De vingerafdrukken van de Bende

Concrete aanwijzingen en wat ermee te doen

Heel even hebben de onderzoekers in Nijvel concrete aanwijzingen over de Bende in handen gehad, vijf vingerafdrukken. Drie ervan waren gevonden op de donkere Saab 900 Turbo die was gebruikt bij de slachting op het parkeerterrein van het Colruyt-warenhuis in Nijvel op 17 september 1983. Daarvan zat er een op een stuk plakband, er zijn nauwelijks spullen te vinden waarop je duidelijker afdrukken achterlaat. De twee andere vingerafdrukken werden ontdekt op een vuilniszak die een van de overvallers in de Delhaize in Beersel op 7 oktober 1983 in zijn handen had gehouden.

Maar de vingerafdrukken werden - om onduidelijke redenen - pas een hele tijd later doorgestuurd naar de dienst Gerechtelijke Identificatie van het Commessariaat-Generaal van de Gerechtelijke Politie in Brussel, waar men over een vingerafdrukkenbank beschikt. En daar lieten de 'specialisten' weten dat het onmogelijk was om de afdrukken te onderzoeken, omdat ze niet volledig waren. En bovendien hadden de heren ook geen tijd, ze waren net begonnen met het informatiseren van hun dienst.

"Tijdens een proces wordt een vingerafdruk als materiële bewijslast aanvaard als er 17 punten van gelijkenis zijn tussen de gevonden afdruk en de vinger van de dader", zegt een politie-expert. "Maar zelfs een onvolledige afdruk is van vitaal belang voor een onderzoek. Daarmee beschik je immers over duidelijke aanwijzingen, waarmee je verdachten kunt elimineren en je enkel een beperkte groep mogelijke daders overhoudt. Er zijn onderzoeken geweest die begonnen met vingerafdrukken met nauwelijks vijf punten van gelijkenis, en die toch tot de arrestatie van de schuldigen hebben geleid."

De onderzoeksrechter die op dat moment het Bende-dossier beheerde, was Jean-Marie Schlicker. Hij werd behoorlijk nijdig over de onwil van de Brusselse GP en stapte naar het Commessariaat-Generaal. Maar zijn verontwaardiging werd weggewuifd. De Brusselse 'specialisten' bleven weigeren de vingerafdrukken zelfs maar te bekijken. Schlicker, die nooit een doordouwer is geweest, haalde zijn schouders op en verborg zich in het Nijvelse justitiepaleis achter zijn metershoge dossiers. Vandaag weet niemand nog waar de vingerafdrukken zijn.

Meer » Eigenbrakel | Nijvel | Beersel | Forum

Ontspoord onderzoek

"Alles wat fout kon lopen, liep fout."

"Soms vroeg ik me af of ik droomde", zegt een magistraat die het verloop van het onderzoek van nabij heeft gevolgd. "Het Bende-dossier ontspoorde in Nijvel al vanaf het begin. Alles wat fout kon lopen, liep fout. Procureur des Konings Jean Deprêtre bestond het om onmiddellijk na de driedubbele moord op de parking van de Colruyt in Nijvel nijdig de kogelhulzen in het rond te schoppen. Anders toch essentieel bewijsmateriaal. En de Saab Turbo, de vluchtauto van de gangsters, werd op zijn bevel als schroot verkocht. Onwaarschijnlijk!"

De Saab was niet de enige 'vergissing'. De Santana die was gebruikt bij de overval op wapenmaker Dekaise in Waver, werd al even snel naar de sloper gebracht. Jean-Claude Estièvenart, een van de Borains die er in het Nijvelse justitiepaleis van werden verdacht de Bende te zijn, vertelde: "Het parket van Nijvel was een hoerentent. Alles liep er verkeerd. Voortdurend geraakten er dingen zoek: kogelhulzen, wapens, auto's, volledige dossiers ... Alles verdween spoorloos, behalve Jean-Claude Estièvenart. Die vonden ze iedere keer terug."

Fouten in het dossier bekennen

In het justitiepaleis van Nijvel werden geen reconstructies georganiseerd, geen expertises uitgevoerd, geen confrontaties tussen beschuldigden opgezet. In 1986 liet de Dendermondse onderzoeksrechter Freddy Troch, die de Bende-overvallen op het textielbedrijf Wittock-Van Landeghem in Temse en op de Delhaize van Aalst onderzocht, duikers het kanaal Brussel-Charleroi aftasten, nabij het hellend vlak van Ronquières. Een gedeelte van de buit en de wapens die de Bende bij een aantal overvallen in 1983 en 1985 had gebruikt, werd in twee zakken teruggevonden. Een jaar voordien had het parket van Nijvel hetzelfde laten doen op basis van de verklaringen van een getuige die 's nachts geregeld een half dozijn in legerspullen gestoken mannen had gezien. Het parket van Nijvel had toen niets gevonden.

En dan waren er de ondervragingen. De Borains werden beschuldigd op basis van 'bekentenissen' over de Bende die Michel Cocu tijdens die ondervragingen had afgelegd. "Om de bekentenissen van Cocu te begrijpen, moet je de suggestieve ondervragingstechnieken van de politie kennen", zegt een magistraat. "Men is er lange tijd van uitgegaan dat een van de slachtoffers op de parking van de Colruyt in Nijvel werd afgemaakt met een kogel kaliber 7.65 mm. Cocu 'bekende' dit detail. Maar achteraf bleek dat de wetsdokters zich hadden vergist en stuurden ze hun verslag bij. Sindsdien was de vrouw met een .22-kogel vermoord. Cocu had dus een fout in het dossier bekend."

