61

In het dossier Godbille wordt inderdaad mogelijk ook gesproken over dit milieu maar er wordt voor zover ik mij kan herinneren geen expliciete verwijzing gemaakt naar het echtpaar Szymusik zoals dat wel wordt gedaan naar bendeslachtoffers Van Camp en Van den Eynde bijvoorbeeld. Ook is er geen sprake van Italiaanse maffia noch van een organisatie in de onmiddellijke omgeving van Anderlues/Morlanwelz/La Louvière. Ik heb het rapport nog eens diagonaal doorgenomen en vond inderdaad geen expliciete verwijzing maar ik kan ernaast zitten. Godbille heeft wel verklaard dat 'een koppelbaas' de speurders zou hebben gezegd dat de moord op het echtpaar Szymusik te maken zou hebben met het witwassen van winsten uit de wapen-en drughandel maar meer concrete elementen geeft hij niet.

De link Pulci-De Staerke is inderdaad gekend en wordt ook gemaakt in het boek maar die paragraaf komt uit een ander, niet gerelateerd, deel van het boek en de Pulci's waren toch vooral actief in Brussel? Wat dan weer wel interessant is is dat de Pulci's afkomstig zouden zijn uit Sommatino, een dorp in de provincie Caltanissetta. Het is juist in deze streek dat de regionale variant van de maffia, de Stidda ("De Ster"), actief is en de personen uit het boek (Di Luciano, Fregapane) komen uit deze regio en zouden tot de 'Stidda' behoren. Weet iemand toevallig of Rosario Pulci een stervormige tattoo had, dat is de 'membership' tattoo van de Stidda?

Of we dit milieu dus concreet kunnen linken aan de milieus omschreven in het dossier Godbille of aan de Pulci's is niet zeker. Het probleem is dat we bitter weinig concrete elementen (namen, vennootschappen, ...) hebben uit het gerechtelijke dossier en we weten dus niet of de eenzame speurder juist wel elementen had die wezen in deze richting. De Bendecommissie omschreef enkel de algemene lijnen en anonimiseerde de rest.

Wie het dossier wel heeft gelezen is de broer van de vermoorde juwelier, die ook zelf op onderzoek uitging en door hem weten we iets meer. Zoals de mogelijke betrokkenheid van P., Etienne Patteeuw, ex-werknemer van Valère Valcke. Die Valère Valcke was een andere juwelier uit de streek en is vermoord in 1980. Johnny de Staerke gaf aan hem te kennen en een van de verdachten zou Léon de Staerke zijn.

In Beetgenomen beschrijft Hilde Geens een en ander. De broer Szymusik zou onder andere familie in Polen hebben bezocht en die wisten meer omdat de juwelier zijn hart daar had uitgestort maar ze waren zeer angstig en pas na lang aandringen werd hun verklaring op papier gezet en aan onderzoeksrechter Lacroix overhandigd. Ze beschrijft ook dat er onderzoek werd verricht naar een 'Brusselse connectie' en dat Bultot, Bouhouche, Beijer en Léon de Staerke ter sprake komen maar echte concrete elementen en duidelijke aanwijzingen vind ik niet, al kan dat aan mij liggen.

Volgens de broer van de vermoorde juwelier zouden de mogelijke motieven achter de moord zijn:

  1. een gestolen lading juwelen die Szymusik gekocht had en daarmee de plannen van de partners in de zwendel doorkruiste

  2. de weigering beschermgeld te betalen of

  3. dat P. (Patteeuw?) hem de gestolen juwelen aanbood, hij weigerde en vervolgens werd bedreigd. Hij zou aangifte hebben gedaan maar dit PV kon niet meer worden teruggevonden.

Zowel de broer als de speurder die het onderzoek, alleen, deed werden gehoord achter gesloten deuren en willen niet veel kwijt over het dossier. Hilde Geens probeerde de speurder te bereiken maar deze zou volgens zijn vrouw 'die bladzijde hebben omgeslagen' en kwam niet aan de lijn, de broer van de juwelier vertelt wel wat maar ook niet alles. Hij zegt onder andere naar cafés rond Anderlues te zijn gegaan die werden gefrequenteerd door Italianen en luid vragen te hebben gesteld, nu zegt hij daarover "Wat een imbiciel ben ik geweest. Ik was jong en had geen idee met wie ik te doen had."

Een laatste element dat Hilde Geens vermeld is de Nederlandse Operatie Spaghetti. In 1988 werd er in Almelo een hold-up gepleegd op een juwelier, daarbij zou de politie beschoten zijn. Het spoor zou leiden naar "een club Sicilianen uit La Louvière en Anderlues met connecties met de Cosa Nostra". De Szymusik-speurder zou hier op gewerkt hebben.

62

Nog wat links tussen de "dossiers" en de Italiaanse maffia, voor wat ze waard zijn:

Het rapport "Panda" handelt over maffiosi zoals Oswaldo Felicetti en Sergio Ferrari. Sergio Ferrari (06/01/1943) is sinds 1996 ingeschreven op de avenue Jacques Sermon 25 in Ganshoren, het vroegere huis van Paul Cams (vermoord op 17/11/1983). Hij genoot "hoge bescherming" en was een goede vriend van Jean-Paul Dumont, met wie hij de vereniging "Week-end Ferrari-Ferrari Davide Organisation" had opgericht. Ferrari was ook de eigenaar van de firma Ferrarese, opgericht op 12/11/1968. De volgende namen zijn verbonden aan de firma: Sergio Ferrari en zijn vrouw Rossella Ferraresi, Jean-Luis Vossen en Christian Chavaillaz via het Zwitserse bedrijf Senrel. De rechterhand van Ferrari was Armando Colucci, eigenaar van het bedrijf Venecia. In het rapport wordt een netwerk beschreven van Italiaanse restaurants, opgezet door maffiosi afkomstig uit het Naamse, betrokken in frauduleuze faillieten.

De broers Haemers zouden een relatie hebben gehad met de dochters van Michel Lavalle, aan wie Achille Haemers geld zou hebben verleend voor zijn restaurants (dixit "Alain"). Michel Lavalle, van Siciliaanse origine en eigenaar van "Giardino d'Italia" en "Le vieux Bruxelles". Lavalle had vroeger een restaurant aan de Louizalaan waar veel mensen van de PJ langskwamen, inclusief Marnette, Christian De Vroom, Frans Reyniers. Ook Jean-Paul Dumont was vaste klant. Hij zou in contact hebben gestaan met Ferrera. De bende van Patrick Haemers stond ook via Basri Bajrami in contact met Italiaanse mafiosi. Maurizio Amico, bijvoorbeeld, werd in juni 1988 veroordeeld voor het plegen van hold-ups samen met Bajrami. Ook André Neisen, Ivan Tomicic en Edmond Duczyk waren hierbij betrokken. In januari 1992 werd Maurizio Amico samen met een andere vriend van Bajrami, Aldo Cardazzone, in Brussel aangehouden als leden van een Siciliaanse cokeline uit Caltanissetta. Ook Elio Anzalone (proxo) werd hierbij gearresteerd.

Op 7/11/1989 werd Giuseppe Dell Aera neergeschoten in Morlanwelz op bevel van Bongiorno.

Salvatore Fregapane was de leider van de Belgische tak van de Stidde, met Raimondo Graceffa en Santo Barcella als pionnen in Brussel. Ze werden bijgestaan door Pietro en Salvatore Allatta uit Chapelle-lez-Herlaimont. Salvatore Allatta was als "négrier" de opvolger van Carmelo Bongiorno, na diens veroordeling voor de moord op Stéphane Steinier, via de firma "Pro-Construct". Er zouden contacten zijn met Sebastiano Di Luciano. De broers Di Luciano ontvingen een lichte straf voor de wapenvondst in het kasteel van Forchies-la-Marche.

Bouten:

Na de vernietiging van de French Connection nam de Cosa Nostra de business over. Ze ontving de gevluchte corsicaanse chemici die de labs draaiende hielden, met open armen. De Sicilian Connection was geboren. De Belg Albert Gillet, een vriend van VDB, bijgenaamd Merluzzo (Italiaans voor "kabeljauw"), vloog in opdracht van de clans Inzerillo en Bontate minstens vijftienmaal met de Concorde naar New York met in zijn reiskoffers telkens een tiental kilo zuivere heroïne bestemd voor de familie Gambino. Die versneed de heroïne en coördineerde de verdeling via de Pizza Connection, enkele honderden pizzeria's in New York en Bew Jersey.

Gillet keerde telkens met de opbrengsten terug. De miljoenen dollars werden door Edgar Barbé, een agent van het BIC, en Paul Charlier, een Luikse wapenhandelaar die voor de Mossad werkte, witgewassen in Genève. Men schat dat ruim twaalf miljoen dollar in Palermo terecht kwam. Door het uitbreken van de mattanza, een maffiaoorlog tussen de clan van Palermo en die van Corleone onder leiding van de nieuwe sterke man Toto Riina, lag de weg breed open voor Farcy. Albert Gillet liet op de luchthaven van Rome tegen de lamp met tien kilo zuivere cocaïne, maar kreeg dankzij de tussenkomst van VDB in België maar een lichte gevangenisstraf. In een brief riep Gillet zelfs de hulp van de DEA in, want hij beschouwde zichzelf als een medewerker die recht had op bescherming. (...)

63

Familievete of oorlogsvete tussen Poolse families als achtergrond hier? Is dit ooit onderzocht ? Wellicht nog niet te laat, want dergelijke vetes onthoudt men wel een paar generaties. Pilarski, Bonkoffsky, Szymuzik, Slomka, nog meer Poolse families in dit dossier? Przedborski?

Jij hebt toevallig geen weet van een zekere "Stany" in een van deze families?

65

Nee, maar vond wel nog deze alias, die misschien past in het rijtje Poolse namen: Heinrich Toumaniantz, alias Guenaldy Sokolovski.

Inwoner van Aalst wrote:

Jij hebt toevallig geen weet van een zekere "Stany" in een van deze families?

Ik vond een Stanny, Stanny Bruyninckx. Die samen met Dullaerts bij de rijkswacht begon.

Helaas, ik zoek een Poolse Stany.

67

Anderlues: "Mon frère a été abattu par les tueurs du Brabant"

Les tueurs du Brabant étaient passés par Anderlues, en décembre 1983, lorsqu’ils ont abattu un couple de bijoutiers d’origine polonaise, Jean et Marie Szymusik, 43 et 38 ans, sous les yeux de leur fille aînée. Près de 35 ans après ces faits douloureux, Marius, le frère cadet de Jean, est persuadé que l’on arrivera à retrouver les auteurs de ces attaques qui ont endeuillé la Belgique.

Marius Szymusik a 75 ans. Voici 34 ans, le 1er décembre 1983, cet habitant d’Anderlues perdait son frère Jean et sa belle-sœur Marie, un couple de bijoutier, froidement abattu, comme une exécution, par des inconnus, dans leur magasin.

De rest van het artikel zit achter een betaalmuur » www.lanouvellegazette.be

http://siena.rosselcdn.net/sites/default/files/dpistyles_v2/ena_16_9_extra_big/2018/02/07/node_188625/554544/public/2018/02/07/B9714685674Z.1_20180207203334_000%2BGFFALD189.1-0.jpg?itok=T-DW8mxq

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube