huiszoekingen gevonden diskettes aan Buslik moesten teruggeven, hoewel ze al iemand hadden aangesproken om ze te analyseren. "Buslik beweerde dat hij bescherm werd." De parlementaire onderzoekscommissie preciseerde in haar eindverslag niet of dat ook zo was.

Nochtans had voorzitter Tony Van Parys hoog van de toren geblazen na de klachten over de aanpak van de zaak-Buslik: "Wij moeten reageren. Een onderzoek naar dit aspect van de zaak lijkt mij ook nuttig voor de beoordeling van ons hele dossier." Blijkbaar besefte Van Parys dat Jean-François Buslik een dominosteen was die een hele rij stenen aan het vallen kon brengen. En dat is wel het laatste wat de justitie in België lijkt te willen.

Bron » Humo | Hilde Geens | Oktober 2001
Meer » Staatsveiligheid | Rijkswacht | Cel Waals Brabant | Bendecommissie II | Forum