Hier een interessant interview met "Topas" - de voormalige Stasi-spion bij de NAVO, Rainer Rupp » YouTube

Kort samengevat: 

  • Gladio maakte geen onderdeel uit van het NAVO-hoofdkwartier in Brussel, maar werd vanuit SHAPE/SACEUR in Bergen gerund.

  • Met het verloop der tijden zijn bepaalde Gladio-groepen "ingeslapen" nu een Sowjetische invasie uitbleef en begonnen bepaalde groepen de door hun genoten opleiding te misbruiken door overvallen te plegen.

  • De overvallen in België hadden een criminele dimensie en werden in samenwerking met criminele en extremistische elementen, mede inbegrepen huurlingen uit de Congo, gepleegd.

  • In Italië had Gladio geen criminele, maar een politieke dimensie.

  • Rupp heeft het over de plaatsvervangende baas van de Sûreté (hij zou toen niet over Gladio op de hoogte zijn geweest). Bedoelt Rupp Albert Raes?

Het gedeelte over Gladio begint bij 28:08.

Ergens ooit gevonden, een verslag van het een Gentse studentenclub van een debatavond in 1991 over Gladio.

Gladio, of zo

Donderdag 24 januari 1991 ging het ‘Gladio, of zo’-debat door in het auditorium I, Universiteitsstraat. Normaal zou het panel bestaan hebben uit Hugo Coveliers (mediageile volksvertegenwoordiger en lid van de bendecommissie), professor Johan Vandelanotte (doceert Algemene inleiding tot het Belgische Publiekrecht en Gerechtelijk Recht te Gent en is kabinetschef van Louis Tobback, minister van Binnenlandse Zaken), Jef Geeraerts (woordkunstenaar volgens sommigen, boekenbeursmanipulator volgens anderen, laatste publicatie is Double face), een woordvoerder van het parket-generaal en Walter de Bock (bekwaam journalist voor De Morgen).

Van deze vijf personen waren er rond acht uur nog slechts twee aanwezig. Herinneringen aan een ver verleden en een eerder nummer van dit tijdschrift kwamen stilaan op. Marc wist te vertellen dat hij zopas een telefoontje had ontvangen dat helaas Walter De Bock, die zowat de enige journalist in Vlaanderen is die de materie kent en niet schuwt zijn mening erover te kennen geven, niet aanwezig zou kunnen zijn. (…) Gezien prof. Vandelanotte nog in Brussel was voor de bespreking van de begrotingssituatie met Volksunieminister Schiltz, werd rond kwart na acht van start gegaan. Het publiek bestond vlak voor het debat nog voornamelijk uit mannen met kortgeknipt haar. Later liep het aantal op tot ongeveer 65 personen. (…) De leden van de Militaire School hadden rond half negen de zaal reeds verlaten. Veel mensen werden traditioneel genoteerd uit de Rechten. Ook was er een Spanjaard die het Erasmusproject volgde.

Hugo Coveliers mocht, zoals elementaire beleefdheidsregels dat vereisen, het debat openen met een korte situatieschets. Hij stelde dat de obstructie tegen het onderzoek nog steeds verder gaat. Hij stelde dat de Bende van Nijvel enorm goed op de hoogte was. Waar later op werd teruggekomen was de communautaire compensatie die een maand voor de verkiezingen van 1985 werd doorgevoerd door een aanslag te Aalst (*). Voor Coveliers was het verwonderlijk dat juist die ene aanslag geen welbewust gedode personen bevatte terwijl dat voor al de andere aanslagen in Wallonië wel het geval was.

Ondertussen kwam P.P. met twee linkse vrienden binnen alsook de assistenten van prof. Vandelanotte.

