Inleiding

Van Diane naar SIE

De Brigade Diane, in de volksmond vooral gekend als Groep Diane, was een speciale eenheid van de Belgische rijkswacht. De Brigade werd op 6 december 1972 opgericht in de nasleep van de dramatische gebeurtenissen op de Olympische Spelen van dat jaar. Tijdens die Spelen draaide een gijzeling van Israëlische atleten uit op een bloedbad. Om dergelijke situaties in de toekomst te voorkomen, gaf de Belgische regering toen bevel aan de rijkswacht om een speciale eenheid op te richten. Deze eenheid kreeg de codenaam "Diane", een verwijzing naar de Godin van de jacht. Na twee jaar werd de brigade omgedoopt naar Speciale Interventie Eskadron. Sinds de politiehervorming is deze eenheid opgegaan in de DSU, Directie van speciale eenheden van de federale politie. Deze naam veranderde in 2007 in CGSU, het Commissariaat-Generaal Special Units.

SIE
- Een training van het Speciaal Interventie Eskadron.
25 jaar geschiedenis

1972: Na de gijzeling van Israëlische atleten tijdens de Olympische Spelen in München, die op een bloedbad was uitgedraaid, geeft de regering aan de rijkswacht opdracht om een eenheid op te richten "die aan dit soort situaties het hoofd kan bieden". Binnen het Mobiel Legioen wordt de Brigade Diane - genoemd naar de godin van de jacht - uitgebouwd.

1974: De Brigade Diane wordt in "Speciaal Interventie Eskadron" omgedoopt.

1976: Gelet op het grote aantal ontvoeringen ontstaat de behoefte aan een observatie-eenheid. Deze wordt opgericht binnen het SIE en krijgt in 1980 een officieel karakter.

1985: De vraag is zo groot dat het SIE niet meer alle taken aankan. Daarom worden er in Brussel, Gent, Antwerpen, Charleroi en Luik gedecentraliseerde eenheden opgericht, de pelotons POSA : peloton Protectie, Observatie, Steun en Arrestatie. Elke POSA dekt twee provincies, behalve in de toen nog eengemaakte provincie Brabant die van Brussel afhangt.

1992: Het Disaster Victim Identification Team en de POSA Brussel worden bij het Speciaal Interventie Eskadron gevoegd.

1993: Oprichting van een infiltratie-eenheid die van het Centraal Bureau der Opsporingen wordt overgenomen.

1995: Elke POSA hangt functioneel van het SIE af, ook al blijft er een lokale administratieve overste. Rekrutering, selectie en opleiding verlopen vanaf dat ogenblik gemeenschappelijk.

"Een onverbiddelijke selectie"

In de sessie 1997 -1998 stelden zich 132 rijkswachters kandidaat voor een functie bij één van de eenheden van het SIE, terwijl er slechts 51 vacante betrekkingen waren (23 voor observatie, 16 voor interventies en 12 voor POSA). In de eerste selectieronde werden 29 kandidaten uitgeschakeld (om medische redenen, administratieve redenen of na vrijwillige verzaking). Uiteindelijk namen 59 kandidaten deel aan de testweek voor de observatie-eenheid en 44 aan de testweek voor de interventie-eenheid en de POSA. Na afloop van die week werden er slechts 24 kandidaten voor de observatie, 6 voor interventies en 8 voor de POSA tot de opleiding toegelaten. Uiteindelijk slaagden 19 rijkswachters voor alle tests en zij werden in het Speciaal Interventie-Eskadron opgenomen: 12 bij de observatie-eenheid, 5 bij de POSA en 2 bij de interventie-eenheid. Dat brengt het slaagpercentage op nauwelijks 15 %. "In de laatste jaren schommelt dat percentage rond de 20 %", aldus luitenant Dominique Soffers van de cel opleiding.

Opmerkelijke interventies

1978: Brasschaat

De ontvoering van Baron Bracht. De dader wordt aangehouden zonder dat er losgeld wordt betaald.

1980: Vielsalm - Brussel

Drie mannen kapen een schoolbus in Vielsalm en dwingen de chauffeur naar het RTBF-gebouw in Brussel te rijden. Op het parkeerterrein van de RTBF wordt een aantal keren in de richting van de fotografen en de cameramensen geschoten. Tijdens de verplaatsing naar de studio in het gebouw worden de daders overmeesterd zonder dat er slachtoffers vallen.

1987: Charleroi

Een man, gewapend met een mes, gijzelt een vrouw in een trein. De onderhandelingen leveren niets op en rijkswachters van de interventieploeg in burgerkledij kunnen de man overmeesteren.

1989: Tilff

Drie gangsters dringen de woning van een bankdirecteur binnen en gijzelen zijn vrouw en zijn twee kinderen. De man kon ontsnappen en de politie verwittigen. De woning wordt omsingeld en de onderhandelingen duren vijf dagen. Een losgeld van 30 miljoen wordt betaald in ruil voor de vrijlating van de twee kinderen en een vluchtvoertuig. De drie daders vluchten dus met het voertuig en houden de vrouw aan boord. Die wordt tijdens de vlucht ongedeerd vrijgelaten en de drie gangsters wisselen van voertuig. Zij worden opgemerkt door een POSA eenheid bij het binnengaan van een appartementsgebouw in Droixhe. Het gebouw wordt doorzocht en twee daders verschansen zich op het dak van het gebouw. Tijdens hun vlucht wordt één van de daders gekwetst door de interventieploeg. Uiteindelijk geven ze zich over. De derde dader wordt dood aangetroffen. Achteraf zou blijken dat hij zelfmoord heeft gepleegd.

1993: Sint-Genesius-Rode

Ulrike Bidergard, een Zweedse kampioene in paardrijden, wordt ontvoerd. De dader kan gelokaliseerd worden en wordt gevolgd naar de woning waar het slachtoffer wordt vastgehouden. Interventieploegen dringen binnen in de woning en kunnen Ulrike Bidegard bevrijden en de dader aanhouden.

1996: Kortrijk

Een lokale rijkswachtploeg wil een verdacht voertuig controleren waarop zij worden beschoten. De daders zijn leden van de Gewapende Islamitische Groep (GIA) die uit Roubaix vluchtten omdat hun huis door de Franse politie bestormd werd. Een dader wordt doodgeschoten, de tweede kan weg-vluchten en verschanst zich in een nabijgelegen woning. De twee aanwezige vrouwen kunnen nog tijdig de politiediensten verwittigen maar worden daarna in de kamer opgesloten. Wanneer de interventieploegen binnendringen wordt de dader gewond aangetroffen in een slaapkamer, de twee vrouwen worden bevrijd en zijn ongedeerd.

1998: Elsene

Tijdens een huiszoeking met versterking wordt de interventieploeg onder vuur genomen door een GIA-lid. De dader verschanst zich en weigert zich over te geven. Na het falen van langdurige onderhandelingen wordt de woning door interventieploegen binnengedrongen. De dader schiet opnieuw maar kan ongedeerd overmeesterd worden.

Getuigenissen

"Vaardig, talentvol en toegewijd"

Samuel Katz, Amerikaans journalist en auteur van een boek over de interventie-eenheden in de wereld. "In de wereld van de antiterroristische eenheden en van de interventieploegen van de politiediensten zijn er die altijd de beste willen zijn, die aan de anderen de weg willen tonen. Het SIE van de Belgische rijkswacht is zo'n eenheid die de toon aangeeft. Voortbouwend op haar vaardigheid, talent en toewijding tracht zij de anderen te overtuigen om zich te ontwikkelen. Op een dag vertrouwde een Amerikaans officier die met speciale operaties was belast, me toe dat het Speciaal Interventie Eskadron één van de meest dynamische, innovatieve en toegewijde eenheden is die hij ooit in actie had gezien. Weinig interventie-eenheden zijn zoals het SIE uitgerust om te opereren vanuit de lucht en van op zee. Het SIE is in heel Europa en wereldwijd gekend voor zijn tactische heldendaden en zijn vaardigheid bij het hanteren van wapens. Het is dan ook de macht die België en zijn burgers kan beschermen tegen de gesel van het terrorisme en van de zware criminaliteit."

"Onmisbaar"

Patrick Duinslaeger, kabinetschef van het ministerie van Justitie en vroeger nationaal magistraat. "Het SIE? Daar kan ik heel kort over zijn. Wij hebben ons altijd heel gelukkig geprezen te kunnen rekenen op deze eenheid die kennis aan expertise en techniek koppelt. In het raam van de dossiers die wij in België hebben gekend (gijzelingen, ontvoeringen, ...), vormde het SIE voor ons magistraten eenvoudigweg een onmisbare steun."

"Geduld"

José Masschelin, journalist bij het Het Laatste Nieuws. "Uit hoofde van mijn beroep heb ik al regelmatig operaties van het SIE kunnen volgen. Wat ik vooral onthoud, is het grote professionalisme waarmee zij uitermate kritieke toestanden oplossen, maar ook hun geduld. Ze zijn in staat om urenlang te wachten, te onderhandelen alvorens over te gaan tot een actie, die soms gewelddadig kan zijn. Ik heb deelgenomen aan een operatie van Franse politiemensen van de RAID in Roubaix. Zonder de kwaliteiten van die eenheid in vraag te stellen, ik vond dat die snel schoten. Vier personen kwamen trouwens om het leven. Toen zich in maart jongstleden in Elsene een Islamist in een woning had verschanst, ging het SIE heel anders te werk. Urenlang werd er gediscussieerd. Toen dat niets opleverde, werd de terrorist ongedeerd naar buiten gehaald."

"Zeer nauwe banden"

De commandant van de Groupe d'intervention van de Franse Gendarmerie nationale (GIGN), commandant Eric Thomas. "Het Speciaal Interventie Eskadron is een zustereenheid van het GIGN. Wij onderhouden met onze Belgische collega's uitstekende relaties die een eenvoudig partnership overstijgen. Je kan de band tussen onze beide diensten werkelijk met de termen respect en vriendschap omschrijven. De rijkswachters van het SIE zijn grote professionals, maar niettemin heel bescheiden. Wij hebben van hen veel geleerd qua bijzondere technieken ter bestrijding van bepaalde vormen van criminaliteit en qua onderhandelingstechnieken. Wij ontmoeten elkaar regelmatig om ervaringen uit te wisselen. De banden tussen het SIE en het GIGN zijn heel nauw."

"Hij is gelukkig"

Martine, de echtgenote van een lid van de interventie-eenheid van het SIE. "Niet alleen het risico dat mijn man dagelijks loopt, maar ook de totale inzet die dagelijks wordt geëist, zijn vrij hinderlijk. Mijn man wordt heel dikwijls teruggeroepen en dat maakt het bijvoorbeeld moeilijk om een familiefeestje te plannen. Het gevaar, dat maakt deel uit van de job. Ik wil daarmee niet zeggen dat ik geen schrik heb, maar ik weet dat er berekende risico's worden genomen, dus het gaat niet ten koste van mijn eigen leven. Sinds de geboorte van ons kindje is mijn visie op de dingen wel wat gewijzigd en ben ik ongeruster. Mocht mijn kind zijn vader verliezen, dan zou het drama nog andere dimensies aannemen. Maar globaal gezien reageer ik positief. Mijn man is gelukkig met zijn beroep en dat is het belangrijkste."

