1

Op 24 maart 1988 nam de kamercommissie van Justitie een wetsvoorstel aan dat op 2 februari door de Vlaamse socialist Luc Van den Bossche was ingediend. Het voorstel kreeg een zeer lange titel en een bijzonder korte toelichting mee. De gevolgen van dit voorstel en het aannemen ervan zouden indrukwekkend en enigszins beslissend worden voor de justitie in België.

De volledige titel van het voorstel luidde: 'Voorstel tot instelling van een onderzoekscommissie belast met het onderzoek naar het bestaan van een of meerdere groeperingen die er op gericht zijn onze democratische instellingen te ontwrichten of de werking ervan te destabiliseren, de betrokkenheid van deze groeperingen bij recente zware misdaden, ondermeer bij deze toegeschreven aan de zogenaamde Bende van Nijvel en de wijze waarop de onderzoeken naar deze misdaden worden gevoerd.'

Na lange debatten in de kamer en een wijziging van de titel, kon op 24 mei de eerste bendecommissie van start gaan. De commissie heeft over twee jaar 187 vergaderingen gewijd aan de uitvoering van dit onderzoek en heeft 118 getuigen verhoord. In haar eindrapport zal de commissie bevestigen dat er 'duistere machten' aanwezig waren in de onderzoeken.

Onderzoek » Bendecommissie I

2

De gewezen voorzitter van de Eerste Bendecommissie, André Bourgeois (CD&V), is op 18 oktober overleden » Nieuws

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

Op 14 juni 2014 werd ik door een gemeenschappelijke kennis voorgesteld aan André Bourgeois, voorzitter eerste bendecommissie. Nadat de kennis hem vertelde dat ik sterk geïnteresseerd was in het bendeverhaal, stak hij spontaan van wal met onderstaand gesprek, wat ik meteen erna neergeschreven heb. Ik heb toen ook op dit forum een oproep naar vragen gedaan voor een eventueel interview met de man, maar wegens zijn gevorderde leeftijd en gezondheidsproblemen is dit er niet meer van gekomen. Zoals jullie wellicht weten is Dhr. Bourgeois gestorven op 18 oktober 2015 op 87-jarige leeftijd. 

Ik geef hier een integrale versie van het volledig gesprek.

Gesprek André Bourgeois 14/6

Onmiddelijk bereid om over Bende van Nijvel te praten, spontaan vertelt hij:

Voor een "advokaatje uit Izegem" een heel ingrijpend gebeuren om tegenover procureurs, hoge rijkswachtofficieren, als een soort 'rechter' te moeten fungeren. Hij stipt aan dat het uiteraard niet de bedoeling was van de commissie om de daders te vinden, maar wel om te onderzoeken hoe en waar het fout was gelopen met het onderzoek en de nodige conclusies te trekken om groot banditisme beter te kunnen onderzoeken, bestrijden en berechten. Procedure bendecommissie: vóór iedere ondervraging maakt Andre Bourgeois (AB) er een punt van steeds een kwartiertje met de ondervraagde samen te zitten voor de zitting. Deze laatste wordt gerustgesteld, men drinkt samen een koffie en de procedure wordt uitgelegd. Identiteitsbewijs wordt gevraagd. Tijdens de zitting stelt de voorzitter vragen, daarna de andere commissieleden. De commissie wordt door AB beschouwd als een goed draaiend team, dat goed is voorbereid. Hij onderstreept de goede samenwerking met Hugo Coveliers. Over het algemeen loopt de procedure vlot.

Slechts tweemaal loopt het anders:

Wanneer de procureur van Nijvel Deprêtre aan de beurt is. AB: "De man stond werkelijk te beven op zijn benen en was helemaal van slag. Dit was echt niet normaal, die man was zichzelf niet meer. Hij weigerde tenandere te getuigen, waarop ik antwoordde: tja dan moet ik je morgen laten brengen door de gendarmes, is dat wat je wil? Zo kon AB Deprêtre toch overtuigen om te getuigen. De procureur maakte vervolgens duidelijk dat hij niet op vragen wou antwoorden maar wel een tekst wou voorlezen die hij had voorbereid (een viertal A4 tjes). Bij overleg met de commissie leden ontstond hierover een discussie. Coveliers drong erop aan dat hij moest en zou antwoorden. Tenslotte werd overeen gekomen dat Deprêtre maximum een half uur zijn tekst mocht voorlezen en vervolgens op de vragen van de commissieleden moest antwoorden. Zo is het uiteindelijk gegaan.

Maar er was nog meer aan de hand. Het wantrouwen binnen het parket van Nijvel was zo groot dat ik vooraf telefoontjes kreeg van medewerkers van het parket van Nijvel die absoluut wilden aanwezig zijn tijdens de zittingen, ze smeekten er bijna om. Om ze anoniem aanwezig te laten zijn vonden we een oplossing door ze te laten plaatsnemen in de loges van de tolken, waar ze niet zichtbaar aanwezig waren. Er heerste kortom een totaal onderling wantrouwen binnen het parket van Nijvel. Veel later kwam Deprêtre emotioneel naar mij, legde zijn armen om me en zei: "Mille fois merci, Tu m'as sauvé là!", wat ik vreemd vond, want we hadden gewoon gedaan wat van ons werd verwacht, ik heb dat gedrag van Deprêtre nooit begrepen. Een tweede keer dat het fout liep was met die Moens" (slaat zijn ogen in de lucht, maar het er niet verder op in.)"

"Het was een grote vergissing om VDB te ondervragen. Ik kende VDB al jaren, ik wist vooraf dat we niets zouden bijleren. Maar in de pers waren intussen zo'n wilde verhalen verschenen - waarvan de meest volledig onjuist waren, een aantal journalisten waren er op los aan het fantaseren - die VDB in de context van de bende plaatsten. En hij nodigde zichzelf op het laatste moment uit. Toch hebben we ons op korte tijd met een team van vijf personen - en niet de eerste de beste - intensief proberen voor te bereiden op dit verhoor, wat eigenlijk zoals voorspeld niets opleverde. Het gaf dus geen enkele meerwaarde aan de commissie, integendeel."

"Op het eind van de verhoren, stelde zich de vraag hoe het verder moest. Het was duidelijk dat er na alle verhoren veel 'gaten' openbleven waren en zich nieuwe vragen hadden opgeworpen. Een degelijke opvolging was dus aangewezen. Eerst opperde de commissie om alle personen waar nog vraagtekens bijstonden terug te vragen. De meeste mensen binnen de politiek waren niet gewonnen voor dit idee : ge zoudt beter niet doorgaan op die manier zeiden ze, of ge gaat met iedereen boel (ruzie) krijgen'. Er werd dan beslist alles in een lijvig rapport te gieten. Er werd een zeer goed rapport opgesteld in mijn ogen. Een groot aantal justitiële vernieuwingen werden in gang gezet en voor het eerst werd openlijk discussie gevoerd over de 'politieoorlog' en de versnippering van ordediensten. Voor we dit rapport publiek maakten, nodigden we eerst de vijf procureur-generaals uit. Zij kregen als eersten inzage in het rapport. Ze waren hierdoor ergens wel gecharmeerd, en we hoopten op deze manier te vermijden de gerechtelijke wereld tegen ons in het harnas te jagen." Daarna werd het rapport publiek gemaakt.

"Uiteindelijk kwam er later een tweede bendecommissie. Maar intussen was ik minister van Landbouw - wat eigenlijk een zeer internationale job is - en ik vertoefde veel in het buitenland, zo moest ik vaak naar de OESO bijvoorbeeld. Ik had geen tijd om het dossier verder te volgen, maar ik belde regelmatig naar Tony Van Parys om te vragen of ze al 'iets nieuws' hadden gevonden, maar het antwoord was eigenlijk steeds 'neen'."

Op mijn vraag over de controverse rond de vondst in Ronquires. 

Met klem: "Jaloezie. Jaloezie van de ene onderzoeksrechter op de andere. Delta met Troch had schitterend werk geleverd, maar ja de ene vindt iets en de andere niet, dan beginnen ze jaloers te worden en mekaar zwart te maken. De suggestie dat Troch en de zijnen de zakken zelf in het water gegooid zouden hebben is toch te absurd voor woorden. Ze hebben goed en transparant werk geleverd, maar hebben het nooit kunnen voltooien."

Waarom zijn ze opnieuw gaan zoeken op die plaats?

"Ach ja men had opgevangen dat er een Duits team in de buurt was waarop men een beroep zou kunnen doen. Duits staat natuurlijk voor kwaliteit en professionalisme. De indruk bestond dat de vorige duik niet echt professioneel was gebeurd, met slechts één duiker. Vermits het allemaal niet teveel geld mocht kosten, werd het licht op groen gezet om het Duitse team vlug in te schakelen. Er waren immers door getuigen meerdere verdachte bewegingen gemeld in het bos daar (van Houssière) en langs het kanaal van Charleroi. Men heeft toen twee zakken geloof ik gevonden. Met cheques en andere dingen die alleen maar van de daders afkomstig konden zijn. Of het de bedoeling was dat de zakken gevonden zouden worden, weet ik niet. Er werd in ieder geval gezegd dat beide zakken een identieke samenstelling hadden, wat toch vreemd was. Dus zelfs als men één zak vond zouden de conclusies zowat dezelfde zijn."