Hugo Coveliers kwam dan op zijn visie op de corruptie. Hij maakte een driedubbel onderscheid tussen de magistraten, de politici en de politie. De politie was vrij eenvoudig om te kopen door hun relatief lage weddes. De magistraten vergden meer geld, maar zij zijn praktisch onschendbaar voor grote of kleine corruptie. De politici, althans zij die voor de mensen die de steekpenningen geven belangrijk zijn, hebben al dusdanig veel financiële onafhankelijkheid om enkel door veel geld en andere informatie, zoals over de Roze Balletten te kunnen worden omgekocht. Voor die informatie volstaat het niet om liefdesrelaties aan te tonen, gezien deze al algemeen aanvaard zijn,. Men heeft homofiele, masochistische of andere door de algemene moraal verworpen zaken nodige om effect te ressorteren.

Coveliers beschuldigde ex-ministers van Justitie en Defensie ervan op het onderzoek door de Bendecommissie meineed te hebben gepleegd. Wie die ministers zijn werd niet vermeld maar men moet geen kenner zijn om in de richting te denken van VDB. Coveliers verwees naar Walter De Bock die het vond opvallen dat telkens een belangrijke politicus ter sprake kwam bij de Bendecommissie, de vergadering onmiddellijk achter gesloten deuren werd verdergezet.

Jef Geeraerts kreeg de ‘wie’-vraag voorgeschoteld. Hij kreeg enkele mogelijkheden: de machtsgroepen, de partijen, de rijkswacht, de staatsveiligheid, VDB, … Voor Geeraerts was het antwoord: allemaal een beetje, maar hij voegde er onmiddellijk aan toe dat alles wel bij de rijkswacht is begonnen. Ondertussen stak Hugo Coveliers zijn pijp op.

Op de vraag ‘waarom’ ging Geeraerts eerst even terug op zijn opvoeding bij de Jezuïeten van wie hij maar twee zaken had geleerd: nadenken en respect voor de taal. Vervolgens stelde hij dat voor een vriend van hem bij de politie één vermoeden leidt naar een toevallige situatie, twee vermoedens wijzen op een verdachte samenloop van omstandigheden, vijftien vermoedens betekenen een spoor naar een belangrijke zaak, naar de rotte plek in de appel België. Zijn veronderstellingen leidden hem naar de Bende van Brussel, een groepje Franssprekenen uit de politiek-militaire sector, waaronder VDB, de Bonvoisin, Bouhouche, Beijer, de groep Dyane en de BOB.

Hij sloot echter Westland New Post uit. Geeraerts verwees naar zijn theorie dat die mensen ageerden vanuit een ideologie van restauratie en de coup zonder bloed in België zagen als het enige middel (**). Volgens Geeraerts vonden zij een korte uitschakeling van de democratie vereist tegen de CCC en andere linkse radicalen. Sommige mensen in het publiek keken even raar op.

Volgens Geeraerts zou Gladio banden hebben met de Amerikaanse FBI en de CIA. De Amerikanen waren van plan om van het nieuwe, ene Europa, een schijnbare Amerikaanse samenleving te maken. Deze stelling lokte een reactie uit bij Coveliers die het gevaarlijk vond de Amerikaanse politiediensten te bezoeken. De bezoeken werden geleid door de DIA, een afdeling van de CIA, en men krijgt er enkel te zien wat niet interessant is. Geeraerts vervolgde dan dat de start van de Gladio-affaire te zoeken is in 1950, met de moord op de communistische senator die zo progressief was ‘Vive la république’ uit te roepen bij de eedaflegging van koning Boudewijn en met de dynamitering van de IJzertoren. Een parallelle situatie werd door de organisatoren van Gladio ontwaard bij de anti-rakettenbetogingen en bij het drugsprobleem dat door Coveliers sterk wordt gerelativeerd.

De moderator vroeg aan Geeraerts wie het brein was van Gladio. Of VDB daar de belangrijkste figuur was. Hij antwoordde dat VDB alleszins over een parallelle intelligentiedienst kon beschikken en dat hij volledige informatie had. Vast staat dat hij coördinator was van vervoer van drugs in diepgevroren vlees en dat een proces-verbaal van goudsmokkel tegen VDB nog door Coveliers gezien was vooraleer dit verdween.

