De Bende & Co Wirwar van connecties in extreem-rechtse slangenkuil

"Niet zeuren", zeiden belangrijke onderzoeksrechters wanneer iemand met de suggestie kwam dat de personen achter de Bende van Nijvel meer dan gewone criminelen waren en dat de daden van de Bende misschien wel onderdeel uitmaakten van een van tevoren uitgestippeld politiek destabilisatieplan. "Het gaat hier om criminelen, niets meer en niets minder", hielden de speurders vol. En op het eerste gezicht lijken ze het bij het juiste eind te hebben. Want wat heeft een rituele moord te maken met de Bende van Nijvel, een moord op een wapenhandelaar met een adjunctgevangenisdirecteur, een handelaar in vlees met een minister van defensie? Toch lopen er opmerkelijke lijnen door allerlei los van elkaar gepleegd lijkende misdaden. Steeds vaker duiken weer dezelfde figuren op en zonder uitzondering behoren zij allen tot het Belgische extreem-rechtse milieu. "Toeval", zeggen de rechters. Het ontwikkelen van komplottheorieën mag dan uit de tijd zijn, maar dit is geen toeval meer: dit is meer dan toevallig. Eind vorige week verscheen hierover het door de Belgische journalist Hugo Gijsels geschreven boek "De Bende & Co".

Als de meeste Belgen op oudejaarsnacht 1981 vrolijk toastend het nieuwe jaar toeklinken, vindt er een omvangrijke wapenroof plaats bij het Speciaal Interventie Eskadron van de Rijkswacht in het stadje Etterbeek. De inbrekers weten precies de weg te vinden naar de kazerne van de anti-terrorisme-eenheid, Groep Diane. De buit bestaat uit maar liefst vijf automatische riot-guns, even zoveel FAL-geweren, twee pistolen en vijftien Heckler und Kochmitrailleurs met 2500 patronen. Als de inbraak de volgende dag bekend wordt, snellen speurders van de politie naar de plaats des onheils.

De buit is niet mis en vooral de diefstal van de Heckler und Kochmitrailleurs baart de onderzoekers zorgen. Het zijn niet alleen uiterst moderne en trefzekere wapens die in verkeerde handen voor heel wat bloedbaden kunnen zorgen, maar het feit dat de daders precies wisten hoe en waar ze moesten zoeken om zulk soort wapens buit te maken, geeft de autoriteiten een naar gevoel. Tot dan toe waren er slechts twintig mitrailleurs van dat type gemaakt en de Groep Diane was er maar wat trots op dat zij er maar liefst vijftien van in haar bezit had. Door het zeldzame karakter van de mitrailleurs wist bovendien bijna niemand buiten de Groep Diane van het bestaan van de wapens af. Dus, zo redeneerde de onderzoeksrechter, bestaat er een grote kans dat de dader zich in de eigen gelederen bevindt.

Zo'n type dook op in de persoon van Madani Bouhouche, een Belg van Armeense afkomst. Bouhouche deed tot die tijd dienst bij de Bewakings en Opsporingsbrigade (BOB), de "stillen" bij de Rijkswacht die zoveel mogelijk informatie moeten zien te verzamelen over de onderwerpen drugs, zeden of misdaad. Bouhouche werd tot verdachte nummer één van de wapenroof bestempeld, toen bleek dat hij een regelmatige bezoeker van de kazerne in Etterbeek was en dat hij die oudejaarsnacht rond het gebouw van de Groep Diane was gesignaleerd. Ook had de wacht van de kazerne zijn auto herkend als zijnde de wagen waarmee de wapens naar buiten waren vervoerd. Wegens gebrek aan bewijs kwam het nooit tot een veroordeling van Bouhouche en tot op de dag van vandaag zijn de daders "onbekend" gebleven.

In november 1987, bijna zeven jaar na de diefstal, worden de wapens in een door Bouhouche gehuurde garagebox teruggevonden. Dat geeft de onderzoekers wel erg duidelijke aanwijzingen dat Bouhouche een meer dan dubieuze rol speelt; het blijkt namelijk dat één van de gestolen Heckler und Koch-mitrailleurs door de Bende van Nijvel is gebruikt. De directe link die er zo ontstaat tussen Bouhouche en de bloeddorstige bende maakt het belangrijk om de politieke achtergrond van de hoofdpersoon niet te vergeten. Madani Bouhouche is een overtuigd fascist en lid van de neo-nazistische organisatie Westland New Post (WNP), een soort van elite-bataljon van het extreemrechtse Front de la Jeunesse.