"Ze hebben als zelf in elkaar gezet."

Michel Cocu: "Ik heb nooit verhaaltjes verteld. Ik hoefde zelf niets te verzinnen. Dat deden de flikken voor mij. Ze stelden vragen, ik antwoordde ja en nee, en aan de hand daarvan schreven zij de kroniek van de Bende van Nijvel. Maar als je die PV's las, dan leek het alsof ze de hele tijd naar mij hadden zitten luisteren, dat ik zoveel had verteld dat ze me niet eens hadden durven onderbreken. Lachwekkend, de flikken hebben alles zelf in elkaar gezet. In Charleroi hebben ze me geslagen. In Nijvel en in Brussel ook. Op een bepaald moment hebben mijn ondervragers me uitgekleed tot op mijn slip, en me met handboeien vastgemaakt op een stoel. Als ik niet zei wat ze wilden horen, kreeg ik een trap tussen mijn benen."

"Maar in Nijvel wisten ze dat ze me niet echt in elkaar hoefden te slaan, ze moesten me alleen maar lang genoeg ondervragen. Meestal duurden die verhoren zesendertig uur. Op het einde was ik bereid om eender wat te vertellen. Ik wilde dat ze me met rust lieten." De magistraat: "Agenten krijgen geen enkele opleiding over hoe ze iemand serieus op de rooster moeten leggen. 'Was u op dat moment niet in Nijvel met die en die?' Na uren-, dagen-, nachtenlange verhoren is zo'n verdachte het spuugzat en geeft hij uiteindelijk toe. Maar alleen de zogenaamde bekentenissen en niet de uitermate suggestieve vragen worden in het proces-verbaal opgenomen. Drie weken later is Cocu op zijn verklaringen teruggekomen. Het Bende-dossier staat vol leugens."

Onderzoeksrechters zonder ervaring

Het was duidelijk dat de magistraten die het Bende-onderzoek moesten leiden, de zaak niet in de hand hadden. Wat eigenlijk nog begrijpelijk is ook. Guy Wezel en Jean-Marie Schlicker, de eerste twee onderzoeksrechters die zich in Nijvel over het Bende-dossier ontfermden, waren niet bepaald krachtdadige, intelligente of ondernemende figuren die snapten waarmee ze bezig waren. Guy Wezel was in Nijvel pas tot onderzoeksrechter gebombardeerd, toen de Bende zich aanbood. Hij had geen enkele ervaring. Hij was een specialist burgerlijk recht en had van strafrecht totaal geen kaas gegeten. Hij liet zelfs na om een reconstructie van de slachtpartij aan de Colruyt in Nijvel te organiseren.

Achteraf is Wezel benoemd tot raadsheer bij het Hof van Assisen in Brussel. Als voorzitter van het proces tegen de bende van Patrick Haemers slaagde hij er in 1993 niet in een voldoende aantal personen te motiveren of te dwingen om in de jury te zetelen. Het proces dat net voor de vakantie moest beginnen, werd uiteindelijk uitgesteld vanwege die aanslepende ellende. Een paar kranten schreven toen dat Wezel de zaak met opzet in het honderd had laten lopen omdat hij zijn eigen vakantie niet wilde opofferen voor een proces dat iets meer dan een paar weken zou duren. Uiteindelijk is Wezel, na een belachelijke ruzie met een journalist die schreef dat Wezel een prutser was, als voorzitter van het Haemers-proces vervangen.

Jean-Marie Schlicker was een brave mens en zal dat vermoedelijk nog altijd zijn. Hij is nu 'gepromoveerd' tot ondervoorzitter van de rechtbank in Nijvel. En dergelijke zielige figuren waren geen partij voor de procureur des Konings van Nijvel, Jean Deprêtre, een reactionaire ultra-katholiek voor wie mensen die door de staat worden bekleed met waardigheid en gezag, niets verkeerds kunnen doen, en vanuit die hem door God zelf geopenbaarde idee een zuivere vorm van klassenjustitie bedrijft in Nijvel.

Meer » Waver | Nijvel | Filière Boraine

Procureur Jean Deprêtre

"La justice, c'est moi"

"Procureur Deprêtre heeft een eenvoudige kijk op het gerecht: La justice, c'est moi! Ik ben de justitie!" zegt Christian Bayens, jarenlang de oudersdomdeken van de onderzoeksrechters in Nijvel. "Deprêtre gedraagt zich als een zonnekoning. De rest van het personeel van het justitiepaleis - magistraten, onderzoeksrechters, ... - kan hem niet schelen. Hij, hij alleen is de baas. Ik was die tirannieke houding meer dan beu en daarom ben ik met vervroegd pensioen gegaan. In zo'n sfeer kun je niet serieus werken."

Autoritair trok Deprêtre de controle over het onderzoek naar zich toe. Onderzoeksrechter Guy Wezel kreeg al vanaf het eerste moment duidelijk op het hart gedrukt wie de baas was. Wezel wilde zijn onderzoeksteam uit de rijkswacht rekruteren. Maar Deprêtre zei nee. Hij wilde het dossier door zijn mannetjes laten doen en die zaten exclusief bij de GP. Via mensen als commissaris Jean-Pierre Doraene had Deprêtre greep op het onderzoek. De GP'ers deden wat hij zei en hielden hem op de hoogte van alles was met het Bende-dossier te maken had.

Christian Bayens: "Na de Bende-overvallen in Eigenbrakel en Overijse van september 1985 werd op initiatief van de minister van Justitie Jean Gol een speciale onderzoekscel opgericht. Daarin zaten vertegenwoordigers van alle politie- en inlichtingendiensten. En wat deed Deprêtre? Telkens als er een samenkomst van die was gepland, riep hij op voorhand 'zijn' GP'ers bij elkaar en deelde hij zijn bevelen uit. Hij zei wat onderzocht mocht worden en wat niet." Bovendien liet Deprêtre tijdens het onderzoek naar de Bende ook allerhande onregelmatigheden toe. Een gerechtelijke politieman vertelde op het proces dat op 18 januari 1988 tegen de Borains begon dat hij zelf de datum van een aanhoudingsmandaat had mogen invullen. Dat is regelrecht in strijd met de bepalingen van het Wetboek voor Strafvordering.

Jean Deprêtre
- Procureur Jean Deprêtre
Een autoritaire procureur

Toen de voorzitter van de rechtbank meer uitleg vroeg, antwoordde de agent: "Ik heb hierover met procureur Deprêtre gesproken, maar die zag daar geen graten in." Om zijn gelijk te krijgen, gebruikte Deprêtre vaak hoogst merkwaardige argumenten. Onderzoeksrechter Jean-Marie Schlicker zei voor de Bende-commissie, die zich vanaf 1988 over de Bende-ellende boog: "De procureur vertelde dat mijn joodse origine aan de basis lag van mijn belangstelling voor een mogelijke extreem-rechtse pist." Toen Schlicker die uitspraak van de procureur hoorde, belde hij onmiddellijk naar zijn vader om hem te vragen of hij inderdaad van joodse afkomst was.

De mening over Deprêtre van de leden van de parlementaire Bende-commissie was bijgevolg niet erg vriendelijk. In haar eindverslag schreef de Bende-commissie dat "van bij het begin het onderzoek werd gevoerd alsof de Bende gewoon banditisme betrof. Een autoritaire procureur des Konings stelde alles in het werk om de daders te vatten, en beet zich daarbij vast in zijn eigen zienswijze, waardoor mogelijke andere sporen verwaarloosd werden." De Bende-commissie drukte zich beleefd uit. Uit de feiten blijkt dat het gedrag van procureur Jean Deprêtre het Bende-onderzoek gewoon naar de haaien heeft geholpen.

En de procureur van Nijvel werd daarbij enthousiast gesteund door zijn oversten in Brussel, die volgens de Bende-commissie mee verantwoordelijk zijn voor het in de soep draaien van het onderzoek. "De commissie heeft vastgesteld dat bepaalde leden van het parket-generaal te Brussel een onaanvaardbare druk hebben uitgeoefend op de onderzoeksrechter en op de procureur des Konings. Deprêtre werd voortdurend opgejaagd om toch maar met een aantal schuldigen voor de dag te komen. De vraag kan worden gesteld of dat bewust is gebeurd."

Meer » Eigenbrakel | Overijse | Filière Boraine | Rijkswacht | Bendecommissie I | Forum

Het bewuste BKA-rapport

Marginale hoerenlopers

En wie waren de aantal schuldigen die de diepkatholieke Jean Deprêtre uit zijn binnenzak haalde? De Borains! Volgens procureur Deprêtre was de Bende niet meer dan een gore verzameling vulgaire roofovervallers. "Zij stelen een paar duizend frank om zich even wat comfort te kopen, misschien zelfs een bezoek te brengen aan prostituées", vertelde Deprêtre in een interview met Le Soir Illustré, na de Bende-raids in Eigenbrakel en Overijse, waarbij acht mensen werden vermoord. "Ze hebben het voor het geld gedaan, reken het zelf maar uit", hield Deprêtre vol voor de Bende-commissie.

De rekening is snel gemaakt: vijf miljoen frank voor achtentwintig doden. De Borains waren een godsgeschenk voor Deprêtre. De man is de hoogste gerechtelijke gezagsdrager in Waals-Brabant, een van de duurste streken van België waar onbetaalbare villa's, dure auto's, exclusieve golfclubs en kwaliteitsrestaurants op elkaar liggen gestapeld. Deprêtre zag het als zijn heilige plicht om zijn rijke onderdanen te beschermen tegen het sinistere tuig dat in de omliggende gebieden huisde waar minder rijkdom aanwezig was. Vooral de Borinage, de streek rond Bergen, was voor Deprêtre het voorgeborchte van de hel.

Deprêtres synoniemen voor criminaliteit

De Borinage is de armste streek van België. De ondernemers en de Belgische overheid hadden de streek, die met een dode, 19e eeuwse industrie zit, volledig in de steek gelaten. Het gevolg: verval, armoede en werkloosheid, wat voor Deprêtre synoniemen zijn van criminaliteit. Toen Michel Cocu en zijn vrienden hem dus werden aangeboden als mogelijk verdachten, aarzelde Deprêtre niet: dit waren modeldaders. En onder zijn kundige leiding beet het parket van Nijvel zich vast in het Borains-spoor. Daarvoor beschikte het onder een enkel materieel 'bewijsstuk': een Sturm Ruger-revolver van het type Police Service Six, kaliber .38, nummer 153-26696, wat men bezwaarlijk het wapen van een professionele doder kan noemen.

Nijvel steunde zich hiervoor op de resultaten van het ballistisch onderzoek van de 'wapenexpert' Claude Dery, die er voor 99 procent zeker van was dat het wapen was gebruikt bij de Bende-overvallen in Genval en Halle. Dezelfde revolver is nadien nog door andere specialisten onder de loep genomen. Zij spraken elkaar ofwel tegen, ofwel kwamen ze veel voorzichtiger en aarzelend uit de hoek. Uiteindelijk kwam de Ruger eind januari 1986 terecht bij de deskundigen van het Duits Bundeskriminalamt. Inmiddels waren in Eigenbrakel, Overijse en Aalst de meest bloedige Bende-raids uitgevoerd en was uit een onderzoek gebleken dat Cocu, die in voorlopige vrijheid was gesteld, daar alvast niets mee te maken had.

Niet de minste twijfel

Medio februari 1986 lagen de resultaten van het BKA-onderzoek op het bureau van onderzoeksrechter Jean-Marie Schlicker. De Duitse deskundigen lieten er niet de minste twijfel over bestaan: de Ruger, de revolver die in het bezit van Cocu en Co was geweest, was niet gebruikt bij de Bende-overvallen. Op 13 februari 1986 werden die Duitse resultaten meegedeeld op een vergadering in Nijvel. Ook procureur Deprêtre was daar aanwezig. Hij hoorde dus wat de Duitsers hadden geschreven. Nadien maakte substituut Yves de Prelle de la Nieppe een verslag over het BKA-rapport voor het parket-generaal in Brussel.

Dat verslag werd door Deprêtre ondertekend. De procureur had dat verslag dus ook gelezen of tenminste moeten lezen. Precies veertien dagen later meldden de kranten dat de Dendermondse onderzoeksrechter leden van de Bende van Baasrode had aangehouden, die in verband werden gebracht met de Bende van Nijvel. Een perslek dat de Dendermondse onderzoekers deed steigeren. De gearresteerden werden verdacht van een reeks gewapende overvallen.

Een van hen, Philippe 'Johnny' De Staerke, was vroeger al genoemd in verband met de Bende-overval in Ohain. Hij was herkend door een getuige van de moord op de exploitant van het restaurant Les Trois Canards. Diezelfde dag ontving de Nijvelse onderzoeksrechter Schlicker de volledige vertaling van het BKA-rapport. Maar verblind door het succes van Dendermonde en ondanks het BKA-rapport gaf Deprêtre opdracht om Michel Cocu opnieuw te arresteren en te ondervragen. er was een nieuwe getuige komen opdagen. Cocu bekende opnieuw, na meer dan 30 uur ondervraging.

In de daaropvolgende maanden verscheen Cocu geregeld voor de Raadkamer in Nijvel en voor de Kamer van Inbeschuldigingstelling in Brussel. Maar noch in Nijvel, noch in Brussel werd melding gemaakt van het BKA-rapport. Het zat niet eens in het dossier. Na een paar maanden begon de griffier van onderzoeksrechter Schlicker zenuwachtig te worden. Het BKA-rapport bleef onaangeroerd liggen. Hij waarschuwde het diensthoofd van de griffie. Die lichtte op zijn beurt de voorzitter van de Raadkamer in. Het gerucht over het bestaan van het BKA-rapport zwol aan en Jean-Paul Moerman, de advocaat van Michel Cocu, kwam het uiteindelijk ook te weten en pakte er verontwaardigd mee uit in de Nijvelse raadkamer.

"Een administratieve vergissing"

Negen maanden lang had het parket van Nijvel het rapport dat Michel Cocu en de Borains vrijpleitte, met opzet in de lade laten liggen. Een administratieve vergissing, zei Deprêtre, en ging meteen achter de man aan die het bestaan van het rapport had laten uitlekken. Hij beschuldigde het diensthoofd van de griffie van inlichtingen door te spelen aan de pers. Dat was niet waar. Het was procureur Deprêtre zelf die geregeld naar journalisten als René Haquin van Le Soir lekte.

Deprêtre opende een administratief onderzoek naar het diensthoofd, dat tijdelijk uit zijn functie werd ontzet. Het Bende-onderzoek werd begin 1987 uit handen van Deprêtre en Co genomen. Het hele dossier verhuisde naar onderzoeksrechter Jean-Claude Lacroix in Charleroi, in het rechtsgebied van procureur-generaal Georges Demanet. "Het was een vergiftigd geschenk, waar ik niet om heb gevraagd"", zei de procureur-generaal. "Ik heb de indruk dat het Bende-dossier in Nijvel niet degelijk is behandeld. Dat is onaanvaardbaar, alle excuses ten spijt."

Meer » Ohain | Bende De Staerke | Filière Boraine | Dendermonde

Het proces tegen de Borains

Nacht und Nebel

Onder grote belangstelling verschenen Cocu en zijn trawanten in 1988 voor het Hof van Assisen in Bergen. Slechts vijf Bende-feiten waren in de aanklacht tegen hen gehandhaafd. Na drie dagen werd het proces al onderbroken. Tijdens het onderzoek naar de moord op FN-ingenieur Juan Mendez had men in de woning van de hoofdverdachte, de ex-rijkswachter Madani Bouhouche, een revolver GP 9mm ontdekt, die was verstopt in een doos met diepgevroren bolognaisesaus. Er bestond een vermoeden dat het wapen gebruikt kon zijn tijdens een van de overvallen van de Bende. Daarom eiste voorzitter Jacques Vereecke een bijkomend onderzoek en schorste het proces. Het wapen à la bolognaise bleek niet te zijn gebruikt door de Bende, ook al bestond er onder de ballistische expertise geen eensgezindheid. Het proces kon opnieuw beginnen.

Op dat proces zorgde Cocu, die maar liefst 45 maanden in voorhechtenis had gezeten, met zijn verklaringen over de manier waarop hij tijdens het aanslepende onderzoek was behandeld, voor opschudding. Een maand voor de start van het proces was hem door de GP'er Jean-Pierre Tilmant 3 miljoen frank beloofd in ruil voor de namen van de Bende-leden. Ook zou hij hulp krijgen om uit de gevangenis te kunnen ontsnappen. Rechtbankvoorzitter Vereecke was in alle staten. Cocu vertelde over de actieve rol van Deprêtre: "Ik ben ondervraagd door de BOB van Waver, door de Gerechtelijke Politie en de BOB van Nijvel en Charleroi, door de BOB van Bergen en de Gerechtelijke Politie van Dendermonde. Ik ben door de onderzoeksrechter Schlicker ondervraagd geweest. Procureur Deprêtre was aanwezig tijdens het verhoor, maar zijn naam is niet in het proces-verbaal genoemd." Voorzitter Vereecke kon zijn oren niet geloven. Verwijzend naar de Nazi-concentratiekampen, riep hij uit: "Dit is Nacht und Nebel."

Uiteindelijk zijn Cocu en de andere Borains vrijgesproken van de Bende-overvallen. De Borains waren de Bende niet. En met die uitspraak werd de procureur Deprêtre op zijn plaats gezet. Maar het kwaad had toen al geschied. Het proces van de Borains was puur bedrog. Ze moesten zich verantwoorden voor een vijftal feiten uit 1983. De andere feiten, onder andere de drie moorddadige raids uit 1985, kwamen op het proces niet ter sprake. Nochtans waren verscheidene maanden voor het proces in het kanaal Brussel-Charleroi zakken teruggevonden, waarin wapens zaten die gebruikt waren tijdens de hele Bende-campagne, dus zowel in 1983 als in 1985. Er was dus een duidelijk verband tussen een aantal hold-ups uit 1983 en die uit 1985, waar de Borains niets mee te maken hadden.

Meer » Bouhouche & Beijer | Filière Boraine | Jean-Paul Dumont | Forum

Extreem-rechtse rijkswachters

"We hebben de daders!"

Maar de droevige koppigheid waarmee Deprêtre achter de Borains was blijven aangaan, had een kwalijk neveneffect. Jarenlang had Deprêtre de Bende-speurders verboden zich met iets anders dan de Borains bezig te houden. Alle andere mogelijke pistes werden vergeten en verdwenen onder het stof. "Andere sporen dan die van de Borains werden systematisch verwaarloosd", zegt de magistraat. "Extreem-rechts? Politiek terrorisme? Afpersing? Hooggeplaatste politici die onder een hoedje spelen met meedogenloze misdadigers? Een bewuste destabilisering van onze democratie? Ik hoor het procureur Deprêtre na de eerste arrestatie nog altijd roepen: 'Dat zijn groteske veronderstellingen, voer voor een roman! We hebben de daders!' De magistratuur heeft in dit dossier al zijn gevoel voor rechtvaardigheid verloren."

In 1985 werkte een groepje rijkswachters in Waver aan de onderzoeken naar de Bende-overvallen en de 'zelfmoord' van Paul Latinus, de chef van Westland New Post, een Brusselse verzameling neo-nazi's. Franz Balfroid en Gérard Bihay zaten daarbij al een hele tijd te kijken naar extreem-rechts binnen de rijkswacht, naar figuren als Martial Lekeu en vooral Madani Bouhouche. In een aantal syntheserapporten, die ze aan hun rijkswachtoverste afleverden, gaven ze mogelijk sporen die de Bende-onderzoekers zouden kunnen volgen. Hun hypothese over de Bende van Nijvel was het samengaan van extreem-rechts en een aantal rijkswachters. Procureur Deprêtre kon daar absoluut niet om lachen.

Hij wilde mensen die dergelijke heiligschennende waanzin op papier durfden zetten, absoluut weg uit zijn rechtsgebied. En het is hem ook gelukt: ze werden overgeplaatst en hen werd verboden om nog als rijkswachter op te treden in het territorium van Deprêtre. De hypothese van extreem-rechtse rijkswachters en ex-rijkswachters en de Bende is nooit fatsoenlijk nagevlooid. Zelfs minister van Justitie Melchiot Wathelet, die je van alles kunt beschuldigen behalve van kennis van zaken en dossiers, moest dat in 1990 voor de camera's van RTL met tegenzin toegeven.

