11

En doodgewoon een tof weetje: wanneer Leroy in de gevangenis van Sint-Gillis zit mag hij daar in de bibliotheek werken. Wie werkt daar ook? Marcel Barbier! It's a small world. smile

Trojan wrote:

Ook lid van de loge van het Grootoosten, net zoals Hilaire Beelen en Paul Cams.

Tussen Beelen en Cams is er nog een ander verband, beiden waren lid van het financieel comité van de PVV ten tijde van Willy De Clercq. Waar een topic openen over Hilaire Beelen?

12

Vraag: spreken we hier over dezelfde loge waar Achille Haemers lid van was?

Leroy en drughandel:

De Cobra en de procureur

Romy's opkomst in de drugsscene dateert uit de beginjaren tachtig en werd geschraagd door een paar goede contacten in België. Een daarvan was de beroepsgokker Baptist Andries, die wanneer dat zo uitkwam nuttige informatie uitwisselde met een Brusselse substituut-procureur, Claude Leroy. Die verbinding kwam goed van pas toen in september 1984 een paar uitvoerders van Romy dichtbij Brussel door de politie werden aangehouden met 1300 kilo hasj. De arrestatie bleek het resultaat te zijn van een grootscheeps, internationaal onderzoek naar de activiteiten van Romy en zijn club. De cobra kwam erachter dat daarover bij justitie in Brussel een interessant dossier op de plank lag. En wat belangrijker was: onder het bereik van Leroy. De deal was snel gemaakt. Via Andries betaalde Romy rond de twee ton aan Leroy in ruil voor een kopie van dat dossier.

Daarin stond ondermeer te lezen dat het drugstransport waarbij zijn uitvoerders tegen de lamp waren gelopen was opgezet en begeleid door het Duitse Bundes Kriminalamt. Uitlokking dus en Romy's trawanten kwamen in april 1985 op vrije voeten. Maar het betekende wel het einde van de carrière van Leroy, die eind 1985 wegens schending van het ambtsgeheim tot anderhalf jaar gevangenisstraf werd veroordeeld. Hij ging onmiddellijk in hoger beroep, erop wijzend dat hij met het leveren van informatie aan de onderwereld meer aan de weet wilde komen over de Bende van Nijvel en andere tot dat complex behorende affaires. Een bekend soort smoes die ooit uit Amerika is overgewaaid en die in Nederland bijvoorbeeld door het IRT is gebruikt om de massale doorvoer van allerlei soorten shit te gedogen en zelfs te entameren.

In de loop van het onderzoek tegen Leroy werd ook Romy verhoord. Maar wel op neutraal terrein. In Baarle-Nassau. Volgens de Wong-tapes kreeg Romy daarna "een vrijgeleide naar Marbella om de heer Mansur in de val te lokken. Want de heer Mansur wordt gezien als een van de grootsten in de hasj in de hele wereld. Maar meneer Mansur, die met de PLO te maken heeft, heeft zijn eigen inlichtingendienst en komt daar dus heel snel achter, dus die laat Henk Romy lekker gaan. Henk Romy ging daarop naar Marokko en ging daar lekker de gevangenis in" (Parool 05-11-96).

Romy verdween inderdaad wegens hasjhandel achter de tralies van een Marokkaanse gevangenis. Maar in tegenstelling tot een aanzienlijk aantal Nederlandse vrachtwagenchauffeurs en toeristen die voor hetzelfde delict al dan niet terecht in koning Hassans bunkers huizen, niet voor lang. Begin 1988 werd Romy uitgeleverd aan onze zuiderburen voor hasjsmokkel vanuit Marokko naar België. Hij werd veroordeeld tot tien jaar, maar zat er geen dag voor in de gevangenis. Volgens Belgische bronnen omdat hij "die gegevens heeft over de procureur des konings en over die andere mensen die ze chanteerden". Mogelijk, maar volgens Leroy en diens echtgenote Dominique Mersch kan er ook een andere reden zijn.

