11

Belgische staat moet baron de Bonvoisin 100.000 euro betalen

De rechtbank van eerste aanleg in Brussel heeft de Belgische staat en meer bepaald minister van Justitie Annemie Turtelboom veroordeeld tot het betalen van 100.000 euro morele schadevergoeding aan baron Benoît de Bonvoisin. Dat schrijven de Concentrakranten.

Meer » Nieuws

Share

12

Nooit bewezen ... Maar de hele NEM/PDG-machinatie kan toch maar zo duidelijk zijn? Het ganse plaatje bekijkend en met zoveel elementen die in die richting wijzen? Hoe kan het dat dit dan maar niet juridisch hardgemaakt kan worden en alles slechts "circumstantional" blijft?

Share

13

De Bonvoisin werd geboren in 1939 als zoon van baron Pierre de Bonvoisin. Via zijn moederskant was hij kleinzoon van Alexandre Galopin. Al heel jong vertoefde hij in extreem-rechtse milieus. In 1975 stelde hij zijn kasteel te Maizeret in de Ardennen ter beschikking voor een ontmoeting van internationale fascistische organisaties. Op 22november kwamen onder leiding van Emile Lecerf diverse figuren samen zoals Francis Dossogne, Albert Lambert, Sampayo uit Portugal, leden van het Britse National Fronten twee kaders van de Spaanse Fuerza Nueva.

In 1977 werd de Bonvoisin door Paul Vanden Boeynants samen met onder meer Richard van Wijck aangesteld als lid van de Commissie voor het beheer en vermogenvan het legermuseum. Maar de Bonvoisin zou vooral de geschiedenis ingaan als de frauduleuze zakenman die steeds opnieuw in nesten geraakte. Zo speelde hij een onzuivere rol in de krach van Richard van Wijck, en dit via de firma Boomse Metalen. Daarnaast was hijook verwikkeld in het schandaal rond het SVB 3 procédé, waarvan de Bonvoisin geheel onwettig de Zwitserse rechten in 1978 voor 20 miljoen Bfr. verkocht aan Pierre Laurent (behorende tot de groep van Wijck).

Hierbij maakte de Bonvoisin ten onrechte gebruikvan getuigschriften van het ministerie van defensie en een labo aan de Luikse universiteit. Toenmalig minister van defensie Paul Vanden Boeynants wist dan ook aanLaurent te melden dat het SVB 3 procédé nooit door de rijkswacht was uitgetest. Benoit de Bonvoisin was ook een vooraanstaand lid van het nationaal bureau van CEPIC, waarmee zijn firma PDG nauw verbonden was. Een onderzoek door destaatsveiligheid bracht de CEPIC en PDG in verband met de NEM-clubs en zelfs het extreem-rechtse Front de la Jeunesse.

Intermediaire figuur was steeds de Bonvoisin.De zaak zou lang aanslepen, maar in 1995 werd de Bonvoisin uiteindelijk tot 3 jaar effectief veroordeeld in het dossier PDG/CIDEP (de uitgeverij van NEM) wegensafpersing, oplichting en fraude. Ditmaal kon zijn goede vriend Paul Vanden Boeynants hem niet meer het hand boven het hoofd houden. 

Bron: De netwerking van een neo-aristocratische elite | Klaartje Schrijvers

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

Share

14

Een van de topfiguren die de Staatsveiligheid zeker in diskrediet bracht met haar 'gereserveerde' dossiers is baron Benoît de Bonvoisin, ook gekend als de 'zwarte baron'. Hij was de zoon van Pierre de Bonvoisin (1903-1982), de gewezen voorzitter van de Generale Bank, en een adviseur van de controversiële politicus Paul vanden Boeynants. Dat laatste bracht hem hoogstwaarschijnlijk in het vizier van de Staatsveiligheid.

Op 19 mei 1981 onthulde De Morgen een nota van de Staatsveiligheid waarin de Bonvoisin werd genoemd als geldschieter van extreemrechtse groeperingen, zoals het militante Front de la Jeunesse. Hij zou ook van plan geweest zijn de gevluchte neonaziterrorist Eckerhard Weil onderdak te geven in zijn kasteel in de Ardennen. De Staatsveiligheid had die bewuste nota enkele dagen eerder overgemaakt aan minister van Justitie, Philippe Moureaux (PS). Dat gebeurde naar aanleiding van de senaatscommissie die onder leiding van de socialist Jos Wijninckx van juni 1980 tot juli 1981 het machtsmisbruik en de staatsondermijnende praktijken bij de Belgische rijkswacht onderzocht.

