Re: Martial Lekeu

Onderstaande informatie komt van de website objectifsecurité.be. Ik heb geen idee wat het waarheidsgehalte van deze informatie is.

Martiale Lekeu, un ancien du groupe Diane a révélé, pendant les réunions du Front de la Jeunesse, un plan fut élaboré pour déstabiliser la Belgique et préparer un régime autoritaire. Ce plan était divisé en deux parties: une phase de terrorisme politique et une phase de banditisme. 

J'ai travaillé à la seconde phase. J'étais l'un des spécialistes qui devaient former les jeunes gens à l'idéologie de l’extrême droite, il fallait en faire une bande d'individus prêts à tout. Ensuite, je devais rompre tout contact avec eux, de manière à ce qu'ils deviennent un groupe totalement indépendant et qu'ils commettent des attaques à mains armées sans réaliser qu'ils faisaient partie d'un complot parfaitement orchestré.

Cet ancien gendarme fut membre du Front de la Jeunesse, le président de ce mouvement d'une violence extrême travaillait avec plusieurs groupes politiques, ainsi qu'avec Monsieur E.B (*), le président d'une bien connue société de protection des animaux.

Victime de menaces anonymes, Lekeu s'exilera aux Etats-Unis. A son arrivée, il se verra délivré un port d'arme permanent et une protection du FBI. Il changeait de ville et de nom, plusieurs fois par mois. Bizarrement, E.B, le président de l'importante protection des animaux, lui fit de nombreuses visites, parfois accompagné du célèbre mercenaire Robert Denard.

En fin de vie, Monsieur E.B, fut inculpé pour détournement, blanchissement d'argent, escroquerie, or et argent illicite, dissimulé en Suisse. Dans sa villa à St Jeanet, fut découvert des documents, léguer par le comte de W-W. Ces dossiers lui permettaient de faire chanter n'importe qui en Belgique, fusse même le Roi et il le clamait haut et fort.

Cet homme prenait des vacances avec Léon Degrelle, dont l'ancienne épouse était sa voisine. Il dirigeait une agence de voyage, de publicité (dont son seul client était Delhaize) et de mannequins. Madani Bouhouche a travaillé quelques mois pour lui comme secrétaire.

Huit de ses connaissances ont été exécutées par les tueurs du Brabant Wallon, dont le banquier Léon Finé qui organisait ses transports d'argents. Bizarrement, toutes ses activités ont été reprises par les américains.

(*) E.B. = Edmont Bajart, voormalig voorzitter van Veeweyde. Zijn publiciteitsfirma was King Advertising.

Re: Martial Lekeu

Over die Edmont Bajart vind ik nog het volgende:

Leopold III had een onechte dochter met een Zweedse gezelschapsdame. De dochter zou een zestiger zijn, die nu ergens in Scandinavië woont. Tot die ontdekking kwamen Franse politiemensen bij een huiszoeking in de villa Orphée aan de Côte d'Azur.

De opdracht voor de huiszoeking ging uit van de Brusselse BOB. Die werkte samen met de Fransen om de papieren van Edmont Bajart, de voorzitter van Veeweyde, te doorzoeken. Bajart wordt ervan verdacht schenkingen voor de dierenbescherming te hebben verduisterd. Graaf Weemaes, destijds privé-secretaris van Leopold III, liet Bajart ook een erfenis na. Die verkocht de geschonken schilderijen ten bate van Veeweyde, maar de documenten hield hij bij.

Uit de papieren blijkt dat koning Leopold III na de dood van koningin Astrid een geheime relatie had met een van haar vroegere gezelschapsdames. Daaruit kwam een dochter voort, maar de moeder trouwde met een Zweed van Belgische afkomst en keerde terug naar haar vaderland. Ondertussen was de koning hertrouwd met Lilian Baels.

Bron: www.gva.be | 6 Juni 2000

Met zulke documenten kan het vorstenhuis inderdaad gechanteerd worden.

53

Re: Martial Lekeu

In een uit juni 1989 daterend (maar nooit door zijn oversten bekrachtigd) bevel tot aanhouding van Lekeu zette Willy Acke zijn visie uiteen: 

'Over de omstandigheden waarin de diefstal [in Temse] was gepleegd gaf Louvaert geen preciseringen, behoudens het feit dat de zaak slecht was afgelopen en er was geschoten (...) Op 16.01.1985 stelde de BOB van Waver een proces-verbaal op waarin zij relateren dat Van Binst hen had toevertrouwd dat hij Louvaert in oktober 1983 met zijn wagen naar een plaats in de Ardennen had gebracht, voorbij Marche-en-Famenne, tot bij een toenmalige eerste wachtmeester bij de rijkswacht. Louvaert heeft toen aan de rijkswachter een kogelvrije vest en twee à drie wapen geleverd.'

