1

Maurice Appelmans, inmiddels 68 jaar, een rotatiepersdrukker uit Elsene, was een 'mol' binnen de CCC die voor de Staatsveilgheid werkte. In een door de top van het Brusselse gerecht afgeblokt onderzoek naar mogelijke infiltratie van de CCC door de Belgische inlichtingendiensten, staat zwart op wit dat Appelmans al sinds het begin van de jaren zeventig werkzaam was als betaald informant voor de Staatsveiligheid.

(...) Een vertrekpunt voor het onderzoek van Steppé en Vlogaert vormde een communiqué dat in 1985, kort na hun aanhouding, door de vier CCC-arrestanten werd verspreid vanuit de gevangenis. Ligne Rouge was geïnfiltreerd, schreven de vier, en wel door ene Maurice Appelmans uit Elsene.

"Dit individu infiltreert sinds 1978 in de beweging van sympathisanten en familieleden van gevangenen in de gewapende anti-imperialistische strijd", stelde het communiqué. Volgens de CCC'ers was Appelmans vanaf 1984 actief geweest als infiltrant in Ligne Rouge en werd hij na de arrestaties van de CCC'ers "ingezet als politiespion bij kameraden in Zwitserland, Frankrijk, Nederland, Spanje en in mindere mate in de Bondsrepubliek Duitsland". De naam Appelmans komt niet uit de lucht gevallen. Michel Dufrane, een voormalig inspecteur van de Staatsveiligheid, had in 1988 in het kader van een ander strafonderzoek verklaard dat Appelmans "als informant werkzaam was voor de Staatsveiligheid".

Dufrane had die informatie naar eigen zeggen pas vernomen na zijn vertrek in 1984 bij de Staatsveiligheid. Niet onbelangrijk is bovendien dat Dufrane deze verklaring aflegde in het kader van het onderzoek naar de klacht van baron Benoît de Bonvoisin tegen de toenmalige chef van de Staatsveiligheid Albert Raes en diens medewerker Christian Smets en dus te situeren is in de oorlog die baron de Bonvoisin toen met de top van de inlichtingendienst uitvocht.

Hoe dan ook, het onderzoek van Steppé en Vlogaert bleek de stelling van Dufrane te bevestigen. "Uit goed ingelichte bron hebben we vernomen dat Appelmans inderdaad betaald informant zou geweest zijn voor de Staatsveiligheid en dit sedert het begin van de jaren zeventig", noteerde een speurder in zijn PV van 6 maart 1995. "Uit verslagen met betrekking tot bewakingen verricht door het Speciaal Interventie Eskadron van de rijkswacht in 1985-86 op de lokalen van Radio Air Libre werd vastgesteld dat Appelmans onder meer in contact stond met Pascale Vandegeerde (een aangehouden CCC-lid), Christopher Vercauteren en sympathisanten van de Rote Armee Fraktion. In het adresboekje van Vercauteren werd ook het telefoonnummer van Appelmans teruggevonden."

Appelmans was, zoals dat heet, geen onbekende voor het gerecht. In de jaren zeventig maakte hij deel uit van de entourage van de linkse Brusselse advocaat Michel Graindorge. Die groep, waartoe ook Pierre Carette behoorde, hield zich niet alleen bezig met steunbetuigingen aan de gevangen of voortvluchtige RAF-terroristen, maar zou ook hand- en spandiensten hebben geleverd aan misdadigers van gemeen recht, in de hoop hen zover te brengen dat ze politieke aanslagen zouden gaan plegen.

Het gerecht verdacht de groep-Graindorge in elk geval van hulp bij de ontsnapping van gangster François Besse, de ex-luitenant van Jacques Mesrine, en bij het organiseren van onderduikadressen voor andere onderwereldfiguren. Voor deze feiten moesten Graindorge en zeven medestanders, onder wie Appelmans, in 1980 verschijnen voor de correctionele rechtbank van Brussel.

Een van de andere verdachten op dit ophefmakende proces was Marc De Laever, die bij verstek werd veroordeeld. Er bestonden zware vermoedens dat De Laever meer wist van de mislukte aanslag op de Amerikaanse generaal en toenmalige Navo-opperbevelhebber Alexander Haig. Die aanslag, de allereerste linkse terreuraanslag in België, had plaats op 25 juni 1979 in de omgeving van Bergen. Datzelfde jaar werden Carette en De Laever trouwens gearresteerd in Zwitserland, wegens een wapentransactie, maar ze gingen zonderling genoeg vrijuit. De aanslag op Haig werd opgeëist door de 'Brigade Julien Lahaut', een groepering waar niemand ooit van had gehoord. De naam verwees naar de door Gladio-achtige figuren vermoorde leider van de Belgische communistische partij, die 'Vive la république!' geroepen had bij de eedaflegging van koning Boudewijn. De opeising werd toegeschreven aan De Laever, die kort daarop de wijk nam naar Parijs, waar hij onderdook.

