Januari

31 Januari 1997

Op 31 januari 1997 starten de publieke hoorzittingen van de Bendecommissie bis met een inleiding. Drie gewezen onderzoeksrechters komen hun zoekwerk naar de Bende van Nijvel toelichten. Er valt meteen nieuws te rapen want Jean-Claude Lacroix van Charleroi, die ook op dat ogenblik de verantwoordelijke magistraat is voor het Bende-onderzoek, laat horen dat hij goede hoop heeft over vier à vijf maanden de daders te pakken te krijgen, levend of dood. Hij rekent daarvoor op nieuwe wetenschappelijke onderzoekstechnieken. Wel vraagt hij de commissie dat ze zich dan ook niet te veel zou moeien met zijn onderzoek.

Hoe kritisch moet je zijn om op te werpen dat de belofte van Lacroix evengoed een manoeuvre kan zijn om de pottenkijkers van de commissie weg te houden van het onderzoek? Hij spiegelt immers maar resultaten voor wanneer de commissie haar activiteiten zowat zal beëindigen. De woorden van Lacroix klinken een week later trouwens al heel hol als De Standaard onthult dat het speurwerk van de Bende-cel in Jumet helemaal niet opschiet. Het spoor naar Bouhouche en Beijer zou doodlopen, rijkswacht en gerechtelijke politie werken nog allerminst samen en de verantwoordelijke magistraat houdt er zich amper mee bezig.

Gewezen onderzoeksrechter Freddy Troch uit Dendermonde pleit nadrukkelijk voor één enkele criminele politie, een taakverdeling tussen rijkswacht en gerechtelijke politie ziet hij niet zitten. Gewezen onderzoeksrechter Jean Schlicker uit Nijvel weet zich vooral nog maar weinig te herinneren. Dezelfde 31ste januari neemt professor Marc Uyttendaele ontslag als deskundige van de Bendecommissie. Als advocaat van onderzoeksrechter Martine Doutrewe had hij aan de Dutroux-commissie om de wraking verzocht van commissielid Renaat Landuyt wegens vooringenomenheid, daarenboven betwistte hij de werking van de Dutroux-commissie volledig. Dat maakte zijn positie bijna onhoudbaar, temeer omdat Landuyt ook lid is van de Bendecommissie bis. Zijn opdracht wordt overgenomen door de tweede Franstalige deskundige professor Masset.

Meer » Dendermonde | Cel Waals Brabant | De zaak Dutroux

Februari

4 Februari 1997

Op 4 februari 1997 tracht gewezen onderzoeksrechter Schlicker de tegenwerking die hij ondervond te minimaliseren. Maar zijn toenmalige substituut Yves de Prelle de la Nieppe spreekt heel andere taal. Volgens hem heeft het parket - vooral de procureur des konings van Nijvel Jean Deprêtre en advocaat-generaal van Brussel Jean-Pierre Jaspar - het onderzoek de verkeerde richting uitgestuurd, de richting van de Borains namelijk, en voor jaren achterstand gezorgd. Zware druk zorgde ervoor dat Schlicker het onderzoek naar extreem-rechts heeft stopgezet. Toenmalig procureur-generaal Victor Van Honste heeft Schlicker tevens ontraden om in het dossier van Latinus de eventuele banden tussen WNP en de staatsveiligheid te onderzoek. Dat het parket niet wilde weten van de politiek-criminele hypothese verbaasde vele onderzoekers.

5 Februari 1997

De volgende dag ontkent Jean Deprêtre alle aantijgingen. Maar niet al zijn antwoorden overtuigen en soms zijn er helemaal geen antwoorden. Zo blijkt dat onderzoeksrechter Schlicker van Nijvel in mei 1985 drieëntwintig onderzoeksopdrachten gaf in de richting van extreem-rechts. Deprêtre kan zich dat niet herinneren. Die onderzoeken werden nooit uitgevoerd, de betrokken speurders kregen zelfs nooit een sanctie alhoewel ze toch verzuimd hebben hun werk te doen. Deprêtre moet dat toegeven maar uitleggen is er niet bij. Al in januari 1986 wordt op een coördinatievergadering gesproken over onderzoek naar de mogelijke betrokkenheid van rijkswachters of ex-rijkswachters van de groep Dyane. van speurwerk daarover is niets te vinden.