Meer » Waver | Filière Boraine | Westland New Post | Afpersing | Rijkswacht

De bemoeizucht van Deprêtre

Voyeurs en pornografen

De bemoeizucht van Deprêtre beperkte zich trouwens niet alleen tot het Bende-dossier. Ook in andere gerechtelijke dossiers, die in Nijvel werden behandeld, probeerde Deprêtre het verloop van het onderzoek op ongeoorloofde manier te beïnvloeden. Tijdens de speurtocht naar de moordenaar van verkoopdirecteur Juan Mendez van FN, kwam Deprêtre in aanvaring met onderzoeksrechter Luc Hennart. De procureur stelde voor telefoongesprekken te laten registreren via de Zoller- en Malicieux-systemen. Hennart weigerde, want het gebruik ervan was toen verboden. Deprêtre wilde dat Hennart mensen verhoorde, die Hennart helemaal niet wilde verhoren vanwege zinloos en tijdverspilling. Dus liet de procureur zijn agenten van de Gerechtelijk Politie geregeld verslag uitbrengen over het onderzoek van Hennart.

De onderzoeksrechter nam dat niet en zette de Nijvelse GP'ers uit zijn onderzoeksteam. Hugo Coverliers, lid van de parlementaire Bende-commissie: "Een magistraat heeft voor de commissie het verhaal verteld van een man die problemen had gehad met de rijkswacht. Hij diende een klacht in bij het parket in Nijvel. Maar de procureur weigerde aan die klacht gevolg te geven. Hij wist dat de betrokkene nog voor de politierechtbank moest verschijnen voor een stomme verkeersovertreding. Deprêtre remde de behandeling van die klacht zo lang mogelijk af om na de uitspraak van de politierechtbank te kunnen zeggen: 'Moeten we geloof hechten aan de verklaringen van iemand die veroordeeld is?' Dat is geen recht spreken meer, dat is kromspraak."

Een degradatie

Frans Boulard was een gewetensvol man, geen druktemaker, en zeker geen subversief. In z'n vrije tijd hield hij zich bezig met de lokale folklore. Meer dan dertig jaar geleden begon hij als eenvoudig bediende te werken op het justitiepaleis in Nijvel. In de loop der jaren was Boulard erin geslaagd zich op te werken tot adjunct-secretaris van het parket in Nijvel. Hij had dagelijks contact met procureur Deprêtre, wiens richtlijnen hij altijd gedwee uitvoerde. Maar op een bepaalde dag wees de procureur hem een nieuwe functie toe, die doorgaans is voorbehouden aan iemand die pas in dienst is getreden. Een degradatie, iedereen in het Nijvelse justitiepaleis was met verstomming geslagen.

De reden voor die degradatie zat in een kleine hoek, Boulard had tijdens een gerechtelijk verhoor een paar voorbeelden gegeven van bedenkelijke tussenkomsten van procureur Deprêtre. Dat verhoor gebeurde in het kader van twee onderzoeken naar het eigengereide optreden van de procureur. Het eerste was een disciplinair onderzoek, dat werd geopend op 25 mei 1990 op bevel van PSC-minister van Justitie Wathelet, nader de parlementaire Bende-commissie in haar verslag fors naar Deprêtre had uitgehaald.

"De commissie gaat haar boekje ver te buiten."

Dat onderzoek had betrekking op een brief, die Deprêtre op 13 december 1988 aan de minister had gericht. Hoewel persoonlijk en vertrouwelijk was de inhoud ervan toch in de pers openbaar gemaakt. Het perslek zou door de procureur zelf georganiseerd zijn. In die brief schamperde Deprêtre in niet mis te verstane bewoordingen op de leden van de Bende-commissie. "Ik ben ten zeerste verontwaardigd over de onbetamelijke en groteske wending, die het onderzoek van enkel middelmatige volksvertegenwoordigers in de commissie neemt", schreef Deprêtre.

"Uw voorganger was categoriek tegen de oprichting van zo'n parlementaire onderzoekscommissie. Vandaag is het duidelijk dat hij duizend keer gelijk had. De commissie gaat haar boekje ver te buiten. Haar activiteiten zijn uitgegroeid tot een laag bij de grondse heksenjacht. Toen ik als getuige werd opgeroepen, verwachtte ik ernstige en op zijn minst intelligente vragen over de manier, waarop onze wetgeving moet worden gewijzigd opdat de grote criminaliteit daadwerkelijk bestreden kan worden. Maar er werden me alleen zeer domme vragen gesteld over onbestaande affaires zoals de Roze Balletten. Zijn een aantal van onze volksvertegenwoordigers voyeurs of pornografen geworden?"

Tijdens dat tuchtonderzoek lieten magistraten en andere personeelsleden zoals Boulard in het Nijvelse justitiepaleis verstaan dat Deprêtre geregeld tussenbeide kwam in gerechtelijke dossiers. Er was zelfs sprake van schriftvervalsing. Daarom vroeg minister Wathelet op 26 juni 1990 een gerechtelijk onderzoek te openen 'tegen X' wegens valsheid in geschrifte. Volksvertegenwoordiger Hugo Coveliers: "Iedereen wist maar al te goed wie met X werd bedoeld, Deprêtre lui-même. Er is toen zelfs een huiszoeking verricht in zijn kantoor in het justitiepaleis. Een huiszoeking bij een procureur, een unicum in de geschiedenis van de Belgische rechtspraak."

Het gerechtelijk onderzoek 'tegen X' is later zonder gevolg geklasseerd. Over het disciplinair onderzoek hebben we nauwelijks nog wat gehoord. In de zomer van 1992 verklaarde Wathelet in de Senaat dat "het verslag over het tuchtrechtelijk onderzoek gedateerd is op 25 juni 1992 en ik ontving het dossier op 29 juni jongstleden. Ik begon onmiddellijk aan de studie van het omvangrijke dossier." Tot op heden is nog altijd niet bekend wat het resultaat van die ministeriële studie is.

De PSC'er Jean Deprêtre werd als procureur in Nijvel benoemd op voorspraak van gewezen premier en meester-pensensteker Paul Vanden Boeynants, die destijds ook Wathelet in de politiek lanceerde. Het parket in Nijvel heette toen een grote heksenketel te zijn, waar Deprêtre orde op zaken moest stellen. Frans Boulard is twee jaar na zijn degradatie gestorven als gevolg van kanker. Philippe Toussaint, de gezaghebbende hoofdredacteur van het blad Journal Des Procès, stelde zich uiteindelijk de vraag: "Moeten we Jean Deprêtre bevorderen om van hem af te geraken?"

Meer » Bouhouche & Beijer | Roze Balletten | Bendecommissie I | Paul Vanden Boeynants

Het einde van het onderzoek in Nijvel

Verhuis naar Charleroi

Het dossier naar de Bende van Nijvel wordt weggenomen uit Nijvel wegens het grote aantal blunders. Het dossier verhuist op 21 januari 1987 naar Charleroi waar onderzoeksrechter Jean-Claude Lacroix het werk overneemt van onderzoeksrechter Jean-Marie Schlicker.

De huiszoeking bij procureur Deprêtre

In het kader van een disciplinair onderzoek tegen de Procureur des Konings van Nijvel, Jean Deprêtre, wordt er op 28 augustus 1990 een huiszoeking uitgevoerd in het bureau van de procureur.

Meer » Cel Waals Brabant | Forum

Nota van Yves de Prelle de la Nieppe

De Belgische toepassing van de Strategie van de Spanning

In een acht pagina's tellend memorandum met betrekking tot het Bende-onderzoek somde de Nijvelse substituut van de Procureur des Konings, Yves de Prelle de la Nieppe, redenen op waarom hij ervan uitging dat de Bende van Nijvel de Belgische toepassing is van de strategie van de spanning en dat we hier te maken hebben met de Belgische variant op de Italiaanse Loge P2.

In hetzelfde document verwijst substituut de Prelle naar een vergadering in januari 1987 waaraan door alle verantwoordelijken in het Bende-onderzoek werd deelgenomen, met uitzondering van procureur Deprêtre, die blijft beweren dat de Bende uit ordinaire gangsters bestaat, en waar alle aanwezigen bevestigden dat de politico-criminele filière à la P2 de belangrijkste te volgen piste was en is. Dit document is een onderdeel van deze nota. Yves de Prelle de la Nieppe is de ondergeschikte van procureur des Konings Jean Deprêtre.

Samenvatting nota

In het dossier van de Bende van Nijvel, waar ik me officieel gedurende meer dan drie jaar - van september 1983 tot januari 1987 - mee bezig heb gehouden, heeft mijn rol zich hoofdzakelijk beperkt tot het schrijven van rapporten voor het parket-generaal omtrent de evolutie van het onderzoek. Die rapporten werden overgemaakt omdat het hier om uitzonderlijke feiten ging. Dat was overigens ook de reden waarom mijn korpsoverste, de procureur des Konings van Nijvel - Jean Deprêtre - in overleg met de onderzoeksrechter het onderzoek persoonlijk leidde.

Ik ben ervan overtuigd dat er in het Bende-onderzoek een verkeerde strategie werd gevolgd, zowel bij het politie als bij sommige magistraten. Het onderzoek werd maar in één richting gevoerd. Natuurlijk is het zo dat de angstpsychose die zich in de herfst van 1985 over ons land verspreidde, niet bevorderlijk was voor de sereniteit waarin een gerechtelijk onderzoek moet worden uitgevoerd. Denk maar aan de manier waarop de huisvaders in Waals-Brabant toen de wapenwinkels overrompelden. Volgens mij kunnen de enorme inspanningen die werden geleverd om iedereen die groter is dan 1,90 meter te arresteren en het oppakken van de Borains begin 1986 enkel worden verklaard door de wens te allen prijze schuldigen te vinden, in plaats van het risico te willen lopen veel tijd te verliezen met het zoeken naar de echte daders.

Het onderzoek naar de Borains heeft op geen enkele manier een verklaring geleverd voor de slachtpartijen van 1985. Uit het onderzoek naar het tijdsgebruik van Michel Cocu en co heeft men kunnen opmaken dat zij daar nooit bij betrokken hadden kunnen zijn. Overigens beantwoorden de Borains ook niet aan het beeld van de Bende van Nijvel: een uit beroepsmoordenaars samengesteld militair commando. Het onderzoek heeft de volgende gegevens opgeleverd :

- Over het gedrag van de daders :
Gedisciplineerd en foutloos doelbewust.

- Over het gebruik van wapens :
De onderzoekers in Aalst waren verbaasd over de gevechtstechniek van de daders, de agenten die na de dramatische gebeurtenissen op de Colruytparking in Nijvel de misdadigers achtervolgden, waren onder de indruk van de manier waarop die hen in Eigenbrakel in een valstrik lokten.

- Over het militair aandoende optreden :
De overvallen werden afgewerkt met een aanpak die enkel op een militair of een paramilitair oefenveld kan zijn aangeleerd. En de kennis van het actieterrein en van de details van de veiligheidsmaatregelen die politie en rijkswacht tijdens de weekends troffen was indrukwekkend.

- Over het ombouwen van het interieur van de gebruikte voertuigen :
Verwijderen van zetels, de vijfde deur die van binnen uit kon worden geopend.

- Over de quasi-zekerheid dat het 'klassieke milieu' niet bij de Bende-feiten was betrokken.
Vanuit dat milieu is geen enkele tip gekomen, alhoewel de onderwereld een gruwelijke hekel heeft aan kindermoordenaars. En hadden de daders overigens in 1983 al niet bewezen dat zij niet in staat waren om de deuren van de Colruyt in Nijvel open te krijgen? Terwijl iedereen in het milieu zo'n eenvoudige klus toch wel kan klaren.

- Tenslotte - en vooral - was er een totale discrepantie tussen de omvang van de buit en het aantal slachtoffers.
Met andere woorden: de buit - nauwelijks een half miljoen voor de acht doden in Aalst - stond niet in verhouding tot het gebruikte geweld en de aangewende middelen. Als men, bij deze objectieve vaststellingen een aantal andere aanwijzingen voegt, is men wel gedwongen om rekening te houden met de mogelijkheid van een politiek-crimineel spoor, dan moet men gaan denken aan terrorisme, zoals dat zich meermaals in Italië heeft gemanifesteerd.

- Het Bois de la Houssière :
De plek waar de cheques van de Delhaize-overval in Overijse en de voertuigen die werden gebruikt bij de drie Bende-raids in 1985, zijn teruggevonden. Dit is een plek in de onmiddellijke omgeving van het kanaal Brussel-Charleroi in Ronquières, waar in november 1986 onderdelen van wapens zijn teruggevonden die zowel in 1983 als in 1985 zijn gebruikt. Bovendien is vastgesteld dat het bos werd gebruikt door extreem-rechtse militanten voor hun para-militaire oefeningen.

- In het Bois de la Houssière werden ook geschreven notities van de ex-vriendin van Jean Bultot ontdekt.
Bultot is de vroegere adjunct-directeur van de gevangenis van Sint-Gillis. Hij was een vriend van Francis Dossogne van het extreem-rechtse Front de la Jeunesse en van Pierre-Paul de Rycke, uitbater van de nachtclub Le Jonathan in Sint-Gillis, een ontmoetingsplaats voor extreem-rechtse militanten. Samen met Eric Lammers, een militant van de extreem-rechtse Westland New Post was Bultot een beoefenaar van het Practical Shooting, een uit de VS geïmporteerde, zeer agressieve manier om de edele kunst van het schieten aan te leren. Bij deze vaststellingen moet echter wel rekening worden gehouden met het feit dat deze notities misschien wel in bos werden neergelegd om de onderzoekers op een vals spoor te zetten.

- De manier waarop de teruggevonden wapens waren gedemonteerd :
Volgens een proces verbaal van commissaris George Marnette van de Brusselse gerechtelijke politie, dat was gebaseerd op verklaringen van de WNP-chef Paul Latinus, is het wapen dat gebruikt werd voor het plegen van de twee moorden in de Herderliedstraat in Anderlecht, weggegooid in een vijver nadat het op dezelfde manier was gedemonteerd als de Bendewapens, die werden teruggevonden in het kanaal in Ronquières.

Indien dit politiek-criminele spoor tijdens het onderzoek niet voldoende is uitgezocht, heeft dit te maken met de houding van de leiders van het onderzoek, die er a priori van uit gingen dat het motief van de slachtpartijen geld was. In dit verband moet worden gewezen op :

- De verklaringen van Frans Reyniers, hoofdcommissaris van de Brusselse gerechtelijk politie, dat al heel vlug rekening werd gehouden met het mogelijke belang van een politiek spoor, maar dat dat spoor nooit afdoende is onderzocht.

- De laatste vergadering van de Infocel in Nijvel in januari 1987 waar, in afwezigheid van procureur Deprêtre, men eindelijk serieus is beginnen praten over deze hypothese. Tot mijn eigen grote verbazing vertelden de onderzoekers toen hoe belangrijk zij dit spoor wel vonden.

Meer » Aalst | Westland New Post | Gladio | Jean Bultot | Strategie van de Spanning | Bewijsstukken | Bendecommissie I | Forum