1

Ik heb proberen de wapenzaak/tir in de omgeving terug te vinden en tot mijn spijt nog niets gevonden. Hier iets over het onderzoek in Dendermonde:

III.3. HET ONDERZOEK TE DENDERMONDE

Uit de dossier-analyse bleek wel dát in Dendermonde weinig of geen onderzoek naar de practical shooting clubs was gedaan, maar niet waarom dit nagenoeg volledig achterwege was gebleven. De voormalige onderzoeksrechter Troch bracht de volgende verklaring voor deze vaststelling naar voren (112):

"Dat was een taakverdeling met Nijvel, waarbij Nijvel de practical shooting clubs zou onderzoeken. Wij hebben ons beperkt tot het in beslag nemen van toestellen voor herlaadbare munitie, omdat voor ons de mogelijkheid bestond dat in Aalst herlaadbare munitie was gebruikt. De KMS (Koninklijke Militaire School) had ons immers gezegd dat ze dat eventueel konden nagaan op het herlaadtoestel. We hebben toen een hele reeks huiszoekingen gedaan om die herlaadtoestellen in beslag te nemen maar blijkbaar was dat materieel toch niet uitvoerbaar? Dat was echter de taak van Nijvel. Ik veronderstel dat ze dat ook hebben gedaan."

Op de vraag van de voorzitter wanneer en hoe die taakverdeling tot stand was gekomen, opperde Troch dat dit moest zijn gebeurd op één van de overlegvergaderingen. Op de opmerking van de voorzitter dat in de verslagen van het parket te Dendermonde aan de procureur-generaal te Gent niets te bespeuren valt van een dergelijke afspraak, zei Troch (113):

"U zou de verslagen van de werkvergaderingen moeten hebben. Normaal wordt er van elke vergadering een verslag opgemaakt van de punten die worden besproken. Die verslagen moeten normaal nog bestaan. Ze zitten daarom echter nog niet in de documentatie van het parket-generaal. Die taakverdelingen komen overigens dikwijls niet voor in de verslagen aan de parketten-generaal. Het hangt er een beetje van af of men er aan denkt het op te schrijven. Het kan ook zijn dat men het niet relevant vindt. Het is trouwens ook zeer goed mogelijk dat er op die vergaderingen niemand van het parket-generaal aanwezig is."

Dit antwoord ontlokte de voorzitter de reactie:

"(...) ten eerste vinden we van die afspraak niets terug en ten tweede is de piste van de practical shooting club of de mogelijkheden die die piste bood, noch in Nijvel noch in Dendermonde geëxploiteerd geweest, ondanks de vaststellingen van de heer Acke."

In het verlengde van deze discussie rezen er bij verschillende leden van de commissie vragen over niet alleen de taakverdeling maar ook de samenwerking tussen de diverse betrokken onderzoekscellen.

Op de vraag van één van (111) Verhoor Schlicker, 4-2-1997, 17.
("2) Verhoor Troch, 25-4-1997, 39.
("3) Verhoor Troch, 25-4-1997, 39-40.

2 (edited by K& 20-02-2010 19:16)

Dossiers van het parlement xxxx11.pdf. Cfr Wackenhut:

Ruth en Lachlan verklaarden in elk geval (l08):

"Wij hebben dus getracht de personen terug te vinden die met die zaak verband hielden. Wij hebben het verdachte overlijden van één van hun leden onderzocht, iemand die zeer groot was en die enkele maanden na de laatste feiten gepleegd door de Bende van Nijoel, was vermoord. Wij hebben ons dus gericht op alle personen die aangeworven waren. U moet weten - daar botsen wij op de uitgestrektheid zelf van het dossier van de Bende van Nijvel - dat Calmette omringd was door mensen uit de streek van Bergen, van karatéclubs die hij kende."