De Cobra en de prins

Zowel Leroy zelf als zijn echtgenote bezochten in het voorjaar van 1986 de naar Paraguay gevluchte Jean Bultot, wiens naam prominent voorkomt in alle publicaties met betrekking tot de bende van Nijvel. De voormalige onderdirecteur van de gevangenis in St.Gillis en wapenexpert had eind januari van dat jaar de benen genomen, omdat hij vreesde voor zijn leven. Hij wist teveel. Vanuit Paraguay startte hij een correspondentie met het justitiële onderzoeksteam van Dendermonde onder leiding van rechter Freddy Troch, die de zaak van de Bende onder zich had. Volgens een rapportage van dat team had Bultot daarin onder meer het volgende vermeld: "Claude Leroy werd tijdens zijn proces geconfronteerd met een ongewoon personage: Romy Henk, persoon die superbeschermd wordt door een lid van de koninklijke familie in Nederland. Wanneer Leroy Claude gepoogd had om zulks te verklaren zou hij jong zijn gestorven".

Troch en de zijnen hadden weliswaar andere prioriteiten, maar hun nieuwsgierigheid naar deze kwestie was wel degelijk gewekt. Een citaat uit een ander vertrouwelijk verslag van het onderzoeksteam dd. 32-06-86: "Leroy heeft als magistraat een internationale drugszaak behandeld. In deze zaak zou hij op "iets groots" gestuit zijn. Hooggeplaatste personen die internationaal gezagsdragend zijn, zouden in deze zaak betrokken zijn. Het onderzoek daarin werd uitgevoerd door Frans Reyniers van de gerechtelijke politie in Brussel. Henk Romy diende in deze zaak te worden verhoord. Toen Reyniers op rogatoire - getuigen verhorende - commissie naar Nederland moest, bleek dat Romy al gewaarschuwd was".

Blijkbaar was Leroy nog wat voorzichtig, maar Troch cs. zetten door en op 26 juni is de substituut eindelijk bereid man en paard te noemen: "Op een gegeven ogenblik heeft Leroy een onderzoek in verband met drugs. Het bleek dat er ergens in Vlaanderen een clandestien druglabo werd uitgebaat. Op zeker moment werd een camion geladen met hasj onderschept en inbeslaggenomen. Terwijl de politiediensten alles onderzochten in verband met deze trafiek, gebeurde intussen elders in de omgeving van Antwerpen een trafiek van 25 ton drugs. In deze zaak zouden in België geen vooraanstaande personen zijn betrokken, doch in Nederland zou het kopstuk ervan prins Bernhard zijn. Als uitvoerder in verband met deze drugszaak wordt de naam Romy Henk genoemd, man die grote sier voert in Nederland, aldaar de hand boven het hoofd wordt gehouden door ?. Intussen werd Romy Henk in Marokko aangehouden, maar over zijn uitlevering werd op geen enkel ogenblik gesproken. In dit verband spreekt Leroy ook over een zekere Andries, die voor Romy Henk zou werken en drugs zou verhandelen".

De slangenkuil

De ontboezemingen van Leroy lijken op het eerste gezicht sterk op die van een stamineebezoeker na twintig glazen Kwak. Maar wie in dit verband weer eens een bescheiden blik werpt op de lijst van KZH's vrienden, onder wie vele hooggeplaatste personen die internationaal gezagsdragend zijn, bekruipt onwillekeurig toch een gevoel van herkenning.

Zoals al in eerdere afleveringen aan de orde kwam, droeg noch het OSJ- noch het Comtrax/FI-netwerk waarmee de prins gelieerd was een erg koosjer karakter. Verbindingen binnen dit kader met Syrische wapen- en drugsclan van al-Khassar, met de maffia, met (ex-) nazi's en de regimes van Paraguay, Marokko en Pakistan die kapitalen verdienden aan, cq. op de been bleven dankzij de drugshandel, liggen dicht onder de oppervlakte. Om maar niet te spreken van de connecties die ZKH indertijd onderhield met mensen als de maffia- en Mossadbankier Tibor Rosenbaum en de internationale wapen- en drugsfinancier Robert Vesco. En de huidige relatie via de exclusieve greens van een extravagante golfclub in Spanje tussen ZKH en George Bush, de regisseur van een formidabele stroom van wapens voor drugsdeals in het Midden-Oosten en Latijns-Amerika.

Het is dus misschien wel wat onverwacht dat de naam van de prins opduikt in het Belgische Bende van Nijvel-dossier, maar echt vreemd is het ook weer niet.

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 322 | 18 juni 1998 | Jan Portein

De waarheid schaadt nooit een zaak die rechtvaardig is.
the end wrote:

Een citaat uit een ander vertrouwelijk verslag van het onderzoeksteam dd. 32-06-86: "Leroy heeft als magistraat een internationale drugszaak behandeld. In deze zaak zou hij op "iets groots" gestuit zijn. Hooggeplaatste personen die internationaal gezagsdragend zijn, zouden in deze zaak betrokken zijn.

