11

Met alle respect voor de auteurs van dit boek en de daad valt in geen geval goed te praten maar Julien Lahaut had eerst geroepen en was zich waarschijnlijk bewust van mogelijke risico's. Door de Bende van Nijvel zijn meer dan 28 moorden gepleegd en hoogstwaarschijnlijk weet men ook maar al te goed wie de uitvoerders waren en de opdrachtgevers. Nu vraag ik mij af waarom dit boek zoveel media aandacht krijgt en de onschuldige sukkelaars van de Bende van Nijvel, daar word in de media met bijna geen woord meer over gerept.

Share

Dit boek krijgt aandacht omdat het een oude zaak zo goed als volledig uitgeklaard heeft en aantoont dat er destijds heel wat gesjoemeld is om de waarheid te verbergen. Deze zaak kan de eerste stap zijn naar het oplossen van andere politieke "cold cases". Natuurlijk krijgt dit boek vandaag de dag veel aandacht in vergelijking met de Bende van Nijvel. De Bende van Nijvel blijft tot op heden immers een vat vol tegenstrijdigheden, loze beloftes, twijfelachtige getuigenissen, verdwenen bewijsmateriaal en halve waarheden. In een zekere zin is de zaak rond de Bende van Nijvel in dertig jaar geen stap dichter bij de waarheid gekomen. Logisch dus dat de media geen aandacht geven aan een zaak die inmiddels het symbool van Belgisch geklungel is geworden.

Share

13

kenza wrote:

Nu vraag ik mij af waarom dit boek zoveel media aandacht krijgt en de onschuldige sukkelaars van de Bende van Nijvel, daar word in de media met bijna geen woord meer over gerept.

Omdat politieke moorden - en zeker als ze onopgelost blijven - een gevaar zijn voor de democratie. En aan de andere kant kan deze manier van werken ook een oplossing bieden voor andere politieke cold cases zoals de Bende van Nijvel.

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

Share

14

Over de beslissing en de voorbereiding van de aanslag op Julien Lahaut is ons niets bekend. Het materiaal waarover we vandaag beschikken, is echter voldoende coherent om volgende stevige hypothese naar voren te schuiven. Het incident tijdens de eedaflegging van Koninklijke Prins Boudewijn op 11 augustus 1950 was niet de reden om tot een aanslag op Lahaut over te gaan. Het was hoogstens een welgekomen voorwendsel. De ware reden lag in de strijd tegen de communisten, die sinds de oorlog in Korea meer dan ooit als echte vijanden werden beschouwd. Evenmin was François Goossens een losgeslagen individu, dat op eigen houtje tot de aanslag zou hebben beslist. Hij was integendeel een van de spilfiguren in het Netwerk van Moyen.

De Antwerpse tak van dat Netwerk had in 1948 al zitten broeden op een aanslag, maar die was toen door loslippigheid van Kerkhof geannuleerd. Er bestonden in het Netwerk ongetwijfeld uitgewerkte plannen en de mannen die op 18 augustus 1950 naar Seraing trokken deden dat niet onvoorbereid. De wagen met valse nummerplaten en de naam Henderickx - het alias waarmee ze zich bij mevrouw Lahaut aandienden - wijzen daarop, maar ook het tijdstip van de dag en zelfs de kledij. Misschien behoorde ook de zogenaamde student, die enkele weken voor de aanslag aanbelde en om een slaapplaats verzocht, tot het complot. Dat de daders aan een voorbijganger in de rue de la Vecquée naar het huis van Lahaut vroegen had niets te maken met improvisatie, veeleer met zekerheid.

De aanslag verliep volgens een schema dat al tijdens de bezetting was toegepast.

"De operaties werden zorgvuldig voorbereid en zelden of nooit door diegenen die ze zouden uitvoeren, zodat de meest nauwgezette enquête geen verband zou kunnen leggen tussen oorzaak en gevolg, tussen het gaan en komen van inlichtingsagenten die de plaats kwamen opmeten en soms een precies plan maakten, en de 'brigade de choc' die ter plaatste arriveerde, soms van heel ver, om met grote snelheid te opereren en zich terug te trekken naar haar verre thuisbasis zonder een spoor achter te laten."

In 2007, in een ophefmakende getuigenis voor het programma Keerpunt van de Vlaamse televisiezender Canvas, heeft de 83-jarige Eugeen Devillé een aantal zogenaamde onthullingen gedaan. Volgens zijn verklaringen was hij een van de daders en waren er vier personen bij de aanslag betrokken. Dat was nieuw (men had het tot dan toe immers op drie daders gehouden), maar het wordt wel ondersteund door onze analyse van de getuigenissen in het begin van dit boek. Legt men alle bekende gegevens samen, dan gaat het om François Goossens (40 jaar), de broers Alex (30 jaar) en Eugeen (25 jaar) Devillé en hun toekomstige schoonbroer Jan Hamelrijck (24 jaar).

Zijn er ook twee wagens gebruikt zoals dezelfde persoon in zijn verklaringen heeft beweerd? Volgens Eugeen Devillé zaten er in elke wagen twee personen: hijzelf en François Goossens in de ene, zijn broer en toekomstige schoonbroer in de andere. Hoewel men geneigd is een 'bekentenis' van een van de daders zonder meer voor waar aan te nemen, plaatsen we vraagtekens bij die laatste bewering. Mevrouw Lahaut, de naaste buren Broos, Ista en Liesenborgs zien aan de overkant van de straat slechts één wagen.

Dat geldt ook voor andere bewoners of voorbijgangers van de rue de la Vecquée. Emile Eloy (nr. 99, in zijn kelder-keuken), Maurice Sommerain (nr. 102, in zijn open garage), Victor Lhoest (nr. 100, op het voetpad), Gustave Demelenne (op het voetpad aan de Nouvelle Percée) horen of zien onmiddellijk na de schoten slechts één wagen voorbijrijden. Als we de getuigenissen van meneer Brusten en juffrouw Danse herlezen, moeten we concluderen dat er maar één wagen kan zijn: immers, twee mannen lopen te voet van het begin van de straat tot aan het huis van Lahaut (waar is hun wagen?), twee mannen zitten in een wagen en rijden in de richting van Lahauts woning. De twee schutters vluchten in een wagen die met ronkende motor staat te wachten. Een tweede wagen zou in dit scenario betekenen dat er minstens een tweede bestuurder en dus een vijfde persoon is.

Geen enkele getuigenis heeft een tweede wagen gesignaleerd bij de aanslag in de rue de la Vecquée. Het is nochtans niet uitgesloten dat er een tweede wagen - mogelijk de beruchte Vanguard van Goossens zelf - bij de aanslag was betrokken, maar die stond dat verder weg geparkeerd om als vluchtwagen voor twee van de vier daders te kunnen dienen en de politie op het verkeerde been te zetten.

In dezelfde verklaringen voor Canvas beweert Eugeen Defilé dat hij en François Goossens hebben aangebeld. Wie van beiden heeft de dodelijke schoten gelost? Of hebben beide geschoten? Eugeen Defilé verklaart in dat verband dat Goossens zich niet hield aan de afspraak om samen te schieten. Hij, Eugeen, moest de klus alleen klaren. Hij schoot Lahaut neer. De makers van het televisieprogramma voegen er aan toe: "Uit getuigenverklaringen blijkt dat Goossens heeft geschoten bij het weglopen." Die laatste bewering vindt echter geen enkele bevestiging in de bronnen.

Liesenborgs, de enige ooggetuige van de schietpartij, maakt geen onderscheid tussen de twee daders: een die aan de deur zou hebben geschoten, en een die van op straat zou hebben gevuurd. Uit het ballistische onderzoek blijkt bovendien dat er slechts één wapen is gebruikt. We moeten het dus houden bij één schutter. Is dat, volgens zijn eigen verklaring, Eugeen Devillé? Het antwoord zullen we nooit weten. Misschien heeft de betrokkene zichzelf in de kijker willen zetten op een ogenblik dat er geen tegenspraak meer te verwachten viel en nog steeds in de overtuiging - bijna zestig jaar na datum - dat de moord op Lahaut een glorierijke daad was geweest. Als er een afspraak niet gehouden is, dan heeft dat in elk geval niet geleid tot een aarzeling voor de deur zelf. De getuigenissen zijn zeer formeel over de snelheid van de operatie.

Bron: Wie heeft Lahaut Vermoord? | Gerard Emmanuel, De Ridder Widukind, Muller Françoise

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

Share

Staat er in het recente boek iets over een wapenopslagplaats in Sart-Dames-Avelines? Zie nl. onderstaand oud krantenartikel. Of bleek die informatie een kwakkel te zijn?

Nieuw spoor in moord op communist Lahaut - Tipgever wijst naar dezelfde plek als Beijer

Het parket heeft een tip gekregen, die zou kunnen leiden tot de opheldering van de ophefmakende moordaanslag op de communistische voorman Julien Lahaut, nu 44 jaar geleden.

Deze nieuwe wending in een zaak, waarvan iedereen aannam dat ze wel nooit opgelost zou worden, is onrechtstreeks de verdienste van Robert Beijer. Hij maakte, tijdens zijn proces voor het Brabantse assisenhof, vrijdag de ligging bekend van een wapenopslagplaats te Sart-Dames-Avelines. De speurders troffen er vuurwapens, een granaat, explosieven, munitie en documenten aan.

Maar nadien belde een man uit Neufchateau naar het parket van Brussel. Hij zei dat het wapen en een reeks documenten, die de moord op Julien Lahaut in 1950 kunnen helpen oplossen, eveneens in Sart-Dames-Avelines verstopt zijn.

Lahaut werd vermoord nadat hij tijdens de eedaflegging van koning Boudewijn "Vive La République" zou hebben geroepen. Wellicht wordt vandaag naar het bewuste bewijsmateriaal gezocht.

Bron: Het Laatste Nieuws | 17 oktober 1994

Share

16

Merovinger wrote:

Staat er in het recente boek iets over een wapenopslagplaats in Sart-Dames-Avelines? Zie nl. onderstaand oud krantenartikel. Of bleek die informatie een kwakkel te zijn?

Voor zover ik mij kan herinneren, staat er in het boek niets over een wapenopslagplaats in Sart-Dames-Avelines.

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

Share

17

Opinie: De moslim is de communist van de jaren 50

Een Patriot Act, burgerinfiltranten, inperking van de meningsvrijheid, internering van 'gevaarlijke personen' ... Emmanuel Gerard (*) ziet een historische parallel.

Het was een hete zomer die begon met de bloedige aanslag in Nice. En de reacties waren navenant: vandaag ligt de invoering van de noodtoestand op tafel en de procureur-generaal van Brussel werkte zich in de kijker met zijn voorstel om burgerinfiltranten in te schakelen in de strijd tegen het moslimterrorisme (DS 2 september). Hebben wij vandaag nodig wat gisteren ontbrak?

Origineel zijn de voorstellen niet, en de emoties die ze schragen evenmin, want het was bijlange niet de eerste hete zomer in dit land. We gaan even terug naar 1950. In juni van dat jaar brak de oorlog in Korea uit, de eerste openlijke militaire confrontatie tussen het Westen en de communistische wereld. Velen dachten dat dat het begin was van een derde wereldoorlog. De paniek en de angst sloegen toe. De Navo en ook België dreven hun militaire weerbaarheid fors op. De Belgische regering meende bovendien maatregelen te moeten nemen tegen de communisten in eigen land, vermeende agenten van de vijand, bestempeld als de ‘vijfde colonne’.

Op 12 september 1950 was het zover. Premier Joseph Pholien, die aan het hoofd stond van een homogeen CVP-kabinet, kondigde op een persconferentie aan dat alle communisten uit de openbare diensten zouden worden gezet. De communisten vormden een gevaarlijk en vreemd lichaam in de nationale gemeenschap en moesten eruit verwijderd worden. Op welke gronden zo’n uitsluiting precies in haar werk zou gaan was minder duidelijk, en dus duurde het nog tot 4 februari 1951 vooraleer een KB het statuut van de ambtenaren in die zin wijzigde. De maatregel stootte op felle kritiek, onder andere door de mogelijke willekeur in de toepassing. Zij bleef dan ook dode letter. De regering nam nog andere maatregelen, zoals het censureren van de communistische radio-uitzendingen en het verbieden van communistische publicaties in de kazernes.

Julien Lahaut

De regering stond niet alleen in haar campagne, zij werd aangepord door een deel van de publieke opinie. Op 18 augustus 1950, een kleine maand voor de persconferentie van de premier, was de communistische leider Julien Lahaut neergeschoten voor de deur van zijn woning in Seraing.

"Zij die gehandeld hebben zijn van mening dat het tijd is om de gezagsdragers wakker te schudden en aangezien die geen actie willen ondernemen tegen de vijfde colonne, doen zij het in hun plaats." Dat staat te lezen in het beruchte maandrapport dat André Moyen, de man achter de aanslag, twee weken later aan zijn correspondenten bezorgde. "We zijn in oorlog", zo schreef Moyen, en dus was de moord op Lahaut voor hem niets meer dan de executie van een verrader.

De toenmalige procureur-generaal van Brussel had geen periodiek nodig om te pleiten voor burgerinfiltranten. Die waren er al. De parketten van Brussel, Luik en Antwerpen maakten gretig gebruik van het anticommunistisch netwerk van de genoemde Moyen, tot grote ergernis van de Staatsveiligheid die met lede ogen toekeek hoe deze parallelle inlichtingen- en actiedienst haar voor de voeten liep. Moyen en zijn agenten hadden geen officieel statuut, maar voldoende officieuze steun om zich gedekt te weten in hun anticommunistische inlichtingen- en infiltratiewerk.

Omdat het parket en de gerechtelijke politie door deze collusie hun vrijheid van handelen hadden verloren, konden de 'burgerinfiltranten' van 1950 ongestoord hun criminele gang gaan en 'strafbare feiten' plegen, zoals diefstal van gegevens met geweld, bomaanslag, en ook de moord op Julien Lahaut zelf.

Noodtoestand

We leven niet in een normale tijd, verklaarde minister Paul-Willem Segers (CVP) in het parlement: "Wij staan thans, in West-Europa, voor een dubbele vorm van hetzelfde communistisch gevaar: de indringing van buiten en de ondermijning in het binnenland. Wij moeten aan beide gevaren het hoofd bieden’. De regering probeerde daarom de wet van 1939 op de buitengewone machten, bedoeld voor de oorlog, in het gewone wetgevende arsenaal onder te brengen en ze uit te breiden met een nieuwe rechtsfiguur, de zogenaamde ‘toestand van internationale spanning", of anders gezegd: de noodtoestand.

De toestand van internationale spanning moest de regering toelaten preventief op te treden tegen de potentiële vijand en daarvoor enkele rechten en vrijheden op te schorten. Zo zou onder andere het verrichten van nachtelijke huiszoekingen, het interneren van verdachte personen, het instellen van de perscensuur mogelijk worden. Het wetsontwerp overleefde de discussies in de ministerraad niet. Er was onvoldoende draagvlak voor een ontwerp dat op gespannen voet stond met de rechtsstaat, niet in lijn lag met de democratische tradities, en te veel mogelijkheden tot willekeur in zich droeg. Bovendien kon een dergelijke verregaande beslissing onmogelijk door de regeringsmeerderheid alleen worden genomen.

Vervang communisten door moslims en je krijgt heel wat gelijkenissen tussen toen en nu. Oorlog, vijfde colonne, noodtoestand. Maar het déjà vu betreft vooral dezelfde paniekerige en bijna hysterische reactie op wat rondom ons gebeurt: van Patriot Act tot burgerinfiltranten, van inperking van de meningsvrijheid tot internering van "gevaarlijke personen". Vandaag is de kalme afweging zoek, zoals ze dat ook was in 1950. Toen bleek de remedie erger dan de kwaal. Dat is, vrees ik, ook vandaag zo. In Turkije leidt de noodtoestand tot grove excessen, in Frankrijk biedt hij geen oplossing. België heeft geen noodtoestand nodig. Want die opent de deur naar willekeur.

