Walter De Bock overleden

20 November 2007

Dinsdagavond is journalist Walter De Bock in Leuven na een lang en pijnlijk ziekteproces overleden. Dat is dinsdag vernomen bij de familie. De Bock was al vele jaren een monument in de Vlaamse en Belgische journalistiek. In zowat alle duistere dossiers van de naoorlogse politiek publiceerde De Bock diepgravende en onthullende bijdragen. Niet zelden zorgden ze voor een doorbraak en grote controverses. De Bock studeerde filosofie aan de KU Leuven en was tijdens de Leuvense revolte in 1968 één van de belangrijke studentenleiders. Reeds in zijn studententijd was De Bock een gepassioneerd krantenlezer en dossiervreter. Normaal dus dat hij in de journalistiek stapte. Zo schreef hij voor het legendarische weekblad 'Vrijdag'. Nadien publiceerde hij in Knack en vooral in de krant De Morgen. Daar bleef hij tot 2002 actief. Hij was er ook een tweetal jaren hoofdredacteur ad-interim. Het hectische leven van de krantenjournalist en de ziekte bleken niet meer te verzoenen.

Er zijn vele duistere affaires waar De Bock zijn tanden inzette en het onderzoek op een nieuw spoor zette. Vooral de duistere kant van de Belgische politiek trok zijn aandacht. Over de bende van Nijvel, de zaak Agusta-Dassault, de wapenaankopen, de rol van Franstalig en Vlaams extreem-rechts waren de bijdragen van De Bock een absolute must. Mensen als Paul Vanden Boeynants konden De Bocks bloed drinken. Uiteraard was er de moord op André Cools. Elf maanden na de moord identificeerde De Bock de opdrachtgevers, maar het duurde nog jaren vooraleer het gerecht, dat toen vooral in perslekken was geïnteresseerd, de zaak opklaarde. Zo werd De Bock een journalistiek instituut op zich. Als er al iets als Vlaamse onderzoeksjournalistiek bestaat, was De Bock er één van de meest prominente en invloedrijke leden van. Vorig jaar schonk De Bock zijn archief aan de KU Leuven. Het ruime archief heeft betrekking op verschillende spraakmakende dossiers uit de periode 1974-2000.

Bron : De Morgen

Reacties

Yves Desmet | Walter

Met verslagenheid heeft de redactie van De Morgen kennis genomen van een van haar monumenten. Walter De Bock is niet meer. Walter was een van de eerste en beste onderzoeksjournalisten die Vlaanderen gekend heeft, de man die het genre samen met enkele generatiegenoten introduceerde in een Vlaamse pers die tot dan vooral in het teken stond van haar broodheren en minder in dat van onafhankelijke journalistiek. De dossiers waarin hij met zijn stukken een bepaalde rol in de actualiteit speelde, zijn te talrijk om hier op te sommen. Zijn grootste prestatie, in mijn herinnering, was zijn onderzoek naar de moord op PS-kopstuk André Cools. In dat dossier identificeerde Walter de opdrachtgevers van de moord elf maanden na de fatale schoten en later nog eens in de inmiddels legendarische artikelenreeks De Kameradenmoord. Justitie reageerde toen door met huiszoekingen op deze redactie naarstig te speuren naar perslekken.

Jaren later was Walter voor de rechtbank in de assisenzaak-Cools een kroongetuigen. Hij had over zowat de hele lijn gelijk gekregen. Maar ook intern heeft deze krant veel aan Walter De Bock te danken. In de donkerste, woeligste en moeilijkste perioden heeft hij een belangrijke, vaak onmiskenbare rol gespeeld om het voortbestaan van deze krant veilig te stellen. Zo was hij twee jaar hoofdredacteur in een periode waarin zowat niemand nog in het voortbestaan van De Morgen durfde te geloven. Walter kon niet alleen werken, hij kon ook feesten. Lang voor iemand wist wat een stand-upcomedian was, kon hij met zijn kurkdroge humor redacteurs tranen in de ogen bezorgen op café.