Volgens de advocaten van de Bonvoisin heeft geen enkele minister van Justitie de beschuldigingen die de Staatsveiligheid in de nota uitte, ooit publiekelijk weerlegd en dat terwijl het parket van Brussel al in 1983 besloot dat er geen link was tussen de Bonvoisin en de neonazi Eckerhard Weil. In 1990 sprak minister van Justitie Jean Gol zelfs nog een keer over de link tussen die twee. Ook de aantijgingen dat de baron extreemrechts zou financieren - als adviseur van politicus Paul Vanden Boeynants en als penningmeester van het rechtse studiecentrum van zijn partij PSC [CEPIC] - heeft het gerecht doorheen de jaren nooit hard kunnen maken.

Pas in 2009, bijna dertig jaar na de eerste nota van de Staatsveiligheid, bracht het comité I in een rapport opheldering over de manier waarop de fameuze baron was gevolgd (en achtervolgd) door de Staatsveiligheid. Het rapport onthulde hoe de dienst in het begin van de jaren '80 de Bonvoisin in de gaten hield. Het comité I schetste daarbij een allesbehalve rooskleurig plaatje, niet in het minst van het hoofd Albert Raes.

Volgens het rapport opende de Veiligheid van de Staats in december 1980, tijdens de commissie-Wijninckx, een dossier over de Bonvoisin. Het comité I begrijpt nog altijd niet waarom de Staatsveiligheid precies de Bonvoisin brandmerkte als een sleutelfiguur van extreemrechts. Zo werd hij in een eerste nota over de neonazi Weil slechts terloops genoemd, om daarna al snel de persoon te worden die Weil moest opvangen. Het comité I stelde vast dat er binnen de Staatsveiligheid een 'parallel' circuit bestond, een officieuze sectie met getrouwen van topman Raes, over de hoofden van alle lagere chefs heen. Ze mochten zelfs buitensporige middelen inzetten om de Bonvoisin te volgen en in zijn omgeving te infiltreren, zelfs met informanten die riante vergoedingen kregen. Waarom ze dat deden, weten we nog altijd niet.

Het speelde zich allemaal af in de coulissen van de macht. Het comité I constateerde dat de (soms handgeschreven) rapporten over de Bonvoisin helemaal niet gecontroleerd werden. Op verzoek van de top van de Staatsveiligheid werden de beweringen in de rapporten zelfs omgezet van de voorwaardelijke naar de affirmatieve wijs. Dat gebeurde zonder enige analyse, net zoals dat het geval was met de fameuze nota die op 19 mei 1981 in de pers uitlekte. Het was een allesbehalve rooskleurig hoofdstuk in de geschiedenis van de Staatsveiligheid en het is dan ook niet verwonderlijk dat de advocaten van de geviseerde baron in december 2011 een rechtszaak aanspanden tegen de minister van Justitie, als rechtstreekse verantwoordelijke van de Staatsveiligheid.

De gevraagde schadeclaim van 6,25 miljoen euro kreeg de baron niet, alleen een 'morele schadevergoeding' van 100.000 euro. Dat gebeurde in januari 2013. Voor de advocaten van de toen al hoogbejaarde de Bonvoisin voelde het vonnis van de Brusselse rechtbank allerminst als een overwinning aan. "Enkel op het morele vlak is dit nog een overwinning. Voor mijn cliënt, wiens naam dertig jaar lang onterecht is bevuild, is dit maar een magere troost. Zeker als je weet dat, door het slecht functioneren van één dienst van de Belgische staat, de Staatsveiligheid, de carrière en de waardigheid van mijn cliënt zijn besmeurd."

De schadeclaim mocht dan mager uitvallen, de uitspraak was wel een duidelijk bewijs dat de Staatsveiligheid haar dossiers serieus kan misbruiken.

Bron: De geheimen van de Staatsveiligheid | Lars Bové

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

Share

15

(...) Het klaverblad van vier zou echter niet rond zijn zonder de man waarrond in het voorjaar van 1981 het meest van al te doen was. Baron Benoît de Bonvoisin was de jongste jaren lid van het directiecomité en van het nationaal bureau van de CEPIC, ondervoorzitter van het studiecentrum, maar vooral nationaal schatbewaarder en dus belast met de financiering van de CEPIC en dus feitelijk ook van de PSC in het arrondissement Brussel.

De baron loopt niet hoop op met al die publiciteit rond zijn naam, want hij heeft sedert 1974 zijn veelvuldige activiteiten in en rond de CEPIC-leiding met uiterste discretie ontwikkeld. de Bonvoisin is immers nooit voor de kiezers verschenen. Hij verkiest de salons, de cocktails, de diners en vele reizen in het buitenland om ervoor te zorgen dat de ganse VDB-combinatie ook een financieel rendabele onderneming blijft.

de Bonvoisin beweegt zich sedert het ontstaan van de CEPIC op het raakvlak van de politiek en het zakenleven. Vermits België geen reglementering kent inzake de financiering van politieke partijen [na de Agusta-affaire is er in België wel zo'n regeling gekomen, Ben], was er op dit gebied enorm veel mogelijk, op voorwaarde dat de baron onopgemerkt opereerde, geen sporen naliet en nooit in de publiciteit terecht kwam. Zo ook verliep het tot in mei 1981. 

Benoît de Bonvoisin leek in 1974 erg geschikt als contactman van de CEPIC met het grote zakenleven in binnen- en buitenland. Hij had van huize uit daartoe alle troeven meegekregen. Zijn grootvader, Alexandre Galopin (1879-1944) was van 1923 tot 1934 directeur en van 1934 tot 1944 gouverneur van de Société Générale [ter info: Alexandre Galopin werd vermoord, deze zaak is nooit opgelost]. Zijn vader, baron Pierre de Bonvoisin (geboren in 1903), was op zijn beurt directeur van de Société Générale van 1951 tot 1962 en bleef nadien nog tot in 1975 aan het hoofd staan van een ganse reeks belangrijke internationale ondernemingen uit deze groep, waaronder de verzekeringsgroep AG, de Compagnie Immobilière de Belgique, Angola Diamond, Agence Maritime Internationale, de Crédit Foncier International en vele andere.

De familie Bonvoisin had, als vanzelfsprekend, goede contacten met het Belgische Hof, waarmee Benoît de Bonvoisin ook nu nog de beste relaties onderhoudt. Vader Bonvoisin, die rond 1950 in de adelstand verheven werd als 'de' Bonvoisin, was bovendien jarenlang lid van de internationale Bilderbergroep, die werd geleid door prins Bernhard en David Rockefeller, de bankier uit New York (Nouvel Europe Magazine drukte in mei 1981 trouwens een foto af, waarop Benoît de Bonvoisin met David Rockefeller staat afgebeeld). Tenslotte was vader Pierre de Bonvoisin, als jarenlang schatbewaarder van de Belgische sectie der Europese beweging, ook een man met uitmuntende internationale politieke contacten. Ook op dit punt kon zijn zoon Benoît dus met groot gemak in het spoor van zijn vader lopen.

Benoît de Bonvoisin was circa dertig jaar, toen hij in 1969 toetrad tot de Cercle des Nations van Paul Vankerkhoven. Het is niet bekend van wanneer zijn eerste contacten met fascistische figuren zoals Emile Lecerf, precies dateren. Volgens sommige zou Lecerf in 1971 de controle over het maandblad Europe Magazine verworven hebben dankzij de financiële steun van Benoît de Bonvoisin. In dat jaar werd Jo Gérard daar inderdaad aan de dijk gezet en die is sedertdien niet mals in zijn appreciatie van Lecerf en Bonvoisin.

In 1971 stak Emile Lecerf het blad dus in een nieuw kleedje. Het heette voortaan 'Le Nouvel Europe Magazine - La Voix de la Majorité Silencieuse'. Benoît de Bonvoisin liep zelf vanaf 1972 met een perskaart op zak als redacteur van dit extreem-rechtse blad. De relaties tussen de Bonvoisin en Lecerf zijn gebaseerd op een uitstekende politieke verstandhouding. de Bonvoisin schonk vader zelfs het genoegen van enkele vlijmscherpe inside-reportages over de interne keuken van de Société Générale, waarin werd afgerekend met oude vijanden van Pierre de Bonvoisin aan de top van de holding. Ze bevatten informatie die men elders in de Belgische pers nooit te lezen kreeg over deze anders zo hermetisch voor de media afgesloten holdingmaatschappij, de machtigste in het land met een controle over vele industrietakken. Zo ziet men, dat de extreem-rechtse pers, in het geval van de NEM, direct verweven is met de handel en wandel aan de top van het financierskapitaal.

