Nasleep
De schok en het onderzoek
De politiediensten van Aalst, op de parking van de Delhaize, staan er verslagen bij. Ze realiseren zich nu pas de volle omvang van het drama. Acht slachtoffers zijn er gevallen tijdens de overval van het militair commando. Het gaat om: Gilbert Van Den Steen, zijn echtgenote Marie-Thérèse Van Den Abiel en hun dochtertje Rebecca Van Den Steen, Dirk Nijs en zijn dochtertje Elsie, Marie-Jeanne Van Mulder, Georges De Smet en Jan Palsterman. Op de plaats van het drama hebben de speurders ook een safarihoedje gevonden, het hoedje dat de Reus droeg tijdens de waanzinnige raid. Aan de hand van de zweetafscheiding slaagt het lab erin de bloedgroep te bepalen, O+. Het merkwaardige toeval wil dat tijdens de overval op de Colruyt in Nijvel in september '83 de reus een gelijkaardig hoedje verloor.
In het warenhuis en op de Delhaize-parking vinden de speurders ook zowat overal hulzen. De speurders schrikken nogal als zij merken dat het gaat om eendenhagel, 'plastic Legia', van zwaar kaliber. De patronen waarmee werd geschoten waren, zo blijkt, gevuld met 9 hetzij met 12 loden bollen, met een gezamenlijk gewicht van 32 gram. Voldoende om op berenjacht te gaan. Een dergelijk soort munitie werd in het verleden overigens ook gebruikt door de Groep Dyane. Het valt de speurders ook op dat er nogal wat kaliber 9-hulzen bij zijn, die al eerder werden gebruikt en opnieuw werden gevuld. Een praktijk die ruim bekend is in milieus van elite-schutters.
De rijkswacht van het versterkte district Aalst en de gerechtelijke politie van Aalst slaan de handen in elkaar en zetten zich aan het opstellen van ellenlange getuigenverhoren. Iedereen wordt gevraagd naar een precieze beschrijving van de daders, maar ook naar hun gestalte en kleding, een opvallend of tekenend detail. Op basis van de hele reeks verhoren zullen de eerstvolgende dagen robotfoto's gemaakt worden. Maar aangezien de mannen gemaskerd waren, stelt men ook silhouttetekeningen samen, waarop elk detail wordt aangegeven. Het verloop van het hele gebeuren wordt op een maquette weergegeven. De speurders gaan systematisch en nauwkeurig te werk. Zo ontsnapt ook niet de man die, haast onopgemerkt, tussen de klanten liep tijdens de overval, alsof hij de hele operatie moest 'dekken' ingeval er iets zou mislopen. De man die met een helderkleurige Mercedes gekomen was.
Ook raken de speurders er na verloop van tijd alsmaar meer van overtuigd dat er in feite twee Golf GTI's werden gebruikt. Een antracietgrijze, gebruikt door de drie moordenaars, en een groene, die als observatiewagen dienst deed en voorheen gebruikt werd in Overijse en Eigenbrakel. Van die laatste wagen slaagt men erin de vluchtroute deels te reconstrueren, dankzij een koppige jeeprijder die de moorddadige bolide in zijn vlucht was nagereden. De wagen reed vanuit Aalst naar Ninove, vandaar naar Leerbeek, Herfelingen en Biérges. Daar raakte de jeeprijder het spoor bijster. Om een uur 's nachts wordt aan het kerkhof in Grimbergen een Golf GTI gevonden, identiek aan de overvalwagen. Het gaat om een wagen die twee uur na de overval werd gestolen op de Kunstlaan in Brussel. De wagen is een dwaalspoor. Gelegd door de Bende van Nijvel?
Sporen ontdekt van vierde man
Steeds meer tekenen wijzen er op dat de vierde man, die deelnam aan de moorddadige overval te Aalst, is kunnen ontkomen langs een vluchtweg achter de parking van Delhaize. Op die vluchtweg, die door de gerechtelijke diensten inmiddels met nadarbarelen is afgesloten, zijn immers sporen te zien van een auto. Wat nog meer is, wij spraken met enkele getuigen die op 31 oktober, dus meer dan een week voor de overval, in die streek verdachte personen hebben gezien. De politie van Aalst, die door deze getuigen op die 31ste oktober 's avonds onmiddellijk werd gealarmeerd, heeft toen ook verdachte bewegingen gezien.
Dat alles houdt in dat de politie van Aalst reeds op 31 oktober verdachte zaken vaststelde rond Delhaize. Het is niet uitgesloten dat op die dag de bende de streek nauwkeurig is komen verkennen en ook een mogelijke tweede vluchtweg heeft uitgestippeld. Vermits er zaterdagavond sprake was van vier overvallers, van wie er echter maar drie met de snelle Golf langs de voorkant zijn ontsnapt, zou het best kunnen dat die vierde man de alternatieve vluchtweg heeft genomen. Hij zou daar met een auto hebben postgevat - vandaar de sporen van autobanden op een wandelweg waar anders nooit auto's komen - om zijn trawanten zo nodig langs daar te kunnen ontzetten. De wandelweg, twee meter breed is berijdbaar. Men kan er zelfs twee kanten uit, naar de steenweg op Ninove en naar de Parklaan, vanwaar men telkens langs de gewone wegen kan ontkomen.
In de rand van het onderzoek vernamen we dat concrete gegevens van getuigen uit Aalst het onderzoek een gunstige wending hebben gegeven. Of het hier gaat om getuigen rond 'de vierde dader' of in verband met de verdachte bewegingen op 31 oktober is niet duidelijk. Terwijl het juiste portret nog altijd niet is getekend van de bandieten is nu toch geweten dat twee van de drie daders van Aalst waren gemaskerd met een nylonkous. Een derde had zich met een blauwe sjaal onherkenbaar gemaakt. Twee hadden een riot gun als wapen, een derde droeg een machinepistool.
Slotscène in het bos
Twee dagen na de overval merkte een jogger een uitgebrande Golf op in het Bois de la Houssiére en alarmeerde de politie. Die vond de verkoolde resten van een spiksplinternieuwe, donkergroene driedeurs GTI met schuifdak, die eind september gestolen was op de parkeerterreinen van d'Ieteren in Erps-Kwerps, met daarin de zwart geblakerde boorddocumenten van twee Golf GTI's. De politie trof tussen de verkoolde resten ook hulzen aan die afgeschoten werden met de twee riotguns die de Bende gebruikt had in Aalst en bij haar eerdere moordaanslagen in Overijse en Eigenbrakel. Zondagnacht was er vlakbij nog een andere Golf opgemerkt, donkergroen of blauw, en zeker geen splinternieuw model.
Een frituuruitbater in de buurt van de zwaaikom van het Kanaal van Ronquières was rond middernacht gewekt door dichtslaande autoportieren. De man, die al een paar keer ongewenst bezoek had gekregen, had zijn karabijn bovengehaald en was aan het raam gaan kijken. Hij zag twee mannen bij de donkere oude Golf staan. Vlakbij was een grote bleke break geparkeerd. De mannen bij de Golf waren bezig een nummerplaat te vervangen. Een derde kerel bleef de hele tijd in de wagen zitten. Een andere ooggetuige heeft dezelfde scène eveneens gezien, en vertelde dat een van de drie inzittenden naar de oever van het kanaal was gestapt, en hoe er vervolgens iets op het water leek te drijven, mogelijk een plastic zak. Na een kwartier reden beide voertuigen met gedoofde lichten weg. Een jaar later ontdekten duikers die Delta had ingeschakeld op die plek in het kanaal het geldkoffertje van de Aalsterse Delhaize, samen met andere overvalsouvenirs. De dag na de moord op hun zogenaamde leider waren de schutters in elk geval vrolijk en springlevend met hun drieën op stap.
Een week van terreur
Na de meest huiveringwekkende week uit de jongste Belgische geschiedenis, vier CCC-aanslagen op banken, een overval op een geldtransport waarbij twee doden vielen en de terreuractie van de Bende van Nijvel tegen de Delhaize van Aalst, waarbij acht mensen in koelen bloede werden terechtgesteld, verkeert de bevolking in een schoktoestand. Deze bloedige week valt samen met de beslissende fase in de formatiebesprekingen op het kasteel van Stuyvenberg. Op zondagmorgen 10 november komt op verzoek van formateur Martens het crisiscomité in allerijl bijeen.
Nemen aan het spoedberaad deel: rijkswachtcommandant Bernaert en zes demissionaire ministers, Gol, Nothomb, Grootjans, Dehaene, Vreven en De Croo. In Aalst heeft de rijkswacht op onvoorstelbare wijze geblunderd en allicht de kans verkeken om de Bende van Nijvel een beslissende slag toe te brengen. Bizar genoeg lijkt het crisiscomité zich daar niet aan te storen. Het vindt klaarblijkelijk dat de rijkswacht niet heeft gefaald en, meer nog, het breidt de macht van de rijkswacht zelfs uit. Zogezegd om tijd te winnen, het had 41 minuten geduurd eer men de parketmagistraat had bereikt om het politiealarm af te kondigen na het bloedbad in Aalst, beslist het crisiscomité de bevoegdheid voor het geven van een politiealarm over te hevelen van de magistratuur naar de rijkswacht. Zoals na het Heizeldrama wordt het falen van de rijkswacht beloond met machtsuitbreiding.
Diezelfde dag, 10 november, neemt Jean Gol deel aan een RTBF-debat, geflankeerd door procureur Francis Poelman en substituut André Vandoren. De magistraten voelen zich zichtbaar niet op hun gemak voor de camera's en zijn alleen onder druk van hun minister bereid gevonden aan de uitzending mee te werken. Ze zijn dan ook spaarzaam met het verstrekken van informatie. Alleen procureur Poelman verwekt even opschudding met de uitlating: 'We kennen de reus van de Bende van Nijvel.' Waarop wacht het gerecht dan om zijn signalement te verspreiden of hem te laten arresteren?
| Meer » Bende Haemers | Dendermonde | Bewijsstukken | De zaak CCC | Forum |
Reactie's
Jean Gol : Toenmalig Minister van Justitie
Minister van Justitie Jean Gol wil dat koelbloedige moordende misdadigers voor heel hun leven naar de gevangenis worden gestuurd. Hij verklaarde dat zondagmiddag tijdens een debat voor de RTBF-camera's. "We hebben in het verleden te veel gedacht aan de reïntegratie van misdadigers in de maatschappij. We vergaten daardoor dat een gevangenisstraf de bevolking moet beschermen tegen een levensgevaarlijk individu", aldus de minister. Bij de bevolking groeit intussen het onbegrip over de onmacht van het gerecht tegenover de misdadigers als de Bende van Nijvel en de CCC. "Maar dat we tegen de CCC geen resultaten zouden boeken, is fout", zegt Gol. "In het anti-terrorismeonderzoek hebben we wel vooruitgang geboekt." En tegenover banditisme-groepen als de Bende van Nijvel wil Gol nu een superpolitie oprichten in de hoop dat zij de bende zal kunnen uitroeien.
De superpolitie moet worden samengesteld met de beste manschappen van de huidige verschillende korpsen. Deze superspeurders zullen zich bezighouden met het zwaar banditisme, terrorisme en drugsmisdrijven. Maar vooral heeft Jean Gol zich tijdens het weekend uitgesproken voor een verandering inzake de 'levenslange gevangenisstraf'. Momenteel komt iemand die daartoe is veroordeeld dikwijls na enkele jaren vrij. "Dat mag niet meer", zegt Gol. "Levenslang moet opnieuw betekenen dat de misdadiger nooit meer de gevangenis verlaat voor zijn dood. We moeten beschikken over een strafmaat die afschrikt."
Minister Gol beloofde ook twintig miljoen frank vrij te maken voor een 'wetenschappelijke politie'. Jaren geleden vroeg de Brusselse GP al een wetenschappelijke afdeling. Nadat in totaal 28 doden zijn gevallen, heeft het gerecht nog steeds geen spoor van de Bende van Nijvel. Over het verloop van het onderzoek bewaren de gerechtelijke diensten het stilzwijgen. Een der redenen waarom het onderzoek naar de moordenaarsbende van Nijvel niet opschiet, is de wijze waarop de overvallen worden gepleegd. De hold-ups gebeuren zeer snel. Bovendien spreiden de daders een onbekende brutaliteit ten toon. Geconfronteerd met het voor niets of niemand aarzelend moordwapen van de 'bende-reus' heeft niemand zin om zich te verzetten, om ook maar te pogen de daders goed te bekijken, laat staan om de moordenaars na de feiten te achtervolgen. Een andere reden va de machteloosheid van de politie is de bewapening van de ordediensten. De politie van Aalst had riot guns. Maar dat was niet het geval in al hun wagens en niet voor alle agenten. Diegenen die het dichtst de moordenaars naderden, hadden slechts pistolen. Ook het gebrek aan aangepaste voertuigen - vooral bij de rijkswacht - wordt schrijnend genoemd.
Gerechtsdeskundige : Een psychiater
"Dit is zeker niet het gedragspatroon van psychopaten. Dat kan ik met wetenschappelijke zekerheid beklemtonen", aldus een psychiater die als gerechtsdeskundige vaak met misdadigers op alle niveaus te maken heeft. "Want in het optreden van een geestelijke gestoorde, kan nooit het doordacht en planmatig karakter zitten dat in elke overval van de bende van Nijvel verweven zit. Ik zou het eerder willen omschrijven als crimineel gedrag zonder meer, maar op een pervers niveau!" Deze psychiater aanvaardt wel dat deze mensen de delinquentie als keuzegedrag hebben genomen en zich op die manier uit de normale maatschappij willen houden.
De vraag wie de man is die zo ongenadig rond zich heen schiet, kan vanzelfsprekend nu niet volledig beantwoord worden. "Maar als psychiater ben ik wel onder de indruk van het mensbeeld dat die man moet hebben. Voor hem is de mens compleet waardeloos, het recht op leven is voor hem een onbekend begrip. Een echte psychopaat zoekt altijd een zekere vorm van contact met zijn slachtoffer, ook al kent hij het niet. Maar hier gebeurt dit nooit, het schieten blijft een middel om zelf te kunnen ontsnappen. Het zou me niet verwonderen dat deze bende weer een hele tijd inactief zou worden, nu blijkt dat hun systeem om veel geld te verzamelen faalt."
Pierre Dumont : Toenmalig personeelsdirecteur Delhaize Zellik
"Na aanslagen als deze gaan onze gedachten in de eerste plaats naar de families van de slachtoffers van dit nutteloos bloedvergieten. Toch kunnen we er niet onderuit dat de aanslagen van de jongste weken uitgerekend tegen ons bedrijf zijn gericht. Wij voelen ons machteloos en geviseerd!", aldus personeelsdirecteur Pierre Dumont van de warenhuisketen Delhaize te Zellik. Toch maakte Pierre Dumont zich sterk dat de firma in de loop van de voorbije weken alles in het werk heeft gesteld om de veiligheidsvoorschriften binnen het bedrijf nog te verbeteren. "Bewijs daarvan is de schamele buit. Voor amper 230.000 Belgische Frank en wat cheques, ter waarde van hetzelfde bedrag, pleeg je geen overval en schiet je zeker geen mensen neer!", aldus Dumont, die er nog op wijst dat de cheques inmiddels geannuleerd werden en dus voor de terroristen geen enkele waarde meer hebben.
Inzake de bewaking van haar warenhuizen doet de firma Delhaize in de eerste plaats een beroep op rijkswacht en politie. In het geval Aalst waren die ook ter plekke, merkt Dumont op. Toch kon de vierde overval in twee jaar tijd op een Delhaizevestiging niet vermeden worden. Een bewijs dat het officiële beveiligingssysteem onvoldoende degelijk werkt? "Dat is dan de kritiek op de politie en de rijkswacht, niet op ons bedrijf!", weerlegt woordvoerder Dumont. Delhaize zou overigens, op eigen initiatief, warenhuizen die onvoldoende door politie en rijkswacht kunnen bewaakt worden, door een veiligheidsfirma laten controleren.
"Meer kunnen we niet. Een eigen militiedienst oprichten, is en blijft verboden. Het is hoe dan ook zelfs een strafbaar feit", aldus Dumont. Zaterdagnacht reeds had ook beheerder G. de Vaucleroy van de firma Delhaize, na een bezoek aan de getroffen vestiging te Aalst, gewezen op de verantwoordelijkheid van de overheid in deze zaak. Volgens de Delhaizebeheerder is het niet de firma maar wel de staat die moet zorgen voor voldoende veiligheid van haar burgers. Feit is dat politie en rijkswacht de supermarkt te Aalst bewaakten, doch de overvallers - die duidelijk op de loer lagen - maakten van een afwisseling van de ploegen gebruik om hun slag te slaan, met het gekende gevolg.
"Voor Delhaize betekent dit de vierde overval in twee jaar. Gezien de tientallen andere hold-ups, in andere bedrijven ware dit een nog relatief gunstige balans, maar feit is dat er bij de vier aanslagen zoveel doden zijn gevallen (17) dat wij moeten vaststellen dat de overvallen op onze keten ongetwijfeld de meest bloedige zijn geweest", zo geeft de Vaucleroy toe. Inzake de vordering van het onderzoek, zowel inzake Aalst als voor wat de aanslagen te Eigenbrakel en te Overijse betreft, tast men ook bij de firma Delhaize nog in het ongewisse. Delhaizewoordvoerder Dumont: "Wanneer wij die vraag stellen aan het gerecht dan krijgen wij stelselmatig als antwoord dat ook zij te maken hebben met een totale 'black-out'. Het onderzoek raakt kant noch wal, er wordt geen enkel ernstig spoor gevolgd en dat is op zijn minst schrikwekkend!"
Dokter J. De Loof : Toenmalig voorzitter Vlaamse afdeling Artsen tegen Kernwapens
"Het afschuwelijke gebeuren van zaterdag in mijn stad is het beste bewijs van de minieme waarde die de maatschappij vandaag aan een mensenleven hecht!" aldus Dr. J. De Loof, Aalstenaar en voorzitter van de Vlaamse afdeling van Artsen tegen Kernwapens, de vereniging die dit jaar de Nobelprijs voor de Vrede heeft gekregen. "De agressiviteit in de wereld rondom ons neemt toe. Een mensenleven telt vrijwel niet meer en het neerknallen van een medemens is een soort sportief tijdsbedrijf geworden dat door de televisie graag getoond en zelfs aangeleerd wordt!" merkt Dr. De Loof op.
Hij neemt het niet dat mensen een (atoom)-wapen nodig hebben om hun gevoelen van zelfbevestiging aan te scherpen. Zij hanteren dergelijke wapens alsof het speelgoedpistolen zijn, maar vergeten dat een film fictie, maar het gebeuren te Aalst pure realiteit is, aldus dokter De Loof. Het koelbloedig afmaken van medemensen is volgens Dr. De Loof ook een bewijs van het gebrek aan opvoeding. De jeugd in dit land krijgt volgens Dr. De Loof maar weinig menswaardige principes bijgebracht. 'Mensen en vooral jongeren krijgen stereotypen ingeprent. De 'andere' heeft meestal ook afwijkende ideeën en dat alleen al is voldoende om als een slechte, als een vijand gedoodverfd te worden' filosofeert Dr. De Loof. Volgens de Aalsterse arts tegen Kernwapens is het bestrijden van misdadigheid niet alleen een kwestie van het bijscholen van de politie, ook sommige pedagogen zijn volgens hem aan wederopvoeding toe!
|
Bron » Gazet van Antwerpen | November 1985
|
Het verhaal van David Van De Steen
Inleiding
De oude Albert Van Den Abiel is geen tevreden man. In november 1985 werden zijn dochter, zijn schoonzoon en zijn veertienjarige kleindochter op de parking van het Delhaize-filiaal aan de Parklaan in Aalst afgemaakt door de 'reus' van de Bende van Nijvel. Zijn kleinzoon David Van De Steen, toen negen jaar, overleefde als enige van het gezin de slachtpartij. Twee keer schoot de leider van de moordequipe - een grote, atletisch gebouwde man met brede schouders - op het kind, en hij schoot om te doden. Nadat hij diens familie had afgeslacht mikte de 'reus' een eerste keer op David terwijl de jongen de Delhaize invluchtte om zich daar voor de moordenaars te verbergen. De gangster miste. Hij knalde een ruit aan diggelen, maar een paar stukken schroot raakten de jongen in de billen. En toen het Bende-commando het warenhuis verliet, probeerde de grote kerel het nog een keer. Hij zag David op de grond liggen naast een schoolkameraadje. "Niet kijken", riep de 'reus'. David Van De Steen keek toch. Hij zag hoe de grijze sjaal die de man voor zijn mond had geslagen, was weggezakt, en hij staarde hem recht in het gezicht. De moordenaar lachte, richtte met één hand zijn wapen - een jachtgeweer met afgezaagde loop - en schoot. Het been van het kind werd verbrijzeld.
Geen interesse
Grootvader Van Den Abiel is niet tevreden omdat men zijn kleinzoon en de rest van de familie na het bloedbad aan hun lot heeft overgelaten. En hij is niet tevreden over het onderzoek dat de Delta-cel onder leiding van toenmalig onderzoeksrechter Freddy Troch uit Dendermonde naar de slachtpartij in Aalst heeft gevoerd. Albert Van Den Abiel : "Het verhaal in Humo in april 1997 verscheen een paar weken nadat David voor de eerste keer door de Bende-onderzoekers in Jumet was verhoord. Meer dan elf jaar na de feiten. Dendermonde is nooit met David komen praten, op een snelle babbel na, die in twee minuten werd afgeraffeld." Maar dat wordt tegengesproken door de ex-leden van de Delta-cel. Zij zeggen dat ze in 1985 wel uitvoerig met David Van De Steen hebben gesproken, dat ze zijn verklaringen, die niet veel verschilde van zijn verklaringen in Humo, toen wel hebben genoteerd, maar dat ze dan tot de vaststelling waren gekomen dat ze op basis van die gegevens geen robotfoto konden samenstellen. De jongen beschreef alleen een geverfde huid, lichtblauwe ogen, en een moedervlek op een wang. De rest van het gezicht van de moordenaars van zijn ouders zat verborgen achter een sjaal en een Zwarte-Pietpruik.
Enkele jaren na de aanslag heeft de jongen de 'reus' herkend die op 9 november 1985 lachend zijn jachtgeweer op hem richtte terwijl hij - negen jaar oud - hulpeloos en bloedend op de vloer van de Delhaize lag. Hij is ervan overtuigd dat het om Patrick Haemers ging, de gangster die eind jaren tachtig geldtransporten overviel. Haemers smokkelde in opdracht van de Brusselse bank Caisse Privée-Private Kas zwart geld van hoge Brusselse heren uit de entourage van Paul Vanden Boeynants - en vermoedelijk van Vanden Boeynants zelf - naar fiscale paradijzen, was mee betrokken bij de nog altijd niet serieus opgehelderde 'ontvoering' van Vanden Boeynants, en pleegde in 1993 'zelfmoord' in zijn gevangeniscel.
Eind mei 1997 mochten David en zijn grootvader dat verhaal ook kwijt in de tweede parlementaire Bendecommissie, die in 1997 druk in de weer was met het Bendedossier. Daar vertelde David Van De Steen opnieuw dat hij de 'reus' in het gezicht had gekeken, en dat hij hem had herkend. Maar de CVP'er Tony Van Parys, de voorzitter van de nieuwe Bendecommissie, en zijn commissarissen waren zelfs te duf om de jongen de toch zeer fundamentele vraag te stellen of hij iemand - Patrick Haemers dus - had herkend. "Als ze het hem hadden gevraagd, had hij die naam genoemd," zegt Albert Van Den Abiel. "Ze hebben het niet gevraagd."
Een grijze BMW 520
In december 1985, niet eens twee maanden na de slachting in Aalst, gebeurde er iets vreemds. Toen kreeg Van Den Abiel een factuur van het Brusselse depannagebedrijf Les Dépanneuses Oranges. Van Den Abiel werd verzocht 4.403 frank te betalen, omdat hij zogezegd op 28 december 1985 in Elsene zijn auto aan het Flageyplein had achtergelaten. De politie had de depannagedienst de opdracht gegeven de auto weg te slepen naar de politiegarage in de Vandenbroeckstraat. Van Den Abiel viel achterover. Dit was onmogelijk! Zijn auto, een grijze Mercedes 300, stond gewoon voor zijn deur. De nummerplaat die Les Dépanneuses Oranges opgaf, was inderdaad van hem, maar de auto waar de plaat op zat niet. Het ging om een grijze BMW 520. Iemand had dus zijn plaatnummer gekopieerd en als valse nummerplaat op de BMW 520 gezet. De Bende van Nijvel had iets met auto's. Ze gebruikten ze in grote hoeveelheden voor haar overvallen en voor de voorbereiding voor die overvallen. Op haar auto's zette ze nummerplaten met bestaande plaatnummers, die werden gekopieerd van officieel ingeschreven auto's, vaak van hetzelfde merk en zelfs met dezelfde kleur. En die plaatnummers werden heel vaak overgeschreven van auto's van mensen die in de buurt van de plek van de geplande overval woonden.
Het staat vast dat de Bende ook heel wat voorbereidend werk heeft gestoken in de overval op de Delhaize in Aalst, waar men al weken vooraf vreemde activiteiten had vastgesteld, verdachte heerschappen die het terrein kwamen verkennen en die zelfs kapmantels en geladen wapens met geluidsdemper hadden verstopt in het bos achter het warenhuis. Heel toevallig woont Albert Van Den Abiel aan de Parklaan in Aalst, recht tegenover de Delhaize. Het was dus normaal dat zijn auto veel en vaak te zien was in de buurt van het warenhuis. Zou het kunnen dat de leden van de Bende van Nijvel, die in de weken voor de overval rond de Delhaize van Aalst hingen, zich voor de daar vaak opduikende Mercedes van Van Den Abiel zijn gaan interesseren en zijn plaatnummer hebben opgeschreven? Zou het kunnen dat ze dat plaatnummer hebben gebruikt voor één van de auto's die ze bij de overval inzetten? En zou het kunnen dat mensen die betrokken waren bij de Bende, die valse nummerplaten na de overval zijn blijven gebruiken?
De BMW 520 met valse plaatnummers van Van Den Abiel, die hoofdbrigadier Guy Jeaunneux van de politie van Elsene op 28 december 1985 om 7 uur 's ochtends aantrof op het Flageyplein, was dus mogelijk een spoor in het Bende-onderzoek. Jeaunneux had gezien dat er valse nummerplaten op de auto zaten en had dat ook in zijn proces-verbaal gemeld. Je zou denken dat het voor de hand ligt dat politiediensten die te maken krijgen met een auto met valse nummerplaten, onmiddellijk probeert uit te vissen van wie die auto is of waar hij vandaan komt. Het is echter zeer de vraag of men wel iets omtrent die BMW heeft uitgezocht, want maanden later werd Van Den Abiel nog altijd op de huid gezeten door Les Dépanneuses Oranges en het gemeentebestuur van Elsene, die er nog altijd van overtuigd waren dat hij de eigenaar was van die BMW. In het politiekantoor van Elsene weet men in elk geval absoluut en totaal niets, Jeaunneux is al jaren met pensioen en niemand weet of er een onderzoek heeft plaatsgevonden, laat staan wat dat onderzoek eventueel heeft opgeleverd. Men weet zelfs niet wat er met die BMW is gebeurd. Van Den Abiel had dit doorgegeven aan de procureur van Dendermonde Guido De Saeger en aan de BOB van Aalst. Hij heeft er nooit meer iets van gehoord.
Gangsterpolis Aalst
Waarom pleegde de Bende van Nijvel haar laatste overval uitgerekend in Aalst? Het is een vraag waarop de Belgische justitie nog altijd geen antwoord heeft. Alle andere Bende-feiten - op de overval op het bedrijf Wittock-Van Landeghem in Temse na - speelden zich af in het zuiden van Brussel en de streek ten zuiden van Brussel. Misschien zit het antwoord gedeeltelijk in het feit dat nogal wat mensen die met de Bende in verband worden gebracht, Aalst en omgeving goed kenden, net zoals ze het zuiden van Brussel en de streek ten zuiden van Brussel op hun duim kenden. Philippe Lacroix en Thierry Smars, kopstukken uit de Bende rond Patrick Haemers, waren gretige bezoekers van de dancing El Gringo in Hekelgem, een verloren gat in de streek rond Aalst.
De ex-rijkswachter Madani Bouhouche was een vaste klant bij de Aalsterse wapenhandel van Alfons Baeyens, en - volgens getuigen - ging hij er ook oefenen in de schietstand van Baeyens. Zijn boezemvriend Juan Mendez-Blaya bracht een groot deel van zijn vrije tijd door in de garage van Laurent Podevijn in Aalst, die gespecialiseerd is in moto's. Maar bij Podevijn prutste Mendez niet alleen aan moto's, hij was er vooral bezig met het bewerken van de illegale en gestolen wapens die hij en zijn vriend Bouhouche verhandelden. En er kwamen wel meer merkwaardige heerschappen bij Podevijn, onder meer leden van de Brusselse BOB, waar de ex-rijkswachters Bouhouche, Beijer, Amory en Lekeu werkten. In die periode had Albert Van Den Abiel zijn bedrijfje in de buurt van de garage van Podevijn. 'De man was een buur van mij', zegt Van Den Abiel. 'Mijn auto stond in die tijd geregeld op de parking net voor zijn garage.' Allemaal toeval? Zonder twijfel.
|
Bron » Humo | Raf Sauviller & Hilde Geens | 1997
|
| Meer » Bouhouche & Beijer | Bende Haemers | Dendermonde | Bendecommissie II | Forum |
Het verhaal van Albert Van Den Abiel
We proberen het uit te leggen
Aan het woord is Albert Van Den Abiel op de infovergadering in 2001 met de families van slachtoffers van de Bende van Nijvel. Hij woonde in 1985 tegenover het Delhaize-warenhuis van Aalst woonde. Tijdens de overval liep hij gewapend naar het warenhuis waar hij twee agenten in burger tegenkwam.
- "Wat ik in uw theorie niet snap, is waarom ze mijn dochter toen nog van dichtbij hebben geëxecuteerd met een 9-millimeterpistool. En mijn schoonzoon. En mijn kleindochter."
- "Awel, mijnheer Van Den Abiel, dan zal ik u dat nog eens uitleggen zie."
- "Ja, doet u dat maar eens."
- Kijk, deze mannen namen geen risico's. Uw kleinzoon, den David dus, had gezien dat dat doekje voor het gelaat van de Reus was afgevallen. Hij had hem gezien, en dus vormde uw familie een bedreiging."
- "Wat zegt u daar allemaal?"
- "Ge wilt het niet verstaan hé, mijnheer Van Den Abiel?"
- "Er klopt niets van."
- "Kan iemand anders het hier eens trachten uit te leggen? Wij proberen dat al vijftien jaar..."
- "Inderdaad! En al vijftien jaar lang zeg ik u: ze hebben éérst Thérèse, Gilbert en ons Rebecca afgemaakt. Pas daarna is dat doekje afgevallen! Dat staat zo in uw eigen pro justitia's!"
Na het wegwerpgebaar van een van de magistraten is Albert Van Den Abiel (79) opgestapt. Voorgoed. En woedend. "Hij riep dat het hem niks meer kon schelen", zegt een van de aanwezigen. "Hij riep ook iets over die R4 van de rijkswacht, en over hoge bescherming. Het is triest. Albert kende het dossier heel goed, stelde altijd heel kritische vragen. Ze hebben op zijn ziel getrapt. Een paar dagen na de vergadering krijgen we de man kort aan de telefoon. Hij woont nog steeds op dezelfde plek als toen, in dat keurige flatje aan de Parklaan in Aalst, met aan de overzijde van de straat nog steeds de vestiging van Delhaize. Eén blik door het raam, en het is er allemaal weer. "Nee mijnheer. Die woensdag heb ik besloten dat ik er nooit meer over praat. Ik heb al die jaren nog een sprankel hoop gehad. Nu is het afgelopen. Ik leg er mij bij neer. Als de Belgische staat een doodseskader de baan op stuurt, dat toevallig jouw familie aan flarden schiet, dan sta je machteloos.
Albert Van Den Abiel is niet de enige die alle hoop lijkt te hebben opgegeven. "Deze week is dan ook nog een advocaat die heeft afgehaakt", zucht Marie-Jeanne Callebaut, weduwe van de eveneens in Aalst vermoorde Jan Palstermans. "Nu willen ze de Bende in het buitenland gaan zoeken, bij een of andere geheime militaire dienst. Er moet een spijtoptantenwet komen. Dán kunnen ze weer verder speuren. Zie, daar hangt dan weer zo'n wortel. Als, als, als... De verdoken boodschap, vorige week, was simpel: 'Het zit hoog, mensen, héél hoog en vér. Zo hoog en ver dat we het hier in België nooit gaan vinden.' Wat kun je zeggen? Het lijkt een ideaal voorwendsel om niet meer te hoeven antwoorden op onze vragen." Albert Van Den Abiel praat niet meer. Zijn geschriften zijn er wel nog.
De laatste stopplaats
"Zaterdag 9 november 1985. Ik heb zojuist mijn vrouw weggebracht naar de kapper. Ik doe de vaat. Er staan ons twee vrije dagen te wachten. Morgen is het zondag en maandag is het 11 november, het feest van Sint-Maarten. Sint-Maarten is in Aalst de dubbelganger van Sinterklaas. Ik bekijk de drukte aan de overkant. Natuurlijk beleeft de Delhaize een topdag. We hebben geen gemakkelijk leven achter de rug. In de jaren vijftig vertrokken we naar Kongo. Teruggekomen in 1960, zijn we hier van nul herbegonnen. Ik mag niet klagen, als ik terugblik. We hebben een eigen zaak in auto-onderdelen. Mijn dochter Thérèse en schoonzoon Gilbert, die samen met mijn zoon Guy het bedrijf runnen, werken hard, nu ik mij langzaamaan terugtrek. Vanavond komen de kleinkinderen, Rebecca en David. Voor het avondmaal. Ik ga mijn vrouw halen. Thuis dekken we de tafel. Tegen zeven uur kijken we uit naar de kinderen. Die zijn vandaag mee gaan winkelen."
"Plotseling, rond halfacht, klinken er schoten. We gaan kijken op ons terrasje. De deuren van Delhaize zwaaien open. Mijn vrouw klemt zich aan mij vast. Ik maak me los, ren naar de telefoon, en bel de hulpdiensten. Ik neem mijn revolver, die ik nog heb van in Kongo, mee en wil de Delhaize binnen. De weg wordt mij versperd door een man. 'Halt, BOB', roept hij. Een andere man komt naar buiten, met twee knaapjes aan zijn hand. In hun oogjes staat verschrikking. 'Ik ben ook van de BOB', zegt de man, en hij vraagt of ik hier woon. 'Hun tante is doodgeschoten.' Ik breng de kinderen naar mijn vrouw en ga nu terug, naar de parking, om onze kinderen te zoeken. De lucht is vol sirenegehuil. De politie heeft de ingang van de parking afgesloten. Er staat een massa volk, met ook veel bekenden. Iemand zegt: 'Ze hebben Gilbert doodgeschoten. Rebecca is nog voor hem gesprongen. Ze riep: 'Niet doen, want dat is mijn papa en hij heeft niets gedaan!'
Aalst wordt de laatste stopplaats van de Bende van Nijvel. De acht doden brengen het totaal op 28. De buit: 200.000 frank. De absurde kerngegevens zullen de parketten in Nijvel, Dendermonde en Charleroi jarenlang niet kunnen beletten vol te houden het de Bende "om geld, alleen om geld" te doen was. Een detail: de 200.000 frank die in Aalst werd buitgemaakt, bestond uit muntstukken. Albert Van Den Abiel heeft nooit veel contact gehad met de media. Hij ging in 1997 wel getuigen voor de Bendecommissie bis, deed toen zijn verhaal in enkele bladen, maar hield de voor hem belangrijkste gegevens altijd voor zich. Zo werd dat ene macabere feit - voor zover we konden nagaan - tot nu toe enkel beschreven in enkele van de miljoenen pagina's die het Bendedossier telt. Nadat Thérèse Van Den Abiel (39), haar man Gilbert Van de Steen (43) en hun dochter Rebecca Van de Steen (14) op de parking van de Delhaize waren beschoten met de obligate riotguns, is De Reus op hun lichamen toegestapt om ze van dichtbij rustig een genadeschot te geven met een blijkbaar voor dit "fijnere werk" speciaal meegebracht 9 mm.-pistool.
Daarna zet hij de achtervolging in op David (9). Die is het warenhuis weer ingerend en tracht zich samen met een klasgenootje te verstoppen achter een rekje damesbladen. "Niet kijken!", hoort hij de man met het doekje roepen, voor die van dichtbij schiet. Dat David het overleefde, was een medisch mirakel. Hij is een van de weinigen die ooit De Reus van dichtbij heeft gezien. Hij zal de speurders aan een robotfoto helpen en op zeker ogenblik ook wijlen Patrick Haemers, topgangster uit de jaren tachtig, aanwijzen. Hij oogst alleen scepticisme. "Die jongen heeft het moeilijk", zuchten de speurders. Dat is ook ontegenzeglijk zo. David Van de Steen zal na de vele maanden in het ziekenhuis nooit meer naar school gaan. Alles wat hem rest aan mentale energie gaat op aan het bedwingen van de angst, zal een psycholoog analyseren.
De vlucht van de rijkswacht
Net als bij de meeste nabestaanden gaan er voor Albert Van Den Abiel jaren overheen voor hij zich actief voor het onderzoek gaat interesseren. Verwerken kost tijd. Wat de oude koloniaal het meest intrigeert, is het lichtbeige R4'tje met twee rijkswachters in. Hij heeft het toevallig kort voor de aanslag van op zijn terras in de Parklaan zien staan. Het is enkele minuten voor de komst van de Bende weggereden, terwijl het geacht werd te wachten tot een geldtransporteur de dagopbrengsten komt ophalen (elektronisch betalen kan in die tijd nog niet). Alsof de inzittenden gewaarschuwd zijn dat over enkele minuten de hel zal losbarsten. En dan zijn er nog die twee BOB'ers. Dat er die avond één toevallig in de Delhaize loopt te shoppen, oké, denkt Van Den Abiel. Maar twee?
Denkt hij nu werkelijk dat de rijkswacht de Bende ondersteunde door klokvast de eigen troepen terug te trekken? Dat denkt hij inderdaad, en hij niet alleen. Verschillende mensen die die avond het R4'tje zagen en erover willen getuigen, worden door de rijkswacht weggestuurd. De officiële versie van de twee rijkswachters in het R4'tje staat beschreven in hun proces-verbaal 5337 van 9 november 1985. Ze reppen met geen woord over het waarom van het verlaten van hun positie. Ze zeggen via de radio te zijn gewaarschuwd over de overval en te zijn teruggekeerd. Verder klinkt hun verhaal heldhaftig. Ze beschrijven hoe ze uitstappen en samen met de gemeentepolitie dekking zoeken wanneer de Golf GTI met de openstaande kofferdeur wegrijdt en zien hoe De Reus met zijn riotgun de agenten onder vuur neemt. Het pv vervolgt: "Een politievoertuig zet de achtervolging in, kort daarna gevolgd door een rijkswachtploeg. Wij lopen terug naar hun voertuig en zetten eveneens de achtervolging in via een andere rijksweg."
Tegenover de Bendecommissie-bis betoogde Van Den Abiel dat leugens te herkennen zijn aan kleine details die aantoonbaar niet kloppen. In 1985, zegt hij, was er maar één berijdbare rijksweg tussen Aalst en Ninove. En toch. Volgens diverse rijkswachtdocumenten zette het R4'tje wel degelijk de achtervolging in. De weinige ooggetuigen van wie het relaas achteraf aanhoord, vertellen iets anders. Cafébaas V.W. zag vanuit zijn raam alles gebeuren. In het aan hem gewijde pv 2072 van 19 november 1985 staat: "Ik wil er nog aan toevoegen dat, alvorens de gangsters weggereden zijn, de rijkswacht er aangereden kwam met een R4, doch deze reed van het rondpunt naar de Parklaan." Als dat klopt, reed de R4 in de omgekeerde richting van wat de inzittenden beweren. "Daar begon Albert Van Den Abiel woensdag wéér over", zegt een van de aanwezigen. "Na al die jaren kreeg hij nog steeds geen bevredigend antwoord op zijn vragen over dat R4'tje en die valse verklaring.
Het grote taboe
Van Den Abiel had nog meer vragen. "Het was tijdens die infovergaderingen altijd hetzelfde", zegt Callebaut. "Hij is er rotsvast van overtuigd dat het rijkswachters zelf waren die achter de aanslagen zaten. En dat is tot vandaag inderdaad nog steeds hét grote taboe, daar in Jumet. Je mag over alles vragen stellen, en je mag pistes aanbrengen, zoveel je wilt. Als ze maar niet leiden naar de rijkswacht of naar de bekende extreem-rechtse figuren daarrond, zoals een Robert Beijer, Madani Bouhouche, Martial Lekeu of Christian Amory. 'Die hebben we aan de leugendetector gelegd en ze zijn geslaagd', heet het dan. Dus, vinden ze, hoeft er verder geen tijd meer te worden verloren met die piste."
Bouhouche en Beijer zijn in de vroege jaren tachtig wetsdienaren bij de BOB, gangsters, wapenfreaks en openlijke sympathisanten van extreem-rechts. In een garagebox van Bouhouche zullen wapens teruggevonden worden die in mei 1985 zijn gestolen bij FN-ingenieur Juan Mendez. Er gaan verdenkingen als zouden hier wapens tussen zitten van de Bende. Baillistische experts betwisten dat. Kort voor hij begin 1986 wordt vermoord, heeft Mendez laten blijken dat hij denkt dat Bouhouche en Beijer achter de Bende-raids te zitten. Dat ligt lastig, want het zijn altijd goede kennissen van hem geweest.
Een spoor
Op 28 december 1985, anderhalve maand na de aanslag in Aalst, laat de politie van Elsene op het Flageyplein een fout geparkeerde BMW 520 met nummerplaat FHV 715 wegtakelen. Enkele dagen later krijgt de eigenaar het proces-verbaal, de factuur van takelfirma Les Dépanneuses Orange (8.403 frank) en het verzoek om zijn wagen daar te komen ophalen in zijn brievenbus. In dit geval is dat die van Albert Van Den Abiel. Hij schrijft een briefje terug: ik bezit geen BMW 520 en ik heb andere dingen aan mijn hoofd dan uitstapjes te maken naar Brussel. Een ambtelijke fout? Niet echt. Op de BMW zit een kopie van de plaat van Van Den Abiels Mercedes 230E. Gangsters doen dat wel vaker, valse platen op hun wagens schroeven. Het toeval, zo lijkt het, wou gewoon dat ze er deze keer de zijne hadden uitgepikt.
Op 19 januari 1995 bekeurt de politie van Antwerpen in de Euterpastraat in Berchem een Peugeot 309. Het verzoek om een boete van 2.000 frank te betalen, belandt alweer in de brievenbus van Van Den Abiel. Ook nu weer is de nummerplaat FHV 715. "Ik ben machteloos en verdomd alleen", besluit Van Den Abiel de brief waarin hij het Antwerpse parket erop wijst dat dit nu al de tweede keer is. Hij brengt ook de Bende-magistraten op de hoogte, maar kan hierover in de Bendecommissie-bis alleen zeggen: "Ik heb er verder niks meer van gehoord."
Op 6 september 1989 meldt zich een anonieme getuige in het kantoor van de Dendermondse substituut Acke (die zes jaar later in hoogst intrigerende omstandigheden zelfmoord zou plegen). Raymond Acke is op dat ogenblik bevoegd voor het onderzoek naar de raid in Aalst. De getuige legt uit dat álle wagens die de Bende gebruikte, na te zijn gestolen, voorzien werden van "reproducties van bestaande nummerplaten". Voor de substituut is dat geen nieuws. Die luttele keren dat een getuige een nummerplaat wist te onthouden, leidde de combinatie altijd weer naar een bestaande plaat. Maar, beweert de getuige nu, de Bende vulde niet zomaar wat in: "Deze nummerplaten vindt men terug op auto's die regelmatig geparkeerd staan in de wijk rond de Avenue des Coccinelles te Watermaal-Bosvoorde. Juan Mendez woonde daar van april 1969 tot februari 1981." Hij kwam er daarna nog vaak, zegt de getuige, want zijn moeder bleef in dezelfde buurt wonen.
Mendez woonde niet in Aalst. Hij kende de stad anders wel, héél goed zelfs. Van 1971 tot 1973 werkt Mendez bij motorhandelaar P. in de Gustaaf Papestraat in Aalst. Hij sleutelt er in het atelier wat aan motoren, en volgens sommigen ook aan wapens. Hij komt er ook in contact met wapenhandelaar B., die vlakbij een schietstand uitbaat. Tot een eindje in de jaren tachtig zal Mendez geregeld over de vloer komen bij zowel P. als B. In de schietstand ontmoet hij Madani Bouhouche. Wanneer de Brusselse vrienden overkomen, dan parkeren ze hun auto's vaak bij P., in de Gustaaf Papestraat. Ook Albert Van Den Abiel heeft een bedrijf dat wat doet met motoren. Het is in die periode gevestigd in de Sint-Jobstaat en is in de loop der jaren achterwaarts uitgebreid. Van Den Abiel heeft een pand kunnen opkopen in de straat die toegang biedt tot de straat die parallel loopt. En dat is de Gustaaf Papestraat. Van Den Abiel en P. zijn met andere woorden buren.
"Ik heb altijd de stellige overtuiging gehad dat mijn dochter de daders kende."
Tijdens zijn verhoor door de Bendecommissie-bis ging Van Den Abiel uitvoerig in op de 9 mm.-kogels die op de al halfdode lichamen van zijn dochter, schoonzoon en kleindochter werden afgevuurd. Dit was overduidelijk een geval van shoot to kill. Buiten de acht doden vielen er in Aalst ook nog eens zeven zwaargewonden. Zij mochten blijven leven. "Maar mijn familie blijkbaar niet", aldus Van Den Abiel. "Ik heb altijd de stellige overtuiging gehad dat mijn dochter de daders kende. Ik leid dat af uit de manier waarop ooggetuigen de raid beschreven. Nog voor het eerste schot moet mijn dochter iets hebben geroepen waaruit op te maken viel dat deze mannen waren gekomen voor háár, voor haar man en voor haar kinderen." Thérèse Van Den Abiel en Gilbert Van de Steen werkten eveneens in het motorenbedrijfje in de Sint-Jobstraat. In het Bende-dossier is de link naar de parkeer- en takelboetes van Albert Van Den Abiel nooit gelegd. "En zoals ik zeg", klinkt het korzelig aan de telefoon. "Het hoeft niet meer. Ze kunnen allemaal de pot op."
|
Bron » De Morgen | Douglas De Coninck | 9 Juni 2001
|
| Meer » Bouhouche & Beijer | Dendermonde | Cel Waals Brabant | Bendecommissie II | Forum |