Over Tinck:

"Nog nooit van gehoord en ik ken ook niemand die er ooit heeft van gehoord. Maar ja de bende is misschien wel twee lagen: onderaan het klein grut, de chauffeurs bijvoorbeeld en andere... Dat er eentje na al die tijd gaat praten kan wel natuurlijk. Maar wat weten die gasten? Niets. De bovenste laag, die men de manipulatoren kan noemen, wat kunnen we daar nog van te weten komen? Deprêtre wou niet weten van die piste, volgens hem waren het enkel criminelen, klein grut. Daarom is het ook fout gelopen in het parket van Nijvel."

"Anderen binnen dat parket hadden een andere mening, maar het mocht niet zijn. Volgens mij, als er één onderdeel van het staatsapparaat mee gemoeid kan zijn, dan misschien de rijkswacht. Die leefden daar in de Leuvensesteenweg in hun eigen wereld. Dat enkelen daar een 'revolutietje' wilden ontketenen of een signaal wilden geven naar de politiek acht ik niet onmogelijk. We zullen het waarschijnlijk nooit te weten komen."

Over de verjaringstermijn:

"De termijn verlengen is het stomste wat men kan doen. Natuurlijk begonnen na de arrestatie alle partijen te roepen dat ze voorstander zijn van een verlenging. Mijn mening: doe het niet. Alleen als de verjaring er komt, kunnen we misschien iets te weten komen. De kans bestaat wel dat er dan iemand die een glas teveel drinkt wat overmoedig wordt en teveel zegt."

Einde gesprek

4

Al te vaak belandt het resultaat van een onderzoekscommissie in de papiermand. De leden van de Bendecommissie die in 1988 het onderzoek naar de misdaden van de Bende van Nijvel onder de loep namen, weten er alles over. De onderzoekscommissie besloot dat de politiediensten slecht samenwerkten en dat hun bevoegdheden overlapten. Maar een grondige hervorming van de politiediensten bleef uit.

Pas na de misdaden van Marc Dutroux, waarin andermaal bleek hoe funest de politieoorlog was, kwam het thema opnieuw op de agenda. De commissie stelde opnieuw voor een ‘geïntegreerde politiedienst gestructureerd op twee niveaus’ uit te werken. Maar ook dit voorstel was op weg naar de vergetelheid, tot Marc Dutroux ontsnapte. Om van een parlementaire onderzoekscommissie ook nuttig werk te maken, is dus enige volharding nodig. Een opvolgingscommissie die regelmatig een stand van uitvoering van de aanbevelingen opmaakt, is niet overbodig.

Bron: www.standaard.be | De Standaard | 24 maart 2015

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

Claude Eerdekens, sur les tueries du Brabant: "Il y a un mobile politique là derrière"

Lors d’une émission de télévision en 1995, M. Claude Eerdekens, figure du parti socialiste, vice-président de la commission d’enquête sur le terrorisme et le grand banditisme déclarait:

"Je suis tout à fait formel, et c’était l’avis des onze commissaires [van de Eerste Bendecommissie], l’enquête a été sabotée parfois par maladresse, involontairement, et parfois volontairement, tout simplement parce qu’il y avait ce que nous appelions la pollution interne des dossiers… cela veut dire qu’à côté des magistrats et surtout des enquêteurs très consciencieux, très honnêtes, acharnés à la recherche de la vérité, il y avait un certain nombre d’enquêteurs qui étaient, en fait, de mèche avec les auteurs [des tueries du Brabant wallon]. (…)

Il y a eu une complicité dans l’appareil d’État à beaucoup de niveaux. (…) Il y a derrière ces "tueries" une force occulte qui les a organisées. Et nous avons fait état [dans le rapport de la commission d’enquête, précise M. Eerdekens] de complicité au sein des forces de police et de gendarmerie. (…)

Il ne fait nul doute que ces crimes qui sont liés par la balistique, par des armes, sont le fait de professionnels, de professionnels non pas du grand banditisme mais de professionnels style commando. Cette opération ne peut être le fait que de terroristes qui peuvent, je dirais, faire des opérations de ce type ou des militaires ou des gendarmes. Il faut vraiment que ce soit des gens spécialisés dans des opérations coup de poing, minutieusement préparés. Ce sont des tueurs froids, des professionnels du meurtre (…). C’est une opération militaire qui a été organisée. Il y a un mobile politique là derrière."

Bron: Mario Spandre | L’État coupable | Jourdan le Clercq Éditions, 2005, pp. 159-160.

Dit is dus het grootste misdaaddossier uit de Belgische misdaadgeschiedenis. Politiek en toenmalige rijkswacht hebben tenminste voor een deel de boel gemanipuleerd en komen er zomaar mee weg. Het is een schande dat er niemand met politieke macht de moed heeft om deze zaak te laten uitspitten. Volgens mij zou het veel beter zijn om een onderzoek naar het onderzoek te voeren dan naar de feiten van de bende zelf.