Dit proces-verbaal had Hugo Gijsels graag in zijn boek opgenomen. Op straffe van inbeslagneming van het boek en gerechtelijke vervolging wegens "medeplichtigheid aan het schenden van het beroepsgeheim" moest Gijsels van publikatie afzien. Het proces-verbaal handelt over twee agenten die de administratie van Joseph Ghysels, de man achter de transporten van met hasj en cocaïne gevuld diepvricsvlees, in beslag willen nemen. Ghysels probeert dat te verhinderen en roept dat het allemaal de schuld is van Paul vanden Boeynants, een van de grote aandeelhouders van zijn bedrijf. Verderop valt te lezen: "Ghysels verklaarde dat als rechter Lambeau zijn onderzoek naar Vanden Boeynants zou hebben voortgezet, hij dood aangetroffen was in de kofferbak van zijn auto; geëxecuteerd op bevel van Vanden Boeynants door buitenlandse huurmoordenaars, zoals al eerder is gebeurd."

Francois

Bouhouche stond in de jaren '70 samen met een aantal andere rijkswachters bekend om een openlijke sympathie voor alles wat extreemrechts was. Het was ook in die tijd dat de "zaak-François" speelde. Een zakenrelatie van Bouhouche, Leon François, was in die dagen een veelbelovend commandant van het door de minister van defensie, Paul vanden Boeynants, gecreëerde Nationaal Bureau voof Drugs (NBD).

Het NBD was een op Amerikaanse leest geschoeide anti-drugs-eenheid. In ruil voor theoretische bijscholing betreffende allerlei infiltratietactieken, vroegen de Amerikanen van het Drug Enforcement Administration (DEA) het NBD om informatie over "progressieve Belgen". Die wilde François wel geven en zijn relatie met de Amerikanen werd zelfs zo goed dat hij op bezoek mocht bij president Nixon, van wie hij zelfs nog twee manchetknopen cadeau kreeg.

Als drugsbestrijder François echter een keer krap bij kas komt te zitten, raadt DEA-medewerker Frank Eaton hem aan om via een Pakistaanse handelaar drugs te gaan smokkelen. François gaat op het voorstel van de Amerikaan in en de smokkel van in eerste instantie alleen hasj brengt zoveel geld in het laatje dat François - ook al is hij binnen de kortste keren uit de financiële nood - besluit om ermee door te gaan. In de periode '75-'78 levert de smokkel van hasj, cocaïne, heroïne en morfine meer dan tien miljoen gulden winst op voor François en een groot aantal andere NBD-medewerkers, dat ook voor het grote geld is gezwicht.

Het onvermijdelijke kan op den duur niet uitblijven: één van de BOB'ers die op het NBD werkt, onderofficier François Raes, wil niet meedoen aan allerlei frauduleuze handelingen om het geld dat de smokkel oplevert met valse documenten uit de boeken te houden. Als de generale staf de onthullende berichten van Raes volslagen negeert, wordt de officier van justitie ingelicht, die majoor Herman Vernaillen en adjudant Guy Goffinon de opdracht geeft om de "zaak-Francois" diepgravend te onderzoeken.

Zwarte Baron

Als eerste daad arresteren ze op 18 januari 1980 Leon François. Die begint tijdens zijn verhoor direct te schreeuwen dat hij zich geen zorgen hoeft te maken, omdat hij toch door hogerhand wordt gedekt. In dezelfde adem noemt François twee namen; minister Paul vanden Boeynants, vooraanstaand lid van de CEPIC, de extreem-rechtse vleugel binnen de Waalse christen-democratische partij (PSC), en baron Benoit de Bonvoisin, ook al een belangrijk CEPIC-lid en zo het al mogelijk is nog extreemrechtser dan Vanden Boeynants. De Bonvoisins veelzeggende bijnaam is dan ook "De Zwarte Baron". In zijn functie van CEPIC-lid heeft hij regelmatig contacten met leden van het Front de la Jeunesse en de WNP.

Twee generaals van de generale staf geven onderzoeker Vernaillen daarna schriftelijk te kennen dat als hij doorgaat met het gewroet in de "zaak-Francois" het wel eens "nadelige gevolgen voor zijn verdere loopbaan kan hebben". Vernaillen en Goffinon gaan gewoon door en doen een meer dan interessante ontdekking. De hasj en cocaïne werd gesmokkeld in ingevroren vlees en met vrachtwagens van de firma Boucheries Ghysels vanuit Spanje naar België vervoerd. En juist van dit bedrijf Boucheries Ghysels is Paul vanden Boeynants belangrijk aandeelhouder en afgevaardigd bestuurder. Wat is de wereld toch klein.

Onderzoeker Goffinon dient in mei 1981 bij de procureur-generaal het verzoek in om Vanden Boeynants op beschuldiging van medeplichtigheid aan drugssmokkel te arresteren. Hij krijgt geen reactie op zijn verzoek. Een paar maanden later ontploft er een bom in de auto van Goffinon. Aangezien iemand anders zijn auto op dat moment gebruikt, blijft Goffinon in leven. Als dader wordt Jean-François Buslik aangehouden; toevalligerwijs blijkt hij de boezemvriend van Madani Bouhouche en de Amerikaan Eaton, die commandant François op het slechte pad had gebracht.

Renault 4

Twee weken daarna, op 26 oktober 1981, vindt er een aanslag op onderzoeker Vernaillen plaats. Afgezien van een bruine Mazda 626, vanwaaruit Vernaillen en zijn echtgenote worden beschoten, zij raken zwaar gewond, is er ook een bestuurder van een Renault 4 bij betrokken. Het is bekend dat de BOB een groot aantal "neutrale" Renault 4-tjes in de praktijk gebruikt en geloof het of niet: alle papieren waaruit na afloop kan worden opgemaakt wanneer en door welke BOB'er zo'n Renault 4 is gebruikt, liggen keurig op hun plaats, alleen de maand oktober 1981 spoorloos verdwenen! De Mazda 626 blijkt eigendom van een Syrische wapenhandelaar, Faez Al Ajjaz, die met een Saoedï-Arabisch paspoort op zak de rechts Falanchistische christelijke milities in Libanon van wapens voorziet. De Syriër behoort tot de vriendenkring van Paul Vanden Boeynants, baron Benoit de Bonvoisin en Emile Lecerf hoofdredacteur van het rechts-extremistische blad Nouvelle Europe Magazine.

Al Ajjaz doet de aanwezigheid van zijn auto bij de aanslag op Vernaillen af met een goedkope smoes. Die avond zou de wagen door onbekenden zijn gestolen. Eerder dat jaar had een jonge, ambitieuze wachtmeester bij de rijkswacht, Luc van Daele, z'n zinnen gezet op het oplossen van de hasj- en cocaïnesmokkel in ingevroren vlees. Hij was als informaticaspecialist aan het Centraal Bureau voor Onderzoek verbonden en kon met behulp van de computer achter komen wie de smokkelaars en de financiers waren. Tegen collega's had hij al verklapt dat het hier om een zeer belangrijke zaak ging waarin even belangrijke personen een kwalijke rol speelden. Op i maart van dat jaar maakt een kog een eind aan het leven van de bevlogen Luc van Daele. "Zelfmoord", oordeelt de generale staf van de Rijkswacht. "Moord", zeggen zijn collega's. Na de dood van Luc van Daele verdwijnt het dossier dat hij over de zaak had bijgehouden in het niets. Ook worden de kasten van zijn kantoor opengebroken. De generale staf blijft zwijgen.

In 1982 wordt Leon François, ondanks de 27 beschuldigingen die tegen hem zijn ingediend, veroordeeld tot slechts één jaar gevangenisstraf.

Overvallen

Precies een jaar na de dood van Van Daele vindt op 13 maart 1982 de eerste overval plaats die volgens potlitieonderzoekers aan de Bende van Nijvel moet worden toegeschreven Bij een wapenhandelaar in Dinant wordt een geweer gestolen dat vier
jaar later tezamen met een groot aantal bende-wapens in een kanaal wordt teruggevonden.

De daaropvolgende maanden vinden er geregeld overvallen en moorden plaats die op het conto van de Bende van Nijvel kunnen worden geschreven. Op 30 september wordt in Waver nogmaals een wapenhandel overvallen. De buit is enorm en geschikt om een privé-legertje mee uit te rusten. Als de politie tijdens de roof ten tonele verschijnt, schieten de overvallers zonder pardon een agent door het hoofd en verdwijnen in het niets.

Drie maanden later wordt in Beersel een 71-jarige man op een afschuwelijke, welhaast rituele manier om het leven gebracht. Na hem vastgebonden en gemarteld te hebben, schieten ze vijf kogels door zijn hoofd. De bejaarde man, José vanden • Eynde, vertoefde regelmatig in neo-nazistisch gezelschap; hij had dan niet voor niks tijdens de Spaanse burgeroorlog aan de kant van Franco gevochten. Vlak daarna wordt er een een taxichauffeur vermoord. Vier kogels Hoor zijn hoofd. Alles doet weer denken aan de bende, en inderdaad, hij blijkt met hetzelfde wapen omgebracht als Vanden Eynde. De autoriteiten kunnen na de moord geen onderzoeksresultaten tonen; het gerechtelijk dossier is op raadselachtige wijze verdwenen.

Zo gaat dat nog lange tijd door. In 1983 bijvoorbeeld worden op een parkeerplaats een echtpaar en een agent door de bende vermoord. Geen beroving of iets dergelijks, slechts een aantal schoten door het hoofd. Twee jaar later pas zal de Bende van Nijvel haar totale krankzinnigheid tonen. Tijdens drie overvallen op Delhaize-supermarkten worden zonder pardon zestien mensen doodgeschoten. De terroristen provoceren het gezag door na ieder bloedbad op de politie te wachten, hen ook nog eens te beschieten en er dan op een superieure manier vandoor te gaan. Het is de Rijkswacht vreemd genoeg nog nooit gelukt om tijdens de tientallen overvallen en moordaanslagen iemand van de Bende op heterdaad aan te houden.

De adjunct-directeur van de gevangenis van Sint-Gilles, Jean Bultot, is een volslagen wapenfreak. Samen met een paar vrienden heeft hij een zogenaamde Practical Shooting Club, een club waar je leert om op een commando-achtige manier op alles te schieten wat in je gezichtsveld komt. Een van de oefeningen die de groep uitvoert, heeft de veelzeggende naam "Grocery Store Panic", waarbij de commando's een gefingeerde groep terroristen die zich in een supermarkt heeft verschanst, met behulp van veel geweld moeten overmeesteren.

Afgezien van zijn passie voor wapens is Bultot ook een fascist in hart en nieren. Zijn Practical Shooting Club is dan ook een soort thuishonk voor met name jonge militanten van het Front de la Jeunesse, die zich willen bekwamen in het omgaan met wapens. Een door Bultot georganiseerd schiettoernooi werd zelfs bezocht door minister Goor en staatssecretaris Mainil, beiden leden van de inmiddels opgeheven CEPIC. Tijdens dat toernooi vereerde ook een afgevaardigde van het cultureel departement van de ambassade van de Verenigde Staten in Brussel de gasten met een bezoek.

Samen met zijn vriend, Francis Dossogne, nachtclubeigenaar en leider van het Front de la Jeunesse, organiseerde Bultot orgieën, waar vrouwen zich in allerlei standjes door Bultot en zijn vrienden moesten laten gebruiken. Een van die "vrienden" van de seksfeesten, waarbij de avonden dat iedereen naakt door de rodebessenjam moest rollen het meest populair waren, was de commercieel directeur van de wapenfabriek Fabrique National (FN) Juan Mendez, die belast was met de verkoop van wapentuig aan Latijns-Amerika. Op 7 januari 1986 wordt hij vermoord. De dag erop blijkt Bultot met de noorderzon te zijn vertrokken naar Paraguay, waar de overtuigde neo-nazi veefokker wordt. Een jeugddroom gaat in vervulling, zullen we maar zeggen.