De schoonbroer van Benoit de Bonvoisin, graaf Hervé d'Ursel, zorgde er korte tijd later op zijn beurt voor, dat de NEM financiële middelen toegestoken kreeg. Hervé d'Ursel was in 1969 een van de stichters van de Cercle des Nations, waarvan hij voor vele jaren schatbewaarder was. Samen met de toenmalige voorzitter van de Cercle, baron Adelin van Ypersele de Strihou, stichtte hij ook verschillende vennootschappen. De belangrijkste daarvan, de firma SODEFINA in Brussel, waarvan beiden rond 1972 beheerder waren, financierde spoedig Nouvel Europe Magazine door middel van steeds weerkerende advertenties. Het filiaal FIDUCRE van de firma SODEFINA bleef tot in 1979 één van de ijverigste adverteerders in het blad van Lecerf.

Vanaf 1974 waren beide schoonbroers dus schatbewaarder, graaf Hervé d'Ursel bij de Cercle des Nations, baron Benoît de Bonvoisin bij de CEPIC. Beiden droegen er het hunne toe bij, dat er geldmiddelen terecht kwamen in de kas van het extreem-rechtse blad Nouvel Europe Magazine.

Baron de Bonvoisin bleef nochtans, ondanks zijn nieuwe sleutelfunctie in de CEPIC en in de Brusselse PSC, in nauw contact staan met Emile Lecerf na 1974. Het weekblad Spécial, dat doorgaans zeer goed geïnformeerd was over de Brusselse politieke kringen, schreef lang voor de Staatsveiligheid het allemaal aan de grote klok hing en zonder tegengesproken te worden, op 2 juni 1976:

"Vanden Boeynants wil Benoît de Bonvoisin niet op zijn kabinet, omdat de baron heen en weer loopt tussen de kantoren van het extreem-rechtse blad Europe Magazine en Vanden Boeynants onder het voorwendsel van de uitbouw van de CEPIC."

Bron: Extreem-rechts en de staat | Verschillende auteurs | 1981

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

Share

16

Une "usine à faux" saisie chez le frère de Benoît de Bonvoisin
Juges, policiers, journalistes: "tous agents du KGB"

Le baron Benoît de Bonvoisin a-t-il franchi le "pas de trop" qu'on pouvait craindre depuis si longtemps? Peut-être. Hier en effet, nos confrères du Soir illustré et de La Libre Belgique ont révélé qu'un juge bruxellois a procédé à une série de perquisitions chez le baron et dans son entourage... découvrant ainsi une quantité phénoménale de faux documents - dont certains utilisés par Benoît de Bonvoisin - conçus pour discréditer des dizaines de personnes. Le parquet de Bruxelles a confirmé l'essentiel de ces informations.

Cette nouvelle affaire de Bonvoisin commence à Bruxelles au procès Cidep-PDG (une histoire de faux, d'escroquerie, d'abus de confiance où le baron sera condamné à trois ans de prison). En mars 1995, à l'ouverture du procès, puis en mai à quelques jours du jugement, Benoît de Bonvoisin dépose au tribunal plusieurs documents. Ils émanent d'un "consultant en sécurité", André Moyen, d'un ancien gendarme, Christian Amory, d'un agent de la Sûreté et d'un espion d'une agence de renseignement américaine (la NSA). Ces documents mettent en cause gravement deux enquêteurs de la BSR, l'amie de l'un d'eux (qui serait un agent de l'Est), le substitut Jean-François Godbille (au Ministère public dans le procès !), l'ancien patron de la Sûreté Albert Raes, un de ses anciens agents, Christian Smets. Tous présentés comme les membres d'un complot visant à "avoir la peau" du baron, par une lourde condamnation... ou par son élimination physique!

