1

Westland New Post (WNP) was een Belgische extreemrechtse en pseudomilitaire organisatie, actief vanaf 1979 of in ieder geval vanaf maart 1981, opgericht door Paul Latinus en leden van de als privé-militie verboden Front de la Jeunesse (FJ).

Ontstaan en doel

WNP zou de groepering zijn geweest van een harde kern afkomstig uit de in 1981 verboden en ontbonden Front de la Jeunesse. De stichter was Paul Latinus. Hij beweerde voor bepaalde inlichtingendiensten te hebben gewerkt (Belgische en Amerikaanse) en onder meer in linkse verenigingen te zijn geïnfiltreerd. WNP verdween in 1984, nadat Paul Latinus dood was aangetroffen en onder de overblijvende WNP-leden verdeeldheid ontstond.

Het doel van WNP zou geweest zijn communistische infiltratie, meer bepaald van de KGB, binnen officiële instanties (leger, staatsveiligheid) te bestrijden. De groep, telde hoop en al tien à vijftien leden (*), onder wie Marcel Barbier en Michel Libert, twee mislukte beroepsmilitairen, die nog van zich zouden laten horen. Een ander lid was Eric Lammers, student aan de Militaire school, die later ter dood zou veroordeeld worden voor de moord op twee diamantairs in Antwerpen.

Nog anderen die als beklaagden verschenen bij het proces tegen WNP in 1988 waren Frédéric Saucez, Jean-Bernard Pèche, Francine Vandenborre, Françoise DurvinPhilippe Vandenherewege en Marc De Jode. Ze werden vrijgesproken van bendevorming op grond van de verjaring. Ze waren allen militairen of ex-militairen en verschenen in oktober 1990 opnieuw, ditmaal voor de Krijgsraad vanwege de diefstal van militaire documenten, wat gelijkstond met hoogverraad. Ook voor deze beschuldiging beslisten de rechters dat de verjaring was ingetreden.

Moorden in de Herdersliedstraat

Marcel Barbier werd op 17 augustus 1983 gearresteerd omwille van een straatruzie waarbij hij een wapen had gebruikt. Er werd een huiszoeking verricht op zijn woonadres in Sint-Gillis, waar ook Michel Libert bleek te wonen. Men vond er, naast wapens, ook allerhande documenten die onder meer afkomstig waren uit het NAVO-hoofdkwartier in Haren. [Meer info over deze straatruzie en arrestatie vind je hier » Forum]

Eén van de gevolgen was dat een dubbele moord die op 18 februari 1982 was bedreven, kon worden opgelost. Een van de slachtoffers was Alphonse Vandermeulen, de ex-man van Barbiers vriendin. Wat gewoon een afrekening onder rivalen bleek te zijn, werd door sommigen voorgesteld als een politiek-geïnspireerde moordpartij. Barbier werd in mei 1987 door het Assisenhof van Brabant veroordeeld tot levenslange hechtenis voor de dubbele moord. Zijn kompaan en medeverdachte Eric Lammers had een sluitend alibi en werd vrijgesproken.

Christian Elnikoff, een ander lid van WNP verklaarde in 1989, vooraleer een mislukte poging tot zelfmoord te ondernemen, dat hij het was, en niet Barbier, die op bevel van Latinus de dubbele moord had gepleegd omdat het vijanden waren.

Activiteiten WNP

De huiszoeking van 1983 liet de tot dan praktisch onbekende WNP door de gerechtelijke diensten beter kennen. Het bleek dat via een paar lagere personeelsleden bij de NAVO allerhande documenten, onder meer telexberichten werden meegenomen. Het was niet a priori duidelijk of ze belang hadden. Volgens de verklaring van de WNP-leden hadden ze willen aantonen dat de beveiliging bij de NAVO zeer onvoldoende was. [Meer info over de diefstal van NAVO-telexen vind je hier » Forum]

Vervolgens bleek dat een commissaris van de Belgische Staatsveiligheid [Christian Smets] aan leden van WNP cursussen had gegeven over het organiseren van een geheime fichier en het schaduwen van personen. De uitleg was naderhand dat de commissaris op die manier WNP penetreerde en informatie kon verzamelen. Dat de kranten vanaf de herfst 1983 uitgebreid over deze organisatie kon berichten, betekende ook in de praktijk de werking ervan.

Bron: Wikipedia

(*) Sommige bronnen spreken over 20, 50 of zelfs 200 leden. Een overzicht van de structuur van WNP en de (onvolledige) ledenlijst vind je hier » Forum

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

Share

2

Uit het verslag van de Tweede Bendecommissie (bijlage 1 en 2):

Het spoor in de richting van de WNP

Wanneer men ondanks de beweringen van de (voormalige) top van de veiligheid van de staat dat er niettegenstaande naarstig speurwerk geen banden zijn ontdekt tussen extreem-rechts en de Bende van Nijvel - gelooft dat de misdaden van deze bende de concretisering vormen van een op destabilisering van de Belgische staat gerichte Strategie van de Spanning, dan spreekt het voor zich dat men op zoek moet gaan naar groepen, organisaties, bewegingen, die een dergelijke strategie hebben willen en kunnen volvoeren. In het algemeen worden deze groepen en/of bewegingen gesitueerd in het extreem-rechtse Brussels-Franstalige milieu.

Historisch gezien ligt dan het belangrijkste aanknopingspunt bij het Front de la Jeunesse. Deze groepering ontstond in 1973-1974 als een soort van jeugdbeweging uit de zgn. NEM-clubs. Dit waren clubs waarvan de leden bestonden uit lezers van het extreem-rechtse tijdschrift Nouvel Europe Magazine (NEM). In 1975 werd vergeefs geprobeerd om vanuit deze clubs een nieuwe politieke beweging, zelfs een nieuwe politieke partij, op te zetten: Forces Nouvelles. Maar terwijl deze beweging bij de verkiezingen van 1977 een zware nederlaag leed, deed het FJ, onder leiding van Francis Dossogne, vanaf dat moment steeds meer van zich spreken.

In de jaren 1978-1980 maakten leden van deze groepering zich schuldig aan brandstichtingen en vernielingen allerhande. Deze acties leidden er niet alleen toe dat de harde kern van het FJ in juni 1981 door de rechtbank te Brussel werd veroordeeld als privé-militie, maar werkten ook in de hand dat er via perspublicaties en via het "parlementair onderzoek betreffende de problemen in verband met de ordehandhaving en de private milities" [de zogenaamde Commissie Wijninckx] meer en meer bekend werd over de organisatie, de werking en de aanhang van het FJ.

Meer bepaald is het relevant om enerzijds te memoreren dat een aantal leden van het FJ daadwerkelijk werd getraind in de beoefening van vechtsporten en in de hantering van vuurwapens, onder meer door militairen op schietbanen van het leger en de politie, en anderzijds dat, volgens verschillende vooraanstaande leden van het (toenmalige) CEPIC, een rechtse formatie binnen de (Brusselse) PSC, geregeld betrekkingen onderhielden met het FJ, in het bijzonder Benoît de Bonvoisin, de penningmeester van het CEPIC; van een structurele, permanente band tussen het CEPIC en het FJ zou echter geen sprake zijn geweest (1).

De Brusselse afdeling van het FJ kwam in 1978 onder de hoede van Paul Latinus. Deze zette zijn medestanders al vrij vlug aan om zich toe te leggen op het verzamelen van inlichtingen over linkse en/of progressieve organisaties en personen. In de loop van 1981, toen het FJ onder de druk van het overheidsoptreden in elkaar stuikte, bracht hij deze activiteit onder in een nieuwe organisatie, de Westland New Post (WNP). Mede omdat nogal wat leden van het vroegere FJ deze organisatie vervoegden, slaagden Latinus en anderen erin haar in Brussel van de grond te trekken en zelfs enigermate te verbreiden naar andere steden van het land.

In de korte tijd van haar bestaan (tot 1983-1984) ontwikkelde de WNP zich niet alleen verder als inlichtingendienst, maar ook tot een organisatie waarvan leden in staat en bereid waren om gewelddadige acties te ondernemen, kortom als een para-militaire organisatie. Haar sterkte - in termen van leden - wordt verschillend ingeschat: sommigen spreken van een twintigtal leden, anderen van vijftig. Maar hoe dan ook, net als het FJ had de WNP op haar beurt, volgens zeggen, ook weer de nodige contacten in het leger en bij de politie, in het bijzonder de rijkswacht.

Of zij op de achterhand eveneens werd gesteund door (belangrijke leden van) een bepaalde politieke formatie, is evenwel niet bekend. Alléén de onderzoeksrechter Schlicker stelde voor de eerste parlementaire onderzoekscommissie dat hem na 1986 was gebleken dat er achter de WNP een heel wat belangrijker organisatie schuilging. Maar hij zei niet welke organisatie dan (2). [Mogelijk heeft Schlicker het over BURAFEX.]

Wat precies het uiteindelijk doel van de WNP was, is evenmin duidelijk. De vroegere top van de veiligheid van de staat, in de persoon van Albert Raes, heeft evenwel meer dan eens naar voren gebracht dat de WNP werd opgericht om zijn dienst in diskrediet te brengen (3). En in deze opvatting staat hij niet alleen: zij wordt ook door journalisten als De Bock onderschreven. Lang heeft deze organisatie evenwel niet bestaan.