"Haar uitleggen"

Adjudant Willy Tans, nu lid van de brigade Genk, van 1983 tot 1996 lid van het SIE. "Voor een rijkswachter van het SIE is het heel belangrijk om aan zijn vrouw juiste informatie te geven zodat zij de situatie correct kan inschatten. Je moet haar uitleggen dat wij voor onze job getraind zijn, dat we geen onnodige risico's nemen en dat we over aangepast beschermingsmateriaal beschikken. Dat kan haar alleen maar geruststellen. Persoonlijk heeft mijn vrouw hiermee nooit enig probleem gehad."

Interview Eric Liévin

"Minimaal geweld, maximale efficiëntie"

"Een crimineel die met het SIE te maken krijgt, heeft meer kans om het er levend van af te brengen dan een andere crimineel, maar zijn vluchtpoging maakt weinig kans op succes." In die ene zin vat de commandant van het SIE, luitenant-kolonel Eric Liévin, de filosofie van zijn eenheid samen. Een maximale efficiëntie gekoppeld aan een minimaal gebruik van geweld. Op vijf maart jongstleden werd daarvan in Elsene nog maar eens het bewijs geleverd. Nadat langdurige onderhandelingen op niets waren uitgedraaid, werd een vermoedelijke terrorist die gewapend was en zich had verschanst, door het Speciaal Interventie Eskadron zonder enig bloedvergieten uit het gebouw gehaald.

Kan een gewapende man die zich heeft verschanst, altijd zonder brutale interventie worden aangehouden?
"Dat is in elk geval de bedoeling. In een crisissituatie trachten we gewoonlijk eerst te onderhandelen. Vele uren lang indien dat nodig blijkt. Sommige van onze personeelsleden zijn daarvoor opgeleid en we kunnen altijd een beroep doen op een psycholoog van het algemeen commando. Iedereen heeft er belang bij dat ernstige problemen geweldloos worden opgelost. Bij het SIE gaat de prioriteit er altijd naar uit om de figuren levend te pakken te krijgen en om eventueel de gegijzelden ongedeerd te bevrijden. Dat is onze beroepseer en wij zijn opgeleid en getraind voor dit soort delicate opdrachten."

Toch zijn uw mannen soms verplicht om het vuur te openen ...
"Ja, maar pas wanneer alle andere mogelijkheden gefaald hebben en wanneer het leven van de gegijzelden of de rijkswachters in gevaar is. De waaier aan mogelijke interventies is uitgebreid. Er bestaat een heel gamma aan middelen - gaande van onderhandelingen tot een schot om te doden - die we kunnen gebruiken en combineren om tot een optimaal resultaat te komen, d.w.z. zonder iemand te verwonden of te doden. Welke middelen? Zonder in de details te treden een kleine opsomming: gebruik van gassen, inzet van aanvalshonden, overmeestering met de blote hand, ... Alle mogelijke vormen van aanpak worden bestudeerd, geanalyseerd en onze rijkswachters worden er intensief op getraind. Wij hebben net zoals de maatschappij een evolutie doorgemaakt. Die maatschappij eist van politie en rijkswacht steeds meer efficiëntie en aanvaardt steeds minder geweld. Sommige middelen die vroeger 'efficiënt' werden genoemd, zijn op dit ogenblik niet langer sociaal aanvaardbaar. Wij werken dan ook onafgebroken om het geweld in onze interventies tot een minimum te beperken. Dat vereist natuurlijk geperfectioneerdere technische middelen, een verdergaande training en houdt misschien een groter risico voor het personeel in. Voor ons is het eindresultaat belangrijk, maar ook en vooral de manier waar- op het wordt behaald."

Om een dergelijk niveau van beheersing te bereiken, moet de lat qua technische en lichamelijke eisen in het SIE wel heel hoog liggen.
"Inderdaad. In de interventie-eenheid kampen wij op dit ogenblik trouwens met een personeelstekort van dertig procent. Kandidaten zijn er genoeg, maar wij willen absoluut niet aan het niveau van de selectiecriteria tornen. Het delicate karakter van onze opdrachten laat dat niet toe. Naast de lichamelijke en technische aspecten hechten wij veel belang aan koelbloedigheid, karakter, stressbestendigheid, ... Maturiteit is primordiaal. Onze mannen mogen geen cowboys of botte dommeriken zijn. Ze moeten een situatie bijna onmiddellijk kunnen inschatten wetende dat hun beslissing catastrofale en fatale gevolgen kan hebben."

Hoe verloopt de selectie van de kandidaten?
"De kandidaten ondergaan eerst een diepgaand specifiek medisch onderzoek. Vervolgens leggen ze een week lang tests af om hun lichamelijke, psychologische en intellectuele vaardigheden te evalueren. Wie daarvoor slaagt, volgt vijf maand lang een gemeenschappelijke opleiding voor het SIE en voor de POSA. Voor de leden van de POSA wordt de opleiding afgesloten met twee maand stage in de eenheid waar ze zullen worden ingezet. De kandidaten van het SIE - hetzij voor de interventieeenheid hetzij voor de observatie-eenheid - volgen nog twee maand lang bijkomende cursussen en oefeningen."

Wat is het profiel van een rijkswachter van het Speciaal Interventie Eskadron?
"Onze mannen zijn gemiddeld 27 à 28 jaar. De meesten wonen buiten de hoofdstad en pendelen dus dagelijks naar Brussel. De interventie-eenheid bestaat uit allemaal scherpschutters, maar sommigen onder hen hebben zich nog verder gespecialiseerd in lange afstandsschieten, schieten in extreme omstandigheden, ... Anderen zijn dan weer gespecialiseerd in explosieven, in duiken, enzovoort. Vrouwen? Er werken inderdaad vrouwen bij ons, maar uitsluitend in de observatie-eenheid. De lichamelijke criteria voor de interventie-eenheid zijn dermate strikt dat zij tot op heden niet door de filter van de selectie raken."

Over welke kwaliteiten moet een goede observator beschikken?
"Een goede observator moet heel veel geduld hebben, moet oog hebben voor details en veel zin voor synthese om datgene wat hij in het dispositief ziet, onmiddellijk mee te delen. Teamwork en samenwerking tussen de personen die voor observatie- en aanhouding verantwoordelijk zijn, zijn van kapitaal belang. Die complementariteit is ook van belang in de POSA. En ik mag ook de technische diensten niet vergeten te vermelden (ingenieurs, technici van de dienst operaties, ...). Dankzij hen en dankzij de nieuwe technieken die zij beheersen, zijn operaties die in het verleden onmogelijk waren, nu wel realiseerbaar."

Hoe vaak trainen de mannen van het SIE?
"Wij trainen zo vaak mogelijk, hetzij in België hetzij tijdens buitenlandse stages. Maar gelet op het grote aantal opdrachten dat we moeten uitvoeren, hebben we naar onze eigen mening te weinig tijd voor training. Dit gezegd zijnde, onze oefeningen stellen heel hoge eisen en moeten ons in staat stellen om het hoofd te bieden aan heel uiteenlopende situaties: verschansing, ontvoering, vliegtuigkaping, gijzeling, opstand, ..."

Uw rijkswachters komen bijna altijd tussenbeide in uitermate gevaarlijke situaties. Kunnen zij die stress altijd de baas?
"Tijdens een operatie zijn er zoveel dingen om aan te denken dat er geen tijd voor stress overblijft. De stress is er vanzelfsprekend, maar we zijn getraind om te beletten dat de stress in het vuur van de strijd uitbreekt. Na afloop kunnen we de stress de vrije loop laten. En iedereen doet dat op zijn eigen manier. Maar de selectie en de training zorgen ervoor dat de stress nooit de kop zal opsteken tijdens een interventie."

Zijn er al rijkswachters van het SIE om het leven gekomen tijdens een operatie?
"Niet tijdens een operatie, maar wel tijdens een training. In 1987 kwam een collega om het leven tijdens een oefening met een helikopter; in het begin van de jaren negentig liet een andere collega het leven tijdens een schietoefening met echte kogels."

Kan men daaruit afleiden dat de opleiding gevaarlijker is dan de realiteit?
"Nee. Maar het klopt dat de training zo nauw mogelijk bij de realiteit moet aanleunen. En de trainingen zijn talrijker dan de gevaarlijke operaties. Het is dus normaal dat onze mensen vaker in gevaar zijn tijdens oefeningen dan tijdens de eigenlijke opdrachten. Kortom, als er iemand om het leven komt, is dat altijd een ongeval. En dus wordt er altijd een onderzoek geopend om de exacte oorzaak te bepalen en om te beoordelen of wij al dan niet te ver gaan. In vergelijking met buitenlandse eenheden is het aantal dodelijke slachtoffers bij het SIE klein. Ook al is ieder overlijden er natuurlijk één te veel ..."

Rijkswachter zijn bij het SIE, dat betekent 24 uur op 24 beschikbaar zijn. Is dat makkelijk te combineren met een sociaal en familiaal leven?
"Vast en zeker niet! Je moet werkelijk op elk ogenblik beschikbaar zijn en daar kan je familiaal leven onder lijden. Onze rijkswachters (van de interventie-eenheid, de observatie-eenheid, de POSA, ...) dragen voortdurend een semafoon, die op elk ogenblik kan bellen. Of het nu midden in de nacht is, op restaurant, bij vrienden of in een winkel ... ze moeten alles laten vallen en zo snel mogelijk naar de eenheid komen. Op papa rekenen om de kinderen van school af te halen, dat is een riskante zaak... En de echtgenotes leven bovendien met de stress, hun echtgenoot naar eender welk soort opdracht te moeten zien vertrekken. Laat ons het voorbeeld nemen van de terrorist die zich in Elsene had verschanst. Omstreeks 18 uur meldde een televisiezender dat er zopas schoten waren gelost en dat er gewonden waren ... In dergelijke omstandigheden is elke vrouw bezorgd om haar man die in de eerste lijn staat, dat is maar normaal." "Minstens één keer per jaar organiseren wij een 'family day' waarop onze echtgenotes met elkaar kunnen praten. Zij worden er zich dan bewust van dat wij allemaal in hetzelfde schuitje zitten. Het SIE is één grote familie. Wij streven naar maximale cohesie: we nemen samen risico's, we hebben allemaal een afschuwelijk sociaal leven, enzovoort."

Kan worden gesteld dat het SIE bij elke interventie dingen leert?
"Ja. Ons professionalisme vereist van ons dat wij uit al onze acties lessen trekken. Debriefings zijn van primordiaal belang. Ook al hebben we tot op heden - gelukkig maar - heel weinig mislukkingen gekend, toch leren we meer uit onze fouten dan uit de acties die goed aflopen. Mijn definitie van het woord "fout"? Ik denk bijvoorbeeld aan een gaspropulseur die het laat afweten omwille van onvoldoende onderhoud ... Maar wij hebben altijd de reflex om het welslagen van een operatie niet van één enkel middel te laten afhangen. Vooral als er techniek in het spel is ... wij beschikken immers altijd over een alternatief." "We houden ook debriefings met buitenlandse eenheden. Zo zijn onze collega's van de Groupe d'Intervention van de Franse rijkswacht (GIGN) komen bestuderen hoe wij in Elsene tussenbeide waren gekomen. Drie jaar voordien gingen wij zelf bij hen op bezoek om lessen te trekken uit de bestorming van een gekaapt vliegtuig op de luchthaven van Marseille."

Speelt geluk een grote rol in uw beroep?
"Vanzelfsprekend. Zonder een beetje mazzel kan elke operatie, hoe goed voorbereid ook, verkeerd aflopen. Maar wij moeten het geluk met alle mogelijke en denkbare middelen een handje helpen. Het is van kapitaal belang om niets aan het toeval over te laten."

Zijn er op dit ogenblik nog situaties die u zouden kunnen verrassen?
"Ik denk dat we daarop uit bescheidenheid ja moeten antwoorden. We trachten alle hypotheses voor te bereiden en in overweging te nemen, maar een verrassing zit in een klein hoekje. We zetten onze middelen altijd zo flexibel mogelijk in om aan een maximaal aantal situaties het hoofd te kunnen bieden. En we blijven waakzaam voor alle nieuwe technieken (bewapening, transmissie, ...). Wij Belgen hebben één groot voordeel. Ons land bevindt zich op het kruispunt van de Angelsaksische, Germaanse en Latijnse cultuur. Waardoor wij de Latijnse zin voor verbeelding, soepelheid en improvisatie aan een grote onverbiddelijkheid koppelen. Dat is onze onschatbare kracht."

Bron » Benoit Dupuis | Revue | Editie 143

De scherpschutters van het SIE

Een interview met twee scherpschutters

In juni 2000 gijzelde de dolgedraaide Neji Bejaoui 46 kinderen en 5 opvoeders in het kinderdagverblijf van Wasserbillig. De ijzingwekkende ontknoping ging de wereld rond: de man werd naar buiten gelokt en met twee kogels in het hoofd doodgeschoten door een scherpschutter van de Luxemburgse interventie-eenheid. Op de gebruikelijke zegebulletins volgde snel een forse kater. De pers voelde zich misbruikt omdat de politie drie RTL-jassen en een wagen van de omroep leende om Bejaoui te gaan 'interviewen'. Maar ook woordvoerders van diverse Europese interventie-eenheden fronsten de wenkbrauwen.

Is een tweede Wasserbillig mogelijk in België? Voor het eerst vertellen scherpschutters van het Speciaal Interventie Eskadron van de rijkswacht over de schok na een schot en de delicate kunst om de trekker niet over te halen. Yves, coördinator van de scherpschutters, en Rudy, specialist-scherpschutter, willen liever niet op de foto uit vrees voor represailles van het criminele milieu. Het risico is niet gering: het interventieteam van het SIE, de voormalige Brigade Diane, rukt immers nooit uit om caféruzies te beslechten, maar treedt alleen op bij gijzelingen, gewapende verschansingen en andere vormen van zwaar banditisme. Er staan nog een paar rekeningen open, maar daar zouden we het in de kazerne van Etterbeek niet over hebben.

Volgens jullie baas, kolonel Liévin, hebben gangsters, als ze met het SIE te maken krijgen, de meeste kans om een confrontatie met de politie te overleven. Klopt dat?
Yves: "Ja, dat kun je statistisch nagaan. De gangsters die we sinds 1972 hebben moeten neutraliseren, kun je op de vingers van één hand tellen. Als je weet dat we tegenwoordig wekelijks drie, vier keer uitrukken, dan begrijp je wel dat we nooit als cowboys in het rond schieten. Het probleem is dat onze operaties in de media zo worden uitvergroot dat je ze niet gauw vergeet. Iedereen herinnert zich nog het dodelijke schot dat we in 1985 afvuurden, toen de directeur van Leuven Centraal gegijzeld werd. Twee criminelen - een terdoodveroordeelde en nog een zware jongen - waren tot aan de poort van de gevangenis geraakt en gebruikten de directeur als schild, terwijl ze een pistool tegen zijn slaap hielden. Na urenlange onderhandelingen was de situatie zo uitzichtloos dat we het bevel kregen te vuren. Kijk, we zijn absoluut geen Rambo's of macho's, integendeel. Onze erecode dicteert dat een operatie pas geslaagd is, als er geen slachtoffers zijn. Dat leidt soms tot bizarre situaties: de media en het gerecht omschrijven een operatie als 'succesvol' en zwaaien ons alle lof toe, terwijl wijzelf met een een wrang gevoel achterblijven. Als we de trekker moeten overhalen om een gangster te doden, geven we eigenlijk onze onmacht toe."

Er zijn toch geen vierenveertig alternatieven om een wilde schutter tot rede te brengen?
Yves: "Wel, je zou versteld staan wat we allemaal kunnen doen voor de ultieme oplossing overwogen wordt. Om te beginnen, putten we heel ons arsenaal onderhandelingstechnieken en overredingsmethodes uit. Ik verzeker je dat alleen gekken en uitzonderlijk zware gevallen daarvoor niet zwichten. Vervolgens kunnen we een aanval met verdovend gas en aanvalshonden inzetten; pas als niets meer helpt, kunnen de scherpschutters zich klaarmaken."

Krijgen die meteen een licentie om te doden?
Yves: "We zijn James Bond niet, hé. Onze tussenkomst wordt bevolen door de gerechtelijke overheden. De scherpschutters werken strikt volgens een schaal van geweldbeheersing: alleen in geval van wettige verdediging - als gegijzelden of wijzelf in acuut levensgevaar verkeren - mogen we een dodelijk schot lossen. Anders volstaat het de crimineel te neutraliseren met een schot in de benen of de schouder, of, indien mogelijk, op het wapen te schieten."