De laatste jaren werden die tranen een krop in de keel, bij het aanschouwen van de aftakeling die alzheimer hem aandeed en waar hij met zijn fenomenale hersenen lang en heftig tegen vocht, tot het laatst vervuld met grote levenswil. Onlangs schonk Walter zijn levenslang opgebouwde documentatie aan de KU Leuve, ongeveer 1.300 archiefdozen, of zowat 10 kubieke meter. Het is zijn intellectuele erfenis. Zijn menselijke erfenis dragen we vanaf nu mee in onze herinnering.

Paul Goossens | 'Onvervangbare erfenis'

"Ik hoop dat men de essentiële en onvervangbare bijdrage van Wlater De Bock aan De Morgen heeft geleverd niet vergeet. Zijn intelectuele erfenis moet in het collectieve geheugen van de redactie zitten." Dat zegt ex-hoofdredacteur van De Morgen Paul Goossens. "De krant heeft zeer veel te danken aan De Bock. Een paar mooie woorden volstaan niet om die schuld in te lossen. Het zou meer moeten zijn: een stichting voor onderzoeksjournalistiek, een journalistieke prijs of iets dergelijks." Goossens kende De Bock sinds 1965, toen ze samen als studenten op de barricaden stonden voor Leuven Vlaams en de mei 68-beweging. "Walter was zeer geëngageerd en vervulde een heel aparte rol in de contestatiebeweging. Hij kon een fantastische redenaar zijn, hij legde verbanden die anderen niet legden, zat met zijn neus in kranten en boeken en vertoonde toen al een opmerkelijke politieke alertheid. Ook als journalist was hij een geval apart en speelde hij een onvervangbare rol. Hij heeft thema's aangebracht die er echt toe doen. Journalistiek is een functie die niemand anders kan uitvoeren en die essentieel is om te weten hoe de wereld in elkaar zit. In de jaren tachtig bepaalde Walter het gezicht van De Morgen en daardoor heeft de krant ook voor een stuk haar bestaansredenen ingevuld."

Volgens Goossens zou een journalist als De Bock in de huidige context wellicht niet meer kunnen functioneren. "De journalistiek is daar niet meer op berekend. Hij produceerde dossiers die je niet zomaar op je bord kreeg, maar die enkel mogelijk waren dankzij veel graafwerk en het leggen van contacten. Nu worden journalisten afgerekend op hoeveel tekens ze per dag produceren." De Bock was volgens Goossens ook een man "met een bewonderenswaardige moed" die machtige en gevaarlijke personages tegen zich in het harnas joeg. "Paul Vanden Boeynants en De Bock waren een obsessie voor elkaar." De Bock verzamelde op een fanatieke manier informatie en introduceerde een bijna wetenschappelijke aanpak van journalistiek. "Dat was zijn manier om marxist te zijn", vertelt Goossens. "Politiek speelt zich niet af in het luchtledige. Er spelen altijd bepaalde belangen en die moet je blootleggen. Walter kon eindeloos de bijlagen van het Belgisch Staatsblad uitpluizen om mandaten te vinden en uit te vissen wie wat vertegenwoordigde. Zijn levenstaak bestond erin te bewijzen dat politiek en zakenwereld geen aparte werelden zijn, wel integendeel."

Christine Van Broeckhoven | 'Zijn getuigenis was er moedig'

De Morgen publiceerde eind 2006 een ophefmakend dubbelinterview met Walter De Bock, de alzheimerpatiënt, en Christine Van Broeckhoven, de wereldvermaarde alzheimerspecialist. "Dat was een aangrijpend interview", herinnert Van Broeckhoven zich. "Het was een enorm intens gesprek, heel openhartig ook. Achteraf had ik het gevoel alsof ik Walter al jaren kende, terwijl ik hem toch nooit persoonlijk had gekend. Dat interview is zeer belangrijk geweest voor familieleden, patiënten en iedereen die met de ziekte van Alzheimer te maken krijgt. Ik heb dat toen niet beseft en hij ook niet. Er zijn ontzettend veel reacties gekomen op dat interview. Mensen spreken me er nog altijd over aan. Veel bekende mensen die door de ziekte getroffen worden, outen zich niet. Walter heeft het taboe doorbroken. Dat was heel moedig van hem."

Bron : De Morgen

Afscheid van Walter De Bock

1 December 2007

Met een indrukwekkende en ontroerende plechtigheid in de Promotiezaal van de Universiteitshal van de KU Leuven werd afscheid genomen van Walter De Bock, voormalig journalist van De Morgen en de onbetwiste grootmeester van de onderzoeksjournalistiek in Vlaanderen. De Bock overleed op 20 november 2007 aan de gevolgen van Alzheimer.

Meer dan driehonderd familieleden, vrienden en collega's-journalisten uit binnen- en buitenland verzamelden zaterdag om hulde te brengen aan De Bock en te luisteren naar toespraken, muziek en gedichten van Bertolt Brecht. De afscheidsplechtigheid werd geleid door oud-journalist Paul Huybrechts, een goede vriend van De Bock die hem de laatste jaren hielp bij het inventariseren van zijn omvangrijke archief. Met de schenking van dat archief aan de KU Leuven, die vorig jaar plechtig bezegeld werd, kon De Bock zijn levenswerk afronden. De bewaring van zijn archief, dat raadpleegbaar is voor onderzoekers en journalisten, betekent dat zijn werk ook na overlijden voort kan worden gezet.

Sprekers als Geert van Istendael, Walter Zinzen, Ludo De Witte, Paul Goossens, Filip Voets, Rik Van Cauwelaert en anderen haalden herinneringen op, wezen op de vele kwaliteiten van De Bock en onderstreepten het uitzonderlijke belang van zijn oeuvre voor de journalistiek. Opmerkelijk en emotioneel was de toespraak van Marcel Cools, zoon van de vermoorde PS-leider André Cools. Hij sprak namens zijn familie zijn diepe dankbaarheid uit aan de journalistiek. Destijds heeft De Bock als eerste en enige journalist in De Morgen het juiste spoor blootgelegd dat leidde naar de moordenaars van André Cools. Pas vele jaren later kwam ook het Luikse gerecht tot dezelfde conclusie.

Marc Vervenne, rector van de KU Leuven, prees De Bock als een waardige zoon van de alma mater. De Bock begon veertig jaar geleden zijn carrière als een van de leiders van het studentenproces, aan de zijde van Paul Goossens en Ludo Martens, tegen de toen unitaire Leuvense universiteit. Het was mede onder invloed van De Bock dat die revolte evolueerde van een Vlaams-nationalistische geïnspireerde beweging voor Leuven-Vlaams naar een bredere, linkse contestatie tegen het establishment.

Bron : De Morgen

Biografie

Dikke bril, scherpe blik

Bij leven en welzijn was Walter De Bock een fenomeen. Journalistiek en menselijk. Toen hij in 1992 hoofdredacteur ad interim van De Morgen werd, verliep een sollicitatiegesprek als volgt. "Afspraak één: bel vanuit een telefooncel naar de redactie, dan kom ik wel naar buiten. Wees discreet: niemand mag het weten." Het was de pre-gsm-periode en vanzelfsprekend bevond Walter zich op het afgesproken ogenblik niet aan 'zijn' toestel en nam een collega op. Die hoorde je dan door de oude redactielokalen in de Brogniezstraat brullen: "Waar zit De Bock? Een sollicitant voor hem aan de lijn." Waarop Walter je uitnodigde in zijn auto en hij vervolgens de kleine ring van Brussel rondreed. Eén, twee, drie keer zo lang als nodig. "Zo ben ik zeker dat niemand ons afluistert." Alsof de CIA daarvoor interesse had. Of Benoît de Bonvoisin.

Zo was Walter De Bock, bezeten van zijn vak, een onderzoeksjournalist die tegelijk leefde op de redactie van zijn krant en bij de geheime diensten tussen de 'bronnen' van uiteenlopend kaliber en kwaliteit, een onderzoeksjournalist die meeslepend vertelde, hoekig schreef, er op het eerste zicht ongevaarlijk uitzag, maar jarenlang de schrik was van al wat en wie hij in zijn vizier kreeg. Hij was bovendien het productiefst in 'de jaren van lood', de jaren zeventig en tachtig, toen ook in België de Koude Oorlog woedde. De Bock was een gedeclareerde tegenstander van extreem-rechts, in al zijn gedaanten: VMO'ers, en natuurlijk hun financiers, wapenleveranciers die gemene zaak maakten met Zuid-Amerikaanse generaals of het apartheidsregime, de lui achter de Bende van Nijvel. Of het koningshuis, toen Albert II nog prins Albert heette en voorzitter was van de Dienst voor Buitenlandse Handel kreeg De Bock hem in het vizier in wat zou uitlopen op het dossier Eurosystem-Hospitalier. Een verhaal van Saoedische prinsen en hun leger, een gigantisch vastgoedproject, smeergeld en callgirls. Uiteindelijk zou PS-voorzitter Karel Van Miert, in een zeker voor die tijd hoogst ongebruikelijke demarche, prins Albert waarschuwen voor zijn entourage.

Moord op André Cools

Voor De Bock sijpelde rechts ook door in kringen waar dat niet verwacht werd. Socialisten als Edmund Leburton - als grote vriend van Mobutu - of Henri Simonet nam hij even meedogenloos op de korrel. En hoewel hij zelf tijdlang lid was van de loge klaagde hij publiek de uitwassen aan van bepaalde maçonnieke obediënties, het laatst nog in het ontrafelen van de moord op André Cools. De zaak-Cools is een van de talloze dossiers waarin De Bock een beslissende rol speelde. Zijn openingskop op de voorpagina van De Morgen, op 13 juni 1992, blijft van historische waarde: 'Kabinet-Van der Biest betaalde moordenaars.' Tot vandaag is die kop tot de laatste letter waar, dat bleek nogmaals toen de laatste betrokkene, Domenico Castellino, in maar 2007 definitief veroordeeld werd door het Luikse hof van beroep. Maar tussen 2003 en De Bocks historische primeur in 1992 lag meer dan tien jaar. In die periode heeft De Bock de bitterste kritieken ondergaan en dat was niet voor het eerst in zijn carrière. Soms was daar ook reden voor en had De Bock inderdaad een fout gemaakt. Toen De Bock op 13 november 2006 zijn beroemde archief aan de Katholieke Universiteit van Leuven overdroeg, parafraseerde zijn vriend Paul Huybrechts in dat verband de legendarische uitspraak van wijlen Piet De Somer, rector van die univeristeit: het is onvermijdelijk dat onderzoeksjournalisten in een jarenlange loopbaan soms dwalen en dat kan, indien het in evenwicht gehouden wordt door een genereuze toepassing van het recht van antwoord. Bijwijlen dwong De Bock De Morgen om daarin eerder gul te zijn.

Maar bovenal blijft de herinnering aan een moedige en kundige man. Een journalist met historisch besef, want naast de grote actuele dossiers kon bijvoorbeeld de controle op het Congolese uranium De Bock blijvend interesseren. Hij schreef het boek De mooiste jaren van mijn generatie, een uitgebreide bundeling van artikels die eerder in De Morgen verschenen en bedoeld waren als ingenieuze één-twee met de beruchte tv-serie van Maurice De Wilde over de collaboratie. Terwijl veel andere kranten vooral moord en brand schreeuwden over De Wilde en zijn hoogst persoonlijke stijl, bracht De Bock nog eens extra onthullingen aan, vaak over personen die bij De Wilde op tv nog net de dans ontsprongen waren, maar die op de ochtend van de uitzendingsdag zelf in die kleine krant even gedetailleerd als genadeloos gefileerd werden. Op die manier was De Bock een krijger met tal van scalpen aan zijn gordel. Misschien zijn allerlaatste belangrijke slachtoffer was Johan De Mol. Die zat toen nog niet bij het Vlaams Blok, maar was de bekende, beruchte, controversiële en hoe dan ook populaire politiecommissaris van Schaarbeek, een man die met harde optreden tegen allochtonen steevast het nieuws haalde. Onder meer de voorpagina-artikels van De Bock deden De Mol de das om, want ze verplichtten toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Vande Lanotte een schorsing uit te spreken.

De Bock had toen al zijn journalistieke techniek verfijnd: "Vroeger gaf ik alles wat ik wist in één dossier: boem-baf, vier, acht, als het moest nog meer pagina's krant. Maar dan had je niets meer te zeggen. Ik heb intussen geleerd dat je je beste argumenten in twee moet delen. Op dag één geef je je op één na sterkste argument. Dat wordt dan ontkend en zo denkt je tegenstrever dat hij gewonnen heeft. Maar op dag twee kom je dan met je grote slag." Zo gebeurde met De Mol: eerst een linkse, dan een rechtse van De Bock en vervolgens knock-out, zij het in de tweede ronde. En zeggen dat De Bock halfweg de jaren zestig begonnen was als hoofdredacteur van Ons Leven het blad van wat voluit het Katholiek Vlaams Hoogstudenten Verbond heet. Samen met kompanen als Paul Goossens, Kris Merckx en Ludo Merckx vormde hij de historische kern van de Vlaamse soixante-huitards of mei-68'ers. Ze begonnen een Vlaamse strijd 'Walen buiten', maar bogen die om tot 'bougeois buiten'. Martens en Merckx stichtten de extreem linkse partij Amada, later PVDA, Goossens loodste De Bock in 1979 naar De Morgen. Uitgerekend Goossens, een ex-seminarist, en De Bock, zoon van een professor uit Leuven, stonden mee aan de basis van de ontzuiling in Vlaanderen en vooral van de ontzuilde journalistiek. Zelfs de CIA toonde zich in interne documenten ongerust over de agitatie die van hen uitging: "Both Goossens and De Bock are aggressive personalities and dynamic speakers."

Dat bewees hij trouwens bij zijn last hurrah, een reeks over de discutabele praktijken van onze nationale trots Tractebel in Kazachstan. Het bedrijf wilde op een persconferentie de onthullingen van De Morgen ontkrachten, maar Walter gaf ter plaatse de laatste grote performance van zijn leven en neutraliseerde de uitleg van topman Jean-Pierre Hansen. Overigens speelde De Bock in 1992-1993 een zeer cruciale rol toen hij na Paul Goossens en Piet Piryns hoofdredacteur ad interim wilde zijn van De Morgen, op een ogenblik dat niemand nog in die krant geloofde. De socialistische beweging had eerder al haar steun stopgezet, de eigen solidariteitsacties volstonden niet en de nieuwe eigenaar Hoste - zo heette De Persgroep Publishing toen - bleef hoogst afstandelijk. Jaren later, in een opgemerkt interview in De Tijd, zou Christian Van Thillo verklaren dat De Bock de eerste was om een toenadering te zoeken die later providentieel bleek voor deze krant.

Zijn laatste sit-in

Van de kopstukken van de studentenleiders van '68 is Walter De Bock een van de eersten om te sterven. Hij was zich daar al enige tijd van bewust, voor zover dat de laatste maanden nog kon. Tijdens zijn korte maar hevige omzwervingen in rust- en ziekenhuizen en psychiatrische instellingen organiseerde Walter zijn laatste sit-in. Zijn allerlaatste: tegen het paternalisme jegens psychiatrische patiënten in het algemeen en het min of meer gedwongen bijwonen van de eucharistieviering in het bijzonder. Walter De Bock bleef achtenzestiger tot zijn laatste dag. Maar hij zag zijn dood onder ogen. In een pakkend afscheidsinterview in De Morgen, samen met alzheimeronderzoekster Christine Van Broeckhoven, zei Walter over de dood van zijn vader, zeer onlangs: 'Ik wist dat het erg zou zijn, maar het was erger dan ik dacht. De manier waarop, dat sterven. Dat is moeilijk. Dus vandaar. Ik wacht.' Het einde kwam sneller dan iedereen, ook hijzelf, dacht.

Bron : De Morgen