Aan haar activiteiten kwam in april 1984 een einde met het overlijden van Latinus. Deze werd toen dood gevonden in zijn huis, hangende aan een electriciteitsdraad. In de voorbije jaren is veel en vaak gespeculeerd over de oorzaak van zijn dood: zelfmoord of moord? De gewezen rechters die de eerste parlementaire onderzoekscommissie bijstonden, kwamen na raadpleging van het betrokken dossier tot de conclusie dat "er geen enkel objectief gegeven (is) ontdekt noch enig ander onbetwistbaar feit van nut om te bepalen of zelfs maar om toe te laten te vermoeden dat er bij de dood van Latinus tussenkomst van derden is geweest." (4) Het gerechtelijk onderzoek terzake werd in elk geval op 3 november 1985 afgesloten met een buitenvervolgingstelling.

Hoe dan ook, reeds in 1983 geloofde de journalist Haquin, met anderen, dat de moordenaars van de Bende van Nijvel terroristen waren en misschien wel behoorden tot de WNP:

"De misdaden van de zogenaamde bende van Nijvel leken volslagen zinloos. De methodes die ze gebruikten, deden denken aan een militaire operatie. Nu had de politie in de kast van WNP-militanten militaire instructies aangetroffen die door speciale legereenheden gebruikt worden. Daar waren ook instructies bij voor aanslagen en sabotage-acties. De procedures die daarin beschreven werden, vertoonden bepaalde gelijkenissen met de methodes van de bende van Nijvel ..."

"Neem nu bijvoorbeeld de overval bij Colruyt in Nijvel. Een Brussels paar werd neergeschoten terwijl ze hun auto aan het bijtanken waren, waarschijnlijk om te beletten dat ze later zouden kunnen getuigen. De inbraak was op dat moment niet eens begonnen. Eerst werden de lijken van de slachtoffers weggebracht en daarna braken de gangsters de gepantserde deur open die toegang gaf tot de stock met levensmiddelen. Ze merkten niet dat ze het alarmsysteem in werking brachten dat verbonden was met de rijkswacht. Twee nietsvermoedende rijkswachters die kwamen aangereden, werden neergeschoten: de ene was op slag dood [Marcel Morue], de ander dankt zijn leven enkel aan het feit dat de kogel afketste op zijn epaulet. De politie zette de achtervolging in. De gangsters, die twee wagens gebruikten, hadden het lef hun achtervolgers klem te rijden en toen het vuur te openen op de politie-auto."

"De openbare opinie was geschokt. De krankzinnige moordenaars van Brabant hadden maar weinig gemeen met klassieke gangsters. Het leek wel of ze vastbesloten waren om iedereen die hen in de weg stond onverbiddelijk neer te knallen en om zoveel mogelijk terreur te zaaien: doden om te doden."

Deze hypothese werd in 1990 nog eens herhaald door de ex-rijkswachter Martial Lekeu, zelf verdacht van extreem-rechtse sympathieën, in een interview met Panorama/De Post. Op de vraag wie nu eigenlijk achter het Bende-complot zit, antwoordt hij:

"Het is duidelijk dat Francis Dossogne, het kopstuk van het Front de la Jeunesse, erachter zit. Er zijn ook rijkswacht- en legerofficieren bij betrokken. En in de eerste plaats Baron de Bonvoisin en het CEPIC. (Heeft u bewijzen?) Ik geef mijn kaarten niet uit handen. Ik wil alleen kwijt dat De Bonvoisin een belangrijk man is in de extreem-rechtse milieus in Europa. Hij heeft veel contacten, héél veel: in de kringen van mensen die het onderzoek doen naar de Bende, in de Generale Staf van de rijkswacht, in extreem-rechts, én in de wereld van de Europese bankiers."

Ook in het licht van zulke uitspraken komt dat Barrez in 1995 tot de overtuiging:

"Een extreem-rechtse groep die men al veel langer aan een nader onderzoek had moeten onderwerpen, is Westland New Post, afgekort WNP. (...) Zo blijft vooral de vraag onbeantwoord of de staatsveiligheid zich heeft beperkt tot het inwinnen van inlichtingen over WNP dan wel of die staatsveiligheid WNP heeft gebruikt, en waarvoor dan wel. De rol van de staatsveiligheid had uitgeklaard moeten raken, en dat is nooit gebeurd. (...) De betekenis van WNP zelf werd al evenmin grondig onderzocht. (...) WNP zelf wordt dan weliswaar ontbonden voor de Bende van Nijvel haar misdaadreeks start, maar dit sluit niet uit dat WNP-leden daaraan hebben deelgenomen. (...) En dit spoor is nooit ernstig onderzocht omdat het niet mag worden onderzocht. De speurders, o.a. BOB'ers (van Waver), die toch in die richting willen zoeken krijgen te horen dat dat niet hoeft."

