1

Kolonel; oprichter van het opleidingscentrum voor para's in Marche-les-Dames; naam vermeld bij coupplegers van 1973; liberaal kamerlid tussen 1981 en 1985; adviseur kabinet Jean Gol; betrokken bij werking GIA en animator Cercles d'Amitié Paracommando. Overleden in september 2006.

http://www.paracommando.com/img/newspost_thumbs/pers_overleden_militis_jean.jpg

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

Indien iemand op zoek is naar een exemplaar van zijn boek: "La peur apprivoisee" » www.ebay.be

3

Bedankt voor de link, ik wist niet dat hij een boek heeft geschreven.

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

4 (edited by Werner 07-03-2013 13:53)

Hij heeft er een vijftal geschreven.

5

Jean Militis richtte in 1980 in Cap-Corse, helemaal in het noorden van het eiland Corsica, een kamp op om zwaar mentaal gehandicapten een onvergetelijke vakantie te bezorgen. Achteraf bleek het een prachtige dekmantel om in het kamp tegelijk militaire oefeningen te houden met jongeren van zestien à zeventien jaar. De meesten van hen waren gerechtskinderen. Ze werden getraind door gewezen para’s zoals Luc Wauthier, de voorman van de Amicale Paracommando van Bertrix, en Charles Gardien en de rijkswachter René Modave van de Amicale Liègeoise.

Bron: De Bende van Nijvel | Guy Bouten

Ter info: in Bertrix was ook een parachutistenclub die gelinkt kan worden aan Militis: Golden Eagle.

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

6

Het vrijwilligerkorps [tijdens de Korea-oorlog] was de vrucht van een merkwaardige samenwerking tussen twee politieke stromingen die voor 1944 nog diametraal tegenover elkaar hadden gestaan: het rechtse verzet en de collaborateurs en Oostfrontstrijders. Aan de oevers van de Han-rivier bevochten figuren zoals Armand Eriksson en luitenant Jean Militis onder leiding van de Amerikaanse generaal Mac Arthur, schouder aan schouder het Koreaanse Volk. Vijf jaar voordien hadden ze de wapens nog tegen elkaar gericht.

Jean Militis, wiens naam genoemd werd naar aanleiding van een extreem-rechts militair complot in 1973, werd tijdens de oorlog actief in het gewapend verzet. Op achttienjarige leeftijd kwam hij in de rechtse weerstand terecht. In 1941 richtte hij een vluchtlijn naar Zwitserland op en zorgde zelf voor 23 overtochten. Nadien werd hij commandant van het maquis in de sectoren Arlon, Virton, Florenville en Bouillon. In 1944 nam hij in het zog van het 102de Amerikaanse verkenningsregiment deel aan zendingen in Duitsland.

(...) De banden die in de Koreaanse strijd gesmeed werden tussen extreem-rechtsen uit het verzet en het collaboratiemilieu, hebben de onderlinge relaties blijvend beïnvloed. In 1980 publiceerde de pers bezwarende foto's over een VMO-trainingskamp in de omgeving van La Roche. Naar aanleiding van deze publicatie vond Jean Militis, ondertussen reservekolonel bij het regiment para-commando's, het nodig via een persmededeling "de Vlamingen welkom te heten in de Ardennen".

Bron: Extreem-rechts en de staat | verschillende auteurs

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

Kolonel op rust Militis, die tijdens vorige openbare vergaderingenin het geding werd gebracht, heeft stappen gedaan om te worden gehoord, daar hij meende zich te moeten kunnen verdedigen tegen de beschuldigingen welke tegen hem werden geuit. Ter openbare vergadering van 22 april 1981 legt de heer Militis de voorgeschreven eed af.

26.1. Op de vraag: "Hoe de verklaringen uit te leggen die men u toeschrijft in verband met de trainingskampen" antwoordt getuige dat zijn streek de Semois is en dat er, bij zijn weten, zeer weinig dubbelzinnige trainingskampen gehouden zijn. Nadat hem het recht is ontzegd als getuige een dossier te gebruiken, zegt hij dat hij bij de Nationale federatie van de paracommando's geprotesteerd heeft tegen de hulp die de Vriendenkring van Antwerpen verleend had aan een kamp in Herbeumont, zonder enige plaatselijke overheid te hebben verwittigd. De Voorzitter vraagt hem vervolgens of hij kennis heeft gehad van de diensten bewezen door zijn korps aan organisaties die hadden kunnen worden beschouwd als privémilities en of zijn korps betrekkingen heeft gehad met dergelijke groeperingen.

26.2. Gedurende de zeven jaar dat ik het bevel heb gevoerd bij de paracommando's van Marche-les-Dames, antwoordt de kolonel, heb ik nooit kennis gehad van soortgelijke trainingen. Weliswaar werd ik in 1965 beschuldigd door een Vlaams officier, maar ik bevestig dat er tot in 1965, het jaar van mijn vertrek, niets is geweest op grond van wat ik kon veronderstellen dar de mensen die kwamen trainen activisten of anarchisten zouden geweest zijn. Ik was betrokken bij hetgeen men "Het Leger - De Natie" noemt, dat tot doel had jongelui in staat te stellen aan rotsbeklimmen te doen. Op de nadere vraag van een lid over die werking van "Het Leger - De Natie" antwoordt getuige dat de plaats waar de rotsen worden beklommen geen militair gebied is en dat zij toegankelijk is voor iedereen.

De officieren met een goede ervaring hebben meegewerkt aan de opleiding tot die sport en andere karaktersporten. Er zijn weinig krijgssporten beoefend. Het doel was de jongelui te ontbolsteren en ze vertrouwd te maken met de knepen van die sport.  De voorzitter wijst erop dat de Minister van Landsverdediging nadere gegevens heeft verstrekt over de diensten en de hulp die het leger aan de organisaties van jongeren en andere mag verlenen. Een lid wenst evenwel te weten of de activiteiten die kolonel Militis beschrijft, verenigbaar zijn met hetgeen de verantwoordelijke Minister heeft gezegd (zie ref. 22.3).

Kolonel Militis antwoordt dat, waar Marche-les-Dames over de beste instructeurs inzake rotsbeklimming beschikt, het normaal leek die oefeningen aan te moedigen; dat kon trouwens dienstig zijn voor de aanwerving van paracommando's. Op een vraag om meer toelichting, bevestigt de kolonel dat alles geschiedt volgens de regels van de Staf, die de burgers gelegenheid geeft te zien welke activiteiten in het leger plaatshebben; dat gebeurt ook in andere eenheden.

26.3. Een lid brengt een interview van de kolonel in een Brussels dagblad ter sprake; hij had namelijk verklaard dat het hem soms gebeurde aan een staatsgreep te denken, bijvoorbeeld in geval van totale ondergang, en eraan toegevoegd dat zulks hem technisch gemakkelijk uitvoerbaar leek. Hoewel dit niet het directe onderwerp van het verhoor is, geeft de kolonel hieromtrent uitleg. Volgens hem is de totale ondergang het tijdstip waarop de overheid niet meer in staat is haar normale activiteiten uit te oefenen.

Trouwens, zo zegt hij, dat een staatsgreep kan worden beschouwd als gemakkelijk uitvoerbaar is juist omdat men in ogenblikken van nood overgeleverd is aan een avonturier. Hij vestigt er de aandacht op dat de woorden, als gevolg van de techniek van de interviews, soms verdraaid worden, en hij verklaart eraan te hebben toegevoegd dat er daarnaast ook mensen zijn die potentieel in staat zijn de macht te grijpen om ze niet prijs te geven aan avonturiers. Kolonel Militis is geen specialist in de techniek van de staatsgreep en hij heeft nooit overwogen eraan deel te nemen. Hij heeft willen zeggen dat men in moeilijke tijden aan een amateur de mogelijkheid geeft om de macht te grijpen.

26.4. Er werd gesproken van betrekkingen tussen de getuige en Dossogne die thans betrokken is in het proces tegen het Front de la Jeunesse, aldus een lid. Wat is de ware toedracht? Kolonel Militis antwoordt: "Onder mijn leerlingen heb ik in 1962 onderluitenant Dossogne, kandidaat voor een brevet gehad. Ik heb hem sinds die tijd niet teruggezien en ben ook niet meer teruggekeerd naar het kamp van Marche- les-Dames tussen mijn vertrek in 1965 en oktober 1980. Ik zou Dossogne vandaag niet meer herkennen. Op de vergadering van 12 maart werd geïnsinueerd dat Dossogne of andere huurlingentrainers als trainer zouden hebben opgetreden in de kampen voor minder-validen, waarmee ik mij bezig houd; dat heeft mij diep bedroefd."

Bron: Commissie Privè-milities (1980/81)

Gol, Militis, Dislaire. Vielsalm 1984:

Des civils participent. C'est le colonel en retraite Jean Militis, ex-commando, député PRL et au cabinet de Jean Gol qui les choisit. Parmi eux, Lucien Dislaire, ancien commando au Congo dans les années 60, mercenaire au Katanga de Tshombe.

Graag meer aandacht voor Lucien Dislaire. Zie ook Zonnetempel.

Col. Jean Militis organisait en 1980 pour l'Amicale Paracodo Prov. Luxembourg un camp en territoire corse. Il s'agissait officiellement, de préparer le terrain pour un futur séjour de handicapés mentaux graves. Aspect intéressant, le groupe de participants n'est pas constitué que de codos de la région. Des gens venuent de toute la Belgique participent, des anciens paras, gendarmes... Quelques noms connus: Luc Wauthier (Amicale Bertrix), Charles Gardien (Liège) , René Modave (Liège, main droite de Militis pour l'organisation), Martial Lekeu, Roger Swaelens, Jean-Pierre Plomteux, Guy Cautaerts, Lucien Dislaire...

Le camp de vacance prend des allures spartiates dans un décor austère. Jeux de guerre, tenues de combat, exercices de survie. Déroulement de la journée militaire, appel, rapport journalier du Colonel. Autre aspect intéressant. Des jeunes de 16 - 17 ans participent. Apparemment des jeunes repris de justice sortis de leur institution pour le séjour, qui jouent les caïds en uniforme.

Veel informatie in de topic Vielsalm op tueries. Aansluitend op hierboven:

Plusieurs participants du camp en Corse auraient reçu une formation de plongeurs de combat à la base d'Aspretto. Une base, où le SDRA8 s'entrainait tout au long des années 80 jusqu'en 1990 avec le STBH francais.

Plongeurs? De zoon van Vanden Eynde had het in een interview over een duiker. (zie topic Gokschulden)

Sinds december 1963 stuurde (toen) majoor Militis, kandidaat-commando's naar Corsica, om na 5 dagen het commandobrevet te kunnen halen. In 1964 was er kink in de kabel omdat president De Gaulle geen toelating meer gaf om buitenlandse troepen te laten oefenen in zijn land.

Bron: Wings, daggers en kronieken, Eddy Hoedt, 2007