Men moet eens kijken wat er rond die periode in het parlement beslist werd ivm. met de nationale veiligheid en de verantwoordelijkheid in het onderzoek naar misdaad en terrorisme.

De waarheid schaadt nooit een zaak die rechtvaardig is.

15

the end wrote:

Verbindingen binnen dit kader met Syrische wapen- en drugsclan van al-Khassar, met de maffia, met (ex-) nazi's en de regimes van Paraguay, Marokko en Pakistan die kapitalen verdienden aan, cq. op de been bleven dankzij de drugshandel, liggen dicht onder de oppervlakte. Om maar niet te spreken van de connecties die ZKH indertijd onderhield met mensen als de maffia- en Mossadbankier Tibor Rosenbaum en de internationale wapen- en drugsfinancier Robert Vesco.

Enig verband met Al-Ajjaz?

Het kan bijna niet anders. Er is ook nog Armfelt die mooi past in die wereld die contacten had met Al-Ajjaz. Zeker is dat WNP-leden probeerden te infiltreren in drugsnetwerken met Nederland, ook Beijer kent die wereld heel goed. Nu die ex-nazi's hierboven waar sprake van is, is voornamelijk Barbie. Hij kende Amsterdam goed want was er tijdens WWII, en zijn dochter kwam regelmatig naar Amsterdam.

Ook nog; Romy moest zijn drugs in Belgie komen halen, drugs voor wapens?

De waarheid schaadt nooit een zaak die rechtvaardig is.
the end wrote:

Verbindingen binnen dit kader met Syrische wapen- en drugsclan van al-Khassar, met de maffia, met (ex-) nazi's en de regimes van Paraguay, Marokko en Pakistan die kapitalen verdienden aan, cq. op de been bleven dankzij de drugshandel, liggen dicht onder de oppervlakte. Om maar niet te spreken van de connecties die ZKH indertijd onderhield met mensen als de maffia- en Mossadbankier Tibor Rosenbaum en de internationale wapen- en drugsfinancier Robert Vesco.

Die Al Khassa is interessant. Hij is in '72 in Zweden opgepakt voor drugshandel (hij woonde er). 1972 en drugshandel met Zweden, is er een link met SAC » Forum

De waarheid schaadt nooit een zaak die rechtvaardig is.

18

In de nota's van Willy Acke kan je lezen welke informatie men in Dendermonde had verzameld over Claude Leroy op grond van zijn agenda 1984 - 85. Indrukwekkend met wie de man zoal afspraken had, o.a. Gol, Pourtois, Vienne, Le Jambon, Willy Michiels...

19

En Frantsevitch?!

Op 12 april 2013 ontving de deontologische raad van journalistiek een klacht van Claude Leroy tegen de artikels van Eric Louyet die op 31 maart 2013 en 2 april 2013 verschenen zijn in de diverse edities van de kranten van SudPresse. Leroy kloeg over fouten in het onderzoek naar de waarheid en partijdige informatie, de afwezigheid om weerwoord te bieden, laster en smaad dewelke zonder verantwoording schade berokkenen aan zijn eer.

De raad heeft de klacht ontvankelijk en helemaal gerechtvaardigd verklaard. Volgens de raad ging de journalist flink in de fout bij het schrijven van zijn artikels. Zo had de journalist enkel wat vluchtig opzoekwerk gedaan op het internet zonder de informatie te controleren. De krant werd dan ook verzocht om de beslissing van de raad te publiceren. SudPresse had ondertussen al laten weten dat ze de verdere samenwerking met de journalist inmiddels had stopgezet.

Ziehier de analyse en het besluit van de deontologische raad:

Conseil de déontologie - Avis du 11 septembre 2013 - C. Leroy contre E. Louyet / SudPresse
Enjeux : vérification des sources, rigueur, informations fausses, atteinte à l’honneur, calomnie.

Origine et chronologie:
Le 12 avril, le CDJ a reçu une plainte envoyée par M. Claude Leroy, ancien magistrat, contre des articles signés par Eric Louyet et publiés dans les diverses éditions de SudPresse le 31 mars et le 2 avril 2013. La plainte était recevable. Le média et le journaliste en ont été informés le 17 avril. Eric Louyet a réagi le 23 du même mois. SudPresse n’a pas argumenté sur le fond (malgré des rappels le 24 mai et le 1er juillet) mais a simplement signalé le 18 avril qu’il avait cessé toute collaboration avec le journaliste.
Les arguments du journaliste ont été communiqués au plaignant le 14 mai. Il y a répondu le 23 mai.