Bij het vorenstaande moet tot slot wel worden aangetekend dat het lid van de staatsveiligheid dat opereerde in de kring van de WNP, Christian Smets, voor de eerste parlementaire onderzoekscommissie heeft uitgesproken dat:

"[hij] geen aanwijzingen (heeft) gevonden voor de betrokkenheid van WNP bij de zware criminaliteit. Hij ziet geen extreem-rechtse groep die hiervoor in aanmerking zou kunnen genomen worden. Het valt echter niet uit te sluiten dat bepaalde individuen uit het extreem-rechtse milieu hiertoe aangetrokken kunnen geweest zijn."

Noten (ter info, de noten komen ook uit het verslag van de Bendecommissie maar ze hebben in deze post een eigen nummering gekregen omdat niet alle noten overgenomen zijn):

(1) (...) Overigens mag hier nog worden gewezen op de verklaring van de ex-gedelegeerd bestuurder van Securitas Jan Flour in de BRTN-Terzake-uitzending van 9 februari 1996 dat er door een aan De Bonvoisin gelieerde firma, PDG, financiële manipulaties werden bedreven met het oog op de financiering van extreem-rechtse activiteiten.

(2) De Moor schreef op 2 november 1983 in de Knack dat het meest verontrustende aan de WNP nog niet zozeer zijn paramilitair optreden is, "maar wel zijn blijkbaar zeer goed afgeschermde (terreurgroep?) structuur, zijn gesofistikeerde middelen en zijn ook internationale contacten. Bepaalde in beslag genomen documenten bewijzen immers dat het zeker niet de (acht) aangehouden verdachten kunnen zijn die ze opstelden of aan de WNP toespeelden, maar dat er achter de Westland New Post meer geld en hersenen moeten zitten dan hun esoterische wereldbeelden laten vermoeden."

(3) Hierbij past de kanttekening dat de journalist Haquin in de RTBF-Au Nam de la Loi-uitzending van 27 januari 1988 de gedachte heeft geopperd dat de veiligheid van de staat de WNP wel eens meer kan hebben gemanipuleerd dan gewoonlijk wordt gedacht. In dezelfde uitzending beweert de ex-WNP'er Saucez in elk geval dat Mercier die een leidende rol in de WNP speelde, goede contacten met de veiligheid van de staat had.

(4) De advocaat-generaal Jaspar gaf tijdens het verhoor door de eerste parlementaire onderzoekscommissie als zijn mening te kennen dat Latinus was vermoord omdat hij alles over de WNP had verraden aan de commissaris van de gerechtelijke politie Marnette.

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

Share

3

Zoals ook blijkt uit het strafdossier, zijn de onderzoekers te Charleroi in de loop van 1988 kennelijk overtuigd geraakt van het belang van een grondig onderzoek van het spoor van extreem-rechts. In een rapport van de procureur des Konings van Charleroi aan de procureur-generaal te Mons van 25 januari 1989 wordt immers met zoveel woorden gesteld:

"De vorige uiteenzetting verwees meermaals naar de - niet alleen aantrekkelijke, maar thans "huiveringwekkende" hypothese van een mogelijke betrokkenheid van de leden van de harde kern van de extreem-rechtse beweging Westland New Post bij de feiten in Brabant. Dat wil daarom niet zeggen dat wij geloof hechten aan de hypothese van politiek getinte aanslagen, maar veeleer - de gelegenheid maakt de dief - aan de deelname van sommige leden van de beweging aan misdadige projecten van gemeenrechtelijke inslag."

En dan volgt een uiteenzetting over de organisatie van de WNP, het criminele verleden van sommige aanhangers, de rol van Latinus, de relatie tussen enkele WNP'ers en (ex-) rijkswachters, hun connecties weer met Mendez, enzovoort. Ook uit correspondentie, later dit jaar, blijkt dat men absoluut op dit spoor wilde doorgaan. Om diverse redenen was het echter moeilijk om vooruitgang te boeken. Aan de ene kant speelde de afwikkeling van een paar andere strafzaken de onderzoekers parten, aan de andere kant liepen zij vast op de:

"(...) weigering tot spontane medewerking vanwege onderzoeksrechter Hennart te Nijvel. Het is ondenkbaar zijn collega's Lacroix en Troch op te leggen dat aspect van hun onderzoeken op te helderen via het stellen van precieze vragen. Zolang de onderzoeksrechter in Nijvel de geestesgesteldheid heeft waarover ik uw hoge ambt heb ingelicht, zal die situatie aanhouden."

Waar wel nog enigermate op kon worden doorgewerkt, waren de verklaringen van Lekeu (eind augustus 1989 in Orlando afgelegd) over een Groep G in de rijkswacht, de bevindingen van de (ex-) BOB'ers van Waver omtrent de rol van extreem-rechts bij de overvallen van de bende van Nijvel, en de moord op een tipgever (?) als Vandeuren. Via het verhoor van allerhande personen werd nader ingegaan op deze kwesties.