Deprêtre kan zich maar weinig herinneren. Deprêtre beaamt dat hij inderdaad voortdurend contact had met Albert Raes, de baas van de staatsveiligheid 'enkel in belang van het onderzoek'. Raes lachte met het spoor van extreem-rechts, aldus Deprêtre, die daaraan nog toevoegt dat 'voor dat spoor geen enkel materieel bewijs is gevonden'. De roze balletten dan, volgens Deprêtre zijn dat roddels en is er geen materieel verband met het Bende-dossiers. Hij weigerde het dossier aan andere magistraten over te maken om 'het privé-leven van onschuldigen te beschermen'. Waarom niet is onderzocht of prostitutienetwerken eind jaren zeventig minderjarigen misbruikten, zoals prostituees hadden verklaard, kon hij zich niet meer herinneren, wel 'dat in Nijvel nooit een pedofiliedossier is geseponeerd'.

21 Februari 1997

Op 21 februari getuigen de toenmalige rijkswachters Gérard Bihay en Frans Balfroid dat de rijkswachttop en de hoge magistratuur een ernstig onderzoek naar het extreem-rechtse spoor hebben verhinderd. Zij beschuldigen toenmalig rijkswachtgeneraal Fernand Beaurir en procureur Deprêtre persoonlijk. Onderzoeksrechter Christian Baeyens van Nijvel bevestigt dat Deprêtre optreed als een dictator, iedereen zijn oordeel opdringt en vooral 'elk onderzoek tegenwerkt dat belastend kan zijn voor de rijkswacht, de staatsveiligheid en de hogere instellingen in het algemeen'. Ook Baeyens zegt duidelijk dat Deprêtre het onderzoek in de richting van de Borains heeft omgebogen zodat drie jaar verloren gingen. Meer algemeen wijst hij erop dat de onafhankelijkheid van onderzoeksrechters meer schijn dan werkelijkheid is.

25 Februari 1997

Op 25 februari klagen de Brusselse onderzoeksrechters Jean Kesteloot - belast met de zaak Auberge du Chevalier - en Wilfried Mahieu - die de overval op de Colruyt in Halle onderzoekt - over onduidelijke en falende besluitvorming en over kostbare tijd die verloren is gegaan. Allebei kregen ze zelfs het verzoek om hun onderzoek enige tijd stil te leggen. De Brusselse substituut Jean-François Godbille wijst de commissieleden erop dat het wellicht vooral om geld te doen is en dat vermoedelijk maffiose zakelijke belangen schuil gaan achter de Bende-misdaden, bedoeld wordt bijvoorbeeld illegale wapenhandel, drugshandel of diamanthandel. Oppervlakkig bekeken kan het volgens hem om extreem-rechts opzet gaan, in feite is het wellicht een gevaarlijk samenspannen van die sterke maar criminele zakelijke krachten met uiterst-rechtse en rechtse patriottische verenigingen. Daarbij zouden de rechtse 'idealisten' wel eens misbruikt kunnen zijn. Benoît de Bonvoisin luistert op de tribune aandachtig.

Meer » Beersel | Westland New Post | Staatsveiligheid | Onderzoek Nijvel | Benoît de Bonvoisin

Maart

4 Maart 1997

Op 4 maart behandelt de commissie de zogenaamde roze balletten. Duidelijk is dat onderzoeksrechter Bruno Bulthé niet de volledige medewerking kreeg voor zijn onderzoek - zo kreeg hij geen toegang tot het dossier Boas - en dat substituut Edwig Steppé het dossier zelfs uit handen moest geven op bevel van procureur des konings Dejemeppe, wat hij hoogst ongewoon en een aanfluiting van zijn onafhankelijkheid noemt. Bulthé kon verder vooral vaststellen dat een aantal gevoelige overtuigingsstukken zoals agenda's en ledenlijsten verdwenen zijn. Het verhaal van eerstaanwezend commissaris Glen Audenaert van de gerechtelijke politie is zo mogelijk nog erger. Geluidscassettes over de roze balletten, die hij ontvangen had van dokter André Pinon zelf, zouden hem zijn afgepakt door zijn toenmalige chef Georges Marnette en belandden vervolgens helemaal niet bij de griffie.

