Het paradepaardje van de Staatsveiligheid
De mysterieuze mijnheer X uit het Bende-onderzoek
Hoe efficint was de contraspionagedienst van de Belgische Staatsveiligheid in de strijd tegen de gevreesde Sovjet-Russische KGB en de andere geheime diensten uit de andere voormalige Oostbloklanden? Tijdens de Koude Oorlog, de periode tussen het einde van de Tweede Wereldoorlog - en dan vooral sinds de overbrenging van het hoofdkwartier van de NAVO naar ons land in 1967 - en de implosie van de Sovjetunie in 1991, was het opvolgen en uitschakelen van KGB-spionnen de absolute topprioriteit en het paradepaardje van onze inlichtingendienst. Maar wat heeft de Staatsveiligheid er in werkelijkheid van terecht gebracht?
Hier bekijken we de geschiedenis van de KGB en aanverwante geheime Oostblokdiensten in Belgi vanaf 1967 tot nu. In die periode van ruim veertig jaar werden tientallen KGB-spionnen gearresteerd of uitgewezen of verlieten ze vrijwillig het land nadat ze waren ontmaskerd. Een handvol Belgen spioneerde voor het Oostblok, sommigen liepen zelfs over naar de Sovjet-Unie of haar satellieten. Een reeks andere Belgen werd geneutraliseerd als spion, vaak door toedoen van KGB'ers die waren overgelopen naar het Westen. Een hoogst zeldzame keer werden die Belgische KGB-agenten ook veroordeeld door de rechtbank.
Grondig onderzoek van de spionagedossiers uit die periode leert dat in vrijwel alle gevallen de KGB'ers of hun Belgische agenten enkel konden worden ontdekt op basis van informatie die werd aangeleverd door de grote 'bevriende' buitenlandse inlichtingendiensten, met name de Amerikaanse CIA en de Britse en Franse geheime diensten. De contraspionagedienst van de Staatsveiligheid speelde meestal slechts een secundaire rol. Als 'uitvoerende' arm van haar buitenlandse correspondenten beperkte de rol van de Belgische dienst zich meestal tot het achteraf oprollen van het bewuste netwerk.
Minstens honderd
Hoe groot was het gevaar dat uitging van de KGB? Dat is een moeilijke vraag, want dikwijls werd dit probleem moedwillig onderschat of juist sterk overdreven, al of niet doelbewust met ideologische motieven. Het aantal KGB'ers en aanverwante spionnen die actief waren op ons grondgebied kan een indicatie geven. De eerste officile cijfers werden geleverd door het Comit I, dat in opdracht van het parlement toezicht houdt op de Belgische inlichtingendiensten.
"In totaal kunnen we ervan uitgaan dat tijdens de jaren tachtig permanent een dertigtal inlichtingenofficieren van de KGB en een vijftiental officieren van de GRU - de militaire tegenhanger van de KGB - in Belgi actief was", zo meldde het controleComit. Ze werkten meestal onder de dekmantel van diplomatiek personeel of als medewerker van een persagentschap of een commercieel bedrijf. Naast de officile residentie van de KGB was er bovendien ook een illegale residentie in ons land, bestaande uit enkele agenten met een valse identiteit, die elk contact met de ambassade vermeden.
Die cijfers werden onlangs bevestigd door de voormalige directeur Operaties van de Staatsveiligheid. In een interview met de website targetbrussels verklaarde deze inmiddels gepensioneerde specialist inzake contraspionage, die anoniem bleef en zich Mister X liet noemen, dat er permanent minstens honderd Oostblokspionnen in ons land bedrijvig waren. Om u een idee te geven van de belangrijkheid: in de periode 1980-85 waren tussen de 40 en de 45 officieren van de Sovjetinlichtingendienst actief in Belgi. Ze opereerden onder de dekmantel van de Sovjetambassade, de handelsvertegenwoordiging, Aeroflot, Intourist, Transworld Marine Agency, het consulaat-generaal, de media, ... En dat aantal heeft enkel betrekking op één land. U kan de extrapolatie maken naar andere landen. Dat betekent in totaal ten minste honderd. En op hun beurt hadden ze elk hun eigen agenten en contacten.
Volgens voormalige directeur werden tijdens de Koude Oorlog "verschillende dozijnen" buitenlandse spionnen persona non grata verklaard en het land uitgezet. "In de tweede helft van de jaren tachtig werden ongeveer dertig spionnen geneutraliseerd", zei Mister X. "In die tijd was ik verantwoordelijk voor contraspionage. We waren succesvol omdat we een enthousiast, energiek en ervaren team hadden. Terugblikkend op mijn loopbaan van veertig jaar bij de Staatsveiligheid, ben ik het meeste trots op precies die periode."
Andere bronnen bevestigen grotendeels deze analyse. "In de jaren tachtig was de oogst van de Belgische contraspionage rijk en overvloedig", schreef een analyst van de Staatsveiligheid. "Zo werden bijvoorbeeld over een verloop van 24 maanden, tussen juni 1982 en mei 1984, 21 inlichtingenofficieren en/of hun agenten in Belgi geneutraliseerd door de contraspionage van de Veiligheid van de Staat."
Mediamanipulatie
Het belangrijkste en productiefste onderdeel van het KGB-spionageapparaat in ons land behoorde tot de zogenaamde lijn 'P', bestaande uit officieren die politieke, militaire en algemene economische informatie moesten inwinnen. Volgens het Comit I hielden de KGB'ers zich ook bezig met het beïnvloeden van de publieke opinie.
"Daarvoor deden ze een beroep op schrijvers en journalisten, die in hun boeken of artikelen, eventueel in ruil voor een vergoeding, vooraf bepaalde standpunten verdedigden waarmee de KGB de publieke opinie probeerde te manipuleren, meestal door op subtiele wijze het Westerse bondgenootschap aan te vallen." Meer details over deze methode, bijvoorbeeld welke auteurs en journalisten zich voor de kar van de KGB lieten spannen, gaf het rapport helaas niet.
Journalist Kristof Clerix, die onlangs onderzoek deed in de archieven van de spionagediensten van het Oostblok, ontdekte bijvoorbeeld dat de Tsjecho-Slowaakse geheime dienst veel belangstelling had en ook dossiertjes had aangelegd over Frans Verleyen (hoofdredacteur Knack) en buitenlandredacteurs Frank Schlömer (De Morgen) en Freddy De Pauw (De Standaard). Dat bewijst overigens enkel dat er contacten bestonden. Er is geen enkele aanwijzing dat de drie ook daadwerkelijk werden ingeschakeld.
In omgekeerde richting deden de Westerse inlichtingendiensten overigens ook aan mediamanipulatie. Zo zijn er sterke vermoedens dat bijvoorbeeld Ward Hulselmans, destijds journalist bij Gazet van Antwerpen, regelmatig met 'alarmerende' informatie over de KGB-aanwezigheid in ons land werd gevoederd door Westerse inlichtingendiensten. Hulselmans werd later een succesvol scenarist, onder meer van de VRT-serie Heterdaad.
Aandacht verslapt
Vanaf de overbrenging van het hoofdkwartier van de NAVO naar Belgi tot de val van de Berlijnse Muur in 1989 "bleven de inspanningen van de Staatsveiligheid inzake contraspionage op hetzelfde niveau", stelde het Comit I in haar jaarrapport. Daarna werd die sectie geleidelijk ontmanteld, omdat nieuwe werkterreinen steeds meer energie opslorpten. Maar als gevolg van de reacties in de Belgische pers op de zaak Mitrokhin (een KGB-overloper) liet de Staatsveiligheid echter weten "dat er opnieuw voorrang zou worden gegeven aan de strijd tegen de activiteiten van de SVR, de opvolger van de KGB, vooral in het kader van de bescherming van het economisch en wetenschappelijk potentieel van het land."