Les faits:
M. Claude Leroy a occupé la chronique judiciaire après les tueries du Brabant wallon. Son nom a été associé à celui de Jean Bultot. Fin février 2013, il a assisté aux funérailles de son ex-épouse. Une personne présente a ensuite contacté la rédaction de La Capitale (SudPresse) pour fournir des informations. Un article a été publié le 31 mars dans le supplément dominical de SudPresse 7Dimanche et un autre le 2 avril dans les éditions de quotidien. Les deux contenus ne sont pas identiques mais se recoupent largement.

Contenu des articles:
Après une information sur la défunte, le journaliste présente Claude Leroy comme traînant « de nombreuses casseroles » dont des faits de proxénétisme. Cette information est donnée une fois sous forme de citation du témoin et une fois comme affirmation du journaliste. Plus loin, les articles rappellent qu’il a été emprisonné « dans le cadre d’une affaire de drogue ».
L’article « toutes éditions » contient aussi des appréciations sur le plaignant, toutes sous forme de citation du témoin : « pas un tendre… envie de changer de trottoir quand on le croise »; « pas en bons termes avec son ex-famille » ; « il était là en repérage » ; « son attitude était louche ». Les deux articles se terminent sur la suggestion que la clé des tueries du Brabant pourrait se trouver chez le plaignant.

Demande de récusation : N.

Les arguments des parties (résumés):

Le plaignant :
L’article contient des informations fausses : le plaignant dit qu’il n’a jamais été condamné pour proxénétisme et fournit un extrait de casier judiciaire qui le prouve. Il conteste aussi avoir été emprisonné pour une affaire de drogue. Ces informations sont calomnieuses selon M. Leroy. Elles ne sont que la retranscription de ragots, sans vérification. Autre information fausse, uniquement dans l’article de 7Dimanche : le décès, écrasé par un arbre, de Jean Bultot (qui a accordé une interview à SudPresse cinq jours plus tard) ; le journaliste a confondu avec M. Bouhouche, ce qui atteste de son manque de sérieux. De même, l’affirmation jamais invoquée auparavant que la défunte a assisté à la tuerie d’Overijse.
Il y a aussi de la calomnie dans les appréciations fausses et non recoupées du témoin ainsi que dans l’insinuation que le plaignant détient la clé des tueries du Brabant. L’inexpérience d’un jeune journaliste n’excuse pas ce manque de rigueur et de sérieux qui portent atteinte à l’honneur du plaignant. Celui-ci n’a pas eu l’occasion de faire valoir son point de vue, ce qui aurait permis de rectifier les accusations erronées.

Le journaliste :
L’auteur explique que, collaborateur pigiste le week-end pour La Capitale, il a reçu des déclarations d’un témoin des funérailles. Il a proposé un article et la rédaction lui a demandé d’étoffer celui-ci pour le diffuser dans toutes les éditions. Pris par le temps, il dit avoir parcouru des informations éparses sur l’internet sans les recouper sérieusement. Il présente ses excuses pour ces approximations et erreurs. Les informations données par le (seul) témoin ont été vérifiées dans d’anciens articles de presse. C’est le témoin qui a parlé de proxénétisme. Le journaliste reconnaît qu’il aurait dû contacter le plaignant ; il ne l’a pas fait parce que les informations ont déjà été publiées dans le passé.
L’erreur relative à la mort de Jean Bultot résulte d’une rumeur reprise sans vérification. Les appréciations sur l’attitude de Claude Leroy aux funérailles et sur ses relations avec son ex-belle famille expriment le ressenti du témoin.

Le média :
Il revient au journaliste de répondre aux arguments du plaignant. SudPresse a mis fin dès le lendemain de la publication à toute relation de travail avec lui. L’information erronée sur le décès de Jean Bultot a été corrigée par l’interview publiée le 5 avril.

Tentative de médiation : N.

L’avis du CDJ :
1. A propos de faute dans la recherche de la vérité et d’information partiale
Le journaliste auteur des articles reconnaît ne s’être basé que sur une seule source personnelle qu’il cite à plusieurs reprises. Il a aussi consulté des sites web mais admet que, pris par le temps, il n’a pu que parcourir rapidement les informations éparses sans pouvoir les recouper sérieusement. Les diverses affirmations qui donnent une connotation négative à l’article proviennent de cette source personnelle unique. Il y a là incontestablement un défaut dans la recherche de la vérité pour absence de vérification de sources et manque de rigueur.
Ce défaut de vérification débouche sur des erreurs factuelles importantes comme l’accusation d’avoir trempé dans des affaires de proxénétisme et de drogue. La référence au proxénétisme n’apparaît nulle part si ce n’est dans la bouche du témoin. La condamnation pour drogue est imprécise : le plaignant a été poursuivi pour avoir aidé des trafiquants et a été condamné pour violation de secret professionnel, association de malfaiteurs…. Certes, « on ne peut assimiler chaque erreur à une faute déontologique » (CDJ, avis 13-18). Mais l’erreur porte ici sur des accusations graves qui auraient dû être vérifiées. Quant à l’annonce inexacte de la mort de Jean Bultot, le journaliste reconnaît qu’il s’agit d’une rumeur non recoupée.

2. A propos d’absence de possibilité de réplique et de diffamation
Les faits et attitudes attribués au plaignant sont des accusations graves qui lui sont certainement dommageables alors que soit elles sont fausses, soit elles ne reposent que sur le témoignage d’une seule personne. Le fait d’avoir déjà été condamné en justice n’efface pas le droit d’une personne à voir son honneur respecté. Ce nouveau dommage aurait pu être évité en donnant au plaignant l’occasion de répliquer, comme la déontologie journalistique le prévoit. Le fait que l’article a été publié un mois après les faits mentionnés indique bien qu’aucune urgence ne justifiait de négliger cette possibilité de réaction du plaignant. Il y a ici aussi un manquement à la déontologie.
L’auteur de l’article porte une part de responsabilité dans les fautes commises. Celles-ci sont aussi imputables aux responsables de la rédaction qui ont pris la décision de publier l’article. Le fait d’avoir mis fin à la collaboration avec le journaliste n’exonère pas la rédaction de cette responsabilité.

La décision : la plainte est fondée.

Demande de publication:
Le CDJ demande à SudPresse de publier intégralement – titre compris – dans toutes ses éditions le texte suivant, dans un délai de trois jours après l’envoi de l’avis :

« SudPresse a porté atteinte à l’honneur de M. Claude Leroy
Ce 11 septembre, le Conseil de déontologie journalistique (CDJ) a constaté que SudPresse a commis une faute déontologique en publiant des informations non vérifiées dans ses éditions du 2 avril 2013 et dans 7Dimanche du 31 mars 2013. Ces informations, qui concernent l’ancien magistrat Claude Leroy, portent sans justification atteinte à son honneur.
Selon les articles en question, M. Leroy a assisté aux funérailles de son ex-épouse. Un témoin a indiqué qu’il y aurait eu une attitude bizarre voire menaçante. Le journaliste auteur de l’article a reconnu l’erreur de ne s’être basé que sur cette seule source et sur quelques indications en ligne éparses pour écrire son article. C’est à tort qu’il a écrit que M. Leroy a été condamné pour proxénétisme et que Jean Bultot, lui aussi cité à propos des tueries du Brabant, est décédé. M. Bultot a d’ailleurs accordé une interview à SudPresse quelques jours plus tard. M. Leroy a certes déjà été condamné pour d’autres faits. Il n’empêche que, pour le Conseil de déontologie, ces informations non vérifiées et fausses portent atteinte à son honneur.

Le CDJ constate que SudPresse a cessé toute collaboration avec le journaliste pigiste auteur de ces fautes déontologiques. Il affirme cependant que la rédaction porte de toute façon la responsabilité finale d’accepter ou non des articles. La rédaction de SudPresse partage donc avec le journaliste la responsabilité des fautes commises. »

Opinions minoritaires : N.

La composition du CDJ lors de l’approbation de l’avis:
Journalistes : Dominique Demoulin, François Descy, Bruno Godaert

Editeurs: Margaret Boribo, Marc de Haan, Alain Lambrechts, Dominique d’Olne, Laurent Haulotte
Rédacteurs en chef: /
Société civile: Jacques Englebert, Jean-Marie Quairiat, Marc Swaels, Benoît van der Meerschen
Ont également participé à la discussion: Jérémie Detober, Gabrielle Lefèvre, Catherine Anciaux, Daniel Fesler, Jean-Jacques Jespers.