"Wij hadden ze reeds ontmoet bij het onderzoek van de Borinage. Wij vroegen ons af of het verband niet op die manier kon worden gelegd. Wij hebben dus veel gewerkt op de personen die er deel van uitmaakten. Wij hebben inderdaad misschien over het hoofd gezien hoe en waarom de [irma werd opgericht. U mag niet vergeten dat wij, betreffende de firma Wackenhut, in 1986 niet dezelfde gegevens hadden als wat er nu, in 1997, blijkt."

En op de vraag of Schlicker hen ooit enige aanwijzing ter zake had gegeven, antwoordden zij:

"Wij hebben nooit enig probleem gekend, zelfs toen wij naar verschillende arrondissementen moesten gaan. Ik geloof dat de overleden persoon afhing van Charleroi, wij hebben kennis genomen van het dossier bij het parket van Charleroi. Hij kende dus onze werkwijze en wist goed waar wij naar toe wilden; aangezien wij een verband hadden gelegd met WNP. Die firma Wackenhut, zoals zij was georganiseerd en gezien het feit dat zij teveel werk had, kwam daar inderdaad goed mee overeen en gezien men daar mensen vond met - laat ons zeggen - een bepaalde mentaliteit, kon dat interessant zijn."

"Dus hebben wij die personen opnieuw geviseerd. Wij wachtten echter nog steeds op de juiste inlichting, de goede tip of de geslaagde huiszoeking. Die kregen wij niet. Nu beweer ik niet dat zij het niet waren. Er zalover twee jaar misschien een derde parlementaire commissie zijn waar wordt gezegd dat het de mensen van Wackenhut waren en men salons vragen hoe het komt dat wij dat niet hebben ontdekt tijdens de huiszoeking bij de heer X. Het spijt mij, maar men kan ons niet verwijten er niet aan te hebben gewerkt."

Verder rees de vraag in welk kader het onderzoek naar de schietclubs - dat in januari 1996 pas systematisch werd aangepakt - nu eigenlijk was uitgevoerd: dat van de 'bende van Nijvel' of dat van de moord op Mendez? En ook de vraag of dit onderzoek niet de mogelijkheid had geboden om deze twee zaken materieel met elkaar in verband te brengen. Schlicker bevestigde echter met een "oui, dans man souvenir" de stelling dat hij een totale scheiding had aangebracht (109):

"(...) tussen wat het begin van het onderzoek vormde naar de praktische schietclubs, dat te maken heeft met de Bende van Nijvel, en het vervolg van het onderzoek naar die clubs, dat eerder met Mendez heeft te maken. "

En het was - zo meende hij op een vraag daartoe - ook hierom dat hij nadien, toen het onderzoek naar de bende van Nijvel was overgeheveld naar Charleroi, de twee zaken niet met elkaar in verbinding had gebracht, al was het maar door de toezending van een kantschrift of een proces-verbaal aan onderzoeksrechter Lacroix te Charleroi.

(110)
(108) Verhoor Ruth en Lachlan, 6-6-1997, 26-28.
(109) Verhoor Schlicker, 4-2-1997, 9.
("0) Verhoor Schlicker, 4-2-1997, 8.
[ 53 ] - 573 / 11- 95 / 96

U kan hier lezen dat de enige onderzoeksrechter die het dossier Mendez en de Bende van Nijvel onder zich gehad heeft geen verband zag. Wist Schlicker echter dat Mendez in Aalst kwam schieten en er zo lang gewerkt heeft. ik denk het niet. hij kan dus ook geen enkele aanwijzing in die richting gedaan hebben. Ruth en Lachlan deden maar voort maar vergaten de club van Bouhouche en de Club en Aalst te bezoeken? Kwamen daar misschien teveel collega's?

3

En over Acke een beetje verder:

Of hier dan niet sprake was van duidelijke comrnunicatiefouten? Had men zich in Dendermonde geen vragen moeten stellen over de manier waarop in Nijvel de practical shooting clubs werden onderzocht? Of had men 'dit dossier' ook niet zelf moeten aftasten, "omdat het toch essentieel is, zoals werd opgemerkt in de eerste nota van mijnheer Acke". Troch beantwoordde deze vragen als volgt (115):

"Deze vraag zou ook eens aan de onderzoekers moeten worden gesteld. (...) U moet ook rekening houden met het feit dat Dendermonde qua onderzoekspistes tot en met 1987 enorm bezig was in het kader van de bende De Staerke. Die werden dan veroordeeld op 29 of 30 juni 1987. Dat was diezelfde bende waarvoor men binnen het jaar via het parket de zaak voor het hof van beroep in Gent heeft kunnen brengen. Op dat moment is men ook weer bezig over Aalst en zo. Laten wij dus zeggen tot 1987 ongeveer."

"Wanneer precies zijn de dossiers van Nijvel naar Charleroi gegaan? Ik kan mij dat niet van buiten herinneren. Hebben zij dat overgenomen, dat is de eerste vraag. Dat is geen excuus. Hebben zij daar verder in gewerkt? Ik weet het niet. Het kan op die manier ook vervolledigd zijn en rondgemaakt. Als het dus onvoldoende rond is, kan men zeggen dat wij dat ook politioneel hadden moeten kunnen zien op de PV's, zoals men ook had kunnen zien bij het lezen van Ronquières dat er niet goed gezocht was. Daarvoor zou ik de context moeten zien. "

Acke, de substituut-procureur des Konings te Dendermonde, had inderdaad al meteen beweerd dat de wijze waarop de overval te Aalst werd gepleegd hem deed denken aan personen met een militaire training en ingewijd in de practical shooting- technieken. De voormalige procureur des Konings van Dendermonde, De Saeger, sprak dit laatste in zijn verhoor overigens niet tegen. Wel waarschuwde hij ervoor om aan deze vaststellingen te vlug bepaalde gevolgtrekkingen te verbinden naar het soort van daders toe (116):

"Ik zeg ook dat het wel mogelijk is dat extreem-rechte ermee te maken heeft, maar het zou even goed kunnen gaan om personen die stelen omwille van het geld. Dat kunnen dus rijkswachters zij die zijn ontelagen, zoals Beijer, Amory en dergelijke die op droog zaad zaten. Anderzijds moeten we Karafilis, Papadopoulos, Salèsse en Moussa niet onderschatten. Die hadden in Frankrijk en Griekenland al vijftien jaar gekregen, ze kenden het klappen van de zweep (...)."

Ook voor hem stond de betrokkenheid van figuren uit extreem-rechtse kringen bij de misdaden van de 'bende van Nijvel' dus geenszins vast. Het feit, met andere woorden, dat dergelijke figuren werden aangetroffen in bepaalde schietclubs ...

Dus in Aalst hebben ze de vraag van Acke niet meer kunnen onderzoeken, niemand dus daar na de gedwongen verhuis een vertaalslag van 5 jaar begonnen is waar er bijna niets werd uitgevoerd behalve de vertaling dus.

Een uittreksel uit het verslag van de Tweede Bendecommissie aangaande het onderzoek rond de schietclubs:

Het onderzoek van de schietclubs leidde echter nergens toe, althans niet tot de opsporing van de Bende van Nijvel:

[Schlicker] "Wij hebben geprobeerd een ledenlijst te bekomen; wij hebben huiszoekingen gehouden in de schietclubs. Wij hebben daar gebruikte hulzen verzameld. Ik heb vrijdag gezegd dat er zoveel hulzen waren als om een vat garageolie te vullen. Er waren namelijk ook schietclubs waar geschoten werd met geweren met een gladde loop, zoals Riot Guns. Wij hebben de heer Dery dus gevraagd of er, tussen alle gerecupereerde hulzen, geen waren waarvan de schietsporen leken op die van de Riot Guns die op de verschillende plaatsen van de aanvallen werden gevonden. Wat het praktische aspect van het schieten betreft, waren wij niet in staat om via de ledenlijsten een bepaald persoon te viseren. De visuele verificaties van de heer Dery zijn negatief gebleken."

(…) Op de vraag of men alle relevante schietclubs - en met name de Parabellum en de Target 121, grondig had onderzocht, moest Schlicker echter het antwoord schuldig blijven:

"Dat weet ik niet. Ik herinner mij dat hij maar zelden naar de Target 121 ging. Wij weten dat Mendez ook in die club kwam, net zoals Bultot. Volgens mij werden daar enkel lange wapens gebruikt. (...) Dat is zeker niet gewild. Men heeft dat vergeten, men concentreerde zich op andere schietclubs en men was de Target 121 een beetje uit het oog verloren. Volgens wat ik mij herinner, gebeurde het af en toe."

Ook Deprêtre, de procureur des Konings, wist dit niet meer:

"Ik kan u niet antwoorden. Wij hebben zeker belangstelling getoond voor alle schietclubs. Waarom dat niet eerder gebeurde? Daar kan ik u niet op antwoorden. Dat moet u vragen aan de onderzoeksrechter die het onderzoek leidt. Zeker niet omdat ik aan de heer Schlicker had gezegd dat men er niet heen hoefde te gaan!"

En op de vraag wie er verantwoordelijk voor was dat er geen grondiger onderzoek was gedaan: hijzelf, het parket, de speurders, antwoordde Schlicker:

"Dat was niet het parket, zeker niet. Ik denk dat men ingeschat heeft wat men zou kunnen ontdekken en of dat iets zou opleveren dat zou toelaten om ... (...) Ik geloof dat ik het was die meende dat ik geen aanwijzing vond ... het uiteinde van het kluwen wol."

Deze antwoorden riepen als vanzelf de vraag op hoe het onderzoek van de schietclubs dan was aangepakt. Schlicker meende zich te herinneren dat 't als volgt was gegaan:

"Vanaf 23 januari 1986 heb ik gezien dat er een lijst werd opgemaakt van schietclubs waar een methode werd gebruikt die 'practical shooting' heette, alsook een ledenlijst. (..) Er werden huiszoekingen gehouden in de schietclubs. Wij namen er kogelhulzen in beslag, meer bepaald van riot guns. Ik herinner mij dat de hoeveelheid hulzen overeenkwam met een vol garagevat, tot aan de rand gevuld. De heer Dery heeft proberen nagaan of de sporen op de hulzen niet konden overeenstemmen met de sporen op hulzen die in het kader van de Bende van Nijvel waren teruggevonden; dat onderzoek viel negatief uit." (…)

"Ook werd er een onderzoek gevoerd bij de bewakingsfirma's. Men heeft hen om personeelslijsten gevraagd, alsook de redenen van ontslag van bepaalde personeelsleden. Men trachtte verdachten te vinden. Het onderzoek leverde geen resultaat op. Er werd ook onderzoek gevoerd bij groothandelaars die munitie invoerden, meer bepaald in de streek van Luik. Dat onderzoek was negatief. Men hoopte via de kogelhulzen die in Waals Brabant werden teruggevonden, de wapenhandelaar te vinden die ze verkocht had. Maar dat leidde tot niets."

Ja natuurlijk dat het onderzoeken van hulzen in schietclubs, onmogelijk is. Toen ik begin jaren 90 ging schieten na de wijziging van de wapenwet waarbij de riotgun en .22 LR op vergunning zijn gekomen, stond er op elke baan een vat voor uw lege hulzen. Hadden we 900 geregistreerde leden, dan durf ik nog geen schatting maken over hoeveel wapens dat vertegenwoordigde. De meeste gasten die ik daar kende hadden minstens 3 blaffers.

Het merendeel waren brave huisvaders en ook flikken die kwamen schieten en daarna een paar pinten achterover kapten en terug naar huis trokken. Ja, er waren ook wel louche figuren, maar die waren ook wel bekend bij de instanties ... vermoed ik. En die ene flik die er rondliep ken ik persoonlijk en die is nog principieler als die gasten van de untouchables.

Terug over de hulzen. Mijn hulzen gingen meestal wel in de vuilbak, .22 LR herladen is onozel mijn inziens, maar die mannen die met 9mm, .357, .38, .44, .45 en riot guns schoten, dat was wat anders. Zeker als ze meerdere wapens hadden en meerder keren per week kwamen schieten hadden ze herlaad toestellen en namen ze dus ook hun hulzen mee naar huis om ze terug te vullen.

Nogal logisch dat er dan geen hulzen gevonden worden. Trouwens op die standen wordt enkel met officiële wapens geschoten en als ge ne prof zijt, neemt ge dus het wapen dat ge gebruikt hebt bij een overval niet mee naar een schietclub. Er kan altijd een controle gebeuren en als je het meeneemt dan steekt ge er een andere slagpin in.

Herr Flick wrote:

Er kan altijd een controle gebeuren en als je het meeneemt dan steekt ge er een andere slagpin in.

?

De plaatselijke politie commissaris kan langskomen in een schietclub om de aanwezigheidsregistraties na te kijken (en dat wordt gedaan trouwens). Stel ze doen een onderzoek op de hulzen omdat er met een specifiek wapen is geschoten of een bepaalde munitie is gebruikt. En jij hebt net iemand omver geschoten met een wapen dat je ook op de club gebruikt, dan hangt ge.

Tenzij ge een andere slagpin in dat wapen gebruikt hebt, want uw slagpin laat een unieke afdruk na in de huls die je hebt afgeschoten. Dus andere slagpin is geen match met de eventueel gevonden huls (al laat uw uitwerpmechanisme ook nog een mogelijke afdruk na, afhankelijk van het gebruikte wapen). Je kan dan nog enkel een match vinden op de afgevuurde kogel, maar begin maar de zandbunker leeg te scheppen en de duizenden kogels die daarin zitten te onderzoeken.

Ah, en sinds de jaren 80 is er veel veranderd, zelf als ge "vergeet" van u naam, wapen en gebruikte munitie in te vullen, dan staat ge nog geregistreerd, ge moet namelijk batchen en op elke deftige schietbaan hangen camera's tegenwoordig. Dus gangster die wat van zin zijn, die komen niet met de wapens die ze gaan gebruiken naar een schietbaan, en gaan zich daar ook niet braaf inschrijven, die gaan oefenen in een bos.

8

How how mannekens, vergeet die slagpin. De grootste doorslag geeft bij een wapen (huls) (kop) de trekken en de velden van een loop op de kogelkop als bewijs! Plus de krassen e.d. op de huls van het inbrengen en uitwerpen van de kogel enz! Fkes de slagpin verwijderen en het is opgelost ... Nog ni bekanst! Ge kunt al bekanst beter een ander wapen kopen want bv. loop, slede, extractor e.d. brengen grotere bijwijslast mee op de hulzen dan dat pinneke.

Dag herr flick, wat je zegt klopt, maar als ze vermoedens hebben van een fout wapen gaan ze die kogel niet in de club maar wel in het labo afvuren. Ook andere schade aan hulzen e.d kan iemand door de mand laten vallen. Mijn 552 laat op de hulzen steeds hetzelfde litteken achter waardoor ik bij een misdrijf al redelijk snel door de mand zou vallen. Bij een gladloop moet je het al meer hebben van de afdruk van de slagpin.

10

In bijlage 3 van het verslag van de Tweede Bendecommissie staat een kleine passage over een schietclub in Overijse:

Desalniettemin nam men de moeite om te praten over een evaluatieverslag van de pistes en taken die in overweging moeten worden genomen in het kader van het dossier over de Bende van Nijvel dat was vervaardigd door J. Elise, commissaris van de gerechtelijke politie te Brussel. Dit rapport werd begin juni overgemaakt aan de procureur-generaal te Mons. Het telt twee pagina's:

"(...) Misschien kunnen we wijzen op de activiteiten van de genaamde (...), die geregeld de schietclub van Overijse bezocht en waarschijnlijk heeft gesleuteld aan de Colt.45 ESSEX Corporation-pistolen, die werden teruggevonden in het bezit van WNP en van de bende Haemers.

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube