541

(11 replies, posted in Organisaties)

Eind 1961 werd de Mouvement d'action civique (MAC) opgericht door Jean Thiriart (1922-1992) uit de in 1960 opgerichte Comité d'action et de défense des Belges d'Afrique (CADBA) naar aanleiding van de dekolonisatie van Kongo. Thiriart was in 1939 één van de oprichters van de Amis du Grand Reich Allemand (AGRA) geweest, een organisatie van Belgische communisten die mogelijkheden zagen in het Ribbentrop-Molotov-pact tussen Duitsland en de sovjets.

Na de bevrijding had hij drie jaar gevangenis gedaan wegens collaboratie en hij was pas in de jaren '60 weer politiek actief geworden. Op 4 maart 1962 werd in Venetië een vergadering georganiseerd waarbij Thiriart aanwezig was als MAC-vertegenwoordiger voor België, naast de Movimento sociale italiano (MSI) uit Italië, de Sozialistische Reichspartei uit Duitsland en de Britse Union Movement van Oswald Mosley. De bedoeling was de oprichting van een Europese Nationale Partij, anti-Amerikaans en gericht op reunificatie met Oost-Europa. Het paneuropese plan faalde omwille van de nationalistische gevoelens van de Italianen en Duitsers.

542

(2 replies, posted in Organisaties)

De Europese eenmaking was reeds in het interbellum een wijdverspreid thema dat werd aangehaald door denkers als Richard Coudenhove-Kalergi (1923), Trotski (1923), Aristide Briand (1929), Édouard Herriot (1931) en Arthur Salter (1933). In 1922 werd een eerste grote stap gezet via Coudenhove-Kalergi die Paneuropese Unie oprichtte. Het thema van een Verenigd Europa vond tevens zijn ingang in occulte ridderorden en sekten. Na WOII kwam het plan voor de Europese eenheidsconstructie in een stroomversnelling en werd het voorzien van de nodige sérieux, waarbij het concept aan de bevolking werd gepresenteerd als unieke manier om vrede op het continent na te streven en om economisch tegengewicht te kunnen bieden aan grootheden zoals de Verenigde Staten.

De ware redenen zijn te zoeken in reactionaire en anticommunistische sferen die niet altijd even democratisch zijn en gevormd worden door een alliantie van een ultrakatholieke, aristocratie uit de hoek van Opus dei met geostrategen uit de Verenigde Staten, die financieel een handje toestaken (ACUE). De beweging voor een Paneuropese Unie (PEU), opgericht in 1923 door de Oostenrijkse Graaf Richard Coudenhove-Kalergi, rivaliseerde met de European Movement (EM) en had een sterkere christelijke ondertoon. De PEU organiseerde het eerste Paneuropese Congres in 1926 te Wenen. De doelstelling van deze beweging was het streven naar een Rooms-katholiek ééngemaakt Europa, vrij van nihilisme en atheïsme.

Otto von Habsburg als Messias

Als het aan Opus dei had gelegen, was een Habsburger aan het hoofd komen te staan van een Verenigd Europa, als opvolger van de troon van het Heilige Roomse Rijk. De troonkandidaat die de voorkeur wegdroeg zou in eerste instantie Hugo de Bourbon-Parme geweest zijn, ook gekend als wapenhandelaar. Deze liet zich trouwens ontvallen: "L'Opus doit régner sur l'Europe entière. Je suis convaincu que c'est le seul moyen de sauver l'Europe". Na de scheidingszaak van Hugo de Bourbon, werd in 1964 dan maar aartshertog Otto von Habsburg naar voor geschoven, de troonpretendent van Oostenrijk-Hongarije die naast Coudenhove een hoofdrol speelde in de PEU.

Reeds in 1961 zou Franco voorgesteld hebben om, na zijn dood, Otto von Habsburg koning van Spanje te maken, wat deze laatste zou afgeslaan hebben. In hetzelfde jaar liet von Habsburg trouwens zijn aanspraak op de Oostenrijkse troom vallen, waarop hij in 1966 weer in Oostenrijk werd toegelaten. Eerder was hij vanuit zijn schuiloord in Washington na de oorlog in Frankrijk komen wonen, en sinds 1954 in het Duitse Poecking. Nostalgie naar het Heilige Roomse Rijk was hem alvast niet vreemd, zoals bleek uit volgend bericht aan het Europese Parlement uit 1989:

"The [European] Community is living largely by the heritage of the Holy Roman Empire, though the great majority of the people who live by it don't know by what heritage they live".

Was het de bedoeling dat katholieke netwerken, zoals het "Sauvez le guide"-netwerk, de paneuropese en opusiaanse stroming aanstuurden op het overnemen van nationale regeringen, om uiteindelijk te streven naar ultraconservatieve, sterke regeerders die dan geschaard moesten worden onder het algemene rechtmatige beleid van Otto von Habsburg? Deze laatste liet in de Zeitbühne (editie van april 1978) alvast blijken dat hij in "noodsituaties" (zoals terrorisme of nucleaire dreiging) voorkeur gaf aan het overhevelen van de politieke macht naar een sterk bestuur voor een periode van negen maanden, om bepaalde wetten op te heffen en drastische acties te ondernemen.

Structuren: CEDI, etc.

In 1948 zou Opus-leider Balaguer aan Otto von Habsburg en Alfredo Sanchez Bella opgedragen hebben om het European Center of Documentation and Information (CEDI) op te richten. Van 1952 tot 1957 was dit instituut formeel gevestigd in Madrid, en nadien in München. Het CEDI werd financieel gesteund door ondermeer Philippe de Weck (UBS) en verwierf politieke daadkracht dankzij de PEU.

Otto von Habsburg, staat niet alleen gekend als lid van Opus Dei maar ook van de Orde van Malta en de Mont Pelerin Society. Hij was verder patroon van de Augustan Society en "sovereign" van de Orde van het Gulden Vlies. Mogelijk behoorde hij tot de mysterieuze Orde van Zion (samen met Alain Poher en Giulio Andreotti). Paneuropa had tevens een belangrijke Belgische tak.

Impact op de EU

De vlag van de PEU diende als model voor de Europese vlag, die werd ontworpen op verzoek van de Raad van Europa. Het betreft een cirkel van twaalf gouden sterren op blauwe achtergrond, dewelke lijkt overeen te komen met de afbeelding van de Maagd met twaalfsterrige kroon, zoals die staat beschreven in de Apocalyps (12:1-12:8). Arsène Heitz, ontwerper van de vlag, heeft inderdaad verklaard geïnspireerd geweest te zijn door de hogervermelde passage uit de Apocalyps. De vlag werd trouwens in gebruik genomen op 8 december 1955, wat overeenkomt met het feest van de Onbevlekte Ontvangenis van de Maagd Maria.

Het kruis dat oorspronkelijk aanwezig was op de vlag van de PEU werd verwijderd na protest van socialisten en de Turken. Via de Duitse CSU zetelde von Habsburg vanaf 1979 in het Europees Parlement voor een periode van twintig jaar, waar hij probeerde de Europese lijnen te beïnvloeden. Hij heeft het met zowel paus Johannes-Paulus II als Benedikt XVI uitvoerig over de Europese integratie gehad. In zijn haat voor de orthodoxe aartsvijand Servië lijkt Otto von Habsburg dan weer geijverd te hebben voor het bombarderen van Belgrado in 1993. Ook onderhield hij nauwe banden met het Europese grootkapitaal.

Zo werd De Benedetti, hoofdaandeelhouder van ondermeer de Generale Maatschappij, gelauwerd door Otto von Habsburg omwille van de uitbouwing van de "eerste Paneuropese financiële holding". Via Rudolf Dumont du Voitel, hoofd van de audiovisuele divisie van de EEG, had de paneuropese beweging ook een greep op de media.

543

(4 replies, posted in Organisaties)

In 1971 richtte Jacques Borsu, ex-Jeune Europe en ex-huurling onder Bob Denard, de Europese partij-Parti européen (EPE) op. EPE werkte tot haar eind bij de dood van Borsu in 1989 samen met allerlei extreemrechtse structuren zoals de Vlaamse Militanten Orde (VMO) van Bert Eriksson, de NEM-clubs, het Front de la Jeunesse, de Nouvel ordre européen (NOE), le Mouvement européen en het ANS (Duitse terroristengroepering), maar stond ook in contact met Léon Degrelle, het Comité Hongrie 1956-1976, het CEPIC en Pro Vita. Samen met de VMO organiseerde Borsu trainingskampen in de Ardennen en in Bonheiden. Een aantal EPE-leden, zoals Christian Elnikoff, gingen op in WNP. De broer van Borsu was André Borsu, gerechtelijke politie Brussel en bezoeker van de BROC.

544

(1 replies, posted in Organisaties)

De organisatie "Action pour une Europe Nouvelle et Atlantique", met als secretaris Florimond Damman, was de Belgische tak van de Paneuropese beweging (PEU). Ze vloeide rond 1962 voort uit de PEN van Damman, werkte nauw samen met de CPE van Paul Rohr, en had als leden ondermeer Pierre Nothomb, Joseph Pholien en Jacques Pirenne.

Het voorzitterschap was in handen van Jacques Van Offelen, Pierre Nothomb (vanaf maart 1966) en Adelin van Ypersele de Strihou (na de dood van Nothomb in 1966). AENA werd in 1964 de officiële Belgische tak van de PEU maar werd in 1969 omgevormd tot de "Conseil belge pour l’Union européenne" en kort daarna herdoopt als de "Mouvement d'action pour l'union européenne" (MAUE). De MAUE stond in nauw verband met de, tevens in 1969 opgerichte, AESP en het rabiaat anticommunistische "Institut Européen pour la Paix et la Sécurité" (IEPS).

545

(0 replies, posted in Organisaties)

De Académie Européenne de Sciences Politiques (AESP) fungeerde als belangrijk forum voor kopstukken van de opusiaanse PEU en Cercle Pinay. De Académie werd in januari 1969 gesticht door Florimond Damman en kwam in mei 1969 in de sfeer van de Cercle Pinay en de Paneuropese Unie (PEU). Dit gebeurde toen Damman in Wenen Jean Violet ontmoette op een symposium georganiseerd door Otto von Habsburg.

Op 28 oktober 1969 kwam Violet samen met Marcel Collet (ex-Euratom) en Vittorio Pons (PEU) naar Brussel om Damman op te zoeken. Hierbij werd AESP aanzien als instrument om de kern rond von Habsburg (CEDI) te bevorderen ten nadele van de gematigde stroming van Coudenhove Kalergi (die wel erevoorzitter werd van AESP). Het symbool van AESP was trouwens dat van het Heilige Roomse Rijk van Charlemagne, waarvan von Habsburg de troonopvolger was.

Damman had in die periode samen met Yves Guérin-Sérac (Aginter Press) het plan uitgebouwd om een alternatief voor AESP op te richten (CREC), mocht blijken dat von Habsburg het in een interne PEU-machtsstrijd niet zou halen tegen Coudenhove Kalergi. CREC zou als doelstelling hebben gehad om traditioneel rechts en extreem-rechts te groeperen.

Ook Guérin-Sérac was intussen bezig met het verenigen van gelijkgestemde anticommunistische groepen uit Italië, België, Duitsland, Spanje en Portugal. CREC ging uiteindelijk niet door omdat Coudenhove Kalergi overleed in 1972, wat von Habsburg vrij spel gaf, maar ook omdat volgens Guérin-Sérac de Italiaanse partners zich in te 'chaotische en revolutionaire' tijden bevonden (Stefano delle Chiaie was druk bezig Gladio-aanslagen voor te bereiden) en de Fransen zich aan het herstructureren waren.

Leden:

Het voorzitterschap van de AESP lag bij Damman, bijgestaan door Aldo Mungo (MAUE), maar de eigenlijke leiding lag bij kopstukken van de Cercle Pinay en de PEU/CEDI. Leden voor het leven waren oorspronkelijk:

  • Otto von Habsburg

  • Antoine Pinay

  • Jean Violet

  • vader Dubois

  • Alfredo Sanchez Bella

  • Manuel Fraga Iribarne

  • Giulio Andreotti

  • Carlo Pesenti

  • Ivan Matteo Lombardo

  • Hans-Joachim von Merksatz

  • Paul Vanden Boeynants

Deze lijst werd in 1977-1978 uitgebreid met:

  • Jacques Soustelle (OAS)

  • John Biggs-Davison (PEU, Monday Club, SIF)

  • Peter Agnew (CEDI)

  • John Rodgers (CEDI, SIF)

  • Fritz Pirkl (CSU)

  • Heinrich Böx (CDU)

  • Franz Ludwig Schenk Graf von Stauffenberg (CSU, PEU)

De operationele eenheid van de AESP was de 'permanente delegatie', waarin o.a. de Belgische secties van PEU/CEDI en WACL verenigd werden:

Tot deze delegatie behoorde ook Rudolf Dumont du Voitel (Duitse PEU-sectie en audiovisuele divisie van de EEG) en vanaf 1977-1978 ook graaf Alain de Villegas, Elia Giancarlo Valori (P2-loge), Vittorio Pons (P7-loge), Hans Graf Huyn (ISP), de farma-industrieel François Vallet (Cercle Pinay) en Cees Van den Heuvel (Interdoc). Verder was er nog de 'studiegroep' met ondermeer Karl-Friedrich Grau (ISP), Vigneau, Marique, Bitschnau, Benoît de Bonvoisin, kolonel Fernard Thiebaud Schneider (ISP), generaal Paul Vanuxem (OAS) en prof. Leo Magnino.

De voorzitter van het militaire committé van AESP was (ten minste sinds 1974) Lt-kolonel Jean-Victor Marique. De AESP had nog een aantal andere opmerkelijke leden en/of contacten:

  • Marcel Collet (Euratom)

  • Alberto Ullastres

  • Jacques Jonet

  • Gaston Eyskens

  • Roberto Jacobo

  • Ernest Töttösy (P7-loge)

  • Bernard Mercier

  • Walter Kunnen

  • René-Louis Picard (Wilton Park)

  • Auguste Bekaert

  • Giovanni Malagodi (Bilderberg)

  • Jacques Médecin

  • Georges Vivario (DSD, voorloper van PIO)

  • André Voisin (EM, Bilderberg)

  • Ambassadeur La Orden (Opus Dei)

Daarnaast was er nog het College of Young European Leaders, de jeugdafdeling van het AESP. Wat betreft financiering werd AESP gesteund door de Cercle Pinay, die zelf in grote mate gefinancierd werd door Carlo Pesenti. In 1976 volgde een financiële crisis toen Pesenti bedreigd werd door overname door P2-financierder Michele Sindona. Samen met Philippe de Weck (UBS Zürich) ontworstelde Pesenti zich aan de greep van Sindona.

Maar de financiële problemen werden voornamelijk opgelost door een frauduleuze constructie: het snuffelvliegtuigschandaal, waarin de namen van AESP-leden Damman, Dubois, Violet, de Marcken de Merken en de Villegas genoemd werden naast Antoine Pinay. Vermoedelijk was ook de P2-loge hierbij betrokken. Valori was aanwezig op de AESP-bijeenkomsten van februari 1976, samen met de Villegas, Dubois en Vallet, toen de eindregelingen getroffen werden met Elf rond de snuffeltechnologie van Fisalma (het bedrijf van de Villegas, beheerd door Philippe de Weck), voor het contract ondertekend werd op 29 mei 1976 en een tweede contract volgde op 24 juni 1978.

Ook Pesenti was bij dit alles betrokken gezien hij de opstart van het snuffelvliegtuigproject had gefinancierd. Dankzij het snuffelvliegtuigcontract met Elf kon de financiering van de Cercle Pinay en AESP weer gegarandeerd worden. Voor de periode 1977-1979 staan er transfers van belangrijke bedragen door de Villegas aan Damman aangegeven, alsook van Jacques Jonet en Violet. Pas in mei 1979 werd het bedrog door Elf ontdekt, na waarschuwingen van Alexandre de Marenches. Intussen werd met het bekomen geld ondermeer in april 1978 een nieuw centraal secretariaat voor AESP opgezet, de Cercle Charlemagne, dewelke vijf maanden later afbrandde. In juli 1979 stierf Damman, waarop een rivaliteitsstrijd uitbrak en AESP uiteindelijk werd opgedoekt.

Vertakkingen allerlei

In de invloedsfeer van de Cercle, de beweging rond von Habsburg en de AESP is er ondermeer sprake van de "Association Europe Hongrie" (AEH), die verweven lijkt te zijn met de "Tilapia Food Aid Organisation" (TFAO), en waarin Jacques Jonet, Freddy Opsomer, Guyla Kovacs en Ernest Töttösy een hoofdrol lijken te spelen. Töttosy was ook betrokken bij de "Comité Hongrie". De Antwerpenaar Opsomer is dan weer te situeren in de invloedsfeer van Piet Derksen en is bestuurslid bij "European Media Studies" (EMS) en het "Catholic Radio and Television Network" (CRTN).

De Belgische tak van CEDI werd in 1961 opgericht door Marcel de Roover, een WACL-lid die betrokken was geweest bij de uitbouw van de Belgische Gladio via Milpol en het Delcourt-netwerk. Na zijn dood in 1971 nam Paul Vankerkhoven zijn rol als Belgische vertegenwoordiger van WACL over, waarbij deze tevens secretaris-generaal van CEDI werd. Vankerkhoven verhuisde CEDI naar Brussel en associeerde het met de Cercle des Nations. In België stuurde AESP de NEM-kringen rond Emile Lecerf en de plannen tot staatsgreep van 1973. Ook stond AESP in contact met Jean Bougerol en zijn PIO, wat leidt naar Paul Latinus en WNP. Interessant is ook het verband met de "Mouvement d'Action pour l'Union Européenne" (MAUE).

Een basis voor terreuroperaties?

Al sinds de oprichting van AESP waren er contacten met Aginter Press van Yves Guérin-Sérac. Op het XIIe Grand Carlemagne dinner van 27 januari 1969, een viertal maanden voor de terreuraanslagen in Milaan, werd Guérin-Sérac uitgenodigd, die er aan tafel 'G' zat met Emile Lecerf en de prins en prinses de Merode. Guido Giannettini, de voornaamste Italiaanse vertegenwoordiger van Aginter Press, getuigde in 1974 over contacten tussen Aginters 'Ordre et Tradition' en 'geopolitieke kringen' in ondermeer Frankrijk (i.e. Cercle Pinay), België (i.e. AESP) en Zwitserland, en met de CSU van Franz Josef Strauss.

Volgens journalist Serge Dumont, die de AESP bezocht onder de naam Maurice Sartan, bleven Damman en Guérin-Sérac in contact staan tot Aginter Press in mei 1974 werd opgedoekt. Emile Lecerf, een andere pion in de Strategie van de Spanning, werd samen met enkele AESP-leden uit CEPIC-kringen genoemd in een rijkswachtrapport daterend van 1973 over plannen tot een staatsgreep in België. Ook met Jean Bougerol van de PIO werd overleg gepleegd, waarbij Bougerol samen met de Bonvoisin CEDI- en AESP-bijeenkomsten in 1976 had bijgewoond.

Ook AESP-lid Marique, die ook de voorzitter was van de Brusselse reserveofficierenvereniging, doet een verband met de BROC en dus Jean Bougerol en zelfs Paul Latinus vermoeden. Verder zou ook de Nederlandse Gladio-structuur Interdoc (vanaf 1973) gaan samenwerken zijn met AESP, na overleg met het Institute for the Study of Conflict van Brian Crozier. Vanaf 1977-1978 breidde de AESP zich verder uit met NATO-contacten, inclusief de voorzitters van de Atlantic Committees van Italië, Frankrijk, Duitsland en België en vertegenwoordigers van Radio Free Europe.

546

(10 replies, posted in Organisaties)

Na het uiteenvallen van de AESP werden de restanten van deze think tank geherorganiseerd, door ondermeer Paul Vankerkhoven, Jacques Jonet, Nicolas de Kerchove en Robert Close, als het anti-pacifistische "Rassemblement pour la Paix et la Liberté" (RAPPEL). De Atlantische organisatie zou een postbus in Ixelles hebben gehad en opgericht geweest zijn in de privédomicilie van Jonet, in het "Domaine du Fuji". Ze zou de uitdrukkelijke steun hebben gehad van de paneuropese beweging, en in het bijzonder de Belgsiche tak hiervan (MAUE). Op 31 maart 1982 organiseerde Close een RAPPEL-bijeenkomst in het Centre Culturel et Artistique van Ukkel.

Ondermeer Yves du Monceau, Armand De Decker, Jacques Simonet, Etienne Tombeur, Emmanuel Sacre, Dominque Ugeux en Marcel Gregoire namen hieraan deel en ook Jean Bougerol zou in het publiek aanwezig zijn geweest. De doelstellingen van de organisatie waren om:

  1. Een stem geven aan de stille meerderheid die gekant was tegen de pacifistische bewegingen;

  2. Jong en oud samen te brengen in een alliantie tegen de sovjets;

  3. De Amerikaanse publieke opinie te laten weten dat de grote meerderheid van de Europeanen niet bereid was om te buigen of zich aan de NAVO te ontrekken.

Nicolas de Kerchove zou in 1982 het manifest van RAPPEL redigeren, wat in 1983 leidde tot de oprichting van het "Institut Européen pour la Paix et la Sécurité" (IEPS). De zetel van de IESP was gevestigd in de Brusselse Rue du Champ de Mars 31 (telefoon 02/5115623). Opmerkelijk is dat Paul Vanden Boeynants en Benoît de Bonvoisin zich terug lijken te trekken uit de beweging ten voordele van de PRL van Jean Gol, wat mogelijk wijst op een breuk. Eerder was er al de confrontatie met Albert Raes van de Staatsveiligheid die sinds 1981 de Bonvoisin in diskrediet probeerde te brengen, ondermeer gevolgd door de opheffing van de CEPIC (1982) en het overlopen van ex-leden naar de PRL. De IESP komt onder leiding te staan van de officiële oprichter generaal Close en wordt opgeheven bij diens dood in 2006. De groep zou op heden nog steeds bijeenkomen, zij het onder meer verdoken vorm (zie UBU-PAN, 14/02/2013).

Uitreksels uit een manifest geschreven door Robert Close zijn verhelderend over de rol die IESP dient te spelen in de Koude Oorlog-plannen (bespelen van de publieke opinie en het opzetten van internationale "actie"):

"Il paraît évident que le monde libre est confronté à une triple menace: militaire par la supériorité conventionnelle de l’Union Soviétique… ensuite, économique par la menace d’asphyxie ou de strangulation si la route du Cap de Bonne Espérance était coupée… en troisième lieu, au plan psychologique par le menace de désintégration interne, par la conquête des esprits, ce qu’on a appelé la guerre des idées."

En:

"une poignée de gens de tous les milieux (que nous appellerons le "groupe") a décidé de réagir pour préserver l’avenir et tenter de prévenir le déclenchement d’une troisième guerre mondiale par une politique d’information adéquate et la remobilisation des esprits, en vue de rétablir l’équilibre des forces à tous les niveaux". Met als doel: "de réaliser au niveau politique une prise de conscience des dangers auxquels nous sommes confrontés, en vue de rétablir l’équilibre aux différents niveaux. Information et motivation de l’opinion publique au niveau national et international (le rôle des mass media est primordial dans ce domaine)".

Als conclusie:

"L’action du "groupe" s’inscrit dans le cadre d’un redressement urgent de la situation, face à une menace globale de plus en plus précise. De notre action dépend le monde libre, donc notre survie. Ce n’est ni par un pacifisme unilatéral, ni par une indifférence coupable que nous parviendrons à conjurer la montée des périls. Nous vous le disons clairement, nous avons besoin de votre participation et de votre appui financier (quelle que soit son importance), mais surtout de votre dynamisme, de votre bonne volonté et de votre conviction.

Ce n’est qu’à ces conditions que nous ranimerons l’esprit de résistance et que nous parviendrons à donner à la dissuasion une dimension nouvelle nous permettant d’échapper au dilemme: holocauste nucléaire ou capitulation. Ce sont là des perspectives réalistes si notre unité et notre esprit de coopération internationale sont fondés sur des actes et non sur des mots!"

Aan de top van de organisatie vond men de voorzitter Robert Close en de vice-voorzitters Yves du Monceau en Armand De Decker. Verder waren er nog de secretaris-generaal Jean Delhez en de bestuurders prof. Henri Bernard, don Ottino Caracciolo, Nicolas de Kerchove, Jacques Groothaert, Jacques Jonet, prof. Léo Moulin en Claude Paelinck (ex-generaal, ex-kabinetschef van François-Xavier de Donnea). Het "conseil general executif" had als leden: Francis Cochez, Martine de Bassompierre, Marie-Thérèse de Liedekerke, Thibaut de Kerckhove d'Ousselghem, Geneviève de Spot, Anne Legrosscollard, Vincent Dudant, Ernest Tottösy, Guy van de Casteele, Jean-Claude Van Loo en Ruth Wesipfahl.

Het adviescomité bestond uit Paul Vankerkhoven, Jean Gol, Louis Michel, Louis Olivier, Edmond Poullet, Herman De Croo, Willy De Clercq, José Desmarets, Paul Hatry, Fernand Herman, A. Vlerick, prof. Aloïs Gerlo, prof. William Ugeux, prof. A. Heyndrickx, graaf Pierre Clerdent en prins Rodolphe de Croy-Roeulx (België), Giovanni Spadolini, prof. Enrico Jacchia, prof. Paolo Ungari, prof. Franco Casadio en prof. Achille Albonetti (Italië), Brian Crozier, Julian Amery, Tom Normanton, major Patrick Wall, viscount Cranborne en lord Chalfont (Verenigd Koninkrijk), dr. Gérard Bauer en prof. Curt Gasieyger (Zwitserland), ambassadeur Emilio Beladiez (Spanje), ambassadeur François Tricornot de Rose, Maurice Schumann, Pierre Emmanuelli en prof. Jean-Marie Benoist (Frankrijk), generaal Alexander Haig, generaal Daniel Graham, brig. general R.C. Richardson, Peter McCarthy en Vladimir Bukovsky (USA), generaal Hans Buttlar-Elderberg (Oostenrijk), Hans Graf Huyn en lt. gen. Franz J.S. Uhle-Wettler (Duitsland), Niels Haagerup (Denemarken), en Pierre Gregoire (Luxemburg).

Er was officiële samenwerking met de volgende instituten:

  • Centre for European Policy Studies (België)

  • Danish Institute for International Studies (Denemarken)

  • Centre for Conflict Studies (Canada)

  • Institut International de Géopolitique (France)

  • Institut Français des Relations Internationales (France)

  • International de la Résistance (France)

  • Club Condorcet (France)

  • Association pour le Développement des Echanges et Relations Internationales (France)

  • Hanns-Seidel-Stiftung (Duitsland)

  • Konrad Adenauer-Stiftung (Duitsland)

  • Friedrich-Naumann-Stiftung (Duitsland)

  • Académie Mondial pour la Paix (Monaco)

  • Società Italiana per l'Organizzazione Internazionale (Italië)

  • Centro di Studi Strategici (Italië)

  • The Johns Hopkins University of Bologna (Italië)

  • Institute for Strategic and International Studies

  • Commissao Portuguesa do Atlaântico (Portugal)

  • Instituto de Cuestiones Internacionales (Spanje)

  • International Peace Research Institute (Zweden)

  • Centre Suisse d'Etudes sur les Pays de l'Est (Zwitserland)

  • Institute for International Studies en Institute for Strategic Studies (Taiwan)

  • Wilton Park Conference Centre (Verenigd Koninkrijk)

  • Centre for International Studies (Verenigd Koninkrijk)

  • Center for International Relations (USA)

  • Institute for Foreign Policy Analysis (USA)

  • Heritage Foundation, Interaction Systems (USA)

  • United States Strategic Institute (USA)

  • Center for Strategic and International Studies (USA)

  • High Frontier Foundation (USA)

  • National Strategy Information Center (USA)

  • Center for Constructive Alternatives (USA)

  • Institute for International Studies (Uruguay)

547

(1 replies, posted in Organisaties)

De "Mouvement d'Action pour l'Union Européenne" (MAUE), was een Belgische tak van de Paneuropese beweging (PEU) van een Otto von Habsburg. In 1969 werd ze opgericht als opvolger van de AENA. In hetzelfe jaar werd de AESP opgericht, die een soort patroonorganisatie van de MAUE werd, dewelke zou uitmonden in het IEPS.

De MAUE was gevestigd in de Belliardstraat 39. Robert Nieuwenhuys was voorzitter en Joseph de Foy secretaris-generaal. Aldo Mungo trad op als secretaris-generaal van 1978-1980. De ondervoorzitters waren Luc Beyer de Ryke, Robert Close, Jacques Jonet en Paul Vankerkhoven. De ledenlijst omvatte Joseph Basile, Benoît de Bonvoisin, Vincent van den Bosch, Albert Dupuis, Georges Henrard, Nicolas de Kerchove, Bernard de Marcken, Philibert de Liedekerke, Jean-Paul Preumont, Robert Remy, Emmanuel Sacre en Daniel van Steenberghe. Ook Jean Gol, die op de listings stond van Damman en die zijn "patronage" verleende aan AESP, zou mogelijk lid van MAUE geweest zijn.

548

(3 replies, posted in Organisaties)

Het comité Hongrie 1956-76, gesticht in 1977, had als leden Ernest Töttösy, Francis Dessart, Emile Lecerf, Florimond Damman, Jacques Borsu, Bernard Mercier en Victor de Stankovich. Dit comité was vermoedelijk een CIA-antenne en vergaderde in de Belliardstraat 39, destijds de zetel van het CEPIC en van de Public Information Office (PIO).

549

(2 replies, posted in Organisaties)

In 1970 hadden de extreemlinkse (maar vermoedelijk geïnfiltreerde) militanten Corrado Simioni, Duccio Berio en Giovanni Mulinaris, samen met Mario Moretti, beslist om "Superclan" op te richten. Dit plan ontstond nadat ze eerder getracht hadden om de Brigate Rosse een harde terroristische lijn te laten volgen. Superclan zou een internationaal coördinatiecentrum voor terroristische activiteiten moeten worden. Volgens journalist Mino Pecorelli zou (gebaseerd op een rapport van de SDECE) in 1973 een mondiale revolutionaire organisatie Think-Tank (TT) ontstaan zijn, als uitloper van de trotskistische, pro-Amerikaanse en Mossad-verbonden beweging rond de IVe Internationale.

Pecorelli werd in 1979 vermoord, volgens sommigen in opdracht van Giulio Andreotti. Interessant is dat ook Jean Gol, waarvan beweerd wordt dat hij banden had met de Mossad, uit deze IVe Internationale-beweging komt. Guido Giannettini had eerder al gesproken over de oprichting van deze Mossad-gecontroleerde terroristische centrale TT gesproken. De Mossad zou hierbij als doel gehad hebben filoarabische en anti-Israëlische stromingen te onderdrukken, gebruik makend van linkse politieke partijen. Zo zou de Mossad ook herhaaldelijk geprobeerd hebben om met de Brigate Rosse in contact te treden. Infiltranten in de Brigate Rosse waren ondermeer Francesco Marra, Marco Pisetta en Silvano Girotto.

550

(8 replies, posted in Organisaties)

Ridderorde gesticht in 1964 door UCL-studenten, met steun van rector Waeyenbergh en onder toezicht van monseigneur Fernand Cammaert. Ze had als leden, o.a., Paul Vankerkhoven, Richard Van Wijck, Vincent Van Den Bosch, Giorgio Gherardi Dandolo, Jacques Jonet, Nicolas de Kerchove, Gérald Wailliez, Julien Vanderbeken, Robert Remy en Charles Verpoorten. De objectieven waren opusiaans:

"le chevalier de l'Ordre doit définitivement consacrer sa vie au combat pour l'eglise, le Pays et la Chrétienté. Il s'engage totalement à rendre à la chevalerie la place qui lui revient dans le contaxte politique et social de notre temps, pour l'extension ici-bas des frontières du Royaume de Dieu".

De methodologie bestond uit infiltratie van alle maatschappelijke lagen ("créer des zones d'influences, de controle ou de direction, personnelles ou collectives, officielles ou officieuses, dans les secteurs les plus variés de la vie politique, sociale, académique, économique, culturelle ou caritative."). Ze waren vooral actief via de Cercle Culturel de la Cambre. Een aantal leden van de Orde speelden een belangrijke rol in de Paneuropese organisaties AESP, MAUE, IEPS, ...

Volgens journalist Pierre Péan was de Ordre du Rouvre immers een instrument van de Cercle Pinay, waarbij Jonet optrad als intermediair met Otto von Habsburg (PEU). Ook de Rouvre-ridders Vankerkhoven en Van Den Bosch zetelden op belangrijke plaatsen in de Belgische secties van de beweging von Habsburg. De Ordre zou vervolgens leiden tot de Cercle des Nations in 1969.