"Na de val van de Berlijnse Muur ging men ervan uit dat spionage zou afnemen", zei een woordvoerster van de Staatsveiligheid. "Dat is gedurende een paar jaar inderdaad het geval geweest, maar het is duidelijk dat de activiteiten opnieuw toenemen. De Staatsveiligheid had de onderzoeken inzake contraspionage geleidelijk verminderd in het voordeel van de strijd tegen het terrorisme en de georganiseerde misdaad, die de voornaamste prioriteiten zijn geworden. Vandaag stellen we echter vast dat we rechtsomkeer moeten maken en opnieuw de nadruk moeten gaan leggen op contraspionage." Geen overbodige luxe, want zelfs in 2008 werd nog een hoge Estlandse functionaris gesnapt wegens spionage voor de SVR op het Brusselse NAVO-hoofdkwartier.
|
Bron Apache | 2011
|
Antwerpse haven
Spionnennest
Een ouderwets broeinest van spionnen. Zo werd het Russische scheepsagentschap Transworld Marine Agency Company in de haven van Antwerpen vaak getypeerd. Transworld, met kantoor in het Schipperskwartier, was een bedrijf dat in de jaren zeventig meer dan honderd mensen tewerkstelde. Het bleek tevens een dekmantel voor de KGB, de geheime dienst van de Sovjet-Unie.
Het opzetten van bedrijven die echte commercile activiteiten ontplooien en tegelijk fungeren als camouflage voor spionagewerk is een oude en beproefde techniek van zowat elke inlichtingendienst. Transworld Marine (TWM) werd in 1969 opgericht als een joint-venture van Sovinflot, de federatie van de sovjetscheepvaartlijnen, en enkele Antwerpse families die actief waren in de kolenhandel. De Amerikaanse CIA rook meteen onraad. Oorspronkelijk dacht Moskou aan Rotterdam aan vestigingsplaats, maar dat plan ging niet door. "Dat mocht niet", schreef het weekblad Trends. "Argwanende NAVO-generaals en het communistenvretende Rotterdamse stadsbestuur waren er radicaal tegen." Transworld nestelde zich dan maar in Antwerpen en van daaruit werd in 1972 een dochterbedrijf in Rotterdam opgericht, dat eveneens scherp in de gaten werd gehouden door de CIA.
"De Sovjetunie heeft onlangs een filiaal opgericht van het in Antwerpen gevestigde Transworld Marine Agency", stelde een geheim (inmiddels gedeclassificeerd) CIA-document van 1972, waarin een overzicht werd gegeven van firma's in het Westen die eigendom waren van de Sovjetunie. "Hoewel de Nederlandse regering heeft geweigerd om toestemming te geven voor de oprichting van een zelfstandige Sovjetonderneming in Rotterdam, hoopt de USSR dat het Rotterdamse filiaal, dat momenteel enkel optreedt als zaakgelastigde van het Antwerpse kantoor, mettertijd in staat zal zijn om de verantwoordelijkheid over te nemen voor de globale Sovjetscheepvaart in Nederland. Omdat de Nederlandse autoriteiten weigeren om een verblijfsvergunning te geven aan drie Sovjetfunctionarissen die naar Rotterdam moesten worden gestuurd om de leiding te nemen van het filiaal, zouden de Sovjetburgers die toegewezen werden aan Rotterdam aanvankelijk in de omgeving van Antwerpen kunnen gaan wonen."
Kwetsbare punten
"In ons land werden kantoren gevestigd van instellingen met een volledige of gedeeltelijke USSR-achtergrond, soms met Nederlands personeel", waarschuwde de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD), de Nederlandse tegenhanger van onze Staatsveiligheid, in een rapport van 1982. "Aan de naam van de instelling is de USSR-achtergrond niet steeds herkenbaar. Bij namen als Transworld Marine Agency en East-West Agency zal een leek zeker niet direct aan de Sovjetunie denken." Ook de BVD vermoedde dat TWM een broeinest van spionage was.
Sovjetagenten zouden het kantoor als uitvalsbasis gebruiken om scheepsbewegingen en kwetsbare punten in de Rotterdamse haven te observeren en uit te zoeken waar Navo-materiaal werd uitgeladen. Volgens sommige bronnen was TWM een project van de GRU, de militaire inlichtingendienst van de Sovjetunie en een rivaal van de KGB. Een andere mogelijkheid is dat KGB en GRU voor dit project samenwerkten: het Tweede Hoofddirectoraat van de KGB was immers verantwoordelijk voor de veiligheid van scheepstransporten.
De BVD sloeg uiteindelijk pas groot alarm in 1989, toen de Koude Oorlog op zijn laatste benen liep en Gorbatsjov aan de macht was. Transworld in Rotterdam had sinds zijn oprichting gediend als dekmantel voor Russische spionnen, zo liet de BVD uitlekken. Vier KGB-agenten, die achter elkaar tijdens de voorbije zeventien jaar vanuit TWM in Rotterdam opereerden, bleken te zijn ontmaskerd en waren uitgewezen. Volgens het Nederlandse ministerie van Binnenlandse Zaken was de BVD van meet af aan op de hoogte van de spionageactiviteiten.
"Het was de KGB-agenten vooral te doen om informatie over de werkwijze van de Nederlandse inlichtingendiensten", schreven de kranten. "Zij wilden weten hoe de BVD de in Nederland verblijvende Russen controleert, hoe de Rotterdamse haven kan worden uitgeschakeld en waar de overslag van Amerikaanse legergoederen plaats vindt."
Betrapt
In 1972 besloot Anatole Tchebotarev, adviseur op de Russische handelsmissie in Brussel én inlichtingenofficier van de GRU (de militaire inlichtingendienst van de Sovjetunie), over te lopen naar het Westen. Hij vroeg politiek asiel aan in de VS en onthulde de namen van 33 Russische spionnen in Brussel. Op de lijst prijkte onder andere Vladimir Kroegliakov, een medeoprichter van Transworld, die meteen op een vliegtuig richting Moskou werd gezet.
Rond dezelfde tijd vertrokken twaalf werknemers van Intourist en Aeroflot en werden een aantal Russische diplomaten officieel uitgewezen. Volgens De Morgen was er nog meer aan de hand: "In 1973 werd in de kantoren van TWM op het Van Schoonbekeplein de KGB-agent Sjemetov betrapt met geheime NAVO-documenten in zijn tas. En in 1976 raakte bekend dat via Transworld vijf miljoen frank naar de communistische partij van Portugal was versluisd."
Volgens journalist Kristof Clerix werd ook Allied Stevedores, een dochteronderneming van Transworld, verdacht van KGB-connecties. Stouwerij Allied Stevedores bezat terminals aan het Delwaidedok en het Vijfde Havendok en was in de jaren tachtig een van de belangrijkste containerafhandelaars in de Antwerpse haven. "De vrees was onder meer dat de KGB in een conflictsituatie de havensluizen zou kunnen saboteren", weet Clerix.