Bepaalt de scherpschutter zelf wanneer hij de trekker overhaalt?
Yves: "Nee, dat zou iets te simpel zijn. De gerechtelijke overheid moet het licht op groen zetten. Vergeet niet dat we alleen bij bijzondere zware feiten optreden: hold-ups met gijzelingen, een gewapende huisvader die doorslaat of schutters die een menigte onder vuur willen nemen. Bij zulke operaties wordt snel een crisisstaf opgericht met de procureur des konings, de plaatselijke burgemeester, de rijkswacht en politieoverheden. Zonder dat bevel van de procureur kunnen we niets ondernemen."

Zijn er situaties denkbaar waarin je toch weigert te vuren?
Rudy: "O ja, als er geen sprake meer is van wettige verdediging, hou ik me in. Dat is ook het moeilijkste onderdeel van deze job: in extreem stresserende omstandigheden moet je inschatten of een schot wel de beste oplossing is. Een vrijgeleide van het gerecht betekent niet dat een dodelijk schot per definitie legaal is."

Yves: "Het commando van het SIE is alleen verantwoordelijk voor de uitvoering van de opdrachten. Als onze scherpschutters met de beste bedoelingen toch een escalatie van geweld veroorzaken, zal onze baas de rekening gepresenteerd krijgen."

De interventieeenheid van het SIE telt 43 leden. Zijn dat allemaal gebrevetteerde scherpschutters?
Yves: "Absoluut, wie tijdens de opleiding de norm niet haalt, valt onherroepelijk af. Acht specialisten krijgen tweemaal per week nog eens een doorgedreven training met schietoefeningen tot 300 meter en verder. Ze zijn ook camouflagespecialisten en ze gaan geregeld op stage naar het buitenland."

30 procent van de vacatures bij het SIE staan al jaren open. Is de selectieprocedure zo hard?
Yves: "De rijkswacht heeft zich in '85 opengesteld voor vrouwen en toen zijn de fysieke proeven minder zwaar geworden om alle kandidaten een redelijke kans te geven. Alleen bij het SIE Is de lat even hoog blijven liggen, waardoor we vanzelf minder kandidaten kregen. Pas op, je moet geen atleet zijn om bij Interventie te werken, maar karakterieel en psychisch wordt héél veel geëist. Gezond verstand is ook een belangrijke factor. Maar de meesten hebben gewoon niet genoeg doorzettingsvermogen, ze haken zelf af of worden na een jaar opleiding negatief geëvalueerd."

Is het voor vrouwen fysiek wel haalbaar om bij de interventie-eenheid van het SIE te werken?
Yves: "Tot nog toe zijn ze nooit door de proeven geraakt, maar dat heeft niets met gebrek aan karakter te maken. Om een deur in te trappen, moet je gewoon voldoende power hebben, hé. Ons materiaal is ook niet makkelijk te hanteren: een stormram weegt gauw dertig kilo, een ballistisch schild twintig kilo. Ik zie echt niet in hoe vrouwen daarmee behoorlijk kunnen werken. Bovendien hebben zware gangsters meestal alleen ontzag voor mannen: als een vrouw bij een bestorming in het deurgat verschijnt, nodig je hen eigenlijk uit domme dingen te doen. Pas op, in de observatie-eenheid van het SIE leveren vrouwen wel magnifiek werk."

Rudy: "In het buitenland vind je ook uitstekende vrouwelijke scherpschutters, maar wij hebben nu eenmaal die hoge drempel: je moet vijf jaar alle technieken en tactieken bij Interventie aanleren voor je je kunt specialiseren."

Is scherpschieten alleen een kwestie van oefening of moet je vooral talent hebben?
Rudy: "Zonder feeling red je het niet, maar zelfs de beste schutters moeten hun niveau met training op peil houden. Tweemaal per week oefenen we zo'n drie tot vier uur en dat is echt geen luxe."

Yves: " Er komt meer bij kijken dan in de schietstand pifpaf je lader leegschieten. Een scherpschutter moet desnoods urenlang in de de sneeuw kunnen liggen om op het cruciale moment doel te treffen."

Durven jullie je na de Balkanoorlog nog "snipers" te noemen?
Yves: "Om het onderscheid te maken met scherpschutters die mikken op alles wat beweegt, gebruiken we liever het woord countersniper. Dat klinkt minder agressief en het drukt precies uit wat we doen: optreden tegen mensen met vuurwapens die een bedreiging vormen voor de samenleving."

Op het internet vind je een paar gedetailleerde snipersites van Amerikaanse makelij met handleiding, trainingsprogramma’s, wapenadvies en zo meer ...
Yves: "Och, ik ken ze hoor. Je hoort me niet zeggen dat daar alleen maar bullshit staat, maar ik lees toch vooral veel blabla. Voor het soort werk dat wij doen, zijn die sites eigenlijk waardeloos."

Over één punt zijn ze het toch eens: je urenlang concentreren op één doel is veel moeilijker dan raak schieten.
Rudy: "Dat klopt, maar wij liggen nooit vijf uur lang op de loer om iemand neer te schieten. Het is zelfs fysiek onmogelijk zo lang door een kijker te turen. Wij werken nauw samen met het observatieteam dat ons onmiddellijk inlicht als het target zich verplaatst. We nemen het doelwit meestal zeer kort in ons vizier. Soms heb je gewoon geen tijd om uitgebreid te mikken."

Wat is de reactiesnelheid van een goede schutter?
Rudy: "Als een gijzelnemer één tot twee seconden aan een raam verschijnt, is dat theoretisch voldoende om hem te treffen met een 'zeker schot'. In de praktijk komt dat niet voor, omdat je in één seconde nooit een situatie precies kan inschatten."

Hoe precies is zo'n zeker schot?
Rudy: "Dat hangt af van de afstand, de windrichting en de stand van de zon. Als we door een ruit schieten, speelt de glasstructuur en de impacthoek van de kogel ook een rol. Daar trainen we allemaal op. Over het algemeen kunnen we vanop vierhonderd meter met grote zekerheid een lichaam raken. Geloof vooral de indianenverhalen niet dat je over een kilometer iemands rechteroog kan uitschieten."

Yves: "Ik spreek niet graag over schietprestaties, omdat het onvermijdelijk zo opschepperig klinkt. Maar als je toch een idee wil hebben: vanop honderd meter zouden we met één kogel een dikke sigaar uit iemands mond kunnen schieten. Dat is een zéér zeker schot."

Is het technisch gewoon een kwestie van goed mikken en de adem inhouden, zoals ze in het leger leren?
Yves: "Iedereen kan zijn ademhaling controleren, een wapen in positie brengen, door een vizier kijken en de trekker volgens de regels van de kunst overhalen. Het wordt pas aartsmoeilijk als je het allemaal tegelijk moet doen. In de stageperiode zien we meestal heel snel wie nooit een goede schutter zal worden. Dit is echt een vak apart hoor."

Welke wapens gebruiken jullie?
Yves: "Elke schutter heeft vijf, zes persoonlijke wapens, repeteervuurwapens, die niemand anders aanraakt en die alleen hij door en door kent. Je moet weten dat elk geweer zijn karakter heeft, geen twee trekkers hebben precies dezelfde weerstand. Volautomatische wapens zijn uit den boze, omdat je ze onmogelijk precies kan richten. De eerste kogel zal misschien doel treffen, de rest van het salvo belandt hoogstens ergens in de buurt. In een oorlog is dat geen bezwaar, maar tijdens een politieactie richt je daarmee ravages aan."

Rudy: "Als je voor elk schot het wapen moet ontgrendelen, word je gedwongen telkens opnieuw te mikken. Dat is ook de bedoeling. Een geoefende schutter kan vijftien keer per minuut raak schieten."

De gemiddelde leeftijd in het SIE is 28. Kunnen jullie leven met zo’n korte carrière?
Rudy: "Specialist-scherpschutters gaan langer mee hoor. Onze oudste collega is 51. Die leeftijd vind ik zelfs een voordeel: met de jaren word je rustiger, je kijkt er minder tegenop om uren in stelling te liggen en je hebt voldoende ervaring om te reageren op onvoorziene wendingen. Om een huis binnen te vallen, doe je weer beter een beroep op de jongeren. Meestal houden die van wat actie."

Yves: "Oudere scherpschutters zijn mentaal ook veel weerbaarder. Als je iemand in het vizier neemt en de mogelijkheid bestaat dat je hem moet neerschieten, geeft dat psychisch een ongelooflijke schok. Zelfs het droogste, hardste karakter zal dat achteraf moeten verwerken. Het blijft moeilijk, maar de kans dat oudere agenten daardoor met zichelf in de knoop geraken, is veel kleiner."

Doet het je nog iets, Rudy?
Rudy: "Als het me niks deed, zou ik een robot zijn. Maar ik zal er niet van wakker liggen. Het is gewoon mijn werk. De dag na het schot kijk ik uit nieuwgierigheid wel eens in de kranten naar wat die crimineel nog op zijn kerfstok had. Zonder me echt in de zaak te verdiepen, hoor."

Yves: "Na zware operaties gaan onze mensen altijd langs bij het stressteam van de rijkswacht om na te gaan of ze psychologische bijstand kunnen gebruiken. Een goede verwerking is erg belangrijk."

Jullie hebben mensen verloren in een helikopterongeval, een schietoefening en een aanrijding met een spookrijder. Zijn de trainingen gevaarlijker dan de operaties zelf?
Yves: "We hebben wekelijks twee grote operaties, maar de trainingen hebben dag in dag uit plaats. Omdat we tijdens die oefeningen de realiteit zo dicht mogelijk benaderen, is het risico op ongevallen veel groter. Vergeet niet dat beklimmingen van gebouwen en fast trooping uit helikopters zonder beveiliging getraind worden! Zelfs al beheers je de technieken perfect, een dom ongeluk is nooit ver weg. Ook dat schietongeval was een kwestie van brute pech: een collega struikelt tijdens de training en valt middenin de vuurlijn. Zulke drama's kun je met de beste wil van de wereld niet uitsluiten. Onze gevaarlijkste vijand is de routine. Als je deze job uitvoert zoals een bandwerker, wordt het levensgevaarlijk."

Rudy: "Je mag de risico's ook niet overdrijven: havenarbeiders en bouwvakkers hebben statistisch veel meer kans op een ongeval tijdens de werkuren."

Op jullie badge prijkt nog altijd Diana, de godin van de jacht. Zijn jullie ook in je vrije tijd jagers op levende doelwitten, al was het maar om te oefenen?
Yves: "We jagen alleen op misdadigers. Niemand van het SIE jaagt in zijn vrije tijd en daar ben ik blij om. Hoe minder je gewend bent op een levend wezen te schieten, hoe beter. In Elsenborn en Leopoldsburg trainen we op een soort etalagepoppen die kunnen bewegen. Die ervaring volstaat. Ik ben er honderd percent zeker van dat mijn acht scherpschutters op het cruciale moment de trekker zullen overhalen. Die garantie moet ik hebben, maar ik wil niet dat ze het normaal vinden dat je een mens of een dier afmaakt. Wie er anders over denkt, is bij ons niet op zijn plaats."

Zijn jullie lid van practical shooting-clubs?
Yves: "Onze erecode dicteert discretie, dat is al één goede reden om schietclubs te mijden. Bovendien vind je in dat milieu veel mensen met extreme politieke opinies. In dat gezelschap laten we ons liever niet zien, want als de publieke opinie aan onze neutraliteit gaat twijfelen, hebben we een zwaar probleem. Let op, een SIE-lid mag zich aansluiten bij een schietclub, maar we moedigen het zeker niet aan."

Rudy: "Mij trekt het totaal niet aan. Als je tijdens je dienst al uren getraind hebt, staat je hoofd niet naar nog meer lawaai van kogels."

Is jullie werk als SIE-lid geen aanslag op je privé-leven?
Rudy: "Tja, je begrijpt dat we buiten de diensturen vaak beschikbaar moeten zijn. Vier van de acht snipers zijn permanent stand-by en moeten binnen het uur in de kazerne kunnen staan. De helft van het jaar leven we dus met de druk dat een etentje of een familiefeest op elk moment afgebroken kan worden. Iemand die van 8 tot 4 werkt, zou even slikken, maar wij zijn dat gewend. Bovendien is de verstandhouding onder de snipers uitstekend. We beseffen goed dat we een ongewone stiel hebben, en we doen niet kinderachtig over die permanentie."

En wat vinden jullie echtgenotes daarvan?
Rudy: "Als je met een SIE-lid trouwt, weet je goed waaraan je begint."

Is de rest van de familie op de hoogte van je werk?
Rudy: "Nee, alleen in heel intieme kring weten ze min of meer wat mijn job inhoudt. Na 22 jaar bij het SIE kun je niet blijven liegen, hé. Voor de anderen ben ik gewoon een rijkswachter en dat is maar goed ook."

Yves: "Zelfs met mijn vrouw spreek ik nooit over de details van een operatie. Die discretie hoort bij mijn werk, en het is goed voor haar gemoedsrust. Het heeft geen zin je familie nodeloos ongerust te maken hé. Als mijn vrouw me vraagt waarom ik werd opgeroepen, vertel ik na afloop hoogstens wat algemeenheden: 'Och, 't was een gijzeling en alles is goed afgelopen.' Sommige interventies zijn zo erg dat je er alleen met collega's over kan praten."

Wat is je donkerste nachtmerrie?
Rudy: "Heel concreet: een gijzelnemer bedreigt een kind met een pistool; ik neem hem in het vizier, schiet en dood het kind. Als me dat ooit zou overkomen, mogen ze me samenrapen."

Tijdens de gijzeling in Wasserbillig werd de gijzelnemer met een smoes naar buiten gelokt en koudweg neergelegd. Waren jullie daartoe bereid geweest?
Yves: "Kijk, ik had in die situatie wellicht niet de trekker overgehaald. De Luxemburgse collega's zitten ook verveeld met die toestand, maar eigenlijk moet je alle details kennen om de juiste conclusie te trekken. Meer kan ik daar eigenlijk niet over zeggen."

Is het SIE echt de wereldtop, zoals een Amerikaanse journalist schreef nadat hij de bekendste interventie-eenheden vergeleken had?
Yves: "Dat wordt wel meer gezegd, ja. Maar hoe komt men tot zo’n conclusie? We zijn zowat de enige interventie-eenheid die ook op zee en vanuit de lucht opereert. Dat valt natuurlijk op. De laatste jaren nemen we zoveel mogelijk deel aan internationale competities, maar niet per se om te gaan bewijzen dat we de besten zijn. Bedoeling is ons stressniveau op te drijven, zodat we leren wennen aan crisissituaties. Door de adrenaline en verhoogde hartslag verliest een scherpschutter in kritieke omstandigheden gemiddeld 25 percent van zijn mogelijkheden. Het is goed dat je dat beseft."

Kunnen jullie nog iets leren van de collega's in de buurlanden?
Yves: "O ja, we gaan geregeld op stage om samen onze technieken en tactieken te oefenen. Zonder die uitwisseling evolueer je niet, en kom je vroeg of laat voor totaal onverwachte situaties te staan. Dankzij onze goede contacten met de Franse Groupe d'Intervention hebben we veel geleerd uit de vliegtuigkaping in Marseille. Maar we bespreken ook listen om verschanste gangsters uit een huis te lokken en dat soort dingen meer."

Hoe kijken de "gewone" rijkswachters in de kazerne tegen het SIE aan?
Yves: "Voor ik in '83 bij het SIE kwam, was ik gefascineerd door het mysterie dat rond die eenheid hing, alsof de SIE-leden op een ander niveau werkten. Ik denk dat de meeste rijkswachters ons nog altijd zo'n beetje bekijken. Misschien zijn ze ook wat jaloers op onze badges, maar over het algemeen hebben we toch een goede reputatie."

Rudy: "Maar wij kijken zeker niet neer op onze collega's. Op een goeie dag houdt het op bij het SIE en moeten we terug naar de brigades. Ik heb me altijd een gewone rijkswachter gevoeld met een specialiteit. Net zoals iemand die het verkeer kan regelen een specialist is, want ik zou het niet kunnen."

Yves: "Weet je, ik heb het grootste respect voor een straatgendarm. Als wij op missie gestuurd worden, weten we precies wat ons te wachten staat: we kennen de plaats en de omgeving tot in de details, we hebben de beste wapens en de beste uitrusting: kogelwerende helmen, kogelvrije vesten, noem maar op. Maar rijkswachters die in het holst van de nacht na een alarm een woning moeten controleren, hebben alleen het hoogstnodige verdedigingsmateriaal en weten nooit wat er aan de hand is. Een loos alarm zoals zo vaak? Best mogelijk, maar net zo goed botsen ze op twee gevaarlijke gangsters die de boel aan het leeghalen zijn. Begin er maar eens aan hé, terwijl je thuis een vrouw en kinderen hebt zitten. Echt waar, als er iemand als held moet worden opgevoerd, zijn het die jongens."

Bron » Pascal Verbeken | Humo | Juli 2000