Dit is eigenlijk off-topic. Sorry Ben.

the end, bedankt.

dim, die schaduw van de twijfel blijft maar over EIR en Larouche hangen. Ik begrijp wel waarom men die in diskrediet wou brengen, maar zelf heb ik in de laatste jaren de ervaring opgedaan dat de beweringen van Larouche goed gefundeerd zijn. Het boek DOPE, Inc documenteerde al in 1987 de omvang en de normalisering van de internationale drugshandel.

Vandaag in 2013 blijkt inderdaad dat de drugshandel een wezenlijk deel uitmaakt van de wereldeconomie en van het bankensysteem. Hetzelfde geldt voor Thierry Meyssan, die aan de schandpaal werd genageld omwille van zijn kritische opmerkingen over de officiële versie van 9-11. Twaalf jaar later blijkt zijn kritiek meer dan gegrond.

Ziet iemand verbanden tussen de Belgische toestanden in de 80s-90s en het project OTRAG in Zaïre (en later Libië)? » en.wikipedia.org

22

Maar ik heb ooit wel al dingen gelezen uit de LaRouche-hoek die helemaal van de pot gerukt waren. Wat niet weg neemt dat er ook pertinente zaken beweerd worden.

23

Walter Baeyens wrote:

Ziet iemand verbanden tussen de Belgische toestanden in de 80s-90s en het project OTRAG in Zaïre (en later Libië)? » en.wikipedia.org

Nee. Maar het is een leuke aanwinst voor mijn verzameling 'Katanga'.

Ben wrote:

Op het forum van onze Franstalige collega's kwam ik vandaag opeens dit onderwerp tegen » Lien avec l'assassinat d'Olof Palme. Zoals de titel het zegt gaat het over mogelijke verbanden tussen de Bende van Nijvel en de moord op de Zweedse premier Olof Palme. Het is gebaseerd op een vrij onbekend artikel van het blad Pourquoi Pas? Geschreven door een Belgisch journalist tijdens de jaren tachtig.

De auteur ziet een verband tussen de moorden van de Bende en de moord op Olof Palme op 28 februari 1986, toen hij terugkeerde van de cinema met zijn vrouw. De journalist baseert zich op verschillende elementen. Ten eerste merkt hij op dat de munitie die gebruikt werd, dezelfde was als degene die gebruikt werd door overvallers van geldtransporten in Zweden. Hij preciseert dat het zeer goed mogelijk is dat de overvallers in Zweden dezelfde waren als de daders van verschillende overvallen op geldtransporten in België en dat deze laatste waarschijnlijk betrokken waren bij de Bende. Er dient wel gezegd te worden dat er geen enkel materieel bewijs deze band tussen de Bende en overvallers op geldtransporten bevestigd.

In het artikel wordt eveneens een robotfoto afgebeeld die volgens de journalist in het dossier van de Bende van Nijvel zit. Deze robotfoto werd echter nooit gepubliceerd en men dient zich af te vragen waar deze robotofoto vandaan komt.

De robotfoto die in het artikel wordt afgebeeld, vertoont geen gelijkenissen met verdachte nummer 1 in het dossier : Christer Petterson. Deze man werd door de weduwe van premier Palme formeel herkend als de dader. De man in kwestie werd voor deze misdaad in 1986 veroordeeld maar werd in beroep vrijgesproken. Christer Pettersson stierf in 2004 zonder dat men meer weet.

De journalist denkt dat de twee zaken de bedoeling hadden om de Europese democratische landen te destabiliseren.

Het artikel van Pourquoi Pas heb ik niet maar ik vond wel het onderstaande artikel uit Het Laatste Nieuws waarbij een robotfoto van de moordenaar van Palme werd gepubliceerd. Ik weet niet of in het artikel van Pourquoi Pas dezelfde robotfoto of een andere werd gepubliceerd. De foto lijkt ook niet bepaald op Patrick Haemers die ook meermaals met de moord op Palme verbonden werd.

Het Laatste Nieuws - 7 maart 1986

http://nsm08.casimages.com/img/2015/08/03//15080311492014738713483555.jpg

Onderstaand een interessante en nuchtere analyse over de hypothese van het bestaan van een verband tussen de moord op Olof Palme en de Bende van Nijvel.

Olof Palme en de Bende van Nijvel

Twee moordmysteries vieren binnenkort hun dertigste verjaardag. Op 28 februari 2016 is het drie decennia geleden dat de moord op Olof Palme werd gepleegd. Iets eerder, 9 november 2015, is het dertig jaar sinds de Bende van Nijvel haar laatste misdrijf pleegde, voor zover bekend althans. De daders zijn in beide gevallen nooit gepakt. De misdrijven zijn zelfs met elkaar in verband gebracht, bijvoorbeeld in een nieuw boek van de Zweedse journalist Gunnar Wall.

Op 7 maart 1986, een week na de dood van Palme, meldde de secretaris van de Zweedse ambassade in Brussel zich bij het politieteam in Stockholm. Hij liet weten dat hij in contact stond met een tipgever van de Belgische politie. Die informant zou in november 1985 hebben gesproken met een zekere Jean-Claude, een voormalige soldaat van het vreemdelingenlegioen. De Zweedse recherchebaas Tommy Lindström, in eigen land een levende legende onder vakgenoten, zou hem later omschrijven als een “beroepsmoordenaar”.

Volgens de tipgever had Jean-Claude de leiding in een aantal hold-ups op warenhuizen; de Bende van Nijvel was gespecialiseerd in bloedige overvallen op supermarkten. Deze zware jongen zou zich rond het tijdstip van de moord op Palme in Zweden hebben bevonden met als opdracht om een Europees staatsman te doden. De enige Europese staatsman die in deze week het leven liet in Zweden was Olof Palme.

Davril of Darville?

Het verhaal ging dat Jean-Claude, die in Brazilië zou wonen, nooit zonder een .357 Magnum de straat op ging: hoogstwaarschijnlijk het type revolver waarmee Palme werd gedood. De tipgever wist dat Jean-Claude in verbinding stond met de Franse terreurgroep Action Directe en de Duitse RAF. Zijn activiteiten zouden worden gefinancierd door diamanthandel met onder meer Zuid-Afrika.

Het klonk fantasierijk maar in het begin van het onderzoek naar de moord op Palme was alle fantasie welkom. Veel sporen waren er immers niet. De speurders kregen een signalement van Jean-Claude. Hij was 40-45 jaar, 170-175 cm lang en had een stevig postuur. Tot zover zou hij met enige goede wil kunnen voldoen aan de beschrijvingen van de moordenaar van Palme. Maar volgens de tipgever zou Jean-Claude ook een bierbuik hebben, een baard dragen en blind zijn aan één oog. Dat strookte niet met het signalement van de man die de Zweedse premier doodde.

De Zweedse onderzoeksleider Hans Holmér liet een onderzoek instellen. Daaruit kwam naar voren dat de man Davril met de achternaam zou heten. Dat kon (bijna) kloppen: in de marge van het onderzoek naar de Bende van Nijvel kwam een Jean-Claude Darville voor.

Van deze Darville is van alles beweerd. Zo zou hij een huurling zijn uit Ukkel die te boek stond als wapenhandelaar, schijnbaar een plantage in Brazilië bezat en contacten had in Congo en Zuid-Afrika. Toen Palme werd vermoord was Jean-Claude 39 jaar oud. De man werd ervan verdacht in 1983 samen met enkele anderen de bloedige overval te hebben gepleegd op een juweliersechtpaar in Anderlues, een misdrijf dat aan de Bende vanNijvel is toegeschreven. Jean-Claude zou ook nog eens een oom of neef zijn van Robert Darville, de wapenleverancier van de beruchte gangster Patrick Haemers.

Fantasiefiguur?

We weten niet wat er met deze informatie is gedaan. Voor zover bekend is Darville nooit aan de tand gevoeld door de Palme-speurders. Sterker nog, Hans Holmér hield het erop dat Davril een “fantasiefiguur” was, zoals hij de man noemde in zijn memoires.

Nu, als Davril dezelfde was als Darville, dan was hij geen fantasiefiguur. Maar waarom iemand die Palme wilde vermoorden, een moordenaar uit Brussel zou laten overkomen, is een raadsel. Althans, afhankelijk van wie je het vraagt: er zijn aanhangers van samenzweringstheorieën die menen dat Palmes dood precies zoals de daden van de Bende van Nijvel kaderde binnen de “strategie van de spanning”. Daarmee worden terreurdaden, sabotageacties en campagnes van desinformatie bedoeld die geheime diensten zouden plegen om het politieke klimaat te beïnvloeden.

De term“strategie van de spanning” komt uit een document dat ooit is gepresenteerd als een “geheime” bijlage van het Amerikaanse legerhandboek, maar waarvan de authenticiteit ernstig wordt betwijfeld. De VS zeggen dat het document in kwestie is gefabriceerd en de beschuldigende vinger wijst richting Sovjet-Unie. Dat kan best kloppen: de Russen waren (en zijn) nu eenmaal grootmeesters in het verzinnen en verspreiden van desinformatie.

Niettemin is deze “strategie” een eigen leven gaan leiden en menen complotfanatici dat de CIA de methodes herhaaldelijk in praktijk heeft gebracht in samenwerking met onder anderen de Mossad en wapenhandelaars.

De Zweedse journalist Gunnar Wall weidt in zijn nieuwe boek Konspiration Olof Palme enkele bladzijden aan de Bende van Nijvel dat hij als een mogelijk project van de Belgische Gladio-afdeling ziet, al lijkt zijn enige bron voor deze opvatting een oude tv-documentaire te zijn. Ook de moord op Palme was volgens hem het werk van een “stay behind-netwerk”. Met Gladio en stay behind worden paramilitaire organisaties bedoeld die in tijden van bezetting voor sabotageacties moesten zorgen en die van allerlei misdrijven zijn beticht, zonder er ooit voor te zijn veroordeeld.

Palme en de CIA

Is het denkbaar dat de moord op de Zweedse premier onderdeel was van een strategie van de spanning en/of het werk van een stay behind-netwerk?

Er moet dan wel een motief zijn. Olof Palme was een controversieel politicus. Hij uitte in de jaren zeventig felle kritiek op het Amerikaanse optreden in Vietnam, had goede banden met leiders van communistische landen, was tegen kernwapens in Noord-Europa en vond dat de Zweedse defensiepolitiek onafhankelijk moest blijven.

Toch was Palmes relatie met de Amerikanen niet zo slecht als vaak gedacht wordt. Achter de schermen werkten zowel de Zweedse geheime dienst als het Zweedse leger gewoon samen met de Amerikanen en Palme maakte er geen geheim van dat hij van de Verenigde Staten hield; hij had er in zijn jonge jaren gestudeerd en rondgereisd. Boze tongen beweren zelfs dat hij een spion was van de CIA die zijn relatie met communistische leiders gebruikte om informatie te verwerven.

De vrees dat hij van Zweden een satellietstaat van de Sovjet-Unie wilde maken, was schromelijk overdreven en de Amerikanen waren slim genoeg om dat te weten.

Het ligt voor de hand dat een intense haat, aangewakkerd door Palmes eigengereide optreden en beleid, aan de oorsprong van de moord lag. Maar Palmes politieke macht had beperkingen en het is de vraag of de Amerikanen werkelijk wakker van hem lagen. Ze vonden hem lastig, dat is zeker, maar er is meer nodig dan “lastig” om iemand dood te schieten.

De moord zou wel ontsproten kunnen zijn aan het brein van een oerconservatieve landelijke groep, zoals de Zweedse stay behind-tak Arla Gryning. Mensen in die kringen ergerden zich ongetwijfeld al jaren aan Palmes grote mond. Maar dat de opdracht tot de moord uit Washington kwam, is onwaarschijnlijk.

Andere opdrachtgevers?

Hoe zat het dan met de RAF of Action Directe? De tipgever uit Brussel beweerde dat Jean-Claude daar banden mee had. Maar welke motieven deze linkse terreurgroepen zouden hebben om Palme te doden, is niet duidelijk. Palme verafschuwde terreur, maar terroristen hadden in Europa ergere vijanden. Ze hadden met deze moord niets te winnen.

Werkte Jean-Claude dan misschien voor Zuid-Afrika? Het is meerdere malen geopperd dat het apartheidsregime in Zuid-Afrika achter de moord stak en Jean-Claude zou volgens de tip betaald zijn via de diamanthandel met de Zuid-Afrikanen. Was Palme een bedreiging voor het regime? Hij steunde de oppositie financieel. Maar zou Zuid-Afrika, een land dat zelf beschikte over koelbloedige en ervaren beroepskillers, een louche type uit Brussel naar Stockholm sturen om de klus te klaren? Om nog te zwijgen over het feit dat de Zuid-Afrikaanse leiders hun onbetwist grootste vijand, Nelson Mandela, gewoon in leven lieten.

Maar het belangrijkste wat tegen een huurmoordenaar spreekt, is wel de modus operandi van de moordenaar van Palme. Een professional zou de gewoonten van de premier in kaart hebben gebracht en daardoor hebben geweten dat hij de premier het veiligst thuis of vlakbij huis kon doden. Palme had in en rond zijn woning nooit bodyguards en het was er veel rustiger dan langs de altijd drukke Sveavägen waar hij werd doodgeschoten. Wie zo’n risico’s nam als de moordenaar van Palme, kon nauwelijks een beroeps zijn.

Had Jean-Claude iets te maken met de Bende van Nijvel? Misschien. Maar het is niet geloofwaardig dat deze “huurmoordenaar” de moord op Palme op zijn geweten had. Men kan onderzoeksleider Holmér veel verwijten, maar met die conclusie zat hij waarschijnlijk toch goed.

Bron: www.moordolofpalme.nl | 12 oktober 2015

Het boek '10 Redenen waarom Zweden de Moord op Olof Palme niet oplost' van Marc Pennartz is net uitgebracht en kan wel eens interessante lectuur zijn.

http://marcpennartz.nl/wp-content/uploads/2016/01/fullcoversmall.jpg

Meer » marcpennartz.nl | www.moordolofpalme.nl

27

Wat de Bende van Nijvel kan leren van Olof Palme

Dertig jaar politieonderzoek en geen resultaat. Een ontzagwekkende stapel complottheorieën. Speurders die falen en manipuleren en daarna zelf verdacht worden. Politici die zich ongeoorloofd met het onderzoek bemoeien. Een dossier met meer dan een miljoen pagina’s. Een opgeheven verjaring en een rechercheteam dat, tegen beter weten in, nog steeds zoekt.

U hebt ze vast herkend: we hebben het weer over de Bende van Nijvel. Maar óók over de moord op de Zweedse premier Olof Palme. Palme werd op 28 februari 1986 doodgeschoten op een straathoek in Stockholm. Palme, geliefd én gehaat, was op weg naar huis na een avondje cinema en had eerder die dag zijn lijfwachten vrijaf gegeven. De dader is nooit gevat. Zweden bleef achter met een knoert van een trauma.

De Bende en de premier: ze hebben elkaar nooit gekend, maar toch veel met elkaar gemeen. Het verhaal dat we van de Bende kennen lijkt een doorslag van het verhaal dat de Zweden over Palme lezen.

Professionals of amateurs?

Sinds het midden van de jaren tachtig koop ik trouw elk boek dat de bloederige activiteiten van de doldrieste moordenaars van Waals-Brabant probeert te verklaren. Knipsels over hetzelfde onderwerp belanden zorgvuldig in een verhuisdoos. De boeken over de Bende gaan bijna altijd over koppelingen die er zouden zijn met het extreemrechtse milieu, waarbij ook politiemensen vuile handen hebben. Ik weet wat over de Bende, maar het is via de media tot me gekomen.

Bij de moord op Palme ligt dat anders. Daarover heb ik niet alleen boeken en artikelen gelezen, maar ook heel wat stukken uit het gerechtelijk dossier. De verklaringen van ooggetuigen, opgetekend direct na de schoten, geven een heel ander beeld dan de literatuur voorschotelt. De meeste boeken over de moord op Palme gaan over een moordenaar die koelbloedig wachtte op zijn slachtoffer en de daad mirakuleus goed had voorbereid. En die kerel behoorde tot een groep samenzweerders onder wie, volgens de populairste versie, extreemrechtse politieagenten en militairen. Al of niet met Gladio-connectie.

Ja, het klinkt vertrouwd. Maar sinds ik de getuigenverklaringen heb gelezen, zie ik veeleer een gevaarlijke eenzaat als dader. Een man die eerder amateuristisch optrad in plaats van een zorgvuldig geplande executie. Een bozerik die zijn woede wilde koelen, het object van zijn haat toevallig tegenkwam, zijn revolver haalde en de haan spande.

Te simpel? Er zit iemand in het dossier die perfect in dit plaatje past. Dan gaat het niet om het criminele drankorgel dat ooit voor de moord is veroordeeld maar in hoger beroep werd vrijgesproken. Er is een man die het juiste wapen had, de mogelijkheid en een motief. Een beursspeculant nota bene. Hij is intussen dood, maar er zijn rechercheurs die tot vandaag geloven in zijn schuld. Alleen de Zweedse media willen er niet aan.

De grote complotten

Samenzweringen liggen goed in de markt, zeker als het om lastig te doorgronden fenomenen gaat. Het menselijk verstand kan geweld moeilijk accepteren. Het moet, om het Bendecliché te gebruiken, “in verhouding staan tot de buit”. Een dwaas argument, omdat het suggereert dat gewelddadige criminelen redelijk en gewetensvol optreden. Maar wie zo denkt, kan niet vatten dat onschuldige Delhaize-klanten worden afgeslacht, of dat een internationaal voorvechter van ontwapening in Stockholm de kogel krijgt. Dan moet er “meer” zijn.

Het complotdenken wordt ook in de hand gewerkt als resultaten uitblijven. Als de politie iets niet vindt, dan is dat niet omdat er niets is, maar omdat ze het niet willen vinden, is de argumentatie. Het gelijk kan verder worden bewezen door getuigenissen scherp te selecteren. En als een verhaal past binnen de theorie, moet er vooral niet te kritisch naar de bron gekeken worden.

Maar wie de getuigenverklaringen naast die theorie legt, ziet dat de meeste auteurs van de Palmeliteratuur uit de bocht vliegen. Het zou best kunnen dat de geschiedschrijvers van de Bende het stuur evenmin rechthouden.

De berichtgeving in zowel Zweden als België barst bijvoorbeeld van de criminelen en extreemrechtse fanatici die, meestal jaren na de feiten, kameraden aan de galg praten. Talrijk zijn ook de figuren die komen met observaties die ze op de dag van de misdaad zouden hebben gedaan, maar een decennium of twee, drie verborgen hielden.

Vertrouw niet op zulke verhalen, is het devies van Elizabeth Loftus. Uw geheugen is een oplichter. Loftus deed baanbrekend werk in het onderzoek naar de betrouwbaarheid van getuigenverklaringen. Wat blijkt? Fantasie poetst de herinneringen op zodat ze eruitzien zoals we dat graag hebben. Wat los van elkaar staat wordt gelinkt, en wat we in de krant lazen of van anderen horen, wordt mooi in de eigen “ervaring” ingepast. Dat proces begint direct na het misdrijf. Een maand later is de herinnering van ooggetuigen op soms zeer wezenlijke punten al veranderd. Het vervelende is: de getuige heeft dat zelf niet in de gaten, want het vervormen van het geheugen gebeurt onbewust.

Walkietalkies en Gladio

Zo is de literatuur over onopgeloste moordzaken als Palme en de Bende ontstaan. En zo worden waanzinnige gewelddaden verheven tot activiteiten van samenzweerders en duistere machten.

Als iemand twee maanden na de feiten leest dat er een vent met een walkietalkie op de avond van de moord op Palme in Stockholm rondliep, dan wordt een in zichzelf mompelende zonderling die we in de winter van 1986 door de Zweedse hoofdstad zagen lopen, opeens een man met een walkietalkie die op 28 februari 1986 handlanger was van de moordenaar van Palme. Als iemand vijf jaar na de Benderaids leest over Gladio, wordt de herinnering aan de kroegpraat van een wapenmaniak plots een bewijs voor betrokkenheid van een geheim anticommunistisch netwerk bij de Bende van Nijvel. De reus van de Bende kan er opeens als Patrick Haemers uitzien en de moordenaar van Olof Palme gaat manklopen.

Terug naar de basis

Als doorsneelezer tasten we in het duister. We vertrouwen op de journalisten die ons het nieuws voorschotelen. Maar die laten steken vallen, opzettelijk of uit onwetendheid. We hopen op feiten, maar krijgen in het beste geval achterafconstructies, gekleurd door de zender, vervormd door ervaring. Hoeveel auteurs van boeken over de Bende en Palme vertellen eigenlijk wanneer een getuige zijn of haar verhaal voor het eerst deed? Wat of wie zijn de bronnen? Heeft diezelfde getuige misschien eerder iets heel anders gezegd?

Bij het schrijven van mijn boek over de moord op Palme heb ik geprobeerd het zwaartepunt te verleggen van de geruchten naar de feiten, van de theoretici naar de getuigen. Dat zou iemand die de mogelijkheden heeft, ook eens over de Bende moeten doen. Voor het meest authentieke verhaal hebben we de oudste getuigenverklaringen nodig en niet alleen de krantenversie van de feiten of wat iemand een maand, jaar of decennium later vertelt.

Als blijkt dat de moordenaar van Palme sprekend lijkt op een kerel die vlak ervoor nog de aandacht van tientallen getuigen trok door zijn opzichtige gedrag, en een revolver gebruikte dat geen enkele hitman in zijn zak zou durven steken, hebben we niet te maken met een getrainde huurmoordenaar. Als één persoon zegt dat de Bende van Nijvel optrad als een militair opgeleide terreureenheid met zware wapens, dan wil dit niet zeggen dat anderen geen zootje ongeregeld zagen dat alleen maar riotguns gebruikte omdat het met een gewone revolver nog geen olifant kon raken.

Dat beeld, áls het bestaat, zijn we dertig jaar na dato kwijt. Maar daarin schuilt wel de zoektocht naar de meest waarschijnlijke waarheid. Misschien komen we toch uit bij smerissen die heimelijk Hitler groeten, wie weet, maar wellicht ook heel ergens anders.

Bron: Marc Pennartz | 4 februari 2016 | Gepubliceerd op De Wereld Morgen

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

Vandaag is het dertig jaar geleden dat de Zweedse premier Olof Palme op straat werd doodgeschoten. De moord op de socialistische premier is nooit opgelost en wordt beschouwd als het nationale trauma van Zweden. 

Hoewel inmiddels al 133 mensen de moord hebben bekend en 11.000 mensen als verdachten zijn aangemerkt, kan de Zweedse politie nog steeds niet bewijzen wie het heeft gedaan. Daar komt misschien verandering in, want deze week liet de recherche weten de betrokkenheid van een oude bekende te gaan onderzoeken. "Kort na de moord besloot men alle revolvers van het type dat de dader gebruikte op te sporen. Dat waren er 450. Die zijn toen allemaal ingeleverd. Behalve het wapen van Christer Andersson. Dat is nooit teruggebracht."

Meer » nos.nl

29

Zweden herdenkt 30ste verjaardag van moord op Olof Palme

De Zweedse eerste minister Stefan Lofven en andere leden van de sociaaldemocratische partij hebben zondag de 30ste verjaardag herdacht van de moord op Olof Palme. Die werd op 28 februari 1986 in de rug geschoten in het centrum van de hoofdstad Stockholm. De moord op de toenmalige premier is nog altijd niet opgehelderd.

Palme was met zijn vrouw Lisbet onderweg naar huis na een avondje uit in de bioscoop toen hij werd neergekogeld. Hij was leider van de sociaaldemocratische partij vanaf 1969 en tweemaal premier van Zweden, van 1969 tot 1976, en van 1982 tot aan zijn dood.

Aan het graf van Palme werden zondag bloemenkransen neergelegd. Eerste minister Lofven loofde Palme voor zijn kwaliteit om het Zweedse volk vertrouwen te geven. De politicus gaf openlijk zijn mening over internationale kwesties, en drukte hervormingen door op domeinen zoals de arbeidsmarkt, gendergelijkheid en de kinderzorg.

Het onderzoek naar de moord op Palme gaat nog altijd door, alhoewel het van bij het begin vol fouten zat. Door de jaren heen doken verschillende theorieën op, maar nooit kwam er een doorbraak. Zondagnamiddag wordt in Zweden wel een telefoonlijn geopend omdat verjaardagen vaak leiden tot nieuwe tips.

Bron: De Morgen

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

Zweden heropent onderzoek naar 30 jaar oude moord op premier Olof Palme

Ruim dertig jaar na de moord op de Zweedse eerste minister Olof Palme, is er een nieuwe procureur aangeduid om het onderzoek uit het slop te halen. Dat heeft het Zweedse parket meegedeeld.

De sociaaldemocratische regeringsleider Olof Palme werd op 28 februari 1986 in Stockholm op straat doodgeschoten toen hij samen met zijn vrouw terugkwam van de bioscoop. Hoewel er sindsdien verschillende onderzoeken naar de moord werden opgestart, is het gerecht er nooit in geslaagd om de moordenaar of zijn eventuele opdrachtgevers te vinden. Ook het moordwapen werd nooit teruggevonden.

Een nieuwe onderzoek onder leiding van Krister Petersson moet nu alsnog voor duidelijkheid zorgen. Petersson heeft de voorbije twintig jaar zijn sporen verdiend in de strijd tegen de georganiseerde misdaad. Hij leidde ook het onderzoek naar de - wel opgehelderde - moord op minister van Buitenlandse Zaken Anna Lindh, die in 2003 om het leven werd gebracht.

Petersson zal het 250 meter dikke dossier vanaf februari 2017 overnemen. Tot nu toe werden in het onderzoek naar de moord op Olof Palme al meer dan 10.000 mensen ondervraagd. Er hebben in totaal 134 mensen de moord opgeëist.

Bron: De Morgen | 16 november 2016