'Aan Van Binst werden diverse types kogelvrije vesten voorgelegd. Hij had toen vastgesteld dat de kogelvrije vesten die hij bij Louvaert gezien had wel degelijk deze waren, afkomstig van de hold-up te Temse. De bewuste rijkswachter kon met zekerheid geïdentificeerd worden als Martial Lekeu.'

Martial Lekeu verliet de rijkswacht op 1 april 1984. Hij stichtte op 1 juli van dat jaar zijn ambulancebedrijfje Samu-Bastogne, nam personeel aan en deed investeringen. Maar op 22 augustus, nog voor het bedrijf goed en wel van start kon gaan, vluchtte hij met zijn gezin halsoverkop naar het Amerikaanse Orlando. Lekeu legde nadien zelf uit dat hij ontdekt had dat Van Binst was gaan kletsen. Hij zei dat hij kort daarna dreigementen had ontvangen van zijn vroegere kompanen, die hij inmiddels de rug had toegekeerd. 

Had Lekeu werkelijk wat te maken met de roof in Temse? Naarmate het speurwerk vordert, hebben Troch en Acke steeds minder twijfels. Het valt hen op dat Lekeu, in die tijd bij de rijkswachtbrigade van Vaux-sur-Sûre, vrij heeft genomen van 5 tot 19 september 1983. De raids in Temse en Nijvel vonden plaats op 10 en 17 september.

Toeval misschien, stelt Acke in zijn nota, maar er is nog iets opmerkelijks:

'Het personeel van de brigade had een prentbriefkaart ontvangen, onmiskenbaar geschreven door Lekeu en afgestempeld te Port de Llançà op 13.09.1983. Men had zich steeds afgevraagd wat de bedoeling hiervan geweest is, vermits het de eerste en enige keer was dat Lekeu hen een briefkaart had gestuurd en hij zichzelf hierdoor in de problemen hielp.'

Rijkswachters horen in die tijd voor elke buitenlandse reis vooral toestemming te vragen, anders worden ze bestraft. Lekeu heeft dat niet gedaan. De nota-Acke:

'Men vroeg zich af of de prentkaart wel door Lekeu zelf werd gebust, dan wel of hij dit door een derde had laten doen, teneinde zichzelf een alibi te bezorgen.'

Een goede reputatie, schrijft Acke nog, had Lekeu bij collega's in Vaux-sur-Sûre niet:

'Zodra Lekeu de brigade verlaten had, liet de commandant alle sloten van de brigade en wapenkamer veranderen.'

Bron: Humo | Douglas De Coninck | Juni 2006

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

54

Re: Martial Lekeu

Tot het allerlaatste moment, tot ze hun dossier kwijtspelen, blijven Acke en Troch geloven in hun zaak. Na een helse polemiek met, alweer, het Gentse Hof van Beroep, krijgen ze in juli 1989 te horen dat België niet om de uitlevering van Lekeu zal vragen. het enige wat kan, is hem beleefd vragen of hij zich op 31 augustus 1989 naar het Belgische consulaat te Atlanta wil begeven om er zich te laten ondervragen door een delegatie, bestaande uit onder meer Troch, Acke en onderzoeksrechter Jean-Claude Lacroix uit Charleroi.

Collega-magistraat: "De aanwezigheid van Lacroix, heeft Willy Acke me nog gezegd, is de sfeer daar niet echt ten goede gekomen."

Hele stapels nota's en boze brieven van de hand van Acke geven een idee waarom. Om de haverklap is er hommeles tussen de parketten van Dendermonde en Charleroi, waar men ook naar de Bende zoekt. Dendermonde deelt alle informatie met Charleroi, maar van de andere kant komt, tegen de afspraken in, nog geen snipper van een proces-verbaal.

Acke ontdekt dat Lacroix alle in Dendermonde vergaarde informatie over Lekeu doorspeelt aan een Luikse politiecommissaris die bevriend is met Lekeu, en hem in 1988 meer dan eens opbelt in Orlando. Eerder heeft Dendermonde moeten vernemen dat Didier Miévis, van de Groep G, in Nijvel doodleuk bij het Bende-speurdersteam is ingedeeld.

In die sfeer trekken de magistraten dus naar Atlanta, waar Lekeu hen uiteindelijk bereidwillig te woord zal staan. Hij heeft eerder al een interview gegeven aan een journalist van La Dernière Heure, die hem op de man af heeft gevraagd of hij betrokken was bij de feiten in Temse.

Martial Lekeu (toen): "Ik zeg niet nee. Ik heb dingen gedaan waar ik spijt van heb. Ik ga niet helemaal vrijuit, maar er kleeft geen bloed aan mijn handen."

Daar gaat het Acke en Troch ook niet om. Voor hen staat het zo goed als vast dat Lekeu de heler is van de kevlar-vesten. Bijgevolg moet hij de daders kennen, of hun entourage. Eindelijk, na al die jaren, leek er een oplossing in het onderzoek te zijn.

In een nota aan zijn oversten legt Willy Acke op 8 juni 1989 uit waarom een vrijblijvend gesprek met Lekeu volgens hem niet veel zal uithalen:

'Het enige dat men zal kunnen doen is het acteren van de gezegdes van Lekeu, zonder dat de onderzoekers de mogelijkheid zullen hebben om hem in het nauw te drijven, door hem bijvoorbeeld prompt te confronteren met de personen, die bepaalde voor hem nadelige verklaringen hebben afgelegd. Evenmin beschikken de onderzoekers over de mogelijkheid om bepaalde van zijn verklaringen dadelijk na te checken door bijvoorbeeld onderzoek ter plaatse, nieuwe verhoren, herverhoor of confrontaties.'

Het haalde inderdaad niks uit. Als Freddy Troch op 25 april 1997 wordt ondervraagd door de Bendecommissie-bis in het parlement, kan hij er zich alleen maar over verbazen dat er geen verdere pogingen zijn gedaan om Lekeu op een degelijke manier te ondervragen.

Freddy Troch: "Mijnheer de voorzitter, op dat ogenblik beschikten we over voldoende elementen om een uitlevering te vragen. De man beweerde iets met Temse te maken te hebben, maar ontkende dat er bloed aan zijn handen kleefde."

Volgens de rapporten spreekt Lekeu die vier dagen in Atlanta vooral over zichzelf, en zijn angst om terug te keren naar België, waar de nog volop in politiekringen geïnfiltreerde Groep G hem opwacht. Hij geeft voorbeelden van anderen, uit dezelfde kringen, die zijn omgebracht of 'gezelfmoord': Paul Latinus, Juan Mendez, ...

Lekeu legt de magistraten uit hoe Groep G, zoals hij die heeft gekend, gestructureerd was. Naast Miévis maakten onder meer oud-rijkswachters Madani Bouhouche, Robert Beijer, Christian Amory en FJ-leider Dossogne er deel van uit. Wie de leiding had, is hem nooit helemaal duidelijk geworden, maar in zijn getuigenissen noemt Lekeu vaak baron Benoît de Bonvoisin. In zijn rapporten voegt Acke daar op een gegeven moment de naam aan toe van toenmalig rijkswachtkolonel L.

Linda Acke (de weduwe van Willy): "Na zijn terugkeer uit Atlanta mocht Willy niks zeggen en niks op papier zetten over zaken die Lekeu had verteld. Hij was, dat weet ik nog, zwaar aangeslagen door wat hij had gehoord. Hij had wel een schriftje, en daar stonden allemaal notities in."

Wie verbood uw man om daarover te praten?

Linda Acke: "De mensen die hem voortdurend stokken in de wielen staken. Altijd dezelfden. Na zijn dood is het parket-generaal in onze villa komen zoeken naar de schriftjes van Willy. Ik was inmiddels oud en wijs genoeg. Ik heb ze verstopt, en ze hebben ze niet gevonden."

Het onderzoek naar Martial Lekeu is een stille dood gestorven. Op 8 juni 1997 overleed de man in Florida, getroffen door een beroerte.

Bron: Humo | Douglas De Coninck | Juni 2006

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

55

Re: Martial Lekeu

Uit de schriftjes van Willy Acke:

Willy Acke had een keurig handschrift. Hij noteerde iedere dag in telegramstijl wat zijn speurders hem hadden gemeld en zette daar dan telkens een datumstempel boven. Enige codetaal is in de schriftjes niet meteen te bespeuren, tenzij de initialen 'LK', die staan voor Lekeu.

Eén schriftje is bijna integraal gewijd aan de ontmoetingen met Martial Lekeu in Atlanta. Nu eens probeert hij letterlijk, in het Frans, diens woorden weer te geven. Dan weer bezigt hij trefwoorden en pijltjes. (…)

Pagina 12: 'Zegt dat hij (Lekeu) niet volledige waarheid gezegd heeft. Is uit België vertrokken om alles te vergeten. Is enige om waarheid te zeggen, maar wil het risico niet lopen.'

Onderaan de pagina staat iets over hoe 'LK' het onderscheid maakte tussen Bende-opdrachtgevers en -daders: 'Ze moesten te stom zijn om te begrijpen waarom.'

Op pagina 14 lijkt het interessant te worden. Lekeu heeft het over de parachuteclub Golden Eagle, waar hij zelf deel van uitmaakte en die begin jaren tachtig in de Ardennen militaire oefeningen hield: 'Entrainement de 5 jeunes. Trainingen zijn gegeven aan mensen die gedood hebben. Dat weet ik, weet niet wie.'

Pagina 15: 'Laatste activiteit met jongeren was in 1982 (training). Weet niet wie hen bedreigd heeft (…). Bouhouche — gaf oefeningen in schieten.'

Pagina 19: 'LK heeft vermoedens - Bouhouche. Waarom: Bouhouche = ongelofelijke racist, wou actie. Ik was bang voor hem.'

Pagina 23: 'J’ai trap peur des singlés. Ce sont revenu’s des gangs indéxendants. Waarom werd Van Camp gedood? Ik weet het niet. Ik veronderstel: des gillets.'

Op dit spoor heeft Acke al sinds 1987 tevergeefs zitten wroeten: er was een tip binnengekomen dat een familielid van Bende-slachtoffers Jacques Van Camp ooit bij Wittock-Van Landeghem gewerkt had. 

Pagina 24: 'Vd Eynde was in het bezit van iets dat van belang was = documenten, weet niet welke.'

Bron: Humo | Douglas De Coninck | Juni 2006

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

56

Re: Martial Lekeu

Inspelend op post 54.

Ik denk dat Lekeu iets gemeen heeft met Latinus en met Mendez. Alle drie hebben ze pas gaandeweg beseft voor welke organisatie ze aan het werken waren. De dag dat Lekeu het besefte, is hij hals over kop gevlucht. Mendez sloeg ook bleek uit en lang heeft hij niet meer geleefd nadien. Idem Latinus. Of zelfmoord omdat hij plots inzag dat hij helemaal niet voor Haig werkte, maar voor een organisatie van een andere signatuur en met als specialiteit: zich infiltreren in alle denkbare organisaties, tot op het hoogste niveau. Of vermoord omdat men wist dat hij teveel wist, teveel verbanden kon leggen en uit moreel besef ook zou gaan spreken.

Als ik Wolf goed heb gelezen op het Franstalig forum, dan heeft hij dezelfde organisatie in gedachten, wanneer hij het heeft over een organisatie die nog boven de CIA staat.

Raar dat tot op vandaag deze organisatie geen eigen topic heeft op dit forum.

Re: Martial Lekeu

Lekeu in Panorama:

Tijdens de bijeenkomsten van het Front [Front de la Jeunesse] werd een plan uitgewerkt om België te destabiliseren en klaar te stomen voor een autoritair regime. Dat plan bestond uit twee delen, een luik politiek terrorisme en een luik banditisme. Ik heb in het luik banditisme gewerkt. Ik was een van de specialisten die jonge kerels met rechtse trekken een opleiding moest geven, ze moest kneden tot een getrainde bende die tot alles bereid was. Daarna moest ik alle contact met hen verbreken zodat ze als zelfstandige groep konden voortbestaan en overvallen plegen, zonder dat ze beseffen dat ze deel uitmaakten van een uitgekiend complot.

Ik weet niet meer waar het staat maar Lekeu trainde met die gasten in de bossen rond Givet. De daders van de diefstal in Dinant zijn richting Givet gevlucht. Ook nog het is wel heel toevallig dat Francis Dossogne vlak na de overval in Waver met een (vals) spoor afkwam.

De waarheid schaadt nooit een zaak die rechtvaardig is.

Re: Martial Lekeu

Martial Lekeu werd op 30 en 31 augustus en 1 september 1989 in Atlanta verhoord door de onderzoeksrechters Lacroix en Troch, in het bijzijn van substituut Acke. Lekeu maakte daar toen o.a. de volgende opmerkelijke uitspraak:

In het raam van mijn extreemrechtse ideeën had ik meermaals een ontmoeting met drukker (...). Hij woonde in Schaarbeek. Ik vergezelde hem naar een hotel waar een vergadering van gewezen SS'ers plaatsvond. (...) introduceerde mij in 1977 bij Degrelle in Spanje. Ik ontmoette hem tweemaal tijdens eenzelfde verblijf. Veel jongeren van het Front de la Jeunesse gingen hem opzoeken. Persoonlijk heb ik niemand gezien die hem kende.

Tijdens de vergaderingen van het Front werd bekeken hoe de toepassing van de wet en de bevoegdheden van de rijkswacht konden worden versterkt. Men had twee soorten actievoering voor ogen:

  1. Oprichting van een extreemlinkse groepering die aanslagen zou plegen.

  2. Gangsters zover krijgen dat ze gewelddaden zouden plegen.

Momenteel leid ik daaruit af dat de wandaden van de CCC en van de bende van Nijvel de doelstellingen van het Front verwezenlijkten. Alles wat ik deed, deed ik om mijn extreemrechtse ideeën uit te voeren, en in het raam van mijn lidmaatschap van het Front. Van de DEA, de Mossad, noch van enige andere geheime dienst onderging ik enige beïnvloeding of kreeg ik enige richtlijn. 

Bron: Verslag Tweede Bendecommissie

Re: Martial Lekeu

Gevlucht voor de Bende – Ex-rijkswachter Lekeu over de plannen tot destabilisering van de Staat

Ex-rijkswachter Martial Lekeu, die in 1984 naar de Verenigde Staten vluchtte, was vorige week in ons land. Hij bevestigde zijn verklaringen dat de Bende-overvallen volgens hem deel uitmaakten van een plan om de Staat te destabiliseren.

Martial Lekeu behoorde in 1977 tot de Groep G, een groep rijkswachtofficieren die deel uitmaakten van het extreemrechtse Front de la Jeunesse. "Wij hadden toen driedelige plannen om de Staat te destabiliseren. Ten eerste moordpartijen in grootwarenhuizen, ten tweede het oprichten van linkse terreurorganisaties en tenslotte het leveren van wapens aan gangsters".

In 1983 toen de eerste bloedige Bende-overvallen plaatsvonden herkende Lekeu die plannen en ging dat aan de rijkswacht van Waver melden. "Twee weken later kreeg ik de eerste telefonische bedreigingen. Die werden zo beangstigend precies tegenover mijn familieleden dat ik verplicht werd de rijkswacht en ook België te verlaten."

Lekeu werkt in Amerika als undercover-agent. Te Brussel haalde hij documenten op om voor zijn huidige opdrachtgevers te bewijzen dat hij geen gerechtelijk verleden heeft.

Bron: Het Laatste Nieuws | 23 november 1992

Re: Martial Lekeu

Entretien avec l'ex-gendarme Lekeu: les plans de déstabilisation, la peur de la gendarmerie, le départ pour la Floride

Des vieilles révélations à passer au tamis

"J'ai raconté pas mal d'histoires. Mais je maintiens avoir vu en 1976 un plan d'action conforme aux tueries du Brabant. Aujourd'hui, j'ai toujours peur."

Martial Lekeu, 46 ans, est cet ancien gendarme passé en 1974 au groupe antiterrorisme 'Diane', affecté à la BSR de Bruxelles de 1975 à 1977, puis en brigade à Vaux-sur-Sûre jusqu'en avril 1984, lorsqu'il démissionne. Fin 1983, les premières tueries ont réveillé de vieux souvenirs sur les plans d'actions qu'on m'avait montrés au groupe G vers 1976. J'ai averti la BSR de Wavre. On m'a dit qu'on savait, qu'on enquêtait. Puis les menaces téléphoniques ont commencé, sur moi et mes enfants. Elles venaient de gendarmes.

En août 1984, il quitte Bastogne avec les siens, pour la Floride.

Début 1989, il fait à un confrère [Gilbert Dupont] des "révélations" sur l'existence d'un vieux projet de coup d'État en Belgique au Groupe G (les gendarmes du Front de la Jeunesse), sur les tueries du Brabant, sur la mort de Latinus. Il a fait une apparition la semaine dernière à Bruxelles. Nous l'avons rencontré. Il ne parle plus comme en 1989 d'un "service" qui aurait décidé d'éliminer Latinus. Il ne dit plus savoir que ce sont des agents de ce service qui se seraient débarrassés des armes des tueries dans le canal à Ronquières. Il dément avoir jamais dit qu'il surveillait Paul Vanden Boeynants. Rien que Latinus et le baron de Bonvoisin.

En 1989, six mois après ses premières révélations, Lekeu est interrogé au consulat belge d'Atlanta par les juges Lacroix (Charleroi) et Troch (Termonde), alors en charge des dossiers des tueries. A cette époque, il est signalé au bulletin central de renseignements comme témoin à entendre, ayant été mis en cause par un truand (mort depuis) dans le cadre de l'attaque des tueurs à Tamise, en 1982. Trois ans passent.

La semaine dernière, Lekeu était en Belgique. Selon lui, pour raisons familiales, mais aussi, dit-il, pour rapporter la preuve que la justice belge ne le recherche pas, ceci à la demande d'un de ses employeurs, les Douanes américaines, en vue de sa comparution en janvier devant la Cour fédérale d'Orlando, comme témoin à charge de trafiquants d'armes qu'il a contribué à faire 'tomber' l'été dernier.

Un plan, un ordre Bleu

"Nous étions une douzaine de gendarmes au groupe G. Il y avait un groupe similaire pour les militaires de l'ERM, un autre pour l'ULB. Moi, je restais d'abord gendarme. Quand j'ai vu ces fanatiques, j'ai fait rapport à la BSR, puis à un colonel de l'état-major, qui a alors tout fait stopper. Mais j'ai continué à les fréquenter, malgré l'ordre de les quitter. Je n'ai plus fait rapport à la gendarmerie, mais à d'autres, des Américains. Entre 1975 et 1976, j'ai vu le coordinateur du groupe G, le maréchal des logis Mievis, passer à Dossogne des dossiers de l'état-major, dont un politique. Clairement, il s'agissait de plans d'actions, de constituer des bandes pour des hold-up sanglants, de former des groupes politiques d'extrême-gauche pour des attentats. Il était bien question de grandes surfaces, de tueries déguisées en hold-up. Ainsi que de fournir armes et protection à des truands sans qu'ils sachent d'où ça venait. But: créer un climat de déstabilisation pour renforcer le pouvoir et les forces de l'ordre."

Sur les rapports faits à la BSR en 1976, Lekeu ne ment pas. C'est consigné dans des PV d'époque. Mais il n'y est pas question d'un tel plan d'actions.

L'ancien chef du ’Front’, Francis Dossogne, affirme: "Mievis ne m'a passé que des télex sur le terrorisme international d'alors. Aucun dossier de l'état-major. Pas même les fiches BSR qui nous concernaient. Quand Lekeu m'a dit être allé à l'état-major, j'ai écrit à Mievis et nous avons dissous le groupe G. Les enquêteurs ont ma lettre. J'ai été confronté à Mievis."

Pas de projet d'attaque, mais il était bien question de former un groupe au sein des forces armées pour renforcer l'État, une sorte d'Ordre bleu, nous dit un ancien du groupe M (militaire).

Les rapports de la BSR en 1976, transmis directement au commandement de la gendarmerie, n'ont donné lieu plus tard qu'à des mutations. Rien d'autre. Aujourd'hui, certains enquêteurs disent même que la liste originale des membres du groupe G (saisie début 1990) ne correspond pas à celle de la gendarmerie: ici, certains noms auraient été gommés, et d'autres ajoutés, dont Bouhouche (affaire Mendez).

Undercover et privé, pas CIA

Pourquoi, de Floride, en 1989, parler du groupe G? Pour lancer un pavé, dit Martial Lekeu. Mais j'ai raconté alors pas mal d'histoires. Pourquoi y revenir aujourd'hui? J'ai encore peur de la gendarmerie. Je vais porter plainte. Moi, j'estime avoir fait mon devoir. Eux pas.

En Floride, je travaille pour le gouvernement (les douanes) et je fais du renseignement dans ma société, l'International Intelligence Service. Jamais, je n'ai travaillé pour la CIA.

On lui parle alors d'anciens collègues gendarmes, Pattijn et Fiasse, partis à la même époque que lui pour la Floride, où ils exercent des fonctions dans l'église de Scientologie. Une organisation qu'on dit liée à la CIA. Martial Lekeu a un sursaut, puis il affirme n'avoir là-bas aucun contact avec Pattijn ni avec la Scientologie. Rien qu'avec les douanes américaines.

Bron: Le Soir | René Haquin | 23 november 1992