In 1990 ging het onderzoek van het spoor van extreem-rechts, ook naar het oordeel van betrokkenen, echter evenmin erg vooruit. Men stelde zich bij voortduring natuurlijk wel vragen over de manieren waarop (leden van) de WNP, en in het bijzonder Latinus, van doen kon(den) hebben gehad met de bende van Nijvel. Men ondervroeg ook nog wel wat mensen die hier meer zicht op zouden kunnen hebben. Maar één probleem maakte het evenwel onmoge- lijk dit onderzoek goed te doen:

"(...) de door de procureurs-generaal in het raam van het onderzoek-Mendez gewenste uitwisseling van informatie met het arrondissement Nijvel wordt steeds afgeremd door de wil van onderzoeksrechter Hennart. Deze omstandigheid laat niet veel goeds verhopen omtrent de afloop van het onderzoek dat in Charleroi geopend blijft om na te gaan of al dan niet verbanden tussen de "moorden van de bende van Nijvel" en de activiteiten van de heren Bouhouche, Beijer en Amory bestaan."

Bron: Verslag Tweede Bendecommissie (bijlage 3)

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

Share

4

In zijn boek 'Operatie Staatsveiligheid' vat René Haquin Westland New Post waarschijnlijk nog het best samen:

[WNP is] een op militaire leest geschoeide organisatie, waarvan de organisatie als twee druppels water lijkt op die van de nazi’s voor de oorlog. Een vereniging die paraat staat op terreurdaden uit te voeren.

Het boek van Haquin kwam begin 1984 uit. Officieel heeft WNP deze terreurdaden nooit uitgevoerd ...

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

Share

5

A la mort du lieutenant général Renson, le service PIO a été dissout. Dès 1978 les militaires attachés à ce service ont été remplacés tout d’abord par une certaine Mme Legon (2), ensuite par Emile Lecerf (rédacteur du journal Nouvel Europe Magasine lié à Benoît de Bonvoisin).

C’est à cette époque qu’émerge une organisation neo-nazie, dont les structures sont décrites en détail dans le livre de René Haquin "Des Taupes dans l’extrême droite" éditions EPO. Cette organisation, qui avait pour activité essentielle de faire des missions de renseignements et à cette fin des filatures, est dirigée par Paul Latinus, attaché au cabinet de Cecile Goor (ministre de la Règion Bruxelloise, conseiller communal PSC de Woluwe-Saint-Lambert, fort proche de Paul Vanden Boeynants) et a pour "commandeur" un dénommé Karl De Lombaerde, ancien collaborateur SS, et à l’époque, administrateur de la SA Edixcar, société d’édition de l'Eventail, lié à Charles Verpoorten et au groupe "Crédit Commercial et Financier". Ces personnes dirigent actuellement la SA Way Press International, agence de presse qui a diffusé la demande de rançon de la "Brigade Socialiste Révolutionnaire" lors de l’enlèvement de Paul Vanden Boeynants.

La SA Way Press est en relations [hier ontbreekt een stuk tekst in het rapport] (cfr dossier Van Wijck, Gherardi, ...) que l’on retrouve dans le cadre du dossier d’instruction à charge de Bonvoisin, comme administrateur avec Jean-Jacque Mertel D’Aix de la SA International Contact (cfr. supra) constituée pour l’implantation de multiples casinos.

Du PV du Comité Supérieur de Contrôle n° 116 du dossier 52.99.1517/83, il apparaît que le WNP était chargé de diverses missions de renseignements touchant à certains scandales tels les affaires dites:

Bernard Mercier, ancien responsable du CEPIC fort proche de Paul Vanden Boeynants et de Benoît de Bonvoisin était l’un des principaux demandeurs d’intervention du WNP auprès de Latinus. Ces déclarations sont celles de Michel Libert, qui ajout que selon Latinus, le WNP travaillait à la demande de soit Vanden Boeynants, soit Bernard Mercier, soit Noel de Burlin, soit Faez Al Ajjaz, soit Cecile Goor, et qu’il était de temps à autre chargé non seulement du transport de plis contenant divers renseignements, mais aussi de diamants.

Notons que le WNP a fait l’objet d’une enquête relative au double meurtre de la rue Pastorale à Anderlecht, où ont été mis en cause Marcel Barbier et Eric Lammers. Ce dernier, nous l’avons déjà vu plus haut, est un ami de Patrick Haemers.

(2) N’y a-t-il pas un rapport à faire avec la famille Leon à laquelle appartenait la carrosserie qu’a reprise André Dehaut dont nous avons déjà constaté que le commanditaire était Faez Al Ajjaz, ami de Benoît de Bonvoisin et de Paul Latinus?

Bron: Rapport Godbille

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

Share

6

Officieel komt er aan de activiteiten van WNP een einde na de dood van Latinus, maar WNP was reeds in 1983 - na het verraad van Latinus - uit elkaar aan het vallen. Na de vrijlating van Libert in januari 1984 (*) waren er binnen WNP twee groepen:

  1. De groep-Latinus: in die groep zaten o.a. Paul LatinusKarl Delombaerde, Guido Delvaux en Dauphin.

  2. De groep-Libert: in die groep zaten o.a. Michel Libert, Xavier Sandron, de twee zonen-Marbaix, Benoit Delcorps, Christophe Delcorps, Xavier DelcorpsMarcel Barbier en Eric Lammers.

Meer info over die twee groepen vind je hier » Forum

Naast deze twee rivaliserende fracties, was er binnen WNP nog een derde groep actief. Het is onduidelijk wanneer deze groep actief werd, hoogstwaarschijnlijk na de dood van Latinus. Deze groep was pro-geweld. In die groep zaten o.a. Bruno Caille, Elnikoff en Lucien Marbaix.

(*) Ter info: na de ontdekking van WNP richtte Libert zelf twee organisaties op: Les compagnons du Christ Graal en CERSBER.

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

Share

Hoe noemde die derde groep? Ik heb gehoord dat er, in 1984, iemand mensen rekruteerde. Die persoon was +/- 30 jaar oud, bruine of zwart haar (kort geknipt), gewone postuur, wonende te Elsene, droeg een wapen en had een kaart voor het dragen van wapens. Hij ging naar een schietclub waar politiemannen gingen (waarschijnlijk in Jette). Die man was zogezegd lid van een extreme-rechtse partij. Als je lid wou worden moest je 5 nieuwe leden brengen (zoals WNP). De partij noemde iets zoals "Belgique nationale socialiste" of iets in die aard.

Share

8

Whoknows wrote:

Hoe noemde die derde groep?

Het is volgens mij niet zozeer een groep, eerder een fractie binnen WNP. Ik ga er dus vanuit dat zij geen naam hadden.

Hieronder interessant artikel over WNP:

Deze gespierde formatie [WNP] ontstond uit het Front de la Jeunesse en verenigde sinds 1981 het kruim van extreem-rechts. Als de latere WNP-leider Paul Latinus, naar eigen zeggen in opdracht van een Amerikaanse geheime dienst, in 1978 infiltreert in de belangrijkste extreem-rechtse groepering, het Front de la Jeunesse, krijgt hij van Frontleider Francis Dossogne, de opdracht de Brusselse sectie te reorganiseren.

Vanuit die kaderpositie bij het Front haalt Latinus al zeer vlug de meest harde militanten van deze organisatie naar zich toe. Hij trekt ook nieuwe leden aan, die beantwoorden aan de dubbele voorwaarde van zowel virulent anti-communisme als racisme. Eén van hen is Marcel Barbier, die Latinus onvoorwaardelijk trouw zal blijven tot zijn arrestatie in 1983. Die kern van oude en nieuwe militanten organiseert Latinus gedurende de jaren 78-8O in een aparte fractie die los van het Front vergadert. Deze groep van 'harden' ontsnapt op die manier ten dele aan de controle van de officiële leiding, maar zit des te steviger in de greep van Latinus.

Het is die fractie die de rechtbank aanwijst als 'de harde kern' in het proces tegen het Front de la Jeunesse wegens militievorming, dat in 1981 zijn beslag krijgt te Brussel. Het zijn immers de leden van die harde kern die in de hoofdstad tussen l978 en 1980 verschillende kleine aanslagen pleegden tegen lokalen van progressíeve organisatíes en van migrantenverenigingen.

Merkwaardig genoeg hebben de meeste leden van die groep destijds hun straf kunnen ontlopen. Ofwel werden ze gewoon niet vervolgd zoals Paul Latinus en Luk Vankeerberghen, de latere leider van 'Zwarte OrdeE-Ordre Noir' (ZOON); ofwel werden ze bij gebrek aan bewijs vrijgesproken zoals Alain Weykamp en Marcel Barbier. Nog anderen leefden toen al ondergedokén, zoals Jean-Marie Paul en Patricia Bosquet, die in december 1980 naar Paraguay gevlucht waren wegens hun betrokkenheid bij een moord op een migrant in Laken.

De grondige kennis van het Belgisch politie-apparaat en de vlotte samenwerking die Latinus en de zijnen met sommige politiefunctionarissen tot stand brachten, zal daar wel niet vreemd aan zijn.

Het ontstaan van WNP

Het is van bij het begin van de vervolgingen tegen het Front de la Jeunesse dat de leiding zich beetje bij beetje rekenschap gaf dat binnen het Front een aparte structuur functioneerde. Geleidelijk aan verwijderde de FJ-leiding dan ook alle militanten van de fractie Latinus uit de belangrijkste functies, voornamelijk de inlichtingensectie en de veiligheidsfuncties van de organisatie.

Deels daarom besluit Latinus met het Front te breken en een aparte organisatie op te zetten. Een eerste poging daartoe vindt plaats in 1979. Dan sticht Latinus Delta Noord en vertrouwt de leiding ervan toe aan Paul, Bosquet, Barbier en Jean-Paul Matagne. Dat mislukt omdat in december 1980 zowel Paul als Bosquet op de vlucht moeten voor de Belgische Justitie. 0ok Latinus verdwijnt in januari 1981 voor een maand naar Chili met de hulp van het verbindingsbureau van de Chileense geheime politie op de ambassade van dit land te Brussel.

Nog in 1981 poogt de harde kern onder leiding van Marcel Barbier en de latere WNP-militant Jean-Pierre Nemry een putch te plegen in het Front de la Jeunesse, Francis Dossogne van de troon te stoten en hem te vervangen door Michel Libert. De machtsgreep mislukt. Daarop richt Latinus WNP op met Barbier en Libert als voornaamste kaders. In januari 1982 sluit het Front de la Jeunesse Barbier en Nemry definitief uit.

Fichiers

Even ervoor was Barbier er nochtans in geslaagd een fichier over duizenden linkse militanten van bij het Front weg te slepen. Onder meer de informatie daaruit zal in de volgende jaren de pasmunt worden voor zoveel goodwill die WNP van ambtenaren uit verschillende politiekorpsen weet af te kopen. Samen met leden van de BOB te Brussel én met functionarissen van de staatsveiligheid heeft WNP zeker tot in april 1984 inderdaad inlichtingen verzameld over extreem-links.

In oktober 1983 maakte Latinus deze fichier niet zonder enige fierheid over aan het gerecht. Normaal moet hij nu ter griffie liggen en had hij tijdens het proces ter beschikking moeten staan van de jury. De BOB haalde hem echter om onbekende redenen in maart 1986 weg en bracht hem sindsdien nooit meer terug naar het Brusselse justitiepaleis. 

Vertakkingen

Als WNP in 1981 wordt opgericht, is de organisatie dus uitsluitend bemand met dissidenten van het Front de la Jeunesse, die het beleid van het Front veel te lauw vinden. Maar dat zal niet lang duren. Al in 1981 boort WNP contacten aan met gelijkgezinden in andere extreem-rechtse groepen, zoals EPE (Parti Européen) in Brussel, oud-oostfronters gegroepeerd in het Sint-Maartensfonds en militanten van Vlaamse organisaties zoals de VMO, Were DI en Voorpost. Voor deze laatste groep verzorgen WNP-leden overigens al in juni 1981 de beveiliging van de Voorpost-tent bij de Yzerbedevaart in Diksmuide.

Volgens steeds hetzelfde recept worden in al die organisaties enkele met zorg uitgeselecteerde 'harden' aangetrokken. Zo beschikt Latinus in 1982 over een weliswaar beperkte, maar uitgelezen ploeg die het kruim is van wát de extreem-rechtse scène op dat ogenblik in België te bieden heeft. De organisatie heeft leden in Brussel, Waals-Brabant, de streek van Hoei, Gent en Antwerpen

Latinus heeft WNP opgedeeld in grosso modo twee delen: enerzijds een inlichtingendienst, waarvan Michel Libert de leiding heeft en anderzijds een beveiligingsploeg, die geleid wordt door Marcel Barbier. Deze dienst moet de fysieke krachtpatsers aantrekken om commando-acties uit te voeren. De militanten ervan zijn dikwijls ook professioneel terzake onderlegd. Eric Lammers bijvoorbeeld, de tweede beklaagoe in het WNP-moordproces, is vanuit het Front de la Jeunesse mee geëvolueerd naar WNP. Hij staat er onder leiding van Barbier en loopt in 1981 en 1982 cursus in de koninklijke militaire school als kandidaat Rijkswachtofficier.

Barbier zelf kreeg bij het Front al een opleiding in gevechts- en killerstechnieken. Zo verklaart hij aan de justitie dat hij van para-commandant Tony Dossogne, een halfbroer van FJ-leider Francis Dossogne, heeft geleerd hoe men iemand in enkele seconden met een nylondraad kan doden.

In 1981 komt Barbier, na zijn legerdienst bij het paracommandoregiment, na tussenkomst van Latinus, in dienst bij de Amerikaanse bewakingsfirma Wackenhut. Samen met andere WNP-militanten leert hij er 'de stiel', onder leiding van een onderaannemer van Wackenhut, Jean-François Calmette. De zelfstandige veiligheidsadviseur Calmette is van grote betekenis voor WNP. In zijn privé-zaal BIKBA traint hij ook WNP-leden in allerhande vergaande gevechtsdisciplines: full-contact-karate, close-combat en self-defence.