Staatsgreep

Met zijn overhaaste vertrek lijkt het er natuurlijk sterk op dat Bultot de dader is van de moord op Mendez. Maar als een onderzoeksteam onverwachts de weduwe van de wapenhandelaar opzoekt, treft men daar tot grote verbazing de inmiddels welbekende Madani Bouhouche. Mendez en Bouhouche bleken goede vrienden van elkaar te zijn geweest, maar korte tijd voor de moord op Mendez had deze Bouhouche ervan beschuldigd betrokken te zijn geweest bij een inbraak in zijn huis, waarbij tientallen zware wapens waren gestolen. Mendez was bang dat de wapens in bezit zouden komen van de Bende van Nijvel en hoewel zijn eigen onderzoek naar de daders van de diefstal uitkwam bij het milieu rond Bouhouche, ontdekte hij iets belangrijks dat hem "het ergste deed vrezen". Tegen vrienden sprak hij over de connectie tussen de Bende van Nijvel en de plannen van een club extreem-rechtse lieden om een staatsgreep in België te plegen. Over die staatsgreepplannen wilde hij graag met een vertrouweling van PN overleg voeren. Drie dagen voordat hij in zijn auto middels een aantal schoten door het hoofd wordt geëxecuteerd, zou het overleg plaatsvinden. Mendez' gesprekspartner zou echter nooit op komen dagen. Het wapen waarmee Mendez vermoord is, wordt in het huis van Bouhouche gevonden, waarop hij gearresteerd wordt wegens medeplichtigheid aan de moord op Mendez.

Bouhouche had enkele jaren daarvoor, in 1983, de Rijkswacht verlaten. Samen met een extreem-rechtse vriend en oud-BOB'er, Robert Beijer, zet hij een privé-detectivebureau op. Beijer heeft in die tijd - de Bende van Nijvel moordt er al aardig op los - een contactpersoon zitten in een belangrijke onderzoekscel van de Rijkswacht. Bouhouche en Beijer horen veel, meestal zeer vertrouwelijke gegevens over de vordering in het onderzoek naar de Bende van Nijvel van hun mannetje ter plekke.

Als Beijer in januari 1988 wordt gearresteerd voor een futuliteit, slaat hij door. Hij vertelt het onderzoeksteam dat hij samen met Bouhouche kopieën heeft gekregen van de informatie die de informatiesectie van de Rijkswacht in de loop der jaren heeft verzameld. Het tweetal beschikte hiermee over een enorme schat aan politieke gegevens over progressieve Belgen. Bouhouche, zo vertelde Beijer, probeerde de politieke inlichtingen te verkopen aan iemand die ze nog wel eens nodig zou kunnen hebben: Paul vanden Boeynants. Wat is er immers handiger voor potentiële samenzweerders dan een uitgebreide lijst met politieke vijanden te bezitten. De reactie van Vanden Boeynants is niet zoals we van de flamboyante extreem-rechtse politicus gewend zijn. Hij geeft schoorvoetend de contacten met Bouhouche toe, maar ontkent het verhaal over de opkoop van politieke gegevens.

Samenzweerders

Nog is de rol van de steeds terugkerende Paul vanden Boeynants in het extreem-rechtse wespennest niet uitgespeeld. Op 9 mei 1989 vertelt luitenant-kolonel Vernaillen, op wie tijdens de "zaak-Frangois" een aanslag was gepleegd, voor de onderzoekscommissie inzake de Bende van Nijvel, dat in 1980 een bankier uit het bruine-hemden-milieu, Leon Finné, hem op de hoogte had gebracht van een extreem-rechts komplot dat zou moeten uitmonden in een staatsgreep. Vernaillen noemt de namen van de samenzweerders: Paul vanden Boeynants, para-kolonel en ex-parlementslid Jean Militis, ex-minister en ex-vice-premier José Desmarets (PSC) en een aantal hoge functionarissen uit het leger en de Rijkswacht.

Vernaillen kon niet meer doen dan vertellen wat Finné tegen hem gezegd heeft, want de mogelijkheid om Finné zelf aan de tand te voelen bestond niet meer. Leon Finné was een van de slachtoffers van de Bende van Nijvel-aanval van september 1985 op een Delhaize-supermarkt in Overijse. Finné werd van dichtbij enkele malen door het hoofd geschoten.

Hugo Coveliers, lid van de parlementaire onderzoekscommissie inzake banditisme en terrorisme in België, zei het begin dit jaar zo: "Een van de belangrijkste elementen die kunnen bijdragen tot de oplossing van een misdrijf is het motief. Men stelt immers onmiddellijk de vraag waarom deze feiten werden gepleegd, ervan uitgaande dat de dader of daders in ieder geval toch enig voordeel of enig nut nastreefden."

Bron: De Waarheid Plus | Harald Doornbos

De Waarheid Plus week 1990. De Waarheid Plus is een wekelijkse uitgave van het dagblad De Waarheid. Uitgever: Stichting Bepenak Hoofdredacteur: Frank Biesboer Directeur: Robert Schurink Vormgeving: Peter van Zwoll Adres: Hoogte Kadijk 145, 1018 BH Amsterdam.