Na Raes kregen eerst Stéphane Schewebach maar vooral Bart van Lijsebeth (met ingang van 1994) de expliciete opdracht 'De Veiligheid van de Staat' op te kuisen. Van Lijsebeth had toen zijn strepen verdiend als eerste substituut-procureur des Konings van Brussel (sedert 1982) met onder meer de uitlevering van Patrick Haemers. Hij bleef tot de herfst van 1999 grote baas van de Staatsveiligheid en werd erg gerespecteerd. Zijn memoires zouden goud waard zijn.

52

Beschikt er iemand over de volledige verklaring van Albert Raes inzake zijn verhoor in de Bendecommissie aub? Dit om te kunnen vergelijken met de info dat mij is toegekomen. Dit zou mij een verplaatsing naar Brussel kunnen uitsparen. Waarvoor dank bij voorbaat.

Tijdens zijn verhoor voor de Eerste Bendecommissie haalde Paul Vanden Boeynants de slechte verstandhouding met Albert Raes aan en gaf hij twee feiten aan waarmee Raes VDB een hak heeft gezet.

Niet de Rijkswacht die geïnfiltreerd zou zijn door extreem rechtse organisaties om de macht over te nemen, maar de Staatsveiligheidsdienst ‘is een staat in de staat’. Met een man aan het hoofd die niemand naast zich duldt.

En dan wordt België getracteerd op verontrustende bekentenissen over de "ontmoedigende contacten" tussen de oud-premier en Albert Raes, sinds jaar en dag de machtige administrateur-generaal van de Belgische BVD.

Huurlingen

Twee schokkende voorbeelden komen naar buiten. In februari 1979 zijn in de vroegere kolonie Zaïre opstanden uitgebroken. Bekend wordt dat in Luik huurlingen zijn geronseld die reeds op weg zijn om de opstandelingen te helpen. VDB weet van niets. Raes, desgevraagd, wel, "maar het is uw zaak niet", antwoordt deze volgens Vanden Boeynants doodleuk.

De tweede affaire betreft de benoeming door de regering van een tweede man naast Raes. De betrokkene, Jacques Devlieghere, zal de leiding over de belangrijkste tak van de BVD, de inlichtingendienst, gaan voeren. Albert Raes beweert dat er een 'dossier' over Devlieghere bestaat, die de benoeming onmogelijk maakt. VDB blijft net zo lang aandringen tot blijkt dat het dossier niet bestaat. Devlieghere is benoemd.

Bron: Bron: De Telegraaf | 22 februari 1990

Na een paar uur verhoor doet Vanden Boeynants een frontale aanval op de Staatsveiligheid. Vooral administrateur-generaal Albert Raes, de hoogste baas van deze Belgische BVD, moet het zwaar ontgelden. Raes zou VDB tijdens diens premierschap twee keer bewust op het verkeerde been hebben gezet.

Eén keer, door geen informatie door te spelen over het ronselen van Belgische huurlingen die in het toen zeer onrustige Zaïre zouden gaan vechten, en een andere keer bij de benoeming van een hoge ambtenaar. Het komt nooit meer goed tussen Raes en Vanden Boeynants. De Franstalige christendemocraat suggereert dat Raes of op zijn minst de Staatsveiligheid achter de lastercampagne tegen hem zit.

Bron: Trouw | 22 februari 1990

Hij deed een opmerkelijke aanval op de chef van de Belgische staatsveiligheid, Albert Raes die, zo suggereerde hij, wel eens verantwoordelijk kan zijn voor de al jaren durende lastercampagne tegen hem. Als minister-president botste Vanden Boeynants tot twee keer toe met de chef van „deze staat in een staat".

Raes verzweeg in 1979 voor Vanden Boeynants dat in België een groep huurlingen was opgeleid om de opstandelingen in de Zaïrese provincie Saba (het vroegere Katanga) te ondersteunen. De 'regering had toen net twee eenheden para's naar de provincie gestuurd om het leger van maarschalk Mobutu te ondersteunen. Hoogst merkwaardig dat de chef van de inlichtingendienst dat voor zijn hoogste baas, de premier, verzweeg, erkenden sommige commissieleden.

Dossier

De tweede kwestie betrof de benoeming van een sous-chef bij de veiligheidsdienst. Raes probeerde dat tegen te houden door de premier te vertellen dat er over diens kandidaat „een dossier" bestond. Dat bleek niet waar te zijn, zo ontdekte Vanden Boeynants. "VDB" zoekt de oorsprong van zijn ellende, die begon met het belastingproces en voorlopig eindigde met een getuigenis van een prostituee, bij Raes.

Bron: De Volkskrant | 22 februari 1990

54

Bossi wrote:

Beschikt er iemand over de volledige verklaring van Albert Raes inzake zijn verhoor in de Bendecommissie aub? Dit om te kunnen vergelijken met de info dat mij is toegekomen. Dit zou mij een verplaatsing naar Brussel kunnen uitsparen. Waarvoor dank bij voorbaat.

Verhoor Albert Raes, Bendecommissie I, vanaf blz 281 » www.dekamer.be

55

Bedankt, Leo.

Uit het verslag van de Eerste Bendecommissie en het verhoor van Albert Raes:

Mededeling van de dood van Latinus aan de onderzoeksrechter

Getuige [Albert Raes] zou aan de onderzoeksrechter Lyna telefonisch hebben meegedeeld dat Latinus dood was. Op welke wijze heeft getuige dit overlijden vernomen? Is er een verband tussen de omstandigheden van het overlijden en het feit dat de heer Smets achteraf meermaals de vriendin van Latinus zou hebben ontmoet?

Getuige [Albert Raes] herinnert zich niet de onderzoeksrechter te hebben getelefoneerd, maar acht het mogelijk. Overigens zijn de gerechtelijke autoriteiten vlugger op de hoogte van dergelijke feiten dan de Veiligheid van de Staat.

Getuige [Albert Raes] herinnert zich niet door wie hij werd geïnformeerd. Een commissielid herinnert aan de getuigenis van de heer Marnette (Gerechtelijke Politie). Een tijd voordien had hij Latinus ondervraagd samen met iemand van de Staatsveiligheid.

Wat betreft de overige vragen meent de getuige [Albert Raes] dat de heer Smets daar beter zelf op kan antwoorden.

Raes en de WNP

Raes kwam dus begin jaren ’80 in serieuze opspraak. Getuigenissen van onderzoeksrechter Francine Lyna in de ‘Eerste Bendecommissie’ en van Georges Marnette (de commissaris belast met het onderzoek naar de WNP) in een interview met Hilde Geens deden Raes zijn persoon geen goed. Marnette vertelde dat zijn onderzoek naar de Pastorale Moorden en de WNP aan de basis lag van de problemen die de Veiligheid kreeg. Verder onthulde hij dat verschillende agenten van de Veiligheid hem onder druk hadden gezet. Zo had procureur des konings Francis Poelman hem na een telefoontje van Albert Raes gevraagd had om de processen-verbaal over de schaduwcursussen van Smets aan de WNP te vernietigen. Hij heeft daarover wel nooit een verslag over opgesteld.

In de ‘Eerste Bendecommissie’ stelde Marnette onder ede nochtans dat hij nooit druk van buitenaf had ervaren in het onderzoek naar de dubbele moord. Waarom verklaarde hij 10 jaar later aan Geens en aan de ‘Tweede Bendecommissie’ opeens van wel? Marnette vertelde verder nog dat hij de zaak had gelekt naar de pers, omdat hij schrik had dat de zaak anders in de doofpot zou komen. Maar deed Marnette daarmee net niet wat de WNP wou? De WNP wou toch net in de kranten komen? Marnette heeft zo misschien ongewild meegewerkt aan Operatie Catacomben van de West, waarbij de Veiligheid gecompromitteerd werd. Hoewel er hier en daar enkele tegenstrijdigheden in het verhaal van Marnette op te merken vallen, is het toch opvallend dat onderzoeksrechter Francine Lyna, die bevoegd was voor de moord in de Herdersliedstraat en het WNP-dossier, in de ‘Eerste Bendecommissie’ ook gewag maakte van ongeoorloofde praktijken van de Veiligheid.