Aanslag synagoge [Meer informatie over deze aanslag vind je hier » Forum]

Daarnaast beschikt Calmette, zeker vanaf 1980 over een eigen ploeg, weeral met WNP’ers, die opdrachten uitvoeren voor derden: voor Wackenhut bijvoorbeeld verzorgen ze de bewaking van het Brusselse winkelcentrum CITY 2 in 1981 en van de Joodse Synagoge aan de Regentschapstraat. Als in 1982 tegen dat gebouw een aanslag wordt gepleegd, die de aanleiding zal zijn voór de oprichting van het anti-terreurcollege door justitieminister Gol, is het uitgerekend de anti-semitische militant Marcel Barbier die er de wacht optrekt. Bij hem thuis worden trouwens in augustus 1983 speciale toegangskaarten en een plan van de synagóge in beslag genomen.

De groep Calmette stelde zich ook ter beschikking van bepaalde politici. Barbier vermeldde na zijn aanhouding in 1983 in dit verband dienstverlening aan de Luikse afdeling van de PS en aan die van de PSC in Brussel. Tenslotte is Calmette ook een wapenspecialist, bekwaamd in de Practical Shooting-discipline en een van de weinigen in de hoofdstad die beslagen is in het aanmaken van munitie. Ook ten behoeve van WNP heeft Calmette kogels geassembleerd.


Ook de man die Latinus in 19ZB als informateur bij de Staatsveiligheid heeft geïntroduceerd, Robert Thomas, is een bekend scherpschutter die vast verbonden is aan de veiligheidsdiensten van de Europese ministerraad in Brussel. Thomas stond voor 1980 ook al in voor de opleiding in anti-terreurtechnieken van de harde kern van het Front.

Politieke terreurgroep

Latinus beschikte in het begin jaren van de tachtig tevens over militanten die beroepsmatig een opleiding kregen van politionele of para-militaire aard. Hij kon daarbij rekenen op specialisten uit de officiële diensten. Het hele opzet bestond er al die jaren in een goed getrainde en politiek geïndoctrineerde stoottroep te vormen die in staat was terreuracties en inlichtingenwerk te verrichten.

Het is met deze gedegen groep militanten dat de WNP-leider vanaf 1981 een reeks operaties opzet. Kenmerkend is dat ze allen de zogenaamde zwakte van de Belgische politie en geheime diensten moeten demonstreren en dus tegelijk aansturen op een versterking ervan. Sommige operaties mikken op het compromitteren van niet-Amerikaans gezinde ambtenaren bij de BOB en de Staatsveiligheid om deze zo uit hun machtspositie te elimineren.

Een paar van die acties zijn inmiddels bekend omdat WNP zelf de óntdekking ervan provoceerde. De meest illustratieve is de diefstal van honderden vertrouwelijke en geheime NAVO-telexen op het transmissiecentrum van de generale staf van het Belgisch leger in Evere onder de ogen van de militaire inlichtingendienst SDRA. [Voor meer info, zie Evere: Diefstal NAVO-telexen]

Vooral in de kijker liep de geslaagde poging om in de periode 1978-1983 een ganse reeks ambtenaren van de Staatsveiligheid zodanig in de WNP-werking in te schakelen dat deze dienst er tot op vandaag danig wordt door gedestabiliseerd. Eén van die ambtenaren, Christian Smets, alias 'De Eend', verscheen trouwens op het proces van de dubbele moord als getuige. WNP beschuldigde hem zelfs van medeplichtigheid aan de moord om de veiligheid nog verder in moeilijkheden te brengen. Diverse collega’s van De Eend, waaronder Joseph Kausse, werden inmiddels door hun overstemd al overgeplaatst en kregen verbod om zich nog in te laten met extreemrechtse subversie omdat ze er blijkbaar zelf al die jaren deel van uitmaakten.

Andere gelijkaardige acties van WNP zijn totaal onbekend gebleven of bleven steken in de fase van planning zoals in het opzet in 1983 om een wapendiefstal te plegen bij het mobiel legioen van de rijkswacht, analoog met de wapenroof die er eind 1981 plaatsvond in de kwartieren van de Dyane-groep. [Voor meer info, zie Operatie Wapendiefstal.]


Eric Lammers en Marcel Barbier die beiden terecht stonden voor het assisenhof zijn dus allesbehalve gewone burgers. Het zijn militanten van WNP, een extreem-rechtse organisatie die deelnam aan de voorbereiding van de moorden, het laten verdwijnen van de bewijsstukken en het creëren van alibi’s. Tenslotte was het WNP-leider Latinus zelf die op 23 september 1983 beide militanten aan de gerechtelijke politie uitleverde.

Bron: Extreem rechts, de politiediensten en de staatsveiligheid | Jan Cappelle

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

Share