Ze doken vreemd genoeg terug op tijdens de eerste Bendecommissie maar de gesprekken bleken dan niet meer te verstaan. Dat was nochtans wel het geval toen ik ze kreeg, aldus nog Audenaert. Georges Marnette zelf gelooft niet dat tijdens die roze balletten strafbare feiten zijn gepleegd. Wel sluit hij niet uit dat hooggeplaatsten slachtoffer zijn van chantage maar namen wou hij niet kwijt achter gesloten deuren. Verder acht hij het uitgesloten dat Paul Latinus zelfmoord pleegde en onthult hij dat de toenmalige Brusselse procureur des konings Poelman hem polste om processen-verbaal over de 'infiltratie' in het WNP door de staatsveiligheid te vernietigen, wat hij geweigerd zou hebben.

7 Maart 1997

Commissievoorzitter Van Parys laat op 7 maart weten dat Marnette een mogelijk discrediterende verklaring heeft afgelegd over nationaal magistraat André Vandoren. Dat blijkt niet gestaafd te zijn en Van Parys noemt 'de insinuaties van Marnette ontoelaatbaar en onaanvaardbaar'. Dezelfde dag blijkt procureur des konings Dejemeppe het antwoord schuldig op de vragen hoe er stukken kunnen verdwijnen uit het dossier 'roze balletten' en waarom niemand daarvoor wordt gestraft. Enkele dagen later reageert Marnette: Van Parys heeft de discretieplicht geschonden en daarenboven zou het gewoonweg onmogelijk zijn om te oordelen over de gegrondheid van zijn verklaringen, want hij citeerde derden.

21 Maart 1997

Op 21 maart kan eerste substituut Philippe Van Lierde uit Nijvel zich maar niet herinneren hoe het komt dat maar liefst drieëntwintig onderzoeksopdrachten van onderzoeksrechter Jean Schlicker in verband met extreem-rechtse betrokkenheid dode letter bleven. De commissarissen Jean-Paul Peelos en Alain Etienne van de gerechtelijke politie zijn dan weer wel heel duidelijk. Volgens hen kan een doorgedreven onderzoek naar de roze balletten wel degelijk de Bende-moorden ophelderen en een verband aantonen met extreem-rechts. Maar dat onderzoek mochten ze niet voeren. Peelos liep, onterecht, een schorsing op en werd vervolgens overgeplaatst. Naar aanleiding van hun verklaringen laat de commissie ook twee dossiers in beslag nemen van gerechtelijke onderzoeken die zouden zijn gemanipuleerd.

25 Maart 1997

Wie helemaal niet gelooft dat de roze balletten te maken hebben met de Bende van Nijvel of met chantage van hooggeplaatsten is de Brusselse substituut procureur-generaal Alain Winants. Hij getuig op 25 maart dat daar geen bewijzen voor zijn. Volgens hem is dit onderzoek goed gevoerd - wat vele commissieleden niet geloven - en is enkel bevestigd dat de prostitutienetwerken rond Fortunato Israël en later Lydio Montaricourt hebben bestaan. Getuigenissen van rijkswachters die deze netwerken onderzochten geven aan dat het parket niet zijn volle medewerking verleende en dat er duidelijk wrevel over bestond. Collega-rijkswachters zullen later getuigen dat ze op het matje werden geroepen en zelfs dat de hiërarchie een werkmap weghaalde. Ook blijkt dat het kabinet van toenmalig minister van Landsverdediging Paul Vanden Boeynants belangstelling toonde voor dit onderzoek.

Meer » Westland New Post | Roze Balletten | Extreem-rechts

April

15 April 1997

Op 15 april wijzen twee inspecteurs van het Hoog Comité van Toezicht er ten slotte op dat de rijkswacht de zaak Fortunato-Montaricourt nooit ernstig heeft onderzocht.

22 April 1997

Op 22 april komt onderzoeksrechter Jacques Schellekens verklaren dat de agenda van Montaricourt met adressen van prominenten inderdaad nog voor het proces verdween uit de gesloten dossierkast van de griffie en dat toenmalig eerste substituut Deprêtre het hem onmogelijk maakte om als onderzoeksrechter te functioneren. Een heel ander geluid komt op 21 april 1997 van de voormalige Brusselse advocaat-generaal Jean-Pierre Jaspar, hij blijft ervan overtuigd dat de Borains verantwoordelijk zijn voor de Bende-moorden. In de extreem-rechtse hypothese geloofde hij niet erg en hij had de stelling verdedigd dat men geen tientallen sporen tegelijk kon onderzoeken.

25 April 1997

Gewezen onderzoeksrechter Freddy Troch verklaart op 25 april dat zijn ploeg al vlug in de richting van extreem-rechts zocht. Maar ze kregen geen toegang tot andere dossiers. Vooral onderzoeksrechter Luc Hennart uit Nijvel bleef zitten op 'zijn' dossier Mendez waarin Bouhouche en Beijer zeer belangrijk zijn. En zo is het spoor Bouhouche-Beijer nooit ernstig onderzocht, wat Troch 'een drama' vindt. Over de beslissing om zijn onderzoek over te hevelen naar Charleroi zegt hij dat die opgedrongen was en, na aandringen van de commissievoorzitter, dat het de beste manier was om het onderzoek in het honderd te laten lopen. Hij vermoedt dat hij weg moest uit het onderzoek omdat hij systematisch de verwante dossiers wilde bekijken op verbanden met extreem-rechts, duistere financiële praktijken of chantage.

29 April 1997

Op 29 april vertellen gewezen procureur des konings De Saeger uit Dendermonde en advocaat-generaal Vandeputte uit Gent dat Charleroi in geen geval wilde weten van een eenheidscel en toenmalig procureur-generaal Bauwens uit Gent het daar uiteindelijk mee eens was. Politieke druk was daar niet bij volgens hen. Wel beamen zij dat het parket van Brussel en Nijvel in gebreke bleef, dwars lag zelfs, door het dossier Mendez voor onderzoeksrechter Troch gesloten te houden.

Meer » Bouhouche & Beijer | Roze Balletten | Dendermonde | Rijkswacht

Mei

Mei 1997

In mei 1997 hoort de Bendecommissie heel wat slachtoffers van Bende-feiten. Het is één klachtenregen. Velen zijn nooit verhoord, zelfs heel bevoorrechte getuigen niet. Pas eind februari 1997, in functie van de verspreide robotfoto's, is daar verbetering in gekomen. Slachtofferopvang of slachtofferhulp lijkt wel onbestaand, van psychologische begeleiding is amper spraken, van materiële hulp soms een beetje. Heel schrijnende verhalen van vaak onmenselijke behandeling volgen elkaar op.

12 Mei 1997

Op 12 mei stort de commissie zich op een ander probleem: hoe heeft de rijkswacht zichzelf onderzocht op extreem-rechtse aanwezigheid? Gewezen rijkswachtkolonel Lhost beweerde dat het niet zo'n vaart liep met rechtse sympathieën bij rijkswachters. Luitenant-kolonel Paul Marchoul spreekt hem daarin vierkant tegen en wijst op een tegenrapport over rechtse rijkswachters.

16 Mei 1997

Ook kolonel Willy Bruggeman bevestigt op 16 mei dat extreem-rechts wel degelijk actief was binnen de rijkswacht en betreurt dat het commando toen heeft gefaald door niet hard genoeg op te treden tegen fenomenen als de extreem-rechtse groep G in de rijkswacht. Bovendien, vervolgt Bruggeman, deze rechtse rijkswachters en ex-rijkswachters duiken ook op in andere dossiers. Een snel en ernstig onderzoek had verbanden kunnen blootleggen en aangeven wie daders waren, wie hand- en spandiensten had geleverd, wie uitgeschakeld moest worden en zelfs wie het onderzoek heeft tegengewerkt en waarom.

20 Mei 1997

Luitenant-kolonel Lemasson komt op 20 mei aanvullen met verontrustende gegevens over relaties tussen rijkswachters en extreem-rechts, helemaal tegengesteld aan de conclusies van Lhost, maar zijn verslag bleef zonder gevolgen.

23 Mei 1997

Op 23 en 26 mei komt onderzoeksrechter Jean-Claude Lacroix uit Charleroi - die het onderzoek had van 1987 tot 1990 en opnieuw sinds 1996 - vertellen over de vele problemen waarmee hij werd geconfronteerd: politiemensen die verdwijnen uit het onderzoek, een beloofde criminele analiste die maar niet wil komen opdagen, cruciale informatie die maar niet wil doorstromen, onder meer uit het Nijvelse onderzoek tegen Bouhouche en Beijer waar men zes jaar lang niet aan kan.

Volgens hem had toen de top van het parket van Brussel moeten ingrijpen in het belang van het onderzoek, maar dat is nooit gebeurd. Toch hoopt hij met nieuwe ondervragingstechnieken onder hypnose, de bijbehorende robotfoto's en DNA-onderzoek op resultaten en hij sluit niet uit dat het onderzoek in de richting van Bouhouche en Beijer leidt. Verder wil hij publiekelijk nog kwijt 'dat men roze balletten en andere dwaalsporen in alle grote dossiers vindt'.

30 Mei 1997

Van 1988 tot 1990 heeft het onderzoek naar de Bende van Nijvel een heuse nationale coördinator, Jean-François Jonckheere. Maar die opdracht is een regelrechte mislukking geworden, geeft hij toe op 30 mei. Vooral in Nijvel lag het parket dwars als er informatie over het dossier Mendez werd gevraagd. Die coördinatieproblemen wijt hij aan de sclerose van ons gerechtelijk systeem.

Meer » Bouhouche & Beijer | Rijkswacht | Cel Waals Brabant | Extreem-rechts

Juni

2 Juni 1997

Onderzoeksrechter Pierre Hennuy uit Charleroi - in het onderzoek van 1990 tot 1996 - komt op 2 juni vertellen dat hij zowel tegen een eenheidscel was als tegen de samenvoeging van de dossiers. Niet iedereen wordt wijze van die contradictie. Al even merkwaardig is dat Hennuy het extreem-rechtse spoor 'louter hypothese' noemt en het spoor Mendez-Bouhouche-Beijer weinig overtuigend. Veel inspanningen in die richting heeft hij dan ook niet gedaan, verwaarlozing is wellicht een beter woord. Toch hinderde hij geenszins het onderzoek in die richting, zoals de volgende dag blijkt uit de getuigenis van rijkswachter Riva. Zijn onderzoek naar de mogelijke betrokkenheid van Bouhouche en Beijer ondervond wel hinder van onderzoeksrechter Hennart in Nijvel.

16 Juni 1997

Op 16 juni heeft gewezen procureur-generaal George Demanet uit Bergen getuigd dat de overheveling van het onderzoek uit Dendermonde naar Charleroi consensus is beslist door de procureurs-generaal en dat daar geen politieke beïnvloeding bij te pas kwam. En verder dat Charleroi dit dossier nooit heeft verwaarloosd en dat er van welke boycot dan ook geen sprake is geweest.

17 Juni 1997

Onderzoeksrechter Luc Hennart zorgt zelf op 17 juni voor consternatie bij de commissie. Volgens hem zit er in het dossier Mendez tegen de gewezen rijkswachters Bouhouche en Beijer helemaal niets dat naar de Bende van Nijvel verwijst en relaties tussen die twee en extreem-rechts zouden er ook al niet zijn. Zeker dat laatste is een eind weg van de waarheid.

20 Juni 1997

En op 20 juni is gewezen kolonel Herman Vernaillen niet lief voor de generale staf, die heeft volgens hem in 1986 toenmalig procureur-generaal Victor Van Honste voorgelogen dat in verband met de Diane-wapendiefstal grondig gezocht zou zijn naar mogelijke betrokkenheid van extreem-rechtse rijkswachters. Maar kolonel Lhost heeft dat bewust nagelaten. Vernaillen zelf zou volgens de generale staf het mogelijke verband met het drugsbureau hebben onderzocht en dat is niet zo, ook gelogen dus.

De commissie blijft zitten met de bijna onvermijdelijke vraag of kolonel Lhost niet zelf tot extreem-rechtse rijkswachters behoorde of er geen sprake is geweest van bescherming. Ook op 20 juni komt onderzoeksrechter Guy Bellemans ronduit toegeven dat hij door de rijkswacht is misleid in het Diane-onderzoek. Men had hem beloofd in alle richtingen te zullen zoeken en hij vertrouwde daar op, ten onrechte blijkt nu. Waarop de volgens commissievoorzitter Van Parys pijnlijke en verontrustende vaststelling volgt dat 'een onderzoeksrechter niet gewapend is tegen manipulaties vanuit het onderzoek'.

23 Juni 1997

Opmerkelijk is de getuigenis van rijkswachtkolonel Arsène Pint op 23 juni 1997. Want zijn eerste reactie na de zware overval in Aalst is: 'Het zijn toch de onze niet?' Niet onbelangrijk want Pint stond aan de wieg van het Speciaal Interventie Esquadron en kon dus heel goed oordelen over de gelijkende 'werkwijze'. Of het interne onderzoek naar betrokkenheid van extreem-rechtse rijkswachters goed is gevoerd kan hij niet beoordelen, wel wil hij kwijt dat extreem-rechtse infiltratie bij de rijkswachttop toen amper bespreekbaar was. En bij het onderzoek van de Diane-diefstal is volgens hem heel zeker geklungeld, onder andere door niet sneller en diepgaander te werken op Bouhouche en Beijer.

30 Juni 1997

Commissaris van de gerechtelijke politie Jean-Pierre Doraene die met een collega getuigt op 30 juni heeft een heel andere overtuiging dan Hennart en argumenten. Al sinds 1987 vermoeden deze politiemensen in het kader van het onderzoek Mendez betrokkenheid van Bouhouche en Beijer bij de Bende-moorden, maar die hypothese uitdiepen mochten zij niet. Vooral onderzoeksrechter Hennart wilde niet weten van een vermenging met het Bende-onderzoek.

Pas in 1995 raakte Doraene volwaardig betrokken bij het Bende-onderzoek. Bouhouche en Beijer hebben, aldus Doraene, sinds begin de jaren tachtig een indrukwekkende criminele organisatie op poten gezet, waarvan ook Mendez weet had of zelfs deel uitmaakte. Toch zijn er aanwijzingen dat Bouhouche en Beijer slechts tussenpersonen waren. Hun eventuele betrokkenheid bij de Bende-moorden - die voor hem vast lijkt te staan, hij heeft er wel zeventien bevestigde aanwijzingen voor - had volgens hem al veel langer uitgeklaard moeten raken. Vooral iemand als Bouhouche kan een plaats vinden in heel wat Bende-hypotheses.

Meer » Aalst | Bouhouche & Beijer | Rijkswacht | Extreem-rechts

Juli

1 Juli 1997

Bart Van Lysebeth, de administrateur-generaal van de staatsveiligheid, verklaart op 1 juli dat zijn dienst nooit betrokken was bij het Bende-onderzoek, zelfs nooit speurde naar een eventuele rol naar extreem-rechts. Daarin is de staatsveiligheid nochtans gespecialiseerd. Een medewerker die zich rond de jaarwisseling 1995-96 aanbod bij de onderzoekscel zou zelfs zowat als een verdachte zijn behandeld.

4 Juli 1997

Uit de hoorzittingen met de huidige en gewezen chef van de militaire veiligheid op 4 juli blijkt dat die dienst nooit heeft onderzocht of extreem-rechtse kringen verantwoordelijk konden zijn voor de Bende-moorden. Zelfs extreem-rechtse rijkswachters ontsnapten wat dat betreft aan de aandacht van de militaire veiligheid. Zulk onderzoek was beter wel gebeurd, geven ze toe. Waarom het niet gebeurde moeten hun voorgangers maar uitleggen, voegen ze eraan toe. Verder blijkt dat ze de individuele dossiers van een aantal extremistische militairen en rijkswachters nu wel ter beschikking stellen van het parlement. Eind 1996 waren ze daar niet meteen toe bereid.

7 Juli 1997

Albert Raes, de gewezen chef van de staatsveiligheid, getuigt op 7 juli. Hij zegt nooit aanwijzingen en zeker geen materiële bewijzen te hebben gevonden dat extreem-rechts op een georganiseerde wijze betrokken was bij of opdracht gaf tot de Bende-moorden. Toch wil hij die mogelijkheid niet helemaal uitsluiten. En wat hij zeker nooit heeft uitgesloten is dat 'extremistische wapengekken' van bijvoorbeeld WNP betrokken waren bij die moorden. Dat is meteen een terechtwijzing van procureur des konings Deprêtre die deze bewering in zijn mond had gelegd. Raes bestrijdt ook krachtig dat de staatsveiligheid nalatig zou zijn geweest in het zoeken naar verbanden tussen de Bende-moorden en extreem-rechts.

Raes geeft wel voedsel aan de hypothese van de wapenhandel. Hij merkt op dat hij in 1991 uit zijn functie werd weggepromoveerd omdat de bemoeienissen van de inlichtingendienst een bedreiging vormden voor het milieu van de wapenhandel. 'Telkens als wij de mogelijke betrokkenheid van dit milieu bij terroristische activiteiten natrokken, werden we teruggefloten,' zegt hij daarover, en ook 'onze belangstelling voor dit milieu in relatie met terrorisme heeft wellicht paniek veroorzaakt.' Namen geeft hij niet, maar alle feiten zijn gemeld aan de bevoegde overheden, er is dus nog zoekwerk voor de Bendecommissie bis. Wat de staatsveiligheid op het spoor was, zegt hij niet te weten. Wel vreest hij dat hij nu onder de zoden zou liggen indien men hem had laten doen.

9 Juli 1997

Op 9 juli getuigt rijkswachtkolonel André Michaux, die al sinds 1986 de nationale coördinator is van het Bende-onderzoek door de rijkswacht. Hij kan niet uitleggen hoe het komt dat indertijd parket en politiek te horen kregen dat het extreem-rechtse spoor binnen de rijkswacht degelijk is onderzocht terwijl dat niet het geval was. Maar, vult hij aan, er is wel degelijk gewerkt op het spoor Bouhouche en Beijer, een hypothese als een andere.

Zij zijn verdachten, en dat geldt evenzo voor sommige leden van de bende van Patrick Haemers. Luitenant-generaal Willy De Ridder, de grote baas van de rijkswacht, meent dat de nationale coördinator onder de verwachtingen bleef omdat het gerechtelijk apparaat onaangepast was voor nationale onderzoeken. Hij kon alleen maar vaststellen dat zelfs een coördinerende magistraat geen greep kreeg op het onderzoek, met andere woorden dat hij de onderzoeksrechters niet op een lijn kreeg in het belang van het onderzoek.

14 Juli 1997

In de jaren tachtig gingen de procureurs-generaal ervan uit dat de ministers hun niet te zeggen hadden en dat zorgde voor zware conflicten, zo blijkt op 14 juli 1997 uit de getuigenis van Victor Bricoux. Die was toen kabinetschef van de intussen overleden minister van Justitie Jean Gol. Jean-François Jonckheere, die 'op bevel' van Gol aangesteld was tot nationaal coördinator voor het Bende-onderzoek, voegt toe dat de procureurs-generaal pas na een half jaar tijd vonden voor hem, en dat in het belangrijkste gerechtelijk onderzoek. Het bleef trouwens bij die ene keer.

Dezelfde dag is ook ex-minister van Justitie Melchior Wathelet aan de beurt. Die ontkent tussenbeide te zijn gekomen in de organisatie van het Bende-onderzoek en zegt alle parlementaire kritiek op het beleid van de procureurs-generaal steeds aan hen meegedeeld te hebben. Hij voegt er nog aan toe: verder was dat hun zaak, niet de mijne. Met andere woorden, als de parketten faalden in de bestrijding van het banditisme en het terrorisme, dan liet Wathelet dat maar zo.

15 Juli 1997

De Bendecommissie bis hoort voor het laatst getuigen op 15 juli 1997. Eerst komen de nationale magistraten André Vandoren en Patrick Duinslaeger aan het woord. Volgens hen is de doorstroming van belangwekkende gegevens naar de Bende-onderzoekers systematisch gebeurd. Even waar is dat de gerechtelijke politie haar beste krachten wegtrok uit het onderzoek - te wijten aan de gebrekkige organisatie van de GP - en dat zij als nationale magistraten zelf via de pers moesten vernemen dat het Bende-onderzoek helemaal naar Charleroi verhuisde. Zij werden met andere worden zelf amper betrokken bij de coördinatieproblemen in dit onderzoek.

Afsluitend is er een lange confrontatie tussen vier onderzoeksrechters die een belangrijke rol speelden en soms nog spelen in het Bende-onderzoek: Freddy Troch, Jean-Claude Lacroix, Pierre Hennuy en Luc Hennart. Zowel Troch als Lacroix nemen het Hennart kwalijk dat die het dossier Mendez-Bouhouche-Beijer afgeschermd hield voor hen. Hennart spreekt dat tegen. De soms scherpe woordenwisseling tussen deze magistraten maken nog eens duidelijk dat slechte samenwerking en beperkte informatie-uitwisseling mee geleid hebben tot de mislukking van het Bende-onderzoek.

Meer » Westland New Post | Staatsveiligheid | Rijkswacht | Extreem-rechts