Naar haar gevoel werd alles in het werk gesteld om de dubbele moord, als een ‘gewone’ moord neer te zetten. Zij had ook het gevoel dat er zowel bij het parket als bij de politie parallelle/under-cover dossiers bestonden. Lyna beschuldigde Raes van sabotage van haar onderzoek naar de Pastorale Moorden en de WNP. Zo zou Raes verhinderd hebben dat Smets, die geïnfiltreerd was in de groep, in verdenking zou worden gesteld. Raes dekte Smets en zei dat de infiltratie in opdracht van de dienst gebeurde en met Raes’ medeweten. Het is daarom dat Smets nooit vervolgd werd.

Lyna wou het onderzoek niet laten rusten en ging langs in de gebouwen van de Veiligheid om dossiers over de WNP te gaan opvragen. “De heer Raes leek ontstemd wanneer hij haar zag. Hij deelde haar mede dat het dossier over de WNP zich bij de minister van Justitie bevond en beloofde het haar de volgende week te brengen. Tot grote verbazing van mevrouw Lyna overhandigde de heer Raes haar de volgende week slechts één enkele bladzijde over de WNP en die dagtekende uit 1981.” Toch verklaarde Lyna niet dat ze ooit druk heeft ondervonden van de Veiligheid. Achteraf heeft ze wel vernomen dat de heer Raes zou gezegd hebben tegen zijn medewerkers: “Geef mij het dossier van die Lyna of dat van haar echtgenoot.” Lyna’s man was de communistische advocaat Jules Chomé die een paar keer in opspraak kwam voor controversiële politieke meningen.

Lyna vertelde verder dat er bij de eerste verhoren van Barbier en Latinus een agent van de Veiligheid aanwezig was geweest. Het zou gaan om Claude Janssens, codenaam Viandox. Het dossier zat toen nog bij het parket en dus nog niet bij een onderzoeksrechter. Het is/was vrij ongezien dat een ambtenaar van de Veiligheid aanwezig is bij de ondervragingen. De Veiligheid is immers een preventieve dienst. Zodra er een wetsovertreding in het spel is, behoort de zaak niet langer tot hun bevoegdheid. Personen of zaken die in gerechtelijk onderzoek genomen worden, behoren niet langer tot het werkterrein van de dienst. Die aanwezigheid van Viandox is zeker bizar, want ze gebeurde op vraag van het parket, en niet van de Veiligheid.

Verder is haar getuigenis opmerkelijk omdat ze de rol van het parket nog meer in vraag stelde. Ze stelde dat het parket ongewoon lang treuzelde om de zaak in handen te geven van de twee Brusselse onderzoeksrechters, Lyna zelf en haar collega Coppieters ’t Wallant - die het ook eigenaardig vond. Lyna vond het op de koop toe vreemd, dat de voor het WNP-dossier verantwoordelijke substituut, André Vandoren, opeens werd vervangen door zijn collega Delecourt. De rol van het Parket van Brussel in het onderzoek is nooit uitgeklaard. Door de getuigenis van Lyna besliste de ‘Eerste Bendecommissie’ om dieper in te gaan op de rol van de Veiligheid in het WNP-dossier en de dood van Latinus. De media stortte zich op de uitspraken van Lyna, en Raes werd zo nog meer gecompromitteerd.

Later heeft Lyna haar getuigenis van bij de ‘Eerste Bendecommissie’ grotendeels aangepast in een gesprek met Carpentier en Moser. Ze stelde dat ze zich grotendeels gemanipuleerd voelde door Victor Massart. Het was Massart die haar had verteld dat Raes de dossiers van Lyna en haar man wou laten opvragen. Het bleek dat daar niets van waar was. Verder bevestigde ze nogmaals dat ze zich op geen enkel moment onder druk gezet voelde.

Bron: De Westland New Post: Pop-up van een veranderende samenleving? (thesis) | Lander Van de Sompel | 2017