"Een document uit de Stasi-archieven, gedateerd 1989 en vertaald uit het Russisch, onthult dat Transworld en Allied Stevedores van zeer nabij gevolgd werden door de Staatsveiligheid en de CIA", meldt Clerix. De Stasi, de geheime dienst van de voormalige DDR, meende dat de Staatsveiligheid haar werkzaamheden inzake contraspionage coördineerde met de CIA. "De geheime diensten van Belgi en de VS verzamelen actief en doelgericht spionage-informatie over de activiteit van Transworld en over het Sovjetcontignent van directeurs en andere medewerkers van onze schepen in grensoverschrijdend zeeverkeer", stelt het document.
"De woningen en werkplaatsen van het Transworldpersoneel zijn, zo valt af te leiden uit een aantal kenmerken, uitgerust met afluistertechnologie. De CIA-residentie en de lokale contraspionage van de Staatsveiligheid tonen een verscherpte interesse voor het sportcomplex van Transworld, dat vaak bezocht wordt door de bemanning van Sovjetschepen en door leidinggevende medewerkers van de Sovjetambassade en Sovjethandelsvertegenwoordiging. Een aantal kamers van het sportcomplex is uitgerust met afluisterapparatuur, en het personeel werkt samen met de lokale geheime dienst."
Codenaam Rousseau
Tien werknemers van Transworld en zeven van Allied Stevedores waren volgens de Stasi-agenten van "vijandelijke geheime diensten" of werden ervan verdacht ermee in verbinding te staan. Van die personen werden gedragingen en karaktereigenschappen in detail beschreven, zoals: 'Spreekt Russisch, maar verbergt het', 'Bezoekt onnodig de kapiteinskajuiten en probeert gesprekken tussen zeelieden af te luisteren', of 'Probeerde individuele zeemannen tot smokkel te verleiden (kaviaar, vodka en iconen)'.
Een van hen had zelfs in een dronken bui toegegeven aan de Russen dat hij in de terminal aan inlichtingenwerk deed. Kortom, alles wijst er op dat de Staatsveiligheid de verdachte KGB'ers bij Transworld gedurende tientallen jaren min of meer hun gang lieten gaan, met de bedoeling ondertussen via diverse observatietechnieken meer te weten te komen over hun operationele methodes. Al die tijd bleven de KGB'ers het spel meespelen, hoewel ze duidelijk wisten dat hun aanwezigheid was ontdekt.
Voor een nuchtere niet-ingewijde lijkt dit een absurde en onbegrijpelijke situatie. Maar in de wereld van de geheime diensten hanteert men een heel andere logica. Minder bekend is dat de BVD in de Rotterdamse haven beschikte over een dubbelspion, die enkel bekend is onder zijn codenaam Rousseau. Hij was gehuwd met een Russische vrouw en had zakelijke contacten met Sovjetinstanties in de haven van Rotterdam. In 1961 werd Rousseau gerekruteerd als KGB-agent, nog in hetzelfde jaar werd hij door de Nederlandse dienst 'omgedraaid' en ging hij voor de BVD spioneren.
Busy keeping
"Rousseau speelde een hoofdrol in een van de langst lopende operaties van de BVD tegen de KGB", schreef een voormalig BVD-medewerker. Gedurende tientallen jaren, vanaf 1961 tot 1989, stond hij in contact met de BVD en met de KGB. "Al voordat de BVD bij hem aanbelde, verzamelde Rousseau in de Rotterdamse haven inlichtingen voor zijn KGB-contacten in de Sovjetunie. Die bleken vooral belangstelling te hebben voor de activiteiten van de BVD. Al vanaf zijn eerste gesprek stelden zij vragen over 'de dienst die in de Rotterdamse haven de schepen uit de Sovjet-Unie in de gaten houdt'. Men zou in dit geval kunnen zeggen dat de KGB Rousseau inzette in een contracontra-inlichtingenoperatie."
Als de KGB bijvoorbeeld aan Rousseau inlichtingen vroeg over personen voor wie ze op dat moment belangstelling had, was dit voor de BVD vervolgens aanleiding om ook zelf naar die personen een onderzoek in te stellen en desnoods bepaalde instellingen of bedrijven te waarschuwen. Het was ook Rousseau die een aantal KGB-spionnen bij Transworld heeft uitgerookt, zoals onder andere G.S. Karpechenkov. "Deze was vertegenwoordiger in Rotterdam van de Sovjetrussische handelsfirma Sovfrakht, die zich toelegde op goederenvervoer per schip. Karpechenkov hield kantoor in de ruimten van het bedrijf Trans World Marine Agency, waarmee Sovfrakht nauw samenwerkte. Het optreden van Karpechenkov en de vragen die hij aan onder meer Rousseau stelde, leidden ertoe dat hij in april 1989 werd uitgewezen. Formeel was die uitwijzing gebaseerd op de manier waarop Karpechenkov had geprobeerd een politieman onder druk te zetten om van hem inlichtingen in handen te krijgen over de identiteit van medewerkers van de BVD, van de Rotterdamse Plaatselijke Inlichtingendienst (PID) en van de marechaussee."
"Na verloop van enkele jaren vatte de BVD het plan op om een 'spel' met de KGB op touw te zetten", onthulde de voormalige BVD'er. "De bedoeling daarvan was de KGB op het verkeerde been te zetten. Een vertrouwde buitenstaander werd bij Rousseau geïntroduceerd als een actief medewerker van de dienst, die speciaal was belast met de beveiliging van de Rotterdamse haven. Via hem speelde de dienst aan Rousseau desinformatie toe met de bedoeling dat die desinformatie vervolgens bij de KGB zou terechtkomen. De strekking van die - over een periode van enkele jaren uitgesmeerde - desinformatie was dat de aanwezigheid van de BVD in de Rotterdamse haven veel groter en agressiever was dan in werkelijkheid het geval was. Op die manier hoopte de BVD de KGB te dwingen tot nog meer uitgebreide en tijdverslindende veiligheidsmaatregelen, waardoor minder tijd zou overblijven voor echte spionage - in het jargon busy keeping genoemd."
Roemloos einde
Het is niet ondenkbaar dat de Staatsveiligheid, al dan niet in samenwerking met de BVD, in Antwerpen een gelijkaardige operatie heeft opgezet. Een gepensioneerd directeur Operaties van de Staatsveiligheid ontkende dat de afluisterapparatuur in het sportcomplex van TWM door zijn dienst werd geplaatst en suggereerde dat een niet nader genoemde buitenlandse dienst hiervoor verantwoordelijk was. Dat de Staatsveiligheid 17 agenten zou gehad hebben die bij TWM en haar dochteronderneming werkten, noemde hij "een beetje overdreven". Hij gaf wel toe dat de Staatsveiligheid belangstelling had voor Transworld.
"Het was een van onze objectieven in de haven. We hadden onze contacten daar: werknemers die af en toe of regelmatig gecontacteerd werden of die aan ons rapporteerden. We weten dat de KGB de bewegingen observeerde van schepen die van militair, wetenschappelijk of strategisch belang waren. Het consulaat-generaal van de Sovjet-Unie was gevestigd in Antwerpen. Daar werkten verschillende Russische inlichtingenofficieren. Daarom was Antwerpen het belangrijkste lokale kantoor van de Staatsveiligheid. Op een bepaald moment werkten niet minder dan dertig agenten van de Staatsveiligheid in de havenstad. Ze hadden zelfs hun eigen schaduwteam."
Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie ging het snel bergaf met Transworld Marine Agency. Het filiaal in Rotterdam werd opgedoekt. De hoofdzetel in Antwerpen moest de boeken neerleggen en ging in 1997 roemloos failliet, met achterlating van een grote schuldenberg. In het vroegere TWM-gebouw aan het Van Schoonbekeplein is momenteel het sociaal secretariaat SD Worx gehuisvest. Het sportcomplex op Linkeroever werd verkocht aan de stad en werd een seniorencentrum. Uit de faillissementsverslagen van de curatoren bleek later dat TWM in de laatste jaren van zijn bestaan werd gebruikt als geldsluis door een Russische misdaadgroepering.
|
Bron Apache | 2011
|
Stasi
De loverboys
De honeypot of honeytrap, de techniek waarbij een geheim agent seksuele verleidingskunsten gebruikt om informanten te rekruteren en aan geheime informatie te geraken, is een klassieker in de spionagewereld. Eind jaren zeventig heeft de Stasi, de geheime dienst van de toenmalige Duitse Democratische Republiek (DDR), deze techniek herhaaldelijk en met succes toegepast om te infiltreren in het NAVO-hoofdkwartier in Evere. Ten minste drie secretaresses van de NAVO vielen voor de charmes van de loverboys van de Stasi. De staatsveiligheid had telkens het nakijken.
De West-Duitse Ingrid Garbe werkte als ambtenaar bij de Permanente Delegatie van de Duitse Bondsrepubliek bij de NAVO. Haar eveneens West-Duitse vriend Christoph Willer had een bloemenwinkel op de Anspachlaan in Brussel. Maar begin 1978 bleek de bloemenverkoper vreemde nevenactiviteiten te ontwikkelen als spion van de DDR. "Willer werd meerdere malen onder observatie van onze dienst geplaatst ", schreef Spiesschaert, een analist van de staatsveiligheid.
Verliep de observatie klungelig of te opvallend? Werd hij door iemand gewaarschuwd? We weten het niet, maar in elk geval voelde de man nattigheid. "Alvorens men erin geslaagd was om bewijzen van illegale activiteiten te verzamelen, verliet hij het land, om nooit meer terug te keren."
Volgens Spiesschaert werd Garbe eerst ondervraagd door de staatsveiligheid en daarna, met haar toestemming, op 2 februari 1979 ter beschikking gesteld van de West-Duitse autoriteiten. Ze werd gearresteerd en bekende geclassificeerde NAVO-documenten van het niveau NATO Secret aan haar vriend te hebben bezorgd. Garbe werd veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf. "Er kon met zekerheid worden uitgemaakt dat Willer een inlichtingenofficier was die in het Westen onder illegale dekmantel was ingeplant", stelt Spiesschaert. "In eerste instantie was hij actief in de Duitse Bondsrepubliek, waar hij Garbe - toen beambte bij het ministerie van Buitenlandse Zaken in Bonn - leerde kennen en rekruteerde. Later verhuisde hij naar Brussel, waar hij met zijn agente het NAVO-hoofdkwartier als objectief had."
Cosmic Top Secret
Een andere West-Duitse, Ursel Lorenzen, was sinds 1967 assistente van de Britse directeur Operaties van de NAVO-raad toen ze op 5 maart 1979 plots uit Brussel verdween. Ze dook enkele dagen later op in Oost-Berlijn waar ze een tv-interview gaf en verklaarde dat ze was overgelopen "omwille van de onmenselijkheid en de oorlogsplannen van de NAVO". Ze bleek in 1962 als jonge twintiger gerekruteerd te zijn door de Stasi en kreeg de codenaam Michelle. Lorenzen had toegang tot geheime NAVO-documenten, tot en met de classificatie Cosmic Top Secret. Ze had gedurende twintig jaar gespioneerd. Toen de grond haar te heet onder de voeten werd, vluchtte ze naar de DDR, samen met haar vriend Dieter Will, die sinds 1967 werkte als boekhouder in het Brusselse Hilton-hotel.
Volgens de staatsveiligheid staat het vast dat Dieter Will, codenaam Bordeaux, voor de Stasi werkte en dat hij Lorenzen heeft gemanipuleerd. "Zij woonden in hetzelfde gebouw maar in twee verschillende appartementen", schrijft Spiesschaert. "In dat van Will, dat blijkbaar in volle haast was verlaten, werden onder andere een plankenbord, een grote bureaulamp en twee spots ontdekt, attributen die zeer waarschijnlijk hadden gediend om documenten te fotograferen." In de DDR kreeg Lorenzen een gouden ereteken en een geschenk ter waarde van 450 Duitse mark vanwege haar "grote verdienste, hoge persoonlijke inzetbereidheid en exacte uitoefening van complexe opdrachten om ons socialistisch vaderland te beschermen tegen vijandelijke aanslagen en voor het behoud van de vrede".
Onmenselijke NAVO
In april 1980 kon het Oost-Duitse persagentschap ADN uitpakken met een nieuwe propagandastunt: het overlopen van een Belgische typiste bij de NAVO, Imelda Verrept. Ze had in de DDR politiek asiel gevraagd. Onderzoek door de staatsveiligheid bracht aan het licht dat zij samenwoonde met Wieland Gludowacs, een technisch tekenaar bij een firma van airconditioning in Wilrijk. Gludowacs, codenaam Valentin, werkte echter voor de Stasi.
Spiesschaert: "Deze laatste was in feite een Oost-Duitse inlichtingenofficier die in Belgi ingeplant was als illegaal. Hij was een aantal jaar voordien alleen naar Belgi komen wonen en had de identiteit en achtergrond van een Oostenrijker in bruikleen genomen. Die Oostenrijker was eerder uitgeweken naar de DDR, waar hij uiteraard niet meer buiten mocht. Gludowacs leerde Verrept kennen in een club voor alleenstaanden. Zij werd op hem verliefd. Hij wist haar voor zijn zaak te winnen en liet haar solliciteren voor een job bij het Belgische Ministerie van Landsverdediging, waar ze werd aangenomen. Daarna solliciteerde ze als typiste bij de NAVO, eveneens met gunstig gevolg".
Verrept heeft zeven jaar voor de NAVO gewerkt en wellicht al die tijd gespioneerd. Verrept en haar vriend verlieten op een maandagmorgen holderdebolder hun woning in Steenhuffel, waar ze al een tijdje samenwoonden, en lieten al hun bezittingen achter. "Geen enkel compromitterend document werd er gevonden", stelt Spiesschaert, "maar tijdens een tv-interview op een Oost-Duitse zender toonde Verrept geclassificeerde NAVO-documenten als propagandastunt gericht tegen de Atlantische alliantie. Het koppel huwde later in de DDR en kreeg kinderen."
Verrept, codenaam Weiler, had toegang tot vele honderden geheime NAVO-documenten, zo meldde het Oost-Duitse persagentschap – een bewering die meteen ontkend werd door de NAVO. "Dat klopt", bevestigde de overgelopen spionne aan de Oost-Duitse televisie. "Ik heb zeven jaar lang in de Franstalige pool van het internationaal secretariaat van de NAVO gewerkt, dat onder het algemeen secretariaat van de NAVO ressorteert. Ik heb iedere dag zo’n 25 tot 30 vellen papier getypt, u kan zelf uitrekenen hoeveel dat in al die jaren geeft. Daar waren documenten bij van de Nuclear Planning Group, het Defense Planning Committee, het Political Office, en andere. De graad van geheimhouding van die documenten liep nogal uiteen. Dat ging van vertrouwelijk, over geheim en tot Cosmic Top Secret.
"Ik herinner me nog een van de eerste documenten die ik in 1973 te zien kreeg. Dat was een brief van de toenmalige opperbevelhebber van de SHAPE (Supreme Headquarters Allied Powers Europe), generaal Goodpaster, aan de Amerikaanse minister van Defensie, Schlesinger, die handelde over een atoomoorlog van de VS tegen de Sovjet-Unie. Het werd me koud om het hart: in die brief werden de gebieden in de Sovjet-Unie beschreven en werd er bepaald welke in aanmerking kwamen om er een atoombom op te gooien."
Ideale prooi
Om het mes nog eens extra in de wonde rond te draaien, verwees Verrept ook expliciet naar haar voorgangster: "Sinds de dag dat Ursel Lorenzen vertrok, heb ik me ernstig met mijn vlucht beziggehouden. Ik heb een hele rits documenten opzij gelegd, en naar de DDR meegenomen. Ik kan alles wat ik zeg, bewijzen." Hoe die vlucht precies in zijn werk ging? "Dat zeg ik liever niet, omdat ik daarmee sommige mensen die nu nog in Brussel werken onnodig in moeilijkheden kan brengen." Lees: het Stasi-netwerk in Brussel is nog steeds intact en operationeel. Eat this, staatsveiligheid!
Wat de zaak extra pikant maakte, was de politieke achtergrond van Imelda Verrept. Ze was de dochter van Staf Verrept, een vooraanstaand Vlaams-nationalist die zich ook na de repressie voor de Dietse idealen inzette. Hij hielp onder meer bij de oprichting van de Volksunie en leidde in 1958 samen met Wilfried Martens het Vlaamse Jeugdkomitee voor de Wereldtentoonstelling. Vader Verrept stond ook mee aan de wieg van het weekblad De Nieuwe, dat werd opgericht onder impuls van VU-boegbeeld Hugo Schiltz. Imelda was bevriend met De Nieuwe-hoofdredacteur Mark Grammens.
In 1968 werkte ze als redactiesecretaresse van De Nieuwe toen ze kennismaakte met de pas in Brussel gearriveerde Wieland Gludowacs. "Imelda was in die tijd pas uit een streng Brugs slotklooster ontslagen. In haar vrije uren bracht ze nogal wat tijd door bij Diogenes, een ontmoetingsclub voor Vlaamse, vooral eenzame zielen in Brussel. Diogenes was opgericht met de steun van verenigingen zoals het Davidsfonds en de Bond Zonder Naam om voornamelijk Vlaamse inwijkelingen in de grootstad op te vangen." Ze was met andere woorden een ideale en gemakkelijke prooi voor de 'Romeo’s’ van de Stasi.
Gewetensbezwaren
Ogenschijnlijk leek het overlopen van de drie secretaresses evenveel propagandasuccessen voor de Stasi te zijn, kaderend in de destijds hevige discussie over de bewapeningswedloop tussen de NAVO en het Warschaupact, en de maatschappelijk zeer betwiste installatie van nieuwe Amerikaanse kruisraketten in Belgi en de rest van West-Europa.
Zowel Ursel Lorenzen als Imelda Verrept kregen uitgebreid de gelegenheid om aan de Oost-Duitse media te vertellen over hun lang gekoesterde gewetensbezwaren tegen hun werk voor de 'oorlogszuchtige’ NAVO. De werkelijkheid bleek evenwel iets prozaïscher. Achteraf werd duidelijk dat de drie secretaresses en hun respectievelijke Romeo’s telkens in allerijl naar de DDR werden teruggeroepen omdat een Stasi-officier was overgelopen naar het Westen en hun dekmantel elk moment kon worden opgeblazen. Zo bekeken verloor de Oost-Duitse dienst een half dozijn waardevolle agenten en werd dit fiasco op inlichtingengebied handig omgezet in een mediageniek spektakel.
Ingrid Garbe bijvoorbeeld was eind 1978 op reis naar Griekenland, toen ze plotseling door een koerier van de Stasi werd gescheiden van haar vriend Christoph Willer. Ze werden afzonderlijk naar de DDR teruggeroepen. Volgens Knack werd Garbe begin 1979 aan de Belgisch-Duitse grens in Aken door het Bundeskriminalamt (BKA) netjes opgewacht en ingerekend, een versie van de feiten die enigszins verschilt met die van Spiesschaert. Er zijn aanwijzingen dat Imelda Verrept en haar vriend Wieland Gludowacs eveneens sito presto werden teruggeroepen. "Niets wees er echter op dat zij alles definitief in de steek zouden laten", schreef Knack. "'s Zaterdags waren zij nog uit dansen geweest en ze hadden nog net een vouwbare bloemenbroeikas gekocht. Bezigheden die niet meteen op uitwijkplannen wijzen. Toen zij 's maandags vertrokken, bleken zij ook nauwelijks kleren of andere dingen die op een lange afwezigheid zouden kunnen wijzen, meegenomen te hebben.
"Iemand uit de buurt meent zelfs dat Gludowacs 's avonds nog alleen naar huis is teruggekeerd. Alles wijst er dus op dat ze die dag in allerijl een marsbevel gekregen hebben om Belgi via een bepaalde route te verlaten en zich onmiddellijk bij een van de weinige grensposten aan het Ijzeren Gordijn te melden. Dat hij 's avonds in z’n eentje nog is teruggekeerd, wijst er niet alleen op dat Imelda eerst op de ontsnappingsroute werd gezet, maar dat het marsorder hen slechts enkele uren voordien via radio of koerier werd gegeven."
|
Bron Apache | 2011
|
Eugne Michiels
De spion die kerkorgel speelde
Een Limburgse ambtenaar van het ministerie van Buitenlandse Zaken genoot de twijfelachtige eer de eerste Belg te zijn die sinds de Tweede Wereldoorlog werd veroordeeld wegens spionage. Hij kreeg acht jaar cel, waarvan hij er drie heeft uitgezeten. De man verkocht honderden vertrouwelijke en geheime Navo-documenten aan de Russische KGB én aan de Roemeense Securitate.
Eugne Michiels' carrière verliep vlekkeloos en onopvallend. Elke zondag speelde de brave huisvader orgel in de Sint-Katharinekerk in Hasselt.
Eugne Michiels was het prototype van de duffe modelambtenaar. Elke dag pendelde hij, boekentas in de hand, met de trein van Hasselt naar Brussel en terug. Zijn loopbaan was in 1949 begonnen bij het ministerie van Wederopbouw. Tien jaar later stapte hij over naar Buitenlandse Zaken en begon zijn langzame klim op de hirarchische ladder. Op zijn zestigste was hij directeur van de dienst Coördinatie Europa, waar hij zich vooral bezighield met dossiers over de Oost-Westbetrekkingen en de handelsrelaties tussen de EEG en de Comecon.
Zijn carrière verliep vlekkeloos en onopvallend. Elke zondag speelde de brave huisvader orgel in de Sint-Katharinekerk in Hasselt. Michiels stond bekend als een verlegen en teruggetrokken man die altijd zeer discreet was. Getuigen omschreven hem ook als kleurloos, onbeduidend, geniepig en gluiperig onderdanig.
Toen Canvas in de programmareeks Histories in 2005 een documentaire over hem uitzond, vielen de bejaarde bewoners van rusthuis Zonnestraal in Hasselt bijna van hun stoel van verbazing. Een spion in hun rusthuis! Wie had dat ooit gedacht van die brave Eugène? In één klap werd Michiels eventjes een superster, die buitenlandse cameraploegen ontving en interviews weggaf. “Ik wilde geld verdienen en dat gebeurde op een spectaculaire manier”, zei de toen 82-jarige Michiels tijdens zijn fifteen minutes of fame. “Ik vond het spannend en ik genoot ervan. Ik ben misschien naïef geweest. Maar als ik kon, zou ik herbeginnen want het waren de mooiste jaren van mijn leven.”
Enveloppe
In de jaren zeventig had Michiels de Russische diplomaat Vladimir Kouznetsov leren kennen. Officieel was hij eerste secretaris op de ambassade in Brussel, in werkelijkheid een officier van de KGB. De Staatsveiligheid had Kouznetsov al langer in de smiezen, al was het maar omdat de Rus in 1964 wegens clandestiene spionageactiviteiten uit Zare was gezet.
Michiels ging regelmatig eten met de KGB’er, zo bleek uit observaties. De Staatsveiligheid wou Michiels hierover aan de tand voelen, maar zijn bazen zag daar geen reden voor. Michiels zou zeker nooit iets verkeerds doen en contacten met buitenlandse diplomaten horen nu eenmaal bij zijn werk, redeneerden ze. “Blijkbaar genoot ik zo veel vertrouwen van mijn bazen dat ze mij in bescherming namen toen de Staatsveiligheid zich vragen begon te stellen”, pochte Michiels achteraf.
Ergens in 1978 had Michiels ook kennis gemaakt met Ioan Covaci, een vriendelijke diplomaat van de Roemeense ambassade in Brussel. “We gingen regelmatig eten”, vertelde Michiels. “Hij werd een echte vriend. We praatten vooral over de EEG. Op een keer kreeg ik een enveloppe van hem. Thuis merkte ik dat er 30.000 frank (750 euro) in zat. Bij onze volgende ontmoeting gaf ik de enveloppe terug, maar hij zei dat hij het me gaf uit sympathie. Ik kon het toch niet op tafel laten liggen? Ik kreeg ook een fototoestel.”
Na een tijdje vroeg Covaci of hij ook aan vertrouwelijke documenten kon geraken. Michiels stemde toe. Hij kreeg een bruine aktetas waarin hij kopien van de documenten moest stoppen. In een tunnel onder een autoweg of in een parkeergarage moest hij de aktetas wisselen met een identiek exemplaar waar geld in zat. Zo raakte hij langzaam verstrikt in het spionageweb.
Eugène Michiels: "Maar als ik kon, zou ik herbeginnen want het waren de mooiste jaren van mijn leven." De contacten met Kouznetsov waren intussen stilgevallen. Maar vervolgens kreeg Michiels bezoek van diens opvolger, Viatcheslav Grouchine, adjunct-handelsvertegenwoordiger van de Sovjet-Unie en officier van de GRU, de militaire inlichtingendienst van de Sovjet-Unie. Sindsdien verkocht Michiels dezelfde informatie twee keer na elkaar, aan de Russen én aan Roemenen. De KGB en de Securitate, de geheime veiligheidsdienst van dictator Nicolae Ceausescu, werkten niet samen en waren op bepaalde gebieden zelfs concurrenten. De zaak-Michiels zou trouwens een fikse ruzie veroorzaken tussen de twee geheime diensten.
Goud
De Roemeense ‘diplomaat’ Ioan Covaci bleek uiteindelijk een majoor van de militaire tak van de Securitate te zijn. Hij besloot op 24 juni 1983 over te lopen naar Belgi. In ruil voor politiek asiel in de Verenigde Staten vertelde hij alles wat hij wist aan de Staatsveiligheid. “Hij heeft ons alle details gegeven”, zei de toenmalige chef van de contraspionage. “Hij gaf ons alle strategische documenten die Michiels had gekopieerd. In zijn bankkluis hebben daarna goud gevonden, en niet weinig cash geld, zonder rekening te houden met de vele cadeaus die hij had gekregen.” Met de verkoop van vertrouwelijke documenten aan de geheime diensten van het Oostblok zou Michiels in totaal het equivalent van drie miljoen frank (75.000 euro) in dollars hebben verdiend, een bom geld in die dagen.
De finale volgde op maandag 8 augustus 1983 met de aanhouding van Michiels. “Op een ochtend stonden vier mannen van de Staatsveiligheid in mijn kantoor”, vertelde de ambtenaar. “Het was alsof de hemel op mijn hoofd viel.”Michiels was net terug uit vakantie in Joegoslavi, waar hij nog een laatste ontmoeting had gehad met zijn case officer. De betrapte ambtenaar werd overgebracht naar de kantoren van de Staatsveiligheid aan de Meeûssquare. De chef van de contraspionage vroeg hem of hij enig idee had waarom hij daar was. “Jullie weten alles”, antwoordde Michiels. Dat was niet helemaal juist. De Staatsveiligheid vernam pas nadien, tijdens zijn ondervragingen, dat hij ook voor de KGB had gewerkt.
Op basis van de verklaringen van Covaci werden drie Roemeense diplomaten en een ambassadebediende zonder diplomatieke status persona non grata verklaard. Ze kregen bevel het land te verlaten. Michiels verklikte op zijn beurt Grouchine, die hetzelfde lot onderging. In Nederland werd nog een andere Roemeense diplomaat uitgewezen. Michiels bleek immers ook ontmoetingen te hebben gehad met een inlichtingenofficier van de Securitate die de Roemeense ambassade in Den Haag als dekmantel gebruikte.
Een voetgangerstunnel onder de A2 bij Nederweert bleek een ontmoetingsplaats te zijn geweest voor het overdragen van documenten. De betrokken Roemeen, Filipu, is daarop persona non grata verklaard. Ondanks intensieve naspeuringen zijn er geen Nederlandse operaties ontdekt die Filipu gerund zou kunnen hebben.”
Hetze
Tijdens het proces bleek dat Michiels, die een CVP-etiket had, werd verdedigd door niemand minder dan advocaat en CVP-senator Hugo Weckx. De raadsman probeerde vruchteloos de affaire te minimaliseren tot een ordinaire corruptiezaak. Omdat hij geen politieke motieven had, moest de ambtenaar niet voor het assisenhof terechtstaan. Voor de correctionele rechtbank van Brussel vorderde de openbare aanklager de minimumstraf van vijf jaar.
Michiels werd beschuldigd van passieve corruptie, verduistering, schending van het beroepsgeheim en aanslag tegen de veiligheid van de staat. Hij werd op 22 juni 1984 veroordeeld tot een celstraf van acht jaar, het verlies van zijn burgerrechten gedurende tien jaar en het betalen van een schadevergoeding van 75.000 euro aan de Belgische staat.
Michiels verkocht dezelfde informatie twee keer na elkaar, aan de Russen én aan Roemenen.
Na zijn arrestatie ontstond discussie over de vraag wie de eer mocht opstrijken voor de ontmaskering van Michiels en het oprollen van het spionagewerk. Volgens sommigen had de Staatsveiligheid geen enkele verdienste aan de zaak. Baron Benoît de Bonvoisin bijvoorbeeld, de vroegere rechterhand van PSC-politicus Paul Vanden Boeynants, bleef volhouden dat de arrestatie van Michiels het gevolg was van informatie die de Britse geheime dienst had gekregen van een overloper.
“In de jaren tachtig waren de Staatsveiligheid en enkele andere staatsinstellingen geïnfiltreerd door KGB-agenten”, beweerde de baron. “Denk maar aan Eugène Michiels, een directeur op Buitenlandse Zaken die jarenlang ongestoord zijn gang kon gaan en spioneren voor de Bulgaren (sic) en Roemenen maar gelukkig dankzij de waakzaamheid van de Britten werd ontmaskerd.”4
Die stelling werd overgenomen door een deel van de media. “Les services secrets britanniques à l’origine du démantèlement du réseau d’espionnage soviéto-roumain aux Affaires étrangères”, kopte bijvoorbeeld een krant. Michiels zou volgens deze versie verlinkt zijn door KGB-kolonel Vladimir Kouzitchkine, die in 1982 in Teheran was overgelopen naar de Britse geheime dienst MI6.5
Naar aanleiding van de affaire ontstond in een deel van de rechtse media zelfs een echte hetze tegen de Staatsveiligheid, die onbekwaamheid of nog veel erger werd verweten. “Sommigen beweren zonder meer dat de leiding van de Staatsveiligheid de affaire-Michiels wel eens zou kunnen aangegrepen hebben om aan te tonen dat ze hun werk goed doen, ook op het vlak van contraspionage”, schreef het weekblad Le Vif.
“Al die hypotesen dwingen ons ertoe een aantal fundamentele vragen te stellen. In 1972 kon minister Vranckx melden dat zijn diensten er in vier jaar tijd in geslaagd waren elf spionagenetten op te rollen. Maar waar staan wij tien jaar later? Waarom heeft Albert Raes (de chef van de Staatsveiligheid, nvdr) een reorganisatie van de diensten doorgevoerd, die aan de afdeling contraspionage belangrijke middelen ontnam?
“Welke criteria hanteert de Staatsveiligheid om privépersonen te volgen, het officieel verzoek van de regering of een bevriende geheime dienst buiten beschouwing gelaten? Is het waar dat sommige hoge ambtenaren van de Staatsveiligheid met sommige ambassades uit het Oostblok meer dan vriendschappelijke relaties hebben met de bedoeling sommige van hun diplomaten te beschermen om, dat is het minste wat men kan zeggen, privé-redenen?”6
Zwarte baron
Venijnige aanvallen als deze hadden natuurlijk alles te maken met het oorlogje dat in 1981 was uitgebroken tussen baron de Bonvoisin en Albert Raes naar aanleiding van het uitlekken in De Morgen van een vertrouwelijke nota van toenmalig minister van Justitie Philippe Moureaux (PS) en gebaseerd op informatie van de Staatsveiligheid, waarin de edelman werd afgeschilderd als de occulte financier van het Front de la Jeunesse, een gewelddadige extreemrechtse knokploeg.
Sindsdien ging de Bonvoisin door het leven als de ‘zwarte baron’ en werd zijn naam gelinkt aan allerlei duistere affaires uit de jaren tachtig, tot en met het dossier van de Bende van Nijvel. Pas dertig jaar later zou duidelijk worden dat de Staatsveiligheid op basis van ongecontroleerde geruchten de reputatie van de Bonvoisin doelbewust om zeep had geholpen.
Een gepensioneerd directeur Operaties van de Staatsveiligheid, destijds de chef de contraspionagedienst, nam in een recent interview alle twijfels weg over de rol van de Belgische inlichtingendienst in de zaak-Michiels: “Zijn arrestatie was het gevolg van het overlopen van een Roemeen, een diplomaat die voor de Securitate werkte. Ik was het die hem aan de lijn kreeg toen hij de Staatsveiligheid opbelde, op een avond, rond 18 uur. Hij was in paniek. Hij had het gevoel dat hij in gevaar was sinds hij voor zichzelf de beslissing had genomen om over te lopen.”8
Leo Tindemans, toenmalig CVP-minister van Buitenlandse Zaken, trok later in het weekblad Humo zijn conclusies uit de affaire-Michiels: “In die jaren werd het belang van spionage en contraspionage onderschat. Er waren zelfs collega’s in de regering – ik noem geen namen – die ervoor pleitten de Staatsveiligheid gewoon op te doeken! Ik kan niet beoordelen of dat nu nog zo is, maar ik weet wel dat er nog altijd te weinig respect is voor de mensen die veiligheidswerk opknappen.
“Herinner u hoe het Albert Raes is vergaan, de baas van de Staatsveiligheid die in conflict kwam met Paul Vanden Boeynants: die man is uitgerangeerd naar de afdeling erediensten van het ministerie van Justitie. Mensen die met veel inzet en voor een allesbehalve riante vergoeding op dat soort gevoelige plekken voor hun land werken, verdienen beter.”
|
Bron Apache | 2011
|
Guy Binet
De Rode Kolonel
Een kolonel van de luchtmacht weigerde kabinetschef te worden van een PS-minister van Defensie. Een jaar later werd hij opgepakt wegens spionage voor de GRU, de militaire inlichtingendienst van de Sovjet-Unie. Met dank aan het Defense Intelligence Agency (DIA), de Amerikaanse militaire geheime dienst, die hem had ontmaskerd. Achter gesloten deuren werd de rode kolonel veroordeeld tot twintig jaar dwangarbeid. Na zes jaar kwam hij voorwaardelijk vrij en verdween in de anonimiteit.
Gustave 'Guy' Binet leek voorbestemd te zijn om een schitterende carrire te maken. Hij was geboren in 1934 in Hastires als jongste in een gezin van tien kinderen. Twee van zijn broers waren tijdens de Tweede Wereldoorlog werkweigeraars. Zijn vader, een schaliedekker, werd daarom door de Duitsers aangehouden. Een oom van hem stierf in een concentratiekamp. Op de lagere school en in de humaniora op het atheneum van Dinant was Binet altijd de eerste van de klas. In 1960 werd hij beroepsmilitair bij de zeemacht, drie jaar later stapte hij over naar de telecommunicatiedienst van de luchtmacht. In de jaren zeventig werd Binet bevorderd tot commandant en majoor. Hij haalde zijn brevet militaire administratie (BAM) en kreeg leidende functies in het budgetbeheer van de luchtmacht.
Zijn loopbaan kreeg pas echt vaart toen Binet, na het overlijden van zijn vader, zijn katholiek geloof verloor. In 1976 werd hij lid van de vrijmetselaarsloge en sloot zich aan bij de machtige Parti Socialiste (PS). Hij klom op tot luitenant-kolonel en ten slotte kolonel, en promoveerde naar de dienst planning en programmatie van de Generale Staf in Evere. Ondertussen werd hij militair adviseur van de PS, als opvolger van de overleden luchtmachtgeneraal Guy Sokay.
Binet behoorde tot de soquettes rouges, hoge officieren met PS-etiket die vooral oog hadden voor de politiek-industrile belangen van Waalse luchtvaartbedrijven zoals Sabca en Sonaca. Eind jaren tachtig zat Binet op een sleutelpositie als chef van de SDAV, de aankoopdienst van het vliegend materieel, een afdeling van de algemene aankoopdienst van het leger. In die tijd werd er achter de schermen druk gelobbyd door de potentile leveranciers van nieuwe antitankhelikopters voor de landmacht. Het was een dossier waarvoor kolonel Binet vanzelfsprekend belangstelling moest hebben. Hij toonde zich van meetaf aan een voorstander van Agusta, wellicht omwille van de fabelachtige economische compensaties die de Italiaanse constructeur voor Walloni in het vooruitzicht stelde.
Een ander belangrijk contract dat in die periode werd voorbereid, was de aankoop van electronische waarschuwings- en beveiligingsssystemen voor de F16-gevechtsvliegtuigen. Voor dat ECM-contract wierp de Franse groep Dassault zich op als leverancier. Ook dat dossier werd door Binet behandeld. Toen in mei 1988 de PS opnieuw in de regering stapte, kreeg Guy Come (PS) de portefeuille van Defensie. Toenmalig PS-voorzitter Guy Spitaels vroeg Binet om kabinetschef van Come te worden, maar die bedankte vreemd genoeg voor de eer. Kolonel Andr Bastien, ook een soquette rouge, kreeg uiteindelijk de functie. Niemand begreep waarom Binet neen had gezegd. Wist de kolonel op dat moment al dat er hem iets ernstig boven zijn hoofd hing?
Wenen
Twee jaar eerder, in 1986, was Binet door agenten van het Defense Intelligence Agency (DIA) opgemerkt in Wenen. Daar had hij zijn eerste ontmoeting met een agent van de GRU. De Amerikanen die de GRU-agent schaduwden, observeerden de ontmoeting en namen foto’s van het voor hen onbekende contact. “De foto met het tweetal werd door de Amerikanen aan verschillende westerse inlichtingendiensten voorgelegd, in de hoop dat de onbekende man zou kunnen worden geïdentificeerd. Na verloop van maanden kwam men in Brussel bij de militaire veiligheid tot de ontdekking dat het kolonel Binet betrof.
In december van dat jaar begon de Belgische militaire inlichtingendienst SDRA een discreet onderzoek. Zijn omgeving werd ondervraagd en Binet werd vanaf een bepaald moment dag en nacht geschaduwd. Erg professioneel kan die schaduwoperatie niet geweest zijn, want in de zomer het target ontdekte dat hij in de gaten werd gehouden. “Je me savais surveillé par le SGR depuis mi 1987″, zei hij later aan het gerecht. Dat verklaarde allicht zijn weigering om kabinetschef te worden.
Alles lijkt erop te wijzen men, op vraag van de Amerikanen, Binet nog een tijd heeft verder laten spioneren om de GRU-officier in Brussel op heterdaad te kunnen betrappen. Uiteindelijk duurde het nog tot zaterdag 2 september 1988 vooraleer Binet werd aangehouden, dus zowat twee jaar nadat het DIA hem had ontmaskerd. Een dag later werd zijn case officer, een medewerker van de militaire attaché op de ambassade van de USSR in Brussel, op heterdaad betrapt toen hij niets vermoedend een nieuwe reeks microfilms, afkomstig van Binet, ging ophalen uit een dode brievenbus in Ottignies.
De naam van de GRU-man werd nooit bekend gemaakt. Of hij werd uitgewezen is evenmin bekend. Het was minister Come die de vangst enkele dagen later bekend mocht maken op een persconferentie. “We zijn er zeker van dat Binet reeds achttien maanden spioneerde. Vermoedelijk was hij reeds twee jaar aan het werk als agent van het Oostblok”, verklaarde de minister. “Het is, denk ik, de eerste zaak van deze soort in Belgi.” (Come vergiste zich. Binet was niet de eerste Belgische militair die sinds 1945 betrokken raakte in een spionagezaak. In 1969 besloot luchtmachtadjudant Johannes Van Engeland, secretaris van de militaire attaché op de Belgische ambassade in Moskou, over te lopen naar de Sovjet-Unie.)
De uitschakeling van Binet veranderde niets aan het beslissingsproces voor de grote aankoopdossiers. Als chef van de SDAV werd hij gewoon vervangen door kolonel Armand Fournier, alweer een andere soquette rouge. De regering besliste vervolgens helikopters te bestellen bij Agusta en het ECM-contract ging naar Dassault. De gevolgen van deze beslissingen waren dramatisch. Na de moord op PS-peetvader André Cools in 1991 besloot het Luikse gerecht immers de Agusta-zaak uit te spitten. Ten onrechte bestond het vermoeden dat in dat dossier het motief voor de moord kon worden gevonden.
Omdat het een moordonderzoek betrof, was het gerecht in staat om het Zwitserse bankgeheim te kraken. Zo ontdekten de speurders dat de Vlaamse socialistische partij smeergeld had gekregen van Agusta, en dat hetzelfde corruptiecircuit ook had gediend om smeergeld van Dassault naar de PS te sluizen. Een reeks ministers en kopstukken van beide partijen moesten ontslag nemen, een aantal onder hen werden in 1998 door het Hof van Cassatie veroordeeld.
Waarom?
Wat had Binet bewogen om zijn mooie carrière te verkwanselen door te gaan spioneren voor de Russen? Het bleek een mix te zijn van persoonlijke problemen, politieke motieven en ordinair geldgewin. Het was bewezen dat Binet meer dan 4,4 miljoen frank (110.000 euro) kreeg van de Russen. Dat geld werd op aangeven van Binet teruggevonden op een Luxemburgse bankrekening.
Maar tijdens het proces bleek dat hij vooral gedreven werd door de zware ontgoochelingen die hij opliep als echtgenoot en als officier. “Hij was geschokt door wat hij de schijnheiligheid van de wereldpolitiek en van de grote naties noemde en meende dat men nationaal en internationaal te weinig deed voor de vrede. Deze Belgische spion ageerde duidelijk minder om het geld dan uit pessimisme en wraak.
De moeilijkheden waren al begonnen in de jaren zestig. “Zijn jongere vrouw was een overtuigde ecologiste en vooral een verwoede pacifiste. Onvermijdelijk kwam het tot discussies tussen de militair en de pacifiste. Hoe meer succes hij als militair had, hoe pijnlijker het werd in zijn gezin. In 1983 gingen hij en zijn vrouw uiteen en in 1985 volgde een definitieve scheiding.”
Voor zijn arrestatie waren alle rapporten over Binet waren nog vol lof. Men zei over hem dat hij een intelligent, briljant officier was, bekwaam, opbouwend, sportief, evenwichtig, loyaal, sociaal, gematigd enz. In een psychiatrisch rapport dat na zijn arrestatie werd opgesteld, werd hij nochtans onvolwassen, naïef en egoïstisch genoemd. “Binet heeft een sterke geldingsdrang en wordt wrevelig als aan die drang niet wordt voldaan. Hij heeft een grote eigendunk, is pessimistisch, masochistisch, egocentrisch, onzeker. Hij denkt dat er te weinig gedaan wordt voor de samenhorigheid onder de volkeren, dat de wereldpolitiek schijnheilig is, dat het niet opgaat miljarden te besteden aan de militaire verdediging en de uitrusting van het Westen terwijl de Derde Wereld ten onder gaat. Hij is tegen de politieke blokken en diep ontgoocheld over de wereld waarin hij leeft.”
In een verrassend zwaar arrest veroordeelde het krijgshof Binet op 27 juni 1989 tot twintig jaar dwangarbeid wegens hoogverraad, de juridische term voor inbreuken op de externe veiligheid van de staat door een militair. De openbare aanklager had slechts vijftien jaar gevorderd. Zijn advocaten hadden tevergeefs gepleit dat hun clint in de val werd gelokt en dat de GRU zijn kinderen had bedreigd. De kolonel werd gedegradeerd en levenslang ontzet uit zijn burgerrechten. Eind 1994 werd hij voorwaardelijk vrijgelaten uit de gevangenis van Nijvel, nadat hij minder dan een derde van zijn straf had uitgezeten. Binet trok zich daarna terug in de Ardennen en heeft nooit met de pers willen praten. Hij is intussen overleden.
|
Bron Apache | 2011
|
| Meer De zaak Cools | Agusta-affaire |