81

De speurders gingen het tijdsgebruik van Angelou na op de laatste dag van zijn leven, 9 januari 1983. Zijn standplaats was het Rogierplein in Brussel. Hij zou daar rond elf uur 's avonds gezien zijn toen hij uit het café Le Renard kwam. Angelou zou een rondje gegeven hebben, tegen zijn gewoonte in, en daarna was hij vertrokken om zijn laatste klant weg te brengen. Dat belde hij rond kwart voor één door aan de centrale. Omdat hij geen radiozender had - te duur - telefoneerde hij altijd vanuit cafés. Hij maakte een praatje in de kroeg van een vriend in Elsene waar hij Griekse kranten afleverde. Hij had niet genoeg verdiend en ging nog werken. Hij verdween richting Flageyplein [in Elsene] uit het leven. Angelou was 58 jaar.

Bron: Beetgenomen | Hilde Geens

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

82

Ik begrijp het niet goed: hij bracht zijn laatste klant weg om 00u45, maar dan staat dat hij nog "verder ging werken". Dus na die laatste klant? En belde hij dat dan ook door aan de centrale of niet?

83

Ik denk dat de klant van 00u45 normaal gezien zijn laatste klant was, maar omdat hij niet genoeg had verdiend (raar, hij geeft diezelfde avond wel een rondje in een café) wou hij waarschijnlijk nog wat werken.

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

84

Maar dan zonder de centrale te verwittigen?

85

Een week of drie na de moord op José Vanden Eynde belde een bediende van het Franse consulaat de rijkswacht omdat er al drie dagen een zwarte Mercedes geparkeerd stond op een plek die voor het consulaat gereserveerd was. Het was woensdag 12 januari 1983. De politie kwam en zag dat de wagen aan de binnen- en buitenkant vol zat met bloedspatten. Ze zagen een schoen liggen in de auto, en achteraan twee jassen, die slordig bedekt waren met kranten, en een van die jassen zat onder het bloed. Ze braken de kofferruimte open en vonden een lijk.

Uit de autopsie bleek dat het slachtoffer werd afgemaakt met drie kogels in de nek en één achter zijn rechteroor, vermoedelijk terwijl hij achter het stuur zat. Op zijn kleren zaten sporen van slijk dat niet van de streek van Bergen was. Zijn handen waren geschramd en de taximeter had een rit van 92 kilometer geregistreerd, waarvoor er geen verklaring gevonden werd.

De identiteit van het slachtoffer werd vastgesteld. Het ging om de Griekse taxichauffeur Constantin Angelou, een vijftiger uit Laken. Hij was eind jaren 60 in België beland. Op het ogenblik van de moord was hij aangesloten bij de bon van zelfstandige chauffeurs STI, dezelfde organisatie waarbij José Vanden Eynde had gewerkt. De opbrengst van de dag, omgerekend een kleine 250 euro, en zijn persoonlijke documenten waren verdwenen. (...)

Het onderzoek dobberde rond op basis van anonieme en andere telefoontjes. Er werd gesnuffeld in het privéleven van de vermoorde man. Het bleek dat hij bijverdiende in de handel van tweedehandswagens in het ritsmilieu rond het Brusselse Zuidstation. Met zijn halfbroer begon hij in 1981 als bedrijfsleider te werken voor firma die auto's exporteerde naar Griekenland en Libanon. Angelou deelde vol vertrouwen in de toekomst visitekaartjes uit, maar ging eind 1981 toch maar weer als taxichauffeur aan de slag. Hij kon de handel in occasies schijnbaar niet laten, want een jaar later zocht hij weer contact met Libanezen.

Libanon in die jaren, dat betekende wapens en drugs, en Angelou werd in verband gebracht met een drugsdeal en met de kort voordien vermoorde conciërge José Vanden Eynde. Beide slachtoffers werden blijkbaar vermoord met hetzelfde wapen. Bovendien herkende een medewerker van l'Auberge du Chevalier Angelou als bezoeker van de herberg, maar in de boeken van STI stond geen enkele rit ernaartoe genoteerd.

Volgens de secretaresse van taxibedrijf STI moeten de twee zelfstandige chauffeurs elkaar gekend hebben, al hadden ze een verschillend werkterrein. De Griek Angelou had een standplaats in de Vooruitgangstraat in Brussel, waar hij vaak in een café aan het raam op klanten zat te wachten. De straat ligt midden in de buurt rond het Noordstation, waar criminelen als Ramadan Dodack en Alain Moussa het voor het zeggen hadden.

Op een oproep in de pers reageerde een man die de nacht van de moord getuige was van een scène aan de Bergensesteenweg in de buurt van het motel aan de begin van de autoweg Brussel-Parijs. Hij had gezien hoe iemand die naast een Mercedes-taxi op de grond lag, door een drietal mannen in elkaar werd geramd.

Als de scène die de getuige in Brussel zag de moord was - en de kans is reëel - waarom dan het lijk niet in de omgeving dumpen, waarom het dan in de kofferruimte duwen en daarna met een lijk in een auto die onder het bloed zat - het drupte eruit - naar Bergen rijden, en in de stad zelf een nachtje rond gaan toeren?

De moord was een raadsel en het onderzoek een ramp. Magistraat Marcel Trousse, die het dossier doornam in opdracht van de eerste parlementaire onderzoekscommissie, stelde vast dat het onderzoek in de periode voor 10 maar 1986, toen het bij de bundel van de Bende van Nijvel werd gevoegd, net als dat van de moord op José Vanden Eynde meer dan twee jaar volledig had stilgelegen.

In een periode van drie jaar en twee maanden waren er zes verschillende onderzoeksrechters mee belast geweest, die er geen van alle iets mee gedaan hadden. Het was tijdens die 'stille' tijd terechtgekomen op het kantoor van Jean-Marie Schlicker in Nijvel en daar werd het gefotokopieerd. Gelukkig maar, want toen er eindelijk op gerechercheerd werd, bleek dat het origineel verdwenen was.

Schlicker was het andere uiterste in dit verhaal: hij liet volgens een verslag van de parlementaire commissie huiszoekingen doen op 24 februari 1984, terwijl hij toen helemaal niet met de zaak belast was.

Bron: Beetgenomen | Hilde Geens

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube
Ben wrote:

Op een oproep in de pers reageerde een man die de nacht van de moord getuige was van een scène aan de Bergensesteenweg in de buurt van het motel aan de begin van de autoweg Brussel-Parijs. Hij had gezien hoe iemand die naast een Mercedes-taxi op de grond lag, door een drietal mannen in elkaar werd geramd.

Als de scène die de getuige in Brussel zag de moord was - en de kans is reëel - waarom dan het lijk niet in de omgeving dumpen, waarom het dan in de kofferruimte duwen en daarna met een lijk in een auto die onder het bloed zat - het drupte eruit - naar Bergen rijden, en in de stad zelf een nachtje rond gaan toeren?

De feiten die de getuige gezien heeft in Brussel hoeft niet per se de moord te zijn. Het kan een handgemeen geweest zijn waarna Angelou door de daders (onder schot?) aangemaand werd om opnieuw achter het stuur in de taxi plaats te nemen en gedwongen werd tot Bergen te rijden. De moord kan evengoed in Bergen of ergens onderweg gebeurd zijn.

Werden er bij de lijkschouwing sporen gevonden van slagen of stampen?

87

Op de site tueries beweerde de webmaster:

Un étudiant en criminologie de l'ULB (en 1991) a écrit une thèse ou un mémoire sur les TBW. Il est d'origine étrangère et son père avait une compagnie de taxi sur Bruxelles au moment des faits. Ce dernier a visiblement collecté du renseignement dans le milieu des taxi et plus particulièrement des taximen grecs. Banal vous me direz! Sauf que l'intéressé a vu son mémoire (ou sa thèse) classifiée SD (secret défense).

Maar men is er daar niet in geslaagd die "hete" thesis op te sporen.

Voorpagina van de krant La Province van 13 januari 1983:

http://nsm08.casimages.com/img/2014/05/20/14052010255514738712254062.jpg

Laatste rondje: wist hij ook dat zijn laatste uur geslagen was en wilde hij een spoor nalaten net zoals Finné in die krantenwinkel (bij Delhaize) had gedaan laatste dagen voor de overval. Daar kan ik enkel maar uit afleiden dat hij dagen op voorhand al wist wat er in de Delhaizes ging gebeuren en dat hij één van de slachtoffers ging zijn.

Misschien werd de auto met het lijk in Bergen gedumpt om zo de gerechtelijke politie van Bergen bij het onderzoek te betrekken. Dit maakte het onderzoek niet alleen moeilijker, misschien konden de daders het onderzoek beter sturen door bepaalde connecties met de gerechtelijke politie van Bergen.

Als je een lijk in een autokoffer verstopt en je parkeert de auto vervolgens in een straat waar iedereen de wagen kan zien staan, dan weet je dat het kwestie van dagen is alvorens de moord ontdekt wordt. Dat wil dus zeggen dat de dader(s) er geen enkel probleem mee hadden dat Angelou gevonden werd.

Waarom dan zoveel risico's nemen en met een auto waar het bloed uitdruipt naar Bergen rijden? Omdat Bergen de verblijfplaats van de dader(s) was? Of wilden ze het onderzoek extra moeilijk maken door de de gerechtelijke politie van Bergen bij het onderzoek te betrekken? Misschien konden de daders het onderzoek beter sturen door bepaalde connecties met de gerechtelijke politie van Bergen.