Ondanks het feit dat De Laever werd opgespoord voor de aanslag op Haig en zijn veroordeling bij verstek in de zaak-Graindorge, kon hij in Parijs nog jarenlang ongestoord politiek actief blijven als linkse activist. Tot Carette in 1982 in zijn blad Subversion zelf bekendmaakte dat De Laever plots, van de ene dag op de andere, was overgestapt naar de West-Duitse neonazi-terreurgroep Aktionsfront Nationaler Sozialisten (ANS), een buiten de wet gestelde groep die zich profileerde als het extreem rechtse spiegelbeeld van de RAF.

Appelmans daarentegen had weliswaar in 1979 een maand in voorhechtenis gezeten, maar werd in maart 1980 bij gebrek aan bewijs vrijgesproken op het proces-Graindorge. Volgens Dufrane speelde Appelmans vervolgens een mysterieuze rol in de brandstichting van het linkse weekblad Pour.

De redactie en drukkerij van dit Brusselse blad, dat naast allerlei andere onthullingen onder andere voor het eerst WNP-leider Paul Latinus ontmaskerde als infiltrant in gauchistische kringen, werden in de nacht van 4 op 5 juli 1981 vakkundig in de as gelegd door een extreem rechts commando. Appelmans zou volgens Dufrane een informant geweest zijn van de Staatsveiligheid bij Pour. Bovendien zou Appelmans volgens de verklaringen van Dufrane de man geweest zijn die het commando de plekken had aangewezen waar brand moest worden gesticht, meer bepaald daar waar de gevoelige dossiers werden bewaard. Appelmans werd echter nooit aangehouden, laat staan veroordeeld voor die feiten.

Het onderzoek van Steppé werd geen succes. Zijn vraag om huiszoekingen te verrichten bij de Staatsveiligheid en de militaire inlichtingendienst, "ten einde na te gaan of Appelmans werkzaam was als informant bij de CCC'ers voor rekening van Christian Smets van de Staatsveiligheid", werd botweg geweigerd door Victor Jacobs, de toenmalige chef van de enquêtedienst van het Comité I.

Dat is het orgaan dat in opdracht van het parlement toezicht moet houden op de werking van de inlichtingendiensten. Jacobs was een onderofficier van de rijkswacht, die voordien gewerkt had in het rijkswacht- detachement dat veiligheidsonderzoeken uitvoerde als onderdeel van de militaire inlichtingendienst. Er bestonden zware maar nooit bewezen vermoedens dat Jacobs ook deel uitmaakte van de stay-behindorganisatie Gladio.

Steppé kreeg bovendien de wind van voren van zijn bazen bij het Brusselse gerecht. De toenmalige Brusselse procureur-generaal André Van Oudenhove ontstak in razernij toen hij vernam waar de substituut mee bezig was. "Met verbijstering en ontsteltenis heb ik kennis genomen van het verslag dat mij op 16 december 1994 werd gestuurd door uw substituut", schreef Van Oudenhove aan procureur Benoît Dejemeppe.

"Ik verzoek u de heer Steppé te ontbieden en hem te vragen een omstandige schriftelijke verklaring af te leggen nopens de omstandigheden waarin hij gedreven werd om thans zijn proces-verbaal van 9 december 1994 op te stellen en een onderzoeksrechter te vorderen. Het behoort hem vanzelfsprekend ook toe te verklaren waarom hij het niet nodig heeft geacht voorafgaandelijk mijn ambt te raadplegen."

Het eind van het liedje was dat Steppé een jaren aanslepend en slopend tuchtonderzoek aan zijn been kreeg. Appelmans zelf woont nog steeds in Elsene.

De informatie komt uit een artikel van De Morgen. Dit artikel kan je hier lezen » Nieuws

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

2

Maurice Appelmans was een informant van Christian Smets met de code IRC 857. Uit het derde boek van Guy Bouten haal ik ook nog volgende info:

Tegelijk manipuleerde hij [Christian Smets] Pour via zijn informant Maurice Appelmans, met de bedoeling baron de Bonvoisin in een slecht daglicht te stellen. Toen Smets naar Charleroi vertrok en een collega Appelmans moest overnemen als informant, weigerde die laatste prompt met de woorden: "Je ne travaille que pour Smets."

(...)

Volgens Kausse en Dufrane van de sectie B2/C van de Staatsveiligheid waren Smets en zijn adjunct Christian De Roock in de buurt om de plek aan te duiden waar het dossier-Pinon verborgen lag en baseerden ze zich daarvoor op een tip van hun informant Appelmans, die zeer vertrouwd was met de handel en wandel bij Pour. De Roock had via een zus en een schoonbroer banden met het Front de la Jeunesse, de privémilitie waarvan de brandstichters toen lid waren.

Bron: De Bende van Nijvel: Verraad, Manipulatie, Geheime Diensten | Guy Bouten

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube