Inleiding

Robert Beijer wil praten

Ex-rijkswachter Robert Beijer verbaast in 2007 vriend en vijand door twee interviews te geven aan La Libre Match en P-magazine en daarin te verklaren dat hij justitie wil helpen met het onderzoek naar de Bende van Nijvel. Er is echter één voorwaarde, Beijer wil zijn naam waarmee hij is geboren terug krijgen, in de eerste plaats voor zijn kinderen die nog steeds in België wonen.

Het verhaal begint in het begin van 2007 wanneer in La Dernière Heure een bericht verschijnt over een franstalig Forum over de Bende van Nijvel. Dat forum wordt gecontroleerd door onderzoekers van de Cel Waals Brabant. De reden? Bende-verdachte Robert Beijer is zeer actief op dit forum en gebruikt zelfs zijn eigen naam. Waarom hij dat doe? Volgens Beijer worden er op dat forum leugens verteld over hem zodat hij verplicht is om te reageren.

In dit dossier vind je de nieuwsberichten die geschreven zijn over deze zaak. Je vind hier ook een interview met Beijer dat geschreven is door onderzoeksjournalist René De Witte en in P-magazine is verschenen.

Robert Beijer
- Robert Beijer
Meer » Bouhouche & Beijer | Staatsveiligheid | Cel Waals Brabant | Forum

7 Maart 2007

Tueries : un blog surveillé

Selon nos infos, la police fédérale surveille depuis dix-huit mois un forum de discussion spécialement consacré aux tueries du Brabant. La cellule de Jumet est intéressée par le fait que plusieurs anciens acteurs de ces dossiers, présentés comme ex-Belges, s'expriment librement, de l'étranger, sur tueriesdubrabant.be. On semble deviner l'intervention de l'ancien directeur adjoint de la prison de Saint-Gilles Jean Bultot. En tout cas, des propos attribués à Bultot apparaissent dans le blog. L'ancien gendarme Chr. Amory semble un fidèle. Mais l'homme clé qui apparaît le plus souvent est son ex-collègue Robert Beijer. Utilisant les lettres B. R., l'ancien gendarme de BSR dit vouloir utiliser cet outil pour chercher la vérité, du moins rétablir nombre d'inexactitudes sur son compte. C'est saisissant.

Le blog publie des plans, des cartes d'état-major, des vues aériennes, des suggestions de pistes, des indices négligés, des détails rares. Beijer rapporte de nombreux souvenirs sur Madani Bouhouche. B. R. confirme à quel point dans ses souvenirs Bouhouche s'intéressait aux dispositifs policiers de sécurité installés autour des Delhaize, cibles potentielles des tueurs du Brabant. Quand il lui demandait pourquoi il voulait connaître les plans, Bouhouche lui répondait qu'il voulait être là quand les tueurs se feraient arrêter, qu'il voulait d'ailleurs les arrêter lui-même et toucher la prime. Bouhouche n'a jamais répondu que c'était pour bien localiser les Delhaize non surveillés. Sur le blog consacré aux tueries, B. R.-Beijer admet : il y avait des éléments troublants concernant Bouhouche, même ses proches se posaient des questions mais il n'y a jamais eu d'éléments concrets. Enfin, le blog publie une photo de Bouhouche à côté du portrait-robot d'un tueur. Beijer joue le jeu. Un visiteur non identifié l'interroge sur ses séjours au Luxembourg. Il minimise : "Je n'y allais que comme touriste, avec une amie".

On lui demande : "Fallait-il tuer Francis Swarts ?"
B.R. répond : "J'en sais rien".
On lui demande où est le corps : "Je ne sais pas le dire avec certitude".
"Mais soyez content, poursuit-il, que j'accepte le dialogue : rien ne m'y oblige. Si cela vous gêne, dites-le et je disparais instantanément de vos écrans."
B.R. raconte ses entraînements au tir à Bourg-Léopold (où il croise Bouhouche et Mendez, tué plus tard); les soupçons de Mendez (sur Bouhouche, après le vol de ses armes); les confidences qu'il dit avoir reçues de l'armurier de Wavre braqué par les tueurs en septembre 1982 : le nom de Bouhouche, dit-il, fut déjà cité; le "regard déterminé" d'un des tueurs du Brabant.

D'Asie, Beijer reconnaît qu'on "n'est jamais que le pion de quelqu'un d'autre. Il est possible que je me sois fait manipuler, je n'ai aucune honte à le dire puisque moi-même je jouais ce jeu-là (manipuler les autres, NdlR)." Expert en manip, B.R. explique, sur le blog des tueries, comment l'expert vedette des tribunaux de l'époque, feu Claude Dery, a selon lui manipulé la justice avec le chef d'enquête (décédé) Goffinon, pour stopper le procès de la filière boraine, le but de la manoeuvre et comment celle-ci a échoué. B.R. raconte les meurtres des Libanais d'Anvers, une mission reçue, dit-il, de deux Russes de l'ambassade de Paris rencontrés au Métropole à Bruxelles. Et il donne leurs noms. Voilà pourquoi, depuis 18 mois, la police ne rate pas une virgule de ce qui s'écrit sur le blog.

Bron » La Dernière Heure

10 Mei 2007

Robert Beijer wil moord ophelderen

Ex-rijkswachter Robert Beijer, die vroeger in verband werd gebracht met een reeks misdaaddossiers, zegt donderdag dat hij een moord van 25 jaar geleden wil ophelderen. Het gaat om de moord op Francis Zwarts, een veiligheidsagent op Zaventem die in 1982 samen met een lading goud en waardepapieren spoorloos verdween. Beijer zit in Thailand en wil terug naar Belgie. Hij wil alleen praten als hij van minister van Justitie Onkelinx een nieuwe identiteit krijgt, maar die weigert dat. Beijer kreeg in 1995 14 jaar cel voor zijn betrokkenheid in de zaak-Zwarts. Ook zijn kompaan Madani Bouhouche werd daarvoor veroordeeld.

Bron » VTM Nieuws

14 Mei 2007

Robert Beijer kan onderzoek Bende van Nijvel vooruit helpen

Robert Beijer, ex-rijkswachter en in de jaren tachtig vernoemd in tal van criminele dossiers, kan het onderzoek naar de Bende van Nijvel vooruit helpen. Dat zegt hij in een exclusief interview, morgen in P-magazine, en woensdag in La Libre Match. De gesprekken vonden plaats tijdens een kort verblijf van Beijer, onlangs in ons land. Beijer zegt niet te weten wie achter de Bende van Nijvel schuilging en/of wie er deel van uitmaakte. 'Ik weet wel wat er niets mee te maken heeft,' zegt hij. In het verleden werden heel wat criminele feiten in verband gebracht met de Bende, maar Beijer zegt te kunnen bewijzen welke feiten zeker niets met de Bende hebben te maken. 'Ik kan deuren helpen sluiten. Dat is iets wat dringend moet gebeuren in het Bendedossier als men nog een kans wil maken om dichter bij de waarheid te komen,' zegt hij.

Een van de dossiers dat Beijer kan helpen ophelderen, is dat van de mysterieuze verdwijning van Francis Zwarts in 1982. Deze veiligheidsagent bij Sabena werd in Zaventem beroofd toen hij ladingen uit twee vliegtuigen moest overbrengen naar een kluis in Brucargo. De ladingen werden nooit teruggevonden, evenmin als Zwarts zelf. Beijer onthult nu op welke wijze hij betrokken was bij deze operatie en waarvoor de operatie werd opgezet. Hij zegt ook op welke wijze hij de zaak kan helpen ophelderen. Beijer vertelt dat hij tot drie keer toe door politiemensen werd benaderd met de vraag of hij hen verder wou helpen. Om Beijer over de streep te trekken, deden de speurders en het gerecht zelf suggesties om hem te helpen bij een aantal procedures. 'Er is hier helemaal geen sprake van chantage,' benadrukt hij.

De eerste onderhandelingen vonden plaats in 1996, de twee andere in 2002 en dit jaar. Nu gaat het om een (inmiddels tweede aanvraag) voor een naamsverandering. Beijer is een adoptienaam die hij op zijn zesde kreeg. Beijer wil, voornamelijk voor zijn kinderen, graag zijn oorspronkelijke naam terug. 'Ik vraag geen geld, ik vraag iets waar ik volgens mij recht op heb,' zegt hij. Volgens Beijer heeft hij hierbij de steun van het Federaal Parket. Minister van justitie Laurette Onkelinx houdt echter het been stijf. 'Iemand van haar kabinet liet mij weten dat de minister niet geïnteresseerd is in al die oude zaken,' zegt Beijer.

Bron » P-magazine

17 Februari 2010

Robert Beijer: "Ex-agent voor de Sovjets"

Robert Beijer, die voor assisen tot 14 jaar gevangenis werd veroordeeld en gedagvaard werd in grote rechtszaken in de jaren '80, herhaalt dat hij bereid is om de onderzoekers te helpen de locatie te achterhalen waar bewakingsagent Francis Zwarts, in 1982 vermoord, werd begraven. Hij wijst zijn ex-handlanger Madani Bouhouche, die vier jaar geleden overleed, aan als de dader.

Robert Beijer keert terug naar het verleden in "De laatste leugen" dat verschenen is bij de uitgeverij Luc Pire. In dit onwaarschijnlijke verhaal stelt hij zichzelf voor als een ex-agent van de GRU, de voormalige inlichtingendienst van de Sovjetstrijdkrachten. Het zijn zij, beweert Beijer, die hem hebben verteld dat zijn vader een officier was van de Russische inlichtingendienst in tegenstelling tot wat hij altijd heeft gedacht. Het zijn diezelfde diensten die hem toen de opdracht hebben gegeven om de Belgische rijkswacht, "een staat binnen de staat", te destabiliseren door in dienst te treden. Hij denkt hieraan te hebben bijgedragen.

De ex-rijkswachter werd in 1994 tot 14 jaar cel veroordeeld voor heling in het dossier Zwarts. Zijn naam werd in verband gebracht met de Bende van Nijvel. Woensdag bij de voorstelling van zijn boek ontkende hij andermaal deel te hebben uitgemaakt van de logistieke cel van de Bende. "Het is een vod die je hebt geschreven", repliceerde hij naar journalist Guy Bouten die hem in een recent boek beschuldigt. Beijer beweert de onderzoekers wel te kunnen helpen in het dossier Zwarts. "Ik onderhandel met de bevoegde autoriteiten", zei hij.

Bron » De Morgen

24 Februari 2010

Gerecht gaat Beijer verhoren over moord Francis Zwarts

De procureur-generaal van Brussel heeft de procureur des konings van Nijvel gevraagd om Robert Beijer te verhoren over de begraafplaats van de in 1982 vermoorde veiligheidsagent Francis Zwarts. Dat heeft minister van Justitie Stefaan De Clerck in de bevoegde Kamercommissie verklaard. Beijer maakte vorige week bij de publicatie van zijn boek bekend dat hij weet waar Zwarts begraven ligt.

Beijer werd in 1995 voor het hof van assisen vrijgesproken voor de moord op Zwarts. In zijn boek 'De laatste leugen' stelt hij echter de opdrachtgever geweest te zijn voor de overval. Het was volgens hem wel niet de bedoeling dat Zwarts daarbij zou omkomen. Beijer wil naar eigen zeggen de onderzoekers helpen de begraafplaats van Zwarts te achterhalen.

In antwoord op vragen van Carina Van Cauter en Mia De Schamphelaere benadrukte De Clerck dat Beijer bekend staat om zijn uit de lucht gegrepen verklaringen. Toch gaat het gerecht Beijer verhoren over de zaak. "Met andere woorden, er is instructie gegeven om ingaand op de verklaringen het onderzoek op dat punt te hernemen", stelde de CD&V-minister.

Bron » De Morgen

26 Mei 2010

Un ancien espion russe doute de l'histoire de Robert Beijer

L'ancien gendarme belge affirme avoir travaillé pour le renseignement militaire soviétique. A Moscou, un ancien du GRU conteste. Un ancien officier du GRU, le service de renseignement extérieur de l'armée russe, met sérieusement en doute les propos de Robert Beijer qui, à l'occasion de la sortie de son livre Le dernier mensonge en février dernier, affirmait avoir travaillé pour ce service secret soviétique pendant les années de plomb en Belgique.

Cet officier, aujourd'hui âgé d'une septantaine d'années, a accepté de parler sous le couvert de l'anonymat. Il a été contacté par La Libre à Moscou. Il affirme qu'il est très peu probable que Robert Beijer ait travaillé pour le GRU car plusieurs incohérences apparaissent dans sa thèse qu'il qualifie de "folklorique".

L'ancien officier travaillait autrefois à la division Europe du GRU. Il dit qu'il n'y a pas de traces du nom de Beijer dans les archives du renseignement extérieur soviétique, pas plus que de son père, un certain "Herman", que l'ancien gendarme belge présente comme son vrai géniteur. Les archives du GRU, toujours en activité, et du KGB ne sont pas accessibles au public.

Le fait qu'il n'y ait pas de dossier au nom de "Beijer" dans les archives ne signifie pas que Beijer ou son père n'aient pas, d'une manière ou d'une autre, collaboré avec les services secrets soviétiques. Mais ce qu'il trouve hautement suspect, c'est l'affirmation de Robert Beijer que les agents soviétiques lui auraient confié que son père était "un officier soviétique".

Beijer, un ancien gendarme et ex-gangster dont le nom apparut dans de nombreux dossiers des années de plomb, dont les tueries du Brabant, écrit dans son livre que jeune étudiant, il fut approché par des agents soviétiques, en 1970, alors qu'il jouait aux échecs dans le café "Le Greenwich" à Bruxelles. Ces agents l'informèrent que son vrai père n'était pas le sien, mais un certain Herman, un Luxembourgeois, germanophone, étudiant à l'ULB en journalisme dans les années cinquante et brillant journaliste freelance.

Que Beijer ait été approché dans un café alors qu'il jouait aux échecs correspond à la technique du GRU d'alors de ratisser les lieux publics à la recherche d'une recrue éventuelle. Mais jamais ces agents n'auraient pu révéler que son père était "un officier soviétique" . Primo : les services secrets soviétiques n'avaient pas l'habitude de révéler à qui que ce soit, même à leurs enfants, le nom de leurs agents, affirme cette source. Secundo : le père présumé de Beijer ne pouvait pas être "un officier soviétique" car ce n'était possible qu'au cas où il était citoyen soviétique clandestinement établi et naturalisé en Belgique sous un faux nom.

Enfin, l'ex-agent soviétique ne croit pas du tout à la thèse de Beijer selon laquelle il aurait été recruté pour déstabiliser la Belgique et "miner discrètement le système de l'intérieur" . L'URSS, malgré son agressivité à l'égard de l'Occident et de l'Otan, avait d'autres chats à fouetter que de miner la gendarmerie belge. Beijer affirme dans son livre - mais sans donner le moindre détail - qu'il a suivi dans les années 70 plusieurs formations à l'espionnage qui l'amenait notamment à voyager via l'aéroport de Split (Trogir), en ex-Yougoslavie. Lors de ces stages, écrit-il, il apprenait "à être gris, inodore, sans saveur, passer inaperçu mais en étant toujours présent".

Ce n'est pas la première fois que Beijer avance une telle thèse. Son avocat Me Pierre Chomé témoigne : "Vers 1989, Beijer m'expliquait déjà cette histoire des services secrets et évoquait un certain Mosseiev qui avait des liens avec les phalangistes libanais , explique-t-il . Puis au cours de son procès (devant la cour d'assises du Brabant, à Nivelles, NdlR) en 1994, on a tenté de joindre au téléphone les deux noms que Beijer m'avait donnés. On a téléphoné à l'ambassade de Russie à Paris et demandé à parler aux deux agents (du GRU) . On a l'impression qu'on va nous passer les types. Le lendemain, on retéléphone. On nous dit qu'ils n'existent pas et qu'il ne faut plus retéléphoner. Ce n'est bien sûr qu'une impression. Pour une vérité judiciaire, il faut plus qu'une impression."

Pour tirer l'affaire au clair et demander des précisions, La Libre a contacté Robert Beijer, qui vit entre la Belgique et l'étranger. Mais l'ancien gendarme n'en dit pas plus. Doté d'un solide sens commercial, il ajoute qu'un second livre est en préparation et que celui-ci éclairera la question du lien avec les services soviétiques. "Sachez que souvent le pouce ne sait pas ce que fait l'annulaire", dit-il, en référence aux doutes de l'ancien officier du GRU.

"Beijer est un type extrêmement intelligent, qui prépare toujours le coup suivant et laisse peu de place à l'improvisation" , sourit Me Chomé. Bref, un vrai joueur d'échecs.

Bron » La Libre

Voorstelling : 'De Laatste Leugen'

"Ik was geheim agent voor de Sovjets"

Wie een boek schrijft over zichzelf is de held van zijn eigen verhaal. Robert 'Bob' Beijer is een van die legendarische figuren uit de jaren tachtig, de Belgische jaren van lood. De ex-rijkswachter en ex-topgangster geeft in zijn memoires een overzicht van zijn carrière en levert meteen een verklaring voor zijn criminele daden. Hij moest naar eigen zeggen de rijkswacht ondermijnen en belachelijk maken in opdracht van zijn meesters: de geheime dienst van de Sovjet-Unie.

Wat is waarheid en wat is verzinsel? Met Beijer, een grootmeester in manipulatie en desinformatie, weet je het nooit. Ook al doet hij nu een boekje open, zelfs dan is de kans groot dat hij alweer iedereen bij de neus neemt. Beijer beschrijft gedetailleerd een aantal operaties waaraan hij zelf heeft deelgenomen, zoals de fameuze wapendiefstal bij de groep Diane of de aanslag op majoor Vernaillen, maar echte onthullingen blijven achterwege. Namen van andere daders noemt hij niet, tenzij die van zijn kompaan Madani Bouhouche. Die is dood en zal hem niet meer tegenspreken. Andere operaties die nog niet bekend zijn, blijven onbekend. Het motto dat Beijer het boek heeft meegegeven stemt tot nadenken: "De waarheid is niet meer dan de laatste leugen die nog niet ontmaskerd is."

Ontmoeting met Russische schaakspelers

Het begint al met zijn naam. Beijer is de naam van zijn pleegvader, een vishandelaar-traiteur in Schaarbeek. Tijdens een spelletje schaak in het Brusselse café Greenwich vertellen twee onbekende Russen de op dat moment 18-jarige scholier dat zijn vader niet zijn echte vader is. Van zijn moeder verneemt Beijer vervolgens dat zijn biologische vader een Duitstalige man uit Luxemburg was, die in het begin van de jaren vijftig in Brussel aan de ULB journalistiek studeerde en overleed aan een maagzweer. Een jaar later verneemt Beijer van dezelfde Russische schaakspelers, die zich nu voorstellen als geheim agenten van de Sovjets, dat zijn biologische vader eigenlijk een officier was van de GRU, de militaire inlichtingendienst van de Sovjet-Unie.

Door wie en voor wie Beijer werd gerekruteerd, laat hij in het midden: de KGB, de GRU of nog een andere dienst? Voortaan spreekt hij over zijn Meesters. Die willen dat hij voor de Staatsveiligheid of de rijkswacht gaat werken. "Ik ga me anders voelen dan de anderen, die ik observeer, met wie ik dagelijks omga, met wie ik praat. Ik zal me zachtjesaan bewust worden van het extreme genot van het weten - ik weet dingen waarvan al deze imbecielen zelfs geen weet hebben - en de macht die daaruit voortvloeit."

Beijer vertelt in vage termen over korte opleidingsreizen naar de Sovjet-Unie, via Joegoslavië : "Vanaf mijn eerste verblijf werden me woorden ingehamerd en voor altijd in de hersens gegrift, woorden die ik me eigen moest maken in alle omstandigheden, zelfs en ook in mijn slaap: discretie, onzichtbaarheid, nooit opvallen, versmelten in de massa, geen afgunst noch medelijden opwekken. Grijs worden, reukloos, smaakloos, onopgemerkt voorbijgaan maar toch overal aanwezig zijn. Eén enkel doel, één enkel ordewoord: op discrete wijze het systeem van binnenuit ondermijnen."

Boekentas vol geheimen

Als rijkswachter komt Beijer terecht op de sectie Info van de BOB, de recherche in burger. "Van mijn verblijf op deze sectie profiteer ik ook om bij me thuis een klein fotolaboratorium te installeren, waar een groot aantal dossiers zullen passeren. Op het einde van de dag, terwijl mijn collega's uitvoerig hun keel smeren in de kantine, maak ik op mijn gemak een selectie van de meest interessante dossiers. Er gaat geen avond voorbij of ik ga naar huis met een boekentas vol met kleine geheimen." Soms leent Beijer bepaalde dossiers uit aan collega-BOB'er Bouhouche. Die dossiers komen, zoals later blijkt, terecht bij het neonazistische Westland New Post. "Had Bouhouche misschien een of andere missie?", vraagt Beijer zich af. "Werkte hij voor rekening van andere Meesters?"

De samenwerking met Bouhouche gaat nog verder. Ze beginnen samen wapens en auto's te verzamelen en onderduikadressen en garageboxen. Kortom, ze leggen de logistieke basis voor een clandestiene organisatie. Ze hebben ook een "oorlogskas" nodig. Met de hulp van een handlanger, die zich verkleedt als rijkswachter, stelen ze 50.000 euro uit de griffie van de Brusselse rechtbank. Ze plegen ook een aantal kleine bankovervallen en stelen pistolen in de fabriek van FN. Met welk doel ? Beijer: "In het kader van mijn bredere opdracht is het mijn bedoeling om de geesten wakker te schudden en verwarring te scheppen binnen een instelling die een arrogantie tentoonspreidt die niet in verhouding staat tot haar middelmatige resultaten. Mijn objectief is duidelijk: de Rijkswacht, die zo bezorgd is om haar kwaliteitsimago, destabiliseren en in diskrediet brengen."

Bom in auto BOB

Hun eerste actie is een bom plaatsen in een auto van de BOB. De nodige explosieven stelen ze in een steengroeve. Daarna wordt "met de hulp van vrienden die elkaar niet kenden en van wie sommigen niet wisten waarvoor ze moest dienen" een bom gefabriceerd. Het tuig wordt in een Peugeot 404 van de BOB geplaatst, in de kazerne aan de Leuvenseweg in Brussel. De aanslag mislukt gedeeltelijk. Enkel het ontstekingsmechanisme ontploft, niet de lading zelf.

"Hoe dan ook zelfs al is de bom niet ontploft met zoveel gedruis als we hadden voorzien, het objectief is toch bereikt. De BOB staat in rep en roer en de Rijkswacht staat op zijn kop. Uiteindelijk ontstaat er geleidelijk een klimaat van wantrouwen en psychose in de rangen van de Rijkswacht. Iedereen begint zijn buurman te wantrouwen. De verwarring is des te groter omdat België in die periode ten prooi is aan tragische gebeurtenissen. De Rijkswacht lijkt de enige instelling die nog min of meer correct functioneert. In die periode ziet de Rijkswacht zichzelf als almachtig en droomt het korps ervan om de Staatsveiligheid te overvleugelen op het gebied van het politieke inlichtingenwerk."

Operaties van 'zijn' groep

In de volgende hoofdstukken beschrijft Beijer gedetailleerd de volgende operaties van 'zijn' groep. Een paar weken na de bom volgt de aanslag op rijkswachtmajoor Herman Vernaillen, die in zijn woning in Affligem onder vuur genomen wordt door een commando van vier man, onder wie Beijer, Bouhouche en iemand die de 'Kongolees' wordt genoemd. Het plan bestond erin om naar de woning van de majoor te gaan, te wachten tot hij de deur zou opendoen, hem neer te schieten en te vertrekken. Niets meer, niets minder. En zonder zichtbaar motief. Zonder enig motief, om eerlijk te zijn. Vernaillen en zijn echtgenote raken zwaargewond. De volgende dag gaat Beijer doodleuk naar zijn werk op de sectie Info.

Overval op luchthaven Zaventem

"Mijn objectief is duidelijk: de Rijkswacht, die zo bezorgd is om haar kwaliteitsimago, destabiliseren en in diskrediet brengen."

Dan volgt de al even spectaculaire wapendiefstal bij het Speciaal Interventie Eskadron, de prestigieuze antiterreureenheid van de rijkswacht. Ook die operatie wordt uitgevoerd door vier man: Beijer, Bouhouche en twee onbekenden. De buit is een indrukwekkende hoeveelheid gesofistikeerde wapens. En ten slotte is er de overval op de luchthaven van Zaventem. Volgens Beijer was het echte doel van die operatie het onderscheppen van een Belgische diplomatieke valies, die afkomstig was uit Moskou en die nadien "werd bezorgd aan de rechtmatige eigenaar".

De diefstal van een lading kostbaarheden, zoals goudstaven, muntstukken, industriële diamant en twaalf genummerde Cartierhorloges, diende volgens hem enkel "als wisselgeld" om de uitvoerders te betalen. Beijer geeft een uitvoerige beschrijving van de voorbereiding van de operatie, maar beweert zelf niet te hebben deelgenomen aan de actie. Bouhouche had volgens Beijer de leiding op het terrein over een commando van vier niet bij naam genoemde mannen. De daders waren als rijkswachters verkleed en gebruikten een als rijkswachtvoertuig vermomde Ford Taunus.

Francis Zwarts

Bij die operatie valt een dode: Sabena-veiligheidsagent Francis Zwarts. "Zonder rekening te houden met wat was afgesproken nam Bouhouche nochtans het initiatief om hem uit te schakelen, om redenen die ik niet ken. Toen ik later vernam wat er was gebeurd, zou dat een heftige ruzie tussen ons veroorzaken. Ik vond het een nutteloze daad," aldus Beijer. Volgens Beijer zou Bouhouche de veiligheidsagent in de autokoffer van de Taunus hebben gelegd, geboeid maar levend. In de koffer zou hij geslagen zijn met zijn eigen dienstwapen. De Taunus werd verstopt en het lichaam van Zwarts zou gedurende twee of drie dagen in de auto hebben gelegen. Bouhouche en ten minste een van zijn acolieten zouden dan de begeleider hebben neergeschoten en begraven in de buurt van een verlaten fabriek langs het kanaal van Willebroek.

Staatsveiligheid op feestje Beijer

Met die acties op zijn palmares neemt Beijer begin jaren tachtig ontslag uit de rijkswacht. Hij "zoekt naar een manier waarop ik opnieuw nuttig kan zijn voor mijn Meesters" en begint samen met Bouhouche het privédetectivebureau en/of de privé-inlichtingendienst Agence de Recherches et d'Informations. Eén van de specialiteiten van het kantoor is het illegaal aftappen van telefoongesprekken. Volgens Beijer duiken op het opstartfeestje van ARI twee topmannen van de Staatsveiligheid op: Albert Raes, de toenmalige grote baas, en zijn medewerker Christian Smets.

"Ze doen ons een voorstel. Ze willen voortaan een beroep doen op professionelen, die in 'onderaanneming' bepaalde operaties voor hen kunnen doen. In ruil zijn ze bereid alles te leveren wat we nodig hebben voor onze activiteiten." Beijer geeft ook enkele voorbeelden van dergelijke opdrachten, die volgens hem in opdracht van de Staatsveiligheid plaatsvonden. Raadselachtig voegt hij eraan toe : "Sommige van mijn min of meer geheime activiteiten worden op deze bladzijden beschreven, andere zaken kunnen nog niet worden verteld. Ze vervolledigden het 'oeuvre' dat ik als rijkswachter had opgebouwd. Wij (en dan vooral Bouhouche) kregen soms het gevoel dat we behoorden tot een superieure kaste, die bijna ongestraft van België zijn speeltuin kon maken."

In het nauw gedreven

Eind jaren tachtig raakt Beijer voor het eerst in het nauw. Bouhouche is inmiddels aangehouden wegens mogelijke betrokkenheid bij de moord op FN-wapenhandelaar Juan Mendez en zit drie jaar in voorlopige hechtenis. Beijer wordt aangepakt voor zijn illegale telefoontaps. Het duo wordt bovendien meer en meer in verband gebracht met de Bende van Nijvel, het gerecht zit hen op de hielen. Ook Beijer moet acht maanden voorlopige hechtenis uitzitten. Maar nadat ze allebei weer op vrije voeten zijn, slaan ze opnieuw een slag. Deze keer overvallen ze een Libanese diamantair in Antwerpen, volgens Beijer in opdracht van twee leden van de ambassade van de Sovjet-Unie in Parijs. De operatie verloopt catastrofaal: diamantair Ali Suleiman is niet alleen thuis en verweert zich. Het komt tot een gevecht in regel, waarbij een dode en gewonden vallen.

Op de vlucht

Vanaf dat moment is de rol van Beijer uitgespeeld. Hij slaat op de vlucht, eerst naar Spanje, dan naar Paraguay en Brazilië, en ten slotte naar Thailand en Vietnam. Zowel in Rio de Janeiro als in Parijs gaat Beijer naar eigen zeggen hulp zoeken op de Sovjetambassade, maar telkens komt hij van een kale reis thuis. "Ik stuit op een muur van onbegrip. Het is heel simpel: niemand kent me, ik besta niet. Nochtans heb ik in hun opdracht gewerkt in de Antwerpse zaak. Of niemand kent me niet meer. Ik ben onzichtbaar geworden."

Bron » Apache News Lab | Georges Timmerman | 17 Februari 2010

Interview Robert Beijer

"Ik heb informatie, maar niemand wil ze"

Bijna 22 jaar nadat de Bende van Nijvel voor het laatst heeft toegeslagen, blijft het dossier van deze nooit ontmaskerde moorddadige bende de gemoederen beroeren. Werp maar eens een blik op het Franstalig internetforum tueriesdubrabant.be.cx dat anderhalf jaar geleden rond de Bende werd opgericht en waarop inmiddels al meer dan 9.000 berichten zijn geplaatst. Daarop tal van hypothesen, beschouwingen, bedenkingen, maar soms ook onthullingen. Zeer opvallend: de nieuwe dingen die je op het forum verneemt, komen bijna steeds van Robert Beijer. Beijer, een ex-rijkswachter, en zijn kompaan Madani Bouhouche zijn meermaals in verband gebracht met feiten die aan de Bende werden gekoppeld. Zo bijvoorbeeld met de moord op Juan Mendez, ingenieur en verkoper van de wapenfabrikant FN Herstal, en die in januari 1986 werd vermoord. Mendez was een vriend van Bouhouche.

Beijer en Bouhouche waren de hoofdverdachten in het proces-Mendez, dat 106 dagen duurde en begin 1995 eindigde met een gevangenisstraf van 14 jaar voor Beijer en 20 jaar dwangarbeid voor Bouhouche. Beijer werd schuldig bevonden aan de inbraak in een gemeentehuis, corrumperen van ambtenaren, heling en dracht van illegale wapens, een vals telegram in het moorddossier van een Libanese zakenman in Antwerpen (die daarbij werd doodgeschoten door Bouhouche) en van de heling van een uurwerk (dat overigens nooit gevonden is). Het uurwerk zou afkomstig geweest zijn van een roof in Zaventem, die gekend zal worden als de zaak-Zwarts. Na zijn gevangenschap verhuisde Beijer naar Bangkok, waar hij actief is in vastgoed.

Onlangs was hij voor enkele dagen in Brussel en we vonden hem, na enige aarzeling, bereid om ons te ontmoeten. Hij heeft ooit maar één enkele journalist vertrouwd: René Haquin, de betreurde onderzoeksjournalist van Le Soir. Wat een kennismakingsgesprek moet blijven, wordt uiteindelijk toch een artikel. Beijer wil immers ophefmakende dingen kwijt. En zo zal hij na ons ook nog een gesprek voeren met het Franstalige weekblad La Libre Match. Twee uitzonderingen op de regel dat hij niet meer met journalisten praat.

Robert Beijer: "Na de dood van Bouhouche belt een journalist mij op en vraagt onder meer of Madani een verstandige man was. Ik zeg dat hij geslepen was, pienter, maar absoluut niet open van geest. Wat legt die kerel mij in de mond? 'Bouhouche était un con!' Heb ik dus nooit gezegd. Zo blijft men ook maar schrijven dat Bouhouche en ik bij de rijkswacht aan de deur zijn gezet. Wat een onzin. Ze hebben me gevraagd om langer te blijven, wat ik niet gedaan heb." Beijer hanteert dus liever zelf de pen. Hij heeft een manuscript van 560 bladzijden klaar, dat nu nog literair op muziek moet worden gezet door 'mon écrivain'. Een roman of non-fictie? Hij is er nog niet uit. Het boek is gepland voor 2009. "Dan zullen 'bepaalde feiten' definitief verjaard zijn," zegt hij. Welke feiten? "Niemand weet dat ik bij die feiten betrokken was, dus zal ik daar niets over vertellen. Dat begrijpt u toch?"

Grotesk

Maar waarom dan uw veelvuldige tussenkomsten op dat internetforum? Open en bloot, nog wel. Wat bezielt u?
Beijer: "Ik ben bij het surfen toevallig op dat forum gebotst. Sommige dingen over mij waren zo grotesk dat ik niet anders kon dan reageren."

Op zaken die u in verband brengen met de Bende?
Beijer: "Mag ik hierbij nog maar eens benadrukken dat het de pers is die dat verband heeft gelegd? Nooit het gerecht, nooit de speurders. Die hebben mij over de Bende nochtans gedurende ontelbare uren ondervraagd. Ik heb zelf nooit toegang gehad tot het Bendedossier, evenmin als de meeste leden op het forum. We zouden anders allicht dichter bij de waarheid staan."

Zegt u nu dat u de waarheid over de Bende niet kent?
Beijer: "Nee. Op het forum wemelt het van de hypothesen. Allemaal hypothesen die ooit zijn uitgebroed door flikken en journalisten. Er circuleren al zo veel theorieën dat, mocht de waarheid op een dag aan het licht komen, het gerecht en de pers het allicht niet eens zullen willen geloven. De waarheid zou heel simpel kunnen zijn. Denkt u dat het gerecht zal toegeven dat het al die jaren op foute sporen werkte? Wie zal toegeven dat het systeem gefaald heeft?"

Als u zelf niets weet, wat doet u dan op dat forum?
Beijer: "Ik kan het enigma van de Bende niet oplossen, maar wat ik wel kan doen, is zeggen wat allemaal niets met de Bende heeft te maken. Ik verklaar mij nader. Stel dat u overtuigd bent dat er tien politiemensen bij de Bende betrokken waren en dat ik kan bewijzen dat zeven van die tien mannen er absoluut niets mee te maken hebben. Blijven er dus drie over. Dat is toch een stap vooruit in het onderzoek? Daarmee zeg ik niet dat de drie er iets mee te maken hebben, maar wel dat de zeven anderen er niets mee te maken hebben. Dat is wat dringend moet gebeuren: het ontvetten van al die dossiers die niets met de Bende hebben te maken. En daarbij kan ik helpen. Hoe dat kan, zal u vragen. Simpel. Bij een aantal dossiers die aan de Bende gekoppeld zijn, was ik zelf betrokken. Ik kan dus bewijzen dat ze niets met de Bende hebben te maken."

Was Juan Mendez, zoals sommigen denken, het 29ste dodelijke slachtoffer van de Bende? Is er een verband?
Beijer: "Weet u waarom het verband is gelegd? Door één telefoontje. Mendez zat in Zuid-Amerika toen hij hoorde over de overval in Aalst. Hij heeft toen naar België gebeld met de vraag of de wapens die in Aalst gebruikt waren, afkomstig waren uit de collectie die kort voordien bij hem thuis was gestolen. Mendez had een enorme verzameling wapens. Hij verzamelde die zoals anderen postzegels. Stel dat u een aanzienlijke collectie wapens bezit en dat een deel wordt gestolen. Zou u zich dan niet de vraag stellen of die door de Bende zijn gebruikt? Daar zou toch niets verdacht aan zijn? Persoonlijk denk ik dat de moord op Mendez niets met de Bende heeft te maken."

Tijdens het proces-Mendez kwamen nog veel meer dossiers naar boven.
Beijer: "Zeg dat wel. Men heeft zeer breed geharkt. Alleen al in verband met mij moest de jury antwoorden op 394 schuldvragen!"

De zaak-Zwarts

Het gesprek komt op de zaak-Zwarts. Een nooit opgehelderd dossier. Francis Zwarts was veiligheidsagent bij Sabena in Zaventem toen hij op de avond van 25 oktober 1982 een vracht moest ophalen aan een vliegtuig dat uit Zürich kwam. Die vracht - goud, ruwe diamanten, Cartier-uurwerken - moest hij naar een kluis van het Brucargo-gebouw brengen. Daarvoor moest hij door de 500 meter lange tunnel onder de startbanen rijden, maar hij is nooit aan de andere kant geraakt. Zijn bestelwagen werd teruggevonden op een stort in de buurt, maar van de vracht of van Zwarts geen spoor.

Beijer: "Tijdens het proces heeft mijnheer Lemmens, het hoofd van de veiligheidsdienst van Zaventem, zijn getuigenis achter gesloten deuren afgelegd. Wat zei hij? Dat er geen sporen waren achtergelaten en dat de daders dus superprofessioneel te werk waren gegaan en blijkbaar bijzonder goed waren geïnformeerd. Hij zei ook nog dat hij niet begreep waarom de roof uitgerekend die dag was gepleegd. De slechtst mogelijke dag, want op andere dagen waren de vrachten een veelvoud waard. Een lading van 500 miljoen frank was niet ongewoon, deze keer ging het om iets meer dan een tiende daarvan. Ik zal het u uitleggen. De roof had niets met die lading te maken. U moet weten dat de vracht van Zwarts niet van één vliegtuig kwam, maar van twee. Hij was ook nog de diplomatieke koffer van de ambassade van België in Moskou gaan ophalen. De roof had enkel met deze diplomatieke zending te maken. Dat was het doel van de overvallers. De rest van de buit hebben ze onder elkaar mogen verdelen. Hoe ik dat allemaal weet? Dat zal ik aan de speurders vertellen. Dit reserveer ik voor hen, maar ik kan u zeggen dat ik hen kan helpen om de zaak helemaal op te helderen."

Wist u dat allemaal al tijdens het proces-Mendez?
Beijer: "Jawel."

En u zweeg.
Beijer: "Dan zou ik mezelf beschuldigd hebben van iets wat ik niet gedaan heb. Ik heb de informatie verzameld over de haalbaarheid van de diefstal van de diplomatieke zending, dat wel. De actie zelf heb ik niet uitgevoerd, maar ik ken wel minstens één man die er bij was en ik ben best bereid het te vertellen. Ook de zaak-Zwarts is in verband gebracht met de Bende. Ten onrechte. Heeft er niets mee te maken. Dit is nu een die dossiers die met mijn hulp uit het Bendedossier kunnen worden weggeborsteld."

Verdomme, waarom vertelt u het dan niet?
Beijer: "In 1996 ? ik zat in de gevangenis ? zijn speurders naar mij gekomen met een aantal vragen. Of ik hen kon verder helpen. Waarom zou ik? Ik vroeg wat zij dan voor mij konden doen. Ze vertelden dat ik, op aanraden van het openbaar ministerie, een gratieverzoek moest indienen om vervroegd te worden vrijgelaten. Ik kwam daarvoor trouwens in aanmerking. Vergeet niet: ik had ook geen bloed aan de handen. In al de moordzaken ben ik vrijuit gegaan. Er werd dus afgesproken dat ik hen na mijn vervroegde invrijheidsstelling zou helpen om een aantal zaken op te helderen. Zij van hun kant zouden het nodige doen om die gratie geregeld te krijgen. Maar ze werd geweigerd. Twee maanden later waren ze terug, maar toen heb ik ze wandelen gestuurd. Daarna heb ik ze niet meer gehoord."

Als zelfs het parket voor uw vrijlating was, waarom werd de gratie geweigerd door de minister?
Beijer: "Door tussenkomst van het Hof."

Het Hof?
Beijer: "Daar ben ik van overtuigd. Albert Raes - het toenmalig hoofd van de Staatsveiligheid - is 19 jaar lang de privéflik van de koning geweest. Tijdens het proces-Mendez heb ik zeer zwaar op Raes ingehakt en dat was hij niet vergeten. Hij heeft me nooit vergeven dat ik in de soep heb gespuwd. Er is vanuit het Hof druk gezet op de minister van Justitie."

En dus hebt u nooit iets onthuld.
Beijer: "Ik ben vrijgekomen op 3 december 1999, na meer dan de helft van mijn straf. In 2002 zijn de speurders opnieuw naar mij gekomen. Of ze mij met iets over de streep konden trekken? Ja, er was wel iets waarmee ze konden helpen. Beijer is niet mijn echte naam. Die ik heb ik gekregen toen ik op mijn 6de ben geadopteerd. Ik wil mijn oorspronkelijke naam terug, ook omwille van mijn kinderen, voor wie de naam Beijer zeker geen voordeel is. Andermaal zouden de speurders en het openbaar ministerie lobbywerk doen. Toch is de identiteitsverandering geweigerd door het kabinet van Laurette Onkelinx. Naar verluidt omdat de minister niets meer wil horen over al die oude zaken. Niet geïnteresseerd in de Bende van Nijvel! Niet in de zaak-Zwarts! Vraag maar eens aan de nabestaanden van de Bendeslachtoffers, of aan de moeder van Zwarts, wat zij daar van vinden."

Dus opnieuw geen onthullingen?
Beijer: "Ik heb ondertussen een tweede, nog sterker gemotiveerd verzoek om een naamsverandering ingediend. Nu hoor ik dat het opnieuw njet zal zijn. Begrijpt u dat? Ik vraag geen geld, hè, maar alleen iets wat in het kader van de maatschappelijke reïntegratie wel vaker aan ex-gedetineerden wordt toegekend. Waarom niet voor mij? Ik ben in permanent contact met politiemensen, en die willen zelf niets liever dat de zaken zo snel mogelijk worden geregeld."

Wraakroepend

Wat vinden de nabestaanden van dit alles? Patricia Finné, dochter van Léon Finné, die in september 1985 door de Bende werd neergeschoten, had onlangs zelf ook een gesprek met Robert Beijer.

Patricia Finné: "Zijn voorstel aan de minister lijkt me nogal logisch. Wat hij mij heeft verteld, lijkt me ook geloofwaardig. Ik ben dus honderd procent vragende partij dat ze tegemoet komen aan zijn voorstel. Het kan mij overigens niet schelen van wie informatie komt, als er maar vooruitgang wordt geboekt in het dossier. Als ik van Beijer hoor dat minister Onkelinx niet geïnteresseerd is in die oude koeien, vind ik dat ronduit wraakroepend. Ik heb er geen woorden voor."

Elvire Zwarts-Cochet, de moeder van Francis Zwarts, krijgt het ook moeilijk als ze dat hoort. Nooit heeft ze op fatsoenlijke wijze afscheid kunnen nemen van haar zoon.

Elvire Zwarts: "Wat u van de diplomatieke koffer vertelt, verbaast mij niets. De dag na de verdwijning vertelde een BOB'er ons dat de verdwenen koffer 'een groot ge-vaar voor ons land' betekende. Daags nadien was hij terug met het verhaaltje dat het ging om maar wat onbenullige familieberichtjes van een minister. Alsof ik dat ooit een ogenblik heb geloofd."

Vindt u dat Beijer een andere naam mag krijgen?
Zwarts: "Zo'n grote gangster?!"

Vindt u dat de minister gelijk heeft?
Zwarts: "Geen interesse in die oude zaken? En wij dan? Zijn wij nabestaanden voor haar niets meer dan oud vuil? Dat Francis dood is, dat weet ik. Wat u mij vertelt, betekent dat wij na 25 jaar op een dag misschien toch ons verdriet zullen kunnen beginnen verwerken. In die zin betekent uw bezoek eigenlijk een opluchting."

Bron » P-magazine | René De Witte | Mei 2007