Mais ces documents sont soit mensongers, soit des faux. Les agents de la Sûreté et de la NSA n'existent pas. La provocation est dans le style du baron qui, depuis des années et malgré plusieurs jugements, hurle qu'il est victime d'un complot fomenté par le KGB et "son agent" Raes. Personne ne s'étonne de cette nouvelle rodomontade; le Parquet classe l'affaire.

Mais à l'automne, un nouveau vent de folie se met à souffler et de nouveaux documents "explosifs" circulent, dans les milieux judiciaires et politiques. Un exemple: des notes du débriefing par les services américains d'un espion russe affirmant que le KGB "gérait" Albert Raes et que l'ancien patron de la Sûreté aurait touché un million de dollars pour prix de sa traîtrise.

C'en est trop. Le procureur du Roi de Bruxelles met l'affaire à l'instruction à la fin du mois de décembre: un dossier de faux, usage de faux et dénonciation calomnieuse est ouvert entre autres à charge de Benoît de Bonvoisin. Le 6 février, sur ordre du juge Goblet, la PJ de Bruxelles perquisitionne chez Benoît de Bonvoisin, chez son frère Pierre, chez le "privé" André Moyen, chez l'avocat bruxellois Jean-Paul Dumont (mêlé, il y a peu, à une sinistre affaire visant le substitut Godbille).

Chez Pierre de Bonvoisin, on découvre plus de 200 documents dont l'immense majorité (sinon la totalité) sont des faux grossiers visant à incriminer des dizaines de personnes. A tel point que le Parquet parle, aujourd'hui, d'une véritable usine de confection de faux.

Parmi ces pièces bouleversantes, des contrats, courriers, rapports tendant à faire croire que plusieurs magistrats (MM. Jean-François Godbille et Pierre Morlet, mais aussi M. Bernard Fabri... qui a condamné le baron à trois ans de prison) sont payés au Luxembourg par le KGB. Les magistrats sont en bonne compagnie, puisque les faux "dénoncent" plusieurs journalistes (Philippe Brewaeys du Soir illustré, Jean-Frederik Deliège de La Libre Belgique, René Haquin du Soir), eux aussi payés par le KGB... tout comme un ex-avocat du baron et plusieurs policiers!

Qui a confectionné ces faux? La question n'est que rhétorique, dit-on au Parquet, car il est clair qu'on peut, dans cette affaire, tirer des liens de complicité et de corréité entre plusieurs faits et plusieurs suspects... contre lesquels une avalanche de plaintes se déclenche.

Bron: Le Soir | Alain Guillaume | 15 februari 1996

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

Share

17

Uitgebreid interview met de Bonvoisin over CEPIC, de Bende van Nijvel, zijn strijd tegen de Staatsveiligheid en extreem-rechts » Nieuws

‘In het kader van een gedegen en betrouwbare onderzoekscommisie ben ik bereid te praten over een aantal onopgeloste gerechtelijke onderzoeken uit de jaren 80. En ik heb het gevoel dat er met de huidige minister van Justitie dingen mogelijk worden.’ De verrassende uitspraak komt van baron Benoît de Bonvoisin.

We hebben er op dat moment een urenlang gesprek met hem opzitten. Bij het buitenstappen krijgen we nog een uitsmijter. ‘Mag ik u een lastige vraag stellen: denkt u dat ik leugens heb verteld?’, vraagt de man die nu al zo’n vijftien jaar met het epitheton ‘de zwarte baron’ door het leven gaat. ‘Wij hebben vooral het gevoel dat u heel veel dingen niet vertelt’, is ons antwoord. ‘Er zijn een heel aantal dingen die ik niet kán vertellen omdat ik zo het leven in gevaar breng van een aantal mensen. Er zijn al genoeg doden gevallen. Ik mag mij gelukkig prijzen dat ze mij enkel burgerlijk hebben afgemaakt.’

Vorige week raakte bekend dat minister van Justitie Stefaan de Clerck op basis van artikel 485 van het wetboek van strafvordering het Hof van Cassatie had bevolen te onderzoeken of in het dossier van baron Benoît de Bonvoisin de magistratuur wel correct heeft gehandeld. Al sinds 1987 beweert de baron dat zijn dossier een toonbeeld is van flagrante rechtsweigering. Hoewel de minister het anders wil laten uitschijnen, werd hij door de magistratuur wandelen gestuurd.

Maandag verschijnt de Bonvoisin voor het Hof van Beroep te Brussel in een poging om een veroordeling tot drie jaar gevangenis (uit juni 1995) ongedaan te maken. Maar wie is die man met wie ook de minister niet graag wordt geassocieerd? We zochten hem op.

Benoît de Bonvoisin is al jarenlang een omstreden figuur, behorend tot de kaste der politiek onzuiveren. De publieke opinie kent hem als de man die extreem-rechts in België financierde en die er niet voor terugdeinsde daarvoor valsheid in geschrifte te plegen. Hij is trouwens op grond van die feiten vorig jaar veroordeeld. Het proces toen draaide om illegaal geld dat via de vennootschappen PDG en Cidep vergaard werd en dat diende om de lonen van het rechtsgezinde blad Nouvelle Europe Magazine (NEM) te betalen en om een privé-inlichtingendienst te financieren die geleid werd door extreem-rechtse figuren als majoor Bougerol. De baron werd beschuldigd van oplichting, verduistering, bankroet en andere fraude met genoemde vennootschappen.

De Bonvoisin is zich altijd heftig tegen dat imago blijven verzetten. Tevergeefs, want publiek gehoor vond hij niet. Onlangs kreeg hij steun uit onverwachte hoek. In zijn boek ‘De weg naar de wanorde’ neemt gewezen agent Robert Chevalier van de Belgische Staatsveiligheid namelijk de verdediging op van de baron. Het boek is één lange aanklacht tegen het beleid van gewezen topman van de Staatsveiligheid Albert Raes.

Chevalier schrijft onder meer: ‘Ik en mijn collega’s van BC2 (de cel die extreem-rechts onderzocht, red.) waren ervan overtuigd dat de CVP en de liberalen Vanden Boeynants wilden uitschakelen via zijn goede vriend De Bonvoisin. De vijanden van VdB stapten naar Albert Raes en vroegen hem om via de Staatsveiligheid bezwarend materiaal tegen De Bonvoisin en VdB te verzamelen’. En verder: ‘Ik denk niet dat hij fascistische ideeën had… Informanten in de extreem-rechtse kringen vertelden mij dat ze niet konden geloven dat De Bonvoisin extreem-rechts financierde’.

Het boek was voor De Bonvoisin een geschenk uit de hemel. Een rehabilitatie kwam er evenwel niet. In de Franstalige pers dook op hetzelfde moment plots het verhaal op van een koffer vol valse documenten (over o.m. de infiltratie van de KGB in ons land) die bij de broer van de baron in beslag was genomen. ‘Trop is teveel’, neemt de baron een gevleugelde uitspraak van zijn vriend VdB over, ‘dat waren documenten die mij een jaar eerder waren overgemaakt. Ik was met een aantal documenten naar het parket gestapt met de vraag na te gaan of er vervalsingen tussen zaten. Dat bleek ook het geval. Nadien werd een huiszoeking gehouden om de rest van de documenten in handen te krijgen en werd een perslek georganiseerd om te doen uitschijnen dat ik die documenten had vervalst. Dit is echt al te grof’.

‘Weet u dat u de eerste Vlaamse journalisten bent die mij in vele jaren om een gesprek hebben gevraagd,’ zegt hij wanneer we binnenkomen. ‘Of eigenlijk niet helemaal. Ooit is een journalist van een Vlaamse krant mij komen interviewen. Maar die mocht uiteindelijk van zijn hoofdredacteur het interview niet publiceren’.

Benoît De Bonvoisin ontvangt ons in zijn statige herenhuis aan de Brusselse Sint-Michielslaan. ‘Nee, ik woon hier helemaal niet alleen, beantwoordt hij onze nieuwsgierigheid. Mijn oude moeder woont hier ook. En de dochter van mijn zus die in Londen woont zit hier bij manier van spreken op kot. En dan is er hier nog een oude oom van mij. in feite en pied-à-terre voor de hele familie. Ik geloof in dit soort van samenlevingsvorm, die eigenlijk om respect voor de ouden van dagen draait. Het is toch beter dat oude mensen geïntegreerd blijven in de maatschappij, in plaats van ze ver weg in bejaardentehuizen te stoppen. Geloof het of niet, maar dit stond destijds ingeschreven in de principes van de CEPIC. De CEPIC was niet het extreem-rechtse clubje dat men er in de publieke opinie altijd van heeft gemaakt.’ (...)

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

Share