Bron: De Standaard | Emmanuel Gerard | 13 September 2016

(*) Emmanuel Gerard is co-auteur van het boek 'Wie heeft Lahaut vermoord? De geheime koude oorlog in België'.

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

Share

18

Klaartje Schrijvers over de moord op Julien Lahaut:

(...) Rudi Van Doorslaer, die samen met Etienne Verhoeyen een boek schreef over de moord op Julien Lahaut, prees het titanenwerk van Schrijvers. “Door het in kaart brengen van een netwerk van rechtse allianties kan de moord op Lahaut op een dieper niveau worden gecontextualiseerd”, klonk het enthousiast.

Een mooi compliment van Rudi Van Doorslaer. Eigenlijk zegt hij dat u voor een stuk hebt meegeschreven aan de Belgische geschiedenis.

Klaartje Schrijvers: “Ik heb althans een bijzonder aspect van onze geschiedenis belicht waar niet naast valt te kijken. Uit mijn onderzoek blijkt dat in de twintigste eeuw allianties hebben gefunctioneerd die Europa te allen prijze rechts wilden maken. Die organisaties hebben buiten de schijnwerpers bestaan, wars van alle andere evoluties in de voorbije eeuw, zoals de emancipatie van de arbeider.”

“Voor alle duidelijkheid: ik heb de moord op Julien Lahaut niet opgelost (onlangs raakte door een Canvasdocumentaire de echte dader bekend). Maar ik heb wel kunnen aantonen waarom de moord al die jaren nooit is opgelost. Het gaat over meer dan een paar royalisten die beslisten Lahaut een kogel door de kop te jagen omdat hij tijdens de eedaflegging van koning Boudewijn ‘Vive la république’ zou hebben geroepen. Door mijn onderzoek heb ik een ruimere context blootgelegd waarin de moord mogelijk was gemaakt.”

(...)

Hoe bent u er eigenlijk toe gekomen om dat netwerk in beeld te brengen?

“Ik ben altijd al geïntrigeerd geweest door de moord op Julien Lahaut. De symbiose van royalisme en anticommunisme die in ons land tot een macaber hoogtepunt komt, dat is fascinerend. Etienne Verhoeyen en Rudi Van Doorslaer waren bovendien de eersten die na de moord wezen op het bestaan van anticommunistische netwerken in ons land.”

“Tegelijk was ik in mijn licentiaatsverhandeling tot een min of meer gelijklopende vaststelling gekomen. Tijdens de artsenstaking van 1964 kwam de politieke elite tegenover het artsenkorps te staan, dat de liberale waarden van het beroep wilde vrijwaren van het ‘etatisme’. De overheid was immers gewonnen voor meer inmenging in de sociale zekerheid door de salarissen en het aantal consultaties van de artsen vast te leggen.”

“De staking die daarop volgde, was alleen maar mogelijk omdat de artsen zich organiseerden in syndicale kamers. Daar doken plotseling vroegere verzetslui, ex-kolonialen en figuren uit poujadistische partijen op. Wat deden die mensen opeens in dat verhaal? Toen had ik al een vermoeden van een zekere netwerking.”

Zijn de allianties die u hebt geïdentificeerd vandaag nog actief? Het is nog altijd niet duidelijk hoe de moord op Lahaut is kunnen gebeuren en wie precies de opdracht heeft gegeven.

“We mogen niet in complottheorieën denken. Toch is het best mogelijk dat men als het onderzoek naar de moord op Lahaut wordt heropend de werkelijke opdrachtgevers vindt. En ik sluit niet uit dat in dat geval mijn netwerken opduiken, of dat de daders mijn netwerken op zijn minst kruisen. Maar om dat fatsoenlijk te kunnen onderzoeken moet de archiefwet dringend veranderen. Nog altijd is het voor onderzoekers moeilijk om de anticommunistische actie te bestuderen.”

Lees hier het hele interview » Nieuws

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

Share