Waarom werd hij ontvoerd door Haemers? Haemers vader was nog een op dienstbetoon geweest bij VDB om zijn zoon vrij te krijgen die beticht werd van de verkrachting van een minderjarig meisje. Negen maanden later was Haemers vrij. Later bleek dat dat Patrick Haemers de installatie deed van verschillende bars in de Porte de Namur, waar ook de Roze Balletten doorgingen.

Omstreeks 21u06 kwam prof. Vandelanotte aan. Coveliers ging nog even verder over de corruptie in dit apenlandje. Alleen in Zwitserland is de situatie nog vergelijkbaar. Wel was het duidelijk dat de wil bij alle politieke partijen is om er iets aan te doen. Hij haalde nog het geval aan van een benoeming van een wapenleverancier door Tindemans te Bangkok en later te Libanon.

De discussie ging dan even op de juridische toer met prof. Vandelanotte. Het ging over het injunctierecht, het seponeringsbeleid, het geringe belang van de correctionele rechter. Coveliers hechtte ook meer belang aan fraude- en milieudelicten die nu, al dan niet bewust, niet veel worden vervolgd.

De moderator bracht het gesprek terug in volkse banen door aan Geeraerts te vragen of de Belgen dan achterlijk zijn, om niets concreet te doen tegen een dergelijke corruptie van top tot teen. Geeraerts noemde de Belgen een ‘vreemd volk’. De Nederlanders hebben meer koppigheid en zijn meer geïnformeerd. Wij zijn wat passiever. En dat blijkt ook uit de hoofdredacteurs van belangrijke Vlaamse kranten die een pers maken die gekweekt is om het regeringsstandpunt te vertolken. Dit in tegenstelling met kranten als het NRC Handelsblad, het Parool, de Volkskrant en zelfs de Telegraaf. Walter De Bock van De Morgen is in deze problematiek een van de weinige uitzonderingen. Maar het werkt frustrerend voor zo iemand om weken, maanden bezig te zijn met een materie, met verschillende journalistieke hoogtepunten, terwijl er geen of weinig reactie is. In Nederland vindt men meer Calvinistische koppigheid. Zo zullen de Nederlanders Eyskens aanpakken over zijn ongehoorde uitspraken over Khaled, de Golf, de Silco-gijzelaars, … Geeraerts vergeleek de Belgen met een ‘ingezakte taart, met lauwe karamelsaus’.

Wie zijn de machthebbers in België? Geeraerts noemde de banken, de industrie, de Boerenbond, Caritas Catholica, de syndicaten (hoewel dit door Coveliers werd gerelativeerd), en door Coveliers aangevuld en door Geeraerts goedgekeurd: het Hof.

Vandelanotte wou ook het belang van verkiezingen in het lichtpunt stellen, hoe marginaal die invloed ook is: de Volksunie heeft de staatshervorming gerealiseerd, Agalev heeft de partijprogramma’s al doen aanpassen. Dit hoofdstukje werd afgesloten met de vermelding dat ondanks het feit dat de Belgen passiever zijn dan Nederlanders, het bij ons niet blijft bij grootsprakerigheid, maar dat onmogelijk geachte hervormingen desondanks erdoor kunnen komen. Coveliers voegde nog even toe dat VDB de voorloper van het Pallieterke heeft gefinancierd. Vandelanotte verwees naar een extreem-rechtse tendens, zoals bij het Front de la Jeunesse. De geboeide lezer zal zonder twijfel het contrast merken met hetgeen hoger werd gezegd door Geeraerts over de CCC en andere linkse radicalen.

Er werd afgesloten met enkele vragen vanwege het publiek. Johan V.R. vroeg of er in België parallelle organisaties zijn zoals de P2 in Italië. P.P. vroeg of de arrestatie van Haemers opgezet spel was. Coveliers zei dat hier een flinke portie geluk bij was gemoeid. Een laatste vraag was die naar nieuwe feiten, de vraag werd nogal verwijtend gesteld door een geëmotioneerde aanwezige. Coveliers was bijgevolg van mening dat het om een rijkswachter ging, gezien op debatten waar Hugo aanwezig is er altijd een lid van de rijkswacht aanwezig is. Dit bleek niet het geval. Het ging om een personeelslid van de R.U.G. Het gesprek ging dan even over het borstbeeld van VDB in het parlement. De Erasmus-spanjaard vermelde overigens in perfect Nederlands, dat in een Spaanse krant stond dat de Spaanse tak van Gladio mee aan de basis lag van de putsch tegen Franco in februari 1982. Coveliers liet nog weten dat het hoofdkwartier van Gladio door De Gaulle uit Parijs werd gezet. Ze waren welkom in Brussel! Het debat werd afgesloten rond kwart na tien.

Na het debat zakten we, en dit wordt stilaan traditioneel, af naar de Cambridge waar we van Coveliers en Geeraerts nog interessante zaken vernemen: zo bleek dat Koning Boudewijn persoonlijk naar het Vatikaan afgereisd om de benoeming van Aartsbisschop Danneels tot Kardinaal tegen te gaan. Danneels had echter betere PR op het Vatikaan. Koningin Fabiola blijkt voorstaand lid te zijn van Opus Dei., de beleggersclub van de kerk, of als u wil, de financiële Werkgroep Gods.

Rond 24u verlieten de schrijver en de volksvertegenwoordiger de Cambridge op weg naar Drongen en Aartselaar.

Bron: een studentenblad | februari 1991

(*) Klopt niet want de verkiezingen waren in oktober 1985. Wel waren op het ogenblik van de overval in Aalst de onderhandelingen lopende voor de regeringsvorming.

(**) Met deze stellingname is het duidelijk dat Geeraerts het WNP-dossier helemaal niet onder knie had.

23

Paul-Henri Spaak, de kleinzoon van de liberale politicus Paul Janson en de neef van een ander liberaal politicus, Paul-Emile Janson, werd lid van de Belgische Socialistische Partij in 1920. Hij was socialistisch volksvertegenwoordiger voor het arrondissement Brussel van 1932 tot 1957 en van 1961 tot 1966. Spaak speelde een beslissende rol in het ontstaan van de NAVO en het daarin werkzaam verband van inlichtingendiensten.

Toen er na WO II een stay-behindnetwerk werd opgericht dat weerstand moest kunnen bieden bij een potentiële bezetting door de Sovjet-Unie, vroeg Sir Steward Menzies, baas van de Britse SIS om samen te werken. Op 7 februari 1949 antwoordde toenmalig premier Spaak:

"Het zou wenselijk zijn dat de drie diensten (de Engelse, de Amerikaanse en de Belgische) nauw samenwerken. Indien twee onder hen, de Amerikaanse en de Engelse, die samenwerking weigeren, zou de toestand van de Belgische dienst uiterst delicaat en moeilijk worden. Ik meen dat het dus onontbeerlijk is dat op het hoogste niveau onderhandelingen worden gevoerd tussen Londen en Washington om dat vraagstuk te regelen. Pas wanneer de resultaten van die onderhandelingen bekend zijn zal het mij mogelijk zijn een definitief standpunt in te nemen."

Dit antwoord leidde tot de Tripartite Meeting Belgium. Daaruit ontstond in 1949 het Comité Clandestin de l’Union Occidentale (CCUO), dat in 1959 vervangen werd door het Clandestine Planning Committee (CPC), en nadien opging in the Allied Coordination Committee (ACC), bestaande uit de leden van het C.C.U.O. en de Verenigde Staten.

Het ACC coördineerde de stay-behind activiteiten, die op de eerste vergadering in april 1959 als volgt werden omschreven: "The ACC is a six-power regional committee for providing mutual consultation and developing policy guidance on matters of common interest regarding stay behind matters in the Western European countries concerned."

Nadat Frankrijk zich in 1966 uit de NAVO terugtrok, verhuisde het ACC samen met het hoofdkwartier van de NAVO van Parijs naar Mons. Spaak werd in 1946 voorzitter van de eerste Algemene Vergadering van de Verenigde Naties en in 1957 secretaris-generaal van de NAVO en bleef dit tot 1961.

Bron: Apache | Walter De Smedt | 18 augustus 2016

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

24

Legerleiding verzweeg bestaan van Gladio aan premier en regeringsstop

Premier Martens en minister van defensie Guy Coëme verklaarden gisteren op een druk bijgewoonde perskonferentie dat ze tot eergisteren niets afwisten van het bestaan van de groep Gladio binnen de inlichtingendienst van het leger, hoewel de dienst al zo'n 40 jaar funktioneert en zelfs aanvragen heeft ingediend voor de aankoop van kommunikatieapparatuur. Ze vernamen het bestaan ervan van de Italiaanse autoriteiten. Minister Coëme is er van overtuigd dat de legerleiding op de hoogte was van het bestaan van de groep.

Coëme heeft de generale staf een administratief onderzoek bevolen naar de redenen waarom het bestaan van Gladio werd verzwegen en om klaarheid te brengen over een eventuele betrokkenheid van de groep bij terroristische aanslagen in ons land, onder meer door de bende van Nijvel, maar ook over eventuele betrokkenheid bij WNP en zelfs de CCC. Premier Martens zei van zijn kant dat de regering "niet afkerig' staat van een "onafhankelijk' onderzoek. Daarmee zette hij eventueel de deur open voor een nieuwe parlementaire onderzoekskommissie zoals de SP ze vrijdag al heeft gevraagd.

Coëme zei vrijdag na de ministerraad nog dat hij bij zijn aantreden als minister op het kabinet van landsverdediging twee grondige briefings heeft gekregen van de legerleiding. Nergens werd het bestaan van de groep daarbij vermeld. Ook premier Martens had tot eergisteren geen weet van het bestaan van de groep. Hij maakte alleen gewag van een bezoek enkele jaren geleden met de toenmalige minister van justitie Jean Gol aan de diensten van de Staatsveiligheid. Daar werd hem toen gevraagd nieuwe kredieten te voorzien voor de aankoop van gesofistikeerde kommunikatieapparatuur onder de naam "Harpoen' waarmee gekodeerde boodschappen konden worden uitgezonden en ontvangen. De premier zei vrijdag dat hij de gegevens daarover nu heeft teruggevonden in de dokumenten over Gladio.

Nadat hij door de Italiaanse autoriteiten was geïnformeerd, heeft Coëme naar zijn zeggen kontakt genomen met de generale staf van het leger die hem onmiddellijk het bestaan heeft bevestigd. Daarop heeft Coëme de premier geïnformeerd. In de omgeving van de premier werd daarover gezegd dat er "zo goed als zeker maatregelen komen tegen de legertop'. Martens zelf zei dat hij niet gelooft dat het om een officiële organizatie gaat binnen het leger, maar om een semi- clandestiene groep.

Sabotage

De dienst werd opgezet binnen de Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid, de inlichtingendienst van het leger, begin van de jaren vijftig, in volle koude oorlog. Daarvan werd toen een minister op de hoogte gebracht, maar sindsdien verdween de groep in het duister, zo luidt het.

Bedoeling was dat de betrokken officieren en geëngageerde burgers, in het geval van een invasie door het Warschaupakt, achter de linies zouden blijven om inlichtingen te verzamelen, vluchtroutes op te zetten en sabotage-daden te verrichten. Volgens Coëme is de sabotage- training al "lange tijd geleden' opgegeven.

Een dergelijke dienst bestaat blijkbaar ook in andere landen, want er bestaat nog altijd een koördinatiekomitee, waarvan een Belgisch generaal momenteel voorzitter is. Coëme wilde zijn naam niet bekend maken, maar het gaat om de verantwoordelijke binnen het leger voor de veiligheids- en informatiedienst. Hij is voorzitter sedert 1 januari en voor twee jaar. Einde oktober kwam het komitee bijeen te Brussel maar volgens Coëme - die met de betrokken generaal heeft gesproken - is daar vooral gesproken over het mogelijke opheffen van de groep gezien de gewijzigde internationaal-politieke situatie.

Volgens premier Martens is de struktuur alleszins een anakronisme geworden waarvan de regering de opheffing wil. Over de wijze waarop dat precies moet gebeuren zal het administratief onderzoek klaarheid moeten brengen. Wel benadrukte Coëme dat nu andermaal de noodzaak is aangetoond van wetgevende initiatieven om het toezicht op de veiligheidsdiensten te versterken. Hij noemde het alleszins "abnormaal' dat hij niet op de hoogte was gebracht van het bestaan van het geheime weerstandsnet.

Bron: De Tijd | 10 november 1990

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

Colonel Legrand: “le service italien était infiltré par la maffia”

Mais le colonel Bernard Legrand concède que les anomalies observées en Italie aient pu conduire à soupçonner son service: “En Italie, il y a eu une infiltration des services clandestins par la mafia italienne. J’ai pu observer lors d’exercices qu’ils n’ont pas cloisonné comme nous entre les agents civils. Les agents se connaissaient ce qui a facilité les dérives et la perte de contrôle. (…) Ils ont aussi conservé une branche “sabotage” jusqu’au bout, ce que nous n’estimions plus utile en Belgique depuis longtemps vu les moyens modernes d’opérer des destructions ciblées”.

Sur l’existence d’éventuels “exercices” de son service lors des dates correspondant aux principales attaques de grands magasins (27 septembre et 9 novembre 1985) il réagit: “J’ai eu des réunions avec mes instructeurs pour être attentif sur cette question. Des consultations d’agendas (…). J’ai la certitude que strictement rien d’anormal ne s’est passé”.

Toch wel grappig hoe ze doen alsof hun neus bloed. De getuigenis van Joël Lhost zal er wel niet mee te maken hebben, en Ciolini bij Haemers en co, huurlingen met een cv om u tegen te zeggen, Axel Zeyen, de Darville-clan en Baugniet. Om maar te beginnen, Massagrande, Bultot. Maar ja, zoals Nitelet zegt, allemaal toeval.

De waarheid schaadt nooit een zaak die rechtvaardig is.

De infiltratie door de maffia is het simpel voorstellen, niet alleen Italië had problemen maar ook Frankrijk met SAC en ex.OAS zat tot over hun oren in drughandel en wapenhandel. En de Zweedse Gladio problemen en Nederlanse Armfelt op de grens met Belgie zijn ook van toepassing.

Sur l’existence d’éventuels “exercices” de son service lors des dates correspondant aux principales attaques de grands magasins (27 septembre et 9 novembre 1985) il réagit: “J’ai eu des réunions avec mes instructeurs pour être attentif sur cette question. Des consultations d’agendas (…). J’ai la certitude que strictement rien d’anormal ne s’est passé”.

En over een op losse cellen gestructureerd op papier niet bestaande netwerk informeert hij zijn instructeurs en agenda's. Wat zou een Belgische kolonel kunnen vertellen over buitenlandse actoren?

De waarheid schaadt nooit een zaak die rechtvaardig is.

Moyen zou in 1948-1949 benaderd geweest zijn door Henri Ribière van de Franse geheime diensten (SDECE), om Gladio-correspondent te worden in België. "Gladio" zou volgens Moyen de naam geweest zijn voor "slapende" Stay Behind-operaties bedoeld voor oorlogssituaties, terwijl "Catena" ook actief zou geweest zijn tijdens vredestijd.

Catena= Massagrande, zijn naam komt zelf voor in het bende dossier, wat deed hij in Belgie op bedevaart gaan naar Scherpenheuvel?

De waarheid schaadt nooit een zaak die rechtvaardig is.